Door Rashied Soebratie

In naam van Allah, de Barmhartige en de Genadevolle.

Waren onze profeten, Farao’s?

Fir’aun is de Arabische term voor Farao en komt vele malen voor in de heilige Koran. De Fir’aun met zijn belangrijke goden als: Re – Amon – Aton en Osiris, de god van het dodenrijk. Tijdens hun leven hier op deze wereld, identificeerden zij zich zelfen als de vertegenwoordigers van Osiris. Na de dood was hun eind bestemming de ster Sirius als laatste verblijfplaats. De piramiden in Gizeh hebben een schacht dat onder een hoek van 45 graden in een rechte denkbeeldige lijn doorloopt naar de ster Sirius. De ziel ontsnapt uit deze schacht en stijgt op naar de ster Sirius. Zo zegt de Koran over de ster Sirius:

          Allah is de heer van Shi’ra”  (53:49)

 Er zij twee verzen in Koran die mij tot nadenken heeft gezet en mij ertoe heeft bewogen om verder in de geschiedenis te graven, waaronder twee verzen:

 “En geen anderen hebben Wij voor uw tijd uitgezonden dan mannen aan wie Wij openbaring gaven behorende tot de bewoners der steden. Hebben zij dan niet rondgereisd op de aarde zodat zij zagen hoe de eindbestemming was dergenen die voor hun tijd waren?     (12:109)

Indien gij dus in twijfel zijt over wat Wij tot u hebben nedergezonden, vraag dan hun die de Schrift (Torah) lazen voor uw tijd”.   (10:94)

 Naar aanleiding van deze verzen, kan ik u een ding vertellen, dat rekening houdend met het heersende  geloof, denkwijze en belevingswereld in de Islam, het geen makkelijke taak is geweest om archeologie, volkerengeschiedenis en Koran met elkaar te combineren. Geschiedenis en archeologie behoren tot takken van de wetenschap die elk moslim zou moeten beheersen. De Koran spoort ons tot elf maal aan toe om de geschiedenis te bestuderen.

 Zo vernemen wij de verhalen over Ibrahim, Sarah, Hadjar, Isaac, Yacoeb, Yousoef en Musa (vzmha) via het oude Testament (de Pentateuch-vijf boeken van Mozes-Torah) en de Koran. De verhalen uit beide bronnen lopen parallel met elkaar op een paar details na. Opvallend is dat de bovengenoemde personen, iets met elkaar gemeen hebben en dat is: Egypte!

 Waarom Egypte?

 Bij het woord “Farao” al, denken we met z’n allen aan Egypte.

Egypte met haar mooie stranden, zon, buikdanseressen, exotische tour langs de piramiden aan de Nijl en natuurlijk haar geschiedenis die de hiërogliefen aan ons vertellen. In een vogelvlucht zullen wij eerst naar de Egyptische geschiedenis moeten kijken.

Vanaf begin 19de eeuw zijn er talrijke avonturiers en ontdekkingsreizigers naar Egypte geweest, die opgravingen hebben verricht en objecten verzameld en meegenomen naar hun landen die ten toon gesteld worden in eigen musea’s. Op de plaats “al-Rashid” in Egypte werd de aller belangrijkste vondst gedaan, namelijk een stèle waarin twee talen gegraveerd waren over èèn onderwerp en bekend staat als de “steen van Rosetta”. Eindelijk was men in staat de hiërogliefen te ontcijferen. De meest bekende ontdekking was het graf “ KV5” in “het dal der Koningen”. Een opschudding werd veroorzaakt bij de geleerden die eindelijk het bewijs hadden gevonden van het graf van Ramses, die een tegenstander was van Mozes en zijn volk en dat uiteindelijk leidde tot de Exodus.

De opschudding die veroorzaakt werd, komt door een passage in de Bijbel (Exodus) dat “de Farao en zijn leger, geen enkel van hen overbleef tijdens de achtervolging van Mozes en zijn volk”. Hieruit blijkt dat er geen lijk meer is gevonden van hem.

De Koran vertelt iets anders, namelijk dat “niemand werd gered, behalve de Farao” en “de Farao is als een teken voor de mensheid”. Maar dat is nog niet alles!

 Wat hebben wij meegekregen uit Egypte?

 Wat de meeste mensen niet beseffen is dat wij uit de oude Egyptische cultuur bepaalde gewoonten en leenwoorden hebben overgenomen. Zo wordt Egypte in het Hebreeuws “ Misriam” genoemd. In het Aramees (de taal van Jezus) is het “ Misria” en in het Arabisch “ Misr” genoemd. Daarvoor al op z’n Akkadisch (Sumerië/ Babylonië) “Misroe”. Al deze Semitische talen hebben een ding gemeen met de Egyptische taal (Hiërogliefen), namelijk ze worden geschreven zonder klinkers.

Ook is er aangetoond door onderzoek naar de mummies, dat besnijdenis nergens voorkwam in het Midden-Oosten, behalve in Egypte. Ook vrouwenbesnijdenis is daar van afkomstig. Zo is het mogelijk toen Abraham in Egypte kwam, dat hij deze rituelen overnam van de Egyptenaren.

 Jezus die in de Koran bekend staat als “Isa al-Masih”, vindt ook zijn oorsprong in Egypte. In de Bijbel wordt hij de “Messias” genoemd en is het woord voor iemand die gezalfd is. De geschiedenis leert ons dat bij de kroningscermonie, de heerser werd gezuiverd door water en daarna gezalfd, vervolgens kreeg hij een koninklijke gewaad, de scepter in zijn handen en de kronen van de twee landen (zwart en rood) symbool voor opper- en neder Egypte, op zijn hoofd en tenslotte werden al zijn vaste koninklijke namen en titels opgenoemd. De koning werd niet met olie, maar met het vet van de heilige krokodil gezalfd. Hier komt ook de oorspronkelijke betekenis van het woord Messias vandaan. “MeSeH” was het woord voor krokodil in het oude Egypte en het beeld van de twee krokodillen werd gebruikt voor de titel “soeverein” die de koning bij zijn kroning kreeg. Zo laat het nieuwe Testament ons weten dat de Joden een Messias verwachtten, van koninklijke bloede moest zijn en het was Jezus (afstammeling van David) die gezalfd werd met oliën en mirre.

 Zo zijn er moslims die trotse dragers zijn van de naam “Wazir” en het betekent “ Vizier”, een titel voor een afgevaardigde of een plaatsvervanger. Een transcriptie van de hiërogliefen ziet er volgt uit: “WSîR” en wordt uitgesproken als “Osir” die weer afgeleid is van “Osiris”. De letter “W” net als in de Semitische talen, kan een klinker zijn als de “OE” of medeklinker “W”. Zo was “ Osir” de “plaatsvervanger van de Farao”. Egyptische mythologie leert ons dat Osiris door zijn broer Seth werd gedood, die vervolgens de ledematen van het lichaam ontdeed om het zo een tweede leven te ontzeggen. Zijn vrouw Isis slaagde er in zijn overblijfselen te verzamelen en hem na drie dagen tot leven te wekken in de onderwereld waar hij, lichamelijk opgewekt uit de dood, de god en rechter over de doden werd. Zo vinden wij een parallel terug in het nieuwe Testament, waarin vertelt wordt dat Jezus van het kruis wordt weggehaald en in zijn graf wordt gelegd en na drie dagen uit de dood wordt opgewekt.

 Overlevering

 De geschiedenis van Egypte zijn niet alleen via de hiërogliefen naar ons toe gekomen, maar ook door anderen zoals Manetho, een Egyptische geschiedschrijver die 300 v.chr. leefde en in het Grieks zijn werk opschreef. Herodotus, een Griekse geschiedschrijver die al in de 5de eeuw v. Chr. Egypte bezocht, had de geschiedenis van Egypte opgetekend.

Ook Islamitische geleerden zoals Imam At-Tabari en Ibn Kathir hebben veel over Egypte en zijn volk beschreven in hun werken. Tevens wordt Egypte genoemd in de islamitische overleveringen en twee daarvan wil ik hier als voorbeeld aanhalen:

 Abu Dharr heeft overgeleverd dat Allah’s Boodschapper (vzmh) heeft gezegd: “Heel gauw zullen jullie Egypte veroveren, dat is een beroemd land (als land van Qirat). Wanneer jullie het veroverd hebben, behandel zijn volk goed. Omdat op jullie de verantwoordelijkheid rust vanwege bloedverwantschap door middel van huwelijk...”.

 In een ander overlevering zegt hij:

 Wees goed voor het volk van Misr (Egypte), want onze overgrootmoeder komt uit dat land”. (Muslim H56 / 31 / 6174)

 Hier bedoelt de profeet (vzmh) in de Islam, Hadjar (Hagar), de moeder van Ishmael.

 Verschil

 Zoals reeds eerder vermeld, lopen de verhalen van de voorgaande profeten parallel met elkaar in het oude Testament en in de Koran. We lezen in het oude Testament dat het Izaak was die geofferd werd door Abraham. In de Koran wordt verteld dat er een zoon van Abraham werd geofferd en wordt niet bij name genoemd.

De huidige opvatting in de Islam is dat het Ishmael was die geofferd werd. Ibn kathir (Islamitische historicus) heeft dit opgetekend naar aanleiding van de overleveringen door “Ibn-Abbas". Volgens hem waren de Joden jaloers op de Arabieren en namen het verhaal over en gaven de zoon van Abraham de naam Izaak. Andere geleerden zoals Al-Thaalabi en Al- Kisa’i hebben opgetekend dat Al-Abbas (vader van Ibn-Abbas en tevens de oom van de profeet) heeft overgeleverd dat het juist Izaak was die geofferd werd in plaats van Ishmael. Ook Ali (schoonzoon en neef van de profeet) en Omar (2de Khalief) deelden deze mening. Het volgende moeten wij niet uit het oog verliezen, namelijk dat uit de lijn van Izaak, koningen voortgekomen zijn en niet uit de lijn van Ishmael. De Arabieren hebben nooit hierop aanspraak gemaakt of dit beweerd. Na deze korte uiteenzetting zullen wij ons focussen op de profeten die in Egypte vertoefden.

 De migratie van Abraham naar Egypte

 Beide bronnen (oude Testament en de Koran) vertellen hetzelfde verhaal over de migratie van Abraham naar Egypte. De Farao ziet zijn vrouw Sarah en Abraham zegt dat zij zijn zuster is. Abraham brengt Sarah naar de Farao en wordt zijn vrouw. Na enige tijd wordt Sarah geretourneerd aan Abraham met geschenken. Koran 29:26-27 en 37:112-113 vertellen dat Abraham wordt gezegend met Izaak en Jakob, maar noemt Ishmael niet.

De Talmoed (Joodse Hadith) vertelt hierover het volgende dat Izaak een vondeling was (Babylonische Talmoed, Rabbi I. Epstein). Met andere woorden: het was niet zijn eigen bloed. Verder vertelt de Talmoed ons dat Abraham, Izaak wou offeren omdat hij zijn eigen zoon niet was. Maar het was de liefde voor Sarah dat het offer niet doorging. Uit diverse bronnen weten wij dat mensenoffer niet in het Midden-Oosten voorkwam en dat wij moeten concluderen dat Abraham de eerste was die het wou invoeren. Met dit gegeven kunnen wij vaststellen dat Izaak mogelijk de zoon was van de Farao. En een zoon volgt altijd zijn vader op wat troonopvolging betreft. Uit het oude Testament weten wij dat Izaak, twee zonen had, Ezau en Jakob (Israël). De Talmoed vertelt ons verder dat Ezau een keuze moest maken tussen het delen van de erfenis met zijn broer of zijn geboorterecht verkopen aan zijn broer. Hij nam advies in bij Nebaioth (zoon van Ishmael) en nam daarna de beslissing om zijn erfrecht op te eisen. Als Izaak van koninklijke bloede was, is het logisch dat zijn eerstgeborene zoon Ezau (ook van koninklijke bloede) zijn erfrecht opeist. Tot zover de eerste link met Egypte.

 Jakob en Jozef

 Uit de Koran en het oude Testament weten wij dat Jakob in totaal 12 zonen had, waaronder Jozef en Benjamin. Van Jakob wordt verteld dat hij dromen kon uitleggen en Jozef zag dromen die hij niet aan zijn broers mocht vertellen. De broers waren jaloers op Jozef en beraamden een complot. Zo werd hij verkocht aan Arabische handelaren die op weg waren naar Egypte (wij zien hier dat de Arabieren in de oudheid contact hadden met de Israëlieten en dat ze handel dreven in Egypte volgens Genesis, vooral in zalfolie en mirre) en wordt zo de dienstknecht van Potifar. Dankzij zijn vrouw belandde Jozef in de gevangenis en na jaren legt hij de dromen van de Farao uit die hem daarna de gevangenis uit haalde en aanstelde als zijn plaatsvervanger.

 De Koran zegt hierover in 12:56 het volgende:

 Dus gaven Wij het volledige gezag aan Yousoef in het land, om daarin bezittingen te nemen, wanneer en waar hij maar wenste…

 Genesis 41:44 zegt hierover:

 Voorts zei Farao tot Jozef: ’Ik ben farao, maar zonder uw machtiging mag niemand zijn hand of zijn voet opheffen in het gehele land Egypte’”.

 Nadat er hongersnood uitbrak, kwamen de broers van Jozef naar Egypte. De broers gaan terug met voedsel zonder dat ze Jozef herkennen. Bij een tweede maal laat hij met een list Benjamin, zijn jongere broer overkomen en houd hem bij zich als een soort borg, zodat zijn vader naar Egypte komt. De broers protesteren en de Koran 12:78-79 zegt hierover:

 O, Heerser van het land! Waarlijk hij heeft een oude vader; neem dus een van ons in zijn plaats…

 Wederom in 12:88 wordt er gezegd:

          Toen zij bij hem kwamen, zeiden zij: ‘O, Heerser van het land…

 Jozef blijft bij zijn standpunt en maakt zich bekend bij de broers, zodat zijn vader alsnog naar Egypte komt. Over zijn bekendmaking zegt Genesis 45:8 het volgende:

 “…maar de God zelf, opdat hij mij kon aanstellen tot een vader voor Farao en tot heer over zijn gehele huis en tot heerser over het gehele land Egypte

 En in Genesis 45:9

 Trekt vlug op naar mijn vader, en gij moet tot hem zeggen: ’God heeft mij tot heer over heel Egypte aangesteld’”

 Vervolgens komt Jakob naar Egypte en ziet Jozef en ontmoet zelf de Farao. Jozef die twee zonen had, werd gezegend door de oude Jakob, die kort daarna sterft.

Wij weten dat een Farao een plaatsvervanger van god hier op aarde was en tevens een soort vader voor zijn volk. Wat opvalt is dat Jozef als vreemdeling gelijk gesteld wordt aan Farao en is als een vader voor hem. Hier kom ik nog op terug.

 Waren zij Egyptenaren?

 Wat er met het dode lichaam van Jakob verder gebeurt, daarover geeft de Koran ons geen nadere informatie, maar Genesis 50:2-3 geeft wel duidelijkheid:

 En Jozef beval de geneesheren onder zijn dienaren om zijn vader te balsemen en de geneesheren balsemden Israël. En 40 dagen werden voor hem volgemaakt, want zo worden de dagen van diegenen die worden gebalsemd, volgemaakt; en de Egyptenaren rouwden 70 dagen lang voor hem”.

 Ook over het dode lichaam van Jozef, geeft de Koran geen details maar wel in Genesis 50:26:

 Daarna stierf Jozef op de leeftijd van honderdtien jaar; en zij lieten hem balsemen en hij werd in Egypte in een doodkist gelegd”.

 Analyse:

1                  Over de procedure van balsemen en rouwperiode van 70 dagen spreekt de bijbel hier de waarheid. De Griekse geschiedschrijver Herodotus die Egypte in de 5de eeuw voor Christus bezocht, beschreef dezelfde procedure.

2                  Vanwege het dure procédé was dit niet voor de gewone volk weggelegd, vooral voor Farao’s en hoog geplaatsten zoals priesters en familieleden van de Farao.

3                  Omdat Jakob en Jozef worden gebalsemd in 40 dagen en de rouwperiode na 70 dagen wordt afgesloten, is het aannemelijk dat beiden Farao’s waren.

4                  Zoals wij reeds aanvoerden dat Izaak een zoon was van de Farao, zijn Jakob en Jozef de troonopvolgers cq erfgenamen.

5                  Er is aangetoond dat er in Egypte geen Hyksos-heersers (buitenlandse heersers uit Kanaän, Syrië of Mesopotamië) waren gemummificeerd, van hen is er nimmer een graf in de Egyptische vorm gevonden. Dit betekent dat Jakob en Jozef als eerste Semieten deze Egyptische balseming en bijzet traditie adopteerden.

6                  Dat Jozef een Farao was, zien wij in Genesis 45:8 – “een vader voor Farao”, een bijbelse titel dat overeenkomt met de Egyptische titel die luidt: “de heilige vader van de heer der twee landen”. Deze enige inscriptie op een Oesjabti werd gevonden in de graf van Joeja, die te bezichtigen is in Egyptische Museum te Cairo onder nummer 51028.

7                  Joeja’s andere naam was: “plaatsvervanger van de Farao”, vergelijk dit met Geneis 41:44.

8                  Omdat Jakob en Jozef Farao’s waren, werden er natuurlijk beelden uitgehouwen voor hen. Die van Joeja zijn te bezichtigen. Later werd het maken van beeltenissen verboden vanaf de Torah (Pentateuch) tot de Koran. Hierop kom ik nog  terug bij het onderwerp: De sleutelfiguur.

9                  40 dagen waren nodig om het lichaam te balsemen. Dit is precies de tijd om het lichaam uit te laten drogen. Tegenwoordig zien wij dat bij de moslims de rouwperiode na 40 dagen wordt afgesloten, terwijl onze profeet (vzmh) zei dat het alleen maar drie dagen moest duren.

 Joeja

 Van alle tot nu toe gevonden mummies van Farao’s en hoge priesters, is Joeja de enige die gevonden werd met twee belangrijke inscripties:

          De heilige vader van de heer der twee landen

          Plaatsvervanger van de Farao

 Deze bewijzen die gevonden zijn in Egypte, kunnen wij niet negeren. Bovendien heeft onderzoek aan de mummie van Joeja aangetoond dat hij van buitenlandse afkomst was. Een feit dat wij tegenkomen in de Koran en in de Torah. In dit geval is het redelijk om hem in het eind 17de dynastie te plaatsen als een Hyksos-regeerder die als buitenlander, de Egyptische cultuur en leefwijze volledig adopteerde. Gecombineerd met de archeologische vondsten, kunnen wij hier aannemen dat Joeja, niemand anders was dan Yousoef, de zoon van Jacoub. Voor meer gedetailleerde informatie hierover, verwijs ik een ieder naar “Vreemdeling in het dal der Koningen” van A. Osman.

 Tot nu toe gaven de metgezellen van de profeet (saw) hun meningen over de voorgaande profeten. Abu Hurairah vertelt het volgende:

 Er werd gevraagd: O, Boodschapper van Allah! Wie is de nobelste onder de mensen? Hij antwoordde: Degenen die Allah het meeste vreest.  Zij zeiden: Dat vragen wij je niet. Hij zei: Dan is het Yousoef, profeet van Allah, zoon van de profeet van Allah, zoon van de favoriet van Allah…

 Dit is opgetekend door Buchari en overgenomen door Ibn Kathier in zijn: Geschiedenis der profeten (Qisas al-Anbiyaa’). Met deze overlevering vraag ik de aandacht van de lezers om over de vergelijking diep na te denken.

 De sleutelfiguur

 Tijdens de regeerperiode van Amonhotep III, viel Palestina, Jordanië en een deel van Syrië onder zijn bewind. Onder zijn bewind was cultuuroverdracht of uitwisseling een fluitje van een cent. Zijn zoon Amonhotep IV werd beïnvloed door Joeja en zijn vrouw Toeja en weer via hun zoon Amen, die een priester was in Heliopolis (Bijbelse On). Zijn moeder Tije was de dochter van Joeja en Toeja.

Naarmate Amonhotep IV opgroeide, veranderde hij zijn denkwijze. Toen hij Farao werd in de 18de dynastie, bracht hij als eerste op de wereld een revolutionaire verandering in zijn religie. Hij verwierp alle bekende goden in zijn gehele koninkrijk en voerde één god in. Hij verliet Thebe (nu Luxor) en liet een volledige nieuwe hoofdstad bouwen in Tell-el-Amarna, op de oostelijke oever van de Nijl, op een grond die nog aan geen enkele godheid was gewijd. Hij noemde zijn nieuwe stad, waar hij en zijn volgelingen hun god in vrijheid konden aanbidden, Achetaton, de horizon van Aton.

Aton werd in de Hiërogliefen voorgesteld als een zonneschijf en stelde niet de zon voor, maar de godheid Aton, die geen lichamelijk beeld had. Het was een symbool voor god die leven schonk aan alles. Zijn stralen bereikte een ieder wezen. Behalve de zonneschijf als symbool, verbood hij alle soorten beelden en afbeeldingen met uitzondering van hem en zijn gezin, die als levensbeschrijving werd gegraveerd in de stenen. Hij veranderde zijn naam Amonhotep IV naar Achnaton. Als pure devoot, schreef hij een Hymne aan Aton die wij terug vinden in het oude Testament met name in Psalm 104:20-26.

De Psalmen staan bekend als “Zaboer” in de Islam en werden geopenbaard aan Dawoed (vzmh). De Koran vertelt ons verder dat de Torah aan Musa (vzmh) werd geopenbaard.

Hoofstuk 20 van het Bijbelboek Exodus bevat de “Tien Geboden” die God aan de Israëlieten heeft gegeven aan de voet van de berg Sinaï. Behalve de eerste twee geboden, die hen verbieden andere goden te aanbidden en te knielen voor beelden en een derde dat hun gebied hun ouders te eren, zijn de overige zeven terug te vinden in de “Bezwering 125 uit het (Egyptische) Dodenboek”.

Hier is sprake van een bewijs dat zijn oorsprong in Egypte ligt. Naar aanleiding van de vondst van de mummie van Ramses in “KV5” door Kent Weeks, zijn diverse geleerden nog steeds bezig met de discussie of Achnaton, mogelijk Mozes was. Als deze twee namen op dezelfde persoon slaan, dan moet men de Egyptische tijdslijn veranderen, zodat de puzzels in elkaar passen en kan men de Bijbel op dit punt niet meer als bron gebruiken. Opvallend is het feit dat de Farao’s  hun verhalen vertelden via hiërogliefen, maar het verhaal over de slaven die in opstand waren gekomen, dat Mozes hen wou bevrijden en vooral dat Egypte met tien plagen werd geteisterd, komt nergens voor. Als Mozes hier een rebellerende zoon van de Farao was, dan is het logisch dat een Farao zijn vuile was niet naar buiten zal ophangen. Hierdoor wordt de indruk versterkt dat beide namen met dezelfde persoon te maken kunnen hebben.

 De Koran vertelt ons over Musa (vzmh) dat hij als kind in de stroom werd geworpen, gered en opgevoed door de zuster van de Farao. Als volwassen begaat hij een doodslag en vlucht uit Egypte en verblijft in Madyan (Midian). Aldaar treedt hij in huwelijk en wordt door Allah geroepen en gezonden tot Fir’aun om zijn volk te redden. Daarbij helpt Allah hem met de plagen over Egypte, waarna hij het bevel kreeg om zijn volk door de zee te voeren en slaat eerst met zijn staf in de zee.

 Musa (vzmh) wordt gered met zijn volk en ontvangt de tafelen der wet:

 En Wij schreven voor hem in de tafelen voor alle ding een vermaning en een duidelijke uiteenzetting van alle ding. Neem ze dus met krachtig besluit een bevel uw volk aan te nemen het beste daarvan”.    (7:145)

 Soortgelijk vinden wij in het oude Testament terug:

 Daarna keerde Mozes zich om en daalde van de berg af met de twee tafelen der Getuigenis in zijn hand, tafelen die aan beide zijden beschreven waren”. (Exodus 32:15)

 Hoewel het schijnt dat het Allah was en niet Musa (vzmh) die de woorden in de steen graveerde bij deze gelegenheid is er geen reden om te twijfelen dat Musa (vzmh) tot schrijven in staat was. Hij zou in het Hebreeuws noch in het Aramees hebben geschreven, omdat schrift in deze talen tot aan de 10de en 9de eeuw v. Chr. niet bestond, maar indien Musa (vzmh) als een Egyptische prins was groot gebracht door de zuster van de Farao in het koninklijke paleis, heeft hij zeker onderricht genoten in het lezen en schrijven van de Egyptische taal. Ook zou hij Akkadisch, de diplomaten taal van die tijd, hebben leren lezen en schrijven. Het is veelbetekenend dat Musa (vzmh) de Egyptische schrijfmethode, met andere woorden, graveren in de steen, toepaste, terwijl het Akkadische spijkerschrift gewoon in klei werd gekerfd. Het boek Deuteronomium vermeldt ook dat ten tijde van de uittocht, Musa (vzmh) zijn volgelingen opdracht gaf om een stèle (een rechtopstaande, platte steen of zuil, doorgaans met een inscriptie en beeldsnijwerk) op de Egyptische wijze op te richten:

 Mozes en de oudsten van Israël bevalen het volk:’Houd u aan al deze bevelen die ik u heden geef. Wanneer u de Jordaan bent overgestoken, het land in dat de Heer uw God u geeft, zet dan enige grote stenen overeind en bedek het met leempleister. Schrijf alle woorden van deze wet op...”.

 Dit betekent dat de oorspronkelijke Bijbelse tekst door Musa (vzmh) in het Egyptisch moet zijn geschreven. Zo wordt de Koranvers voor ons nu duidelijk:

          “...en Fir’aun, de man der pinnen”. (38:12)

 Volgens Galalayn (Djalalayn) betekent het: “de manier waarop straffen werden toegepast door de Farao”. Dezelfde interpretatie komen wij tegen in de vertaling van Yusuf Ali, die ook een ander mogelijkheid gaf: met pinnen kun je een tent vormen en staat symbool voor standvastigheid. Dit is niet wat de geschiedenis mij heeft geleerd, maar een goede interpretatie hiervan is dat de Egyptenaren, pinnen c.q. koperen beitels gebruikten om hun eigen geschiedenis in stenen te graveren.

Zo zegt E. Auerbach in zijn boek “Wuste und Gelobtes Land”, Berlijn 1932 het volgende:

“Toen er verbod was opgetreden om beelden te maken, hadden de priesters van Mozes een motief om het hiëroglifische beeldschrift op te geven, toen zij hun schrifttekens geschikt maakten voor het uitdrukken van een nieuwe taal. Het hiëroglifische schrift bezit tekens zowel voor voorwerpen als voor klanken”.

 Interessant is ook dat de Koran ons vertelt dat Musa (vzmh) uit de familie van Imran komt en de Bijbel noemt hem Amram. Men heeft dit ook vergeleken met de vondsten in Tell-el-Amarna, waar Achnaton zijn stad bouwde. De namen Imran, Amram en Amarna hebben dezelfde wortels in de Semitische talen. Zo zijn er talloze overeenkomsten die ik hier zou willen aanvoeren, maar voorlopig lijkt mij dit genoeg.

 Nawoord

 Al deze historische gegevens en archeologische vondsten tonen ons aan dat onze religieuze oorsprong in Egypte ligt. Het zou een grote denkfout van ons zijn om niet aan te nemen dat Allah ook Farao’s kan inspireren. Zo zegt Hij:

          Hij geeft Wijsheid aan wie Hij wil”. (2:269)

 De Farao’s hebben op hun beurt een volk geleid en Allah’s openbaringen aan hen doorgegeven.

Het is mijn bedoeling niet om de Islam hier te kleineren of de moslims te kwetsen, maar juist hun aan te sporen om zich te verdiepen in de geschiedenis en archeologie. Vergeet niet dat heersende opvattingen afhankelijk zijn van verschillende factoren en naarmate de tijd verloopt, de omstandigheden kunnen veranderen en daardoor onze opvattingen moeten veranderen. Wij moeten nog steeds niet vergeten dat de deur van analogie nog steeds op een kier staat. De Boodschapper van Allah (vzmh) zegt tenslotte:

 “De woorden van wijsheid is een verloren goed van een gelovige. Zo waar hij die ook vindt, heeft er recht op”. (Tirmidhzi 39:19)

 Ik wil een ieder bedanken, die mij met dit artikel hebben geholpen. Hun kritiek heeft vele malen ertoe geleid dat het nu eindelijk zijn huidige vorm heeft gekregen. Hun positieve reactie heeft mij juist aangespoord om door te zetten en ik ben ervan overtuigd dat Allah hen zeker zal belonen. Ik vraag aan Allah om vergeving voor mijn tekortkomingen en vraag tevens aan Hem om aan een ieder wijsheid te schenken.

 Literatuur opgave:

 -Koran, Nederlandse vertaling van Prof. Kramers (de klassieke Nederlandse taal benadert het  

 dichtkunst van de klassieke Arabische taal in de Koran, vandaar mijn keuze)

-Bijbel, Nieuwe-wereldvertaling van de Heilige Schrift

-Qisas al-Anbiyaa’, Geschiedenis van de Profeten, Ibn Kathir

-Messiaanse Profetieën, Peter Lemesurier

-Het Orion Mysterie, R. Bauval & A. Gilbert

-De Verborgen Rollen, N.A. Silberman

-Vreemdeling in het dal der Koningen, A. Osman

-Uit Egypte heb ik hem geroepen, A. Osman

-De man Mozes en de monotheïstische religie, Sigmund Freud

-Introduction to the Old Testament, R.K. Harrison

-De geheime kamer, R. Bauval

-Mesopotamische Mythen, H. McCall

 

Rashied Soebratie, een instrument van Allah de Verhevene.

11 Rabi ‘al-Awwal 1426 / 22 mei 2005

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact met mij opnemen. Klik hier

Top


Terug naar Haroen`s Religie pagina