In naam van Allah, de Barmhartige en de Genadevolle.

 

 

                        De profeet Mohammed (vzmh) in de Hindoe geschriften

                                                                   Geschreven door: Dr. Zakir Naik

 

 

I.                  Mohammed (vzmh) voorspeld in de Bhavisya Purana

 

  1. Volgens de Bhavisya Purana in de Prati Sarag, Parv 3, Khand 3, Shloka’s 5 t/m 8

Een Malecha (afkomstig uit een ander land en een vreemde taal sprekend), een spirituele leraar zal samen met zijn metgezellen verschijnen. Zijn naam zal Mohammed zijn. Raja (Bhoj) na het geven van een bad aan deze Maha Dev Arabier (afkomstig van de engelen) in de Panchgavya en de Ganga (de rivier de Ganges) (om zijn zondes van zich af te wassen), word hem aangeboden in zijn aanwezigheid van oprechte toewijding en hem zeggend: “ Ik zal u hulde geven. O Gij! De trots van de mensheid, de bewoner van Arabie. Gij heeft een een grote kracht in u om de Duivel te weren en uzelf bent beschermd tegen de malecha tegenstanders.”

De profetie vermeld duidelijk:

i.                     De naam van de Profeet, Mohammed

ii.                   Hij zal van Arabie afkomstig zijn. Het Sanskriet woord Marusthal betekent een zanderige weg of woestijn.

iii.                  Er word ook speciale vermelding gemaakt van de metgezellen van de Profeet, de Sahabas. Geen andere profeet had net zoveel metgezellen als de Profeet Mohammed (vzmh).

iv.                 Hij wordt vermeld als de trots der mensheid (Parbatis Nath). De Heilige Koran bevestigt dit nogmaals:

68:4        <En gij staat zeker op hoog zedelijk peil>

33:21      <Voorwaar, gij hebt in de Profeet van Allah een prachtig voorbeeld voor ieder die Allah en de laatste Dag vreest, en die Allah vaak herdenkt>

v.                   Hij zal de Duivel weren of verwerpen m.a.w. beelden aanbidders verwerpen en al dat soort.

vi.                 De Profeet zal bescherming geschonken worden tegen zijn vijanden.

Sommige mensen beweren dat ‘Raja’ Bhoj, die werd genoemd in de voorspelling, leefde in de 11e eeuw N.C., 500 jaar na de komst van de Profeet Mohammed (vzmh) en was de afstammeling in de 10e generatie van Raja Shalivahan. Deze mensen slagen er niet in zich te realiseren dat er niet alleen één Raja op dat moment was met de naam Bhoj. De Egyptische Monarchen werden benoemd als farao’s en de Romeinse koningen werden allen benoemd als Caesar, net zo werden de Indische Raja’s benoemd als Bhoj. Er waren dus meerdere Raja Bhoj die voor die ene kwamen in de 11e eeuw N.C.

De profeet nam fysiek geen bad in de Panchgavya en het water van de Ganges. Omdat het water van de Ganges als heilig beschouwd word, is een bad nemen erin een idioom, wat inhoud dat je je zonden van je af wast of dat je er juist bescherming tegen zal krijgen. Hier wordt dus vertelt in de voorspelling dat de Profeet (vzmh) geen zonde had (Maasoom)

  1. Volgens de Bhavishya Purana in de Pratisarag Parv 3, Khand 3, Adhyay 3, Shokla’s 10 t/m 27 heeft Maharishi Vyas voorspeld:

De Malecha hebben het bekende land van de Arabieren verloederd. Arya Dharma  is nergens te vinden in dat land. Daar waar ik eerder een misgeleide vijand heb vermoord, is hij nu teruggekomen in opdracht van een nog sterkere vijand. Om deze vijanden op het juiste pad te leiden en om hun (spiritueel) te begeleiden, daar is de bekende Muhammad (vzmh) mee bezig in het brengen van de Pishachas op het goede spoor. O Raja, je hoeft niet naar het land van de dwaze Pishachas, jij (jouw ziel) zal worden gereinigd door mijn barmhartigheid op deze plaats zonder een stap te hoeven zetten. ’s Nachts zei, hij van engelachtige aard, de gewiekste man in de gedaante van Pishacha tegen Raja Bhoj: “ O Raja! Jouw Arya Dharma is gemaakt om te overheersen over alle religies, maar volgens de geboden van Ishwar Parmatma, zal ik het volk van de vlees eters versterken. Mijn volgelingen, de mannen onder hun, zullen besneden zijn, zonder een staart (aan hun hoofd). Zij zullen een baard dragen en een revolutie teweeg brengen als zij de Aadhaan zullen uitspreken en zij zullen alles eten wat geoorloofd is. Zij zullen alle soorten dieren eten behalve het vlees van de zwijnen. Zij zullen geen toevlucht zoeken bij de heilige heesters om zichzelf te reinigen, maar zij zullen dat doen door middel van oorlog voeren. Om de reden van hun gevechten tegen de ongelovige naties, zullen zij Musalmaans genoemd worden. Ik zal de voortbrenger zijn van deze religie van vleesetende naties.”

De voorspelling verklaart dat:

I.                    De mensen met slechte bedoelingen het land van de Arabieren hebben verloederd.

II.                 Arya Dharma zal niet te vinden zijn in dat land.

III.               De Indische Raja hoeft niet naar het land van de Arabieren omdat zijn reiniging plaats kan vinden in India nadat de Musalmaan zullen arriveren in India.

IV.              De komende Profeet zal de waarheid van de Arya’s (hiermee wordt het monotheistische geloof bedoeld) getuigen en zal de misleide mensen weer op het goede leiden.

V.                 De volgelingen van de Profeet zullen besneden zijn. Zijn zullen zonder staart aan hun hoofd en met een baard rondlopen. Zij zullen een grote revolutie teweeg brengen.

VI.              Zij zullen oproepen tot het gebed dmv de Adhaan (de islamitische oproep tot het gebed)

VII.            Zij zullen alleen geoorloofde dingen eten. Ook dieren, behalve de zwijn of varken. De Koran bevestigt dit op maar liefst 4 verschillende plaatsen:

In Soera Al-Baqarah 2:173

In Soera Al-Maidah 5:3

In Soera Al-Anam 6:145

In Soera Al-Nahl 16:115

"Verboden voedsel voor jou zijn dood vlees, bloed, vlees van zwijnen en op alles waar Allah’s naam niet is gebruikt".

VIII.         Zij zullen zich niet reinigen met gras, zoals de Hindoes dat doen, maar zullen dat doen door te vechten tegen niet-gelovige volkeren.

IX.              Zij zullen Musalmaans genoemd worden.

X.                 Zij zullen een vleesetend volk zijn.

Het eten van dieren die van zichzelf herbivoor (planteneters) waren wordt bevestigd in de Koran in Soera Maidah 5:1 en Soera Muminun 23:21

 

  1. Volgens de Bhavisya Purana, Parv 3, Khand 1, Adhyay 3 Shloka’s 21 t.m 23:

Corruptie en vervolgingen zullen zich voltrekken in zeven heilige steden van Kashi. India wordt bewoond door Rakshas, Shabor, Bhil en andere dwaze mensen. In het land van de Malechas wonen de volgelingen van de Malechha Dharma (Islam), zij zijn wijs en dapper. Alle goede eigenschappen zullen te vinden zijn in Musalmaans en alle soorten verdorvenheid hebben zich opgestapeld in het land van de Aryas. Malechcha Dharma (Islam) zal heersen in Sindhi (India) en haar eilanden. Nu gij dit alles weet, O Muni, verheerlijk de naam (van) uwer Gods.”

De koran bevestigt dit in Soera Taubah hoofdstuk 9 vers 33 en in Soera Al Saff hoofdstuk 61 vers 9:

9:33    <Hij is het, Die Zijn boodschapper met leiding en de ware godsdienst heeft gezonden om deze te doen zegevieren boven alle godsdiensten, ofschoon de afgodendienaren er afkerig van zijn>

Een soortgelijke boodschap wordt gegeven in Soera Al-Fath hoofdstuk 48 vers 28 eindigend op: “En Allah is genoeg als getuige

 

II.               Profeet Mohammed (vzmh) voorspeld in de AtharvaVeda

1. In het 20e boek van de AtharvaVeda in Hymn 127 worden sommige Suktas (hoofdstuk) benoemd als Kuntap Sukta. Kuntap betekent de verdrijver van ellende en problemen. Met andere woorden de boodschap van vrede en als je dat vertaald in het Arabisch betekent het Islam.

Kuntap betekent ook verborgen klieren in de onderbuik. Deze mantras worden waarschijnlijk zo genoemd omdat de echte waarheid verborgen is en bedoeld is dat het pas in de toekomst duidelijk zal worden. Zijn verborgen betekenis is ook verbonden met de navel oftewel het middelpunt van de Aarde. Mekka wordt ook wel Ummul Qur’a, de moeder van alle steden of de navel van de Aarde genoemd. In vele geopenbaarde boeken was dit het eerste huis van Goddelijke aanbidding waar God spiritueel onderhoud gaf aan de wereld. De Koran zegt in Soera Al-Imraan hoofdstuk 3 vers 96:

3:96    <Voorzeker, het eerste huis dat voor de mensheid bestemd werd, is dat te Bekka (Mekka) vol van zegeningen en als richtsnoer voor alle werelden>

Vele mensen hebben deze Kuntap Suktas vertaald zoals hierboven vermeld, waaronder M. Bloomfield, Prof. Ralph Griffith, Pandit Rajaram, Pandit Khem Karan enz.

De belangrijkste verzen van de Kuntap Suktas zijn te vinden in de AtharvaVeda boek 20 Hymn 127 verzen 1 t/m 13:

a.       Mantra 1

Hij is Narashansah of de Geprezene (Mohammed), Hij is Kaurama: de prins van vrede of de emigrant, die veilig is, zelfs tegen een tegenstander die 60.090 vijanden telt.

b.      Mantra 2

Hij is een kameel-rijdende Rishi, wiens zegekar tot aan de hemel reikt.

c.       Mantra 3

Hij is Mamah Rishi aan wie 100 gouden munten, 10 kettingen, 300 goede hengsten en 10.000 koeien gegeven is.

d.      Mantra 4

Hij is Vachyesv rebh. ‘Oh! Gij die verheerlijkt.’

I.                    Het Sanskriet woord voor Narashansah betekent ‘de geprezene’, wat de letterlijke betekenis is van het Arabische woord Mohammed (vzmh)

Het Sanskriet woord Kaurama betekent ´hij die vrede verspreid en propageert’. De Profeet was de ‘Prins van de Vrede’ en hij predikte gelijkheid van de mensheid en universele broederschap. Kaurama betekent ook een emigrant. De Profeet migreerde van Mekka naar Medina, dus was hij een emigrant.

II.                 Hij zal beschermd worden tegen 60.090 vijanden, welke destijds de populatie van Mekka betrof. De Profeet reed op een kameel. Dit laat overduidelijk zien dat het niet gaat om een Indiase Rishi, aangezien het verboden is voor een Brahman om een kameel te berijden volgens “The Sacred Books of the East, volume 25, Laws of Manu” pg. 472. Volgens de Manu Smriti hoofdstuk 11 vers 202: “Het is verboden voor een Brahman om een kameel of een ezel te berijden en om naakt te douchen. Hij moet zichzelf reinigen door zijn adem in te houden."

III.               De mantra noemde de Rishi als Mamah. Geen rishi in India of welke andere Profeet dan ook kreeg de benaming Mamah, wat afkomstig is van het woord Mah dat ‘Hoogachting’, ‘vereerd’ en ‘verheven’ betekent. Sommige Sanskriet boeken noemen de Profeet ‘Mohammed’, maar dit kan op een verkeerde manier geïnterpreteerd worden als het in het Sanskriet vervaardigd word. Het is gewoon niet mogelijk om een Arabisch woord in de grammatica van het Sanskriet te vervaardigen.

‘Hij zal 100 gouden munten ontvangen’ welke refereert naar de vroege volgelingen en de metgezellen van de Profeet tijdens zijn rumoerige verblijf in Mekka. Later werden zij door vervolging genoodzaakt te verhuizen van Mekka naar Abysinie. Toen de Profeet later migreerde naar Mekka, kwamen zij allen weer bijeen.

De 10 kettingen verwijzen naar de 10 beste compagnons van de Profeet (vzmh), bekend als de Ashra-Mubbashshira (de 10 aan wie goed nieuws geschonken is). Deze werden voorspeld (volgens een traditie) in deze wereld over hun redding in het hiernamaals m.a.w. Hun werd het goede nieuws verteld door de Profeet zelf dat zij het Paradijs mochten binnentreden. Zij waren Abu Bakr, Umar, Uthman, Ali, Talha, Zubair, Abdur Rahman Ibn Auf, Saad bin Abi Waqqas, Saad bin Zaid en Abu Ubaidah (Moge Allah tevreden zijn met hun allen)

Het Sanskriet woord Go is afkomstig van Gaw, wat ‘ten strijde trekken’ betekent. Een koe wordt ook wel Go genoemd en staat symbool voor oorlog, maar ook voor vrede. De 10.000 koeien refereren naar de 10.000 volgelingen die de Profeet volgden toen hij Mekka binnenging tijdens Fatah (verovering) van Mekka, wat een unieke overwinning was in de historie van de mensheid omdat er geen bloed was vergoten. De 10.000 volgelingen waren vroom en medelevend, net als koeien en waren tegelijkertijd sterk en woest en worden beschreven in de Heilige Koran in Soera Al-Fath:

48:29    <Mohammed is de boodschapper van Allah. En zij, die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander>

IV.              Deze mantra noemt de Profeet as Rebh, wat ‘hij die aanbidt’ betekent. Als je dit woord in het Arabisch zou vertalen, zou je uitkomen op Ahmad, wat ook wel bekend is als een andere naam voor de Profeet (vzmh).

 

2. De strijd tegen de coalitie beschreven in de Veda's

Er wordt beschreven in de AtharvaVeda Boek XX Hymn 21, Vers 6: “Heer van de Waarheid! Deze vrijheidsstrijders drinken de prestatie van dapperheid en de inspirerende liederen verblijden gij in het heetst van de strijd. Wanneer gij zich overgeeft zonder te vechten tegen de 10.000 tegenstanders van de ‘biddende’, de ‘geliefde’.”

I.                    Deze voorspelling uit de Veda’s beschrijft de alom bekende strijd van Azhab (ook wel bekend als de Slag van de Gracht), ook bekend als de strijd tussen de verwanten, tijdens het leven van Profeet Mohammed (vzmh). De Profeet was zegevierend zonder daadwerkelijk strijd te leveren, welke ook is genoemd in de Koran in Soera Ahzab: 33:22

II.                 De Sankriet woord Karo in de mantra betekent ‘de biddende’, welke, als je het zou vertalen in het Arabisch, Ahmad betekent, de andere naam van de Profeet Mohammed (vzmh).

III.               De 10.000 tegenstanders, die werden genoemd in de mantra, waren de vijanden van de Profeet. De moslims waren ‘slechts’ met 3000 man.

IV.              De laatste woorden uit de mantra Aprati ni bashayah betekent ‘het verlies dat werd toegekend aan de vijanden zonder een daadwerkelijk gevecht’.
 

3. Het verlies van de vijanden bij de verovering van Mekka wordt genoemd in de AtharvaVeda boek 20 Hymn 21 vers 9:

O Indra, jij hebt 20 koningen omvergeworpen en 60.090 man die met de ‘geprezene’ of de welbekende (Mohammed)
   wees
.”

I.                    De populatie van Mekka in de tijd van de Profeets komst was ongeveer 60.000.

II.                 Er waren verscheidene clans in Mekka, elke met zijn eigen hoofd. In totaal waren er 20 hoofden die over de gehele populatie van Mekka heersden.

III.               Een Abhandu betekent 'een wees' die welbekend was en ‘geprezene’. Mohammed (vzmh) overwon zijn vijanden met de hulp van God.

 

III.    Mohammed (vzmh) voorspeld in de Rig Veda

Een soortgelijke voorspelling is ook te vinden in de Rig Veda Boek 1, Hymn 53, Vers 9:

De Sanskriet woord Sushrama, die ‘prijzenswaardig’ of ‘wel geprezen’ betekent. Dit woord, vertaalt in het Arabisch, betekent Mohammed (vzmh).

 

IV.    Mohammed (vzmh) is ook voorspeld in de SamVeda

De profeet Mohammed (vzmh) wordt ook voorspeld in de SamVeda Boek 2, Hymn 6, Vers 8:

Ahmed heeft de kennis van eeuwige wet verkregen van zijn Heer. Ik verkreeg licht van hem net zoals van de zon.” De voorspelling bevestigt:

I.                    De andere naam van de Profeet (Ahmad) is een Arabische naam. Vele vertalers begrepen het woord niet en maakte er Ahm at hi en vertaalde de mantra als “Alleen ik heb de echte kennis van mijn Vader gekregen”.

II.                 De Profeet kreeg de “Eeuwige Wet”, die wij beter kennen als de Shariah.

III.               De Rishi was verlicht door de Shariah van de Profeet Mohammed. De Koran zegt in Soera Sabah: 34:28

            <En Wij hebben u slechts gezonden als een brenger van blijde tijdingen en een waarschuwer voor het gehele
mensdom; maar de meeste mensen begrijpen het niet
>

De Profeet Mohammed (vzmh) wordt in meerdere geschriften uit het Hindoeisme voorspeld. Dit hebben al verscheidene geleerden gedaan, maar het lijkt door Hindoes zelf vermeden of weggemoffeld te worden. Graag zou ik aan alle Hindoes willen vragen hun boeken erbij te pakken, gezien die in dit internet-tijdperk overal vandaan te halen zijn, en te lezen wat hun geschriften te zeggen hebben. Het is een gemeengoed dat wij allen het makkelijker vinden om naar een imam of pandit te luisteren dan dat wij er zelf naar op zoek gaan. Maar op deze manier ben ik van mening dat wij nog verder van onze eigen geschriften worden gehouden. Imams en pandits weten ongetwijfeld wel hoe het allemaal in elkaar zit, maar ook zij hebben het uit boeken. Boeken die, zoals ik al eerder aangaf, gewoon vrij toegankelijk zijn. Laten wij dan terug gaan naar het begin, waar het geloof het puurst werd beleden, en laten wij tot een overeenkomst komen.