In naam van Allah, de Barmhartige en de Genadevolle.

 

 

Concept van God in het Hindoeïsme

 

Gemengde huwelijken, oude vetes in naam van geloof en onenigheid tussen beide geloven. Dit zijn vaak voorkomende problemen waar Hindoes en Moslims hedendaags op stuiten. Ook bij de Hindoes onderling heerst er een tweestrijd, zoals de Sanatan Dharm en de Arya Samaadj. Maar waarom eigenlijk? Hebben wij dan niets met elkaar gemeen? Wij zijn 1 volk, maar toch zoveel scheiding tussen ons. Met al deze vragen heb ik lange tijd gezeten op zoek naar het goede antwoord. Na veel gehoord en gelezen te hebben van o.a. Dr. Zakir Naik, Ahmad Deedat en Rashied Soebratie ben ik tot het een en ander gekomen met de intentie ons volk dichter bij elkaar te kunnen brengen en geen verdeeldheid te zaaien! Als allereerste van mijn reeks van artikelen zou ik willen beginnen met het naar mijn mening belangrijkste: De Positie van God in beide religies.


De meest gebruikelijke soort van God in het Hindoeïsme

Het hindoeïsme wordt gebruikelijk gezien als een polytheistische religie, zij het niet dat de meeste hedendaagse Hindoes zeggen dat hun geloof uit meerdere Goden bestaat. Sommige Hindoes geloven in een systeem van 3 Goden terwijl andere Hindoes geloven in 330 miljoen verschillende goden. Toch staan de Hindoes, die hun geschriften goed hebben bestudeerd, er op dat een Hindoe slechts in een God hoort te geloven en te aanbidden. 

Het grootste verschil tussen een Hindoe en een Moslim over de visie van God is dat de gewone Hindoes geloven in de filosofie van het Pantheïsme. In het Pantheïsme is alles en iedereen, of het nou levend of niet-levend is, goddelijk en heilig. Om deze reden zien de Hindoes de bomen, de zon, de maan, de dieren en zelfs ook de mensen als God. Dus met andere woorden, voor de gewone Hindoe is alles God.

De Islam daarentegen spoort de mensen aan om na te denken over zichzelf en zijn omgeving en om het te zien als voorbeelden van goddelijke creatie dan als een goddelijkheid op zich. Moslims geloven daarom dat alles van God is. Met andere woorden, wij geloven dat alles behoort tot het bezit van God. De bomen, de zon, de maan en alles in dit universum behoort dus tot God.  

Hierbij kunnen wij dus aantonen dat een groot verschil tussen het Hindoeïsme en de Islam is dat de Hindoes zeggen dat alles God is en de Moslims zeggen dat alles van God is. 

De Heilige Koran zegt: 

<<3:64>>  Zeg: "O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah." Maar, als zij zich afwenden, zegt dan: "Getuigt, dat wij Moslims zijn."

De eerste overeenkomst is “Dat wij niemand aanbidden dan Allah (swt)”

Laten wij nu eens proberen om gelijkenissen te vinden door zowel de Hindoe als de Moslim geschriften te analyseren. 

 

Bhagwad Geeta 

Het meest bekende onder de geschriften van de Hindoes is de Bhagwad Geeta.
Denkt u eens na over het volgende vers uit de Bhagwad Geeta: 

“Van hen wiens intelligentie is vervaagd door materiele verlangens, zij geven zich over aan halfgoden en zij volgen de precieze regels en wetgevingen van aanbidding volgens hun eigen gewoontes “ 

[Bhagwad Geeta Hfdst. 7 Vers 20 (BG 7:20)] 

De Bhagwad Geeta refereert hier naar mensen die materialistisch zijn en daardoor halfgoden aanbidden in plaats van de Ware God.

 

Upanishads: 

De upanishads worden ook beschouwd als heilige geschriften bij de Hindoes.
Denkt u eens na over het volgende vers uit de Upanishads: 

I.       “Ekam evaditiyam”
“Hij is Een zonder een tweede (van Hem)” 
[Chandogya Upanishad 6:2:1] 

II.       Denkt ook eens na over het volgende vers uit de Upanishads: 

“Na casya kasuj janita na cadhipah.”
“Van hem zijn er geen ouders noch Heer”
[Shvetashvatara Upanishad 6,9] [Deel II pag. 263] 

III.       Denkt u ook eens na over het volgende vers uit de Upanishads: 

“Na tasya pratima asti”
“Er is geen gelijkenis van hem” 
[Shvetashvatara Upanishad Hfdst. 4:19]

 

“Nainam urdhvam na tiryancam na madhye na parijagrabhat na tasy pratime asti yasya nama mahad yasah.” 
“Er is geen gelijkenis van Hem wiens naam grote heerlijkheid bevat” 
[Zie ook: “The Principal Upanishad” door S. Radhakrishnan op pag. 736 & 737] 
en 
[“Sacred Books of the East”, volume 15, the Upanishad part II pag. 253]

 

Vergelijk nu de bovenstaand verzen met die van de Heilige Koran

<<112:4>>  En niemand is Hem in enig opzicht gelijk”.

<<42:11>>  Hij is de Schepper der hemelen en der aarde. Hij heeft u tot paren gemaakt, evenals het vee, te uwen behoeve. Daardoor vermenigvuldigt Hij u. Er is niets aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende”.

 

VI.     De volgende verzen uit de Upanishads geven de onkunde aan van de mens om zich God voor te stellen een bepaalde vorm: 

“Na samdrse tisthati rupam asya, na caksusa pasyati kas canaiam. Hrda hrdistham manasa ya enam, evam vidur amrtas te bhavanti.
“Zijn vorm is niet zichtbaar; niemand kan hem met het oog bewonderen. Zij die Hem door en door kennen als blijvend in hart zullen onsterfelijk worden.”

[Shvetashvatara Upanishad 4:20]

 

De Heilige Koran behandelt dit punt als volgt in het volgende vers: 

<<6:103>>  “Ogen kunnen Hem niet bereiken; maar Hij bereikt de ogen. Want Hij is de Ontastbare, de Alwetende”. 

 

De Veda’s

De veda’s worden geacht de meest heilige van alle Hindoe geschriften te zijn
De veda’s zijn opgedeeld in 4 delen:

-         Yajur ved

-         Atharva ved

-         Rig ved

-         Sam ved

 

1. Yajur Ved

 

I.         Laten we eens het volgende vers uit de Yajurved nader bekijken:
“Na tasya pratima asti.”
“Er is geen afbeelding van hem” 

[Yajurved 32:2]

 

Daar staat verder ook in: “omdat Hij ongeboren is, verdient hij onze aanbidding.” 

“Er is geen afbeelding van Hem wiens glorie voorzeker groot is. Hij behoudt in Hem alle lichtgevende objecten als de zon enz. Moge Hij mij geen pijn doen, dit is mijn gebed. En omdat Hij ongeboren is, verdient hij onze aanbidding.” 

[“The Yajurved” geschreven door Devi Chand M.A. pag. 377]

 

II.      “Hij is lichaamsloos en puur, staat vermeld in de Yajurved 40:8: 

Hij heeft het Heldere, Lichaamloze, Wondloze en Zenuwloze puurheid verworven welke het kwaad niet kan doorboren. Ver-ziend, wijs, medeleven tonend, Hij, de zelf-ontstane heeft doelen voorgeschreven, als eisen voor fatsoen, tot de Oneindigheid der Jaren.” 

[Yajurved 40:8] 

[“Yajurveda samhitageschreven door Ralph I.H. Griffith pag. 538]

 

III.      Het staat ook vermeld in de Yajurved:

Andhatama pravishanti ye asambhuti mupaste”. 

“Zij gaan het duister in, zij die natuurlijke dingen aanbieden”, bijvoorbeeld lucht, water, vuur enz. “Zij zullen steeds dieper vallen in duisternis, zij die sambhuti aanbidden. Sambhuti betekent gemaakte dingen, net zoals een tafel, een stoel, een idool, een gemaakt beeld enz.” 

[Yajurved 40:9]

 

IV.      Het vermeld ook een gebed waarin wordt gezegd:

“Leidt ons op het goede pad en verwijder onze zonden dat ons laat dwalen.” 

[Yajurved 40:16]

 

2. Atharva Ved

 

Denkt u eens na over de volgende verzen uit de Atharva Ved: 

I.       “Dev maha osi”
“God is waarlijk groot” 

[Atharvaved 20 58:3]

“Voorwaar, Surya, gij zijt groot; Voorzeker, Aditya, gij zijt groot. Net als gij groot zijt voorzeker Uwe grootheid is bewonderenswaardig; Ja, waarlijk, groot zijt gij, O God.” 
[“Atharvaved Samhiti” vol. 2 door William Dmight Whitney pag. 910]
 

Een soortgelijke boodschap is ook meegegeven in de Koran in Soera Rad: 

<<13:9>> Hij is de Kenner van het onzienlijke en het zienlijke, de Grote, de Verhevene”.

 

 3. Rig Ved

 

I.       De oudste van alle veda’s is de Rig ved. Het wordt ook gezien als de meest heilige geschrift van de Hindoes. The Rig Ved vermeld dat “Wijzen (geleerde priesters) één God bij vele namen noemen.”

[Rigveda 1:164:46]

    II.      De Rigved geeft niet minder dan 33 verschillende benamingen aan de Almachtige God, waarvan
             velen van deze worden vermeld in de Rigveda boek 2 Hymn 1

Tussen al de verschillende benamingen die gegeven zijn in de Rigved wordt een van de mooiste genoemd in de Rigved Subh II vers 3, waar de Almachtige God word genoemd als ‘Brahma’. ‘Brahma’ betekent ‘De Schepper’. Vertaald in het Arabisch betekent dit woord ‘Khaliq’. Moslims kunnen hierop geen tegenspraak bieden als de Almachtige God word benoemd als ‘Khaliq’, ‘de Schepper’ of ‘Brahma’. Alhoewel schrijven de Moslims niet voor dat ‘Brahma’ de Almachtige God is die 4 hoofden heeft (nauzubillah), integendeel zij keuren dit algeheel af!

De Almachtige God beschrijven in een antropomorfische term gaat ook tegen de regels in de volgende vers van de Yajurved:

“Na taysa Pratima asti”
“Er is geen afbeelding van hem” 

[Yajurved 32:3] 

Een andere mooie benaming die genoemd wordt in de Rigved boek II hymn 1 vers 3 (RV 2:1:3) is Vishnu. Vishnu betekent de ‘de Volhouder’. Vertaald in het Arabisch betekent het “Rabb”. Ook hier kunnen moslims geen tegenspraak in bieden als de Almachtige God wordt genoemd als ‘Rabb’, ‘Volhouder’ of ‘Vishnu’. Maar het bekende beeld bij de Hindoes van Vishu is dat van een god die 4 armen heeft, waarvan Hij in één van de rechterhanden de ‘Chakra’ vasthoud (Chakra = een discus) en in één van de linkerhanden een “schelp”, rijdend op een vogel of rustend in een stoel van slangen. Moslims kunnen nooit een afbeelding van God toelaten. Want eerder vermeld gaat dit ook tegen de Yajurved hfdst. 40 vers 19.

 

III.       Kijkt u eens naar de volgende verzen uit de Rigved:

“Ma chidanyadvi shansata”
“O vrienden, richt uw aanbidding tot niemand anders dan Hem, de Goddelijke” 

[Rigved 8:1:1] 

[‘Rigveda Samhiti’ vol IX, pag. 1 & 2, geschreven door Swami Satyaprakash Sarasvati en satyakam Vidhya Lankar]

 

IV.     “De wijze yogi’s concentreren hun gedachtes; en richten hun gedachtes zowel in de Algehele Realiteit, welke omnipresent (overal aanwezig), Groot en omniscient (Alwetend) is. Hij alleen, die hun functies kent, geeft opdracht aan de zintuigelijke organen om hun respectievelijke taken uit te voeren. Voorwaar, groot is de heerlijkheid van de Goddelijke Schepper.” 

[Rigveda 5:81] 

[‘Rigveda Samhiti’ vol. 6 pag. 1802 en 1803, geschreven door Swami Satyaprakash Saraswati en Satyakam Vidhya Lankar] 

 

Brahma Sutra van de Hindoe Vedanta.

De Brahma Sutra van de Hindoe Vedanta is: 

“Ekam Brahm, dvitiya naste neh na naste kinchan”
“Er is alleen maar één God, niet een tweede, helemaal niet, helemaal niet, zelfs niet in de kleinste soort”

 

En nu het concept van God in de Islam volgens Koran (Soera Al-Ikhlaas) 112: 1-4:

In de naam van Allah de Barmhartige, de Genadevolle
1. Zeg: "Allah is de enige".
2. Allah, de Eeuwige.
3. Niet heeft Hij verwekt, noch is Hij verwekt.
4. En niet is één aan Hem gelijkwaardig.

[Bron: De Koran, vertaald door Prof. Dr. J.H. Kramers]

Hierbij komen wij dus achter dat alleen een degelijke studie in de geschriften van de Hindoes iemand kan helpen om het concept van God in het Hindoeïsme te begrijpen. Door beide bronnen (Islam en Hindoeïsme) aan te halen, hoop ik hiermee tot een vergelijking te zijn gekomen, zodat (naar mijn hoop) een ieder hierover kan nadenken.

Al met al heb ik hierbij getracht te laten zien hoeveel, of liever gezegd hoe weinig, Hindoes en Moslims van elkaar verschillen en dat slechts over het concept van God. Ik zal Insha-Allah mij nu proberen te storten op vele andere vragen en vergelijkingen tussen de Islam en het Hindoeisme.

Ik vraag hierbij aan Allah, de Verhevene, om aan een ieder wijsheid te schenken. 
Tenslotte zegt de Koran 16:125, het volgende tegen Moslims om anderen uit te nodigen tot de Islam: 
“Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en goede raad en redetwist met hen op een gepaste wijze.”