Door Rashied Soebratie

In naam van Allah, de Barmhartige en de Genadevolle.

Tien onbetrouwbare Ahadiths.

Een compilatie van gefabriceerde Ahadeeth met verklaringen van hun zwakte en bewijsvoeringen hoe sommigen werden misleid door deze Ahadeeth te volgen.

 Hadeeth 1 – ‘…Ik was een verborgen schat…’

 De boodschapper van Allah (SAW) heeft het volgende gezegd: ”Allah zegt: Ik was een verborgen schat en Ik wenst gekend te worden, zo ik creëerde (mensheid), toen maakte ik mezelf bekend aan hen en ze herkenden Mij”.

 As-Sakhaawee (gestorven 902, de student van Ibn Hajr al-Asqalani) zei: “ibn Taymiyyah zei: ‘dit is niet de woorden van de profeet (SAW) en er geen bekende isnaad daarvoor om het sahih of da ‘if te verklaren’.  Az-Zarkashee en onze sheikh (ibn Hajr) volgde hem (in zijn oordeel)”. [‘al-Maqaasid al-Hasanah” van as-Sakhaawee (no. 838)]

 As-Suyutee (gest. 911) zei: “dit heeft geen basis (la asla lahu)” [Durul Muntathira van as-Suyutee (no.330)]

al-Ijloonee (gest. 1162) zei: “ deze uitspraak komt vaak voor in de woorden van de sufi’s, ze vinden ondersteuning hieraan en bouwden hun principe hierop” [Kashf al-Khafaa van al-Iljoonee (no.2016)]

 Al-Albaanee zegt: “deze hadeeth heeft geen basis” [Silsilah ad-Daeefah (1/166)]

 Hadeeth 2 – ‘…Was het niet voor jou, dan zou Ik het universum niet creëren…’

 Allah zegt: “Was het niet voor jou (O Mohammed),  dan zou Ik het universum niet creëren”.

 As-Saghaanee (gest.650) zei: “maudu (gefabriceerd) [al-ahadeeth al-Mawdooaat van as-Saghaanee (pag. 7)] net als  al-Albaanee [Silsilah ad-Daeefah (1/450 no.282)]; ash-shaykh Mulla Alee Qaree (gest. 1014) zei: “Maudu, maar de betekenis is correct”. [al-Asraar al-Marfoo’ah van Alee al-Qaaree (pag.67-68)] en citeert de twee volgende overleveringen om dit te bewijzen:

Overgeleverd door ibn Asaakir: “Was het niet voor jou, dan zou Ik het universum niet creëren”.

Ibn al-jawzee heeft dit op zijn beurt overgeleverd en zei: “maudu (gefabriceerd)” [al-Mawdooaat van ibn al-Jawzee (1/288)] net als as-Suyutee [al-Laaee van as-Suyutee (1/272)].

Overgeleverd door ad-Dailamee: “O Mohammed! Was het niet voor jou, de Tuinen zou Ik dan niet creëren en was het niet voor jou, zou het hellevuur niet gecreëerd worden”.

Al-Albaanee zei: “het is niet correct om de betekenis te certificeren zonder dat de authenticiteit van de overlevering van ad-Dailamee te bevestigen. Deze heb ik niet gevonden bij enig leraar die erover heeft gesproken. Het is genoeg om te weten dat ad-Dailamee de enige is in het overleveren van deze hadeeth, daardoor ben ik nu zeker van mijn zaak dat het zwak is, dan dat ik het overgeleverde tegenkom in zijn Musnad (1/41/2)”. [Silsilah ad-Daeefah (1/451 no.282)]

Hadeeth 3 – ‘…Ik was een profeet toen er nog geen Adam en geen klei waren…’

 Het is overgeleverd dat de boodschapper (SAW) zei: “Ik was een profeet terwijl Adam tussen klei en water bevond

 En

 Ik was een profeet toen er nog geen Adam en klei waren”.

 Ibn Taymiyyah zei: “Dit heeft geen basis. Nog vanuit gezichtspunt van overleveringsketen nog uit intellect, geen enkel leraar van hadeeth noemde het en zijn betekenis is niet geldig.

Adam was nooit in een staat waarin hij zich bevond tussen klei en water, omdat klei, water en modder bevat. Daarom was hij in een staat tussen geest en lichaam. Deze misleidde mensen denken dat de profeet (SAW) was fysiek aanwezig in die tijd en dat zijn persoon was gecreerd voor alle personen. Daarom ondersteunen ze deze ahadeeth dat een leugen is (tegen de profeet), als voorbeeld is de hadeeth dat hij gebruikt en vergelijkt om aan te tonen, is het Licht dat rondom de Troon bevindt”. [Radd alaa al-Bakree van ibn Taymiyyah (pag.9)]

 As-Suyutee zei: “maudu” en bevestigde de bovengenoemde woorden van ibn  Taymiyyah. [Dahil al-Mawdooaat van as-Suyutee (pag.203)] Hij zegt ook over de tweede aangehaalde hadeeth, “dit is iets dat toegevoegd is door de algemene massa”. [ad-Durual Muntathiraa (pag.155 no.331)]

az-Zarkashee (gest. 794) zei: “as-Suyutee heeft het duidelijk gemaakt dat deze twee ahadeeth geen enkel basis hebben en dat de tweede een toevoeging was door de algemene massa. Hierin was ibn Taymiyyah hem voor en uitgesproken dat het leugen waren en daarom dus verworpen. As-Sakhaawee heeft hierover een Fatwa uitgesproken in ‘Sharh al Muwaahib van az-Zarkaanee (1/33)”.

As-Sakhaawee zei: “wat betreft de gewoonte op de tongen, ‘Ik was een profeet terwijl Adam tussen klei en water was’, hebben wij niet gevonden met deze bewoordingen en niet te vergeten de toevoeging, ‘Ik was een profeet toen er nog geen Adam en klei waren’”. [al-Maqaasid al –Hasanah (pag. 386 no.837)]

In de bovenstaande woorden van ibn Taymiyyah refereert hij aan de volgende authentiek hadeeth, “Ik was een profeet, terwijl Adam nog tussen Geest en lichaam bevond”, overgeleverd door l-Haakim en overigen. [zie: Silsilah as-Saheehah van al-Albaanee (no.1756) voor uitgebreide documentatie]

Deze hadeeth werd uitgelegd door at-Tirmidhee, waarin aan de profeet (SAW) werd gevraagd: “wanneer werd de profeetschap op jou verplicht?”, en hij antwoordde: “toen Adam nog tussen geest en lichaam bevond”. [at-Tirmidhee, hoofdstuk ‘De goede eigenschappen van de profeet (SAW)’ vol. 10 van de commentaren van al-Mubaarakfooree] De betekenis hiervan is dat de geest op het punt stond om het lichaam binnen te treden. [Tuhfatul Ahwadhee bi Sharh Jaami at-Tirmidhee (vol.10, hfst ‘de goede eigenschappen van de profeet (SAW) vab al Mubaarakfooree (gest.1311)] En door de hadeeth dat overgeleverd staan in de Saheehs van al-Haakim en ibn Hibbaan, “ik werd geschreven als een profeet in aanwezigheid van Allah, terwijl aan Adam nog vorm werd gegeven met zijn klei”.

Wat betreft de hadeeth, “Ik was de eerste profeet die werd gecreëerd en de laatste die gezonden moest worden”, overgeleverd door Abu Nuaym in ad-Dalaail (pag.6) en door overigen, is zwak (da’eef) die uitgesproken is door al-Munaawee en adh-Dhahabee (gest.748) en al-Albaanee. [Silsilah ad-Daeefah (2/115 no.661) voor uitgebreide documentatie]

Hadeeth 4 – ‘…De ene die zichzelf kent, kent zijn Heer…’

 De hadeeth, “ de ene die zichzelf kent, kent zijn Heer”.

As-Sakhaawee zei: “Abu al-Mudhaffar as-Samaaanee zei, ‘dit is niet bekend als een hadeeth van de boodschapper (SAW), het staat bekend als een gezegde van Yahya bin Muaadh ar-Raazee’. Hetzelfde zegt an-Nawawee, ‘het is niet bevestigd” [al-Maqaasid al-Hasanah (pag.491 no.1149)]

As-Suyutee zei: “deze hadith is niet authentiek. [Haawee lil Fataawee (2/351)]

Alee al-Qaaree citeerde uit de uitspraak van ibn Taymiyyah: “gefabriceerd”. [al-Asraar al-Marfoo’ah (pag.83)]

Al-Allaamaa Fairozabaadee zei: “dit is niet uit de profetische ahadeeth, ondanks het feit dat de meerderheid van de mensen het zo maken en het is helemaal niet authentiek. Het is overgeleverd uit de Joodse overleveringen zoals: “ O mensheid! Ken jezelf en je zal de Heer kennen”’ [ar-Radd alaa al-Mutarideen (2/37)]

Al-Albaanee zei: “het heeft geen basis”. [Silsilah ad-Daeefah (1/165 no.66)]

 Hadeeth 5 – ‘…Het hart van Mijn gelovige dienaar kan Mij bevatten…’

De hadeeth, “Allah zegt: nog Mijn hemelen of Mijn aarde kunnen Mij bevatten, maar het hart van Mijn gelovige dienaar kan Mij bevatten”.

Al-Ghazaalee noemde deze in zijn ‘Ihyaa Ulum-ud –Deen’ met de woorden: “Nog Mijn hemelen of Mijn aarde kunnen Mij bevatten, maar het zachte nederige hart van Mijn gelovige dienaar kan Mij bevatten”.

Al-Haafidh al-Iraaqee (de Sheikh van ibn Hajr) zei in zijn notities over “al-Ihyaa”, “Ik kan geen enkele basis hiervoor vinden”. En as-Suyutee ging met hem hiermee akkoord, hierna volgde az-Zarkashee.

 Al-Iraaqee zei hierop: “in de hadeeth van Abu Utbah in at-Tabaraanee bevatten de volgende woorden: ‘De vaten van jullie Heer zijn de harten van rechtgeaarde dienaren en het meest geliefd bij hem zijn degenen die zachtaardig zijn’”.

 Ibn Taymiyyah zei: “het (originele hadeeth) is genoemd in de Israëlische tradities, maar er zijn geen bekende overleveringsketen herleiden naar de profeet (SAW)”.

As-Sakhaawee zei die het eens is met as-Suyutee, “er is geen bekende overleveringsketen bekend dat naar de profeet (SAW) leidt, en de betekenis is dat: zijn hart geloof bevat in Mij, liefde voor Mij en goddelijke kennis voor Mij bevat. Maar voor degene die zegt dat Allah incarneert in de harten van de mensen, dan is hij een ongelovige meer dan de Christenen die dat alleen hebben gespecificeerd aan Christus”.

Az-Zarkashee zei dat een van de leraren heeft gezegd dat het een valse hadeeth is, gefabriceerd door een afvallige. Hij zei ook dat at-Tabaraanee het heeft overgeleverd van Abu Utbah al-Khawlaanee van de profeet (SAW) dat: “Voorwaar, Allah heeft vaten uit de mensen van de aarde en de vaten van jullie Heer zijn de harten van Zijn rechtgeaarde dienaren en de meest geliefd bij Hem zijn de zachtmoedigen”. [ Kash al-Khafaa (no.2256)]

al-Albaanee verklaarde dat de laatst genoemde hadeeth is hasan (goed). [Silsilah as-Saheehah (no.1691)]

Hadeeth 6 – ‘…Liefde hebben voor je vaderland is een gedeelte van het geloof…’

De hadeeth: “Liefde hebben voor je vaderland is een gedeelte van het geloof”.

 As-Saghaanee verklaarde het als maudu (gefabriceerd). [al-Mawdooaat (pag.7)]

 As-Sakhaawee zei: “Ik heb het niet gevonden”. [Maqaasid al-Hasanah (pag.218 no.386)]

al-Albaanee verklaarde het als gefabriceerd. [Silsilah ad-Daeefah (1/110 no.36)]

De leraren hebben gediscussieerd over de betekenis zonder resultaat, zie de drie bovenstaande referenties.


Hadeeth 7 – ‘…Vergaar kennis, al is het in China…’

 De hadeeth: “Vergaar kennis, al is het in China”.

 Het is overgeleverd door Adee (2/270) via Abu Nu’aym in Akhbaar Asbahaan en overige via vele routes van overleveraars en allen voegen de volgende woorden toe met: Voorwaar, het zoeken naar kennis is een plicht voor alle moslims”.

 Ibn al-Jawzee noemde deze en citeerde ibn Hibbaan met de volgende woorden: “niet geldig / verworpen, het heeft geen basis”. [al-Mawdooaat (1/215)]

Adh-Dhahabee heeft net als ibn Hibbaan dezelfde woorden gebruikt. [Tarteeb al-Mawdooaat van adh-Dhahabee (pag.52 no. 111] en het zelfde als as-Sakhaawee [Maqaasid al Hasanah (pag. 86 no. 125)]

al- Albaanee verklaarde deze hadeeth als maudu (gefabriceerd) [Da’eef al Jaami as-Sagheer (no. 1005-1006)]

In het kort, de bovenstaande hadeeth is gerelateerd aan een groep betrouwbare overleveraars zonder de woorden “al is het in China” en een paar overleveraars zijn bestempeld als zwak / leugenaars / uitgesloten door de geleerden die de toegevoegde woorden hebben overgeleverd. Dus de hadeeth met de toegevoegde woorden zijn gefabriceerd, maar zonder dat is het hasan (goed). [Zie: Silsilah ad-Daeefah (1/600 no. 416) voor details.]

Hadeeth 8 – ‘…Terugkerende van de kleine Jihaad naar de grote Jihaad…’

 De hadeeth “ we zijn teruggekeerd van de kleine Jihaad naar de grote Jihaad (i.e. de Jihaad tegen jezelf)”.

 Overgeleverd door al-Bayhaqi met een da’eef isnaad (zwakke overleveringsketen) aan al-Iraaqee. Ibn Hajr zei dat deze was een uitspraak van Ibraaheem bin Abee Ablah, een Taabiee en niet een hadeeth van de Boodschapper van Allah (SAW). [Kashf al-Khafaa (no.1362)]

Hadeeth 9 – ‘…Abdaal (vervangen / in de plaats stellen)…’

 De hadeeth over Abdaal (vervangen).

As- Sakhaawee zei:”Het heeft verschillende routes via Anas (RA) van de Profeet (SAW), met tegenstrijdige woorden, allen zijn da’eef (zwak).

 a.     De hadeeth overgeleverd door al-Khalaal in Karaamaat al-Awliyaa’: De Abdaal zijn veertig mannen en veertig vrouwen, telkens als een man dood gaat, Allah vervangt de enen door een ander en telkens als een vrouw dood gaat, Allah vervangt de ene door een ander”.

 b.    De hadeeth overgeleverd door at-Tabaraanee: “Er zal altijd veertig mensen als al-Khaleel (Ibraheem) alayhis salaam op de aarde zijn en door hun zullen de mensen hun dorst lessen en door hun zullen de mensen hulp krijgen. Niet een van hun zal dood gaan, behalve dat Allah de ene vervangt door een ander op zijn plaats”.

c.     De hadeeth overgeleverd door ibn Adee in Kaamil: “De Abdaal zijn in totaal veertig, tweentwintig uit Shaam en achttien uit Iraq, elke keer als een dood gaat, wordt door Allah vervangen op zijn plaats. Zodra het bevel is gekomen, zullen allen weggenomen worden en op dat moment zal het Laatste Uur plaats vinden”.

d.    De hadeeth overgeleverd door Ahmad, al-Khallaal en overigen van Ubaadah bin Saamit (RA) van de Boodschapper van Allah (SAW): “ Er zullen altijd dertig mensen zijn in deze Ummah zoals Ibraheem, elke keer dat een dood gaat, Allah stelt een ander in de plaats van hem”.

e.    at-Tabaraanee heeft de volgende woorden : “door hun zal de aarde zich vestigen en door hun zal het regenen en door hun zal er hulp komen”.

 f.      De hadeeth van Abu Nu’aym in ‘al-Hilya’ van ibn Umar van de Boodschapper van Allah (SAW): “ Degenen die gekozen zijn uit deze natie zijn vijfhonderd en de Abdaal zijn in totaal veertig in elke generatie. Noch de vijfhonderd en noch de veertig zullen toenemen, elk keer als er een dood gaat, Allah stelt een ander in de plaats van hem”.  De metgezellen vroegen: “vertel ons over hun acties”. Hij zei: “Zij zullen hun vergeven die dhulm (onrecht) doen aan hun (Abdaal) en zullen zich goed gedragen tegenover degenen die slecht gedragen tegenover hun (Abdaal)”.

g.     Al-Khallaal heeft de woorden: “Er zullen altijd veertig mensen zijn waardoor de aarde wordt behoed, elke keer dat een van hen dood gaat, stelt Allah een ander in de plaats van hem”.

  h.     De hadeeth in al-hilya van ibn Masud (RA): “ Er zal altijd veertig mensen in mijn Ummah bevinden en hun harten zal als de hart van Ibraheem zijn, via hun zal Allah het kwaad uit het hart van de mensen laten verdwijnen, zij zullen abdaal worden genoemd. Inderdaad, zij zullen het niet verwerven (de positie van een Abdaal) door (grote hoeveelheid van) gebeden of vasten of door het geven van aalmoezen”. Ze vroegen: “Hoe zullen zij het dan verwerven, O Boodschapper van Allah?”  Hij zei: “Door vrijgevigheid en door de moslims te adviseren”.

 i.       De hadeeth overgeleverd door at-Tabaraanee in al-Ajwaad van Anas (RA) van de Boodschapper van Allah (SAW): “Inderdaad de Abdaal van deze Ummah zal het paradijs niet betreden door (een groot hoeveelheid van) gebeden of vasten, maar zij zullen het betreden door vrijgevigheid en de harten veilig stellen en moslims adviseren”.

 j.       En soortgelijk hadeeth van al-Kharaaitee in al-Makaarim is overgeleverd door Abu Sa’eed. 

Na deze allen te hebben opgenoemd vervolgt as-Sakhaawee verder met: “En sommige van hun zijn meer zwakker dan anderen”. [Maqaasid al-Hasanah (pag.26-28 no.8)]

 Er zijn ook andere hadeeth die as-Sakhaawee opnoemt maar faalt om duidelijke oordeel hierover te vellen, sommige zullen wij hieronder uiteen zetten.

Al-Albaanee zegt het volgende over hadeeth f): Maudu (gefabriceerd) die overgeleverd is door Abu Nu’aym in Al-Hilya’ (1:8) met dezelfde route van At-Tabaranee. Hij op zijn beurt van ibn al-Jawzee in ‘al-Mawdooaat’ (3:151 van zijn boek over gefabriceerde hadeeth).

 Adh-Dhahabee zei in ‘al-Meezaan’, het is niet bekend en het verhaal over de manieren van de Abdaal is een leugen in deze hadeeth. Ibn Hajar al-Asqalani bevestigd dit in zijn ‘al-Lisaan’. [Silsilah ad-Daeefah (2:339 en 935)]

 As-Suyuti heeft dit meegenomen in zijn ‘Jaami as-Sagheer’ en noemde het hasan. Maar al-Munaawee nam dit over en wees op de zwakke punten van deze hadeeth en nadat hij de bevestiging van ad-Dhahabee citeerde zei hij: “en ibn al-Jawzee zei dat het gefabriceerd is en de auteur as-Suyutee was het met hem eens in ‘Mukhtasar al-Mawdooaat’ maar niet opgenomen in zijn werk.

Al-Albaanee  concludeert over de hadeeth door te zeggen: “en weet dat er geen authentieke hadeeth zijn die te maken heeft met de Abdaal, alle zijn zwak en sommige zijn nog zwakker dan de anderen”.  Over hadeeth d) en e) van hierboven verklaart hij als Munkar (verworpen). Voor gedetailleerde informatie zie: Silsilah ad-Daeefah (2:339 en 936).

Al-Haafeedh ibn al-Qayyim verklaart in ‘al-Manaar az-Muneef’: “de ahadeeth betreffende de Abdaal, Aqtaab, Nuqabaa, Agwaath, Najabaa en Awtaad zijn vals (baatil)”.

 Imaam Ahmad zegt over hadeeth d): “het is een Munkar hadeeth”.
 
Voor hetzelfde hadeeth zegt al-haythamee: “overgeleverd door Ahmad en zijn keten van overleveraars zijn net als of een Sahih, met uitzondering van Waahid bin Qais, die verklaart heeft als Thiqah door al-Ijlee en Abu Zurah, maar deze twee zwakker dan anderen (Mujma 10:62).

Waahid bin Qais heeft verklaard dat het da’eef  is en ook door een groep geleerden, waaronder Ma’een, Abu Haatim en Saalih bin Muhammad al-Baghdaadee. Adh-Dhahabee wijst erop aan dat Waahid bin Qais sommige Taabi’een heeft ontmoet volgens deze isnaad en dat het Munqati is en rapporteert direkt via de metgezel Ubaadah bin Saamit. Toen verklaarde ibn Hajr al-Haythamee dit da’eef in zijn ‘Mujma az-Zawaaid’ (10:63), omdat de isnaad twee onbekende overleveraars bevatten.

Adh-dhahabee citeert hadeeth d) en een die lijkt op e) en concludeert door te zeggen: “bij Allah, er is geen enkel in de Ummah van Muhammad zoals Abu Bakr en de afstand tussen hem en Ibraheem in uitmuntendheid, kan niet gemeten worden. Maar deze is uit gefabriceerde van Abdurrahmaan bin Marzooq at-Taroosee, moge Allah hem geen overwinning schenken”.  Daarna bevestigd hij ibn al-Jawzee’s oordeel op de hadeeth c) dat het gefabriceerd is. [Tarteeb al-Mawdooaat (pag. 272 no. 974-977)]

Hadeeth 10 – ‘…Onenigheid zal plaats vinden tijdens de dood van een Kalief…’

 De hadeeth van Abu Dawood (Engelse vertaling no.4273): Van Umm Salamah, dat de profeet (SAW) zei: “Onenigheid zal plaats vinden tijdens de dood van een Kalief en een man uit de mensen van Madina zal vliegend naar Mekka toekomen. Sommige van de Mekkanen zullen naar hem toekomen en hem tegen zijn wil naar voren brengen en de eed bij hem afleggen tussen de hoek en de maqaam. Een leger zal gestuurd worden tegen hen vanuit Syrië, maar zullen opgeslokt worden door de woestijn tussen Medina en Mekka en wanneer de mensen dat zullen zien, de Abdaal van Syrie en de beste mensen uit Iraq zullen naar hem toekomen en de eed bij hem afleggen, tussen de hoek en de maqaam”.

Al-Albanee zegt in zijn ‘ad-Daeefah’ (no.1965), “Da’eef”. Het is gerapporteerd door Ahmad (6:316). Abu Dawood (4286), via de route van ibn Asaakir (1:280) via de route van Hishaam van Qataadah van Abu Khaleel van een metgezel van hem, van Umm Slamah van de Boodschapper (SAW).

 Verder wordt er gezegd: Zijn overleveraars zijn allemaal Thiqah , behalve de metgezel van Abu Khaleel, want hij wordt niet bij name genoemd en is daarom Majhool.

Dan rapporteren Abu Dawood en at-Tabaraanee in ‘al-Awsat(9613)  het vai de route van Abu al-Awaam van Qataadah van Abu Khaleel van Abdullaah bin al-Haarith van Umm Salamah van de profeet (SAW).

 At- Tabaranee zei: “niemand rapporteert deze hadeeth van Qataadah, behalve Imraan. Maar de Majhool overleveraar wordt hier genoemd als Abdullaah bin haarith, en hij is ibn Nawfal al-Madanee en hij is Thiqah die afhankelijk is van twee Saheeh. Maar in de route naar hem is Abu al-Awaam die Imraan bin Dawood al-Qattaan is en hij heeft enige zwakheden betreffende zijn geheugen.

Al-Bukhaaree zei: “Betrouwbaar maar maakt fouten”.

 Ad-Daaruqutnee zei: “ Hij is vaak tegenstrijdig en maakt fouten”.
 
Al- Haafidh die de uitspraak van Bukhaaree vertrouwd, voegt toe in zijn ‘Taqreeb’, dat zo’n een Thiqah overleveraar (in de isnaad), iets is dat de ziel geen kalmte kan vinden.

Al-haakim rapporteert ook deze hadeeth  via Al-haafidh (4:431) met de woorden: “een man uit mijn volgelingen zal bij hem de eed worden afgelegd door een alliantie tussen de hoek en het station door een aantal mensen netals de mensen uit Badr, dan de beste mensen van Iraq zullen naar hem komen en de Abdaal van Shaam. Dan zal er een expeditie vanuit Shaam ondernomen worden tegen hem…”.

Al Haakim gaf geen oordeel hierover maar adh-Dhahabee zei: “Abu al-Awaam en Imraan verklaarden het daeef meer dan een keer en dat hij (de Majhool) een Khaarijee was”.

Geachte lezer, al de Muhaddeeth hebben aangetoond dat niet alle hadeeth betrouwbaar zijn en wij als leken kunnen niet blindelings en klakkeloos iets overnemen. Wij moeten heel erg oppassen wat wij zeggen en overdragen. Ik hoop hiermee dat een ieder een lering hieruit trekt en zich meer gaan verdiepen in de Koran. De Koran is het woord van Allah, de Verhevene en is een Boek vol met wijsheid. De profeet zei trouwens tijdens zijn afscheidsbedevaart: “ je aan de Koran (Kitab-ul-lah) vast te klampen, kan jou niet doen dwalen”.

Rashied Soebratie, een instrument van Allah de Verhevene.

22 Rabi ‘al-Thani 1426 / 1 juni 2005

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact met mij opnemen. Klik hier

Top


Terug naar Haroen`s Religie pagina