Haroen Soebratie

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.


Zoeken via Index in Hadith`s en Bronnen van de Hadith`s
Malik's Muwatta

1. De tijden van het Gebed Nederlands
2. Zuiverheid Nederlands
3. Het Gebed Nederlands
4. Vergeetachtigheid in Gebed Nederlands
5. Jumu'a Nederlands
6. Het gebed in Ramadan Nederlands
7. Tahajjud Nederlands
8. Het gebed in menigte Nederlands
9. Het verkorten van het Gebed Nederlands
10. De twee 'Ieds Nederlands
11. Het gebed voor vrees Nederlands
12. Het Gebed van de verduistering Nederlands
13. Vragen om regen Nederlands
14. De Qibla Nederlands
15. De Qur'an Nederlands
16. Begravenissen Nederlands
17. Zakat
18. Fasting
19. I'tikaf in Ramadan
20. Hajj
21. Jihad
22. Vows and Oaths
23. Sacrificial Animals
24. Slaughtering Animals
25. Game
26. The 'Aqiqa
27. Fara'id
28. Marriage
29. Divorce
30. Suckling
31. Business Transactions
32. Qirad
33. Sharecropping
34. Renting Land
35. Pre-emption in Property
36. Judgements
37. Wills and Testaments
38. Setting Free and Wala'
39. The Mukatab
40. Hudud
41. The Mudabbar
42. Drinks
43. Blood-Money
44. The Oath of Qasama
45. Madina
46. The Decree
47. Good Character
48. Dress
49. The Description of the Prophet
50. The Evil Eye
51. Hair
52. Visions
53. Greetings
54. General Subjects
55. The Oath of Allegiance
56. Spraak Nederlands
57. Jahannam Nederlands
58. Sadaqa Nederlands
59. Kennis Nederlands
60. Smeekbede van de onheus bejegenden Nederlands
61. De namen van de Profeet Nederlands

De Hadith, de heilige overlevering


Naast het heilige woord van Allah zoals deze aan Mohammed was geopenbaard en in de Koran werd vastgelegd, circuleerden in de eerste eeuwen na de dood van Mohammed nog een grote verzameling van uitspraken en overleveringen die aan Mohammed en zijn meest nabije volgelingen werden toegeschreven. Deze werden door verschillende islamitische schriftgeleerden verzameld in geschriften die bekend staan als de hadith, de overlevering, en deze gelden, na de Koran, als de heilige boeken van de tweede rang.

Aanvankelijk werden deze teksten geordend naar hun herkomst en een dergelijke verzameling, waarin voor iedere overlevering een volledige opsomming van de keten van getuigen (isnad) wordt opgegeven, staat bekend als een musnad. Onder de oudste hadith verzamelingen van deze soort genieten met name de twee volgende een hoog aanzien:

Later werden de overleveringen meer naar onderwerp in hoofdstukken geordend en een dergelijke hadith verzameling staat bekend als een musannaf (geordend). Hiervan worden zes traditioneel als het meest betrouwbaar geacht en deze staan bekend als de al-kutub al-sitta (de zes boeken) of de zes sahihs (de gezonde of betrouwbare boeken). Deze verzamelingen, die allen dateren uit de laatste helft van de negende en het begin van de tiende eeuw van de westerse jaartelling, zijn de volgende:

De eerste twee hiervan, die ook het meeste aanzien genieten, staan bekend als de al-sahihan (de twee sahihs).

Daarnaast wordt ook nog vaak verwezen naar de volgende latere hadith verzamelingen:


Translation of Malik's Muwatta, Book 1: 1.1.1 - 1.8.31

De tijden van het Gebed
Top Index

Section 1.1: De tijden van het Gebed
Section 1.2: De tijd van het Jumua Gebed
Section 1.3: Het inspringen in een Rakat van het Gebed
Section 1.4: Duluk ash-Shams en Ghasaq al-Layl
Section 1.5: De tijden van het Gebed in het algemeen
Section 1.6: Het slapen door het Gebed
Section 1.6: Verbod tegen het doen van het Gebed bij het heetste uur van de dag
Section 1.8: Het verbod tegen het binnengaan van de Moskee ruikend naar knoflook en het verbod tegen het bedekken van de Mond in het Gebed

Section 1.1: De tijden van het Gebed
Book 1, Number 1.1.1:

Hij zei, "Yahya ibn Yahya al-Laythi vertelde aan mij van Malik ibn Anas van Ibn Shihab:

Dat n dag Umar ibn Abdal-Aziz het gebed vertraagde. Urwa ibn az-Zubayr kwam en vertelde hem dat al-Mughira ibn Shuba het gebed n dag had vertraagd terwijl hij in Kufa was en Abu Masud al-Ansari naar hem was gekomen en zei, ' wat is dit, Mughira? Weet u niet dat de Engel Jibril beneden kwam en bad en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad ook.' Dan bad hij opnieuw, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad ook. Dan bad hij opnieuw, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad ook. Dan bad hij opnieuw, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad ook. Dan bad hij opnieuw, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad ook. Dan zei Jibril, 'dit is wat u wordt bevolen om te doen.' Umar ibn Abd al-Aziz zei, weet u zeker wat u vertelt, Urwa! Was het absoluut Jibril die de tijd van het gebed voor de Boodschapper van Allah bevestigde? Urwa zei, "dat is hoe het vertelt werd aan Bashir ibn Abi Masud al-Ansari door zijn vader."


Book 1, Number 1.1.2:

Urwa zei dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft asr gebeden terwijl het zonlicht in haar kamer scheen, alvorens de zon zelf zichtbaar was geworden (d.w.z. omdat het in de hemel nog hoog was).


Book 1, Number 1.1.3:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam dat Ata ibn Yasar zei:

Een man kwam naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en vroeg hem over de tijd van het ochtend gebed. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken beantwoordde hem niet, maar 's ochtends bad hij bij eerste licht. De volgende ochtend bad hij in de ochtend toen het veel lichter was, en zei dan, 'waar is de man die vroeg over de tijd van het gebed?' De man antwoordde: 'hier ben ik, Boodschapper van Allah' Hij zei: 'het is de tijd tussen deze twee.'


Book 1, Number 1.1.4:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Amra bint Abd ar-Rahman dat:

A'isha zei, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken heeft Subh (Fadjr) gebeden en de vrouwen zouden in hun kledingstukken gewikkeld weggaan en zij konden nog niet in de duisternis worden herkend.


Book 1, Number 1.1.5:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibnYasar en van Busr ibn Said en van al-Araj allen van wie het vertelde van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Degene die erin slaagt om een rakat van Subh (Fadjr) te doen alvorens de zon heeft gestegen, heeft Subh (Fadjr) op tijd gedaan en degene die erin slaagt om een rakat van asr te doen alvorens de zon ten onder is gegaan, heeft asr op tijd gedaan."


Book 1, Number 1.1.6:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi van mawla van Abdullah ibn Umar:

Dat Umar ibn al-Khattab aan zijn gouverneurs schreef, dat het belangrijkste van uw zaken naar mijn mening is het gebed zeggen. Degene die het beschermt en zorgvuldig waarneemt beschermt zijn geloof, terwijl degene die daar over onachtzaam is, meer onachtzaam zal zijn over andere dingen. Dan voegde hij toe, bid dhuhr, wanneer er middag schaduw is, de lengte van uw voorarm tot de lengte van uw schaduw uw hoogte aanpast. Bid asr wanneer de zon nog zuiver wit is, zodat een ruiter twee of drie farsakhs vr de zon onder gaat, kan reizen. Bid maghrib wanneer de zon onder is. Bid isha, wanneer de roodheid in de westelijke hemel tot een derde van de nacht is verdwenen, en een persoon die slaap, hij kan geen rust hebben, een persoon die slaap, hij kan geen rust hebben. En bid Subh (Fadjr) wanneer alle sterren zichtbaar zijn als een nevel in de hemel.


Book 1, Number 1.1.7:

Yahya vertelde mij van Malik, van zijn oom Abu Suhayl van zijn vader:

Dat Umar ibn al-Khattab schreef aan Abu Musa zeggend dat hij zou moeten bidden dhuhr wanneer de zon was begonnen te dalen, asr wanneer de zon nog zuiver wit was alvorens enige geelheid had plaatst toegenomen, maghrib wanneer de zon ten onder was, en om isha uit te stellen zolang hij niet sliep, en om Subh (Fadjr) te bidden wanneer alle sterren zichtbaar waren als een nevel in de hemel en om daarin twee lange suras van mufassal te lezen.


Book 1, Number 1.1.8:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat Umar ibn al-khattab aan Abu Musa al-Ashari schreef dat hij asr zou moeten bidden wanneer de zon nog zuiver wit was zodat een man three farsakhs (vr maghrib) kon berijden en dat hij isha tijdens het eerste derde van de nacht zou moeten bidden, of, indien hij hem uitstelde, dan in het midden van de nacht, en hij waarschuwde hem niet vergeetachtig te zijn.


Book 1, Number 1.1.9:

Yahya vertelde mij van Malik van Yazid ibn Ziyad:

Dat Abdullah ibn Rafi, de mawla van Umm Salama, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken vroeg Abu Hurayra over de tijd van het gebed. Abu Hurayra zei, "Laat me u vertellen. Bid dhuhr wanneer de lengte van uw schaduw bij uw hoogte is, asr wanneer uw schaduw tweemaal uw hoogte is, maghrib wanneer de zon ten onder is, isha in het eerste derde van de nacht, en Subh (Fadjr) in het allereerste licht van dageraad, d.w.z. wanneer de dageraad absoluut is gekomen.


Book 1, Number 1.1.10:

Yahya vertelde mij van Malik van Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha dat Anas ibn Malik zei:

Wij zouden asr bidden en een ieder die toen naar Bani Amr ibn Awf ging, zou hen asr biddend aantreffen.


Book 1, Number 1.1.11:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab dat Anas ibn Malik zei:

Wij zouden asr bidden en een ieder die toen naar Quba ging, zou daar aankomen terwijl de zon nog hoog was.


Book 1, Number 1.1.12:

Yahya vertelde mij van Malik van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman dat al Qasim ibn Muhammad zei:

Geen van de metgezellen wie ik ontmoette bad dhuhr tot namiddag, (d.w.z. toen de zon zijn kracht van hitte had verloren).


Section 1.2: De tijd van het Jumua Gebed
Top
Book 1, Number 1.2.13:

Yahya vertelde mij van Malik van zijn oom Abu Suhayl ibn Malik dat zijn vader zei:

Ik heb een tapijt gezien dat behoorde van Aqil ibn Abi Talib die uitgespreid was op de dag van Jumua tot de westenmuur van de moskee. Toen de schaduw van de muur het gehele tapijt bedekte, kwam Umar ibn al-Khattab uit en ging in het Jumua-gebed voor.

Malik, de vader van Abu Suhayl voegde toe, wij zouden dan na het Jumua-gebed terugkeren en onze middagslaap nemen.


Book 1, Number 1.2.14:

Yahya vertelde mij van Malik van Amr ibn Yahya ibn Yahya al-Mazini van Ibn Abi Salit:

Dat Uthman ibn Affan, Jumua in Madina en asr in Malal bad (een plaats zeventien mijlen van Madina verwijderd).

Malik gaf als commentaar: dat was na het bidden van Jumua slechts in de namiddag en dan snel te reizen.


Section 1.3: Het inspringen in een Rakat van het Gebed
Top
Book 1, Number 1.3.15:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Abu Salama ibn Abdar-Rahman van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Degene die in een rakat van het gebed inspringt, heeft het gebed opgevangen."


Book 1, Number 1.3.16:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar ibn al-Khattab heeft gezegd:

"Indien de ruku u langs is gegaan, zo is de sajda ook."


Book 1, Number 1.3.17:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat Abdullah ibn Umar en Zayd ibn Thabit hebben gezegd:

"Degene wie de ruku meemaakt, heeft de sajda opgevangen."


Book 1, Number 1.3.18:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Abu Hurayra gezegd heeft:

"Degene die de ruku mee maakt heeft de sajda opgevangen en degene die de recitatie van de umm Al-Qur'an mist, heeft veel goeds gemist".

[Met umm al-Quran wordt surah al-Fatiha mee bedoeld]


Section 1.4: Duluk ash-Shams en Ghasaq al-Layl
Top
Book 1, Number 1.4.19:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft:

"Duluk as-shams begint wanneer de zon de meridiaan voorbijgaat."


Book 1, Number 1.4.20:

Yahya vertelde mij van Malik dat Da'ud ibn al-Husayn zei dat iemand aan hem verteld had dat Abdullah ibn Abbas gezegd heeft:

"Duluk ash-shams begint wanneer de zon de meridiaan voorbijgaat. Ghasaq al-layl is het verzamelen van de nacht en zijn duisternis."


Section 1.5: De tijden van het Gebed in het algemeen
Top
Book 1, Number 1.5.21:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Als iemand het asr gebed mist dan is het alsof hij een grote ongeluk in zijn familie en rijkdom heeft geleden."


Book 1, Number 1.5.22:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said:

Dat een keer Umar ibn al-Khattab na het verrichten van het asr gebed wegging en een man ontmoette die daar niet geweest was. Umar vroeg aan hem wat hem van het gebed had weerhouden en evenzeer de man een goede reden gaf , zei Umar, "U hebt aan uzelf kort gedaan."

Yahya voegde toe dat Malik becommentarierde, "Het wordt gezegd dat alles een korte en een volledige maatregel heeft."


Book 1, Number 1.5.23:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said heeft gezegd:

"Zelfs wanneer iemand erin slaagt te bidden voor de tijd van het gebed voorbijgegaan is, is de tijd die hem voorbijgegaan is, belangrijker of beter, dan zijn familie en rijkdom."

Yahya zei dat Malik zei, "Als de tijd van het gebed komt en een reiziger stelt een gebed door verwaarlozing of vergeetachtigheid uit tot hij zijn familie bereikt, hij dat gebed geheel zou moeten doen als hij binnen de tijd aankomt. Maar als hij aankomt wanneer de tijdvoorbij is, zou hij het reizende gebed moeten doen. Op die manier betaalt hij slechts dat terug wat hij schuldig is."

Malik zei, "Dit is wat ik heb gevonden dat de mensen en mannen van kennis doen in onze gemeenschap." Malik verklaarde dat shafaq is de roodheid in de hemel nadat de zon onder was, en zei, "Wanneer de roodheid is gegaan dan is het isha gebed gepast en u de tijd van maghrib hebt verlaten."


Book 1, Number 1.5.24:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat n keer Abdullah ibn Umar verzwakte en zijn gevoel verloor en hij maakte het gebed niet af.

Malik becommentarierde, "Wij zijn van mening dat, dat was omdat, en Allah weet het beste, de tijd was voorbijgegaan. Iemand die binnen de tijd terugkomt moet bidden."


Section 1.6: Het slapen door het Gebed
Top
Book 1, Number 1.6.25:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Said ibn al-Musayyab:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken had gereisd door de nacht op de weg terug van Khaybar. Tegen het eind van de nacht stopte hij voor een rust en vertelde Bilal om wakker te blijven om het Subh (Fadjr) gebed in de gaten te houden. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zijn metgezellen sliepen. Bilal bleef op zijn hoede zolang voor hem werd verordend en dan leunde hij tegen zijn berijden kameel onder ogen ziend in de richting van de dageraad en de slaap overwon hem en noch hij noch de Boodschapper van Allah noch enig van de partij ontwaakten tot de stralen van de zon hen hadden geslagen. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken werd gealarmeerd. Bilal verontschuldigde zichzelf, zeggende "Boodschapper van Allah! Het Een die uw zelf overnam, was het Een die mezelf overnam. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken gaf opdracht tot de partij om zich voort te bewegen en namen hun spullen en reden op een korte afstand. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bevool Bilal om iqama te geven en dan leidde hen in het Subh (Fadjr) gebed. Toen hij dat had beindigd zei hij, "Ieder die een gebed vergeet zou het moeten bidden wanneer hij zich herinnert. Allah de Heilige en Verhevene zegt in Zijn boek, 'Vestig het gebed om me te herinneren.'


Book 1, Number 1.6.26:

Yahya vertelde mij van Malik dat Zayd ibn Aslam zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken stopte voor een een nachtrust op de weg naar Makka en stelde Bilal aan om hen voor het gebed te wekken. Bilal sliep en iedereen anders sliep ook en geen van hen ontwaakten tot de zon was opgerezen. Toen zij ontwaakten werden zij allen gealarmeerd. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken gaf opdracht tot hen om uit de vallei te rijden, zeggend dat er shaytan daarin waren. Zo bereden zij uit de vallei en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken gaf opdracht tot hen om af te stijgen en wudu te doen en hij vertelde Bilal of om het gebed te roepen of iqama te geven. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken leidde dan hen in het gebed. Bij het opmerken van hun onbehaaglijkheid, ging hij naar hen en zei, 'O mensen! Allah greep onze geesten (arwah) en als hij dit had gewenst zou hij hen aan ons in een tijd buiten dit teruggegeven hebben. Zo als u door de tijd voor een gebed slaapt of het vergeet en dan bezorgd over bent, bid het alsof u het in zijn tijd bad. 'De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken draaide naar Abu Bakr en zei, 'Shaytan kwam naar Bilal toen hij zich in gebed bevond en liet hem liggen en kalmeerde hem om als een kleine jongen te slapen.' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken riep Bilal en vertelde hem hetzelfde als hij Abu Bakr had verteld. Abu Bakr verklaarde, 'Ik bewijs dat u de Boodschapper van Allah bent.'


Section 1.7: Verbod tegen het doen van het Gebed op het heetste uur van de dag
Top
Book 1, Number 1.7.27:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibnYasar:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Het Schroeiende hitte is een deel van de ontploffing van Jahannam. Zo, wanneer de hitte hevig is, stel het gebed uit tot het koeler wordt."

Hij voegde een verklaring toe, "Het vuur klaagde aan zijn Heer en zei, 'Mijn Heer, een deel van me heeft een ander deel gegeten,' en Hij stond het toe om twee keer te ademen in elk jaar, een adem in de winter en een adem in de zomer."


Book 1, Number 1.7.28:

Malik vertelde aan ons van Abdullah ibn Yazid de mawla van al-Aswad ibn Sufyan, van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman van Muhammad ibn Abd ar-Rahman ibn Thawban van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:"Wanneer de hitte hevig is, stel het gebed uit tot het koeler wordt, het schroeiende hitte is een deel van de ontploffing van Jahannam."

Hij voegde toe, "Het vuur klaagde aan zijn Heer, zodat hij het toestond om twee keer te ademen in elk jaar, een adem in de winter en een adem in de zomer."


Book 1, Number 1.7.29:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wanneer de hitte hevig is, wacht tot het koeler wordt voor u het gebed doet, het schroeiende hitte is de ontploffing van Jahannam."


Section 1.8: Het verbod tegen het binnengaan van de Moskee ruikend naar knoflook en het verbod tegen het bedekken van de mond in het Gebed
Top
Book 1, Number 1.8.30:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Said ibn al-Musayyab:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Iemand wie deze plant eet zou niet moeten komen dichtbij onze moskeen. De geur van het knoflook zal ons beledigen."


Book 1, Number 1.8.31:

Yahya vertelde mij van Malik van Abd ar-Rahman ibn al-Mujabbar:

Dat hij Salim ibn Abdullah heeft gezien het doek hevig wegtrekken van de mond of zag van iemand die zijn mond bedekte tijdens het bidden.


Translation of Malik's Muwatta, Book 2: 2.1.1 - 2.32.117

Zuiverheid
Top Index

Section 2.1:Hoe om Wudu te doen
Section 2.2:De Wudu van een man die in slaap was en wanneer hij opstaat om te bidden
Section 2.3:Wat is zuiver voor Wudu
Section 2.4:Dingen die Wudu niet breken
Section 2.5:Het beindigen van Wudu te doen wegens het eten van gekookte voedsel
Section 2.6:Wudu in het algemeen
Section 2.7:Het afvegen van het Hoofd en de Oren
Section 2.8:Het afvegen over de lederen sokken
Section 2.9:Hoe over de ledersokken af te vegen
Section 2.10:Neusbloeding
Section 2.11:Wat te doen in het geval van een Neusbloeding
Section 2.12:Wat te doen in het geval van bloeden van een wond of neusbloeding
Section 2.13:Wudu wegens sperma
Section 2.14:Bevrediging is niet gebeurd door zaadlozing om wudu te doen
Section 2.15:Wudu wegens het aanraken van de geslachtsdelen
Section 2.16:Wudu wegens een man die zijn vrouw kust
Section 2.17:Hoe te doen om ghusl van grote rituele onzuiverheid
Section 2.18:De verplichting om Ghusl te doen wanneer twee besneden delen ontmoeten (Erectie)
Section 2.19:Wudu van een persoon die in een staat verkeert van grote rituele onzuiverheid (Janaba)
Section 2.20:De herhaling van het gebed door een persoon die in een staat verkeert van grote rituele onzuiverheid, hij doet ghusl, wanneer hij bid zonder het zich te herinneren, en het wassen van zijn kledingstukken
Section 2.21:Ghusl van een vrouw wanneer zij het zelfde ervaart als een man in zijn slaap
Section 2.22:Ghusl voor belangrijke rituele onzuiverheid
Section 2.23:Tayammum
Section 2.24:Hoe doet u Tayammum
Section 2.25:Tayammum van iemand die in een staat van grote rituele onzuiverheid bevindt
Section 2.26:Wat wordt toegelaten van een man wanneer zijn vrouw menstrueerd
Section 2.27:De zuiverheid van een menstruerende vrouw
Section 2.28:Menstruatie in het algemeen
Section 2.29:Bloeden net als menstruatie
Section 2.30:De urine van een jonge zuigeling
Section 2.31:Staande urineren en anders
Section 2.32:De tand-stok (Siwak)

Section 2.1: Hoe om Wudu te doen
Top
Book 2, Number 2.1.1:

Yahya vertelde mij van Malik van Amr ibn Yahya al-Mazini:

Dat zijn vader eens aan Abdullah ibn Zayd ibn Asim vroeg, wie was de grootvader van Amr ibn Yahya al-Mazini en n van de metgezellen van Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken als hij hem kon tonen hoe de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken wudu deed. Abdullah ibn Zayd ibn Asim ging akkoord om zo te doen en vroeg water om wudu te doen. Hij goot wat op zijn hand en waste tweemaal elke hand en toen spoelde hij zijn mond en snoof water in zijn neus en blies het uit drie keer. Dan waste hij zijn gezicht drie keer en allebei zijn armen tot de ellebogen tweemaal. Hij veegde toen zijn hoofd met beide handen af, nam zijn handen van zijn voorhoofd tot aan de nek van zijn hals en bracht hen terug waar hij was begonnen. Dan waste hij zijn voeten.


Book 2, Number 2.1.2:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'z-Zinad van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wanneer u wudu doet, snuif water in uw neus en blaast het uit, en als u stenen gebruikt om uw priv delen schoon te maken, gebruik dan een oneven aantal."


Book 2, Number 2.1.3:

Yahya vertelde aan mij van Ibn Shihab van Abu Idris al-Khawlani van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "De persoon die wudu doet, zou water moeten snuiven in zijn neus en het opnieuw uitblazen."


Book 2, Number 2.1.4:

Yahya zei dat hij hoorde Malik zeggen dat er geen kwaad is in het wassen van de mond en het schoonmaken van de neus met slechts n handvol water.


Book 2, Number 2.1.5:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had:

Dat Abd ar-Rahman ibn Abi Bakr, A'isha bezocht, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken, op de dag dat Sad ibn Abi Waqqas stierf, en hij vroeg wat water om wudu te doen. A'isha zei aan hem, "Abd ar-Rahman! Voer volledig uw wudu uit, want ik hoorde van Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen, 'Ellende aan de hielen in het vuur.'


Book 2, Number 2.1.6:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Muhammad ibn Talha van Uthman ibn Abd ar-Rahman:

Dat zijn vader hem vertelde dat hij gehoord had dat Umar ibn al-Khattab gewassen heeft met water dat onder zijn tailleomslag was.


Book 2, Number 2.1.7:

Yahya zei dat Malik werd gevraagd wat een man zou moeten doen als, wanneer hij wudu deed, hij vergat en waste zijn gezicht alvorens hij zijn mond had gespoeld, of waste zijn voor armen voor hij zijn gezicht had gewassen. Hij zei, "Indien iemand zijn gezicht wast voor het spoelen van zijn mond, zou hij zijn mond moeten spoelen en zijn gezicht niet opnieuw wassen. Als iemand zijn voorarmen vr zijn gezicht wast, echter, zou hij zijn voorarmen opnieuw moeten wassen zodra hij hen na zijn gezicht heeft gewassen. Dit is als hij nog dichtbij de plaats (van wudu) is."


Book 2, Number 2.1.8:

Yahya zei dat Malik werd gevraagd over wat een man zou moeten doen als hij vergeten was zijn mond en neus te spoelen tot hij gebeden had, en hij zei, "Hij moet het gebed niet herhalen, maar zou zijn mond en neus moeten spoelen als hij wenst om meer gebeden na dat geen te doen."


Section 2.2: De Wudu van een man die in slaap was en wanneer hij opstaat om te bidden
Top
Book 2, Number 2.2.9:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'z-Zinad van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wanneer u wakker bent geworden om te bidden, wast uw handen alvorens u hen in het wudu water zet, u weet niet waar uw handen de nacht hebben doorgebracht."


Book 2, Number 2.2.10:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam dat Umar ibn al-Khattab zei:

"Als u in slaap gevallen bent moet wudu doen (voor u bidt)."

"Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam dat de ayat "U die gelooft! Wanneer u opstaat voor gebed was uw gezichten, en uw armen tot de ellebogen, en veegt dan uw hoofden en uw voeten tot de enkels, "Verwijst naar het opstaan uit bed, betekend slaap.

Yahya zei dat Malik zei, "De situatie met ons is dat men geen wudu moet doen voor een neusbloeding, of voor bloed, of voor een puis die van het lichaam uitgeeft. n moet slechts wudu doen voor onzuiverheden die van de geslachtsdelen of anus uitkomen, of voor slaap uitbrengen."

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Ibn Umar heeft zittend geslapen en zou dan zonder het doen van wudu bidden.


Section 2.3: Wat is zuiver voor Wudu
Top
Book 2, Number 2.3.12:

Yahya vertelde mij van Malik van Safwan ibn Sulaym van Said ibn Salama van de Bani Azraq van al-Mughira ibn Abi Burda van de stam van Bani Abd ad-dar:

Dat hij hoorde Abu Hurayra spreken over een man die naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken kwam, en zei, "Boodschapper van Allah! Wij reizen door zee en wij dragen niet zoveel zoetwater met ons en als wij wudu met daarmee doen gaan wij dorstig worden. Kunnen wij wudu doen met zeewater? "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken antwoordde, "Het water is zuiver, en zijn dode schepselen zijn halal."


Book 2, Number 2.3.13:

Yahya vertelde mij van Malik van Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha van Humayda bint Abi Ubayda ibn Farwa:

Dat haar moederlijke tante Kabsha bint Kab ibn Malik, die de vrouw van de zoon van Abu Qatada al-Ansari was, vertelde haar dat een keer Abu Qatada haar bezocht en zij wat water voor hem uitgoot om wudu te doen. Toen ging een kat daarvan drinken, zo tilde hij het kom voorover om het te laten drinken. Kabsha ging verder, "Hij zag me kijken naar hem en zei, 'ben u verrast, dochter van mijn broer?' Ik zei ja. 'Hij antwoordde dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, katten zijn niet onzuiver. Zij vermengen zich met u.'

Yahya zei dat Malik zei, "Er geen kwaad in dat tenzij n onzuiverheden op de mond van de kat ziet.


Book 2, Number 2.3.14:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Ibrahim ibn alHarith at-Taymi van Yahya ibn Abd ar-Rahman ibn Hatib:

Dat Umar ibn al-Khattab bij n gelegenheid met een partij van ruiters uitreed, n van hen was Amr ibn al-As. Zij kwamen naar een waterbron en Amr ibn al-As vroeg de man die het bezat of de wilde dieren van daaruit hadden gedronken. Umar ibn al-Khattab vertelde de eigenaar van de waterbron niet te antwoorden, aangezien de mensen na de wilde dieren dronken en de wilde dieren na hen dronken.


Book 2, Number 2.3.15:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

Dat de mannen en hun vrouwen hebben samen wudu gedaan in de tijd van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken.


Section 2.4: Dingen die Wudu niet breken
Top
Book 2, Number 2.4.16:

Yahya vertelde mij van Malik van Muhammad ibn Umara van Muhammad ibn Ibrahim dat de moeder van de zoon van Ibrahim ibn Abd ar-Rahman ibn Awf vroeg aan Umm Salama, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

"Ik ben een vrouw die draagt lange rok en (soms) loop ik in vuile plaatsen." Umm Salama antwoordde, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Wat volgt (d.w.z. schone plaatsen) zuivert het.'


Book 2, Number 2.4.17:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij Rabia ibn Abd ar-Rahman verscheidene keren zag braken toen hij in de moskee was en hij niet wegging, noch deed hij wudu alvorens hij bad.

Yahya zei dat aan Malik gevraagd werd of een man die voedsel braakte wudu moest doen en hij zei, "Hij hoeft geen wudu te doen, maar hij zou de binnenkant van zijn mond moeten spoelen en zijn mond uitwassen."


Book 2, Number 2.4.18:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar het lichaam van n van Said ibn Zayd de zonen voor een begrafenis voorbereidde en droeg hem en ging dan de moskee binnen en bad zonder wudu te doen.

Yahya zei dat Malik werd gevraagd of het noodzakelijk was om wudu te doen wegens uitbrakend onverteerd voedsel en hij zei, "Nee, wudu is niet noodzakelijk, maar de mond zou moeten worden gespoeld."


Section 2.5: Het beindigen van Wudu te doen wegens het eten van gekookte voedsel
Top
Book 2, Number 2.5.19:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd Aslam van Ata ibn Yasar van Abdullah Abbas:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken at een schouder van een lam en bad toen zonder wudu te doen.


Book 2, Number 2.5.20:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Bushayr ibn Yasar, mawla van Bani Haritha, dat Suwayd ibn anNuman hem vertelde:

Dat hij met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken ging op de expeditie naar Khaybar. Toen zij Suhba bereikten, die dichtbij Khaybar was, de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken stopte en bad asr. Hij vroeg om voedsel maar werd slechts de uitgedroogde gerst gebracht, zo vroeg hij om het te worden bevochtigd. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken at en de mensen aten samen met hem. Toen stond hij op maghrib te doen en spoelde zijn mond uit en zij spoelden hun eigen uit. Dan bad hij zonder wudu te doen.


Book 2, Number 2.5.21:

Yahya vertelde mij van Malik dat zowel Muhammad ibn al-Munkadir als Safwan ibn Sulaym naar hem van Muhammad ibn Ibrahim ibn al-Harith at-Taymi van Rabia ibn Abdullah ibn al-Hudayr:

Dat hij een avondmaaltijd met Umar ibn al-Khattab had gegeten die toen zonder wudu te doen bad.


Book 2, Number 2.5.22:

Yahya vertelde mij van Malik van Damra ibn Said al-Mazini van Aban ibn Uthman:

Dat Uthman ibn Affan brood en vlees at, spoelde zijn mond uit, waste zijn handen en zijn gezicht samen met hen afveegde, en bad toen zonder wudu te doen.


Book 2, Number 2.5.23:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Ali ibn Abi Talib en Abdullah ibn Abbas geen wudu deed na het eten van gekookte voedsel.


Book 2, Number 2.5.24:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said:

Dat hij Abdullah ibn Amir ibn Rabia vroeg of een man die wudu voor het gebed deed en toen gekookt voedsel at wudu opnieuw moest doen. Hij zei, "Ik zag mijn vader dat doen zonder wudu te doen."


Book 2, Number 2.5.25:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu Nuaym Wahb ibn Kaysan dat hij van Jabir ibn Abdullah al-Ansari hoorde zeggen:

"Ik zag Abu Bakr as-Siddiq vlees eten en dan bidden zonder wudu te doen."


Book 2, Number 2.5.26:

Yahya vertelde mij van Malik van Muhammad ibn al-Munkadir:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken werd uitgenodigd om te eten, en er werd wat brood en vlees gebracht naar hem. Hij at wat van het, en deed toen wudu en bad. Dan werd er meer van het zelfde voedsel gebracht en hij at wat meer en bad toen zonder wudu te doen.


Book 2, Number 2.5.27:

Het werd verteld aan mij van Malik van Musa ibn Uqba van Abd ar-Rahman ibn Yazid al-Ansari:

Dat toen Anas ibn Malik van Irak terug kwam, Abu Talha en Ubayy ibn Kab hem bezochten. Hij bracht hen wat gekookte voedsel en zij aten, en toen stond Anas op en deed wudu. Abu Talha en Ubayy ibn Kab vroeg, "Wat is dit, Anas? Is het een Iraakse gewoonte?" en Anas zei, "Ik wenste dat ik dit niet had gedaan." (d.w.z. wudu). Abu Talha en Ubayy ibn Kab beiden stonden op en hebben gebeden zonder wudu te doen.


Section 2.6: Wudu in het algemeen
Top
Book 2, Number 2.6.28:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken werd gevraagd over het schoonmaken na afscheiding. Hij antwoordde, "Is iemand van jullie onbekwaam om drie stenen te vinden?"


Book 2, Number 2.6.29:

Yahya vertelde mij van Malik van al-Ala ibn Abd ar-Rahman van zijn vader van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken ging naar de begraafplaatsen en zei, " De vrede is op u, huis van mensen die geloven! Wij zullen onder u zijn, met Allah's wil. Ik wens dat ik onze broeders had gezien!" De mensen met hem zeiden, "Boodschapper van Allah! Zijn wij niet uw broeders?" "Nee, "zei hij, "Jullie zijn mijn metgezellen. Onze broeders zijn zij die nog niet zijn gekomen. En ik zal hen aan Hawd voorafgaan. (Hawd: de waterbron van de Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken waarvan hij aan de inwoners van zijn gemeenschap op de dag van opstanding zal geven.) "Zij vroegen hem, "Boodschapper van Allah! Hoe zult u van uw gemeenschap herkennen die na u komen?"

Hij zei, "Doet een man niet die paarden heeft met witte benen en witte vuurzee op hun voorhoofden onder de totale zwarte paarden herkennen welke van hem zijn eigen zijn?" Zij zeiden natuurlijk, Boodschapper van Allah. Hij ging verder, "Maar toch zullen zij komen op de dag van opstanding met witte tekens op hun voorhoofden, handen en voeten van wudu, en ik zal hen aan Hawd voorafgaan. Sommige mannen zullen vanaf Hawd afdwalen alsof zij de kamelen waren en ik zal naar hen uitroepen, 'Wilt u niet komen? Wilt u niet komen? Wilt u niet komen?' en iemand zal zeggen, 'zij veranderden dingen na u,' zodat zal ik zeggen, 'Dan weg met hen, weg met hen, weg met hen!'


Book 2, Number 2.6.30:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van Humran, mawla van Uthman ibn Affan:

Dat Uthman ibn Affan eens zat op de Maqaid (de banken rond de Moskee Madina, of anders op een steen die dichtbij het huis van Uthman ibn Affan waar hij zat om met mensen te praten), toen de muadhdhin kwam en hem vertelde dat het tijd was voor het asr gebed. Hij vroeg water en deed wudu. Dan zei hij, "Bij Allah, ik zal u iets vertellen wat ik u niet zou vertellen als het niet in het Boek van Allah staat. Ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen 'als een man wudu doet, en hij zorgt ervoor dat hij het correct doet, en dan het gebed doet, hem zal alles vergeven worden wat hij gedaan heeft tussen toenmalig en de tijd wanneer hij het volgende gebed bidt.'

Yahya zei dat Malik zei, "Ik geloof dat hij dit ayat bedoelde - 'Houd het gebed aan de twee uitersten van de dag en gedurende de eerste uren van de nacht. Voorzeker, goede werken verdrijven kwade werken. Dit is een aanmaning voor degenen die er lering uit trekken." (Qur`an 11:114)


Book 2, Number 2.6.31:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibnYasar van Abdullah as-Sanabihi:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Een vertrouwende dienaar doet wudu en als hij zijn mond verkeerd spoelt laat het. Als hij zijn neus verkeerd schoonmaakt laat het. Als hij zijn gezicht verkeerd wast, laat het, zelfs onder zijn wimpers. Als hij zijn handen verkeerd wast laat het, zelfs onder zijn vingernagels. Als hij zijn hoofd verkeerd afveegt laat het, zelfs van zijn oren. En als hij zijn voeten verkeerd wast laat het, zelfs onder de teennagels van beide voeten." Hij voegde toe, "Dan is het lopen naar de moskeeen en zijn gebed een extra beloning voor hem."


Book 2, Number 2.6.32:

Yahya vertelde mij van Malik van Suhayl ibn Abi Salih van zijn vader van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Een moslim dienaar (of een vertrouwende dienaar) doet wudu en als hij zijn gezicht wast, zal elke verkeerde actie die hij met zijn ogen ziet, door middel van water verdwijnen met het water heeft gezien (of de laatste druppel water). Als hij zijn handen wast, zal elke verkeerde actie via het water verlaten die hij met zijn handen wast (of de laatste druppel water). En als hij zijn voeten wast, zal elke verkeerde actie via het water die zijn voeten heeft gelopen verdwijnen (of de laatste druppel water) zodat hij weggezuiverd komt van verkeerde acties."


Book 2, Number 2.6.33:

Yahya vertelde mij van Malik van Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha dat Anas ibn Malik zei:

"Ik zag de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bij n gelegenheid toen het asr gebed dichtbij was. Iedereen zocht naar water voor wudu maar niemand kon het vinden. Toen bracht de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken wat water in een kruik. Hij zette zijn hand in het kruik (vessel) en toen zei hij hen allen om wudu te doen." Anas voegde toe, "Ik zag water komen uit zijn vingers. Toen deed een ieder wudu tot aan de laatste man."


Book 2, Number 2.6.34:

Yahya vertelde mij van Malik van Nuaym ibn Abdullah al-Madani al-Mujmir dat hij hoorde Abu Hurayra zeggen:

"Als iemand wudu doet en het correct doet en heeft dan intentie om het gebed te doen, dan is hij in gebed zolang hij van plan is het gebed te doen. Een goede actie wordt geschreven voor elke afwisselende stap die hij maakt en een verkeerde actie wordt gewist voor de tweede. Wanneer u iqama hoort haast u niet, en degene die de grootste beloning heeft is het verste van huis." Zij zeiden, "Waarom, Abu Hurayra?" Hij antwoordde, "Wegens het grotere aantal stappen."


Book 2, Number 2.6.35:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said:

Dat hij hoorde iemand Said ibn al-Musayyab vragen over wassen van afscheidingen met water. Said zei, "Zo wassen de vrouwen."


Book 2, Number 2.6.36:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'z-Zinad van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Als een hond van uit uw kruik drinkt, wast het zeven keer."


Book 2, Number 2.6.37:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Probeer standvastig te zijn, hoewel u zo niet kunt doen. De daad, en het beste van uw handelingen, is het gebed. En slechts een Mumin is constant in zijn wudu."


Section 2.7: Het afvegen van het Hoofd en de Oren
Top
Book 2, Number 2.7.38:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar twee vingers gebruikte om water naar zijn oren te nemen.


Book 2, Number 2.7.39:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Jabir ibn Abdullah al-Ansari over het afvegen over tulband werd gevraagd. Hij zei, "Nee tenzij u over uw haar met water hebt afgeveegd."


Book 2, Number 2.7.40:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa:

Dat Abu Urwa ibn az-Zubayr zijn tulband weghaalde en veegde zijn hoofd met water.


Book 2, Number 2.7.41:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat zij Safiyya bint Abi Ubayd zag, de vrouw van Abdullah ibn 'Umar, haalde haar hoofddoek af en veegde haar hoofd met water. Nafi was een kind in die tijd.

Malik werd gevraagd over een man die wudu deed maar vergat zijn hoofd af te vegen tot het water droog was. Hij zei, "Ik ben van mening dat hij zijn hoofd zou moeten afvegen en dan het gebed herhalen als hij het reeds heeft uitgevoerd."


Section 2.8: Het afvegen over de lederen sokken
Top
Book 2, Number 2.8.42:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Abbad ibn Ziyad, een nakomeling van al-Mughira ibn Shuba van zijn vader van al-Mughira ibn Shuba:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken ging zichzelf verlichten tijdens de expeditie van Tabuk. Mughira zei, "Ik ging met hem, water halen. Dan kwam de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken terug en ik goot het water voor hem uit. Hij waste zijn handen en ging dan zijn handen uit de mouwen van zijn kledingstuk, maar kon niet wegens hun smalheid. Zo bracht hij hen van onder zijn kledingstuk. Dan waste hij zijn armen, veegde zijn hoofd af en veegde over zijn leersokken. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken keerde terug en AbdarRahman ibn Awf leidde de mensen in gebed, en hij had reeds n rakaat met hen beindigd. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad het blijven rakaat met hen naar de zorg van iedereen. Wanneer de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken beindigde zei hij, 'U hebt correct gehandeld.'


Book 2, Number 2.8.43:

Yahya vertelde mij van Malik dat Nafi en Abdullah ibn Dinar hem vertelde:

Dat Abdullah ibn Umar in Kufa aankwam en ging naar Sad ibn Abi Waqqas, die de Amir van Kufa op dat ogenblik was. Abdullah ibn Umar zag hem afvegen over zijn leersokken en keurde het af. Zo Sad zei aan hem, "Vraagt uw vader wanneer u terugkeert." Abdullah keerde terug maar vergat om Umar te vragen over de kwestie tot Sad aankwam en zei, "Hebt u uw vader gevraagd?" en hij zei, "Nee."

Abdullah vroeg dan Umar en Umar antwoordde, "Als uw voeten ritueel zuiver zijn wanneer u hen in de leersokken zet dan kunt u over de sokken afvegen." Abdullah zei, "Wat, als wij slechts van het verlichten van ons zelf zijn gekomen"? Umar zei, "Ja zelfs wanneer u slechts van het verlichten van u zelf bent gekomen".


Book 2, Number 2.8.44:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar in de marktplaats urineerde en toen wudu deed, waste zijn gezicht en handen en veegde zijn hoofd af. Dan toen hij in de moskee was gekomen, werd hij geroepen om over een dode persoon te bidden, zo hij veegde over zijn leersokken en bad.


Book 2, Number 2.8.45:

Yahya vertelde mij van Malik dat Said ibn Abd ar-Rahman ibn Ruqash zei:

"Ik zag Anas ibn Malik komen en ging hurkend urineren. Dan werd het water gebracht en hij deed wudu. Hij waste zijn gezicht, dan zijn armen tot aan de ellebogen, en veegde toen zijn hoofd af en veegde over zijn ledersokken. Dan kwam hij naar de moskeeen en bad."

Yahya zei dat Malik gevraagd werd of een man die wudu deed voor gebed en dan zijn ledersokken aantrekt en daarna urineerde en trok het uit en het opnieuw aantrok, zou hij dan wudu opnieuw moeten doen.

Malik antwoordde, "Hij zou zijn sokken moeten uittrekken en zijn voeten wassen. Slechts iemand die ledersokken aantrekt wanneer zijn voeten (reeds) ritueel door wudu werden gezuiverd kan over hen afvegen. Iemand die ledersokken aantrekt wanneer zijn voeten niet ritueel door wudu werden gezuiverd, zou niet over hen moeten afvegen."

Yahya zei dat Malik werd gevraagd over een man die wudu met zijn ledersokken deed en over hen vergat af te vegen tot het water droog was en hij had gebeden, en hij zei, "Hij zou over zijn sokken moeten afvegen en het gebed herhalen maar de wudu niet herhalen."

Malik werd gevraagd over een man die zijn voeten waste en zijn ledersokken aantrok en toen begon wudu te doen, en hij zei, "Hij zou zijn sokken moeten uittrekken en wudu doen en zijn voeten wassen."


Section 2.9: Hoe over de ledersokken af te vegen
Top
Book 2, Number 2.9.46:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Hisham ibn Urwa:

Dat hij zijn vader zag afvegen over zijn ledersokken. Hij zei toen hij over zijn sokken afveegde dat hij niet meer dan de toppen zou doen en hij zou niet de bodems afvegen.


Book 2, Number 2.9.47:

Yahya vertelde aan mij dat Malik aan Ibn Shihab had gevraagd hoe over ledersokken af te vegen. Ibn Shihab had n hand onder de sok en zijn andere hand boven de sok gezet en ging dan hen ervan voorbij

Yahya zei dat Malik zei, "Uit alles wat ik over de kwestie heb gehoord houd ik van die welke Ibn Shihab het meeste zei."


Section 2.10: Neusbloeding
Book 2, Number 2.10.48:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar zou verlichten en wudu doen als hij een neusbloeding had en dan terugkeren en zijn gebed voltooien zonder iets te zeggen.


Book 2, Number 2.10.49:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Abbas een neusbloeding had en ging weg om het bloed schoon te maken. Hij zou dan terugkeren en zijn gebed voltooien.


Book 2, Number 2.10.50:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Yazid ibn Abdullah Qusayt al-Laythi:

Dat hij zag Said ibn al-Musayyab een neusbloeding kreeg tijdens het bidden. Hij ging naar de kamer van Umm Salama, de vrouw van Profeet (vzmh), en het water werd naar hem gebracht en hij deed wudu. Hij keerde terug en voltooide toen zijn gebed.


Section 2.11: Wat te doen in het geval van een Neusbloeding
Top
Book 2, Number 2.11.51:

Yahya vertelde aan mij dat Abd ar-Rahman ibn Harmala Al-Aslami zei:

"Ik zag Said ibn al-Musayyab met neusbloeding en goot uit dat zijn vingers allemaal rood waren van het bloed dat uit zijn neus kwam, en hij bad zonder wudu te doen".


Book 2, Number 2.11.52:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Abd ar Rahman ibn al-Mujabbar:

Dat hij Salim ibn Abdullah zag met een bloedneus rennen zodat al zijn vingers rood gekleurd waren. Dan wreef hij hem en bad zonder wudu te doen.


Section 2.12: Wat te doen in het geval van bloeden van een wond of neusbloeding
Book 2, Number 2.12.53:

Yahya vertelde aan mij van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat al-Miswar ibn Makhrama aan hem vertelde dat hij Umar ibn al Khattab op de nacht dat hij werd neergestoken, had bezocht en hem voor het Subh (Fadjr) gebed had gewekt en Umar had gezegd, "Ja. Degene die stop met het verrichten van het gebed zal niets van Islam krijgen," en hij deed het gebed met bloed gieten van zijn wond.


Book 2, Number 2.12.54:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Yahya ibn Said:

Dat aan Said ibn al-Musayyab werd gevraagd, "Wat zegt u over iemand die door een neusbloeding wordt getroffen het niet ophoudt? " Malik zei dat Yahya ibn Said zei dat Said ibn al Musayyab zei, "Ik zeg dat hij met zijn hoofd zou moeten signaleren." (d.w.z. in plaats van verrichten van sajda of ruku.)

Yahya zei dat Malik zei, "Dat is wat ik van meeste houd, wat ik over deze kwestie heb gehoord."


Section 2.13: Wudu wegens sperma
Top
Book 2, Number 2.13.55:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Abu 'n-Nadr, mawla van Abdullah ibn Ubaydullah, van Sulayman ibn Yasar van al Miqdad ibn al-Aswad:

Dat Ali ibn Abi Talib hem vertelde om aan de Boodschapper van Allah (vzmh) te vragen, wat een man zou moeten doen, die, toen dicht bij zijn vrouw, een zaadlozing had. Ali verklaarde dat de dochter van de Boodschapper van Allah (vzmh), toen met hem leefde, en hij was te verlegen om het zelf te vragen. Al-Miqdad zei, "Ik vroeg de Boodschapper van Allah (vzmh), over dat en hij zei, 'Wanneer u dat plaats vindt, was uw geslachtsdelen met water en doe wudu voor het gebed.'


Book 2, Number 2.13.56:

Yahya vertelde aan mij van Zayd ibn Aslam van zijn vader dat Umar ibn al-Khattab zei:

"Ik vind het druppelde van me als kleine parels. Wanneer u dat vindt, was uw penis en doe wudu voor het gebed."


Book 2, Number 2.13.57:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Zayd ibn Aslam van zijn vader dat Jundub, de mawla van Abdullah ibn Ayyash zei:

"Ik vroeg Abdullah ibn Umar over sperma en hij zei, 'wanneer u dat vindt, wast uw geslachtdelen en doe wudu voor het gebed.' "


Section 2.14: Bevrediging is niet gebeurd door zaadlozing om wudu te doen
Top
Book 2, Number 2.14.58:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Yahya ibn Said:

Dat hij naar Said ibn al-Musayyab luisterde en een man vroeg aan hem: "Ik ontdekte een vloeistof wanneer ik bid. Zou ik weg moeten gaan?"

Said ibn al-Musayyab zei aan hem, "Zelfs wanneer het op mijn been zou stromen zou ik het gebed niet verlaten tot ik het had beindigd."


Book 2, Number 2.14.59:

Yahya vertelde aan mij van Malik dat as-Salt ibn Zuyayd zei:

"Ik vroeg Sulayman ibn Yasar over een vloeistof die ik had ontdekt. Hij zei: 'Was wat onder uw kledingstukken is met water en vergeet het maar.' "


Section 2.15: Wudu wegens het aanraken van de geslachtsdelen
Book 2, Number 2.15.60:

Yahya vertelde aan mij van Malik dat Abdullah ibn Abi Bakr ibn Muhammad ibn Amr ibn Hazim hoorde Urwa ibn az-Zubayr zeggen:

"Ik ging op bezoek bij Marwan ibn al-Hakam en wij spraken over wat u moest doen voor wudu, en Marwan zei: 'U moet wudu doen als u uw penis aanraakt.' Urwa zei: 'Dat wist ik niet.' Marwan ibn al-Hakam zei dat Busra bint Safwan hem had verteld dat zij van de Boodschapper van Allah (vzmh) het hoorde zeggen: 'Degene van u die zijn penis aanraakt zou wudu moeten doen.' "


Book 2, Number 2.15.61:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Ismail ibn Muhammad ibn Sad ibn Abi Waqqas dat Musab ibn Sad ibn Abi Waqqas zei:

"Ik hield het Boek vast voor Sad ibn Abi Waqqas en ik wreef me. Sad vroeg: 'Hebt u uw penis aangeraakt?' Ik antwoordde: 'ja'. En hij zei: 'Sta op en doe wudu.' Zo ik stond op deed wudu en keerde terug."


Book 2, Number 2.15.62:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar had gezegd:

"Indien u uw penis aanraakt moet u wudu doen."


Book 2, Number 2.15.63:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader heeft gezegd:

"Degene van u die zijn penis aanraakt zou wudu moeten doen."


Book 2, Number 2.15.64:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Ibn Shihab dat Salim ibn Abdullah zei:

"Ik zag mijn vader Abdullah ibn Umar, ghusl doen en dan wudu. Ik vroeg aan hem: 'Vader, is ghusl niet genoeg voor u?' Hij zei:'natuurlijk, maar soms raak ik mijn penis, daarom doe ik wudu.'


Book 2, Number 2.15.65:

Yahya vertelde aan mij van Malik van Nafi dat Salim ibn 'Abdullah zei:

"Ik was met Abdullah ibn Umar op een reis en nadat de zon gestegen was zag ik hem wudu doen en daarna bidden. Zo ik zei aan hem: 'Dit is geen gebed dat u normaal doet. ' Hij zei: 'Nadat ik wudu voor het Subh (Fadjr) gebed had gedaan, raakte ik mijn geslachtsdelen. Toen vergat ik om wudu te doen. Zodat ik opnieuw wudu deed en herhaalde mijn gebed.' "


Section 2.16: Wudu wegens een man die zijn vrouw kust
Top
Book 2, Number 2.16.66:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah dat zijn vader Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Een die zijn vrouw kust en haar streelt met zijn handen, maakt deel uit van betrekkingen. Iemand wie zijn vrouw kust of haar met zijn hand streelt moet wudu doen."


Book 2, Number 2.16.67:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat Abdullah ibn Masud heeft gezegd:

"Wudu is noodzakelijk als een man zijn vrouw kust."


Book 2, Number 2.16.68:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ibn Shihab heeft gezegd:

"Wudu is noodzakelijk als een man zijn vrouw kust". Nafi zei dat Malik zei: "Dat is wat ik van de meeste houd van wat ik over de kwestie heb gehoord."


Section 2.17: Hoe te doen om ghusl van grote rituele onzuiverheid
Book 2, Number 2.17.69:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van A'isha, umm al-muminin:

Dat wanneer de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, ghusl deed van grote rituele onzuiverheid, begon hij eerst zijn handen te wassen, en daarna wudu zoals voor het gebed. Hij zou dan zijn vingers in het water zetten en zou de wortels van zijn haar met hen wrijven. Dan zou hij zo veel water gieten als twee handen kunnen houden op zijn hoofd drie keer, en over de volledige oppervlakte van zijn huid.


Book 2, Number 2.17.70:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr van A'isha, umm al-muminin:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft ghusl van grote rituele onzuiverheid gedaan vanuit een kruik dat een faraq bevatte.


Book 2, Number 2.17.71:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat toen Abdullah ibn Umar ghusl had gedaan van grote rituele onzuiverheid, hij eerst het water goot op zijn rechterhand begon het te wassen. Vervolgens zou hij zijn geslachtsdelen wassen, zijn mond spoelen, water snuiven en uit zijn neusspoelen, zijn gezicht wassen en zijn ogen met water bespatten. Dan zou hij zijn rechterarm wassen dan zijn linkerarm, en daarna zou hij zijn hoofd wassen. Hij zou beindigen door een volledige was te doen met water, helemaal over zich te gieten.


Book 2, Number 2.17.72:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord:

Dat aan A'isha werd gevraagd over een vrouw, hoe zij ghusl van grote rituele onzuiverheid zou moeten doen. Zij zei: "Zij zou water over haar hoofd met beide handen moeten uithollen drie keer, en de wortels van haren met haar handen wrijven."


Section 2.18: De verplichting om Ghusl te doen wanneer twee besneden delen ontmoeten (Erectie)
Top
Book 2, Number 2.18.73:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Said ibn al-Musayyab dat Umar ibn al-Khattab en Uthman ibn Affan en A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken heeft gezegd:

"Wanneer het besneden deel het besneden deel aanraakt, is ghusl verplicht".


Book 2, Number 2.18.74:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn Abdullah dat Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf vertelde:

Dat hij aan A'isha de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken had gevraagd, wat ghusl verplicht maakte. Zij zei: "Weet u wat u bent, Abu Salama? U bent als een kuiken wanneer het de hanen hoort kraaien en zo met hen kraait. Wanneer het besneden deel het besneden deel voorbijgaat, is ghusl verplicht."


Book 2, Number 2.18.75:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Said ibn al-Musayyab:

Dat Abu Musa al-Ashari naar A'isha kwam, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zei aan haar: "De meningsverschil van de metgezellen in een kwestie die ik haat over te brengen, maakt mij ongerust". Zij zei; "Wat is dat? Je hebt het niet aan je moeder gevraagd, dus vraag het aan me." Hij zei: "Een man heeft geslachtsverkeer met zijn vrouw, maar wordt lusteloos en krijgt geen zaadlosing". Zij zei: "Wanneer het besneden deel het besneden deel voorbijgaat is ghusl verplicht." Abu Musa voegde toe, "Ik zal nooit iemand vragen over dit, na u."


Book 2, Number 2.18.76:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Abdullah ibn Kab, de mawla van Uthman ibn Affan:

Dat Mahmud ibn Labid al-Ansari vroeg aan Zayd ibn Thabit over een man die geslachtsverkeer met zijn vrouw had, maar wordt lusteloos en krijgt geen zaadlosing. Zayd ibn Thabit zei: "Hij doet ghusl". Mahmud zei aan hem; "Ubayy ibn Kab dacht het niet noodzakelijk was om ghusl te doen," maar Zayd ibn Thabit zei: "Ubayy ibn Kab trok zich terug van dat, voordat hij stierf."


Book 2, Number 2.18.77:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Wanneer het besneden deel het besneden deel voorbijgaat, is ghusl verplicht".


Section 2.19: Wudu van een persoon die in een staat verkeert van grote rituele onzuiverheid (Janaba)
Top
Book 2, Number 2.19.78:

Yahya vertelde mij van Malik van Abdullah ibn Dinar:

Dat Abdullah ibn Umar vertelde dat Umar ibn al-Khattab aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken vermeldde, dat hij soms junub in de nacht geworden was. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei aan hem: "Doe wudu en was uw penis, en ga slapen."


Book 2, Number 2.19.79:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, de vrouw van Prophet Vzmh heeft gezegd:

"Als u geslachtsgemeenschap hebt gehad met uw vrouw en wenst te gaan slapen alvorens ghusl te doen, slaap niet tot u wudu gedaan hebt zoals voor het gebed."


Book 2, Number 2.19.80:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar, als hij wenste te slapen of te eten tijdens junub, zou hij zijn gezicht wassen, en zijn armen tot aan de ellebogen, en zijn hoofd afvegen. Dan zou hij slapen of eten.


Section 2.20: De herhaling van het gebed door een persoon die in een staat verkeert van grote rituele onzuiverheid, hij doet ghusl, wanneer hij bid zonder het zich te herinneren, en het wassen van zijn kledingstukken
Top
Book 2, Number 2.20.81:

Yahya vertelde mij van Malik van Ismail ibn Abi Hakim:

Dat Ata ibn Yasar hem vertelde dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei takbir in n van de gebeden en wees toen naar hen met zijn hand om op hun plaats te blijven. Hij verliet en keerde terug met sporen van water op zijn huid.


Book 2, Number 2.20.82:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa dat Zuyayd ibn as-Salt zei:

"Ik ging met Umar ibn al-Khattab naar Juruf en hij keek naar beneden en merkte op dat hij een natte droom heeft gehad en had gebeden zonder ghusl te doen. Hij riep uit: 'Door Allah realiseer ik dat ik een natte droom heb gehad en niet heb geweten en geen ghusl heb gedaan.' Zo hij deed ghusl en maakte schoon wat hij op zijn kledingstuk zag, en sprenkelde met water wat hij niet zag. Dan gaf hij adhan of iqama en bad halverwege in de ochtend".


Book 2, Number 2.20.83:

Yahya vertelde mij van Malik van Ismail ibn Abi Hakim van Sulayman ibn Yasar:

Dat Umar ibn al-Khattab vroeg 's morgens naar zijn land in al-Juruf ging en sperma op zijn kledingstuk vond. Hij zei, "Ik ben beproefd met natte dromen sinds ik met het regeren van de mensen ben toevertrouwd." Hij deed ghusl en waste zijn kledingstuk van wat hij zag van het sperma, en bad toen nadat de zon was opgerezen.


Book 2, Number 2.20.84:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Sulayman ibn Yasar:

Dat Umar ibn al-Khattab de mensen leidde in het Subh (Fadjr) gebed en ging naar zijn land in Juruf en vond sperma op zijn kleren. Hij zei, "Sinds wij rijk vlees hebben gegeten zijn onze aders dikker geworden." Hij deed ghusl, waste het sperma van zijn kleding, en deed opnieuw zijn gebed.


Book 2, Number 2.20.85:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van Yahya ibn Abd ar-Rahman ibn Haib:

Dat hij voor Mumra samen met Umar ibn al-Khattab en een partij van ruiters was vertrokken, onder wie Amr ibn al-As erbij was. Umar ibn al-Khattab steegaf voor een rust, laat in de nacht op een zekere weg dichtbij een zekere oase. Umar had een natte droom toen het bijna dageraad was en er was geen water onder de ruiters. Hij reed totdat hij aan wat water kwam en toen begon hij zich schoon te wassen van wat hij zag van het sperma totdat het weg was. Amr ibn al-As zei aan hem: "Het is ochtend en we hebben kleren bij ons, sta het toe om uw kledingstuk te worden gewassen. 'Umar ibn al-Khattab zei aan hem: "Ik ben verrast met u, Amr ibn al-As! Zelfs als u kleren kon vinden, zou iedereen het kunnen vinden? Bij Allah, als ik het moest doen, zou het een sunna worden. Nee, ik waste wat ik zag en sprenkelde met water wat ik niet zag."

Malik sprak over een man die sporen van een natte droom op zijn kleren vond en wist niet wanneer het gebeurde en kon zich niet herinneren wat hij in zijn slaap had gezien. Hij zei: "Laat de intentie van zijn ghusl van de tijd zijn toen hij het laatst sliep en als hij sinds die laatste slaaphad gebeden, zou hij het moeten herhalen. Dit is omdat een man vaak een natte droom heeft en niets ziet en vaak ziet hij iets maar heeft geen emissie. Maar als hij vloeistof op zijn kledingstuk vindt moet hij ghusl doen. Dit is omdat Umar herhaalde wat hij had gebeden na de tijd dat hij voor het laatst had geslapen en niet voor die tijd."


Section 2.21: Ghusl van een vrouw wanneer zij het zelfde ervaart als een man in zijn slaap
Top
Book 2, Number 2.21.86:

Yahya vertelde aan mij Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr:

Dat Umm Sulayman zei aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken "Zal een vrouw ghusl moeten doen wanneer zij het zelfde als een man in haar slaap ervaart?" De Boodschapper van Allah, zei aan haar, "Ja, zij zou ghusl moeten doen. "A'isha zei aan haar," Schande op u! Ziet een vrouw dat?" (d.w.z. een vloeistof.) De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei aan haar, "Moge uw rechterhand volledig bedekt zijn met stof. Van waar komt de familie gelijkenis?"


Book 2, Number 2.21.87:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van Zaynab bint Abi Salama dat Umm Salama, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Umm Salama, de vrouw van Abu Talha al-Ansari, kwam naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zei, 'Boodschapper van Allah! Allah is niet beschaamd van de waarheid, dat een vrouw ghusl moet doen als zij een erotische droom heeft gehad? Hij zei, 'Ja, indien zij enig vloeistof ziet.'


Section 2.22: Ghusl voor grote rituele onzuiverheid
Top
Book 2, Number 2.22.88:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Er is geen kwaad in het doen van ghusl met water dat door een vrouw is gebruikt zolang zij niet menstrueert en in een staat is van belangrijke rituele onzuiverheid (junub)."


Book 2, Number 2.22.89:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar heeft gezweet in een kledingstuk, terwijl hij junub was en daarna ermee ging bidden.


Book 2, Number 2.22.90:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat de slavin van Abdullah ibn Umar haar voeten had gewassen en hem een mat van palm had gebracht, terwijl zij menstrueerde.

Malik werd gevraagd of een man die vrouwen en slavinnen heeft, gemeenschap met elk van hen kan hebben alvorens hij ghusl doet. Hij zei, "Er is geen kwaad bij een man die gemeenschap met twee van zijn slavinnen heeft alvorens hij ghusl doet. Het wordt afgekeurd, echter, om naar vrije vrouw op een andere dag te gaan. Er is geen kwaad in het maken van liefde eerst met n slavin en dan met een andere wanneer men junub is."

Malik werd gevraagd over een man die junub was en het water werd gezet voor hem om ghusl te doen. Dan vergat hij en zette zijn vinger erin om weten te komen of het heet of koud was. Malik zei, "Als er geen vuiligheid aan zijn vingers zit, ben ik van mening dat het water niet onzuiver maakt."


Section 2.23: Tayammum
Top
Book 2, Number 2.23.91:

Yahya vertelde mij van Malik van Abd ar-Rahman ibn al-Qasim van zijn vader dat A'isha umm al-muminin zei:

"Wij gingen uit op een reis met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en, toen wij aan Bayda' of Dhat al-Jaysh kwamen, brak een halsband van mijn. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stopte om te zoeken en de mensen ook. Er was dichtbij geen water en de mensen droegen ook niet bij hun, zo kwamen zij naar Abu Bakr as-Siddiq en zei, 'Ziet u niet wat A'isha heeft gedaan? Zij heeft de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken opgehouden en de mensen stopten waar er geen water in de buurt is en zij dragen geen water bij zich.

A'isha vervolgde, "Abu Bakr kwam en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, was in slaap gevallen met zijn hoofd op mijn dij. Abu Bakr zei, 'U heeft de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken opgehouden en de mensen doen stoppen waar er geen water in de buurt is en zij dragen ook niet bij zich'. Zij vervolgde, "Abu Bakr protesterde met mij en zei dat wat Allah hem wilde laten zeggen, en begon me in de taille te duwen. Het enige ding dat me van het bewegen tegenhield was dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zijn hoofd op mijn dij had. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, sliep tot s'ochtend zonder dat er water was gevonden. Allah, de Heilige en de Verhevene, openbaarde de ayat van tayammum en zo deden zij tayammum. Usayd ibn Hudayr zei, 'Dit is niet eerste baraka van u, O familie van Abu Bakr.'

A'isha voegde toe, "Wij lieten de kameel opstaan waar ik was geweest en de halsband lag onder."

Malik werd gevraagd of een man die tayammum voor n gebed deed, tayammum opnieuw zou moeten doen als de tijd van het volgende gebed kwam of de eerste tayammum genoeg was. Hij zei, "Nee, hij doet tayammum voor elk gebed, maar hij moet water zoeken voor elk gebed. Als hij het zoekt en het niet vindt doet hij tayammum."

Malik werd gevraagd of een man die tayammum deed anderen in gebed kon leiden als zij in wudu waren. Hij zei, "Ik verkies dat iemand anders die hen zou moeten leiden. Nochtans, ik zie geen kwaad daarin als hij hen in gebed leidt."

Yahya zei dat Malik zei dat een man die tayammum deed omdat hij geen water kon vinden, en dan opstaat en zegt de takbir en het gebed binnen treed en er dan iemand kwam met wat water en heeft zijn gebed niet gestopt maar voltooide het met tayammum en daarna de wudu deed voor toekomstige gebeden.

Yahya zei dat Malik zei, "Degene die opstaat voor het gebed en geen water vindt en dat doet wat Allah hem opdracht heeft gegeven om van tayammum te doen, heeft Allah gehoorzaamd. Iemand die water vindt is zuiverder en meer perfect dan degene in gebed, omdat allebei zijn bevolen en elk doet dat wat Allah heeft bevolen. Wat Allah heeft bevolen over wudu is voor wie water vindt, en tayammum is voor wie geen water vindt alvorens hij in het gebed treed."

Malik zei dat een man die in een staat van grote rituele onzuiverheid was, tayammum doet en een gedeelte van Qur'an kon lezen en vrijwillige gebeden kan doen zolang hij geen water vind. Dit was slechts van toepassing op omstandigheden waarin het met tayammum toelaatbaar was om te bidden.


Section 2.24: Hoe doet u Tayammum
Top
Book 2, Number 2.24.92:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar en hij, Juruf naderde. Toen zij in Mirbad kwamen, ging Abdullah op z'n hurk zitten en deed tayammum met wat goede aarde. Hij veegde zijn gezicht, en zijn armen tot aan de ellebogen af, en ging dan bidden.


Book 2, Number 2.24.93:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar tayammum heeft gedaan tot zijn ellebogen.

Malik werd gevraagd over hoe tayammum werd gedaan en welke delen behandeld waren en hij zei, "Slaat eenmaal de grond voor het gezicht en eenmaal voor de armen en veegt hen af tot aan de ellebogen."


Section 2.25: Tayammum van iemand die in een staat van grote rituele onzuiverheid bevindt
Top
Book 2, Number 2.25.94:

Yahya vertelde mij van Malik van Abd ar-Rahman ibn Harmala:

Dat een man Said ibn al-Musayyab vroeg over wat als een man die junub was en tayammum had gedaan zou moeten doen als hij water tegenkwam. Said zei, "Wanneer hij water tegenkomt dan moet hij ghusl doen voor dat wat erna komt."

Malik zei over n die een natte droom had terwijl hij op een reis was en er was slechts genoeg water voor wudu en hij niet dorstig was en voor dat niet gebruiken, "Laat hem zijn geslachtsdelen wassen, waar het sperma op gevallen is met het water en doet hij de tayammum met goede aarde, aangezien Allah hem die opdracht heeft gegeven."

Malik werd gevraagd of een man die junub was en wenste om tayammum te doen maar kon slechts zoute aarde vinden, kon hij dan tayammum met die aarde doen en of het met zoute aarde werd afgekeurd te bidden. Hij zei, "Er is geen kwaad in het bidden met zoute aarde of in het gebruiken ervan om tayammum te doen, omdat Allah de Heilige en Verhevene heeft gezegd,'... en doe tayammum met goede aarde.' En wordt gezuiverd door tayammum met alles dat aarde is, of het zout is of anders."


Section 2.26: Wat wordt toegelaten van een man wanneer zijn vrouw menstrueerd
Top
Book 2, Number 2.26.95:

Yahya vertelde mij van Malik van Zayd ibn Aslam dat een man de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken vroeg:

"Wat is toegestaan voor mij wanneer mijn vrouw menstrueerd?" De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Laat haar een omslag om haar taille strak binden, en dan wat hierboven is, is uw zorg."


Book 2, Number 2.26.96:

Yahya vertelde mij van Malik van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman:

Dat bij n gelegenheid A'isha, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken, sliep met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in n kledingstuk, toen spron zij plotseling op. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei aan haar, "Wat is er aan de hand met u? Verliest u bloed?". Zij zei ja, "Ja. "Hij zei, "Bind uw taille-omslag strak over u, en keer terug naar uw slaap-plaats."


Book 2, Number 2.26.97:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Ubaydullah ibn Abdullah ibn Umar stuurde een vraag naar A'isha om te vragen:

"Mag een man zijn vrouw strelen wanneer zij menstrueerd?" Zij antwoordde, "Laat haar een taille-omslag rond haar lagerdeel binden en dan kan hij haar strelen als hij dit wenst."


Book 2, Number 2.26.98:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Salim ibn Abdullah en Sulayman ibn Yasar werden gevraagd of de echtgenoot van een menstruerende vrouw seksuele gemeenschap met haar kon hebben toen zij zag dat zij zuiver was maar voordat zij een ghusl had gehad. Zij zeiden, "Nee, niet tot zij een ghusl heeft gehad."


Section 2.27: De zuiverheid van een menstruerende vrouw
Top
Book 2, Number 2.27.99:

Yahya vertelde mij van Malik van AIqama ibn Abi AIqama dat zijn moeder, de mawla van A'isha, umm al-muminin zei:

"Vrouwen hebben kleine dozen naar A'isha verzonden, umm al-muminin, met een stuk katoenen doek, in elke van ze was geelheid van menstruatie bloed, vragend haar over het gebed. Zij zei aan hen, 'Wees niet haastig tot u een witte ontlading ziet." Door dat bedoelde zij zuiverheid van menstruatie.


Book 2, Number 2.27.100:

Yahya vertelde mij van Malik van Abdullah ibn Abi Bakr van zijn tante [vaders kant] van de dochter van Zayd ibn Thabit:

Dat zij gehoord had dat de vrouwen om lampen in het midden van de nacht hebben gevraagd om hun zuiverheid te controleren. Zij zou hen voor dit gezegde bekritiseren, "Vrouwen hebben dit nooit gebruikt," d.w.z. in de tijd van de metgezellen.


Book 2, Number 2.27.101:

Malik werd gevraagd of een vrouw wiens periode was beindigd, tayammum kon doen om haar te zuiveren als zij geen water kon vinden, en hij zei, "Ja, omdat zij als enige in staat van grote rituele onzuiverheid is, die, als zij geen water kan vinden, tayammum doet."


Section 2.28: Menstruatie in het algemeen
Top
Book 2, Number 2.28.102:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat A'isha, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

Dat een zwangere vrouw die bloed opmerkt het gebed verlaat.


Book 2, Number 2.28.103:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij Ibn Shihab vroeg over een zwangere vrouw die het bloeden opmerkte. Ibn Shihab antwoordde, "Zij onthoudt zich van gebed."

Yahya zei dat Malik zei, "Dat wordt in onze gemeenschap gedaan."


Book 2, Number 2.28.104:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ik heb het haar gekamd, van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, terwijl ik menstrueerde."


Book 2, Number 2.28.105:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van Fatima bint al-Mundhir ibn az-Zubayr dat Asma bint Abu Bakr as-siddiq zei:

"Een vrouw vroeg de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, 'Als wij menstruatiebloed op onze kleren krijgen, hoe denkt u dat wij het zouden moeten handelen?' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Als jullie menstruatiebloed op uw kleren krijgen, zouden jullie het moeten wassen en het sprenkelen met water alvorens u daarin bidt.'"


Section 2.29: Bloeden net als menstruatie
Top
Book 2, Number 2.29.106:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Fatima bint Abu Hubaysh zei, 'Boodschapper van Allah, ik word nooit zuiver - wordt ik toegestaan te bidden?' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Dat is een ader, niet menstruatie. Zo wanneer uw periode nadert, blijf weg van het gebed, en wanneer zijn greep verlaten is, was het bloed van je en ga dan bidden.'


Book 2, Number 2.29.107:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi van Sulayman ibnYasar van Umm Salama, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Dat een zekere vrouw in de tijd van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, ging overvloedig bloeden, zo raadpleegde Umm Salama de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken voor haar, en hij zei, "Zij zou het aantal nachten en dagen per maand moeten berekenen als zij menstruatie krijgt voordat het begint, en zij zou weg blijven van het gebed gedurende de maand. Wanneer zij de periode heeft voltooid zou zij dan ghusl moeten doen, haar priv delen met een doek binden, en dan bidden."


Book 2, Number 2.29.108:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van Zaynab bint Abu Salama:

Dat zij Zaynab bint Jahsh zag, de vrouw van Abd ar-Rahman ibn Awf, en zij ging bloeden als menstruatie. Zij deed gewoon ghusl en ging daarna bidden.


Book 2, Number 2.29.109:

Yahya vertelde mij van Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman:

Dat al-Qaqa ibn Hakim en Zayd ibn Aslam stuurde hem naar Said ibn al-Musayyab om te vragen hoe een vrouw die bloedde alsof zij menstrueerde, hoe zij dan ghusl zou moeten doen. Said zei, "Zij doet ghusl aan het eind van n periode en aan het eind van de volgende, en doet daarna wudu voor elk gebed, en als het bloeden haar overvalt zou zij haar priv delen moeten binden."


Book 2, Number 2.29.110:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader zei:

"Een vrouw die bloedt alsof het menstrueerd, slechts n ghusl moet doen, en daarna doet zij wudu voor elk gebed."

Yahya zei dat Malik zei, "De standpunt van ons is dat wanneer een vrouw die bloedt alsof het menstruatie is, moet het gebed opnieuw te doen, haar echtgenoot kan seksuele gemeenschap met haar hebben. Op dezelfde manier als een vrouw die geboorte heeft gegeven en ziet bloed nadat zij de volledige omvang het bloeden heeft bereikt dat normaal vrouwen beperkt, kan haar echtgenoot seksuele gemeenschap met haar hebben en zij is in de zelfde positie zoals een vrouw die menstrueerd."

Yahya zei dat Malik zei, "De standpunt van ons betreffende een vrouw die bloedt alsof het menstrueerd is gebaseerd op hadith van Hisham ibn Urwa van zijn vader, en het is dat waarvan ik bovenal kies over de kwestie die ik heb gehoord."


Section 2.30: De urine van een jonge zuigeling
Top
Book 2, Number 2.30.111:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, de vrouw van Profeet moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Een zuigeling (jongen)werd gebracht naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en hij urineerde op hem. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken riep voor wat water en wreef over de urine."


Book 2, Number 2.30.112:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud van Umm Qays ibn Mihsan:

Dat zij een baby jongen van haar bracht die nog geen voedsel at naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en hij zat op zijn armen en urineerde op zijn kledingstuk, zodat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, wat water vroeg en sprenkelde over het, maar heeft hem niet gewassen.


Section 2.31: Staande urineren en anders
Top
Book 2, Number 2.31.113:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei:

"Een bedouin kwam in de moskee en ontblootte zijn priv delen om te urineren. De mensen riepen naar hem en begonnen hun stemmen te verhogen maar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Laat hem.' Zo lieten zij hem en hij urineerde. Toen gaf de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken opdracht om een emmer water te brengen en het werd gegoten op de plaats."


Book 2, Number 2.31.114:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Dinar zei:

"Ik zag Abdullah ibn Umar staande urineren."

Yahya zei dat Malik werd gevraagd of enig hadith werd geopenbaard over het wassen van de priv delen van urine, hij zei, "Ik heb gehoord dat sommige van hen werd gevraagd die al overleden zijn het gewoon waren om van urine te wassen. Ik houd om van mijn priv delen van urine te wassen."


Section 2.32: De tand-stok (Siwak)
Top
Book 2, Number 2.32.115:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Ibn as-Sabbaq:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei in een Jumua, "Moslims! Allah heeft deze dag een feestdag (ied) gemaakt zo doen jullie ghusl en het kan geen kwaad berokkenen voor degene die parfum heeft aangebracht en een tand-stok te gebruiken."


Book 2, Number 2.32.116:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Ware het niet dat ik mijn gemeenschap zou overbelasten, zou ik tot hen opdracht hebben gegeven om een tand-stok te gebruiken."


Book 2, Number 2.32.117:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Humayd ibn abd ar-Rahman ibn Awf dat Abu Hurayra zei:

"Was het niet dat hij zijn gemeenschap zou overbelasten, hij (de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken) tot hen opdracht zou gegeven hebben om een tand-stok met elke wudu te gebruiken."


Translation of Malik's Muwatta, Book 3: 3.1.1 - 3.19.75

Het Gebed
Top Index

Section 3.1:De oproep naar gebed
Section 3.2:Adhan tijdens een reis en zonder Wudu
Section 3.3:Het duur van de maaltijd voor dageraad (Zuhr) in relatie met de Adhan
Section 3.4:Het openen van het Gebed
Section 3.5:De recitatie van Qur'an in de gebeden van Maghrib en van lsha
Section 3.6:Gedrag tijdens recitatie
Section 3.7:Recitatie tijdens het Subh (Fadjr) Gebed
Section 3.8:De Umm al-Qur'an (Surah Faatiha)
Section 3.9:Het reciteren in zichzelf achter de Imam wanneer hij het niet hardop reciteert
Section 3.10:Niet reciteren achter de Imam wanneer hij hardop reciteert
Section 3.11:Zeg 'Amin' achter de Imam
Section 3.12:Het gedrag van de zitting in het Gebed
Section 3.13:Tashahhud Gebed
Section 3.14:Wat doet u als men zijn hoofd vr Imam opheft
Section 3.15:Wat te doen als u door vergeetachtigheid n Taslim na twee raka's wordt gezegd
Section 3.16:Voltooiend wat onzeker is, wanneer het wordt herinnerd aan de hoeveelheden van het gebed
Section 3.17:Wat doet u als men zich bevindt na de voltooiing van het Gebed of na twee rakat
Section 3.18:Kijken in het Gebed waarvan u wordt afgeleid

Section 3.1: De oproep naar gebed (Salaat)
Top
Book 3, Number 3.1.1:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, wou twee stukken hout om het samen te slaan om mensen voor het gebed te verzamelen, en Abdullah ibn Zayd al-Ansari, van de stam van Harith ibn al-Khazraj, werd twee stukken hout getoond in zijn slaap. Hij zei, 'Deze zijn dichtbij wat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken wil.' Dan werd er gezegd, 'Doet u niet het oproep naar het gebed?', zo toen hij ontwaakte ging hij naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en vermeldde de droom aan hem. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken ,gaf opdracht tot adhan."


Book 3, Number 3.1.2:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Ata ibn Yazid al-Laythi van Abu Said al-Khudri:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Wanneer u adhan hoort, herhaalt dan wat muadhdhin zegt."


Book 3, Number 3.1.3:

Yahya vertelde mij van Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Als de mensen wisten wat in de adhan was, zouden zij in de eerste rij van het gebed, hun lot trekken. En als zij wisten wat er in het vroegte van dhuhr te doen was, zouden zij met elkaar er naar toe rennen. En als zij wisten wat in isha en Subh (Fadjr) was, zouden zij er naar toe gaan zelfs als zij moesten kruipen."


Book 3, Number 3.1.4:

Yahya vertelde mij van Malik van al-Ala ibn Abd ar-Rahman ibnYaqub van zijn vader en Ishaq ibn Abdullah dat zij hem meedeelden dat zij Abu Hurayra hoorden zeggen:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Wanneer iqama gebed wordt opgezegd, komt niet rennend, maar kom met kalmte. Bid wat u vangt en voltooit wat u mist. U bent in gebed zolang uw doel het gebed is.'


Book 3, Number 3.1.5:

Yahya vertelde mij van Malik van Abd ar-Rahman ibn Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Abu Sasaca al-Ansari, en later al-Mazini, dat zijn vader hem vertelde dat Abu Said al-Khudri aan hem had gezegd:

"Ik zie dat u van schapen en de woestijn houdt. Wanneer u onder uw schapen of in uw woestijn bent, roept het gebed en verhoog uw stem in de adhan, omdat ik hoorde van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, 'Geen jinn of mens of iets dat binnen bereik van de stem van een muadhdhin hoort, behalve dat het getuigt voor hem op de dag van opstanding.'


Book 3, Number 3.1.6:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'z-Zinad van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wanneer de oproep naar het gebed is opgezegd, Shaytan trek zich terug, wind gaat voorbij, zodat hij de adhan niet zal horen. Wanneer de adhan wordt voltooid komt hij terug, tot wanneer iqama wordt gezegd, dan gaat hij opnieuw terug. Wanneer de iqama voltooid is, komt hij terug, tot hij tussen een man en zichzelf komt en zegt,' Denkt aan zo en zo, denk aan zo en zo, 'die hij niet ervr had nagedacht, tot de man niet weet hoeveel hij heeft gebeden."


Book 3, Number 3.1.7:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu Hazim ibn Dinar dat Sahl ibn Sad as-Saidi zei:

"Er zijn twee tijden wanneer de poorten van hemel worden geopend, en weinigen die smeekbede gemaakt, zijn onbeantwoord naar hen teruggekeerd. Zij zijn ten tijde van de Adhan, en in een rang van mensen die op de weg van Allah vechten."

Malik werd gevraagd of adhan op de dag van Jumua werd geroepen voordat de tijd was aangebroken voor het gebed en hij zei, "Het is werd niet geroepen tot dat de zon de hoogtepunt was voorbijgegaan."

Malik werd gevraagd over het verdubbelen van Adhan en Iqama, en op welk punt de mensen zich moesten bevinden toen iqama voor het gebed werd geroepen. Hij zei, "Ik heb niets over adhan en iqama gehoord behalve wat ik de mensen heb zien doen.Wat betreft de Iqama, wordt het niet verdubbeld. Dat is wat de mensen van kennis aan ons gebood om dat te blijven doen. En de mensen die opstaan, wanneer Iqama voor het gebed wordt geroepen, heb ik niet gehoord of enig duidelijke punt vernomen waaraan het begonnen is, en ik overweeg het eerder om volgens de (individuele) capaciteit van mensen, voor sommige mensen zijn zwaar en sommige zijn licht, en zij kunnen niet als n man zijn."

Malik werd gevraagd over het verzamelen van mensen die wensten om het voorgeschreven gebed te doen nadat de Iqama werd geroepen en niet de Adhan, en hij zei, "Het is genoeg voor hen. Adhan is slechts verplicht in moskeen waar het gebed in menigte wordt gezegd."

Malik werd gevraagd over muadhdhin zeggende "De vrede op u" aan de Imam en het roepen van hem naar het gebed, en hij werd gevraagd wie de eerste persoon was aan wie zo'n een groet werd gemaakt. Hij antwoordde, "Ik heb niet gehoord dat deze groet in de eerste gemeenschap voorkwam."

Yahya zei dat Malik werd gevraagd of een muadhdhin die de mensen naar het gebed riep, en toen wachtte om te zien of iemand zou komen of niet, en daarna zei hij de Iqama en deed het gebed zelf en toen kwamen de mensen nadat hij had beindigd, zou hij het gebed met hen moeten herhalen. Malik zei, "Hij herhaalt niet het gebed, en degene die komt nadat hij heeft geindigd zou het gebed zelf moeten doen."

Yahya zei dat Malik over een muadhdhin werd gevraagd die adhan voor een groep mensen riep, deden vrijwillige gebeden, en de groep mensen wilde het gebed doen, maar met iemand anders die Iqama zegt. Hij zei, "Er is geen kwaad in dat. Zijn Iqama of iemand anders is het zelfde."

Yahya zei dat Malik zei, "Het Subh (Fadjr) gebed wordt nog vr dageraad geroepen. Zoals voor de andere gebeden, wij geloven dat zij slechts zouden moeten worden geroepen nadat de tijd is begonnen."


Book 3, Number 3.1.8:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij van hem hoorde dat een muadhdhin naar Umar ibn Khattab kwam om hem te roepen voor het ochtend gebed en vond hem nog slapend aan, daarop zei hij tegen hem: Het gebed is beter dan de slaap, en Umar gaf hem opdracht om dat bij te voegen in de adhan voor het ochtend gebed.


Book 3, Number 3.1.9:

Yahya vertelde mij van Malik van zijn oom Abu Suhayl ibn Malik (vaders kant) dat de vader van zijn oom zei:

"Ik herken niets tegenwoordig van wat ik de mensen zag (d.w.z. de metgezellen van de Boodschapper moge Allah hem zegenen en vrede schenken) doen behalve de oproep naar het gebed."

{Rashied Soebratie: Hieruit blijkt dat het gebed anders werd verricht door de mensen, na de Ashaab! Hier is sprake van innovatie (Bidat)}


Book 3, Number 3.1.10:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat Abdullah ibn Umar Iqama hoorde terwijl hij in Baqi was, zo verhoogde hij zijn tempo van het lopen naar de moskee.


Section 3.2: Adhan tijdens een reis en zonder Wudu
Top
Book 3, Number 3.2.11:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar Adhan op een koude en winderige nacht riep en de uitdrukking omvatte, "Doe het gebed in schuilplaats." Dan zei hij, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft opdracht gegeven aan de muadhdhin om te zeggen, 'Doe het gebed in schuilplaats' wanneer het een koude, regenachtige nacht was."


Book 3, Number 3.2.12:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat tijdens een reis, Abdullah ibn Umar niet meer deed dan Iqama, behalve voor Subh (Fadjr), toen deed hij zowel Adhan als Iqama. Abdullah ibn Umar heeft gezegd, "De Adhan is voor een Imam waar mensen deelnemen."


Book 3, Number 3.2.13:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader aan hem zei:

"Wanneer u op reis bent, als u wenst, roep de Adhan en Iqama, of, als u wenst, de Iqama en niet Adhan."

Yahya zei dat hij Malik hoorde zeggen, "Er is geen kwaad in een man die Adhan roept tijdens het rijden."


Book 3, Number 3.2.14:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said dat Said ibn al-Musayyab heeft gezegd:

"Wie op een waterloos verlaten land bidt- een engel bidt aan zijn rechterzijde en een engel bidt op zijn linkerzijde. Wanneer hij, zowel Adhan als Iqama voor het gebed roept, of Iqama oproept, bidden de engelen als bergen achter hem."


Section 3.3: Het duur van de maaltijd voor dageraad (Zuhr) in relatie met de Adhan
Top
Book 3, Number 3.3.15:

Yahya vertelde mij van Malik van Abdullah ibn Dinar van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Bilal roept de Adhan terwijl het nog steeds nacht is, zo eet en drinkt tot Ibn Umm Maktum de Adhan roept."


Book 3, Number 3.3.16:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Bilal roept de Adhan in de nacht, zo eet en drink tot Ibn Umm Maktum de Adhan roept." Ibn Umm Maktum was een blindeman die de Adhan niet riep tot dat iemand aan hem zei, "De ochtend is gekomen. De ochtend is gekomen."


Section 3.4: Het openen van het Gebed
Top
*Book 3, Number 3.4.17:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah van Abdullah ibn Umar:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft zijn handen op het niveau van zijn schouders opgeheven toen hij het gebed begon, en toen hij zijn hoofd van de ruku ophief, deed hij het zelfde, zeggend; "Allah hoort wie hem prijst, onze Heer, alle lof is aan U." Hij hief zijn handen niet op tijdens de sadjdah's.


*Book 3, Number 3.4.18:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab dat Ali ibn Husayn ibn Ali ibn Abi Talib zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft gezegd, 'Allah is Grootste' telkens als hij zichzelf neerboog en ophief, en hij bleef zo bidden tot dat hij Allah ontmoette."


Book 3, Number 3.4.19:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Sa'id van Sulayman ibn Yasar:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken had zijn handen verhoogd in het gebed.


Book 3, Number 3.4.20:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Abu Salama ibn abd ar-Rahman ibn Awf:

Dat Abu Hurayra hen in gebed heeft geleid en zei "Allah is Grootste" wanneer hij zich boog en zich ophief. Toen hij dat had beindigd, zou hij zeggen, "Door Allah, ben ik de persoon van wie het gebed het meest op het gebed van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken lijkt."


Book 3, Number 3.4.21:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah:

Dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd "Allah is Grootst" in het gebed wanneer hij zich buigt en zich ophief.

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar zijn handen op het niveau van zijn schouders heeft verhoogd toen hij met het gebed begon en toen hij zijn hoofd van ruku ophief, zou hij hen minder verhogen dan dat.


Book 3, Number 3.4.22:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu Nuaym Wahb ibn Kaysan:

Dat Jabir ibn Abdullah hen de takbir in het gebed ging onderwijzen. Abu Nuaym zei, "Hij heeft ons verteld om te zeggen 'Allah is het Grootst' wanneer wij buigen of ons ophieven."


Book 3, Number 3.4.23:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ibn Shihab heeft gezegd:

"Wanneer een man de rakat aanvangt en zegd, 'Allah is het Grootst' eenmaal, dan is die takbir genoeg voor hem."

Malik voegde toe, "Dat is als hij de intentie heeft om het gebed te beginnen door dat takbir."

Malik werd gevraagd over een man die begon samen met de Imam, maar vergat het openings takbir en takbir van ruku tot hij n rakat had gedaan. Dan herinnerde hij dat hij niet de takbir bij het openen noch in ruku had gezegd, daarna zei hij takbir in de tweede rakat. Hij zei, "Ik verkies dat hij zijn gebed opnieuw begint, maar als hij het opening takbir met de Imam vergeet en zegt de takbir in de eerste ruku, ben ik van mening dat het genoeg voor hem is als hij de intentie heeft door het opening takbir."

Malik zei over iemand wie zelf bad en vergat de opening takbir, "Hij begint zijn gebed opnieuw."

Malik zei over Imam die vergat de opening takbir tot hij zijn gebed had beindigd, "Ik denk dat hij het gebed opnieuw zou moeten doen, en iedereen achter hem, zelfs als zij takbir hebben gezegd."


Section 3.5: De recitatie van Qur'an in de gebeden van Maghrib en van lsha
Top
Book 3, Number 3.5.24:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Muhammad ibn Jubayr ibn Mutim dat zijn vader zei:

"Ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken reciteren, At-Toer (Surah 52) in het maghrib gebed."


Book 3, Number 3.5.25:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud van Abdullah ibn Abbas:

Dat Umm al-Fadl bint al-Harith hoorde hem reciteren Al-Mursalat (Surah 77) en zij zei aan hem, "Mijn zoon, u hebt me herinnerd door dit surah te reciteren dat het was wat ik jongstleden door de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken hoorde reciteren, in het maghribgebed."


Book 3, Number 3.5.26:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu Ubayd, de mawla van Sulayman ibn Abd al-Malik, van Ubada ibn Nusayy van Qays ibn al Harith:

Dat Abu Abdullah as-Sunabihi zei, "Ik kwam in Madina tijdens de khaliefaat van Abu Bakr as-Siddiq aan, en ik bad maghrib achter hem. Hij reciteerde umm Al Qur'an en twee kortere sura`s van mufassal in eerste twee rakat. Dan stond hij in de derde op en ik was zo dichtbij hem dat mijn kleren bijna zijn kleren raakten. Ik hoorde hem umm al-Qur'an reciteren en dit ayat, "Onze Heer, laat ons hart niet afdwalen nadat Gij ons hebt geleid en schenk ons Uw barmhartigheid; waarlijk, Gij zijt de Milddadige." (Surah 3:8)


Book 3, Number 3.5.27:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar heeft in alle vier raka`s gereciteerd toen hij alleen bad, in elke rakat umm al-Qur'an en een andere surah van Qur'an. Soms reciteerde hij twee of drie sura`s in n rakat in het verplichte gebed. Op dezelfde manier reciteerde hij umm al-Qur'an en twee sura`s in eerste twee raka`s van maghrib.


Book 3, Number 3.5.28:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Adi ibn Thabit al-Ansari dat al-Barra ibn Azib zei:

"Ik bad Isha met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en hij reciteerde At-Tin (Surah 95) daarin."


Section 3.6: Gedrag tijdens recitatie
Top
Book 3, Number 3.6.29:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi van Ibrahim ibn Abdullah ibn Hunayn van zijn vader Ali ibn Abi Talib:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken verbood, het dragen van qassi (een Egyptisch kledingstuk met gestreepte zijde), goudenringen, en Qur'an te reciteren in ruku.


Book 3, Number 3.6.30:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Ibrahim ibn al Harith at-Taymi van Abu Hazim at-Tammar van al Bayadi:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam naar de mensen terwijl zij baden en hun stemmen werden verhoogd in de recitatie. Hij zei, "Wanneer u bidt spreekt u vertrouwelijk aan uw Heer. Zo kijk wat u aan hem toevertrouwt, en zeg niet met luide stem de Qur'an zodat anderen het horen."


Book 3, Number 3.6.31:

Yahya vertelde mij van Malik van Humayd at-Tawil dat Anas ibn Malik zei:

"Ik stond achter Abu Bakr en Umar en Uthman en geen van hen reciteerde 'In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle' toen zij met het gebed begonnen."

[Zie artikel van Rasied Soebratie over dit onderwerp. Zie ook ibn kathir, dat de overige Muhajirs te madinah gingen klagen tegen Muwiyah, dat hij geen basmala had gelezen]


Book 3, Number 3.6.32:

Yahya vertelde mij van Malik van zijn oom (vaders kant) Abu Suhayl ibn Malik dat zijn vader zei:

"Wij hoorden de recitatie van Umar ibn al-Khattab toen wij bij het huis van Abu Jahmin al-Balat waren." (Al-Balat was een plaats in Madina tussen de moskee en de markt.)


Book 3, Number 3.6.33:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat toen Abdullah ibn Umar iets van het gebed miste waarin de Imam luid reciteerde, hij dan zou opstaan wanneer de Imam de taslim had opgezegd en reciteerde luid naar zichzelf wat hij verschuldigd was.


Book 3, Number 3.6.34:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yazid ibn Ruman zei:

"Ik heb naast Nafi ibn Jubayr ibn Mutim gebeden en hij zou me duwen om hem vluger te laten lezen terwijl wij baden."


Section 3.7: Recitatie tijdens het Subh (Fadjr) Gebed
Top
Book 3, Number 3.7.35:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat Abu Bakr as-Siddiq, Subh (Fadjr) bad en surat al-Baqara in twee rak'as reciteerde.


Book 3, Number 3.7.36:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa:

Dat zijn vader, Abdullah ibn Amir ibn Rabia hoorde zeggen, "Wij baden Subh (Fadjr) achter Umar ibn al-Khattab en hij reciteerde langzaam Surah 12 Yusuf (totaal 111 versen) en Surah 22 al-Hajj (totaal 78 versen)." Ik (de vader van Hisham) zei, "Bij Allah, dan moet het zijn gewoonte geweest zijn om bij begin van de dageraad op te staan." Hij zei "Natuurlijk."


Book 3, Number 3.7.37:

Yahya vertelde mij van Malik van Yahya ibn Said en Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman van al-Qasim ibn Muhammad dat al Furafisa ibn Umayral-Hanafi zei:

"Ik leerde slechts Surah 12 Yusuf (totaal 111 versen) door de recitatie van Uthman ibn Affan in het Subh (Fadjr) gebed wegens het vele keren dat hij voor ons herhaalde."


Book 3, Number 3.7.38:

Yahya vertelde mij van Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar de eerste tien surah`s van Mufassal in het Subh (Fadjr) gebed had gereciteerd en op een reis zou hij umm al-Qur'an (Surah Faatihah) en een ander surah in iedere rakat reciteren.


Section 3.8: De Umm al-Qur'an (Surah Faatiha)
Top
Book 3, Number 3.8.39:

Yahya vertelde mij van Malik van al-Ala ibn Abd ar-Rahman ibnYaqub:

Dat Abu Said, de mawla van Amir ibn Kuraz vertelde hem dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, Ubayy ibn Kab riep terwijl hij bad. Toen Ubayy zijn gebed had beindigd sloot hij aan bij de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en de Boodschapper van Allah zette zijn hand op zijn hand en hij was van plan via de deur van de moskee te verlaten, totdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenenen vrede schenken zei, "Ik hoop dat u niet de moskee zult verlaten nadat u een Surah kent waarvan Allah het naar beneden heeft gestuurd en niet in Tawrah noch in Injil noch in de Qur'an staat." Ubayy zei, "Ik begon mijn tempo te vertragen, in de hoop om dat te vernemen. Toen zei ik, 'Boodschapper van Allah, de surah welke u mij beloofde!' Hij zei, 'Wat reciteert u wanneer u met het gebed begint?' Ik reciteer Faatiha (Surah 1) tot het einde, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Het is deze Surah, en het is "de vaak zeven herhaalde" en de Geweldige Qur'an die aan mij werd gegeven.'


Book 3, Number 3.8.40:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Nuaym Wahb ibn Kaysan dat hij Jabir ibn Abdullah hoorde zeggen:

"Iemand die een rakat bidt zonder Umm al-Qur'an daarin te reciteren, heeft het gebed niet gedaan, behalve achter een Imam."


Section 3.9: Het reciteren in zichzelf achter de Imam wanneer hij het niet hardop reciteert
Top
Book 3, Number 3.9.41:

Yahya vertelde mij dat Malik van al-Ala ibn Abd ar-Rahman ibn Ya'qub dat hij Abu's-Sa'ib hoorde, de mawla van Hisham ibn Zuhra zeggen, hij hoorde Abu Hurayra zeggen, "Ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen:

'Wie een gebed bidt zonder Umm al-Qur'an daarin te reciteren, wordt zijn gebed voortijdig afgebroken, wordt voortijdig afgebroken, wordt voortijdig afgebroken, onvolledig.' Zo ik zei, 'Abu Hurayra, soms ben ik achter de Imam.' Hij trok mijn voorarm en zei, 'Reciteer hem in je zelf, O Perzier, voorwaar, ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen, dat Allah de Heilige, de Verhevene, zei, "Ik heb het gebed in twee helften verdeeld tussen mij en mijn slaaf.

De n helft is het voor mij en de andere helft is voor mijn slaaf, en mijn slaaf heeft dat wat hij vraagt." De 'Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Reciteren." De slaaf zegt, alle Lof is aan Allah, de Heer der werelden.' Allah de Heilige, de Verhevene, zegt, 'Mijn slaaf heeft me geprezen.' De slaaf zegt, 'het Genadige, het Medelevende.' Allah zegt, 'Mijn slaaf heeft goed over me gesproken.' De slaaf zegt, 'Meester van de Dag van Deen.' Allah zegt, 'Mijn slaaf heeft me verheerlijkt.' De slaaf zegt, 'U alleen aanbidden wij en u alleen vragen wij om hulp. 'Allah zegt, 'Deze ayat is tussen Mij en Mijn slaaf, en voor Mijn slaaf is dat wat hij vraagt. 'De slaaf zegt, 'Begeleid ons in de rechte pad, het pad van hen, wie u hebt gezegend, niet van die met wie u boos bent, noch die, die in gebreke gebleven zijn. 'Allah zegt, 'Deze zijn voor Mijn slaven, en voor mijn slaaf is dat wat hij vraagt.


Book 3, Number 3.9.42:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa:

Dat zijn vader achter de Imam heeft gereciteerd, toen de Imam niet hardop reciteerde.


Book 3, Number 3.9.43:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said en van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman:

Dat al-Qasim ibn Muhammad achter de Imam heeft gereciteerd, toen de Imam niet hardop reciteerde.


Book 3, Number 3.9.44:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yazid ibn Ruman:

Dat Nafi ibn Jubayr ibn Mutim achter de Imam heeft gereciteerd wanneer de Imam niet hardop reciteerde.

Malik zei, "Dat is het juiste keuze voor mij waarvan ik over deze kwestie heb gehoord."


Section 3.10: Niet reciteren achter de Imam wanneer hij hardop reciteert
Top
Book 3, Number 3.10.45:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar gevraagd werd wanneer iemand achter de Imam zou moeten reciteren, zei, "Wanneer u achter de Imam bidt dan is de recitatie genoeg voor u en wanneer u alleen bidt moet u reciteren." Nafi voegde toe, "Abdullah ibn 'Umar heeft niet achter de Imam gereciteerd."

Yahya zei dat hij Malik hoorde zeggen, "Onze positie is dat een man achter de Imam reciteert wanneer de Imam niet hardop reciteert en hij zich van het reciteren onthoudt wanneer de Imam hardop reciteert."


Book 3, Number 3.10.46:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Ibn Ukayma al-Laythi van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken een gebed beindigde waarin hij hardop had gereciteerd en vroeg, "Heeft iemand van u net gereciteert met me?" n man zei, "Ja ik, Boodschapper van Allah." De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Ik zei tot mezelf, 'Waarom wordt ik afgeleid van Qur'an?' "Toen de mensen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken dat hoorden zeggen, zij zich van het reciteren met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken onthielden, wanneer hij hardop reciteerde.


Section 3.11: Zeg 'Amin' achter de Imam
Top
Book 3, Number 3.11.47:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Sa'id ibn al-Musayyab en Abu Salama ibn Abd ar-Rahman vertelde aan hem van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer de Imam 'Amin' zegt, zegt 'Amin', voor iemand dat 'Amin' zegt en die samen valt met 'Amin' van de engelen - zijn voorgaande zonden worden hem vergeven."

Ibn Shihab zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft 'Aameen' (lang) gezegd."


Book 3, Number 3.11.48:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr, van Abu Salih as Samman, van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer de Imam heeft gezegd, 'niet van die met wie u boos bent noch van zij die, 'in gebreke gebleven zijn 'Amin' zegt, de voorgaande zonden, waarvan de uiting met dat van de engelen samenvalt, worden hem vergeven."


Book 3, Number 3.11.49:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer n van u 'Amin' zegt en de engelen in de hemel 'Amin' zegt zodat n met andere samenvalt, worden zijn voorgaande zonden, hem vergeven."


Book 3, Number 3.11.50:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr, van Abu Salih as-Samman van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer de Imam zegt, 'Allah hoort wie hem prijst, 'zegt 'O Allah! Onze Heer, alle lof is aan U, de voorgaande zonden, waarvan uiting met dat van de engelen samenvalt, worden hem vergeven."


Section 3.12: Het gedrag van de zitting in het Gebed
Top
Book 3, Number 3.12.51:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muslim ibn Abi Maryam dat AIi ibn Abd ar-Rahman al-Muawi zei:

"Abdullah ibn Umar zag me spelen met sommige kleine kiezelstenen in het gebed. Toen ik eindigde verbood hij me, zeggende, 'Doe als de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, hoe die deed.' Ik zei, 'Wat deed de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken?' Hij zei, 'Toen hij in het gebed zat, plaatste hij zijn rechterhand op zijn rechter dij en hij sloot zijn vuist en richtte zijn wijsvinger, en plaatste zijn linkerhand op zijn linkerdij. Dat is wat hij gedaan heeft.'


Book 3, Number 3.12.52:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Dinar:

Dat hij Abdullah ibn Umar met een man gezien had die aan zijn kant ging bidden. Toen de man in vierde rakat zat, zette hij beide voeten aan n kant en kruiste hen. Toen Abdullah eindigde, keurde hij dat van hem af, en de man protesteerde, "Maar u doet het zelfde." Abdullah ibn Umar zei, "Ik ben ziek."


Book 3, Number 3.12.53:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sadaqa ibn Yasar:

Dat al-Mughira ibn Hakim zag Abdullah ibn Umar van twee sajda's van het gebed op de top van zijn voeten. Toen hij had geindigd, vermeldde al-Mughira het aan hem, en Abdullah ibn Umar verklaarde, "Het is geen sunna van het gebed. Ik doe het omdat ik ziek ben."


Book 3, Number 3.12.54:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn al-Qasim:

Dat Abdullah ibn Umar hem vertelde dat hij Abdullah ibn Umar heeft gezien zijn benen kruisen in de zittingspositie van het gebed. Hij zei, "Zo ik deed het zelfde, en ik was jong toen de tijd. Abdullah ibn Umar verbood me en zei, 'De Sunna van het gebed is dat u uw rechtervoet verticaal houdt en uw linkervoet plat.' Ik zei aan hem, 'Maar u doet het zelfde (als ik).' Hij zei, 'Mijn voeten steunen me niet.'


Book 3, Number 3.12.55:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said:

Dat al-Qasim ibn Muhammad hen toonde hoe in tashahhud te zitten, en hij hield zijn rechtervoet verticaal en zijn linkervoet plat, en zat op zijn linker heup en niet op zijn voet. Toen zei hij, "Abdullah ibn Abdullah ibn Umar zag me dit doen en vertelde mij dat zijn vader het zelfde gedaan heeft."


Section 3.13: Tashahhud Gebed
Top
Book 3, Number 3.13.56:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr van Abd ar-Rahman ibn Abd al-Qari:

Dat hij Umar ibn al-Khattab hoorde zeggen, terwijl hij de mensen tashahhud van de mimbar onderwees, "Zeg, Groeten behoort aan Allah. De zuivere acties behoren aan Allah. De goede woorden en de gebeden behoren aan Allah. Vrede op u, Profeet, en de genade van Allah en Zijn zegen. De vrede is op ons en op de dienaren van Allah die salihun zijn. Ik getuig dat er geen God is behalve Allah. En ik getuig dat Muhammad Zijn dienaar en boodschapper is."

'At-tahiyatu lillah, az-zakiyatu lillah, at-tayibatu wa's-salawatu lillah. As-salamu alayka ayyuha'nnabiyyu wa rahmatu'llahi wa barakatuhu. As-salamu alayna wa ala ibadi'llahi s-salihin. Ash-hadu an la ilaha illa 'llah wa ash-hadu anna Muhammadan abduhu wa rasuluh."


Book 3, Number 3.13.57:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar het tashahhud gezegd heeft, "In naam van Allah. De groeten behoren aan Allah. De gebeden behoren aan Allah. De zuivere daden behoren aan Allah. De vrede is op de Profeet en de genade van Allah en Zijn zegen. De vrede is op ons en op de dienaren van Allah die salihun zijn. Ik getuig dat er geen God is behalve Allah. Ik getuig dat Muhammad de Boodschapper is van Allah."

"Bismillah, at-tahiyatu lillah, as-salawatu lillah, az-zakiyatu lillah. As-salamu ala'n-nabiyyi wa rahmatullahi wa barakatuhu. As-salamu alayna wa ala ibadi'llahi's-salihin. Shahidtu an la ilaha illallah. Shahidtu anna Muhammadu'r-rasulu'llah."

Hij heeft dit na eerste twee raka's gezegd en hij zou smeekbede maken met wat naar hem geschikt leek, zodra de tashahhud werd voltooid. Toen hij aan het einde van het gebed zat, deed hij de tashahhud op de zelfde manier, behalve dat na tashahhud hij smeekbede maakte met wat naar hem geschikt leek. Toen hij tashahhud had voltooid en van plan was om taslim te doen, zei hij, "Vrede is op de Profeet en Zijn genade en zegeningen. De vrede is op ons en op de dienaren van Allah die salihun zijn."

"As-salamu ala'n-nabiyyi wa rahmatu'llahi wa barakatuhu. As-salamu alayna wa ala ibadi'llahi'ssalihin."

Hij zei toen, "Vrede is op u" aan zijn rechterkant, en zou de groet aan de Imam teruggeven, en als iemand zei "Vrede op u" vanaf zijn linkerkant zou hij de groet naar hem teruggeven.


Book 3, Number 3.13.58:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn al-Qasim van zijn vader dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft in de tashahhud gezegd, "Groeten, goede woorden, gebeden, zuivere daden behoren aan Allah. Ik getuig dat er geen God is behalve Allah, die alleen is zonder partner, en Muhammad Zijn dienaar en Boodschapper is. De vrede is op u, Profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. De vrede is op ons en op de dienaren van Allah die salihun zijn. De vrede is op u."

"At-tahiyatu, at-tayibatu, as-salawatu, az-zakiyatu lillah. Ash-hadu an la ilaha illa'llah, wahdahu la sharika lah wa anna Muhammadan abduhu wa rasuluhu. As-salamu alayka ayyuha-n-nabiyyu wa rahmatu-llahi wa barakatuhu. As-salamu alayna wa ala ibadi-llahi's-salihin. As-salamu alaykum."


Book 3, Number 3.13.59:

Yahya vertelde mij dat van Malik van Yahya ibn Said al-Ansari dat al-Qasim ibn Muhammad ibn Muhammad vertelde hem dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft in de tashahhud gezegd, "Groeten, goede woorden, gebeden, zuivere acties behoren aan Allah. Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, die alleen is zonder partner, en ik getuig dat Muhammad de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper is. De vrede is op u, Profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. De vrede is op ons en op de dienaren van Allah die salihun zijn. De vrede is op u."

"At-tahiyatu, at-tayibatu, as-salawatu, az-zakiyatu lillah. Ash-hadu an la ilaha illa'llah, wahdahu la sharika llah wa ash-hadu anna Muhammadan abduhu wa rasuluhu. As-salamu alayka ayyuha-n-nabiyyu wa rahmatu-llahi wa barakatuhu. As-salamu alayna wa ala ibadi-llahi's-salihin. As-salamu alaykum."


Book 3, Number 3.13.60:

Yahya vertelde mij dat Malik dat hij Ibn Shihaben Nafi, de mawla van Ibn Umar vroeg, of een man die zich bij de Imam aansloot die reeds een rakat had gedaan, tashahhud met de Imam in tweede en vierde rakat zou moeten zeggen, alhoewel deze voor hem oneven waren? Zij zeiden, "Hij zou tashahhud met hem moeten zeggen."

Malik zei, "Dat is de positie van ons."


Section 3.14: Wat doet u als men zijn hoofd vr Imam opheft
Top
Book 3, Number 3.14.61:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Amr ibn AIqama van Malik ibn Abdullah as-Sadi dat Abu Hurayra zei:

"Wie zijn hoofd opheft en het vr de Imam neerlaat - zijn voorhaar is in de hand van een shaytan."

Malik zei, betreffende iemand wie vergat en zijn hoofd vr de Imam in ruku of sujud ophief, "De Sunna van dat is, moet aan het buigen of na het neerwerpen terugkeren en niet op de Imam wacht om omhoog te komen. Wat hij gedaan heeft is een fout, omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Imam wordt benoemd om als leider gevolgd te worden, pleeg dan geen verzet tegen hem.' Abu Hurayra zei, 'Wie zijn hoofd opheft en het vr de Imam neerlaat - zijn voorhaar is in de hand van een shaytan.'


Section 3.15: Wat te doen als u door vergeetachtigheid n Taslim na twee raka's wordt gezegd
Top
Book 3, Number 3.15.62:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ayyub ibn Abi Tamima as-Sakhtayani van Muhammad ibn Sirin van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken beindigde het gebed na twee raka's, Dhu'l-Yadayn zei aan hem, "Is het gebed verkort of bent u vergeten, Boodschapper van Allah?" De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Heeft Dhu'l-Yadayn de waarheid gesproken?" De mensen zeiden, "Ja" en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken stond op en bad de andere twee raka's en zei dan, "de Vrede is op u". Dan zei hij, "Allah is de grootste" en ging in sadja zoals hij normaal lang neerwierp. Dan kwam hij op en zei, "Allah is de grootste" en ging in sajda zoals hij normaal lang neerwierp en kwam daarna weer op.


Book 3, Number 3.15.63:

Yahya vertelde mij dat Malik van Da'ud ibn al-Husayn dat Abu Sufyan, de mawla van Ibn Abi Ahmad zei, dat hij Abu Hurayra hoorde zeggen:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken bad asr en zei taslim na twee raka's. Dhu'l-Yadayn stond op en zei, 'Is het gebed verkort, Boodschapper van Allah, of ben U het vergeten?' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken stond op en voltooide de rest van het gebed, en toen, bleef hij zitten na het zeggen van taslim, maakte hij daarna twee neerwerpingen."


Book 3, Number 3.15.64:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Abu Bakr ibn Sulayman ibn Abi zei:

"Ik heb gehoord dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad twee raka's van n van de gebeden, dhuhr of asr, en zei de taslim na twee raka's. Dhu'sh-Shamalayn zei aan hem, 'Is het gebed verkort, Boodschapper van Allah, of bent U het vergeten?' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Het gebed is niet verkort en ik ben niet vergeten.' Dhu'sh-Shamalayn zei, 'Het was zeker n van die, Boodschapper van Allah.' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, benaderde de mensen en zei, 'Heeft Dhu'sh-Shamalayn de waarheid gesproken?' Zij zeiden, 'Ja, Boodschapper van Allah,' en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, voltooide de rest van het gebed, en zei dan, 'De Vrede is op U.'


Book 3, Number 3.15.65:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn al-Musayyab, en van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman, het zelfde als dat.

Malik zei, "Elke vergeetachtigheid die van het gebed afneemt, werp neer voor dat je de groet doet en elke vergeetachtigheid die een toevoeging aan het gebed is, is het neerwerpen na de groet."


Section 3.16: Voltooiend wat onzeker is, wanneer het wordt herinnerd aan de hoeveelheden van het gebed
Top
Book 3, Number 3.16.66:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat de Bode van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Indien u onzeker bent in het gebed en weet niet of u drie of vier raka's hebt gebeden, bid dan een rakat en maak twee neerwerpingen vanuit de zittende positie en voor de taslim. Indien de rakat die u bad de vijfde was, dan maak u hem even getal door deze twee sajda's en indien het de vierde was, daarna de twee neerwerpingen, ondanks Shaytan".


Book 3, Number 3.16.67:

Yahya vertelde mij dat Malik van Umar ibn Muhammad ibn Zayd van Salim ibn Abdullah dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Indien u onzeker bent in het gebed, schat wat u denkt dat u van het gebed bent vergeten en herhaal hem, doe dan de twee sajda's van vergeetachtigheid in de zittende positie".


Book 3, Number 3.16.68:

Yahya vertelde mij dat Malik van Afif ibn Amr as-Sahmi dat Ata ibn Yasar zei:

"Ik vroeg aan Abdullah ibn Amr ibn al-As en Kab Al Ahbar over iemand die onzeker was in zijn gebed en heeft niet geweten of hij drie of vier raka's had gebeden. Beide van hen zeiden, 'Hij zou nog een rakat moeten bidden en daarna twee sajda's in de zittende positie doen'."


Book 3, Number 3.16.69:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar, wanneer gevraagd werd over vergeetachtigheid in het gebed, zei, "Indien u denkt dat u deel van het gebed bent vergeten, bid dan hem".


Section 3.17: Wat doet u als men zich bevindt na de voltooiing van het Gebed of na twee rakat
Top
Book 3, Number 3.17.70:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Al-Araj dat Abdullah ibn Buhayna zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad twee raka's met ons en stond op zonder te zitten en de mensen stonden met hem op. Toen hij het gebed had beindigd en wij zagen hem de taslim opzeggen, daarna zei hij 'Allah is grootste' en deed twee sajda's vanuit de zittende positie en zei dan de taslim opnieuw".


Book 3, Number 3.17.71:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Abd ar-Rahman ibn Hurmuz dat Abdullah ibn Buhayna zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad dhuhr met ons en hij stond recht op na twee raka's zonder te zitten. Toen hij het gebed had beindigd, deed hij twee sajda's en zei daarna de taslim".

Malik zei, betreffende iemand wie in zijn gebed vergat en opstond nadat hij vier raka's had voltooid en ging dan in ruku en daarna hij zijn hoofd van ruku ophief en herinnerde zich dat hij reeds (zijn gebed) had voltooid, "Hij keertterug naar een zittingspositie en doet geen sajda. Als hij reeds een sajda heeft gedaan denk ik niet dat hij het andere zou moeten doen. En wanneer zijn gebed beindigd is, doet hij twee sajda's vanuit de zittingspositie na het zeggen van de taslim".


Section 3.18: Kijken in het Gebed waarvan u wordt afgeleid
Top
Book 3, Number 3.18.72:

Yahya vertelde mij dat Malik van AIqama ibn Abi AIqama van zijn moeder dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Abu Jahm ibn Hudhayfa gaf de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken een fijn gestreept kledingstuk vanuit Syri en hij deed het gebed daarin. Toen hij geindigd was zei hij, 'Geef dit kledingstuk terug aan Abu Jahm. Ik keek naar zijn strepen in het gebed en zij leidden me bijna af.'


Book 3, Number 3.18.73:

Malik vertelde mij dat Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, droeg een fijne gestreepte kledingstuk vanuit Syri en gaf toen hem aan Abu Jahm en in ruil daarvoor nam een eenvoudige ruw kledingstuk. Abu Jahm vroeg, "Boodschapper van Allah! Waarom?" Hij zei, "Ik bekeek zijn strepen in het gebed."


Book 3, Number 3.18.74:

Malik vertelde mij van Abdullah ibn Abi Bakr:

Dat Abu Talha al-Aansari in zijn tuin bad toen een wilde duif in vloog en begon heen en weer te vliegen probeerde om een uitweg te vinden. Het uitzicht was leuk voor hem en hij volgde de vogel enige tijd en toen ging hij terug naar zijn gebed maar kon niet herinneren hoeveel hij had gebeden. Hij zei, "Een test in mijn bezit is mij overkomen." Zo kwam hij naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en vermeldde de test die aan hem in zijn tuin was overkomen en zei, "Boodschapper van Allah, het is een sadaqa voor Allah, geef het zo weg waar u dit wenst."


Book 3, Number 3.18.75:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr:

Dat een man van Ansar bad in een tuin van zijn in Quff, n van de valleien van Madina, tijdens het dadelseizoen en de takken van de palmen vielen neer met fruit van alle kanten. Hij bekeek het en wat hij van de vruchten zag verbaasde hem. Dan ging hij terug naar zijn gebed en hij wist niet hoeveel hij had gebeden. Hij zei, "Een test in mijn bezit is mij overkomen." Zo ging hij naar Uthman ibn Affan, die tegelijkertijd khalifa was, en vermeldde het aan hem en zei, "Het is sadaqa, geef het zo weg op de goede wegen." Uthman ibn Affan verkocht het voor vijftig duizend en zodat het bezit als Vijftig gekend werd.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 4: 4.1.1 - 4.1.3

Vergeetachtigheid in Gebed
Top Index

Section 4.1: Wat doet u indien u in het Gebed vergeet
Book 4, Number 4.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei:

"Wanneer u zich in gebed bevindt, komt Shaytan naar u toe en verwart u tot u niet weet hoeveel u hebt gebeden. Indien u in die situatie bevindt, doet twee sajda's in de zittende positie".


Book 4, Number 4.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik dat hij de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken hoorde zeggen:

"Ik vergeet of ik word vergeetachtig gemaakt zodat ik de sunna kan vestigen."


Book 4, Number 4.1.3:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij een man hoorde vragen aan al-Qasim ibn Muhammad, "Ik verbeeld mij vaak in het gebed, en het gebeurt vaak." Al-Qasim ibn Muhammad zei, "Ga verder met uw gebed, want het zal niet verloren gaan van u totdat u zegt, 'Ik heb mijn gebed niet voltooid.'

Translation of Malik's Muwatta, Book 5: 5.1.1 - 5.9.23

Jumu'a
Top Index

Section 5.1:Het doen van Ghusl op de dag van Jumua
Section 5.2:Het aandacht vestigen wanneer de Imam Khutba op de Dag van Jumua geeft
Section 5.3:Betreffende iemand wie een rakat van het Gebed Jumua vangt
Section 5.4:De neus bloedt op de dag van Jumua
Section 5.5:Zich haasten op de Dag van Jumua
Section 5.6:De Imam's stoppen in een stad op de dag van Jumua
Section 5.7:De speciale tijd op de dag van Jumua
Section 5.8:Goede verschijning en niet stappen over mensen en zich richten naar de Imam op de Dag van Jumua
Section 5.9:De recitatie in het Jumua Gebed, de zitting, en het missen van het Gebed zonder een reden

Section 5.1: Het doen van Ghusl op de dag van Jumua
Top
Book 5, Number 5.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, van Abu Salih as-Sammani van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei:

"Als iemand ghusl doet voor grote rituele onzuiverheid op de dag van jumua en dan in het eerste deel van de tijd gaat, is het alsof hij een kameel heeft geofferd. Als hij in het tweede deel van de tijd gaat, is het alsof hij een koe heeft geofferd. Als hij in het derde deel van de tijd gaat, is het alsof hij een gehoornde ram heeft geofferd. Als hij in het vierde deel van de tijd gaat, is het alsof hij een kip heeft geofferd. Als hij in het vijfde deel van de tijd gaat, is het alsof hij een ei heeft geofferd. En wanneer de Imam uit komt, vestigen de engelen zich neder en luisteren naar de dhikr (herinnering van Allah)."


Book 5, Number 5.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Said ibn Abi Said al-Maqburi dat Abu Hurayra heeft gezegd:

"Doe ghusl zoals die voor grote rituele onzuiverheid wordt voorgeschreven (wajib) op de dag van jumua en op iedere man die puberteit heeft bereikt."


Book 5, Number 5.1.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Salim ibn Abdullah zei:

"n van de metgezellen van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam in de moskee op de dag van Jumua en Umar ibn al Khattab gaf reeds khutba. Umar zei, 'Welke (soort) tijd is dit (om aan te komen)?' Hij zei, Amir al-Muminin, ik keerde van de markt terug en hoorde de oproep naar het gebed, zodat ik enkel wudu heb gedaan.' Umar zei, 'Deed u enkel wudu? U weet dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft verteld dat mensen ghusl moeten doen.'

De metgezel was Uthman ibn Affan


Book 5, Number 5.1.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Safwan ibn Sulaym van Ata ibn Yasar van Abu Said al-Khudri dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ghusl op de dag van Jumua is aan iedere man die puberteit heeft bereikt."


Book 5, Number 5.1.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei:

"Wanneer u naar Jumua komt, doe dan de ghusl."

Malik zei, "Het is niet genoeg voor iemand om ghusl te doen op de dag van Jumua en de intentie heeft voor ghusl voor Jumua en daarna naar toe gaat. Dat is omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zegt in een hadith verteld door Ibn Umar, 'Wanneer u naar Jumua komt, doe ghusl.'

Malik zei, "Indien iemand om ghusl te doen op de dag van Jumua en de intentie heeft voor ghusl voor Jumua en daarna naar toe gaat, of het vroeg of laat daarheen gaat en doet iets wat zijn wudu breekt, moet hij slechts wudu doen en zijn ghusl blijft geldig voor hem."


Section 5.2: Het aandacht vestigen wanneer de Imam Khutba op de Dag van Jumua geeft
Top
Book 5, Number 5.2.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Zelfs het zeggen tegen uw metgezel 'luister' terwijl de Imam khutba op de dag van Jumua geeft, is een dwaas om dat te zeggen."


Book 5, Number 5.2.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat Thalaba ibn Abi Malik al Quradhi hem informeerde dat in de tijd van Umar ibn al Khattab, de mensen op de dag van Jumua hebben gebeden totdat Umar uit kwam, en toen Umar uit kwam en op de mimbar zat en de muadhdhins de adhan riep, zouden zij zitten en spreken en wanneer de muadhdhins stil was en Umar opstond om khutba te geven, zouden zij aandacht besteden en niemand zou dan spreken.

Ibn Shihab zei, "Indien de Imam komt houdt op met bidden en stop met het gesprek."


Book 5, Number 5.2.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah, van Malik ibn Abi Amir:

Dat Uthman ibn Affan in zijn khutba's had gezegd, en hij zou het zelden weglaten als hij khutba gaf, "Wanneer de Imam een khutba op de dag van jumua staat te geven, luistert en besteedt aandacht eraan, want er is een gedeelte voor iemand die aandacht besteedt maar niet kan horen als voor iemand die aandacht besteedt en hoort. En wanneer de Iqama van het gebed wordt geroepen, maak uw rijen recht en zet uw schouders naast elkaar, omdat het rechtmaken van de rijen deel uit maakt van de voltooiing van het gebed." Dan zou hij de takbir niet opzeggen totdat sommige mannen die met het rechtmaken van de rijen toevertrouwd waren en naar hen toekwamen en aan hem vertelde dat zij recht waren. Daarna zou hij de takbir opzeggen.


Book 5, Number 5.2.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar twee mensen zag spreken terwijl de Imam khutba op de dag van jumua gaf en hij wierp kiezelstenen bij hen om hen te vertellen om stil te zijn.


Book 5, Number 5.2.10:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat een man op de dag van jumua nieste terwijl imam khutba gaf, en een man naast hem vroeg aan Allah om hem te zegenen. Said ibn al Musayyab werd gevraagd over het en hij verbood de man dat te doen wat hij had gedaan en zei, "Doe het voortaan niet."


Book 5, Number 5.2.11:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij aan Ibn Shihab over het spreken in jumua vroeg nadat de Imam beneden was gekomen uit mimbar maar voor hij takbir had gezegd. Ibn Shihab zei, "Het kan geen kwaad."


Section 5.3: Betreffende iemand wie een rakat van het Gebed Jumua vangt
Top
Book 5, Number 5.3.12:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ibn Shihab heeft gezegd:

"Degene die een rakat van het jumua gebed vangt zou met een andere moeten bidden." Ibn Shihab zei, "Dat is Sunna."

Malik zei, "Ik zag de mensen van kennis in onze stad die dat deden. Dat is omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei: 'Wie een rakat van het gebed vangt heeft het gebed gevangen.'

Malik zei, betreffende n of andere wie in een menigte op de dag van jumua was en deed ruku maar niet in sajda kon gaan tot de Imam was opgekomen of zijn gebed had beindigd, "Als hij de sajda kan doen en heeft reeds de ruku gedaan, dan zou hij de sajda moeten doen wanneer de mensen opstaan. Als hij de sajda niet kan doen tot nadat de Imam het gebed heeft beindigd, dan verkies ik dat hij met het gebed weer begint en vier raka's van dhuhr doet."


Section 5.4: De neus bloedt op de dag van Jumua
Top
Book 5, Number 5.4.13:

Malik zei, "Iemand die een neusbloeding op de dag van Jumua heeft terwijl de Imam khutba geeft en hij gaat weg en komt niet terug tot de Imam het gebed heeft beindigd, zou vier raka's moeten bidden."

Malik zei dat iemand die een rakat met de Imam op de dag van Jumua bad, daarna een neusbloeding had en ging weg en kwam terug en de Imam had beide raka's gebeden, zou het gebed met andere rakat moeten voltooien zolang hij niet had gesproken.

Malik zei, "Indien iemand een neusbloeding heeft, of iets gebeurt met hem en hij heeft geen alternatief dan weg te gaan, moet hij geen toestemming van de Imam vragen als hij op de dag van Jumua wil weggaan."


Section 5.5: Zich haasten op de Dag van Jumua
Top
Book 5, Number 5.5.14:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gevraagd had aan Ibn Shihab over het woord van Allah, de Majesteit, de Machtige, "O, gij die gelooft! Wanneer op Vrijdag de oproep tot het gebed is uitgezonden, haast u dan Allah gedachtig te zijn." (Surah 62:9) Ibn Shihab zei, 'Umar ibn al-Khattab had gereciteerd, wanneer op Vrijdag de oproep tot het gebed is uitgezonden, ga dan om Allah gedachtig te zijn.'

Malik zei, "Haastig maken in het Boek van Allah is slechts daad en actie. Allah de Heilige, de Verhevene zei, 'En wanneer hij teruggekeerd heeft, gaat hij in het land rond' (Surah 2:205), en Hij, de Verhevene zei, 'en hij die zich tot u haast en vreest (Surah 80:8-9), en Hij zei, 'wendde zich daarna haastig af.' (Surah 79:22), en Hij zei, 'Voorzeker, uw streven is verschillend.' (Surah 92:4). Malik zei, "Dus haastig maken met de vermeldingen van Allah in Zijn Boek is niet rennen op de voeten of inspanning. Het betekent slechts daad en acties."


Section 5.6: De Imam's stoppen in een stad op de dag van Jumua
Top
Book 5, Number 5.6.15:

Malik zei, "Indien de Imam stopt tijdens een reis in een stad waar Jumua verplicht is en hij geeft een khutba en doet Jumuagebed voor hen, dan moeten de mensen van de stad en andere aanwezige mensen het Jumuagebed met hem doen."

Malik zei, "Indien de Imam mensen voor gebed verzamelt terwijl hij in een stad reist waar het Jumuagebed niet verplicht is, dan is er geen Jumua voor hem, noch voor de mensen van de stad, noch voor iemand anders die bij hen voor het gebed in menigte deelneemt, en de mensen van de stad en iemand anders die niet reist zou het gebed moeten voltooien."

Malik voegde toe, "Een reiziger moet geen jumua doen."


Section 5.7: De speciale tijd op de dag van Jumua
Top
Book 5, Number 5.7.16:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Noemde de dag van Jumua op en zei, "Er is een tijd wanneer Allah aan een moslimslaaf geeft die zich in gebed bevindt wat hij om vraagt" en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, wees met zijn hand hoe klein het was.


Book 5, Number 5.7.17:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yazid ibn Abdullah ibn al-Had van Muhammad ibn Ibrahim ibn al-Harith at-Taymi van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf dat Abu Hurayra zei:

"Ik ging uit naar at-Tur (Berg Sinai) en ontmoette Kab al Ahbar en zat met hem. Hij vertelde mij dingen van Tawrah en ik vertelde hem dingen van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Onder de dingen die ik hem vertelde was dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Onder de beste dagen waarop de zon opkomt is de dag van Jumua. Daarin werd Adam geschapen, en daarin viel hij van de Tuin (Paradijs). Daarin werd hij vergeven, en daarin stierf hij. Daarin komt het Uur voor, en elk bewegend ding luistert van ochtend tot zonsondergang in vrees van het Uur behalve jinn en de mensen. Daarin is een tijd wanneer Allah aan een moslimslaaf geeft die zich in gebed bevindt wat hij om vraagt.' Kab zei, 'Dat is n dag in elk jaar.' Ik zei, 'Nee, in elke Jumua.' Dan reciteerde Kab Tawrah en zei, 'De Boodschapper van Allah heeft de waarheid gesproken.'

Abu Hurayra vervolgde, "Ik ontmoette Basra ibn Abi Basra al-Ghiffari en hij zei, 'Waar komt u vandaan?' Ik zei, 'Van at-Tur.' Hij zei, 'Indien ik u gezien had voor u wegging, zou u niet gegaan zijn. Ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Maak slechts een speciale reis naar drie moskeen: de moskee van Haram (Makka), deze moskee (Madina), en de moskee van Ilya of het Bait al-Maqdis (twee namen van Jeruzalem)." (Hij was niet zeker welke uitdrukking werd gebruikt.)

Abu Hurayra vervolgde, "Toen ontmoette ik Abdullah ibn Salam en ik vertelde hem dat ik met Kab al-Ahbar had gezeten, en ik vermeldde wat ik had verteld aan hem over de dag van Jumua, en vertelde hem dat Kab had gezegd, 'Dat is n dag in elk jaar.' Abdullah ibn Salam zei, 'Kab loog,' en ik voegde toe, ' Kab reciteerde Tawrah en zei, "Nee, het is in elke Jumua." Abdullah ibn Salam zei, 'Kab sprak de waarheid.' Toen zei Abdullah ibn Salam, 'Ik weet welke tijd dat is.'

Abu Hurayra vervolgde, "Ik zei aan hem, 'Laat mij het weten - houd het niet van me.' Abdullah ibn Salam zei, 'Het is de laatste tijdsperiode op de dag van Jumua.'

Abu Hurayra vervolgde, "Ik zei, 'Hoe kan het zijn de laatste tijdsperiode op de dag van Jumua, wanneer de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Een moslimslaaf die zich in gebed bevindt," en dat is een tijd wanneer er geen gebed is?' Abdullah ibn Salam antwoordde, 'Zei de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken niet, "Wie zit te wachten op het gebed is in gebed tot hij bidt?"

Abu Hurayra toe, "Ik zei, 'Natuurlijk.' Hij zei, 'Dan is het dat.'


Section 5.8: Goede verschijning en niet stappen over mensen en zich richten naar de Imam op de Dag van Jumua
Top
Book 5, Number 5.8.18:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat hij de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken hoorde zeggen:

"Er is niets verkeerd in het dragen van twee kledingstukken die geen werk-kleren voor Jumua zijn."


Book 5, Number 5.8.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar nooit naar Jumua zonder olie en parfum zou gaan behalve, wanneer het verboden werd (d.w.z. toen hij muhrim was).


Book 5, Number 5.8.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Abi Bakr ibn Hazm van wie aan hem vertelde dat Abu Hurayra heeft gezegd:

"Het is beter voor een man om op de oppervlakte van al Harra (een rotsachtig gebied in Madina) te bidden dan zit te wachten totdat de Imam klaar is om khutba te geven en daarna komt en stapt over de halzen van mensen."

Malik zei, "Sunna met ons is dat de mensen zich richten naar de Imam op de dag van Jumua, wanneer hij van plan is khutba te geven, of zij dichtbij qibla of elders zijn."


Section 5.9: De recitatie in het Jumua Gebed, de zitting, en het missen van het Gebed zonder een reden
Top
Book 5, Number 5.9.21:

Yahya vertelde mij dat Malik van Damra ibn Said al-Mazini van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud:

Dat ad-Dahhak ibn Qays vroeg an-Numan ibn Bashir, "Wat deed de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, na het reciteren van suratal-Jumua (Surah 62) op de dag van Jumua?" Hij zei, "Hij heeft al-Ghashiya (Surah 88) gereciteerd."


Book 5, Number 5.9.22:

Yahya vertelde mij van Malik dat Safwan ibn Sulaym zei:

"Indien iemand een Jumua drie keer zonder reden of ziekte weglaat, zal Allah een zegel op zijn hart zal plaatsen."

Malik zei, "Ik weet niet of het van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken was of niet."


Book 5, Number 5.9.23:

Yahya vertelde mij dat Malik van Jafar ibn Muhammad van zijn vader:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, gaf twee khutba's op de dag van Jumua en ging zitten tussen hen.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 6: 6.1.1 - 6.2.8

Het gebed in Ramadan
Top Index

Section 6.1:De aanmoediging van de wens voor het Gebed in Ramadan
Section 6.2:Het verrichten van het gebed tijdens de nacht

Section 6.1: De aanmoediging van de wens voor het Gebed in Ramadan
Top
Book 6, Number 6.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr van A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Bad in de moskee n nacht en de mensen baden achter hem. Dan bad hij de volgende nacht en er waren meer mensen. Dan verzamelden zij zich op de derde of vierde nacht en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam niet. 's morgens, zei hij, "Ik zag wat u deed en het enige ding dat me verhinderde naar u te komen was dat ik vreesde dat het verplicht (fard) voor u zou worden." Dit gebeurde in Ramadan.


Book 6, Number 6.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft mensen aangemaand om de nacht in gebed tijdens Ramadan te volgen maar absoluut nooit bevolen. Hij heeft gezegd, "Wie volg de nacht in gebed in Ramadan met vertrouwen en verwachting, al zijn vorige verkeerde acties zal vergeven worden."

Ibn Shihab zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stierf terwijl dat nog steeds de gewoonte was en het verder ging met zijn gewoonte in de khalifa van Abu Bakr en aan het begin van de khalifa van Umar ibn al-Khattab."


Section 6.2: Het verrichten van het gebed tijdens de nacht
Top
Book 6, Number 6.2.3:

Malik vertelde mij van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr dat Abd ar-Rahman ibn Abd al-Qari zei:

"Ik ging uit met Umar ibn al-Khattab in Ramadan naar de moskee en de mensen werden daar in groepen verspreid. Sommige mannen baden alleen, terwijl anderen in kleine groepen baden. Umar zei, 'O Allah! Het zou naar mijn mening beter zijn als deze mensen zich achter n reciteur verzamelden.' Zo verzamelde hij hen achter Ubayy ibn Kab. Dan ging ik uit met hem nog een andere nacht en de mensen baden achter hun Qur'an reciteur. Umar zei, 'Hoe uitstekend deze nieuwe manier is, maar wat u mist terwijl u slaap, is beter dan dat u in gebed bent.' Hij bedoelde het einde van de nacht, en de mensen gingen het gebed tijdens het begin van de nacht volgen."


Book 6, Number 6.2.4:

Yahya vertelde mij van Malik van Muhammad ibn Yusuf dat as-Sa'ib ibn Yazid zei:

"Umar ibn al-Khattab gaf opdracht aan Ubayy ibn Kab en Tamim ad-Dari om de nacht in gebed met de mensen door te brengen van elf raka's te doen. De reciteur van de Qur'an zou Mi'in reciteren (een groep van middelgrote sura's) totdat wij op onze staf zouden leunen vanwege de langere gebeden. En wij zouden tot aan de benadering van dageraad, niet verlaten."


Book 6, Number 6.2.5:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yazid ibn Ruman zei:

"De mensen hebben de nacht in gebed door gebracht tijdens Ramadan van drientwintig raka's in de tijd van Umar ibn al-Khattab."


Book 6, Number 6.2.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Da'ud ibn al-Husayn dat hij al-Araj hoorde zeggen:

"Ik zag nooit de mensen in Ramadan, behalve dat zij de ongelovige vervloekten." Hij voegde toe, "De reciteur van de Qur'an heeft Surah al-Baqara in acht raka's gereciteerd en indien hij het in twaalf raka's had gedaan, dan zouden de mensen denken dat hij het gemakkelijk had gemaakt."


Book 6, Number 6.2.7:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Abi Bakr zei:

"Ik hoorde mijn vader zeggen, 'Wij eindigden biddend in Ramadan en de bedienden die haastten zich met het voedsel en vreesden de benadering van dageraad.'


Book 6, Number 6.2.8:

Yahya vertelde mij van Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat Dhakwan Abu Amr (een slaaf die behoort tot A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, die door haar na haar dood bevrijd werd) heeft in gebed gestaan en reciteerde voor haar in Ramadan.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 7: 7.1.1 - 7.4.33

Tahajjud
Top Index

Section 7.1:Betreffende het Gebed tijdens de nacht
Section 7.2:Hoe de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, de Witr bad
Section 7.3:Het bevel om Witr te bidden
Section 7.4:De twee rakat's van Fajr

Section 7.1: Betreffende het Gebed tijdens de nacht
Top
Book 7, Number 7.1.1:

Yahya vertelde mij van Malik van Muhammad ibn al-Munkadir van Said ibn al-Jubayr:

Dat een man die goedkeuring heeft (als overleveraar van hadith), vertelde hem dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Indien een man in de nacht bidt en de slaap hem daarin overwint, schrijft Allah voor hem de beloning van zijn gebed, en zijn slaap is Sadaqa voor hem."


Book 7, Number 7.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn ' Ubaydullah, van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ik sliep voor de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en mijn voeten waren in zijn qibla. Toen hij neerwierp, stootte hij me aan en ik trok mijn voeten, en toen hij opstond spreidde ik hen uit." Zij voegde toe, "Er waren geen lampen in het huis op dat ogenblik."


Book 7, Number 7.1.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Indien u slaperig bent in het gebed, slaap totdat de slaap u verlaat, omdat als u slaperig bent terwijl u bidt, dan weet u niet of u van plan was om vergiffenis te vragen, maar (in feite) vroeg om kwaad."


Book 7, Number 7.1.5a:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ismail van Ibn Abi Hakim:

Dat hij de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken hoorde zeggen, hoorde een vrouw s' nachts bidden. Hij zei, "Wie is dat?" en iemand zei aan hem, "Het is al-Hawla bint Tuwayt, zij slaapt niet s' nachts." De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, keurde het af en zijn afkeuring was zichtbaar op zijn gezicht. Toen zei hij, "Allah, de Heilige en Verhevene, wordt niet moe, maar u wordt moe. Doe alleen dat wat in uw vermogen is."


Book 7, Number 7.1.5b:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van zijn vader:

Dat Umar ibn al-Khattab heeft zoveel gebeden zolang Allah het wou, van s' nachts tot aan het eind van de nacht,zou hij zijn familie voor het gebed wekken. Hij heeft aan hen gezegd, "Het gebed, het gebed." Dan zou hij de ayat reciteren, "En spoor uw volk aan tot gebed en wees daarin volhardend. Wij vragen geen levensonderhoud van u, Wij onderhouden u. En het einde is voor de godvruchtigen (taqwa)." (Surah 20:132)


Book 7, Number 7.1.6:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat Said ibn al-Musayyab heeft gezegd:

"Slaap is afgekeurd vr isha en gesprek na het."


Book 7, Number 7.1.7:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij Abdullah ibn Umar hoorde zeggen:

"(Vrijwillig) gebed zowel dag en nacht is twee tegelijk, met een taslim na elke rakat."

Malik zei, "Dat is de gewoonte onder ons."


Section 7.2: Hoe de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, de Witr bad
Top
Book 7, Number 7.2.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr van A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en hem vrede schenken:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en hem vrede schenken, heeft elf raka's s'nachts gebeden, die hen oneven maakt door n enkele, en toen hij had beindigd, lag hij aan zijn rechterzijde.


Book 7, Number 7.2.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Said ibn Abi Said al-Maqburi van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf:

Dat hij A'isha vroeg, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en hem vrede schenken, wat het gebed was van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en hem vrede schenken, tijdens Ramadan. Zij zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en hem vrede schenken, ging niet boven elf raka's in Ramadan of in een andere tijd. Hij bad vier - vraag me niet over hun schoonheid of lengte. Dan bad hij nog eens vier - vraag me niet over hun schoonheid en lengte. Dan bad hij drie."

A'isha vervolgde, "Ik zei, 'Boodschapper van Allah, slaap u voor u de witr doet?' Hij zei, A'isha, mijn ogen slapen maar mijn hart niet.'


Book 7, Number 7.2.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat A'isha, Umm al-muminin zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft dertien raka's s'nachts gebeden en dan twee raka's toen hij adhan voor het Subh (Fadjr) gebed hoorde."


Book 7, Number 7.2.11:

Yahya vertelde mij dat Malik van Makhrama ibn Sulayman van Kurayb, de mawla van Ibn Abbas:

Dat Abdullah ibn Abbas vertelde hem dat hij een nacht bij het huis van Maimuna had doorgebracht, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, die ook de zuster van de moeder van Ibn Abbas was. Ibn Abbas zei, "Ik lag met mijn hoofd op de breedte van het kussen en Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en zijn vrouw lagen met hun hoofden op zijn lengte. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, sliep, tot, halverwege door de nacht of een beetje vr of na het, hij werd wakker en zat en veegde de slaap vanaf zijn gezicht af met zijn hand. Dan reciteerde hij de laatste tien ayat's van Surah Al-Imran (Surah 3). Dan stond hij op en ging naar een water-kruik die hing en deed wudu grondig daarvan, en toen bevond hij zich in gebed."

Ibn Abbas vervolgde, "Ik stond op en deed het zelfde en ging toen naast hem staan. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zette zijn rechterhand op mijn hoofd en nam mijn rechter oor en kneep het. Hij bad twee raka's, dan twee rakas, dan twee raka's, dan twee raka's, dan twee raka's, dan twee raka's, en bad toen een oneven rakat. (Dus 6 keer 2 raka's + 1) Dan ging hij liggen tot de muadhdhin naar hem kwam, en bad toen twee snelle raka's, en ging weg en bad Subh (Fadjr)."


Book 7, Number 7.2.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr van zijn vader:

Dat Abdullah ibn Qays ibn Makhrama vertelde hem dat Zayd ibn Khalid al-Juhani zei, n nacht dat hij het gebed van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken ging waarnemen. Hij zei, "Ik rustte mijn hoofd op zijn drempel. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stondop en bad twee lange, lange, lange raka's. Dan bad hij twee raka's, die een beetje kleiner was dan de twee vr hen. Dan bad hij twee raka's, die een beetje kleiner was dan de twee vr hen. Dan bad hij twee raka's, die een beetje kleiner was dan de twee vr hen. Dan bad hij twee raka's, die een beetje kleiner was dan de twee vr hen. Dan bad hij twee raka's, die een beetje kleiner was dan de twee vr hen. Dan bad hij een oneven rakat, en dat maakte dertien raka's alles bij elkaar." (Dus 6 keer 2 raka's + 1)


Section 7.3: Het bevel om Witr te bidden
Top
Book 7, Number 7.3.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi en Abdullah ibn Umar:

Dat een man de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vroeg over nachtgebeden. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "De nachtgebeden zijn twee om twee, en wanneer u bang bent dat de dageraad naderbij komt, bidt n rakat om te maken dat u oneven hebt gebeden."


Book 7, Number 7.3.14:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Yahya ibn Habban van Ibn Muhayriz dat een man van de stam Kinana genoemd al-Mukhdaji hoorde een man in Syri die bekend staat als Abu Muhammad, zeggen:

"Witr is verplicht (fard)." Al-Mukhdaji zei, "Ik ging naar Ubada ibn as-Samit en stelde mij aan hem voor toen hij naar de moskee ging, en vertelde hem wat Abu Muhammad had gezegd. Ubada zei dat Abu Muhammad had gelogen en dat hij gehoord had de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen, 'Allah de Majesteit en Machtige heeft vijf gebeden geschreven voor de mensheid, en wie het doet en niet nalaat door het te verminderen, wat aan hen bevolen is, is er een overeenkomst voor hem met Allah dat hij hem in de Tuin zal toelaten. Wie het niet doet, is er geen overeenkomst voor hem met Allah. Indien Hij wenst, straft Hij hem, en indien Hij wenst, laat Hij hem in de Tuin toe.'


Book 7, Number 7.3.15:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Bakr ibn Umar dat Said ibn Yasar zei:

"Ik reisde met Abdullah ibn Umar op de weg naar Makka, en vreesde dat het bijna dageraad was. Ik steeg af en bad witr. Abdullah zei, 'Is daar geen model voor u in de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken?' Ik zei natuurlijk, bij Allah!' Hij zei, 'De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, was gewent om Witr op zijn kameel te bidden.'


Book 7, Number 7.3.16:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Said ibn al-Musayyab zei:

"Abu Bakr as-Siddiq heeft Witr gebeden toen hij naar bed wenste te gaan, en Umar ibn al-Khattab heeft Witr gebeden aan het eind van de nacht. Maar ik, ik bid Witr wanneer ik naar bed ga."


Book 7, Number 7.3.17:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat een man aan Abdullah ibn Umar vroeg of de Witr verplicht was en Abdullah ibn Umar zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad witr, en de moslims baden witr." De man herhaalde zijn vraag en Abdullah ibn Umar bleef zeggen, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad witr, en de moslims baden witr."


Book 7, Number 7.3.18:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft gezegd:

"Indien iemand vreest dat hij door tot de ochtend zal slapen, laat hem de witr bidden voor hij slaapt, en indien iemand hoopt om voor het laatste deel van de nacht te wekken, laat hem zijn witr uitstellen."


Book 7, Number 7.3.19:

Yahya vertelde mij van Malik dat Nafi zei:

"Ik was met Abdullah ibn Umar in Makka. De hemel was over vertroebeld en Abdullah vreesde dat de dageraad naderbij kwam, dus hij bad n rakaat voor witr. Toen klaarden de wolken op en hij zag dat het nog steeds nacht was, dus maakte hij zijn gebeden gelijk met n rakaat. Dan vervolgde hij zijn gebeden met twee raka's tegelijkertijd, totdat hij de benadering van dageraad vreesde, hij bad n rakat voor witr."


Book 7, Number 7.3.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd dat de Taslim tussen twee raka's en n rakat van witr te zeggen zodat hij iets kan vragen die hij nodig heeft.


Book 7, Number 7.3.213:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat Sad ibn Abi Waqqas heeft Witr gebeden na Isha met n rakat.

Malik zei, "Zo gaat dat niet bij ons. Drie rakaat is het minimum voor witr."


Book 7, Number 7.3.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van ibn Dinar Abdullah dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Het "Maghribgebed is de witr van de daggebeden."

Malik zei, "Indien iemand witr aan het begin van de nacht bidt, en gaat slapen, en dan ontwaakt en het hem goed schijnt te bidden, laat hem bidden, twee raka's tegelijkertijd. Dat is waar ik het meeste van houd, van wat ik heb gehoord."


Book 7, Number 7.3.23:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd al Karim ibn Abi'l-Mukhariq al-Basri van Said ibn Jubayr:

Dat Abdullah ibn Abbas sliep, en wanneer hij ontwaakte, zei hij aan zijn bediende: "Ga en kijk naar wat de mensen hebben gedaan," (tegen die tijd was hij uit zijn zicht) De bediende keerde terug en zei: "De mensen zijn van Subh (Fadjr) weggegaan," toen stond Abdullah ibn Abbas op en bad witr en daarna Subh (Fadjr).


Book 7, Number 7.3.24:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Abdullah ibn Abbas en Ubada ibn as-Samit en al-Qasim ibn Muhammad en Abdullah ibn Amir ibn Rabia met z'n allen witr hadden gebeden na de onderbreking van het dageraad.


Book 7, Number 7.3.25:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat Abdullah ibn Masud zei:

"Ik let er niet op als de Iqama voor het Subh (Fadjr) gebed wordt geroepen terwijl ik nog witr bid."


Book 7, Number 7.3.26:

Yahya vertelde mij van Malik Yahya ibn Said zei:

"Ubada ibn as-Samit leidde de mensen tot het gebed. n dag kwam hij voor Subh (Fadjr) en muadhdhin begon Iqama voor het Subh (Fadjr) gebed, Ubada legde hem op te zwijgen, bad witr en leidde hen toen in Subh (Fadjr)."


Book 7, Number 7.3.27:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abd ar-Rahman ibn al-Qasim zei:

"Ik hoorde Abdullah ibn Amir ibn Rabia zeggen: 'Ik bid soms witr tijdens het horen van Iqama, of na de onderbreking van dageraad.' "Abd ar-Rahman was niet zeker dat hij dat zei."


Book 7, Number 7.3.28:

Malik vertelde mij dat Abd ar-Rahman ibn al-Qasim hoorde zijn vader al-Qasim ibn Muhammad zeggen:

"Ik heb witr na dageraad gebeden."

Malik zei, "Slechts een persoon die zich verslaapt bidt de witr na het dageraad. Niemand zou opzettelijk zijn witr na dageraad moeten maken."


Section 7.4: De twee rakat's van Fajr
Top
Book 7, Number 7.4.29:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar:

Dat Hafsa, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vertelde aan hem dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft twee snelle rakat's gebeden toen muadhdhin adhan voor het Subh (Fadjr) gebed had beindigd, alvorens de Iqama voor het gebed werd gezegd.


Book 7, Number 7.4.30:

Malik vertelde mij van Yahya ibn Said dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft twee raka's van de dageraad (fajr) zo snel gebeden dat ik aan mezelf ging afvragen 'Heeft hij Umm al-qur'an gereciteerd of niet?'


Book 7, Number 7.4.31:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sharik ibn Abdullah ibn Abi Namir dat Abu Salama ibn Abd ar-Rahman zei:

"Sommige mensen hoorden Iqama en begonnen te bidden. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam uit en zei, 'Doen jullie twee gebeden tegelijkertijd?' Dat was over het Subh (Fadjr) gebed en twee raka's vr Subh (Fadjr)."


Book 7, Number 7.4.32:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Abdullah ibn Umar twee raka's van dageraad miste en deed toen nadat de zon steeg.


Book 7, Number 7.4.33:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn al-Qasim:

Dat al-Qasim ibn Muhammad het zelfde had gedaan als Ibn Umar.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 8: 8.1.1 - 8.10.39

Het gebed in menigte
Top Index

Section 8.1:De superioriteit van Gebed in menigte dan over alleen in Gebed
Section 8.2:De Isha en Subh (Fadjr) gebeden
Section 8.3:Het Gebed opnieuw met de Imam doen
Section 8.4:Het bidden in een groep mensen
Section 8.5:Gebed achter een Imam wanneer hij Zittend bidt
Section 8.6:De voortreffelijkheid van het Gebed van iemand die staat over het Gebed van iemand die zit
Section 8.7:Het bidden van vrijwillige gebeden (Nawafil) zittend
Section 8.8:Het Middengebed
Section 8.9:Toestemming om in n Kledingstuk te bidden
Section 8.10:Toestemming voor een vrouw om in een aanleg van een kledingstuk en hoofd-bedekking te bidden

Section 8.1: De superioriteit van Gebed in menigte dan over alleen in Gebed
Top
Book 8, Number 8.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Het gebed in menigte is beter dan het gebed van een man alleen door zevenentwintig graden (in beloning)."


Book 8, Number 8.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn al-Musayyab van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Het gebed in menigte is beter dan het gebed van n van u op zijn eigen door vijfentwintig te delen."


Book 8, Number 8.1.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Door Hem in wiens hand mijzelf is! Ik had in gedachten opdracht te geven dat brandhout word verzameld, dan opdracht te geven dat het gebed wordt geroepen, en een man aan te stellen om de mensen in gebed te leiden, en dan achter bepaalde mannen te komen en hun huizen over hen plat te branden! Door hem in wiens hand mijzelf is! Indien n van hen wist dat hij een vlezig been of twee goede benen van vlees zou vinden, zou hij bij Isha aanwezig zijn."


Book 8, Number 8.1.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'n-Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah van Yusr ibn Said dat Zayd ibn Thabit zei:

"Het uitstekendste gebed is uw gebed in uw huis, behalve de voorgeschreven gebeden (Fard)."


Section 8.2: De Isha en Subh (Fadjr) gebeden
Top
Book 8, Number 8.2.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn Harmala al-Aslami van Said ibn al-Musayyab dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wat ons van de hypocrieten scheidt is aanwezig zijn bij isha en Subh (Fadjr). Zij kunnen het niet doen," of woorden met soort gelijke strekking.


Book 8, Number 8.2.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman van Abu Salih van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Indien een man die langs een weg loopt een tak van doornen op de weg vindt en het verwijdert, Allah bedankt hem voor het doen van dat en vergeeft hem."

Hij zei ook, "De martelaren zijn vijf: gedood door een plaag, gedood door een ziekte van de buik, wie verdrinkt, gedood door in te storten gebouw, en de martelaar in het pad van Allah.'

Hij zei ook, "Indien de mensen wisten wat er in de oproep naar gebed in de eerste rij waren, en zij konden geen andere weg vinden behalve om een lot daarvoor te trekken, dan zouden zij lot daarvoor trekken. En als zij wisten wat er in het doen van dhuhr gedurende zijn tijd was, zouden zij elkaar naar elkaar toe rennen. En als zij wisten wat er in de gebeden van Isha en Maghrib waren, zouden zij aan hen komen zelfs als zij moesten kruipen.


Book 8, Number 8.2.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Abu Bakr ibn Sulayman ibn Abi Hathma:

Dat Umar ibn al-Khattab miste Sulayman ibn Abi Hathma in het Subh (Fadjr) gebed. 'S morgens ging hij naar de markt, en het huis van Sulayman was tussen de markt en de Profeet's moskee. Hij ging ash-Shifa voorbij, de moeder van Sulayman, en zei aan haar, "Ik zag Sulayman niet bij Subh (Fadjr)." Zij antwoordde, "Hij bracht de nacht in gebed door en zijn ogen overwonnen hem. Umar zei, "Ik zou liever bij Subh (Fadjr) aanwezig zijn dan de gehele nacht zich in het gebed bevinden.


Book 8, Number 8.2.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Ibrahim dat Abd ar-Rahman ibn Abi Amra al-Ansari zei:

:

Dat Uthman ibn Affan naar het ishagebed kwam en zag slechts een paar mensen in de moskee, hij zat aan de muur van de moskee te wachten op het aantal mensen erbij zouden komen. Ibn Abi Amra ging naast hem zitten en Uthman vroeg aan hem wie hij was, en dat vertelde hij hem. Uthman zei, "Wat onthoud u van de Qur'an?", en dat vertelde hij aan hem. Uthman zei, "Indien iemand bij Isha aanwezig is, is het alsof hij zich in gebed voor de helft van een nacht had bevonden, en indien iemand bij Subh (Fadjr) aanwezig is, is het alsof hij zich in gebed voor een gehele nacht had bevonden.


Section 8.3: Het Gebed opnieuw met de Imam doen
Top
Book 8, Number 8.3.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van een man van Bani'd-Dil genaamd Busr ibn Mihjan van zijn vader Mihjan:

Dat hij in een bijeenkomst was met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en de oproep naar gebed werd gemaakt. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, nam deel en bad en keerde toen terug. Mihjan bleef zitten en heeft met hem niet gebeden. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Wat verhinderde u met de mensen te bidden? Bent u geen moslim?" Hij zei "Natuurlijk, Boodschapper van Allah, maar ik heb reeds met mijn familie gebeden." De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Wanneer u komt, bidt met de mensen, zelfs wanneer u reeds hebt gebeden."


Book 8, Number 8.3.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat een man aan Abdullah ibn Umar vroeg, "Soms bidt ik in mijn huis, en vang dan het gebed met de Imam. Zou ik met hem moeten bidden?" Abdullah ibn Umar zei aan hem, "Ja," en de man zei, "Wie van hen doe ik mijn gebed?" Abdullah ibn Umar zei, "Is dat tot u? Het is tot Allah. Hij zal beslissen over welke van hen hij wenst."


Book 8, Number 8.3.11:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat een man aan Said ibn al-Musayyab vroeg:

"Ik bid in mijn huis, en dan kom ik naar de moskee en vind de Imam bidden. Zou ik met hem moeten bidden?" Said zei, "Ja," en de man zei, "Welke van hen is mijn gebed?" Said zei, "Bent u om dat te beslissen? Dat is aan Allah."


Book 8, Number 8.3.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Afif as-Sahmi dat een man van de stam van Bani Asad Abu Ayyub al-Ansari vroeg:

"Soms bid ik in mijn huis, en dan kom ik naar de moskee en vind de Imam bidden. Zou ik met hem moeten bidden?" Abu Ayyub zei, "Ja, bidt met hem, degene die dit doet heeft de beloning van de groep, of het gelijkwaardig van de beloning van de groep."


Book 8, Number 8.3.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Iemand wie maghrib of Subh (Fadjr) bidt en dan daarna het met de Imam, zou het niet moeten herhalen."

Malik zei, "Ik zie geen kwaad in, iemand wie reeds in zijn huis gebeden heeft en dat met de Imam bidt, behalve voor maghrib, omdat als hij het herhaalt, maakt hij het zelfs even aantal."


Section 8.4: Het bidden in een groep mensen
Top
Book 8, Number 8.4.14:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer u mensen leidt in het gebed, maakt het kort, omdat er onder hen sommige mensen zijn die zwak, ziek en oud zijn. Maar wanneer u zelf bidt, maak het zolang u dit wenst."


Book 8, Number 8.4.15:

Yahya vertelde mij van Malik dat Nafi zei:

"Ik stond achter Abdullah ibn Umar in n van de gebeden toen er niemand anders met hem was, en hij bereikte erachter met zijn hand en plaatste me naast hem."


Book 8, Number 8.4.16:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said:

Dat een man de mensen in gebed in al-Aqiq (een plaats dichtbij Madina) heeft geleid, en Umar ibn Abd al-Aziz stuurde een bericht naar hem die hem verbood om dat te doen.

Malik zei, "Hij verbood hem slechts omdat zijn vader niet bekend was."


Section 8.5: Gebed achter een Imam wanneer hij Zittend bidt
Top
Book 8, Number 8.5.17:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Anas ibn Malik:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, viel van zijn paard tijdens het berijden, en zijn rechter kant werd geschaafd, zodat hij n van gebeden het zitten deed, en wij baden achter hem zittend. Toen hij wegging,zei hij, "De Imam wordt benoemd om gevolgd te worden. Als hij staand bidt, bid dan staande, en wanneer hij in ruku gaat, ga in ruku, en wanneer hij opstaat, sta op, en wanneer hij zegt, 'Allah hoort wie hem prijst, 'zegt, 'Onze Heer, alle lof behoort aan U, 'en als hij zittend bidt, dan bidt iedereen zittend."


Book 8, Number 8.5.18:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad terwijl hij ziek was. Hij bad zittend, en sommige mensen achter hem staande bidden, en hij wees op aan hen om te gaan zitten. Toen hij wegging, zei hij, 'De Imam wordt slechts benoemd om gevolgd te worden. Wanneer hij in ruku gaat, ga in ruku en wanneer hij opstaat, sta op en als hij zittend bidt, bid zittend.'


Book 8, Number 8.5.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam uit tijdens zijn ziekte, en naderde en vond Abu Bakr staand, leidend de mensen in gebed. Abu Bakr begon terug te gaan, maar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vermelde aan hem te blijven waar hij was. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zat naast Abu Bakr, en Abu Bakr bad, volgde het gebed van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, die zat, en de mensen baden en volgden het gebed van Abu Bakr.


Section 8.6: De voortreffelijkheid van het Gebed van iemand die staat over het Gebed van iemand die zit
Top
Book 8, Number 8.6.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ismail ibn Muhammad ibn Said ibn Abi Waqqas van een mawla van Amr ibn al-As dat of van Abdullah ibn Amr ibn al-As dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Het gebed van n die zit is slechts gelijk aan de helft van het gebed van n die staat".


Book 8, Number 8.6.21:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Abdullah ibn Amr al-As zei:

"Toen wij in Madina aankwamen werden wij neer getroffen door een strenge epidemie die ons zeer verzwakte. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam uit naar de mensen terwijl zij nawafil g ebeden zittend baden. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Het gebed van n die zit is slechts gelijk aan de helft van het gebed van n die staat".


Section 8.7: Het bidden van vrijwillige gebeden (Nawafil) zittend
Top
Book 8, Number 8.7.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van as-Sa'ib ibn Yazid van al-Muttalib ibn Abi Wadaa as-Sahmi dat Hafsa, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ik zag nooit de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, nawafil zittend bidden, tot een jaar vr zijn dood, toen begon hij ze zittend te bidden. Hij zou sura met een gemeten traagheid reciteren zodat het langer zou lijken te zijn dan andere sura's die eigenlijk langer waren."


Book 8, Number 8.7.23:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vertelde hem, dat zij nooit de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, hem had gezien de nachtgebeden zittend doen totdat hij wat ouder werd. Hij zou het gaan zitten doen totdat hij in ruku wilde gaan reciteren, zou hij opstaan en ongeveer dertig of veertig ayats reciteren en dan in ruku gaan.


Book 8, Number 8.7.24:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Yazid al-Madani en van Abu'n Nadr van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft zittend gebeden. Hij zou zittend reciteren, en dan, toen ongeveer dertig of veertig ayats van wat hij reciteerde bleven, zou hij opstaan en staand reciteren en zou dan in ruku en sajda gaan. Hij zou het zelfde in de tweede rakat doen.


Book 8, Number 8.7.25:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Urwa ibn az-Zubayr en Said ibn al-Musayyab heeft vrijwillige gebeden zittend gebeden.


Section 8.8: Het Middengebed
Top
Book 8, Number 8.8.26:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Al-Qaqa ibn Hakim dat Abu Yunus, de mawla van A'isha, umm al-muminin zei:

A'isha gaf aan mij de opdracht om de Koran voor haar op te schrijven. Ze zei: Wanneer je deze ayat: (Koran 2:238) "Waakt over uw gebeden en het tussengebed en stelt u ootmoedig voor Allah tegenkomt, laat het mij dan weten". Toen ik het bereikt had, liet ik haar weten en toen dicteerde zij aan mij, "Waakt over uw gebeden en het tussengebed en het asr gebed en stelt u ootmoedig voor Allah". A'isha zei: Ik hoorde het van de profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken".


Book 8, Number 8.8.27:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam dat Amr ibn Rafi gezegd heeft:

Ik was de Koran aan het opschrijven voor Hafsa, umm al-muminin en ze zei: Wanneer je de ayat (Koran 2:238) "Waakt over uw gebeden en het tussengebed en stelt u ootmoedig voor Allah tegenkomt," laat het mij dan weten. Toen ik het bereikt had, liet ik haar weten en toen dicteerde zij aan mij: "Waakt over uw gebeden en het tussengebed en het asr gebed en stelt u ootmoedig voor Allah."


Book 8, Number 8.8.28:

Yahya vertelde mij dat Malik van Da'ud ibn al-Husayn dat Ibn Yarbu al-Makhzumi zei:

"ik hoorde Zayd ibn Thabit zeggen, 'Het middengebed is het gebed van dhuhr.'


Book 8, Number 8.8.29:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat AIi ibn Abi Talib en Abdullah ibn Abbas hebben gezegd:

"Het middengebed is het gebed van Subh (Fadjr)."

Malik zei, "Uit alles wat ik over de kwestie heb gehoord, verkies ik welke Ali ibn Abi Talib en Abdullah ibn Abbas zeiden."


Section 8.9: Toestemming om in n Kledingstuk te bidden
Top
Book 8, Number 8.9.30:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat Umar ibn Abi Salama de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zag biddend in n kledingstuk in het huis van Umm Salama. Hij werd volledig door het bedekt, en had beide einden over zijn schouders gezet.


Book 8, Number 8.9.31:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn al-Musayyab van Abu Hurayra:

Dat iemand aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken vroeg over het bidden in n kledingstuk. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Hebben jullie allen twee kledingstukken?"


Book 8, Number 8.9.32:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Said ibn al-Musayyab dat Abu Hurayra werd gevraagd:

"Mag een man in n kledingstuk bidden?" Hij zei, "Ja." De man zei dan aan hem "Doet u dat?" en hij herhaalde, "Ja, ik bidt in n kledingstuk terwijl mijn kleren op het kleren-rek zijn."


Book 8, Number 8.9.33:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Jabir ibn Abdullah in n kledingstuk heeft gebeden.


Book 8, Number 8.9.34:

Yahya vertelde mij dat Malik van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman:

Dat Muhammad ibn Amr ibn Hazm in n enkel lang overhemd heeft gebeden.


Book 8, Number 8.9.35:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij van Jabir ibn Abdullah had gehoord dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Laat iedereen wie niet twee kledingstukken kan vinden in n kledingstuk bidden en zich daarin wikkelen, en als het kledingstuk kort is, laat hem het rond zijn taille wikkelen."

Malik zei, "Naar mijn mening het is wenselijk voor iemand wie in n enkel overhemd bidt om een kledingstuk of turban over zijn schouders te zetten."


Section 8.10: Toestemming voor een vrouw om in een aanleg van een kledingstuk en hoofd-bedekking te bidden
Top
Book 8, Number 8.10.36:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat A'isha, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft in een aanleg van een kledingstuk en hoofd-bedekking gebeden.


Book 8, Number 8.10.37:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Zayd ibn Qunfudh dat zijn moeder vroeg Umm Salama, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

"Welke kleren kan een vrouw dragen in het gebed?" Zij zei, "Zij kan bidden in een aanleg van een kledingstuk die naar beneden reikt en bedekt de top van haar voeten."


Book 8, Number 8.10.38:

Yahya vertelde mij dat Malik uit een betrouwbare bron van Bukayr ibn Abdullah ibn al-Ashajj van Busr ibn Said:

Dat toen Ubaydullah ibn al-Aswad al-Khawlani in de kamer was van Maimuna, de vrouw van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft zij in een aanleg van een kledingstuk en hoofd-bedekking gebeden, zonder een taille-omslag.


Book 8, Number 8.10.39:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat een vrouw hem om een besluit vroeg, zeggend, "De taille-Omslagen zijn pijnlijk voor me. Kan ik in een aanleg van een kledingstuk en hoofd-bedekking bidden?" Hij antwoordde, "Ja, als de aanleg van kledingstuk lang is."

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 9: 9.1.1 - 9.25.98

Het verkorten van het Gebed
Top Index

Section 9.1:Het deelnemen van twee gebeden, wanneer het moet en tijdens het reizen
Section 9.2:Het verkorten van het Gebed tijdens reizen
Section 9.3:Omstandigheden waarin het Gebed verkort moet worden
Section 9.4:Het Gebed van een reiziger wanneer het onbeslist blijft, hetzij om in een plaats te blijven of niet
Section 9.5:Het doen van het volledige Gebed wanneer n beslist op een plaats te blijven
Section 9.6:Het Gebed van een reiziger wanneer Imam of achter een Imam
Section 9.7:Vrijwillige Gebeden tijdens het reizen, tijdens dag en s'nachts, biddend op een rijdend beest
Section 9.8:Het Gebed van Duha
Section 9.9:Algemene opmerkingen betreffende het vrijwillige Gebed van Duha
Section 9.10:Waarschuwing tegen het voorbijgaan aan de voorzijde van iemand die bid
Section 9.11:Toestemming vragen om voor iemand voorbijgaan die bidt
Section 9.12:De Sutra van een man die op een reis bidt
Section 9.13:Het weg borstelen van kleine stenen in het Gebed
Section 9.14:Het rechtmaken van de rijen
Section 9.15:Het plaatsen van n hand op het andere in het Gebed
Section 9.16:Qunut in het Subh (Fadjr) Gebed
Section 9.17:Het verbod tegen een man die bidt wanneer hij wenst om zichzelf te verlichten (toilet)
Section 9.18:Wachtend op het Gebed en naar toe lopen
Section 9.19:Het plaatsen van de handen plat op de grond door het gezicht, wanneer men zich neerwerp
Section 9.20:Het draaien en applaudisseren wanneer het noodzakelijk is tijdens het Gebed
Section 9.21:Wat te doet wanneer u binnengaat terwijl de Imam in Ruku is
Section 9.22:Het gebed op de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken
Section 9.23:Hoe doet u het Gebed in het algemeen
Section 9.24:Het gebed in het algemeen
Section 9.25:De aanmoediging van het verlangen voor het Gebed in het algemeen

Section 9.1: Het deelnemen van twee gebeden, wanneer het moet en tijdens het reizen
Top
Book 9, Number 9.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Da'ud ibn al-Husayn van al-Araj van Abu Hurayra:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, deelde dhuhr en asr mee op zijn reis naar Tabuk.


Book 9, Number 9.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z-Zubayr al-Makki van Abu't-Tufayl Amir ibn Wathila:

Dat Muadh ibn Jabal hem vertelde dat zij uitgingen met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in het jaar van Tabuk, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, deelnam aan dhuhr met asr en maghrib met isha. Muadh zei, "n dag stelde hij het gebed uit en bad later samen dhuhr en asr. Toen zei hij, 'Morgen zult u, insha ' llah, komen naar de bron van Tabuk. Maar u zult daar niet arriveren tot ver in de ochtend. Niemand die aankomt zou enig van zijn water moeten raken tot ik kom.' Wij kwamen aan en twee mannen waren eerder dan ons en de bron droop met een beetje water.

De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vroeg hen: "Hebben jullie enig van zijn water aangeraakt?' Zij zeiden, 'Ja.' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, schold hen en zei wat Allah hem wenste te zeggen. Toen namen zij water met hun handen van de bron beetje bij beetje tot het in iets was verzameld. Toen waste de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zijn gezicht en handen daarin. Daarna zette hij het terug in de bron en de bron stroomde met een overvloed van water en de mensen trokken water daarvan. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Indien u lang genoeg leeft, Muadh, zult u spoedig deze plaats met tuinen gevuld zien.'


Book 9, Number 9.1.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft maghrib en isha samen deelgenomen toen het dringend was te reizen."


Book 9, Number 9.1.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zubayr Al-Makki van Said ibn Jubayr dat Abdullah ibn Abbas zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad dhuhr en asr samen en maghrib en isha samen en niet uit angst noch wegens het reizen."

Malik zei, "Ik geloof dat het tijdens het regen was."


Book 9, Number 9.1.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar het gebed samen met de amirs heeft deelgenomen toen zij maghrib en isha in de regen deelnamen.


Book 9, Number 9.1.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat hij aan Salim ibn Abdullah had gevraagd, "Kunt u met dhuhr en asr deelnemen tijdens reizen"? Hij zei, "Ja, het kan geen kwaad. Hebt u de mensen op Arafa niet zien bidden?"


Book 9, Number 9.1.7:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat AIi ibn Husain gezegd heeft dat:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zou dhuhr en asr deelnemen indien hij wenste dezelfde dag te reizen en hij zou met maghrib en isha deelnemen indien hij wenste dezelfde nacht te reizen".


Section 9.2: Het verkorten van het Gebed tijdens reizen
Top
Book 9, Number 9.2.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van een man van de familie van Khalid ibn Asid dat hij aan Abdullah ibn Umar zei:

"Abu Abd ar-Rahman, wij vinden het angst gebed en het gebed dat aan ons wordt bevestigd in de Qur'an, maar wij vinden geen vermelding van het reizende gebed daarin". Ibn Umar zei, "Zoon van mijn broer! Allah, de Machtige en Majesteit stuurde ons Muhammad, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en wij weten niets. Wij doen enkel dat toen wij hem zagen dat doen".


Book 9, Number 9.2.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Salih ibn Kaysan van Urwa ibn az-Zubayr dat, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Het gebed werd voorgeschreven als twee raka's, toen allebei zich vestigde als wanneer men ging reizen. Dan werd het reizende gebed gehouden hoe het was en een toename werd in het gebed gemaakt wanneer het zich vestigde."


Book 9, Number 9.2.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said:

Dat hij zei aan Salim ibn Abdullah, "Wat is het laatst dat u uw vader gezien hebt tijdens een reis dat hij maghrib gemist heeft?" en Salim antwoordde, "Een keer ging de zon onder toen wij in Dhat Al-Jaysh waren en hij bad maghrib in Al-Aqiq".


Section 9.3: Omstandigheden waarin het Gebed verkort moet worden
Top
Book 9, Number 9.3.11:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar, het gebed verkortte toen hij voor hajj of umra van Dhu'l Hulayfa wegging.


Book 9, Number 9.3.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah:

Dat zijn vader naar Rim reed en het gebed tijdens de reis verkorte.

Malik zei, "Dat was ongeveer vier post-stadium". (Ongeveer achtenveertig mijlen).


Book 9, Number 9.3.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Salim ibn Abdullah:

Dat Abdullah ibn Umar naar Dhat an-Nusub reed en het gebed tijdens de reis verkortte.

Malik zei, "Er zijn vier post-stadium tussen Dhat een-Nusub en Madina".


Book 9, Number 9.3.14:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Ibn Umar:

Dat hij naar Khaybar heeft gereisd en hij zou het gebed verkorten.


Book 9, Number 9.3.15:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah:

Dat Abdullah ibn Umar het gebed heeft verkort toen hij voor een hele dag reisde.


Book 9, Number 9.3.16:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat hij een post-stadium met Ibn Umar heeft gereisd en hij zou het gebed niet verkorten.


Book 9, Number 9.3.17:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Abdullah ibn Abbas het gebed heeft verkort toen hij een afstand reisde gelijkwaardig naar dat tussen Makka en Ta'if en dat tussen Makka en Usfan en dat tussen Makka en Jedda.

Malik zei, "Dat zijn vier post-stadium's en naar mijn mening is dat een voorkeur wat afstand betreft, voor het verkorten van het gebed".

Malik zei, "Iemand die van plan is te reizen moet het gebed niet verkorten tot hij de huizen van het dorp heeft verlaten. En hij doet het geheel niet tot hij naar de eerste huizen van het dorp komt of is nabijgelegen".


Section 9.4: Het Gebed van een reiziger wanneer het onbeslist blijft, hetzij om in een plaats te blijven of niet
Top
Book 9, Number 9.4.18:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah:

Dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft, "Ik bid het gebed van een reiziger zolang ik onbeslist heb of ergens blijft of niet, zelfs wanneer ik voor twaalf nachten ben aangehouden".


Book 9, Number 9.4.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Ibn Umar in Makka voor tien nachten bleef en het gebed verkortte, behalve wanneer hij hem achter een Imam bad, waarbij hij het gebed van de Imam volgde.


Section 9.5: Het doen van het volledige Gebed wanneer n beslist op een plaats te blijven
Top
Book 9, Number 9.5.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ata Al-Khurasani:

Dat hij hoorde Said ibn Al-Musayyab zeggen, "Een reiziger die beslist heeft ergens voor vier nachten te blijven doet het gebed volledig".

Malik zei, "Dat is wat ik eerder kies boven alles waaruit ik heb gehoord".

Malik, wanneer naar het gebed van een gevangene gevraagd werd, zei, "Het is het zelfde als het gebed van een persoon die op een plaats blijft, behalve indien hij reist".


Section 9.6: Het Gebed van een reiziger wanneer Imam of achter een Imam
Top
Book 9, Number 9.6.21:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah van zijn vader:

Dat Umar ibn Al-Khattab, wanneer hij naar Makka ging, hen in gebed heeft geleid en deed twee raka's en zei dan, "Mensen van Makka, voltooit het gebed, wij zijn een groep reizigers".

Yahya vertelde het zelfde als dat naar mij van Malik van Zayd ibn Aslam van zijn vader van Umar ibn Al-Khattab.


Book 9, Number 9.6.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar vier raka's achter de Imam in Mina heeft gebeden en toen hij alleen bad zou hij twee raka's hebben gebeden.


Book 9, Number 9.6.23:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat Safwan zei, "Abdullah ibn Umar is gekomen op bezoek bij Abdullah ibn Safwan en hij heeft twee raka's met ons gebeden en toen hij wegging stonden wij en voltooiden het gebed ".


Section 9.7: Vrijwillige Gebeden tijdens het reizen, tijdens dag en s'nachts, biddend op een rijdend beest
Top
Book 9, Number 9.7.24:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar nooit met iets samen met Fard gebed gebeden, zowel voor het of na het, tijdens reizen, behalve diep in de nacht. Hij zou op de grond of op zijn zadel bidden, waar oook zijn gezicht gericht was.


Book 9, Number 9.7.25:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Al-Qasim ibn Muhammad en Urwa ibn az-Zubayr en Abu Bakr ibn Abd ar Rahman, Nawafil heeft gebeden tijdens reizen.

Yahya zei dat aan Malikwerd gevraagd over vrijwillige gebeden tijdens reizen en hij zei, "Er is geen kwaad in het zowel s'nachts of tijdens de dag. Ik heb gehoord dat sommige van de mensen van kennis dat hebben gedaan".


Book 9, Number 9.7.26:

Yahya vertelde mij dat Malik zei:

"Ik heb gehoord van Nafi dat Abdullah ibn Umar zijn zoon, Ubaydullah ibn Abdullah, heeft gezien, het vrijwillige gebeden doen op een reis en hij zou het niet afkeuren".


Book 9, Number 9.7.27:

Yahya vertelde mij dat Malik van Amr ibn Yahya Al-Mazini van Abu'l-Hubab Said ibn Yasar:

Dat Abdullah ibn Umar zei, "Ik zag de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bidden op een ezel terwijl hij reed naar khaybar".


Book 9, Number 9.7.28:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Dinar van Abdullah ibn Umar:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft op zijn zadel (paard) gebeden tijdens het reizen, welke richting hij onder ogen zag. Abdullah ibn Dinar zei, "Abdullah ibn Umar zou dat ook doen".


Book 9, Number 9.7.29:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei:

"Ik zag Anas ibn Malik op reis bidden op een ezel, tegenovergesteld van de Qibla. Hij deed de rakat en de sajda door met zijn hoofd te bewegen, zonder het zetten van zijn gezicht op iets".


Section 9.8: Het Gebed van Duha
Top
Book 9, Number 9.8.30:

Yahya vertelde mij dat Malik van Musa ibn Maysara van Abu Murra, de mawla van Aqil ibn Abi Talib:

Dat Umm Hani Abi Talib vertelde hem dat in het jaar van de verovering de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad acht raka's, die zichzelf met een kledingstuk bedekte.


Book 9, Number 9.8.31:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah:

Dat Abu Murra, de mawla van Aqil ibn Abi Talib, hem vertelde dat hij had gehoord Umm Hani bint Abi Talib zei, "Ik ging naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in het jaar van de verovering en vond hem ghusl doen terwijl zijn dochter Fatima, hem met een kledingstuk bedekte. Ik zei aan hem, 'de Vrede op U' en hij zei, 'Wie is dat'? Ik antwoordde, 'Umm Hani bint Abi Talib,' en hij zei, 'Welkom, Umm Hani!' Toen hij zijn ghusl had beindigd, stond hij en bad acht raka's en bedekte zichzelf met een kledingstuk en ging dan weg. Ik zei, 'Boodschapper van Allah, mijn moeder's zoon, AIi, zegt dat hij vastbesloten is om die en die, zoon van Hubayra te doden, een man die ik onder mijn bescherming heb geplaatst'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei, 'Wij geven bescherming naar wie u bescherming hebt gegeven, Umm Hani'.

Umm Hani vertelde dat dit incident s'morgens gebeurde.


Book 9, Number 9.8.32:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az-Zubayr dat de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ik heb nooit eenmaal gezien de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, het vrijwillige gebed doen van duha, maar ik zelf doe het wel. Soms als de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zou zich onthouden van een praktijk dat hij hield om te doen, hij dan zou vrezen dat mensen het zelfde zouden doen en het zou Fard voor hen worden."


Book 9, Number 9.8.33:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van A'isha:

Dat zij duha met acht raka's heeft gebeden en zij zou zeggen, "Ik zou het nooit stoppen zelfs wanneer mijn ouders terug naar leven zouden gebracht worden".


Section 9.9: Algemene opmerkingen betreffende het vrijwillige Gebed van Duha
Top
Book 9, Number 9.9.34:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha van Anas ibn Malik:

Dat zijn grootmoeder, Mulayka, de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, uitnodigde voor voedsel en hij at wat daarvan. Dan zei de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Sta op en ik zal u leiden in het gebed".

Anas zei, "Ik stond op en nam een geweven mat dat van ons was en die zwart geworden was door lang gebruik en sprenkelde het met water en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stond op het. Het weeskind en ik vormden een rij achter hem en de oude vrouw stond achter ons. Hij bad twee raka's met ons en is weggegaan".


Book 9, Number 9.9.35:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba zei:

"Ik bezocht Umar ibn Al-Khattab vlak voor middag en vond hem een vrijwillig gebed bidden. Zo stond ik achter hem, maar hij trok mij dichtbij en zette mij naast hem, aan zijn rechterhand zijde, en toen kwam Yarfa en ik bewoog mij terug en wij vormden een rij achter hem".


Section 9.10: Waarschuwing tegen het voorbijgaan aan de voorzijde van iemand die bid
Top
Book 9, Number 9.10.36:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Abd ar-Rahman ibn Abi Said Al-Khudri van zijn vader dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Laat niemand voor u voorbijgaan wanneer u bidt. Weer hem zoveel af als u kan en indien hij weigert, vecht hem, want hij is slechts een shaytan".


Book 9, Number 9.10.37:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah van Busr ibn Said:

Dat Zayd ibn Khalid Al-Juhani hem naar Abu Juhaym stuurde om hem te vragen wat hij had gehoord van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, over het voorbijgaan wanneer iemand bidt. Abu Juhaym zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Indien iemand die voor een man voorbijgaat die bidt, wist wat hij op zichzelf bracht zou beter zijn voor hem om voor veertig te stoppen dan passeren om voor hem voorbij te gaan'."

Abu'n-Nadr zei, "Ik weet niet of hij veertig dagen, maanden of jaren zei".


Book 9, Number 9.10.38:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat Kab Al-Ahbar zei:

"Indien de persoon wist die voor een man voorbijging die bidt wat hij bracht op zichzelf, zou het beter voor hem zijn om in de grond te zinken dan om hem voorbij te gaan".


Book 9, Number 9.10.39:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Abdullah ibn Umar van het voorbijgaan voor vrouwen heeft afgekeurd terwijl zij baden.


Book 9, Number 9.10.40:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar noch voor iemand zou voorbijgaan noch iemand laat voorbijgaan voor hem.


Section 9.11: Toestemming vragen om voor iemand voorbijgaan die bidt
Top
Book 9, Number 9.11.41:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud dat Abdullah ibn Abbas zei:

"Ik benaderde en reed op een ezel, terwijl de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, leidde de mensen in gebed te Mina en ik was op dat ogenblik, een naderende puberteit. Ik ging voor een deel van de rij voorbij, afgestegen, stuurde de ezel om te grazen en nam deel in de rij en niemand berispte mij, dat ik het zo deed".


Book 9, Number 9.11.42:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Said ibn Abi Waqqas voor sommige van de rijen is voorbijgegaan terwijl het gebed gaande was.

Malik zei, "Ik ben van mening dat het toelaatbaar is om dat te doen indien de Iqama voor het gebed gezegd is en de Imam heeft aanvankelijke Takbir gezegd en een man kan geen enig weg vinden in de moskee behalve door een gat tussen de rijen".


Book 9, Number 9.11.43:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Ali ibn Abi Talib zei:

"Dingen dat voorbijgaan voor een man wie bidt, zijn gebed niet breekt".

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft, "Dingen dat voorbijgaan voor een man wie bidt, zijn gebed niet breekt".


Section 9.12: De Sutra van een man die op een reis bidt
Top
Book 9, Number 9.12.44:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Abdullah ibn Umar zou het dier gebruiken waarop hij reed als een sutra wanneer hij bad.

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader in de woestijn zonder een sutra heeft gebeden.


Section 9.13: Het weg borstelen van kleine stenen in het Gebed
Book 9, Number 9.13.45:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abu Jafar Al-Qari zei:

"Ik zag Abdullah ibn Umar vlug de kleine stenen weg borstelen van de plaats waar hij zijn voorhoofd ging zetten toen hij beneden in sajda ging".


Book 9, Number 9.13.46:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abu Jafar Al-Qari zei:

"Ik zag Abdullah ibn Umar vlug de kleine stenen weg borstelen van de plaats waar hij zijn voorhoofd ging zetten toen hij beneden in sajda ging".


Section 9.14: Het rechtmaken van de rijen
Top
Book 9, Number 9.14.47:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Umar ibn Al-Khattab opdracht heeft gegeven dat de rijen rechtgemaakt moest worden en toen zij daarna naar hem waren gekomen en aan hem vertelde dat de rijen recht waren, zei hij de takbir op.


Book 9, Number 9.14.48:

Yahya vertelde mij dat Malik van zijn oom (vaders kant), Abu Suhayl ibn Malik, dat zijn vader zei:

"Ik was met Uthman ibn Affan toen de Iqama door hem voor het gebed werd gezegd en ik praatte met hem over een duidelijke toelage toegewezen te worden. Ik bleef praten met hem terwijl hij sommige kleine stenen van zijn sandalen nivelleerde, en toen sommige mannen dat hij toevertrouwd had de rijen recht te maken kwamen en aan hem vertelden dat de rijen recht waren. Hij zei aan mij, 'Opstellen in de rij,' en dan zei hij de takbir".


Section 9.15: Het plaatsen van n hand op het andere in het Gebed
Book 9, Number 9.15.49:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abd Al-Karim ibn Abi'l-Mukhariq Al-Basri zei:

"Onder dingen die de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei en deed zijn: 'Zolang u niet beschaamd voel, doe wat u wens', het plaatsen van een hand op het andere in het gebed (men plaats de rechterhand op de linkerhand), snel zijn om de vasten te breken, en het vertragen van de maaltijd vr dageraad."


Book 9, Number 9.15.50:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Hazim ibn Dinar dat Sahl ibn Sad zei:

"Mensen werden bevolen hun rechterhand op hun linkervoorarmen in het gebed te plaatsen".

Abu Hazim voegde toe, "Ik weet voor zeker dat Sahl dat nagespoort terug gaat naar de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken".


Section 9.16: Qunut in het Subh (Fadjr) Gebed
Book 9, Number 9.16.51:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar, de Qunut in geen van de gebeden heeft gezegd.


Section 9.17: Het verbod tegen een man die bidt wanneer hij wenst om zichzelf te verlichten (toilet)
Book 9, Number 9.17.52:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat Abdullah ibn Al-Arqam zijn metgezellen in gebed heeft geleid. Op een dag kwam de tijd voor het gebed en hij ging zichzelf verlichten (toilet). Toen hij terugkeerde, zei hij, "Ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen, 'Indien u wens te zuiveren, zou u dit voor het gebed moeten doen'.


Book 9, Number 9.17.53:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam dat Umar ibn Al-Khattab zei:

"U zou niet moeten bidden terwijl u uw darmen (buik) vasthoudt".


Section 9.18: Wachtend op het Gebed en naar toe lopen
Top
Book 9, Number 9.18.54:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De engelen vragen om zegeningen op elk een van u zolang hij in de plaats waar hij heeft gebeden en niets heeft ontladen. Zij zeggen, 'Allah, vergeef hem. Allah heb genade op hem."

Malik zei, "Ik beschouw dat zijn woorden niet, 'heeft iets niet ontladen' verwijs naar iets behalve de ontladingen die wudu breken".


Book 9, Number 9.18.55:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"U bent in gebed zolang u het gebed vasthoudt en er niets zijn die u van het terugkeren naar uw familie verhindert behalve het gebed".


Book 9, Number 9.18.56:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr, dat Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman gezegd heeft:

"Iemand die naar de moskee s'morgens of s'middag zonder bedoeling om nergens anders te gaan of om goed te leren of het te onderwijzen, is alsof iemand wie Jihad op de weg van Allah doet en terugkeert met buit".


Book 9, Number 9.18.57:

Yahya vertelde mij dat van Malik van Nuaym ibn Abdullah Al-Mujmir dat hij Abu Hurayra hoorde zeggen:

"Indien iemand van u bidt en dan op de plek zit waar hij heeft gebeden, vragen de engelen zegeningen op hem zeggende, 'Allah, vergeeft hem. Allah, heb genade op hem. En indien hij van de plek beweegt waar hij heeft gebeden en zit elders in de moskee wachtend op het gebed, blijft hij in gebed tot hij bidt".


Book 9, Number 9.18.58:

Yahya vertelde mij dat Malik van Al Ala ibn Abd ar-Rahman ibn Yaqub van zijn vader van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Zal ik u de dingen vertellen waardoor Allah verkeerde acties wist en waardoor hij rangen verhoogt: de volledige en correcte prestaties van wudu in ongunstige voorwaarden, een groot aantal stappen naar de Moskee, en het wachten na een gebed voor het volgende gebed. Dat is de vaste greep, dat is de vaste greep, dat is de vaste greep".


Book 9, Number 9.18.59:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Said ibn Al-Musayyab zei:

"Het wordt gezegd dat niemand een hypocriet accepteert om de moskee te verlaten na de oproep van het gebed, behalve iemand die van plan is terug te keren".


Book 9, Number 9.18.60:

Yahya vertelde mij dat Malik van Amir ibn Abdullah ibn az-Zubayr van Amr ibn Sulaymaz-Zuraqi van Abu Qatadaal-Ansari dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer u de moskee binnengaat, zou u twee rakat's moeten bidden alvorens u gaat zitten".


Book 9, Number 9.18.61:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'nNadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah, dat Abu Salama ibn Abd ar-Rahman hem vroeg:

"Zag ik niet uw meester gaan zitten alvorens te bidden nadat hij de moskee was binnengegaan"?

De Abu'n-Nadr zei, "Door dat bedoelde hij Umar ibn Ubaydullah en hij vond het verkeerd van hem voor het gaan zitten alvorens te bidden nadat hij in de moskee was gekomen".

Yahya zei dat Malik zei, "Het is goed om dat te doen, maar is niet verplicht".


Section 9.19: Het plaatsen van de handen plat op de grond door het gezicht, wanneer men zich neerwerp
Top
Book 9, Number 9.19.62:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar zijn palmen plat op de grond had geplaatst waar hij zijn voorhoofd zette. Nafi zei, "Ik heb hem gezien zijn handen uitnemen van onder zijn mouwen op een heel koude dag en plaatste het op de grond".


Book 9, Number 9.19.63:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd:

"Wanneer een van u zijn voorhoofd op de grond zet, zou hij zijn palmen op de plaats moeten zetten waar hij zijn voorhoofd zet. En wanneer hij opstaat, zou hij hen opheffen, en de handen precies moeten neerwerpen zoals het gezicht neerwerpt".


Section 9.20: Het draaien en applaudisseren wanneer het noodzakelijk is tijdens het Gebed
Book 9, Number 9.20.64:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Hazim Salama ibn Dinar van Sahl ibn Said as-Saidi:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, ging naar de stam van Bani Amr ibn Awf om hun geschillen te regelen. De tijd voor het gebed kwam en de muadhdhin kwam naar Abu Bakr as-Siddiq en zei, "Zou u de mensen kunnen leiden in het gebed en ik de Iqama opzeggen?" Hij zei, "Ja" en Abu Bakr bad. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam terug terwijl de mensen in gebed waren en benaderde hen en nam deel in de rij. Mensen applaudisseerden, maar Abu Bakr draaide zich niet om. De mensen gingen harder applaudisseren en Abu Bakr draaide en zag de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, duidde aan hem om op zijn plaats te blijven. Abu Bakr verhoogde zijn handen en loofde Allah dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat had verteld aan hem om dat te doen. Dan terug trok zich terug tot hij in de rij was en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stapte voorwaarts en leidde het gebed. Toen hij had beindigd zei hij, "Abu Bakr, wat stopte u van het blijven als ik u vertelde"? Abu Bakr zei, "Het is niet voor Ibn Abi Quhafa om voor de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken te bidden".

De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Waarom zag ik u allen applaudisserenen zoveel? Indien iets tijdens het gebed gebeurd, zou u 'Subhan-Allah' moeten zeggen (de Glorie is aan Allah) en wanneer u 'Subhan-Allah' zegt zult u gehoord worden. Het applaudisseren is slechts voor vrouwen".


Book 9, Number 9.20.65:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Ibn Umar nooit zou omdraaien tijdens het bidden.


Book 9, Number 9.20.66:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abu Jafar Al-Qari zei:

"Ik bad en Abdullah ibn Umar was achter mij en ik was me niet bewust daarvan. Daarna ik draaide mij om en hij porde aan mij (in afkeuring)."


Section 9.21: Wat te doet wanneer u binnengaat terwijl de Imam in Ruku is
Top
Book 9, Number 9.21.67:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Abu Umama ibn Sahl ibn Hunayf zei:

"Zayd ibn Thabit ging de moskee binnen en vond de mensen in ruku, hij ging in ruku en bewoog toen langzaam voorwaarts totdat hij de rij bereikte".


Book 9, Number 9.21.68:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Abdullah ibn Masud had vooruit bewogen terwijl hij in ruku was.


Section 9.22: Het gebed op de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken
Book 9, Number 9.22.69:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr ibn Hazim van zijn vader dat Amr ibn Sulaym az-Zuraqi zei:

"Abu Humayd as-Saidi vertelde mij dat zij de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vroegen hoe zij om zegeningen op hem zouden vragen en hij antwoordde dat zij zouden moeten zeggen, 'O Allah, zegent Muhammad en zijn vrouwen en zijn nakomelingen aangezien U de familie van Ibrahim zegende en geeft baraka aan Muhammad en zijn vrouwen en zijn nakomelingen aangezien U baraka aan de familie van Ibrahim gaf. U bent waardig Prijzenswaardig en Glorierijk."

Allahumma salli ala Muhammad wa azwajihi wa alihi kama sallaita ala ali Ibrahim, wa baraka ala Muhammad wa azwajihi wa alihi kama barakta ala ali Ibrahim, innaka Hamidu'm - Majid.


Book 9, Number 9.22.70:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nuaym ibn Abdullah Al-Mujmir dat Muhammad ibn Abdullah ibn Zayd vertelde hem dat Abu Masud Al Ansari zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam naar ons toe tijdens de bijeenkomst van Sad ibn Ubada. Bashir ibn Sad zei tegen hem, 'Allah heeft aan ons bevolen om zegeningen te vragen op u, o Boodschapper van Allah. Hoe zouden wij dat moeten doen? De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bleef stil totdat wij wensten dat wij hem dat niet hadden gevraagd. Toen vertelde hij aan ons door te zeggen, "O Allah, zegent Muhammad en de familie van Muhammad zoals U Ibrahim zegende en geeft baraka aan Muhammad en de familie van Muhammad zoals U baraka aan de familie van Ibrahim gaf. In alle werelden bent U Prijzenswaardig en Glorierijk, en geef dan de taslim als u geleerd hebt".

Allahumma salli ala Muhammad wa ali Muhammad kama sallaita Ibrahim, wa baraka ala Muhammad wa ali Muhammad kama barakta ala ali Ibrahim. Fi'l alamin, innaka Hamidu'm - Majid.


Book 9, Number 9.22.71:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Dinar zei:

"Ik zag Abdullah ibn Umar stoppen bij de graf van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en vroeg om zegeningen op de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en op Abu Bakr en Umar".


Section 9.23: Hoe doet u het Gebed in het algemeen
Top
Book 9, Number 9.23.72:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Ibn Umar:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft twee rakas voor dhuhr en twee rakas daarna, twee rakas na maghrib, in zijn huis en twee rakas na isha gebeden. Hij heeft niet gebeden na Jumua totdat hij die verlaten had en toen bad hij twee rakas.


Book 9, Number 9.23.73:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ziet u de richting die ik hier aanschouw? Door Allah noch uw concentratie noch uw ruku zijn voor mij verborgen. Ik kan u achter mijn rug zien".


Book 9, Number 9.23.74:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar:

Dat wanneer de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, naar Quba was gegaan (om te bidden), ging hij lopend evenals rijdend.


Book 9, Number 9.23.75:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van an-Numan ibn Murra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wat betreft over dronkenschap, stelen en overspel? "Dat was alvorens iets over hen was geopenbaard. Zij zeiden, "Allah en Zijn Boodschapper weten het best". Hij zei, "Zij zijn overvloed en in hen zijn een straf. En het slechtste van stelen is, het een die zijn gebed steelt". Zij zeiden, "Hoe steelt hij zijn gebed, Boodschapper van Allah?" Hij antwoordde, "Hij doet zijn ruku of sajda niet behoorlijk".


Book 9, Number 9.23.76:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Doe sommige van de gebeden in uw huizen".


Book 9, Number 9.23.77:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft:

"Wanneer een zieke man onbekwaam is zich neer te werpen zal hij moeten bewegen met zijn hoofd en niets naar zijn voorhoofd toe brengen".


Book 9, Number 9.23.78:

Yahya vertelde mij dat Malik van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman:

Dat indien Abdullah ibn Umar bij de moskee aankwam en de mensen hadden reeds gebeden, zou hij met het verplichte gebed beginnen en zou met niets daarvr bidden.


Book 9, Number 9.23.79:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar door een man voorbijging die bad en zei, "De Vrede is op u," en de man antwoordde naar hem. Abdullah ibn Umar keerde terug naar hem en zei, "Wanneer iemand zegt, 'De Vrede is op u' terwijl u bidt, antwoord niet terug, maar geef een signaal met uw hand".


Book 9, Number 9.23.80:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft:

"Iemand die enkel zich herinnert dat hij vergeten is een gebed wanneer hij het volgende gebed achter een Imam bidt, zou het gebed dat hij vergeten is nadat de Imam de taslim heeft gezegd, de andere opnieuw moeten bidden".


Book 9, Number 9.23.81:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Yahya ibn Habban dat zijn vaderlijke oom Wasi ibn Habban zei:

"Ik bad en Abdullah ibn Umar rustte zijn rug tegen de muur aan van de qibla. Toen ik het gebed had beindigd draaide ik mij naar hem toe op mijn linkerhandzijde. Abdullah ibn Umar zei, 'Wat hield jou tegen om op zijn rechterzijde te draaien'? Ik antwoordde, 'Ik zag u en draaide naar u toe'. Abdullah zei, 'U heeft correct gesproken. Mensen zeggen dat u naar uw rechts zou moeten draaien, maar wanneer u bidt, kunt u draaien welke manier u wens. Indien u van houdt, naar uw rechts en indien u van houdt, naar uw links."


Book 9, Number 9.23.82:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat een van de muhajirun waarin hij geen kwaad zag vroeg aan Abdullah ibn Amr ibn al-As, "Kan ik op een plaats bidden waar kamelen water drinken"? Abdullah antwoordde, "Neen, maar u kan in een schapenkooi bidden".


Book 9, Number 9.23.83:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Said ibn Al-Musayyab zei:

"Welke gebed is het wanneer u blijft in de zittend positie in iedere rakat? Said zei, "Het is maghrib wanneer u een rakat mis en dat is de Sunna in alle gebeden".


Section 9.24: Het gebed in het algemeen
Top
Book 9, Number 9.24.84:

Yahya vertelde mij dat Malik van Amir ibn Abdullah ibn az-Zubayr van Amr ibn Sulaym az-Zuraqi van Abu Qutada Al-Ansari:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft met Umama dragend gebeden, die de dochter van zijn dochter Zaynab was door Abu'l As ibn Rabia ibn Abd Shams. Toen hij zich neerwierp, zette hij haar neer en toen hij opstond droeg hij haar.


Book 9, Number 9.24.85:

Yahya vertelde mij van Abu'z-Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Een groep van engelen in de nacht en een groep van engelen in de dag wisselen met elkaar onder u en verzamelen zich samen ten tijde van de asr en fajr gebeden bijeen. Dan die, die de nacht onder u hebben doorgebracht stijgenop en Hij vraagt aan hen en Hij weet het best, 'Hoe heeft u mijn slaven verlaten?' en zij zeggen, 'Toen wij hen verlieten baden zij en wanneer wij naar hen kwamen, waren zij aan het bidden.' "


Book 9, Number 9.24.86:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Vertel Abu Bakr om de mensen in gebed te leiden". A'isha zei, "Boodschapper van Allah, wanneer Abu Bakr in uw plaats staat, zijn stem bereikt de oren van de mensen niet wegens zijn huilen, zo vertel Umar om de mensen in gebed te leiden". Hij zei, "Vertel Abu Bakr om de mensen in gebed te leiden". A'isha vervolgde, "Ik vertelde Hafsa om hem te vertellen dat als Abu Bakr in zijn plaats stond zijn stem heeft de oren van de mensen wegens zijn huilen niet bereikt en dat hij Umar zou moeten vertellen om de mensen in gebed te leiden. Hafsa deed zo en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'U bent de metgezel van Yusuf! (Verwijzend naar de vrouwen die hun handen sneden toen zij de schoonheid van Yusuf zagen). Vertel Abu Bakr om de mensen in gebed te leiden!"

A'isha voegde toe dat Hafsa aan haar zei, "Ik heb nooit iets goed van u gehad!"


Book 9, Number 9.24.87:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Ata ibn Yazid Al-Laythi dat Ubaydullah ibn Adi ibn al-Khiyar zei:

"Op een keer toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, met sommige mensen zat, kwam een man naar hem en sprak in het geheim met hem. Niemand wist wat hij had gezegd totdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, onthulde dat hij om toestemming had gevraagd om een van de hypocrieten te doden. Toen hij dit onthulde, de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Getuigt hij niet dat er geen god is, behalve Allah en dat Muhammad de Boodschapper is van Allah?' De man antwoordde, 'Natuurlijk, maar hij heeft niet echt zo gedaan'. Hij zei, 'Doet hij het gebed niet?' en de man antwoordde, 'Natuurlijk, maar hij doet werkelijk het gebed niet'. Hij zei, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, 'Dat zijn degene die Allah mij verboden heeft (te doden).'


Book 9, Number 9.24.88:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"O Allah! Maak van mijn graf niet tot een idool dat wordt aanbeden. De woede op degenen die de graven van hun Profeten als plaatsen van aanbidding namen was verschrikkelijk".


Book 9, Number 9.24.89:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Mahmud ibn Rabi Al-Ansari:

Dat Utban ibn Malik, die een blinde man was, heeft zijn mensen in gebed geleid en hij zei aan de Bode van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Soms is het donker en regenachtig en er is veel water rond buiten en ik ben een man die zijn zicht heeft verloren. Boodschapper van Allah, bid in een bepaalde plaats in mijn huis zodat ik hem als een plaats van aanbidding kan nemen". De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam naar hem en zei, "Waar wil je dat ik moet bidden?" Hij wees een plaats aan en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad daar.


Book 9, Number 9.24.90:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Abbad ibn Tamim van zijn oom (vaderskant):

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, lag beneden in de moskee met een voet boven op het andere.

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn Al-Musayyab dat Umar ibn Al Khattab en Uthman ibn Affan, moge Allah behaagd met hen zijn, heeft het zelfde gedaan.


Book 9, Number 9.24.91:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Abdullah ibn Masud aan een zekere man zei:

"U bent in een tijd wanneer mannen van begrip (fuqaha) vele zijn en Qur'an reciteurs weinig, wanneer de grenzen van gedrag die in Qur'an wordt bepaald worden bewaakt en zijn brieven gaan verloren, wanneer weinige mensen vragen en vele geven, wanneer zij het gebed lang maken en de khutba kort, en zetten Hun acties in voor hun verlangens. Een tijd zal op mannen komen wanneer hun fuqaha weinig is, maar veel Qur'an reciteurs, wanneer de brieven van Qur'an zorgvuldig worden bewaakt, maar zijn grenzen gaan verloren, wanneer velen vragen, maar weinigen geven, wanneer zij de khutba lang maken, maar het gebed kort en zetten hun verlangens in voor hun acties".


Book 9, Number 9.24.92a:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei:

"Ik heb gehoord dat het eerste van de acties van een slaaf op de dag van het stijgen beschouwd te worden is het gebed. Indien het van hem wordt goedgekeurd, zullen de overige van zijn acties beschouwd worden en indien het niet van hem wordt goedgekeurd, zal geen van zijn acties beschouwd worden".


Book 9, Number 9.24.92b:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De acties die de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, hield van uit de meeste, waren die, die het meest constant gedaan werden".


Book 9, Number 9.24.94:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij van Amir ibn Sad ibn Abi Waqqas had gehoord dat zijn vader zei:

"Er waren twee broers, een van die veertig nachten voor de andere stierf. De verdienste van het eerste werd vermeld in de aanwezigheid van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en hij zei, 'Was de andere geen moslim?' Zij zeiden, 'Natuurlijk Boodschapper van Allah en er was geen kwaad in hem'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Wat u zal laten realiseren wat zijn gebed hem gebracht heeft. Het gebed is als een diepe rivier van zoet water dat door uw deur loopt waarin u vijf keer per dag duikt. Hoeveel van uw vuil denkt u dat die zullen weggaan? U realiseert niet wat zijn gebed hem gebracht heeft."


Book 9, Number 9.24.95:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat als iemand bij Ata ibn Yasar voorbij ging in de moskee met iets te verhandelen, hij zou hem roepen en vragen, "Wat is er aan de hand met u? Wat wil u?" Indien de man zei dat hij wenste met hem te verhandelen, zou hij zeggen, "U hebt de markt van deze wereld nodig. Dit is de markt van de volgende wereld".


Book 9, Number 9.24.96:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Umar ibn Al-Khattab een gebied dichtbij de moskee genoemd Al-Butayha terzijde legde en zei, "Wie wenst onzin te praten of pozie te reciteren of verhoog zijn stem zou moeten gaan naar dat gebied".


Section 9.25: De aanmoediging van het verlangen voor het Gebed in het algemeen
Top
Book 9, Number 9.25.97:

Yahya vertelde mij dat Malik van zijn vaderlijke oom Abu Suhayl ibn Malik dat zijn vader Talha ibn Ubaydullah hoorde zeggen:

"Een keer kwam een van de mensen van Najd naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Hij had slordig haar en hoewel zijn stem zou kunnen gehoord worden zouden wij niet uit kunnen maken wat hij zei tot hij naderde en toen vonden wij dat hij naar Islam vroeg. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei aan hem, 'Er zijn vijf gebeden tijdens de dag en de nacht'. Hij zei, 'Moet ik iets anders doen behalve dat'? De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, voegde toe, 'En vasten in de maand van Ramadan'. Hij zei, 'Is er iets anders wat ik moet doen'? Hij zei, 'Nee, behalve wat u van uw eigen overeenstemming doet'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vermelde over zakat. De man zei, 'Is er iets anders wat ik moet doen?' Hij zei, 'Nee, behalve wat u van uw eigen overeenstemming doet'.

Hij vervolgde, "De man ging zeggend weg, 'Door Allah ik zal niet meer dan dit doen, noch zal ik enig minder doen'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Die man zal succesvol zijn, indien hij de waarheid vertelt'.


Book 9, Number 9.25.98:

Yahya vertelde mij dat Malik van de Abu'z-Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Shaytan knoopt drie knopen aan de rug van uw hoofd wanneer u slaapt en hij verzegelt de plaats van elk knoop 'U hebt een lange nacht vooruit, zo slaap'. Indien u ontwaak en u herinnert Allah, is een knoop losgeknoopt. Indien u wudu doet, is een knoop losgeknoopt. Indien u bidt, is een knoop losgeknoopt en s'ochtend bent u levendig en heeft een goede geest, en indien niet s'ochtend heeft, u een slechte geest en lui bent".

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 10: 10.1.1 - 10.7.14

De twee 'Ieds
Top Index

Section 10.1:De Ghusl van de twee Ied's, de oproep naar het Gebed voor het en de Iqama
Section 10.2:De regel om vr Khutba op de twee Ied's te bidden
Section 10.3:De regel om te eten alvorens op de ochtend van Ied uit te gaan
Section 10.4:De takbir en de recitatie in het Gebed van de twee Ied's
Section 10.5:Het zich onthouden van Gebed vr en na de twee gebeden van Ied's
Section 10.6:Toestemming om de twee Ied's gebeden vr en na te bidden
Section 10.7:De komst van Imam op de dag van Ied en het wachten op Khutba

Section 10.1: De Ghusl van de twee Ied's, de oproep naar het Gebed voor het en de Iqama
Book 10, Number 10.1.1:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord meer dan een van hun mannen van kennis zeiden:

"Er is geen oproep naar het gebed of Iqama geweest voor de Ied Al-Fitr of de Ied Al-Adha sinds de tijd van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken".

Malik zei, "Dat is de sunna waarover er geen meningsverschil onder ons is".


Book 10, Number 10.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar ghusl heeft gedaan op de dag van Fitr alvorens naar de plaats van gebed te gaan.


Section 10.2: De regel om vr Khutba op de twee Ied's te bidden
Top
Book 10, Number 10.2.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft op de dag van Fitr en de dag van Adha voor de khutba gebeden.


Book 10, Number 10.2.4:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Abu Bakr en Umar dat hebben gedaan.


Book 10, Number 10.2.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Abu Ubayd, de mawla van Ibn Azhar zei:

"Ik was aanwezig bij een Ied met Umar ibn Al-Khattab. Hij bad en nadat hij had gebeden gaf hij een khutba aan de mensen en zei, 'De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, verbood het vasten op deze twee dagen - de dag dat u breekt met uw vasten (na Ramadan) en de dag dat u eet van uw offer (na Hajj).'

Abu Ubayd vervolgde toen: "Ik was aanwezig bij een Ied met Uthman ibn Affan. Hij kwam en bad en toen hij had beindigd gaf hij een khutba en zei, 'Twee Ied's zijn samen aangesloten voor u op deze dag van u. Indien iemand van de mensen van Al-Aliyya (de heuvels afgelegen Madina) op Jumua wil wachten kunnen zij zo doen en indien iemand van hen wil terugkeren, heb ik aan hun toestemming gegeven. Abu Ubayd vervolgde, "Toen ik aanwezig was bij een Ied met Ali ibn Abi Talib (wanneer Uthman werd aangehouden). Hij kwam en bad en nadat hij had gebeden gaf hij een khutba".


Section 10.3: De regel om te eten alvorens op de ochtend van Ied uit te gaan
Book 10, Number 10.3.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat hij op de dag van de Ied Al-Fitr gegeten had alvorens uit te gaan.


Book 10, Number 10.3.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat Said Al-Musayyab hem vertelde dat aan de mensen verteld werden op de dag van Fitr te eten alvorens naar buiten te gaan.

Malik zei dat hij niet van mening was dat de mensen dat voor Adha moesten doen.


Section 10.4: De takbir en de recitatie in het Gebed van de twee Ied's
Top
Book 10, Number 10.4.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Damra ibn Said Al-Mazini van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud:

Dat Umar ibn Al-Khattab aan Abu Waqid Al-Laythi vroeg wat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in de gebeden van Adha en Fitr gereciteerd had. Hij zei, "Hij heeft Qaf (Surah 50) en Al-lnshiqaq (Surah 84) gereciteerd.


Book 10, Number 10.4.9:

Yahya vertelde mij van Malik dat Nafi, de mawla van Abdullah ibn Umar zei:

"Ik was in Adha en Fitr met Abu Hurayra en hij zei dat 'Allah is Grootst' (Allah ho akbar) zeven keer in de eerste rakat, voor de recitatie en vijf keer in de tweede, voor de recitatie".


Section 10.5: Het zich onthouden van Gebed vr en na de twee gebeden van Ied's
Book 10, Number 10.5.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar niet vr of na het gebed op de dag van Fitr heeft gebeden.


Book 10, Number 10.5.11:

Yahya vertelde van Malik:

Dat hij gehoord had dat Said ibn Al-Musayyab naar de plaats van gebed is gegaan na het bidden van Subh (Fadjr), en voor de zon steeg.


Section 10.6: Toestemming om de twee Ied's gebeden vr en na te bidden
Top
Book 10, Number 10.6.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn Al-Qasim:

Dat zijn vader vier raka's heeft gebeden voor hij naar de plaats van gebed ging.


Book 10, Number 10.6.13:

Yahya vertelde mij dat Hisham ibn Urwa:

Dat zijn vader op de dag van Fitr voor het gebed in de moskee heeft gebeden.


Section 10.7: De komst van Imam op de dag van Ied en het wachten op Khutba
Book 10, Number 10.7.14:

Yahya vertelde mij dat Malik zei:

"De sunna aangaande de tijd van het gebed op de Ied's van Fitr en Adha - en er is geen meningsverschil onder ons over deze - is dat de Imam zijn huis verlaat en zodra hij de plaats van gebed heeft bereikt, direkt begint met het gebed".

Yahya zei dat Malik gevraagd werd of een man die met de Imam bad voor de khutba zou kunnen verlaten en hij zei, "Hij zou niet moeten weggaan tot de Imam weggaat".

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 11: 11.1.1 - 11.1.4

Het gebed voor vrees
Top Index

Section 11.1: De angst in het Gebed
Book 11, Number 11.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yazid ibn Ruman van Salih ibn Khawwat:

Van iemand die (het gebed voor vrees) met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken gebeden had, op de dag van Dhat ar-Riqa dat een groep een rij met hem had gevormd en een groep had een rij tegenover de vijand gevormd. Hij bad toen een rakat met de groep met wie hij was en bleef dan staan totdat zij alleen beindigden. Zij verlieten en vormden een rij tegenover de vijand en toen kwam de andere groep en hij bad de overige rakat van zijn gebed met hen en bleef dan zitten totdat zij alleen hadden beindigd. Dan zei hij de taslim met hen.


Book 11, Number 11.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Al-Qasim ibn Muhammad van Salih ibn Khawwat:

Dat Sahl ibn Abi Hathma hem vertelde dat de vorm van het gebed van angst was dat de Imam met een groep van zijn metgezellen stond, terwijl nog een groep de vijand aandurfde. De Imam bad een rakat met hen, inclusief het neerwerpen en stond daaarna op. Hij bleef staan totdat zij de overige rakat voltooiden. Zij zeiden dan de taslim, gingen weg en vormden rijen op tegenover de vijand terwijl de Imam bleef staan. Dan kwamen de anderen die niet hadden gebeden vooruit en zeiden de takbir achter de Imam en hij bad een rakat met hen, inclusief de neerwerping. Hij zei dan de taslim, terwijl zij opstonden en bad de overige rakat alleen. Dan zeiden zij de taslim.


Book 11, Number 11.1.3:

Yahya had vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar, wanneer er naar het angst gebed gevraagd werd zei hij, "De Imam en een groep mensen gaan voorwaarts en de Imam bidt een rakat met hen, terwijl een andere groep, die nog niet hebben gebeden, zich tussen hem en de vijand plaats. Wanneer iemand met hem zijn een rakat heeft gebeden trekken zij terug waar iemand die niet gebeden en de Taslim heeft gezegd. Dan iemand die niet gebeden heeft komt naar voren en bidt een rakat met hem. Dan gaat de Imam weg, als hij nu twee rakas heeft gebeden. Ieder die zich in de twee groepen bevinden staanop en bidden een rakat alleen nadat de Imam is weggegaan. Op deze manier zal elk van de twee groepen twee raka's gebeden hebben. Indien de angst groter is dan dat, dan bidden de mannen staande op hun voeten of bestijgen of onder ogen ziend van de qibla of anders".

Malik zei dat Nafi zei, "Ik geloof niet dat Abdullah ibn Umar het van iemand anders vertelde behalve de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken".


Book 11, Number 11.1.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Said ibn Al-Musayyab zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, had dhuhr en asr op de dag van de Geul niet gebeden totdat de zon ten onder ging".

Malik zei, "De hadith van Al-Qasim ibn Muhammad van Salih ibn Khawwat is een dat ik het meest hou waaruit ik heb gehoord over het angst gebed".

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 12: 12.1.1 - 12.2.4

Het Gebed van de verduistering
Top Index

Section 12.1:Hoe het Gebed van verduistering te bidden
Section 12.2:Over het Gebed van verduistering

Section 12.1: Hoe het Gebed van verduistering te bidden
Book 12, Number 12.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Er was een verduistering van de zon in de tijd van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, leidde de mensen in gebed. Hij stond en deed dit voor een lange tijd. Dan ging hij in ruku en maakte de ruku lang. Dan stond hij opnieuw en deed dit voor een lange tijd, hoewel niet zolang als de eerste keer. Dan ging hij in ruku en maakte de ruku lang, hoewel niet zolang als de eerste keer. Dan rees hij op en ging beneden in sajda. Hij deed dan het zelfde in de tweede rakat en tegen de tijd hij had geindigd was de zon verschenen. Hij gaf toen een khutba aan de mensen, waarin hij Allah prees en zei dan, 'De zon en de maan zijn twee tekens van Allah. Zij verduisteren niet voor iemand's dood noch voor iemand's leven. Wanneer u een verduistering ziet, gedenk Allah en zeg, "Allah is grootst" en geeft sadaqa. Dan zei hij, 'O gemeenschap van Muhammad! Bij Allah, er is niemand jaloerser dan Allah of een slaaf of slavin of van hem die overspel begaat. O gemeenschap van Muhammad! Bij Allah indien u wist wat ik wist, zou u minder lachen en zou veel huilen."


Book 12, Number 12.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat Abdullah ibn Abbas zei:

"Er was een verduistering van de zon en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad en de mensen baden met hem. Hij stond een lange tijd, bijna zolang (het neemt te reciteren) Surat Al-Baqara (Surah 2), en ging dan in ruku voor een lange tijd. Dan steeg hij en stond een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer dan hij in ruku ging voor een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer. Dan ging hij beneden in sajda. Dan stond hij een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer. Dan ging hij in ruku voor een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer. Dan steeg hij en stond een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer. Dan ging hij in ruku voor een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer. Dan ging hij beneden in sajda en tegen de tijd dat hij had beindigd was de zon verschenen. Dan zei hij, 'De zon en de maan zijn twee van de tekens van Allah. Zij verduisteren niet voor de iemand's dood noch voor de iemand's leven. Wanneer u een verduistering ziet, gedenk Allah.

Zij zeiden, 'Boodschapper van Allah, wij zagen u, uw hand uitsteken voor iets terwijl u hier stond en dan zagen wij dat u terugtrok'. Hij zei, 'Ik zag de Tuin en ik stak de hand uit voor een bundel druiven en indien ik hem had genomen zou u daarvan kunnen eten voor zolang deze wereld duurde. Dan zag ik het Vuur - en ik heb nooit iets afschuwelijker gezien dan wat ik vandaag zag - en ik zag dat de meeste van de mensen vrouwen waren. Zij zeiden, 'Waarom Boodschapper van Allah'? Hij zei, 'wegens hun ondankbaarheid (kufr).' Iemand zei, 'Zijn zij ondankbaar aan Allah'? Hij zei, 'Zij zijn ondankbaar naar hun echtgenoten en zij zijn ondankbaar voor goede gedrag (naar hen). Zelfs wanneer u goed naar een van hen voor een geheel leven zou gedragen en dan moest zij u zien iets (dat zij van niet heeft gehouden) doen zou zij zeggen dat zij nooit iets goed van u had gezien."


Book 12, Number 12.1.3:

Yahya had vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van 'Amra Abd ar-Rahman van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Dat een joodse vrouw bij haar kwam bedelen en zei, "Moge Allah u toevluchtsoord geven van de straf van het graf". Zo A'isha vroeg aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Zijn mensen die in hun graven liggen, gestraft worden?", en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zocht zijn toevluchtsoord bij Allah tegen dat. Op n ochtend ging de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, op een reis en er was een verduistering van de zon en hij keerde in de late ochtend terug en ging voorbij zijn appartement. Dan stond hij en bad en de mensen stonden achter hem. Hij stond een lange tijd en ging dan in ruku voor een lange tijd. Dan steeg hij en stond een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer en ging dan in ruku voor een lange tijd, hoewel minder dan de eerste keer. Dan steeg hij en ging beneden in sajda. Dan stond hij een lange tijd, hoewel minder dan de tijd voor en ging dan in ruku voor een lange tijd, hoewel minder dan de tijd voor. Dan steeg hij en stond een lange tijd, hoewel minder dan de tijd voor en ging dan in ruku voor een lange tijd, hoewel minder dan de tijd voor. Dan steeg hij en ging beneden in sajda. Toen hij dat had beindigd zei hij dat wat Allah hem wilde zeggen en dan vertelde hij hen bescherming voor zichzelf te zoeken tegen de straf in het graf".


Section 12.2: Over het Gebed van verduistering
Top
Book 12, Number 12.2.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van Fatima bint Al Mundhir dat Asma bint Abi Bakr as-Siddiq zei:

"Ik ging naar, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, tijdens een verduistering van de zon en iedereen stond in gebed en zij stond ook te bidden. Ik zei, 'Wat doet iedereen?' Zij richtte naar de hemel met haar hand en zei, 'Glorie is aan Allah'. Ik zei, 'Een teken'? Zij knikte met haar hoofd 'Ja'.

Zij vervolgde, "Ik stond tot ik bijna flauwgevallen was en ik begon water over mijn hoofd te gieten. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, prees Allah en sprak het goede over Hem en zei dan, 'Er is niets dat ik niet eerder vooraf had gezien dat ik nu gezien heb terwijl ik sta - zelfs de Tuin en het Vuur. Het is aan mij geopenbaard dat u in uw graven met een proef, zoals, of zult naderen aan, de proef van de Dajjal zal worden geprobeerd (ik weet niet welke van Asma zei). Ieder van u zal iemand hebben die naar hem komt en vraagt, 'Wat weet u over deze man?' Een mumin of een die zekerheid hebben (muqin) (ik weet niet welke van Asma zei), zal zeggen, 'Hij is Muhammad, de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, die naar ons met heldere bewijzen en begeleiding kwam en wij antwoordden en geloofden en volgden'. Hij zal dan verteld worden, 'Slaap in een goede staat. Wij weten nu dat u een mumin was. Een hypocriet, nochtans of een die twijfels heeft (ik weet niet welke Asma zei), zal zeggen, 'ik weet niet, ik hoorde iedereen wat zeggen en dat zei ik over hem'.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 13: 13.1.1 - 13.3.6

Vragen om regen
Top Index

Section 13.1:Hoe te vragen om regen
Section 13.1:Over het vragen om regen
Section 13.3:Over het vragen van de sterren voor regen

Section 13.1: Hoe te vragen om regen
Top
Book 13, Number 13.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr ibn Amr ibn Hazm dat hij gehoord had Abbad ibn Tamim zeggen dat hij had gehoord Abdullah ibn Zayd Al-Mazini zeggen:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam uit naar de plaats van gebed en vroeg om regen en toen hij de qibla onder ogen zag, draaide hij zijn mantel van binnen uit".

Malik werd gevraagd hoeveel raka's er in het gebed van het vragen om regen en waren en hij zei, "Twee raka's, en de Imam doet het gebed voor hij de khutba geeft. Hij bidt twee raka's en dan hij geeft een khutba en maakt dua, de qibla onder ogen ziet en draait zijn mantel van binnen uit. Hij reciteert luid in beide raka's, en wanneer hij zijn mantel van binnen uit draait zet hij wat op zijn rechts is op zijn linkerzijde en wat op zijn linkerzijde is op zijn rechts, en alle mensen draaien hun mantels van binnen uit wanneer de Imam het zo doet, en zitten met de ogen gericht aan de qibla".


Section 13.2: Over het vragen om regen
Top
Book 13, Number 13.2.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Amr ibn Shuayb dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

Toen hij om regen vroeg, "O Allah, geef water aan Uw slaven en Uw dieren en spreid Uw genade en geeft leven aan Uw dood land".


Book 13, Number 13.2.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sharik ibn Abdullah ibn Abi Namir dat Anas ibn Malik zei:

"Een man kwam naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zei, 'Boodschapper van Allah, onze dieren sterven en onze kamelen zijn te zwak om te reizen, zo vraagt dua aan Allah'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vroeg dua en het regende op ons van een Jumua tot het volgende".

Anas vervolgde, "Toen kwam een man naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zei, 'Boodschapper van Allah, onze huizen zijn beneden gevallen, de paden zijn geblokkeerd en onze troepen sterven'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'O Allah, (enkel) de berg en heuveltoppen, de vallei bodems en de plaatsen waar bomen groeien'."

Anas voegde toe, "Het klaarde weg van Madina zoals een kledingstuk dat wordt verwijderd".

Malik zei, over een man die miste het gebed van het vragen om regen, maar ving de khutba en wenste in de moskee te bidden, of in zijn huis toen hij terugkeerde, "Hij is vrij om zo te doen, of niet, als hij wenst".


Section 13.3: Over het vragen van de sterren voor regen
Top
Book 13, Number 13.3.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Salih ibn Kaysan van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud dat Zayd ibn Khalid Al-Juhani zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, nam het Subh (Fadjr) gebed met ons aan te Hudaybiyya nadat het in de nacht had geregend. Toen hij had geindigd ging hij naar de mensen en zei, Weet u wat uw Heer heeft gezegd'? Zij zeiden, 'Allah en Zijn Boodschapper weten het beste'. Hij zei, 'Sommige van mijn slaven hebben de ochtend begonnen om in Mij te geloven, en anderen zijn met hem begonnen om Mij af te keuren. Zoals voor hen die zeggen, 'Wij werden geregend door de overstromende gunst van Allah en Zijn genade,' zij geloven in Mij en keuren de sterren af. Maar zoals voor hen die zeggen, 'Wij werden op door zo'n en zo'n ster geregend, zij keuren Mij af en geloven in de sterren'.


Book 13, Number 13.3.5:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken heeft gezegd:

"Wanneer een wolk van de richting van de zee verschijnt en gaat dan naar ash-Sham (de zon), zal het een overvloedige bron van regen zijn".


Book 13, Number 13.3.6:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Abu Hurayra gezegd heeft:

Toen de ochtend kwam nadat het op de mensen had geregend, "Wij zijn door de regen geregend bij de opening van Allah," en zouden dan de ayat reciteren, "Wat Allah de mens aan barmhartigheid schenkt, is door niemand tegen te houden; en wat Hij terug houdt, kan buiten Hem, niemand schenken; Hij is de Almachtige, de Alwijze." (Surah 35:2).

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 14: 14.1.1 - 14.5.15

De Qibla
Top Index

Section 14.1:Het verbod tegen het verlichten met uw gezicht gericht naar de Qibla
Section 14.2:Toestemming met uw gezicht naar Qibla wanneer u plas of poept
Section 14.3:Het verbod tegen het spuwen naar de Qibla
Section 14.4:Betreffende de Moskee van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken
Section 14.5:Betreffende vrouwen die naar de Moskee gaan

Section 14.1: Het verbod tegen het verlichten met uw gezicht gericht naar de Qibla
Top
Book 14, Number 14.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha dat Rafi ibn Ishaq, een mawla van de familie van ash-Shifa die mawla van Abu Talha genoemd werd, hoorde Abu Ayyub Al-Ansari, een van de metgezellen van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

Terwijl hij in Egypte was, "Bij Allah! Ik weet niet hoe ik met deze toiletten moet omgaan". De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wanneer u gaat poepen of plassen, stel uw geslachtsdelen niet bloot naar de qibla en zet uw rug niet naar het".


Book 14, Number 14.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van n van de Ansar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Verbood het gezicht gericht naar de Qibla tijdens poepen of plassen.


Section 14.2: Toestemming met uw gezicht naar Qibla wanneer u plas of poept
Top
Book 14, Number 14.2.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Yahya ibn Habban van zijn vaderlijke oom, Wasi ibn Habban, dat Abdullah ibn Umar zei:

"Mensen zeggen, 'Wanneer u zit u zelf te verlichten, niet de qibla of de Bayt Al-Maqdis met uw gezicht gericht'.

Abdullah vervolgde, "Ik ging naar de top van ons huis en zag de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, (hurken) op twee ongebrande bakstenen zijn gezicht richtend naar de Bayt Al-Maqdis, zichzelf verlichten".

Ibn Umar voegde toe, "Misschien bent u een van degenen die bidt gevouwen op hun heupen".

Wasi antwoordde, "Ik weet niet, Bij Allah!"

Malik zei dat hij iemand bedoelt die, toen hij neerwierp, zijn lichaam dicht bij de grond hield.


Section 14.3: Het verbod tegen het spuwen naar de Qibla
Top
Book 14, Number 14.3.4:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Zag spuug op de muur van de qibla en schraapte hem weg. Dan ging hij naar boven naar de mensen en zei, "spuug niet voor u wanneer u bidt, omdat Allah, de Heilige en Verhevene, voor u is wanneer u bidt ".


Book 14, Number 14.3.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Zag spuug of slijm of flegma, op de muur van de qibla en schraapte hem weg.


Book 14, Number 14.3.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Dinar dat Abdullah ibn Umar zei:

"Op een gelegenheid toen de mensen Subhat Quba baden kwam een man naar hen en zei, 'Een stuk van Qur'an werd beneden verzonden naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vannacht, en hij werd bevolen het gezicht in de richting van de Kaba te richten, zo keer uw gezicht'. Zij hadden hun gezicht in de richting van de zon (ash-Sham), en draaiden zij rond en keerden hun gezichten naar de Kaba.


Book 14, Number 14.3.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Said ibn Al-Musayyab zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad naar de Baytal-Maqdis voor zestien maanden na het aankomen in Madina. Dan werd de qibla verplaatst, twee maanden voor de slag van Badr."


Book 14, Number 14.3.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Umar ibn Al-Khattab zei:

"Enig richting die tussen oosten en westen is kan genomen worden als een qibla indien de persoon bid met zijn gezicht gericht naar het Huis".


Section 14.4: Betreffende de Moskee van Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken
Top
Book 14, Number 14.4.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Rabah en Ubaydullah ibn Abi Abdullah Salman Al-Agharr van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Een gebed in deze moskee van mijn is beter dan duizend gebeden in een andere moskee, behalve de Masjid Al-Haram (in Makka)."


Book 14, Number 14.4.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Khubayb ibn Abd ar-Rahman van Hafs ibn Asim van Abu Hurayra of van Abu Said Al-Khudri dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wat tussen mijn huis en mijn mimbar is, is een van de weiden van de Tuin en mijn mimbar is op mijn water-plaats (al-hawd)."


Book 14, Number 14.4.11:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr van Abbad ibn Tamim van Abdullah ibn Zayd Al-Mazini dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wat tussen mijn huis en mijn mimbar is, is een van de weiden van de Tuin".


Section 14.5: Betreffende vrouwen die naar de Moskee gaan
Top
Book 14, Number 14.5.12:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Abdullah ibn Umar zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

'Verbied de slavinnen van Allah niet om niet naar de moskeen van Allah te gaan'.


Book 14, Number 14.5.13:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had van Busr ibn Said dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Geen van u vrouwen zouden parfum moeten gebruiken wanneer u aanwezig bent bij het isha gebed".


Book 14, Number 14.5.14:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said:

Dat Atika Zayd ibn Amr ibn Nufayl, de vrouw van Umar ibn Al-Khattab, vroeg aan Umar ibn Al-Khattab voor toestemming om naar de moskee te gaan. Hij bleef stil, zodat ze zei, "Bij Allah ik zal uit gaan, tenzij u mij verbiedt," en hij zou haar niet verbieden.


Book 14, Number 14.5.15:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Amra bint Abd ar-Rahman dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Indien de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, had gezien wat vrouwen nu doen, zou hij hen verbieden om naar de moskeen te gaan, precies zoals de vrouwen van de Bani Israil verboden werden".

Yahya ibn Said zei dat hij Amra vroeg, Waren de vrouwen van de Bani Israil verboden om naar de moskeen te gaan?" en zei zij, "Ja."

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 15: 15.1.1 - 15.10.50

De Qur'an
Top Index

Section 15.1:De regel om in Wudu te zijn (wanneer wat betreft het aanraken van Qur'an)
Section 15.2:Toestemming om Qur'an te reciteren wanneer u niet in Wudu ben
Section 15.3:Ongeveer de afdeling van de Qur'an in Secties (Hizbs
Section 15.4:Over de Qur'an
Section 15.5:Het neerwerpen van de Qur'an
Section 15.6:Over het reciteren van Surah Al Ikhlas en de Surah Al Mulk
Section 15.7:Dhikr (Herinnering) van Allah, de Heilige en Verhevene
Section 15.8:Dua (Smeekbede)
Section 15.9:Dua vragen
Section 15.10:Verbieden van Gebed na Subh (Fadjr) en na Asr

Section 15.1: De regel om in Wudu te zijn (wanneer wat betreft het aanraken van Qur'an)
Top
Book 15, Number 15.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr ibn Hazm:

Dat in een brief dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, die naar Amr ibn Hazm was gestuurd, het zei dat niemand het zou moeten aanraken tenzij hij rein was.

Malik zei, "Niemand zou het door zijn riem of op een kussen moeten dragen, tenzij hij rein is. Indien het geoorloofd was om zo te doen, zou het ook geoorloofd geweest zijn om hem in zijn koffer te dragen. Dit is niet omdat er iets op de handen van het een is die hem draagt waardoor het bevuild zal worden, maar omdat het voor iemand is afgekeurd om het te dragen zonder rein te zijn uit respect voor de Qur'an, en om hem te eren".

Malik zei, "Het beste traditie dat ik over dit heb gehoord, is de ayat "Dat niemand zal aanraken behalve zij die zich louteren." (Surah 56:79) Het komt overeen met de ayat in Surah Abasa (Surah 80:11-16), waar Allah, de Heilige en Verhevene zegt, "Neen! Voorwaar, het is een vermaning." "Dus, wie het wil, laat hem er lering uit trekken." "(Dit is) in verheven geschriften, Hoogstaand en rein, In de handen van schrijvers, Edel, deugdzaam."


Section 15.2: Toestemming om Qur'an te reciteren wanneer u niet in Wudu ben
Top
Book 15, Number 15.2.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ayyub ibn Abi Tamima as Sakhtayani van Muhammad ibn Sirin:

Dat Umar ibn Al Khattab met sommige mensen was die Qur'an reciteerden. Hij ging zichzelf verlichten en kwam dan terug en reciteerde. Toen zei een van de mannen tegen hem, "Amir Al muminin, reciteer u de Qur'an zonder dat u wudu hebt?" Umar antwoordde, "Wie gaf aan u een oordeel op dit? Was het Musaylima?"


Section 15.3: Ongeveer de afdeling van de Qur'an in Secties (Hizbs
Top
Book 15, Number 15.3.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Dawud ibn Al Husayn van Al Araj van Abd ar Rahman ibn Abd Al Qari dat Umar ibn Al Khattab zei:

"Degene die zijn Hizb heeft gemist om te lezen tijdens de nacht en leest het nadat de zon is opgerezen tot aan het dhuhr gebed, heeft het in pricipe niet gemist, het is alsof hij het optijd heeft opgevangen".


Book 15, Number 15.3.4:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei:

"Een keer zaten Muhammad ibn Yahya ibn Habban en ik beneden, en Muhammad riep een man naar hem toe en zei, 'Vertel mij wat u van uw vader gehoord hebt'. De man antwoordde dat zijn vader hem had verteld dat hij naar Zayd ibn Thabit ging en vroeg hem, 'Wat denkt u van om de geheel Qur'an in zeven dagen te reciteren?' Zayd zei, 'Dat is goed, maar ik verkies hem in twee weken, of tien dagen te reciteren. Vraag mij waarom dat is. Hij zei, 'Ik vraag u dan'. Zayd zei, 'Zodat ik daarin kan nadenken en pauzeren'.


Section 15.4: Over de Qur'an
Top
Book 15, Number 15.4.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Urwa ibn az Zubayr dat Abd ar Rahman ibn Abd Al Qari zei:

Dat hij Umar ibn Al Khattab had horen zeggen, "Ik hoorde Hisham ibn Hakim ibn Hizam Surah Al Furqan (Surah 25) reciteren anders dan mij, en het was de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, die hem aan mij gereciteerd had. Ik had de neiging tijdens zijn gebed om op hem te springen en toen hij zijn gebed had beindigd. Dan greep ik hem naar zijn mantel en nam hem naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zei, 'Boodschapper van Allah, ik hoorde deze man Surah Al Furqan anders reciteren op een manier die u mij niet geleerd heeft. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Laat hem los'. Toen zei hij, 'Reciteer, Hisham,' en Hisham reciteerde zoals ik toen hem hoorde reciteren. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Het werd zoals deze naar beneden gestuurd'. Dan zei hij aan mij, 'Reciteer' en ik reciteerde de surah en hij zei, 'Het werd naar beneden zoals deze gestuurd. Dit werd naar beneden in zeven (verschillende) manieren gestuurd, zo reciteer daarvan wat gemakkelijk voor u is."


Book 15, Number 15.4.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Een man die de Qur'an goed weet is net alsof een man die een hinkende kameel heeft. Indien hij hem voor zorgt, houdt hij hem, en indien hij hem laat gaan, gaat het weg".


Book 15, Number 15.4.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Dat Al Harith ibn Hisham de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken vroeg. "Hoe komt de openbaring naar u?" en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Soms komt het over mij als de bellen van een klok en dat is hard voor mij en wanneer het mij verlaat dan herinner ik mij wat het gezegd heeft. En soms verschijnt de engel naar mij in een gedaante van een man en praat met mij en ik herinner mij wat hij had gezegd".

A'isha voegde toe, "Ik zag het beneden komen op hem op een intens koude dag, en als het hem verlaten had, droop zijn voorhoofd met zweet".


Book 15, Number 15.4.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader zei:

Dat Abasa (Surah 80) was geopenbaard over Abdullah ibn Umm Maktum. Hij kwam naar de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en begon te zeggen, "O Muhammad, toon aan mij een plaats dichtbij u (waar ik kan zitten)", terwijl een van de leidende mannen van de idool aanbidders in publiek met de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken was. De Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, begon van hem weg te draaien en zijn aandacht naar de andere man te geven en hij zei aan hem, "Vader van die en die, ziet u enig kwaad waarin ik zeg?" en hij zei, "Neen, door het bloed (van onze offers) ik zie geen kwaad waarin u zeg." En de hoofdstuk Abasa "Hij fronste en draaide weg toen de blinde man kwam" werd naar beneden gestuurd.


Book 15, Number 15.4.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van zijn vader dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Op een van zijn reizen was, en een nacht reisde Umar ibn Al Khattab met hem mee en vroeg aan hem over iets, maar hij heeft hem niet beantwoord. Hij vroeg hem opnieuw, maar hij heeft hem niet beantwoord. Dan vroeg hij hem opnieuw en opnieuw heeft hij hem niet beantwoord. Umar zei, "Moge uw moeder is getroffen van u, Umar. Drie keer heeft u de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, met een vraag benaderd en hij heeft aan u geen antwoord gegeven".

Umar vervolgde, "Ik kreeg mijn kameel tot beweging, toen ik voor de mensen was, ik vreesde dat een stuk Qur'an geopenbaard zou worden over mij. Het was niet lang voor ik een omroeper hoorde die voor mij riep, en ik zei dat ik vreesde dat een stuk Qur'an geopenbaard werd over mij". Hij vervolgde, "Ik kwam naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en zei, 'Vrede is op u' aan hem, en hij zei, 'Een surah is geopenbaard aan mij deze nacht die mij dierbaarder is dan dat waaruit de zon stijgt'. Toen reciteerde hij Al-Fath (Surah 48).


Book 15, Number 15.4.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Ibrahim ibn Al Harith at Taymi van Abu Salama ibn Abd ar Rahman dat Abu Said zei dat hij gehoord had de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zeggen:

"Een groep mensen zal onder u verschijnen wiens gebed, vasten en daden jullie zal laten denken weinig van uw eigen gebed, vasten en daden. Zij zullen de Qur'an reciteren, maar kunnen het niet voorbij hun kelen krijgen, en zij zullen door de Deen voorbijgaan zoals een pijl door een spel voorbijgaat. U kijkt naar de pijlpunt en u ziet niets en u kijkt naar de schacht en u ziet niets en u kijkt naar de vluchten en u ziet niets. En u bent in twijfel over de inkeping".


Book 15, Number 15.4.11:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat het Abdullah ibn Umar acht jaren nam om Surah Al Baqara te leren. (Surah 2)


Section 15.5: Het neerwerpen van de Qur'an
Top
Book 15, Number 15.5.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Yazid, de mawla van Al Aswad ibn Sufyan, van Abu Salama ibn Abd ar Rahman:

Dat Abu Hurayra (Surah Al Inshiqaq 84:21) aan hen reciteerde en zich neerwierp. Toen hij had geindigd vertelde hij hen dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, had daarin zich neergeworpen.

Opmerking: De Recitatie "Sadjdah"

In de Helige Qur'an komen veertien verzen voor, waarbij men de "Sadjdah" moet verrichten, wanneer men deze regel hoort lezen of zelf leest. De betekenis van deze regels is daar ook naar, meestal ze over vrees en eerbied voor de schepper, of de wijze waarop mensen en engelen zich met het aangezicht ter aarde werpen in nederigheid en onmacht tegenover Allah.

Wijze waarop:

Als men de "Sadjdah-ayat" zitten leest, dan staat men op en nadat men zonder de handen op te heffen "Allahoe akbar" heeft gezegd, gaat men rechtstreeks naar de "Sadjdah-houding". Nadat men eenmaal met het gezicht de grond heeft geraakt, gaat men direct weer terug nar de staande houding. (Er bestaat ook de opvatting dat men deze "Sadjdah" vanuit de zittende houding kan verrichten)

Sadjdah verzen:

(Surah Al-Araaf 7:206) "En gedenk uw Heer, 's morgens en 's avonds in uw gedachte met nederigheid en vrees en zonder luidruchtigheid van spraak en behoor niet tot de onachtzamen."

(Surah Ar-Rad 13:15) "En wie in de hemelen en op aarde is, onderwerpt zich willens of onwillens aan Allah en hun schaduwen doen 's morgens en 's avonds hetzelfde."

(Surah An-Nahl 16:49) "En wat ook in de Hemelen is en welk schepsel ook op aarde bestaat onderwerpt zich aan Allah alsmede de engelen, en zij (allen) tonen geen hoogmoed."

(Surah Isra 17:107) "Zeg: Het zij gij er wel of niet in gelooft, degenen aan wie voordien kennis was geschonken werpen zich met hun aangezicht ter aarde wanneer deze hun wordt voorgelezen."

(Surah Maryam 19:58) "Dezen zijn het over wie Allah Zijn zegeningen heeft uitgestort; namelijk de profeten van het nageslacht van Adam en van degenen die Wij met Noach droegen (in de ark) en van het nageslacht van Abraham en Isral; en zij behoren tot degenen die Wij leidden en uitverkoren. Toen de tekenen van de Weldadige hun werden voorgelezen vielen zij buigend en wenend neder."

(Surah AL-Hadj 22:18) "Hebt gij dan niet gezien dat alles zich voor Allah nederwerpt, wat in de hemelen en op aarde is, de zon, de maan, de sterren, de bergen, de bomen, het vee en een groot deel der mensen; maar toch valt nog velen de kastijding ten deel. En die Allah vernedert, kan niemand verheffen. Voorwaar, Allah doet wat Hij wil."

(Surah Furqaan 25:60) "En wanneer er tot de ongelovigen wordt gezegd: "Werpt u neder voor de Barmhartige," zeggen zij: "En wie is de Barmhartige? Zullen wij ons nederwerpen voor degene die gij ons gelast?" En dit vermeerdert slechts hun afkeer."

(Surah AN-Naml 27:25) "Zij aanbidden Allah niet, Die hetgeen in de hemelen en op aarde verborgen is aan het licht brengt en Die weet wat gij verbergt en wat gij toont."

(Surah As-Sadjdah 32:15) "Slechts zij geloven in Onze tekenen, die, wanneer zij er aan herinnerd worden, zich met het gelaat ter aarde werpen en hun Heer verheerlijken met de lof die Hem toekomt, en die niet hoogmoedig zijn."

(Surah As-Saad 38:24) "David zeide: "Voorzeker, hij heeft u onrecht aangedaan door uw ooi te eisen naast zijn eigen ooien. En voorzeker, vele der mededingers doen elkaar onrecht aan, met uitzondering van hen, die geloven en goede werken doen: en zij zijn slechts weinigen." En David bemerkte, dat Wij hem hadden beproefd, daarom vroeg hij om vergiffenis van zijn Heer en zich tot Hem wendend, viel hij in gebed neder."

(Surah Fussilat 41:37) "En onder Zijn tekenen zijn de dag en de nacht, de zon en de maan; derhalve werpt u niet neder voor de zon of de maan maar werpt u neder voor Allah Die hen schiep, indien gij Hem wilt aanbidden."

(Surah An-Nadjm 53:62) "Werpt u voor Allah neder en aanbidt (Hem)."

(Surah Al-Insjiqaq 84:21) "En wanneer de Koran aan hun wordt voorgedragen, werpen zij zich niet ter aarde neer."

(Surah Al-Alaq 96:19) "Neen, gehoorzaam hem niet, maar werp u neder en zoek Zijn nabijheid."


Book 15, Number 15.5.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi, de mawla van Ibn Umar:

Dat een man uit Egypte aan hem vertelde dat Umar ibn Al Khattab de (Surah Al Hajj 22:18) reciteerde en wierp tweemaal daarin neer en zei dan, "Deze surah heeft speciale voorkeur omdat het twee verzen van neerwerpingen bevat".


Book 15, Number 15.5.14:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Dinar zei:

"Ik zag Abdullah ibn Umar neerwerpen tweemaal in (Surah Al Hajj 22:18).


Book 15, Number 15.5.15:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Al Araj:

Dat Umar ibn Al Khattab reciteerde (Surah an Najm 53:62) en wierp daarin neer en stond dan op en reciteerde nog een andere surah.


Book 15, Number 15.5.16:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader:

Dat Umar ibn Al Khattab een keer een stuk van Qur'an reciteerde die een neerwerping vereiste terwijl hij op de mimbar was op de dag van Jumua en hij kwam naar beneden en wierp neer en iedereen wierp met hem neer. Dan reciteerde hij hem opnieuw de volgende Jumua en iedereen maakte klaar neer te werpen, maar hij zei, "Voor uw gemak. Allah heeft hem voor ons niet voorgeschreven, tenzij wij dat wensen". Hij heeft niet neergeworpen en hij stopte met het neerwerpen.

Malik zei, "De Imam komt niet naar beneden om zich neer te werpen, wanneer hij een stuk van de Qur'an reciteert, waarin een neerwerping vereist terwijl hij op de mimbar is".

Malik zei, "De positie van ons is dat er elf voorgeschreven neerwerpingen in de Qur'an zijn geen enkel daarvan is in de staat van mufassal".

Malik zei, "Niemand zou enig van de stukken van uit de Qur'an moeten reciteren waarvan een neerwerping na de gebeden van Subh (Fadjr) en asr vereist. Dit is omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, verbood gebed na Subh (Fadjr) tot na de zon was gestegen en na asr tot de zon ten onder was gegaan en neerwerpen een deel van het gebed is. Zodat niemand enig stuk van Qur'an zou moeten reciteren wat vereist een neerwerping tijdens deze twee tijdsperiode".

Malik werd gevraagd of een menstruerende vrouw zou kunnen neerwerpen als zij iemand hoorde die een pasage van Qur'an reciteert een neerwerping vereist en hij zei, "Noch een man noch een vrouw zou zich moeten neerwerpen tenzij zij ritueel rein zijn".

Malik werd gevraagd of een man in het gezelschap van een vrouw die een pasage van Qur'an reciteerde een neerwerping vereist met haar zou moeten neerwerpen en hij zei, "Hij moet met haar niet neerwerpen. De neerwerping is enkel verplicht voor mensen die met een man zijn die hen leidt. Hij reciteert het stuk en zij werpen met hem neer. Iemand die een stuk van Qur'an hoort waarvan een neerwerping vereist dat door een man wordt gereciteerd die hem niet in gebed leidt moet niet de neerwerping doen".


Section 15.6: Over het reciteren van Surah Al Ikhlas en de Surah Al Mulk
Top
Book 15, Number 15.6.17:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar Rahman ibn Abdullah ibn Sasaca van zijn vader:

Dat Abu Said Al Khudri een man hoorde (Surah Al Ikhlas 112) reciteren en herhaalde dat het telkens weer opnieuw. S'morgens ging hij naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en vermeldde het aan hem, alsof hij weinig van het dacht. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Bij wiens mijn hand zelf is, het is gelijk aan n derde van de Qur'an".


Book 15, Number 15.6.18:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ubaydullah ibn Abd ar Rahman dat Ubayd ibn Hunayn, de mawla van de familie van Zayd ibn Al Khattab, zei dat hij Abu Hurayra hoorde zeggen:

"Ik ging samen met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, toen hij een man hoorde (Surah Al Ikhlas 112) reciteren. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Het is verplicht,' en toen vroeg ik hem, 'Wat, Boodschapper van Allah?' en zei hij, 'De Tuin.' Ik wilde de man het goed nieuws vertellen, maar ik was bang dat ik de middag maaltijd met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zou missen en ik verkoos met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken te eten. Wanneer ik naar de man terug ging, zag ik dat hij weg was gegaan".


Book 15, Number 15.6.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat Humayd ibn Abd ar Rahman ibn Awf verteld had dat (Surah Al Ikhlas 112) gelijk was aan een derde van de Qur'an en dat (Surah Al Mulk 67) pleite voor zijn eigenaar.


Section 15.7: Dhikr (Herinnering) van Allah, de Heilige en Verhevene
Top
Book 15, Number 15.7.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr, van Abu Salih as Samman van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wie zegt 'Er is geen god, behalve Allah, alleen, zonder enig partner. Het Koninkrijk en het lof behoren tot Hem en Hij heeft macht over het alles (La ilaha illallah, wahdahu la sharika lah, lahul mulku wa lahul hamd, wa huwa ala kulli qadir) n honderd keer per dag, is het zelfde voor hem als bevrijden van tien slaven. n honderd goede acties worden geschreven voor hem en n honderd verkeerde acties worden gewist van hem en het is een bescherming tegen Shaytan voor die dag tot de nacht. Niemand doet iets uitstekender dan wat hij doet behalve iemand die meer doet dan dat".


Book 15, Number 15.7.21:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr, van Abu Salih as Samman van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wie zegt, 'Glorie is aan Allah en met Zijn lof' (Subhan allah wa bi hamdihi) n honderd keer per dag zullen zijn verkeerde acties worden weggehaald van hem, zelfs wanneer zij overvloedig zijn zoals het schuim op de zee".


Book 15, Number 15.7.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Ubayd, de mawla van Sulayman ibn Abd Al Malik, van Ata ibn Yazid Al Laythi dat Abu Hurayra zei:

"Wie zegt 'Heilig is Allah' (Subhan Allah) driendertig keer en 'Allah is de Grootste' (Allahu akbar) driendertig keer en 'Alle Lof zij Allah' (Al hamdu lillah) driendertig keer en verzegelt het met honderd 'Er is geen god, behalve Allah, die alleen is zonder enig partner. Het Koninkrijk en het lof behoren tot Hem en Hij heeft macht over alles (La ilaha illallah, wahdahu la sharika lah, lahu'l mulku wa lahu'l hamd, wa huwa ala kulli sjai'in qadir) na ieder gebed, zijn slechte daden zullen hem vergeven worden zelfs wanneer zij overvloedig zijn zoals het schuim op de zee".


Book 15, Number 15.7.23:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat Umara ibn Sayyad gehoord had Said ibn Al Musayyab zeggen over blijvende goede daden, dat een uitspraak van een slaaf, zeggende: 'Allah is de Grootste' (Allahu akbar) en 'Heilig is Allah' (Subahan allah) en 'Alle Lof zij Allah' (Al hamdu lillah) en 'Er is geen god, behalve Allah en er is geen macht en geen kracht behalve door Allah'.

La ilaha illa'llah wa la hawla wa la quwwata illa bi'llah.


Book 15, Number 15.7.24:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ziyad ibn Abi Ziyad zei dat Abu'd Darda had gezegd:

"Zal ik u niet vertellen over de beste van uw daden en die, die aan u de hoogste rang geeft en die, die het puurste met uw Koning zijn, en zijn beter voor u dan geven van goud en zilver, en beter voor u dan het ontmoeten van uw vijand en hun nek omdraait"? Zij zeiden, "Natuurlijk". Hij zei, "Herinner (dhikr) van Allah ta ala".


Book 15, Number 15.7.25:

Malik vertelde mij dat Nuaym ibn Abdullah ibn Al Mujmir van AIi ibn Yahya az Zuraqi van zijn vader dat Rifaa ibn Rafi zei:

"Een dag baden wij achter de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zijn hoofd Ophief van ruku en zei, 'Allah hoort het n die Hem looft' (Sami Allahu liman hamidah). Een man achter hem zei, 'Onze Heer, alle lof aan U heilig, pure en overvloedige lof' (Rabbana wa laka'l hamd kathiran tayiban mubarakan fihi). Toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, had beindigd, zei hij, 'Wie was het die nu sprak?' De man zei, 'ik was het, Boodschapper van Allah,' en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Ik zag meer dan dertig engelen stormen om te zien welke van hen hem eerst zouden registreren'.


Section 15.8: Dua (Smeekbede)
Top
Book 15, Number 15.8.26:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Elke profeet wordt een smeekbede (dua) gegeven en ik wens mijn dua te bewaren als tussenkomst voor mijn gemeenschap in de volgende wereld.


Book 15, Number 15.8.27:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat hij gehoord had dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft de volgende dua gezegd, "O Allah, het is U die maakt dat de dageraad onderbreekt en tot de nacht een tijd voor rust maakt en stelt de zon en maan te gehoorzamen. Verlicht mij van schuld en verrijk mij van armoede en laat mij genieten van mijn gehoor, mijn zicht en mijn kracht op Uw weg".

Allahumma faliqa'l isbah, wa ja ila'l-layli sakana, wa'sh-shamsi wa'l-qamari husbana. Iqda anniy addayna, wa'ghnaniy mina'l faqr. Na'mti aniy bi samiy wa basariy, wa quwwatiy fi sabilik.


Book 15, Number 15.8.28:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer u dua doet, zeg niet; 'O Allah, vergeef mij indien U wens. O Allah, vergeef mij indien u wens. U zou standvastig moeten zijn in uw vragen, voor er is geen dwang voor Hem".


Book 15, Number 15.8.29:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Abu Ubayd, de mawla van Ibn Azhar, van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"U zult beantwoord worden zolang u niet ongeduldig bent en zegt, 'Ik heb een dua gevraagd en ik ben niet beantwoord'.


Book 15, Number 15.8.30:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Abu Abdullah Al Agharr en van Abu Salama van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Onze Heer, de Gezegende en Verhevene, daalt iedere nacht naar de hemel van deze wereld af wanneer het laatste derde van de nacht nog moet komen en zegt, 'Wie zal Mij aanroepen zodat Ik hem mag beantwoorden? Wie zal aan Mij vragen zodat Ik hem mag geven? Wie vergiffenis zal aan Mij vragen zodat Ik hem mag vergeven?"


Book 15, Number 15.8.31:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Ibrahim ibn Al Harith at Taymi dat A'isha, Umm Al muminin zei:

"Ik sliep naast de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en ik miste hem s'nacht, zodat ik hem voelde met mijn hand en zette mijn hand op zijn voeten en hij was in sajda zeggende, 'Ik zoek toevlucht in Uw genoegen van Uw woede en in Uw pardon van Uw straf en in U van U. Ik kan Uw lof niet opsommen als U, zoals Uzelf prijst."

Audhu bi ridaka min sakhatika, wa bi muafatika min uqubatika wa bika minka, la uhsiy thana'an alayka, anta kama athnayta ala nafsika.


Book 15, Number 15.8.32:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ziyad ibn Abi Ziyad van Talha ibn Ubaydullah ibn Kariz dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De beste dua is, dua op de dag van Arafa en het beste ding dat ik of de Profeten voor mij gezegd hebben is 'Er is geen god, behalve Allah, alleen, zonder enige partner".

La ilaha illa'llah, wahdahu la sharika lah.


Book 15, Number 15.8.33:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z zubayr Al Makki van Tawus Al Yamani van Abdullah ibn Abbas dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft deze dua op de zelfde manier onderwezen zoals hij hen een surah van de Qur'an zou onderwijzen, "O Allah, Ik zoek toevlucht bij U van de kwelling van Jahannam en ik zoek toevlucht bij U van de proef van Dajjal, en ik zoek toevlucht in U van de proef van leven en dood".

Allahumma inniy audhu bika min adhabi jahannama, wa audhu bika min adhabi'l-qabri, wa audhu bika min fitnati'l-mahya wa mamati.


Book 15, Number 15.8.34:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zubayr Al Makki van Tawus Al Yamani van Abdullah ibn Abbas dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken heeft gezegd:

Toen hij voor gebed ging in het midden van de nacht, "O Allah, lof behoort aan U. U bent het licht van de hemelen en de aarde en alle lof behoort aan U. U bent de ondersteuner van de hemelen en de aarde en alle lof behoort aan U. U bent de Heer van de hemels en de aarde en wie in hen is. U bent de Waarheid en Uw woorden zijn waar. Uw belofte is waar en de ontmoeting met U is waar. De Tuin is waar en het Vuur is waar en het Uur is waar. O Allah, ik leg aan U voor en ik accepteert U en ik vertrouw U en ik draai naar U en ik stel door U en ik dagvaard U voor oordeel. Vergeef mij wat ik heb gestuurd voor mij en wat ik heb achter gelaten, wat ik geheim heb gehouden en wat ik heb verkondigd, U bent mijn god er is geen god, behalve U".

Allahumma laka'l-hamdu anta nuru's-samawati wa'l-ardi, wa laka'l-hamdu anta qayamu's-Samawati wa'l-ardi, wa laka'l-hamdu anta rabbu's-Samawati wa'l-ardi,wamanfihina.Anta'l-haqqu,waqawluka'lhaqqu, wa waduka'l-haqqu, wa liqa'uka haqqun, wa jannatu haqqun, wa naru haqqun, wa sactu haqqun. Allahumma laka aslamtu, wa bikaamantu, waalayka tawakaltu, wa ilayka anabtu, wa bika khasamtu, wa ilayka hakamtu, fa'ghfirliy ma qadamtu wa akhartu wa asrartu, wa alantu. Anta ilahiy, la ilaha illa ant.


Book 15, Number 15.8.35:

Vertelde yahya mij van Malik dat Abdullah ibn Abdullah ibn Jabir ibn Atik zei:

Dat Abdullah ibn Umar naar hen was gekomen in Bani Muawiya, een van de dorpen van de Ansar en zei, "Weet u waar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad in deze moskee van jouw? "Ik vertelde hem, "Ja" en ik wees een plaats dichtbij waar hij was. Hij zei, "Weet u de drie dingen waarvoor hij hier dua vroeg"? Ik zei "Ja". Hij zei, "Vertel mij het dan". Ik zei, "Hij vroeg dat Hij geen vijand zou maken onder de ongelovigen, overwinning over de gelovigen en dat Hij de gelovigen door slechte oogsten niet zou vernietigen en hij gaf beide deze dingen. En hij vroeg dat Hij de gelovigen niet onder elkaar zou laten vechten, en dat werd geweigerd". Ibn Umar zei, "U hebt de waarheid gesproken," en hij voegde toe, "Opschudding zal tot de dag van opstanding niet stoppen".


Book 15, Number 15.8.36:

Yahya vertelde mij van Malik dat Zayd ibn Aslam gezegd heeft:

"Niemand vraagt een dua zonder dat een van drie dingen gebeurt. Of het wordt beantwoord, of het wordt op voor hem opgeslagen of slechte daden worden daar door hersteld".


Section 15.9: Dua vragen
Top
Book 15, Number 15.9.37:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Dinar zei:

"Abdullah ibn Umar zag mij toen ik dua vroeg en ik richtte met twee vingers, van elk hand, en hij verbood mij".


Book 15, Number 15.9.38:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Said ibn Al Musayyab gezegd heeft:

"Een man wordt verhoogd door de dua van zijn zoon na zijn dood". Hij sprak met zijn naar omhoog gedraaide handen, en hief hen toen op.


Book 15, Number 15.9.39:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader zei:

"De volgende ayat werd naar beneden gestuurd over een dua - En zeg uw gebed niet te luid en evenmin te zacht, doch zoek een middenweg." (Surah 17:110)

Yahya zei dat aan Malik werd gevraagd over het vragen van dua in verplichte gebeden en hij zei, "Er is geen kwaad in het vragen van dua in het".


Book 15, Number 15.9.40:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij de Boodschapper van Allah had gehoord, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft een dua gevraagd zeggende, "O Allah, Ik vraagt U voor goede daden en voor het verlaten van wat en voor liefde van het arme is afgekeurd. En indien U wenst om mensen te proberen, breng mij dan naar U zonder geprobeerd te worden".

Allahumma inniy asa'luka fala'l-khayrati, wa tarqa'l-munqarati, wa hubba'l-masakin, wa idha aradta fi'n-nasi fitnatan fa'qbithni ilayka ghayra maftun.


Book 15, Number 15.9.41:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Niemand vraagt om wijsheid zonder dezelfde beloning als degenen die hem volgen zonder dat ze hun eigen beloning verminderen. En niemand vraagt om een fout zonder dezelfde verantwoordelijkheden dan degenen die dat willen verminderen".


Book 15, Number 15.9.42:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Abdullah ibn Umar zei:

"O Allah, maak mij een van de leiders van de mensen met taqwa."

Allahumma jalniy min a'imati'l-mutaqin.


Book 15, Number 15.9.43:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij had gehoord dat Abu'd Darda in het midden van de nacht opstond en zei, "Ogen hebben geslapen en sterren zijn verdwenen en U bent het Leven en Zelf Onderhouder ".

Namat'l uyun wa ghariti'n-nujum wa anta'lhayyu-l-qayyum.


Section 15.10: Verbieden van Gebed na Subh (Fadjr) en na Asr
Top
Book 15, Number 15.10.44:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar van Abdullah as Sunabihi dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Bij de opkomst van de zon, neemt de hoorn van Shaytaan toe en wanneer de zon hoog staat, verlaat de hoorn het. Wanneer de zon de meridiaan bereikt, doet de hoorns mee en wanneer de zon ten onder gaat, verlaten de hoorns het en wanneer de zon bijna aan het horizon is verwenen, doet de hoorns weer mee". De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, verbood gebed tijdens deze perioden.


Book 15, Number 15.10.45:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader zei dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken heeft gezegd:

"Stel het gebed uit wanneer de rand van de zon verschijnt tot het volledig voor ogen is en stel het gebed uit wanneer de rand van de zon verdwijnt tot het volledig verdwenen is".


Book 15, Number 15.10.46:

Yahya vertelde mij van Malik dat de Al Ala ibn Abd ar Rahman zei:

"Wij bezochten Anas ibn Malik na dhuhr en hij stond op en bad asr. Toen hij zij gebeden had beindigd vermelden wij dat wij de gebeden eerder verrichten, of hij vermelde dat en hij zei dat hij van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei: Het gebed van de hypocrieten, het gebed van de hypocrieten, het gebed van de hypocrieten is dat een van hen blijft zitten totdat de zon geel wordt en het tussen de hoorns van Shaytaan bevindt en daarna opstaat en door de vier rakat heen ratelt, zodat hij zich helemaal niet kan herinneren dat hij aan Allah dacht."


Book 15, Number 15.10.47:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"U zou niet van plan moeten zijn te bidden bij zonsopgang ofwel zonsondergang".


Book 15, Number 15.10.48:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Yahya ibn Habban van Al Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Verbood gebed na asr tot de zon ten onder was gegaan en gebed na Subh (Fadjr) totdat de zon was opgestegen.


Book 15, Number 15.10.49:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Dinar van Abdullah ibn Umar dat Umar ibn Al Khattab gezegd heeft:

"Maak geen intentie om uw gebeden te verrichten ten tijde van zonsopgang en zonsondergang, want de hoornen van Shaytaan reist op ten tijde van zonsopgang en neemt af ten tijde van zonsondergang".

Umar heeft mensen voor die soort gebeden geslagen.


Book 15, Number 15.10.50:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van as Sa'ib ibn Yazid:

Dat hij Umar ibn Al Khattab zag Al Munkadir slaan voor het bidden na asr.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 16: 16.1.1 - 16.16.58

Begrafenissen - Burials
Top Index

Section 16.1:Het wassen van de Doden
Section 16.2:Het bedekken van een lijk
Section 16.3:Lopen voor de begravenisstoet
Section 16.4:Het verbod tegen het volgen van de lijk met een brandende fakkel
Section 16.5:De Takbir over een dode man
Section 16.6:Wat zeg je in het Gebed voor de doden
Section 16.7:Toestemming om over de doden te bidden na Subh (Fadjr) tot de dageraad heel helder is en na Asr tot de zon geel is geworden
Section 16.8:Het verrichten van het Gebed voor de dode in de Moskeen
Section 16.9:Het Gebed over de dode in het algemeen
Section 16.10:Het begraven van de doden
Section 16.11:Stoppen voor begrafenissen en zitten in kerkhoven
Section 16.12:Het verbod tegen het huilen over de doden
Section 16.13:Tevredenheid in tegenslagen
Section 16.14:Tevredenheid in tegenslagen over het algemeen
Section 16.15:Het opgraven van graven
Section 16.16:Begrafenis in het algemeen

Section 16.1: Het wassen van de Doden
Top
Book 16, Number 16.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Jafar ibn Muhammad van zijn vader:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in een lang overhemd werd gewassen.


Book 16, Number 16.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ayyub ibn Abi Tamima as-Sakhtayani van Muhammad ibn Sirin dat Umm Atiyya Al-Ansariyya zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, kwam naar ons toen zijn dochter stierf en zei, 'Was haar drie, vijf, of meer keer indien u dat noodzakelijk denkt te zijn, met water en lotusbloembladeren, en aan het eind zet wat kamfer op, of een Kleine kamfer, en wanneer u geindigd bent laat het mij weten. Toen wij geindigden waren vertelden wij hem en hij gaf ons zijn taille-omslag en zei, 'Omhul haar met dit'.


Book 16, Number 16.1.3:

Yahya vertelde mij van Malik van Abdullah ibn Abi Bakr:

Dat Asma bint Umays, Abu Bakr as-Siddiq waste toen hij stierf. Toen ging zij uit en vroeg aan sommige muhajirun die daar waren, "Ik ben aan het vasten en dit is een extreem koude dag. Moet ik ghusl doen?" Zij zeiden, "Nee."


Book 16, Number 16.1.4:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij mensen van kennis had horen zeggen:

"Wanneer een vrouw sterft en er zijn geen vrouwen met haar om haar te wassen en geen man die het recht door bloedbanden hebben om de taak voor haar te nemen en geen echtgenoot om de taak daarvan voor haar te nemen, zou zij door tayammum gezuiverd moeten worden, dat wil zeggen het afvegen van haar gezicht en handen met behulp van aarde".

Malik zei, "Wanneer een man sterft en er slechts vrouwen met hem zijn, zouden zij ook hem met aarde moeten zuiveren".

Malik zei, "Er is geen bepaalde manier met ons voor het wassen van de dode noch enig erkende manier om het te doen. Zij worden slechts gewassen en gezuiverd".


Section 16.2: Het bedekken van een lijk
Top
Book 16, Number 16.2.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader van A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

In drie pure witte katoen kledingstukken werd gewikkeld, geen een van ze was een lang hemd of een tulband.


Book 16, Number 16.2.6:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei:

Dat hij gehoord had dat toen Abu Bakr as-Siddiq ziek was vroeg hij A'isha, "Hoeveel sluiers de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken had?" en zij antwoordde, "Drie zuivere witte katoenen kledingstukken." Abu Bakr zei, "Neem dit kledingstuk (een kledingstuk dat hij droeg op welke rode klei of saffron was gevallen) en was hem. Wikkel dan mij daarin met twee andere kledingstukken". A'isha vroeg, "Waarom dat?" en Abu Bakr antwoordde, "Het leven heeft grotere behoefte van het nieuwe dan van de dode. Dit is enkel voor de lichaamsvloeistoffen die komen uit als het lichaam ontbindt".


Book 16, Number 16.2.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Humayd ibn Abd ar-Rahman ibn Awf dat Abdullah ibn Amr ibn al-As zei:

"Een dode man wordt gekleed in een hemd en een taille-omslag en dan gewikkeld in een derde en indien hij slechts een kledingstuk heeft, dan wordt hij daarin gewikkeld".


Section 16.3: Lopen voor de begravenisstoet
Top
Book 16, Number 16.3.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en Abu Bakr en Umar evenals de khalifa's tot op deze tijd en Abdullah ibn Umar, zouden lopen voor de begravenisstoet.


Book 16, Number 16.3.9:

Yahya vertelde mij van Muhammad ibn al-Munkadir:

Dat Rabia ibn Abdullah ibn al-Hadir hem vertelde dat hij Umar ibn Al-Khattab had gezien de mensen voor gaan tijdens een begravenisstoet van Zaynab bint Jahsh.


Book 16, Number 16.3.10:

Yahya vertelde mij van Malik dat Hisham ibn Urwa zei:

"Ik zag ooit mijn vader voor een begrafenisstoet". Hij voegde toe, "Daarna zou hij naar Al-Baqi gaan en zat tot de stoet voorbijging".


Book 16, Number 16.3.11:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ibn Shihab zei:

"Lopen achter de lijk is in tegenstrijdigheid met de sunna".


Section 16.4: Het verbod tegen het volgen van de lijk met een brandende fakkel
Top
Book 16, Number 16.4.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa:

Dat Asma bint Abi Bakr zei aan haar familie, "Parfumeer mijn kleren met wierrook wanneer ik sterf en balsem mij dan. Zet geen balsemende substantie op mijn sluier en volg mij niet met een brandende fakkel".


Book 16, Number 16.4.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Said ibn Abi Said Al-Maqburi:

Dat Abu Hurayra iemand verbood om hem met een brandende fakkel na zijn dood te volgen.

Yahya zei, "Ik hoorde Malik dat afkeuren".


Section 16.5: De Takbir over een dode man
Book 16, Number 16.5.14:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn Al-Musayyab van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

Aankondig de dood van een Najashi aan iedereen op de dag dat hij stierf, en ga met hen naar de plaats van het gebed, en vorm dan met hen een rij en zeg "Allahoe akbar" (Allah is de Grootste) vier keer.


Book 16, Number 16.5.15:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab:

Dat Abu Umama ibn Sahl ibn Hunayf hem vertelde dat een keer een arme vrouw ziek werd en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, werd van haar ziekte op de hoogte gebracht, en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft arme mensen vaak bezocht en heeft naar hen gevraagd. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Laat mij weten als zij sterft". Haar lijk werd s'nachts naar buiten gebracht en zij wilden de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken niet wakker maken. S'Morgens werd aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, verteld wat er gebeurd was met haar en Hij zei, "Heb ik niet vertelt om mij te laten weten als zij stierf?" Zij antwoordden, "Boodschapper van Allah, wij wilden u niet wakker maken om s'nachts naar buiten te komen". Toen ging de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, uit en vormde met iedereen een rij voor haar graf en zei "Allahoe akbar" (Allah is de grootste) vier keer.


Book 16, Number 16.5.16:

Yahya vertelde mij dat Malik aan Ibn Shihab vroeg over een man die sommige van de takbirs opving over het lijk en de rest miste en Ibn Shihab zei, "Hij voltooit dat wat hij heeft gemist".


Section 16.6: Wat zeg je in het Gebed voor de doden
Top
Book 16, Number 16.6.17:

Yahya vertelde mij dat Malik van Said ibn Abi Said Al-Maqburi van zijn vader:

Dat hij aan Abu Hurayra had gevraagd, "Hoe bidt u over de dode?" en Abu Hurayra antwoordde, "Door het Leven van Allah, ik zal u vertellen! Ik volg met de familie en wanneer het lijk is neergezet zeg ik 'Allah is de grootste' en lof Allah en vraag om zegeningen op Zijn Profeet. Dan zeg ik, 'O Allah, hij is Uw slaaf en de zoon van Uw mannelijke slaaf en Uw vrouwelijke slaaf. Hij heeft getuigd dat er geen god behalve U, en dat Muhammad Uw dienaar en Uw Boodschapper is en U weet dat best. O Allah, indien hij goed handelde, dan toename voor hem zijn goede actie en indien hij verkeerd handelde, overzie dan zijn verkeerde acties. O Allah, beroof ons niet van zijn beloning en probeer ons niet na hem."

Allahumma inna huwa abduka wa'bnu abdika wa'bnu amatika. Kana yash-hadu an la ilaha illa ant wa anna Muhammadan abduka wa rasooluka, wa anta alamu bihi. Allahumma in kana muhsinan zid fi ihsanihi, wa in kana musiyan fa tajawaz an sayatihi. Allahumma la tahrimna ajrahu wa lataftina badahu.


Book 16, Number 16.6.18:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said zei dat hij hoorde Said ibn Al-Musayyab zeggen:

"Ik bad een keer achter Abu Hurayra over een kind die nooit een verkeerde actie had gedaan en ik hoorde hem zeggen, 'O Allah, geef aan hem bescherming tegen de kwelling van het graf'."


Book 16, Number 16.6.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar niet gereciteerd heeft, over het bidden van een dode persoon.


Section 16.7: Toestemming om over de doden te bidden na Subh (Fadjr) tot de dageraad heel helder is en na Asr tot de zon geel is geworden
Top
Book 16, Number 16.7.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Abi Harmala, de mawla van Abd ar-Rahman ibn Abi Sufyan ibn Huwaytib:

Dat Zaynab bint Abi Salama stierf tijdens de tijd dat Tariq Amir van Madina was en haar lijk werd naar buiten gebracht na Subh (Fadjr) en in Al-Baqi gezet. Hij zei dat Tariq, de Subh (Fadjr) juiste tijd aan het begin heeft gebeden. Hij voegde toe, "Ik hoorde Abdullah ibn Umar aan de familie zeggen, 'U kunt over uw doden nu bidden of u kunt wachten tot de zon opkomt'.


Book 16, Number 16.7.21:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar zei:

"Het gebed voor een dode persoon kan gedaan worden na asr en Subh (Fadjr) indien deze aan hun tijden zijn gebeden".


Section 16.8: Het verrichten van het Gebed voor de dode in de Moskeen
Top
Book 16, Number 16.8.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Gaf opdracht dat het lichaam van Sad ibn Abi Waqqas moest gebracht worden voorbij haar in de moskee zodat zij dua voor hem kon vragen. Sommige mensen keurden dat af van haar en zij zei, "Hoe haastig mensen zijn! De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bad enkel over Suhayl ibn Bayda in de moskee".


Book 16, Number 16.8.23:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar zei:

"Het gebed over Umar ibn Al-Khattab werd in de moskee gedaan".


Section 16.9: Het Gebed over de dode in het algemeen
Top
Book 16, Number 16.9.24:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat Uthman ibn Affan en Abdullah ibn Umar en Abu Hurayra over de dode, zowel mannen als vrouwen heeft gebeden, in Madina. Zij hadden de mannen meer dichtbij de Imam en de vrouwen meer dichtbij de qibla gezet.


Book 16, Number 16.9.25:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi:

Dat Abdullah ibn Umar, toen hij over de dode bad, zou zeggen, "De Vrede is op u" luid genoeg voor wie dichtbij aan hem was om te horen.


Book 16, Number 16.9.26:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft:

"Niemand over een dode persoon zou moeten bidden tenzij hij in wudu is".

Yahya zei dat hij Malik hoorde zeggen, "Ik heb geen enig persoon van kennis zien afkeuren van het bidden over ofwel een kind dat geboren is van overspel ofwel zijn moeder".


Section 16.10: Het begraven van de doden
Top
Book 16, Number 16.10.27:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stierf op maandag en werd op dinsdag begraven en mensen baden over hem individueel, en niemand leidde het. Sommige mensen zeiden dat hij dichtbij de Mimbar zou begraven worden en anderen zeiden dat hij in Al-Baqi zou begraven worden. Abu Bakr as-Siddiq kwam en zei, "Ik hoorde de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zeggen, 'Geen profeet werd elders begraven behalve op de plaats waar hij stierf'. "Zo werd een graf voor hem daar gegraven. Toen hij op het punt stond gewassen te worden wensten zij, zijn hemd weg te nemen, maar zij hoorden een stem zeggen "Neemt zijn hemd niet af," zo hebben zij, zijn hemd niet afgenomen en hij werd zo gewassen, moge Allah hem zegenen en vrede schenken.


Book 16, Number 16.10.28:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader zei:

"Er waren twee mannen in Madina, een van hen groef graven met een niche in de zijmuur voor het lichaam, en het andere deed het niet, en zij zeiden, 'Degene die eerst komt kan het werk doen,' en de n die graven groef met een niche kwam eerst en groef het graf van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken".


Book 16, Number 16.10.29:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Umm Salama, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft gezegd:

"Ik heb niet geloofd dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, was gestorven tot ik de punthouweel hoorde vallen".


Book 16, Number 16.10.30:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ik zag drie manen in mijn kamer vallen en ik vertelde mijn visie naar Abu Bakr as-Siddiq. Toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken stierf en in mijn huis begraven werd, zei Abu Bakr tegen mij, 'Dit is een van uw maanen en hij is de beste van hen'.


Book 16, Number 16.10.31:

Yahya vertelde mij dat Malik van meer dan een betrouwbare bron:

Dat Sad ibn Abi Waqqas en Said ibn Zayd ibn Amr ibn Nufayl te Al-Aqiq stierf en werd naar Madina gedragen en daar begraven.


Book 16, Number 16.10.32:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader zei:

"Ik zou niet willen begraven worden in Al-Baqi. Ik zou kiezen elders begraven te worden. Het een die in Al-Baqi begraven is, is een of twee mensen. Ofwel hij is onrechtvaardig (dhalim) en ik zou er niet van houden met hem begraven te worden, of hij is salih en ik zou er niet van houden zijn beenderen door mij gestoord te worden".


Section 16.11: Stoppen voor begrafenissen en zitten in kerkhoven
Top
Book 16, Number 16.11.33:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Wafid ibn Amr ibn Said ibn Muadh van Nafi ibn Jubayr ibn Mutim van Masud ibn Al-Hakam van AIi ibn Abi Talib:

Dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, is opgestaan toen een begrafenisstoet voorbijging en daarna ging hij weer zitten.


Book 16, Number 16.11.34:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat AIi ibn Abi Talib heeft zijn hoofd op graven laten rusten en ging daarop liggen.

Malik zei, "Voor zover wij kunnen zien, het wordt enkel verboden op graven te zitten om zich te verlichten" (poepen of plassen).


Book 16, Number 16.11.35:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Bakr ibn Uthman ibn Sahl ibn Hunayf dat hij had gehoord Abu Umama ibn Sahl ibn Hunayf zeggen:

"Wij hebben begrafenisstoeten bijgewoond en de laatste van de mensen zouden niet gaan zitten totdat zij toestemming hadden gekregen".


Section 16.12: Het verbod tegen het huilen over de doden
Top
Book 16, Number 16.12.36:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abdullah ibn Jabir ibn Atik dat Atik ibn Al-Harith, de grootvader van Abdullah ibn Abdullah ibn Jabir van zijn moeder's kant, vertelde hem dat Jabir ibn Atik hem verteld had dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Ging Abdullah ibn Thabit bezoeken en vond hem in zijn stervende toestand. Hij riep naar hem, maar hij antwoorde niet. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wij zijn van Allah en naar Hem zullen wij terugkeren," en aanvullend, "U wordt genomen van ons, Abu'r-rabi. De vrouwen schreeuwden en huilden, en Jabir begon hen tot zwijgen te brengen. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei, "Verlaat hen en wanneer de noodzakelijke tijd komt, zou geen van de vrouwen moeten huilen". Zij zeiden, "Boodschapper van Allah, wat is de noodzakelijke tijd?" en hij antwoordde, "Wanneer hij sterft". De dochter van de stervende man zei, "Bij Allah ik hoop dat u een martelaar zult zijn, want u hebt uw voorbereidingen voor strijd voltooid ," en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Allah heeft zijn beloning voorbereid volgens zijn intentie. En wat beschouwt u als een martelaar die sterft?" Zij zeiden, "De dood in de weg van Allah". De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei.

"Er zijn zeven soorten van martelaren behalve die gedood werd op de weg van Allah. Iemand die door de plaag gedood wordt is een martelaar, iemand die verdrinkt is een martelaar, iemand die sterft van borstvliesontsteking is een martelaar, iemand die sterft van een ziekte in de buik is een martelaar, iemand die door brand sterft is een martelaar, iemand die onder een vallende gebouw sterft is een martelaar en een vrouw die in bevalling sterft, is een martelaar".


Book 16, Number 16.12.37:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abi Bakr van zijn vader:

Dat Amra bint Abd ar-Rahman, vertelde hem dat zij had gehoord A'isha, de umm Al-muminin, zeggen (toen het aan haar werd vermeld dat Abdullah ibn Umar heeft gezegd, "De doden worden gekweld door het huilen van de levende"), "Moge Allah, Abu Abd ar-Rahman vergeven. Natuurlijk heeft hij niet gelogen, maar hij is vergeten, of maakte een fout. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, ging voorbij een joodse vrouw wiens familie over haar huilde en hij zei, 'U huilt over haar en zij wordt in haar graf gekweld.'


Section 16.13: Tevredenheid in tegenslagen
Top
Book 16, Number 16.13.38:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn Al-Musayyab van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Geen moslim die al drie kinderen verloren heeft, zal door het Vuur aangeraakt worden, behalve de eed van Allah te volbrengen".


Book 16, Number 16.13.39:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Abi Bakr ibn Amr ibn Hazm van zijn vader van Abu'n-Nadr as-salami dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Indien drie van de kinderen van een moslim sterven, en hij blijft tevreden met dat, zullen zij een bescherming zijn voor hem van het hellevuur". Een vrouw die met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken was zei, "En twee, Boodschapper van Allah?" en zei hij, "Ook twee."


Book 16, Number 16.13.40:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord van de Abu'l-Hubab Said ibn Yasar van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De mumin gaat verder met tegenslagen in het verliezen van zijn kinderen en zijn vrienden tot hij Allah ontmoet zonder verkeerde acties".


Section 16.14: Tevredenheid in tegenslagen over het algemeen
Top
Book 16, Number 16.14.41:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn Al-Qasim ibn Muhammad ibn Abi Bakr dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Laat het ongeluk dat mij overkomt, een troost zijn voor de moslims in hun ongelukken".


Book 16, Number 16.14.42:

Yahya vertelde mij dat Malik van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman van Umm Salama, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Indien een ongeluk overkomt aan iemand en hij zegt, zoals Allah opdracht heeft gegeven, 'Wij zijn van Allah en naar Hem zullen wij terugkeren. O Allah, beloon mij in mijn ongeluk en geef mij het beste daarna, Allah zal voor hem dat doen".

Inna lillahi wa inna ilayhi rajiun. Allahumma' jurniy fi musiybatiy, wa a qibhiy khayran minha, illa faala 'llahu dhalika bihi.

Umm Salama, zei "Toen Abu Salama stierf, zei ik dat, en dan zei ik, 'Wie is beter dan Abu Salama'? "En liet Allah voor haar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en hij trouwde haar.


Book 16, Number 16.14.43:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Al-Qasim ibn Muhammad zei:

"Een van mijn vrouw stierf en Muhammad ibn Kab Al Quradhi kwam naar mij over haar te troosten. Hij vertelde mij van een onder de Bani Israil die ijverig was, vererend, wetend en begripvolle man die een vrouw had die hij bewonderde en van hield en zij stierf. Hij treurde over haar intens en betreurde haar tot hij in een huis terugtrok en sloot zichzelf in, verborgen van iedereen en niemand bezocht hem. Een vrouw hoorde over hem en ging naar hem, zeggende, 'Ik eis van hem om mij een mening te geven. Niets zal mij tevredenstellen behalve wat hij over dat zegt. Iedereen ging weg, maar zij bleef bij zijn deur en zei, 'Ik moet hem zien'. Iemand zei aan hem, 'Er is een vrouw die wenst om uw mening,' en zij drong aan, 'Ik zal enkel met hem over praten'. Toen iedereen was weggegaan, en zij had nog steeds zijn deur niet verlaten, zei hij, 'Laat haar binnen'.

Zo ging zij binnen en zag hem en zei, 'Ik ben gekomen om uw mening'. Hij zei, 'Wat is het'? Zij zei, 'Ik leende een stuk juwelen van een buur van mij, en ik heb hem gedragen en gebruikte voor een lange tijd. Toen kwamen zij naar mij voor het. Zou ik hen terug keren? Hij zei, 'Ja bij Allah'. Zij zei, 'Ik heb hem voor een lange tijd gehad'. Hij zei, 'Het is meer beter voor u om het naar hen terug te geven, aangezien zij het naar u voor zo'n een lange tijd hebben geleend'. Zij zei, 'Ja. Moge Allah genade op u hebben. Treur u dan waarover Allah u geleend heeft en dan weg genomen van u, wanneer Hij een groter recht heeft dan u? Dan zag hij de situatie waarin hij was en Allah hielp hem door haar woorden".


Section 16.15: Het opgraven van graven
Top
Book 16, Number 16.15.44:

Yahya vertelde mij van Malik dat de Abu'r-Rijal Muhammad ibn Abd ar-Rahman hoorde zijn moeder Amra bint Abd ar-Rahman zeggen:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vervloekte zowel mannen als vrouwen die opgroeven," bedoelend dat degenen die graven opgroeven.


Book 16, Number 16.15.45:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord:

Dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft gezegd, "Breek de benen van een moslim wanneer hij dood is, alsof hij in leven is". Zij bedoelde indien gedaan in verkeerde actie.


Section 16.16: Begrafenis in het algemeen
Top
Book 16, Number 16.16.46:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van Abbad ibn Abdullah ibn az-Zubayr:

Dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vertelde aan hem dat zij gehoord had de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zeggen voordat hij stierf, terwijl hij op haar borst leunde en zij luisterde naar hem, "O Allah, vergeef mij en heb genade op mij en neem mij met het hoogste gezelschap deel".


Book 16, Number 16.16.47:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij hoorde dat A'isha zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

'Geen profeet is gestorven tot dat aan hem de keuze is gegeven'. "Zij vervolgde, "Ik hoorde hem zeggen, O Allah, het hoogste gezelschap en ik wist dat hij ging".


Book 16, Number 16.16.48:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar zei dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Wanneer u sterft, zal uw plaats aan u s'morgens en in de avond getoond worden. Indien u n van de mensen van de Tuin bent, dan zult u met de mensen van de Tuin zijn en indien u n van de mensen van de hel bent, dan zult u met de mensen van het hel zijn. Aan u zal verteld worden, 'Dit is uw wachtplaats tot Allah u op de dag van opstanding laat opstaan'.


Book 16, Number 16.16.49:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De aarde eet alle zonen van Adam op behalve het stuitbeen. Van daaruit werd hij gecreerd en daarop is hij gebouwd".


Book 16, Number 16.16.50:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Abd de ar-Rahman ibn Kab ibn Malik Al-Ansari hem vertelde dat zijn vader, Kab ibn Malik, heeft verteld dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De ruh (ziel) van de Mumin is een vogel die in de bomen van de Tuin zit tot Allah het naar zijn lichaam laat treugkeren op de dag van opstanding.


Book 16, Number 16.16.51:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Allah, De Gezegende en Verhevene, zei, 'Indien Mijn dienaar snakt Mij te ontmoeten, dan snak Ik naar hem te ontmoeten, en indien hij afkerig is om Mij te ontmoeten, ben ik ook afkerig om hem te ontmoeten'.


Book 16, Number 16.16.52:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Een man zei aan zijn familie dat hij nooit een goede daad had verricht, en toen hij stierf zouden zij hem verbranden en zouden dan de helft van hem op het land en de helft op de zee verstrooien, en bij Allah, als Allah het voor hem bestemde zou Hij hem straffen met een straf die Hij iemand anders waarmee in alle werelden niet gestraft had. Toen de man stierf, deden zij dat wat hij hen had verteld. Dan vertelde Allah het land om alles te verzamelen wat daarin was, en vertelde en de zee alles te verzamelen wat daarin was, en dan zei Hij aan de man, 'Waarom deed u dit?' en hij zei, 'Van vrees voor U Heer en U weet het beste.'

Abu Hurayra voegde toe, "En Hij vergaf hem".


Book 16, Number 16.16.53:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Ieder kind is geboren op de fitra (Aanleg voor overgave aan Allah) en het is zijn ouders die aan hem een Jood of een Christen maakt. Precies zoals een kameel geheel geboren is - neemt u een defect waar?" Zij Zeiden, "Boodschapper van Allah, wat gebeurt er met de mensen, wanneer zij (heel) jong sterven"? Hij zei, "Allah weet het beste wat zij hebben gedaan".


Book 16, Number 16.16.54:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu'z Zinad van Al-Araj van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Het Uur zal niet komen tot een man door het graf van een andere voorbijgaat en zegt, 'Indien enkel ik in zijn plaats was'.


Book 16, Number 16.16.55:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Amr ibn Halhalaad-Dili van Mabad ibn Kab ibn Malik dat Abu Qatada ibn Ribi heeft verteld:

Dat een begrafenisstoet voorbijging bij de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en hij zei, "Een is verlicht en een ander zijn van anderen verlicht". Zij zeiden, "Wie is het een die verlicht is van die anderen die verlicht zijn?" Hij zei, "Een dienaar die mumin is, is het een die verlicht is van de uitputting en het lijden in deze wereld naar de genade van Allah, en een verkeerd-handelende dienaar is het een waarvan mensen, steden, bomen en dieren zijn verlicht".


Book 16, Number 16.16.56:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abu'n Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

Toen Uthman ibn Madhun's begrafenisstoet langs hem voorbijging, "U bent gegaan en u werd niet betrokken in enige daarvan".


Book 16, Number 16.16.57:

Malik vertelde mij van AIqama ibn Abi Alqama dat zijn moeder dat zei A'isha had gehoord, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stondop s'nacht en droeg zijn kleren en ging dan uit. Ik gaf opdracht tot mijn slavin, Barira, om hem te volgen en zij volgde hem tot hij naar Al-Baqi was. Hij stond dichtbij zolang Allah wilde en dan ging hij weg. Barira kwam voor hem terug en vertelde mij dat en ik zei niets aan hem tot s'morgen, en toen vermeldde ik aan hem en hij legde uit, 'Ik werd naar de mensen van Al-Baqi gestuurd om voor hen te bidden'.


Book 16, Number 16.16.58:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abu Hurayra zei:

"Maak haast met uw begrafenissen, omdat het enkel goed is dat u hem zult volgen of kwaad spreekt vanuit uw nek".

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 17: 17.1.1 - 17.29.58

Zakat
Top Index

Section 17.1:Dingen waarop Zakat betaald moet worden
Section 17.2:Zakat op gouden en zilveren muntstukken
Section 17.3:De zakat op mijnen
Section 17.4:Zakat op begraven schat (Rikaz)
Section 17.5:Dingen waarop er geen zakat is, zoals Juwelen, kleine hoeveelheid goud, zilver en amber
Section 17.6:De zakat op het eigendom van weeskinderen en handelen namens hun
Section 17.7:De zakat op erfenis
Section 17.8:De zakat op schulden
Section 17.9:De zakat op koopwaar
Section 17.10:Rijkdom die verborgen is (Kanz)
Section 17.11:De zakat op vee
Section 17.12:De zakat op rundvee
Section 17.13:De zakat van partners
Section 17.14:Tellen van lammeren en jonge geitjes tijdens het bepalen van zakat
Section 17.15:Wat doet u over de zakat wanneer er twee jaren samen zijn bepaald
Section 17.16:Het verbod tegen het maken van dingen die moeilijk zijn voor mensen bij het nemen van zakat
Section 17.17:Ontvangen zakat en wie wordt toegelaten om het te ontvangen
Section 17.18:Zakat verzamelen en stevig in je schoenen staan om het ten uitvoer te brengen
Section 17.19:De zakat op geschate opbrengsten van Dadelpalmen en wijnstokken
Section 17.20:De zakat op zaden en olijven
Section 17.21:Fruit waarop zakat niet betaald moet worden
Section 17.22:Vruchten, veevoer en groenten waarvoor geen zakat betaald moet worden
Section 17.23:De zakat op slaven, paarden en honing
Section 17.24:Jizya op mensen van het boek en magirs
Section 17.25:Tienden van de mensen van Dhimma
Section 17.26:Verkopen van Sadaqa en het terugnemen - Selling Sadaqa and Taking it Back
Section 17.27:Wie betaalt de zakat al-Fitr - Who Pays the Zakat al-Fitr
Section 17.28:Wanneer stuur je zakat Al-Fitr - When to Send the Zakat al-Fitr
Section 17.29:Mensen voor wie het niet verplicht is om zakat Al-Fitr te betalen - People for Whom it is Not Obligatory to Pay the Zakat al-Fitr

Section 17.1: Dingen waarop Zakat betaald moet worden
Top
Book 17, Number 17.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Amr ibn Yahya Al-Mazini dat zijn vader zei dat hij Abu Said Al-Khudri hoorde zeggen dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Er is geen zakat op minder dan vijf kamelen, er is geen zakat op minder dan vijf awaq (twee honderd dirhams van puur zilver) en er is geen zakat op minder dan vijf awsug (drie honderd sa)."


Book 17, Number 17.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Muhammad ibn Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Abi Sasaca Al-Ansari van Al-Mazini van zijn vader van Abu Said Al-Khudri dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Er is geen zakat op minder dan vijf awsuq van datums, er is geen zakat op minder dan vijf awaq van zilver en er is geen zakat op minder dan vijf kamelen.


Book 17, Number 17.1.3:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had:

Dat Umar ibn Abd Al-Aziz zijn bestuurder in Damascus over zakat schreef zeggende, "Zakat wordt betaald op de opbrengst van geploegd land, op goud en zilver en op vee".

Malik zei, "Zakat is slechts op drie dingen betaald: de opbrengst van geploegd land, goud, zilver en vee".


Section 17.2: Zakat op gouden en zilveren muntstukken
Top
Book 17, Number 17.2.4:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat Muhammad ibn Uqba, de mawla van az Zubayr, vroeg Al-Qasim ibn Muhammad of hij enig zakat op een grote som moest betalen die door zijn slaaf aan hem gegeven wordt om zijn vrijheid te kopen. Al-Qasim zei, "Abu Bakr as-Siddiq heeft geen zakat van iemand's eigendom genomen tot het in zijn bezit voor een jaar was geweest".

Al-Qasim ibn Muhammad vervolgde, "Toen Abu Bakr aan mannen hun toelagen gaf, hij zou hen vragen, 'Heeft u eigendommen waarop zakat schuldig is?' Als zij zeiden, 'Ja', zou hij de zakat op dat eigendom uit hun toelagen nemen. Als zij zeiden, 'Neen', zou hij hun toelagen overhandigen aan hen zonder het aftrekken van iets".


Book 17, Number 17.2.5:

Vertelde yahya mij dat Malik van Urwa ibn Husayn van A'isha bint Qudama dat haar vader zei:

"Wanneer ik naar Uthman ibn Affan kwam om mijn toelage te verzamelen, vroeg hij aan mij, 'Heeft u eigendommen waarop zakat schuldig is? 'Als ik zei, 'Ja', dan zou hij de zakat op dat eigendom van mijn toelage aftrekken en als ik zei, 'Neen', zou hij mij, mijn toelage (volledig) betalen."


Book 17, Number 17.2.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft:

"Zakat moet op eigendom niet betaald worden tot een jaar ervan is verstreken".


Book 17, Number 17.2.7:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ibn Shihab zei:

"De eerste persoon om zakat van toelagen af te trekken was Muawiya ibn Abi Sufyan". (d.w.z. de aftrekking zal automatisch gemaakt worden).

Malik zei, "Goedgekeurde sunna bij ons is: dat zakat betaald moet worden moet op twintig dinars (van gouden munt), op de zelfde manier als het op twee honderd dirhams (van zilver) betaald moet worden."

Malik zei, "Er is geen zakat te betalen op (goud) dat duidelijk minder is dan twintig dinars (in gewicht), maar indien het stijgt zodat door de verhoging het bedrag bereikt, moet de volledige twintig dinars in gewicht aan zakat betaald worden. Op de zelfde manier is er geen zakat te betalen op (zilver) dat duidelijk minder is dan twee honderd dirhams (in gewicht), maar indien het stijgt zodat door de verhoging het bedrag bereikt, moet de volledige twee honderd dirhams in gewicht aan zakat betaald worden. Indien het volledige gewicht overgaat dan denk ik dat er zakat betaald moet worden, of het dinars of dirhams is". (d.w.z. de zakat wordt door het gewicht en niet door het aantal muntstukken bepaald).

Malik zei, over een man die een honderd en zestig dirhams in gewicht had en de wisselkoers in zijn stad was acht dirhams voor een dinar en dat hij geen zakat hoefde te betalen. Zakat moest enkel op twintig dinars van goud of twee honderd dirhams betaald worden.

Malik zei, in het geval van een man die vijf dinars van een transactie op n of andere manier verwierf die hij toen in handel investeerde, dat het tot een zakat waardig bedrag steeg en dan een jaar verstreek, moest hij dan zakat betalen op het, zelfs wanneer de zakat waardig bedrag n dag voor of na het overgaan van een jaar werd bereikt. Er was geen zakat te betalen van de dag dat de zakat werd genomen tot een jaar ervan was verstreken.

Malik zei, in het gelijkwaardige geval van een man die in zijn bezit tien dinars had die hij investeerde in handel en die twintig dinars werd tegen de tijd dat n jaar over hen was verstreken, hij betaalde gelijk zakat en heeft niet gewacht tot een jaar daarover was verstreken, (tellend) van de dag toen zij eigenlijk de zakat waardige bedrag bereikten. Dit was omdat een jaar over de oorspronkelijke dinars was verstreken en er waren nu twintig in zijn bezit. Daarna hoefde er geen zakat om op hen te betalen van de dag dat de zakat werd betaald tot nog ander jaar over hen was verstreken.

Malik zei, "Wat wij akkoord zijn gegaan (hier in Madina) aangaande inkomen van aanwerven uit slaven, huur van eigendom, en de ontvangen sommen wanneer een slaaf zijn vrijheid koopt, zijn er geen zakat schuldig op enig daarvan, hetzij groot of klein, vanaf de dag de eigenaar daarvan bezit neemt tot een jaar is verstreken".

Malik zei, in geval van gouden en zilver die tussen twee mede eigenaar gedeeld werden, die zakat was schuldig iemand waarvan zijn aandeel twintig dinars van goud bereikte, of twee honderd dirhams van zilver, en dat er geen zakat schuldig was wiens aandeel niet voldeed aan deze zakat waardige bedrag. Indien alle aandelen de zakat waardige bedrag bereikten en de aandelen, werden niet evenzeer verdeeld, werd zakat van elk man volgens de maat van zijn aandeel genomen. Dit werd toegepast enkel op het aandeel van elk man onder elkaar die toen de zakat waardig bedrag bereikte, omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, had gezegd, "Er is geen zakat om op minder dan vijf awaq van zilver te betalen".

Malik becommentarieerde, "Dit is wat ik het meest kies van waaruit ik heb gehoord over deze kwestie".

Malik zei, "Wanneer een man goud en zilver heeft die onder verschillende mensen verspreid worden moet hij van iedereen samen toevoegen en dan zakat nemen op de totale som".

Malik zei, "Geen zakat is schuldig van iemand die goud of zilver verwerft tot een jaar is verstreken over zijn aanwinst vanaf de dag dat van hem werd".


Section 17.3: De zakat op mijnen
Top
Book 17, Number 17.3.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman van meer dan een bron dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Wees de mijnen van Al Qabaliyya, die in de richting van Al-Fur is, aan Bilal ibn Harith Al-Mazini en niets is van hen tot deze dag genomen behalve zakat.

Malik zei, "Naar mijn mening en Allah weet het beter, niets is genomen waarvan uit mijnen kom tot dat wat uit het kom en een waarde bereikt van twintig gouden dinars of twee honderd zilveren dirhams. Wanneer het bedrag bereikt die er zakat te betalen is werd het ter plekke betaald. Zakat wordt geheven op iets, volgens de hoeveelheid daarvan en is zolang er een levering van de mijn blijft. Indien de ader uit loopt en dan nadat een tijdje meer eruit gehaald wordt, wordt de nieuwe aanbod op de zelfde manier als het eerste en de betaling van zakat wordt aangevangen zoals het met de eerste begon.

Malik zei, "Mijnen zijn net als gewassen en de zelfde procedure wordt toegepast op allebei. Zakat wordt afgetrokken op de dag wat uit een mijn komt, zonder te wachten op een jaar, precies zoals een tiende van een gewas tegelijkertijd wordt genomen als het geoogst is, zonder het wachten op een jaar om ervan te verstrijken".


Section 17.4: Zakat op begraven schat (Rikaz)
Top
Book 17, Number 17.4.9:

Yahya vertelde aan mij dat Malik van Ibn Shihab van Said ibn Al-Musayyab en van Abu Salama ibn Abd ar-Rahman van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Er is een belasting van een vijfde op begraven schat".

Malik zei, "Met de positie waarmee wij zijn akkoord gegaan en die ik heb gehoord van de mensen met kennis vermelden, is dat rikaz naar een schat verwijst die is gevonden tijdens de jahiliyya en begraven werd, zolang noch het kapitaal is vereist, noch uitgave, grote arbeid of ongemak vereiste het terug te krijgen. Indien kapitaal vereist is of grote arbeid op een gelegenheid en het is gemarkeerd en een ander wordt gemist, dan is het niet rikaz".


Section 17.5: Dingen waarop er geen zakat is, zoals Juwelen, kleine hoeveelheid goud, zilver en amber
Top
Book 17, Number 17.5.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn Al-Qasim van zijn vader dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft voor de weesdochters van haar broer in haar huis gezorgd. Zij hadden juwelenen (die zij droegen) en zij heeft geen zakat van deze juwelenen van hun genomen.


Book 17, Number 17.5.11:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar zijn dochters en slavin met gouden juwelenen had versierd en hij had geen zakat van hun juwelen genomen.

Malik zei, "Iemand die bewerkte goud of zilver en of gouden en zilveren juwelen heeft die niet voor het dragen worden gebruikt, moet ieder jaar zakat betalen. Het wordt gewogen en n veertigste wordt genomen, tenzij het niet aan twintig dinars van goud of twee honderd dirhams van zilver voldoet, dan hoeft er geen zakat betaald te worden. Zakat wordt enkel betaald wanneer juwelen voor doeleinden buiten het dragen worden gehouden. Beetjes van goud en zilver of gebroken juwelen die de eigenaar van plan is te herstellen om te dragen zijn in de zelfde positie als goederen die door hun eigenaar gedragen worden - er wordt geen zakat door de eigenaar betaald".

Malik zei, "Er is geen zakat (te betalen) op parels, muskus of amber".


Section 17.6: De zakat op het eigendom van weeskinderen en handelen namens hun
Top
Book 17, Number 17.6.12:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Umar ibn Al-Khattab zei:

"Handel met het eigendom van weeskinderen en dan zal het niet verteerd worden door zakat".


Book 17, Number 17.6.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn Al-Qasim dat zijn vader zei:

A'isha heeft voor mij en n van mijn broers gezorgd - wij waren weeskinderen - in haar huis en zij zou de zakat van ons eigendom nemen".


Book 17, Number 17.6.14:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken:

Heeft het eigendom van de weeskinderen gegeven die in haar huis waren aan wie het zou verhandelen namens hun.


Book 17, Number 17.6.15:

Yahya vertelde mij van Malik dat Yahya ibn Said kocht sommige eigendommen ten gunste van de zonen van zijn broer die weeskinderen in zijn huis waren en dat de eigendom daarna voor heel wat winst werd verkocht.

Malik zei, "Er is geen kwaad in het gebruiken van eigendom van weeskinderen aan handel namens hun zolang ze toestemming hadden. Verder denk ik niet dat hij onder enig aansprakelijkheid valt".


Section 17.7: De zakat op erfenis
Top
Book 17, Number 17.7.16:

Yahya vertelde mij dat Malik zei:

"Ik beschouw dat wanneer een man sterft en hij heeft geen zakat op zijn eigendom betaald, dan wordt zakat genomen uit het derde van zijn eigendom (waarvan hij legaten kan maken), en wanneer het derde niet is overschreden, dan wordt zakat prioriteit over de legaten gegeven. Naar mijn mening is het zelfde alsof hij een schuld had en is daarom dat ik denk dat het prioriteit over legaten zou gegeven moeten worden".

Malik vervolgde, "Dit is van toepassing waneer de overleden om de zakat heeft gevraagd om afgetrokken te worden. Indien het overleden niet gevraagd heeft om het afgetrokken te worden, maar zijn familie doet het wel, dan is dat goed, maar het is niet bindend voor hen indien zij het niet doen".

Malik vervolgde, "De sunna die wij met z'n allen akkoord zijn gegaan is dat zakat niet schuldig is op iemand die een schuld erft of goederen of een huis of een slaaf of slavin, tot dat een jaar verstreken is over de prijs van wat wordt gerealiseerd die hij verkoopt (d.w.z. slaven of een huis, die niet zakatplichtig zijn) of over de rijkdom die hij erft, van de dag dat hij de dingen verkocht of nam vanuit die bezit".

Malik zei, "De sunna met ons is dat zakat niet op rijkdom moet worden betaald die gerfd is tot dat een jaar is verstreken".


Section 17.8: De zakat op schulden
Top
Book 17, Number 17.8.17:

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab van as-Sa'ib ibn Yazid dat Uthman ibn Affan gezegd heeft:

"Dit is de maand voor u om uw zakat te betalen. Indien u enige schulden hebt dan betaal het zodat u uw rijkdom zuiver wordt en neem dan de zakat daarvan".


Book 17, Number 17.8.18:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ayyub ibn Abi Tamima as-Sakhtayani:

Dat Umar ibn Abd Al-Aziz, wanneer het schrijven rond ging over rijkdom dat een van zijn bestuurders onrechtvaardig had verzameld, gaf hij opdracht en het werd teruggekeerd aan de eigenaar en zakat is daarvan genomen voor de jaren die voorbijgegaan was. Dan kort daarna herzag hij zijn uitspraak met een bericht dat zakat enkel eenmaal zou moeten genomen worden daaruit, aangezien het geen rijkdom in hand was.


Book 17, Number 17.8.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yazid ibn Khusayfa dat hij aan Sulayman ibn Yasar had gevraagd of zakat schuldig was van een man die rijkdom in zijn hand had maar ook een schuld voor de zelfde bedrag had, verschuldigd was en hij antwoordde, "Nee."

Malik zei, "De uitgangspunt waarmee wij akkoord gegaan zijn aangaande een schuld is dat de geldschieter daarvan geen zakat betaalt tot hij het terug krijgt. Zelfs wanneer het blijft bij de lener voor een aantal jaren voor dat de geldschieter hem verzamelt, moet de geldschieter maar eenmaal zakat daar op betalen. Indien hij een hoeveelheid van de schuld verzamelt die niet zakatwaardig is en heeft andere rijkdom die zakatwaardig is, dan wat hij heeft verzameld van de schuld en is toegevoegd aan de rest van zijn rijkdom en dan moet hij de zakat betalen op de totale som".

Malik vervolgde, "Indien hij geen spaargeld heeft behalve dat hij van zijn schuld heeft verzameld en een zakatwaardig bedrag bereikt, dan moet hij geen zakat betalen. Hij moet, echter, een rapport van het bedrag bijhouden dat hij verzameld heeft en indien, later, hij een ander bedrag verzamelt die, wanneer toegevoegd waarnaar hij reeds verzameld heeft, brengt zakat in resultaat, dan moet hij zakat daar op betalen".

Malik vervolgde, "Zakat is schuldig op dit eerste bedrag, samen met wat hij verder heeft verzameld van de schuld, ongeacht of hij al of niet gebruikt heeft waarop hij eerst verzamelde. Indien hij wat terugneemt en bereikt twintig dinars van goud of twee honderd dirhams van zilver, dan moet hij daar op zakat betalen. Hij betaalt zakat op nog iets anders nadat hij terugneemt".

Malik zei, "Wat die zakat enkel toont, is eenmaal genomen van een schuld die uit hand is weg gegeven voor enkele jaren alvorens het teruggekregen is, dat is indien goederen blijven met een man voor handelsdoeleinden voor enkele jaren voor hij het verkoopt, hij moet enkel eenmaal zakat op hun prijzen betalen. Dit is omdat degene die de schuld verschuldigd is geweest of de goederen bezit, zou de zakat niet moeten nemen op de schuld of de goederen, sinds de zakat op iets is genomen en niet van nog iets anders".

Malik zei, "Onze positie aangaande n of ander wie een schuld verschuldigd is, en heeft goederen die genoeg waarde heeft om zijn schuld af te betalen, en heeft ook een hoeveelheid spaargeld dat zakatwaardig is, dat hij de zakat op het spaargeld betaalt die hij moet overhandigen. Indien, echter, hij enkel genoeg goederen en spaargeld heeft om de schuld af te betalen, dan moet hij geen zakat betalen. Maar indien het spaargeld dat hij heeft een zakatwaardig bedrag bovenop het bedrag van de schuld bereikt die hij verschuldigd is, dan moet hij zakat daarop betalen".


Section 17.9: De zakat op koopwaar
Top
Book 17, Number 17.9.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said:

Dat Zurayq ibn Hayyan, die verantwoordelijk van Egypte was in de tijd van Al-Walid, Sulayman en Umar ibn Abd Al-Aziz, vermeldde dat Umar ibn Abd Al-Aziz aan hem geschreven had, "Beoordeelt de moslims dat u tegenkomt en neem schijnbaar van hun rijkdom en wat koopwaar die in hun kosten is, n dinar voor elke veertig dinar, en het zelfde deel waarvan minder is dan beneden de twintig dinars, en indien de bedrag niet voldoet aan n derde van een dinar dan laat het en neem niets daarvan. Zoals voor de mensen van het Boek dat u tegenkomt, neem uit de koopwaar in hun kosten n dinar voor elke twintig dinars, en het zelfde deel waarvan minder is dan beneden de tien dinars, en indien het bedrag niet voldoet aan n derde van een dinar dan laat het en neem niets daarvan. Geef aan hun een ontvangstbewijs waarvoor u van hen hebt genomen tot de zelfde tijd voor volgend jaar".

Malik zei, "De positie onder ons (in Madina) aangaande goederen die voor handelsdoeleinden geleid worden is dat indien een man zakat op zijn rijkdom betaalt en koopt dan goederen daarmee, of doek, slaven of iets gelijkwaardig en verkoopt dan het voor een jaar daarover is verstreken, betaalt hij geen zakat op die rijkdom tot een jaar ervan verstrijkt van de dag dat hij zakat betaald had. Hij moet geen zakat betalen op enig van de goederen indien hij het voor sommige jaren niet verkoopt, en zelfs wanneer hij het voor een heel lange tijd bij zich houdt, dan moet hij nog slechts enkel zakat daarop betalen wanneer hij het verkoopt".

Malik zei, "De positie onder ons aangaande een man die goud of zilver gebruikt om tarwe, dadels of wat dan ook, voor handelsdoeleinden te kopen en houdt hem bij tot een jaar ervan is verstreken en dan verkoopt, is dat hij enkel zakat daarop moet betalen of wanneer hij hem verkoopt, indien de prijs een zakatwaardig bedrag bereikt. Dit is daarom niet het zelfde als de oogstgewassen dat een man van zijn land oogst of de dadels dat hij van zijn palmen oogst".

Malik zei, "Een man die rijkdom heeft die hij investeert in handel, maar dat geen zakatwaardig winst voor hem realiseert, bevestigd een maand in het jaar wanneer hij de balans opmaakt van de goederen die hij verhandeld heeft, en telt het goud en zilver dat hij in spaargeld heeft, en indien elk van het een zakatwaardig bedrag komt, dan moet hij daarop zakat betalen".

Malik zei, "De positie is het zelfde voor moslims die handel drijven en moslims die dat niet doen. Zij moeten enkel zakat in elk jaar eenmaal betalen, of zij in dat jaar handel drijven of niet".


Section 17.10: Rijkdom die verborgen is (Kanz)
Top
Book 17, Number 17.10.21:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Dinar zei:

"Ik hoorde Abdullah ibn Umar vragen wat kanz was en hij zei, 'Het is rijkdom waarop geen zakat is betaald'.


Book 17, Number 17.10.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Dinar van Abu's-Salih as-Samman dat Abu Hurayra gezegd heeft:

"Iemand die rijkdom heeft waarop hij geen zakat heeft betaald, op de dag van opstanding zal zijn rijkdom vinden die gemaakt is van een slang met een witte kop en met een zak vergif in elk wang, diehem zal opsporen tot dat het hem in zijn macht heeft, zeggend, 'Ik ben de rijkdom die u had verborgen."


Section 17.11: De zakat op vee
Top
Book 17, Number 17.11.23:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gelezen had wat Umar ibn Al-Khattab over zakat geschreven had en daarin vond hij:

"In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle".

Het Boek van Zakat.

Op vierentwintig kamelen of minder moet zakat worden betaald met schapen, n ooi voor iedere vijf kamelen.

Op iets boven dat, op tot vijfendertig kamelen, een vrouwelijk kameel in haar tweede jaar en indien er geen vrouwelijk kameel is in haar tweede jaar, een mannelijke kameel in zijn derde jaar.

Op iets boven dat, op tot vijfenveertig kamelen, een vrouwelijk kameel in haar derde jaar.

Op iets boven dat, op tot zestig kamelen, een vrouwelijk kameel in haar vierde jaar die klaar is om bevrucht te worden.

Op iets boven dat, op tot vijfenzeventig kamelen, een vrouwelijk kameel in haar vijfde jaar.

Op iets boven dat, op tot negentig kamelen, twee vrouwelijke kamelen in hun derde jaar.

Op iets boven dat, op naar een honderd en twintig kamelen, twee vrouwelijk kamelen in hun vierde jaar die klaar is om bevrucht te worden.

Op enig aantal kamelen boven dat, voor iedere veertig kamelen, n vrouwelijk kameel in haar derde jaar en voor iedere vijftig, n vrouwelijk kameel in haar vierde jaar.

Op het grazen van schapen en geiten, indien zij tot veertig of tot honderd en twintig koppen komen, n ooi.

Op iets boven dat, op tot twee honderd koppen, twee ooien.

Op iets boven dat, op tot drie honderden, drie ooien.

Op iets boven dat, voor ieder honderd, n ooi.

Een ram of een oud of een gekwetste ooi zou niet voor zakat genomen moeten worden, behalve als de zakat-verzamelaar denkt dat het geschikt is.

Degenen die gescheiden zijn, zouden niet verzameld worden noch indien zij verzameld zijn, gescheiden worden om te voorkomen om zakat te betalen.

Wat dan ook tot de twee partners behoren, wordt tussen hen verhoudingsgewijs geregeld.

Wat zilver betreft, indien het vijf awaq bereikt (twee honderd dirhams), wordt n veertigste betaald".


Section 17.12: De zakat op rundvee
Top
Book 17, Number 17.12.24:

Yahya vertelde mij dat Malik van Humayd ibn Qays Al-Makki van Tawus Al Yamani:

Dat van dertig koeien, Muadh ibn Jabal nam een koe in zijn tweede jaar, en van uit veertig koeien, een koe in zijn derde of vierde jaar, en toen minder dan dat (d.w.z. dertig koeien) aan hem werd gebracht, weigerde hij iets van het te nemen. Hij zei, "Ik heb niets over dat gehoord van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Wanneer ik hem ontmoet, zal ik hem vragen". Maar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, stierf voor Muadh ibn Jabal terugkeerde.

Yahya zei dat Malik zei, "Het beste dat ik over iemand heb gehoord die schapen of geiten met twee of meer herders in verschillende plaatsen heeft en dat zij samen zijn toegevoegd en de eigenaar betaalt dan de zakat op hen. Dit is de zelfde situatie zoals een man die goud en zilver heeft verspreid in de handen van verschillende mensen. Hij moet het allen optellen en wat ook zakat daarop is te betalen op het totale som".

Yahya zei dat Malik zei, over een man die zowel schapen als geiten had, dat zij samen voor de zakat werden opgeteld dat moet worden bepaald, en indien zij op een aantal kwamen waarop zakat schuldig was, betaalde hij zakat op hen. Malik voegde toe, "Zij allen worden beschouwd als schapen, en in Umar ibn al-khattab's boek zegt, 'Op grazen van schapen en geiten, indien zij tot veertig of meer komen, een ooi'."

Malik zei, "Indien er meer schapen zijn dan geiten en hun eigenaar enkel n ooi moet betalen, neemt de zakat verzamelaar de ooi van uit de schapen. Indien er meer geiten zijn dan schapen, neemt hij hem van de geiten. Indien er een gelijk aantal van schapen en geiten zijn, neemt hij de ooi van welke soort die hij wenst".

Yahya zei dat Malik zei, "Gelijkwaardig, Arabische kamelen en Bactrianische kamelen zijn samen opgeteld om de zakat te bepalen wat de eigenaar moet betalen. Zij allen worden beschouwd als kamelen. Indien er meer Arabische kamelen zijn dan Bactrianische en de eigenaar enkel n kameel moeten betalen, neemt de zakat verzamelaar hem uit de Arabische. Indien er meer Bactrianische kamelen zijn, neemt hij hem van die. Indien er een gelijke aantallen van beide zijn, neemt hij de kameel van welke soort die hij wenst".

Malik zei, "Gelijkwaardig koeien en waterbuffels zijn samen opgeteld en zij allen worden beschouwd als vee. Indien er meer koeien zijn dan waterbuffel en de eigenaar enkel n koe moet betalen, neemt de zakat verzamelaar het vanuit de koeien. Indien er meer waterbuffel zijn, neemt hij hem van hen. Indien er een gelijke aantallen van beide zijn, neemt hij de koe van welke soort hij wenst. Zo indien zakat noodzakelijk is, wordt het bepaald en neemt beide soorten als een groep".

Yahya zei dat Malik zei, "Er is geen zakat schuldig van iemand die in bezit is van vee, kamelen of vee of schapen en geiten, tot een jaar over hen is verstreken die hij verwierf, tenzij hij reeds in zijn bezit een nisab van vee had. (De nisab is de minimumbedrag waarop zakat betaald moet worden ofwel vijf hoofden van kamelen, ofwel dertig vee of veertig schapen en geiten). Indien hij reeds vijf hoofden van kamelen had, of dertig vee, of veertig schapen en geiten, en hij verwierf dan extra kamelen, of vee, of schaap en geiten, ofwel door handel, ofwel geschenk of erfenis, moet hij zakat op hen betalen wanneer hij de zakat op het vee betaalt dat hij reeds heeft gehad, zelfs wanneer een jaar over de aanwinst niet is verstreken. En zelfs wanneer het extra vee dat hij verwierf, en zakat heeft betaalt van de dag voor hij het kocht of de dag voor hij hem erfde, moet hij nog steeds de zakat daarop betalen wanneer hij de zakat op het vee dat hij reeds heeft betaalt."

Yahya zei dat Malik zei, "Dit is de zelfde situatie toen iemand die wat zilver had waarop hij de zakat betaalt en dan gebruikt om sommige goederen van iemand anders te kopen. Hij moet dan zakat op die goederen betalen wanneer hij hen verkoopt. Het zou kunnen zijn dat een man zakat daarop betaalt en op de volgende dag zal de andere man ook moeten betalen".

Malik zei, met betrekking tot een man die schapen en geiten had die niet de zakatwaardig bedrag bereikten, en die daarna een extra aantal schapen en geiten kocht of erfde die boven de zakatwaardig bedrag kwam, dat hij geen zakat op al zijn schapen en geiten moest betalen tot een jaar was verstreken toen hij de nieuwe dieren verwierf, of hij hen kocht of erfde. Dit was omdat geen van het vee dat een man had, of het kamelen is of vee of schaap en geiten, werd geteld als een nisab tot er genoeg van elke soort voor hem was om zakat op het te betalen. Dit was de nisab die voor het bepalen van de zakat gebruikt is waarop de eigenaar bovendien had verworven, of het een grote of kleine hoeveelheid van vee was.

Malik zei, "Indien een man genoeg kamelen heeft, of vee, of schapen en geiten, moet hij zakat op elk soort betalen, en wanneer hij dan een andere kameel, of koe, of schaap of geit verwerft, moet hij met het overige van zijn dieren samenvoegen wanneer hij zakat op hen betaalt".

Yahya zei dat Malik zei, "Dit is wat ik het meeste van houdt over dat wat ik hoorde over de kwestie".

Malik zei, met betrekking tot een man die niet het dier heeft dat van hem, zakat wordt vereist. "Indien het een twee-jarige oude vrouwelijke kameel is die hij niet heeft, wordt een drie-jarige mannelijke kameel daar in de plaats van genomen. Indien het een drie- of vier- of vijf-jarige oude vrouwelijke kameel dat hij niet heeft, dan moet hij een vereiste dier kopen zodat hij de verzamelaar geeft wat schuldig is. Ik houd er niet van dat wannner de eigenaar aan de verzamelaar de gelijkwaardige waarde geeft".

Malik zei, over kamelen die voor het dragen van water worden gebruikt en vee voor het werken van waterrad of ploegen, "worden naar mijn mening dergelijke dieren inbegrepen bij het bepalen van de zakat".


Section 17.13: De zakat van partners
Top
Book 17, Number 17.13.25:

Yahya zei dat Malik zei:

Aangaande twee partners, "Indien zij een herder delen, een mannelijk dier, een weiland en een waterbron, dan zijn de twee mannen partners, zolang elk van hen weet zijn eigen bezit dan dat van zijn metgezel. Indien iemand zijn bezit niet apart kan tellen dan dat van zijn kameraad, is hij geen partner, maar eerder een mede-eigenaar".

Malik zei, "Het is niet verplicht voor beide partners om zakat te betalen tenzij beide een zakatwaardig hoeveelheid (van vee) hebben. Indien, bijvoorbeeld, een van de partners veertig of meer schapen en geiten heeft en het andere minder dan veertig schapen en geiten, dan moet het ene die veertig heeft, zakat betalen en het een die minder heeft niet. Indien beiden een zakatwaardig hoeveelheid (van vee) hebben worden beiden samen bepaald (d.w.z. die het kudde bepaald als een) en beiden moeten zakat betalen. Indien een van hen duizend schapen heeft of minder, die moet zakat betalen en de andere heeft veertig of meer, dan zij zijn partners en elk van hen betaalt zijn bijdrage volgens het aantal dieren die hij heeft - zoveel van de n met duizend en zoveel van de n met veertig.

Malik zei, "Twee partners in kamelen zijn het zelfde als twee partners in schapen en geiten, en teneinde de zakat, worden samen bepaald indien elk een van hen een zakatwaardig hoeveelheid (van kamelen) heeft. Dat is omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Er is geen zakat op minder dan vijf koppen van kamelen' en Umar ibn Al-Khattab zei, 'Op grazen van schapen en geiten, indien zij tot veertig of meer komen - een ooi'.

Yahya zei dat Malik zei, "Dit is wat ik het meeste van houdt wat ik hoorde over deze kwestie".

Malik zei dat toen Umar ibn Al-Khattab zei, "Gescheiden die zouden niet samen moeten worden verzameld, en indien ze samen verzameld zijn, worden ze niet gescheiden om zakat te betalen." Wat hij bedoelde, was de eigenaars van vee.

Malik zei, "Wat hij bedoelde toen hij zei, 'Gescheiden die zouden niet samen moeten worden verzameld is, bijvoorbeeld, dat er een groep van drie mannen zijn, elk van die veertig schapen en geiten heeft, en elk van die dus zakat moet betalen. Dan wanneer de zakat verzamelaar op zijn weg is, verzamelen zij hun kudde bijeen zodat zij enkel n ooi schuldig zijn tussen hen. Dit is verboden wat zij doen. Wat hij bedoelde toen hij zei, 'noch indien samen verzameld die gescheiden wordt,' is, bijvoorbeeld, dat er twee partners zijn, elk van die n honderd n (101) schapen en geiten heeft, en elk van die moet daarom drie ooien betalen. Dan wanneer de zakat verzamelaar op zijn weg is, verdelen zij hun kudde bijeen zodat zij slechts n ooi elk moeten betalen. Dit is verboden wat zij doen. En dat wordt gezegd, 'Gescheiden die zouden niet samen moeten worden verzameld, noch indien zij samen verzameld worden, gescheiden moeten worden om zakat te betalen'.

Malik zei, "Dit is wat ik gehoord heb over deze kwestie".


Section 17.14: Tellen van lammeren en jonge geitjes tijdens het bepalen van zakat
Top
Book 17, Number 17.14.26:

Yahya vertelde mij dat Malik van Thawr ibn Zayd ad-Dili van een zoon van Abdullah ibn Sufyan ath-Thaqafi van zijn grootvader Sufyan ibn Abdullah:

Dat Umar ibn Al-Khattab hem een keer stuurde om zakat te verzamelen. Hij heeft sakhlas (tijdens het bepalen van zakattijdstip) omvat, en zij zeiden, "Omvat u sakhlas zelfs wanneer u hen (als betaling) niet neemt?" Hij keerde terug naar Umar ibn Al-Khattab en vermeldde dat aan hem en Umar zei, "Ja, u omvat een sakhla die de herder draagt, maar u neemt hem niet. Noch neemt u een akula, of een rubba, of een makhid of mannelijk schapen en geiten in hun tweede en derde jaren, en dit is een rechtvaardig compromis tussen jonge schapen en geiten en het beste van hen".

Malik zei, "Een sakhla is een pasgeboren lam of een jong geitje. Een rubba is een moeder die voor haar nakomelingen zorgt, een makhid is een zwangere ooi of geit, en een akula is een schaap of geit dat voor vlees wordt vetgemest".

Malik zei, over een man die schapen en geiten had waarop hij geen zakat moest betalen, maar die bij geboorte naar een zakatwaardig bedrag steeg op de dag voordat de zakat verzamelaar naar hen kwam, "Indien het a antal van schapen en geiten samen met hun (pasgeboren) nakomelingen een zakatwaardig bedrag bereikt dan moet de man zakat op hen betalen. Dat is omdat de nakomelingen van de schapen deel van de kudde zelf uitmaken. Het is niet de zelfde situatie zoals wanneer een schaap door het kopen voor hen verwerft of het is gegeven of het is een erfenis. Liever is het alsof wanneer de koopwaar wiens waarde niet voor een zakatwaardig bedrag verkocht is, en met de winst die het dan toeneemt, komt naar een zakatwaardig bedrag. De eigenaar moet dan zakat op zowel zijn winst als zijn oorspronkelijke kapitaal betalen, die samen genomen worden. Indien zijn winst een kansaanwinst of een erfenis was geweest zou hij geen zakat moeten betalen totdat een jaar vanaf de eerste dag was verstreken toen hij hem had verworven of geerft".

Malik zei, "Jonge schapen en geiten zijn een deel van de kudde, op de zelfde manier die een winst van rijkdom deel uitmaakt van die rijkdom. Er is, echter, n verschil in, dat wanneer een man een zakatwaardig hoeveelheid van goud en zilver heeft, en verwerft dan een extra hoeveelheid van rijkdom, verlaat hij terzijde de rijkdom die hij heeft verworven en betaalt geen zakat daarop, maar moet wachten, wanneer hij de zakat op zijn oorspronkelijke rijkdom betaalt tot n jaar is verstreken, hem verworven heeft vanaf de dag dat hij het verwierf. Aangezien een man die een zakatwaardig hoeveelheid van schapen en geiten heeft, of vee, of kamelen, en verwerft dan nog een kameel, koe, schaap of geit, betaalt hij zakat daarop tegelijkertijd met dat van de anderen van zijn soort, indien hij reeds een zakatwaardig hoeveelheid van vee van dat bepaald soort heeft".

Malik zei, "Dit is beste wat ik daar over heb gehoord.


Section 17.15: Wat doet u over de zakat wanneer er twee jaren samen zijn bepaald
Top
Book 17, Number 17.15.27:

Yahya zei dat Malik zei:

"Onze mening aangaande een man die zakat heeft te betalen op honderd kamelen, maar de zakat verzamelaar komt niet naar hem totdat zakat is schuldig voor een tweede keer en tegen die tijd zijn al zijn kamelen gestorven behalve vijf, dan moet de zakat verzamelaar van de vijf kamelen de twee hoeveelheden waarvan zakat schuldig is van de eigenaar van de dieren, in dit geval enkel twee schapen zijn, voor elk jaar n. Dit is omdat enig zakat die een eigenaar van vee moet betalen, is schuldig op de dag dat de zakat (eigenlijk) werd bepaald. Zijn vee kan gestorven zijn of het kan gestegen zijn, en de zakat verzamelaar bepaalt enkel de zakat waarop hij (eigenlijk) vindt op de dag die de beoordeling maakt. Indien meer dan een betaling van zakat schuldig is van de eigenaar van het vee, moet hij nog steeds enkel zakat betalen waar volgens de zakat verzamelaar (eigenlijk) in zijn bezit vindt, en indien zijn vee gestorven is of verscheidene betalingen van zakat zijn nog schuldig van hem en niets is genomen tot al zijn vee gestorven, of is een hoeveelheid onder dat gereduceerd moet worden waarop hij zakat moet betalen, dan moet hij geen zakat betalen, en er is geen aansprakelijkheid (op hem) waarvoor of voor de jaren gestorven is die voorbij is gegaan.


Section 17.16: Het verbod tegen het maken van dingen die moeilijk zijn voor mensen bij het nemen van zakat
Top
Book 17, Number 17.16.28:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said van Muhammad ibn Yahya ibn Habban van Al-Qasim ibn Muhammad dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Schapen van de zakat werden gebracht voor Umar ibn Al-Khattab en hij zag onder hen een schaap met een grote uier, klaar om melk te geven en zei, 'Wat doet dit schaap hier?' en zij antwoorden, 'Het is n van de schapen van de zakat'. Umar zei, 'De eigenaars hebben dit schaap niet gewillig gegeven. Stel de mensen niet op de proef. Neem van de moslims van hun dieren niet die de beste voedsel-producenten zijn.


Book 17, Number 17.16.29:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Muhammad ibn Yahya ibn Habban zei:

"Twee mannen van de Ashja stam vertelden mij dat Muhammad ibn Maslama Al-Ansari naar hen was gekomen om hun zakat te verzamelen en hij zou aan iedereen zeggen die vee bezat, 'Selecteer (het dier voor) de zakat op uw vee en breng hem naar mij,' en hij zou enig schaap aannemen dat naar hem werd gebracht op voorwaarde dat het aan de regels voldeed waarvan de man schuldig was".

Malik zei, "De Sunna met ons, en wat ik de mensen van kennis heb zien doen in onze stad, is dat de dingen niet moeilijk zijn gemaakt voor de moslims, zakat betreft en wat zij ook aanbieden vanuit hun vee wordt van hen aangenomen".


Section 17.17: Ontvangen zakat en wie wordt toegelaten om het te ontvangen
Top
Book 17, Number 17.17.30:

Yahya vertelde mij van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Zakat is niet geoorloofd voor iemand die niet behoeftig is behalve voor vijf: iemand die in de weg van Allah vecht, iemand die zakat verzamelt, iemand die (financieel) verlies (door schuldenaars) geleden heeft, iemand die koopt met zijn eigen geld en iemand die een arme buurman heeft die wat zakat ontvangt en geeft als een geschenk naar hem die niet in nood is".

Malik zei, "Onze posotie aangaande het verdelen van zakat is dat het naar individuele oordeel van de man is die daarover oordeelt (wali). Welke categorien van de mensen die in de meeste nood zijn en het meest talrijkst zijn, worden aan hun voorkeur gegeven, volgens het oordeel van de man die de leiding heeft. Het is mogelijk dat het na n jaar zou kunnen veranderen, of twee, of meer, maar het is altijd degenen die in nood zijn en het meest talrijkst zijn, worden voorkeur gegeven, van welk categorie zij ook zouden kunnen zijn. Dit is wat ik heb zien doen door mensen met kennis waarmee ik tevreden ben".

Malik zei, "Er is geen vast aandeel voor de verzamelaar van de zakat, behalve dat wat volgens de Imam redelijk is".


Section 17.18: Zakat verzamelen en stevig in je schoenen staan om het ten uitvoer te brengen
Top
Book 17, Number 17.18.31:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Abu Bakr as-Siddiq zei:

"Indien zij zelfs een belemmerend koord achterhouden, zal ik hen daarover bevechten".


Book 17, Number 17.18.32:

Vertelde yahya mij van Malik dat Zayd ibn Aslam zei:

'Umar ibn Al-Khattab dronk wat melk die hij (heel veel) van hield en hij vroeg de man die het aan hem had gegeven, 'Waar komt deze melk vandaan'? De man vertelde hem dat hij naar een waterbron was gekomen, die hij noemde, en vond daar grazende vee van de zakat. Aan hem werd melk gegeven, die hij dan in zijn waterzak zette en dat was het melk in kwestie. Umar ibn Al-Khattab zette toen zijn hand in zijn mond om zichzelf te laten braken".

Malik zei, "Onze positie is dat indien iemand weigert n van de verplichte eisen van Allah te eren, en de moslims dat niet kunnen krijgen, dan hebben zij het recht om hem te bestrijden totdat zij het van hem krijgen".


Book 17, Number 17.18.33:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gehoord had dat een van de administrateurs van Umar ibn Abd Al-Aziz aan hem schreef om te melden dat een man geweigerd had zakat over zijn eigendom te betalen. Umar schreef aan de administrateur en vertelde hem de man alleen te laten en geen zakat van hem te nemen toen hij vanuit andere moslims nam. De man hoorde over dit en de toestand werd ondraaglijk voor hem, totdat hij de zakat over zijn eigendom betaalde. De administrateur schreef aan Umar en vermeldde dat aan hem en Umar schreef terug dat hij de zakat van hem moest nemen.


Section 17.19: De zakat op geschate opbrengsten van Dadelpalmen en wijnstokken
Top
Book 17, Number 17.19.34:

Yahya vertelde aan mij dat Malik van een betrouwbare bron van Sulayman ibn Yasar en van Busr ibn Said dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Op land dat door regen of bronnen of enig natuurlijke middelen bewaterd wordt, daarop is (zakat te betalen van) een tiende. Op gerrigeerd land is er (zakat van) een twintigste (te betalen)."


Book 17, Number 17.19.35:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ziyad ibn Sad dat Ibn Shihab zei:

"Noch Jurur noch Musran Al-fara noch Adhq ibn Hubayq zou als zakat van dadels moeten worden genomen. Zij zouden in de beoordeling omvat moeten worden, maar niet worden genomen als zakat."

Malik zei, "Dit is het zelfde als met schapen en geiten, wiens jonge in de beoordeling is meegenomen, maar is niet (eigenlijk) genomen als zakat. Er zijn ook zekere soorten van fruit die als zakat niet genomen is, zoals burdi dadels (een van de fijnste soorten van dadels), en gelijkwaardige variaties. Noch de laagste kwaliteit (van enig eigendom) noch het hoogste zou moeten genomen worden. Liever zou zakat van gemiddeld kwaliteit uit eigendom moeten worden genomen".

Malik zei, "De positie waarmee wij akkoord zijn gegaan aangaande fruit is dat enkel dadels en druiven zijn geschat terwijl ze aan de boom nog hangen. Zij worden geschat wanneer hun bruikbaarheid duidelijk is en zij zijn halal te verkopen. Dit is omdat het fruit van dadel-palm en wijnstokken door schatting onmiddellijk in het vorm van verse dadels en druiven worden gegeten, en zodat de beoordeling gedaan wordt om dingen te schatten die gemakkelijker zijn voor mensen en om problemen te voorkomen. Hun opbrengst wordt geschat en dan worden zij een vrije hand gegeven in het gebruiken van hun opbrengsten als zij dat wensen, en later betalen zij de zakat op het volgens de schatting die gemaakt wordt".

Malik zei, "Gewassen die niet vers gegeten zijn, zoals graankorrel en zaden, die enkel gegeten zijn nadat zij geoogst worden, zijn niet geschat. De eigenaar, nadat hij heeft geoogst, gedorst en gezift, zodat het in het vorm van graankorrel of zaad is, moet aan zichzelf de plicht volbrengen en de zakat aftrekken die hij schuldig is of de hoeveelheid groot genoeg voor hem is om zakat te betalen. Dit is de mening dat wij allen zijn akkoord gegaan hier (in Madina)."

Malik zei, "De positie dat wij allen akkoord zijn gegaan hier (in Madina) is dat de opbrengst van dadels geschat zijn terwijl het nog steeds aan de boom is, nadat het heeft gerijpt om halal te worden verkocht en de zakat wordt afgetrokken in het vorm van gedroogde dadels ten tijde van oogst. Indien het fruit beschadigd nadat het geschat is en de schade treft alle fruit dan moet er geen zakat betaald worden. Indien sommige van de fruit onaangetast blijven en dit fruit bedraagt vijf awsuq of gebruikend meer de sa van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dan wordt zakat daarvan afgetrokken. Zakat moet, nochtans, op het fruit niet betaald worden dat beschadigd was. Wijnstokken worden behandeld op de zelfde manier.

Indien een man verschillende stukken van eigendom op verschillende plaatsen bezit of is een mede-eigenaar van verschillende stukken van eigendom op verschillende plaatsen, geen van ze waarvan individueel een zakatachtig waarde komt, maar die, wanneer wordt samengevoegd, naar een zakattachtig waarde komen, dan voegt hij hen samen toe en betaalt de zakat die schuldig is op hen."


Section 17.20: De zakat op zaden en olijven
Top
Book 17, Number 17.20.36:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij aan Ibn Shihab over olijven vroeg en hij zei, "Er is een tiende op hen".

Malik zei, "De tiende die van olijven genomen is, is genomen nadat zij gedrukt zijn worden, en de olijven moeten naar een minimumhoeveelheid van vijf awsuq komen en er moet tenminste vijf awsuq van olijven zijn. Indien er minder dan vijf awsuq van olijven zijn, moet er geen zakat betaald worden.

Olijfbomen zijn alsof palmen in zoverre dat als er een tiende is op wat dan ook door regen of bronnen of enig natuurlijke middelen bewaterd wordt, en een twintigste op wat dan ook gerrigeerd wordt. Nochtans, terwijl olijven op de boom zijn worden ze niet geschat. De sunna met ons voor zover als graan en zaden die mensen opslaan en eten is betrokken dat een tiende wordt genomen van wat door regen of bronnen of enig natuurlijke middelen bewaterd wordt, en een twintigste van wat gerrigeerd is, dat is, zolang de hoeveelheid tot vijf awsuq komt of gebruikend meer de bovengenoemde sa, dat wil zeggen de sa van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Zakat moet op iets dat boven vijf awsuq volgens de hoeveelheid in kwestie betaald worden".

Malik zei, "De soorten van graankorrels en zaden waarop er zakat is, zijn: tarwe, gerst, sult (een soort van gerst), sorghum, parel gierst, rijst, linzen, erwten, bonen, sesamzaden en andere dergelijke graankorrels en zaden die voor voedsel gebruikt worden. Zakat wordt genomen van hen nadat zij geoogst zijn en in de vorm van graan of zaad". Hij zei, "Mensen zijn toevertrouwd met de beoordeling en wat zij overhandigen is aangenomen."

Aan Malik werd gevraagd of het tiende of de twintigste uit olijven werd genomen voor zij of na werden verkocht en hij zei, "Met de verkoop is er geen rekening mee gehouden. Het is de mensen die de olijven produceren die naar de olijven gevraagd worden, precies zoals de mensen die voedingsmiddelen produceren die naar gevraagd worden en zakat wordt van hen genomen waardoor zij zeggen. Iemand die vijf awsuq of meer olijven van zijn olijfbomen krijgt, heeft een tiende van de olie na het drukken genomen. Terwijl iemand die vijf awsuq van zijn bomen niet krijgt geen zakat op de olie moet betalen".

Malik zei, "Iemand die zijn gewas verkoopt wanneer zij rijp zijn, moeten zakat daar op betalen, maar wie hen koopt niet. De verkoop van gewassen is niet geldig tot zij rijpl zijn en moet niet langer bewateren".

Malik zei en aangaande het woord van Allah het Verhevene, "En geef zijn schuld op de dag van zijn oogsten," dat het naar zakat wordt verwezenen en dat hij mensen daarover had horen zeggen.

Malik zei, "Indien iemand zijn tuin of zijn land verkoopt, waarop gewas of fruit is dat nog niet rijp is, dan is het de koper die de zakat moet betalen. Indien, nochtans, zij gerijpt hebben, is het de verkoper die de zakat moet betalen, tenzij betalen van de zakat n van de voorwaarde van de verkoop is".


Section 17.21: Fruit waarop zakat niet betaald moet worden
Top
Book 17, Number 17.21.37:

Malik zei, "Indien een man vier awsuq van dadels heeft die hij heeft geoogst, vier awsuq van druiven heeft geplukt of vier awsuq van tarwe heeft geoogst en de verschillende categorien zijn niet samen toegevoegd, dan moet hij geen zakat op een van de categories betalen - de dadels, de druiven, de tarwe of de oogsten - tot dat een van ze komen tot vijf awsuq, die de sa van de Profeet gebruikte, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, als de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Er is geen zakat (te betalen) op iets minder dan vijf awsuq van dadels. 'Als enig van de categorien komt tot vijf awsuq, dan moet zakat betaald worden. Indien geen van de categorien tot vijf awsuq komt, dan hoeft er geen zakat betaald te worden. De verklaring van dit is dat wanneer een man vijf awsuq van dadels (van zijn palmen) oogst, voegt hij hun allen samen toe en trekt de zakat van hen af zelfs wanneer zij elk van verschillende soorten en variaties zijn. Het is het zelfde met verschillende soorten van graan, zoals bruine tarwe, witte tarwe, gerst en sult, die allen beschouwd worden als een categorie.

Indien een man vijf awsuq van enig van deze oogst, voegt hij het allen samen toe en betaalt zakat op het. Indien het niet over dat bedrag komt moet hij geen zakat betalen. Het is het zelfde (ook) met druiven, of zij zwart of rood zijn. Indien een man vijf awsuq van hen plukt moet hij zakat op hen betalen, maar indien zij niet aan dat bedrag komen moet hij geen zakat betalen. Peulvruchten worden ook beschouwd als n categorie, zoals granen, dadels en druiven, zelfs wanneer zij van verschillende variaties zijn en verschillende namen worden geroepen. Peulvruchten omvatten kekers, linzen, bonen, erwten en iets die door iedereen overeengekomen wordt om een impuls te zijn. Indien een man vijf awsuq van peulvruchten oogst en meet door de bovengenoemde sa, de sa van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, verzamelt hij hen allen samen en moet zakat op hen betalen, zelfs wanneer zij van iedere soort van peulvrucht en niet slechts een soort zijn".

Malik zei, 'Umar ibn Al-Khattab maakte een onderscheid tussen peulvruchten en tarwe toen hij zakat van de Nabateaanse Christenen nam. Hij beschouwde alle peulvruchten n categorie en nam een tiende van hen, en van granen en rozijnen nam hij een twintigste".

Malik zei, "Indien iemand iets vraagt, 'Hoe kan van alle oogsten samen worden bepaald bij het optellen van de zakat zodat er slechts een betaling is, wanneer een man twee van n soort voor n van een andere kan ruilen, terwijl granen niet aan een tarief van twee naar een kunnen worden geruild?', vertel hem dan, 'Goud en zilver bepalen samen de zakat, zelfs als een hoeveelheid van gouden dinars vele malen geruild kan worden voor een hoeveelheid van zilveren dirhams.

Malik zei, en aangaande dadelpalmen die evenzeer tussen twee mannen gedeeld zijn en waarvan acht awsuq van dadels geoogst is, "Zij moeten geen zakat op hen betalen. Indien een man vijf awsuq bezit waarvan van een stuk land is geoogst en het andere bezit vier awsuq of minder, het een die de vijf awsuq bezit moet zakat betalen en de andere, die vier awsuq of minder oogstte, moet geen zakat betalen. Dit is hoe dingen gedaan zijn telkens als er partners zijn in enig gewas, of het graan of zaden of dadels zijn dat geoogst is of druiven zijn die geplukt worden. Onverschillig welke van die vijf awsuq van dadels, druiven of tarwe oogsten, moeten zakat betalen, en degene die minder heeft hoeft geen zakat te betalen. Zakat moet enkel door iemand betaald worden wiens oogst door plukken of oogsten tot vijf awsuq komt".

Malik zei, "De sunna met ons aangaande iets van enig van deze categorien, d.w.z. tarwe, dadels, druiven en enig soort van graan, die de zakat niet heeft laten aftrekken en wordt dan door zijn eigenaar voor een aantal jaren opgeslagen nadat hij de zakat heeft betaald tot hij ze verkoopt, dat hij geen zakat moet betalen op de prijs die hij verkoopt tot een jaar ervan verstreken is van de dag dat hij verkocht, zolang hij hem door aanwinst of andere middelen kreeg en het niet voor verhandelen werd gepland. Granen, zaden en handel-goederen zijn het zelfde, indien een man wat verwerft en het voor een aantal jaren behoud en verkoopt voor goud of zilver, hij moet geen zakat betalen op het prijs tot een jaar ervan is verstreken vanaf de dag van verkoop is verstreken. Indien de goederen voor handel bestemd is, dan moet de eigenaar zakat betalen wanneer hij plande om het te verkopen, zolang hij het voor een jaar, vanaf de dag heeft gehad toen hij zakat op het eigendom betaalde waarmee hij hen kocht."


Section 17.22: Vruchten, veevoer en groenten waarvoor geen zakat betaald moet worden
Top
Book 17, Number 17.22.37a:

Malik zei, "De sunna waarmee wij allen akkoord zijn gegaan is dat hier (in Madina) en wat ik van de mensen van kennis heb gehoord, is dat er geen zakat is op enig soort van vers (zacht) fruit, granaatappelen, perziken, vijgen of iets is wat daarop lijkt zolang het fruit is".

Hij vervolgde, "Geen zakat moet op veevoer, kruiden en groenten van enig soort worden betaald, en er hoeft geen zakat betaal te worden op de prijs dat gerealiseerd is op hun verkoop totdat een jaar ervan is verstreken vanaf de dag van verkoop tot de tijd dat de eigenaar de som ontvangt".


Section 17.23: De zakat op slaven, paarden en honing
Top
Book 17, Number 17.23.38:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Umar van Sulayman ibn Yasar van Irak ibn Malik van Abu Hurayra dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei:

"Een moslim moet geen zakat op zijn slaaf of zijn paard betalen".


Book 17, Number 17.23.39:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Sulayman ibn Yasar dat de mensen van Syri aan Abu Ubayda ibn Al-Jarrah zei:

"Neem zakat van onze paarden en slaven," en hij weigerde. Dan schreef hij aan Umar ibn Al-Khattab en die weigerde (ook). Opnieuw praatten zij met hem en opnieuw schreef hij aan Umar en Umar schreef terug, "Indien zij willen, neem het van hen en (dan) geef aan hen terug en geef hun slaven voorziening".

Malik zei, "Wat hij bedoelt, moge Allah genade hebben op hem, door de woorden 'en geef het terug aan hen' is, 'aan hun armen'."


Book 17, Number 17.23.40:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Abi Bakr ibn Amr ibn Hazim zei:

"Een bericht kwam van Umar ibn Abd Al-Aziz naar mijn vader toen hij in Mina was om te vertellen dat hij geen zakat moet nemen van honing of van paarden".


Book 17, Number 17.23.41:

Yahya vertelde mij van Malik dat Abdullah ibn Dinar zei:

"Ik vroeg Said ibn Al-Musayyab over zakat op werkpaarden en hij zei, 'Is er enig zakat op paarden?'


Section 17.24: Jizya op mensen van het boek en magirs
Top
Book 17, Number 17.24.42:

Yahya vertelde mij van Malik dat Ibn Shihab zei:

"Ik heb gehoord dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, nam Jizya van de magirs uit Bahrein en dat Umar ibn Al-Khattab het van de magirs uit Perzi nam en dat Uthman ibn Affan het van de Berbers".


Book 17, Number 17.24.43:

Yahya vertelde mij dat Malik van Jafar ibn Muhammad ibn Ali van zijn vader:

Dat Umar ibn Al-Khattab de magirs vermeldde, "Ik weet niet wat te doen over hen". Abd ar-Rahman ibn Awf zei, "Ik ben getuige dat ik hoorde dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Volg de zelfde sunna met hen dat u met de mensen van het Boek volgde.'


Book 17, Number 17.24.44:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Aslam, de mawla van Umar ibn Al-Khattab:

Dat Umar ibn Al-Khattab een Jizya belasting van vier dinars aan hun leven oplegde waar goud de munt was en veertig dirhams op hun leven waar zilver de munt was. Bovendien moesten zij voor de moslims zorgen en hen als gasten voor drie dagen ontvangen.


Book 17, Number 17.24.45:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van zijn vader dat hij aan Umar ibn Al-Khattab zei:

"Er is een blinde Vrouwelijk-kameel achter het huis", waarop Umar zei, "Overhandig haar over naar een huisgezin zodat zij (wat) gebruik van kunnen maken". Hij zei, "Maar zij is blind". Umar antwoordde, "Zet het dan in een lijn met andere kamelen". Hij zei, "Hoe zal het van het grond kunnen eten?" Umar vroeg, "Is het van het vee van de Jizya of de zakat?" en Aslam antwoordde, "Van het vee van de Jizya". Umar zei, "Bij Allah, wens u hem te eten". Aslam zei, "Het heeft het merk van de Jizya op het". Zo gaf Umar opdracht om het te slachten. Hij had negen schotels, en op elk van de schotels zette hij op sommige fruit en delicatesse dat er was en stuurde het naar de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en n stuurde hij naar zijn dochter Hafsa, dat was het laatste van hen allen, en indien er enig tekort kwam in enig van de schotels, was in het gedeelte van Hafsa.

"Hij zette vlees van het geslachte dier op de schotels en stuurde het naar de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en hij gaf opdracht wat over was van het vlees van het geslachte dier om het te bereiden. Dan nodigde hij de Muhajirun en de Ansar uit om het te eten".

Malik zei, "Ik denk niet dat het vee van mensen zou genomen moeten worden die de Jizya betalen behalve als Jizya".


Book 17, Number 17.24.46:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had:

Dat Umar ibn Abd Al-Aziz aan zijn bestuurders schreef om enige mensen te verlichten die de Jizya betalen, van het betalen van Jizya indien zij moslims worden.

Malik zei, "De sunna is dat er geen Jizya schuldig is van vrouwen of kinderen van mensen van het Boek, en dat Jizya wordt enkel van mannen genomen die de puberteit bereikt hebben. De mensen van Dhimma en de Magirs moeten geen zakat betalen op hun palmen, wijnstokken, gewassen of hun vee. Dit is omdat zakat aan de moslims is opgelegd om het te zuiveren, en aan hun armen terug te geven, terwijl Jizya wordt opgelegd aan de mensen van het Boek om hen te vernederen. Zolang zij in het land zijn, zijn zij akkoord gegaan in te leven, zij moeten niets op hun eigendom betalen behalve de Jizya. Indien, echter, verhandelen zij in moslim landen, komen en gaan in hen, is een tiende genomen van die wat zij in zo'n handel investeren. Dit is omdat Jizya enkel is opgelegd op hen op voorwaarde, dat zij akkoord zijn gegaan, namelijk dat zij in hun eigen landen zullen blijven, en dat oorlog gevoerd wordt voor hen tegen enig vijand van hun, en indien zij dat land verlaten om ergens anders te gaan om zaken te doen moeten zij een tiende betalen. Wie onder hen zaken doet met de inwoners van Egypte, en gaat dan naar Syri, en doet dan zaken met de inwoners van Syri en gaat dan naar Irak en doet zaken met hen en gaat dan verder naar Madina of Jemen of andere gelijkwaardige plaatsen, moet een tiende betalen.

Mensen van het Boek en Magirs moeten geen zakat op enig van hun eigendom, vee, groenten of gewassen betalen. De Sunna gaat nog verder dan dat. Zij blijven in de Dien zoals zij gewend waren, en zij blijven doen wat zij gedaan hebben. Indien zij vaker in een jaar komen en gaan in moslim landen dan moeten zij een tiende betalen telkens als zij dit doen, buiten dat wat zij akkoord zijn gegaan, en niet n van de voorwaarde is bepaald voor hen. Dit is wat ik heb gezien wat de mensen van kennis van onze stad doen".


Section 17.25: Tienden van de mensen van Dhimma
Top
Book 17, Number 17.25.47:

Yahya vertelde mij dat Ibn Shihab van Salim ibn Abdullah van zijn vader:

Dat Umar ibn Al-Khattab een twintigste van de granen en olijfolie heeft genomen van de Nabeteese Christenen, en plande daardoor de vracht te vermeerderen naar Madina. Hij zou een tiende van de peulvruchten nemen.


Book 17, Number 17.25.48:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat as-Sa'ib ibn Yazid zei:

"Als een jonge man heb ik gewerkt met Abdullah ibn Utba ibn Mas'ud op de markt van Madina in de tijd van Umar ibn Al-Khattab en wij hebben een tiende van de Nabaters genomen".


Book 17, Number 17.25.49:

Yahya vertelde mij van Malik:

Dat hij gevraagd had aan Ibn Shihab waarom Umar Ibn Al-Khattab een tiende van de Nabaters had genomen en Ibn Shihab antwoordde, "Het werd genomen van hen in de Jahiliyya (tijd) en Umar had het op hen opgelegd".


Section 17.26: Verkopen van Sadaqa en het terugnemen - Selling Sadaqa and Taking it Back
Top
Book 17, Number 17.26.50:

Yahya vertelde mij van Zayd ibn Aslam dat zijn vader zei dat hij had gehoord Umar ibn Al-Khattab zeggen, "Ik gaf eens een edel paard aan iemand op de weg van Allah te dragen, en de man verwaarloosde hem. Ik wenste het terug te kopen van hem en ik dacht dat hij hem goedkoop zou verkopen. Ik vroeg de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, over het en hij zei, 'Koop het niet, zelfs wanneer hij hem naar u voor een dirham geeft, voor iemand die zijn sadaqa terugneemt is alsof een hond die zijn eigen slikt, braakt'.

Vertaling:

Yahya told me from Zayd ibn Aslam that his father said that he had heard Umar ibn al-Khattab say, "I once gave a noble horse to carry somebody in the way of Allah, and the man neglected it. I wished to buy it back from him and I thought that he would sell it cheaply. I asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about it and he said, 'Do not buy it, even if he gives it to you for one dirham, for someone who takes back his sadaqa is like a dog swallowing its own vomit.' "


Book 17, Number 17.26.51:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat Umar ibn al-Khattab een paard gaf aan iemand op de weg van Allah te dragen, en dan wenste hij terug te kopen. Zo hij vroeg de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, over het, en hij zei, "Koop of neem uw sadaqa niet terug".

Yahya zei dat Malik door iemand werd gevraagd naar een man die sommige sadaqa gaf, en vond toen dat het werd terug aangeboden naar hem voor verkoop door n of ander buiten de man aan wie hij hem had gegeven, zou u het kunnen kopen of niet, en hij zei, "Ik verkies dat hij hem laat".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that Umaribnal-Khattab gave a horse to carry some one in the way of Allah, and then he wished to buy it back. So he asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about it, and he said, "Do not buy or take back your sadaqa."

Yahya said that Malik was asked about whether a man who gave some sadaqa, and then found it being offered back to him for sale by some one other than the man to whom he had given it, could buy it or not, and he said, "I prefer that he leaves it."


Section 17.27: Wie betaalt de zakat al-Fitr - Who Pays the Zakat al-Fitr
Top
Book 17, Number 17.27.52:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar de zakat Al-Fitr heeft betaald voor die slaven van hem die in Wadi'l-Qura en Khaybar waren.

Yahya vertelde mij dat Malik zei, "Het beste dat ik over de zakat Al-Fitr heb gehoord is dat een man voor iedere persoon moet betalen dat hij voor het steunen verantwoordelijk is en die hij moet steunen. Hij moet forall zijn mukatabs, zijn mudabbars en zijn gewone slaven betalen, of zij aanwezig of afwezig zijn, zolang zij moslim zijn, en of zij al of niet fortrade zijn. Nochtans, hij moet geen zakat op enig van hen betalen die geen moslim zijn".

Malik zei en aangaande een weggelopen slaaf, "Ik denk dat zijn meester de zakat voor hem zou moeten betalen of hij al of niet weet waar hij is, indien het niet langgeleden is sindsdien de slaaf weg liep en zijn meester hoop dat hij nog steeds levend is en zal terugkeren. Indien het een lange tijd is geweest aangezien hij wegliep en zijn meester van hem gewanhoopt heeft die dan terugkeert, denk ik niet dat hij zakat voor hem zou moeten betalen.

Malik zei, "De zakat Al-Fitr moet door mensen betaald worden die in de woestijn (d.w.z. nomadische mensen) leven precies zoals het door mensen betaald moet worden die in dorpen (d.w.z. gevestigde mensen) leven, omdat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, maakte de zakat Al-Fitr aan het einde van Ramadan op iedere moslim verplicht, hetzij vrije man of slaaf, mannetje of wijfje".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to pay the zakat al-fitr for those slaves of his that were at Wadi'l-Qura and Khaybar.

Yahya told me that Malik said, "The best that I have heard about the zakat al-fitr is that a man has to pay for every person that he is responsible for supporting and whom he must support. He has to pay forall his mukatabs, his mudabbars, and his ordinary slaves, whether they are present or absent, as long as they are muslim, and whether or not they are fortrade. However, he does not have to pay zakat on any of them that are not muslim."

Malik said, concerning a runaway slave, "I think that his master should pay the zakat fo rhim whether or not he knows where he is, if it has not been long since the slave ran away and his master hopes that he is still alive and will return. If it has been a long time since he ran away and his master has despaired of him returning then I do not think that he should pay zakat for him.'

Malik said, "The zakat al-fitr has to be paid by people living in the desert (i.e. nomadic people) just as it has to be paid by people living in villages (i.e. settled people), because the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, made the zakat al-fitr at the end of Ramadan obligatory on every muslim, whether freeman or slave, male or female."


Book 17, Number 17.27.53:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, maakte de zakat of vaste breken aan het einde van Ramadan verplicht gesteld op iedere moslim, hetzij vrije man of slaaf, mannetje of wijfje, en bepaalde het als sa van dadels of sa van gerst.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, made the zakat of breaking the fast at the end of Ramadan obligatory on every muslim, whether freeman or slave, male or female, and stipulated it as a sa of dates or a sa of barley.


Book 17, Number 17.27.54:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van lyad ibn Abdullah ibn Sad ibn Abi Sarh Al-Amiri dat hij had gehoord Abu Said Al-Khudri zeggen, "Wij hebben de zakat Al-Fitr betaald met een sa van tarwe of een sa van gerst of een sa van dadels of een sa van gedroogde zure melk of een sa van rozijnen, die de sa van de Profeet gebruikt, moge Allah hem zegenen en vrede schenken."

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from lyad ibn Abdullah ibn Sad ibn Abi Sarh al-Amiri that he had heard Abu Said al-Khudri say, "We used to pay the zakat al-fitr with a sa of wheat, or a sa of barley, or a sa of dates, or a sa of dried sour milk, or a sa of raisins, using the sa of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace . "


Book 17, Number 17.27.55:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar altijd de zakat Al-Fitr zou betalen in dadels, behalve een keer, toen hij hem in gerst betaalde.

Malik zei, "Betaling van alle soorten van kaffara, van zakat Al-Fitr en van de zakat op graankorrel waarvoor een tiende of een twintigste schuldig is, is aan het gebruiken van de kleinere mudd, die mudd van de Profeet is, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, behalve in het geval van dhihar scheiding, wanneer de kaffara betaald is, is gebruikt de mudd van Hisham, die de grotere mudd is".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar would always pay the zakat al-fitr in dates, except once, when he paid it in barley.

Maliksaid, "Payment of all types of kaffara, of zakat al-fitr and of the zakat on grains for which a tenth or a twentieth is due, is made using the smaller mudd, which is the mudd of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, except in the case of dhihar divorce, when the kaffara is paid using the mudd of Hisham, which is the larger mudd."


Section 17.28: Wanneer stuur je zakat Al-Fitr - When to Send the Zakat al-Fitr
Top
Book 17, Number 17.28.56:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft de zakat Al-Fitr gestuurd naar degene die samen werd verzameld twee of drie dagen voor het verbreken van de vasten.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to send the zakat al-fitr to the one with whom it was collected together two or three days before the day of breaking the fast.


Book 17, Number 17.28.57:

Yahya vertelde mij dat Malik gezien had dat de mensen van kennis van hebben gehouden om de zakat Al-Fitr te betalen nadat dageraad op de dag van het Fitr had gebroken voor zij naar de plaats van gebed gingen.

Malik zei, "Er is speling in dit, indien Allah wil, in zoverre dat het betaald kan worden alvorens op te stellen (voor het gebed) op de dag van Fitr of daarna".

Vertaling:

Yahya told me that Malik had seen that the people of knowledge used to like to pay the zakat al-fitr after dawn had broken on the day of the Fitr before they went to the place of prayer.

Malik said, "There is leeway in this, if Allah wills, in that it can be paid either before setting out (for the prayer) on the day of Fitr or afterwards."


Section 17.29: Mensen voor wie het niet verplicht is om zakat Al-Fitr te betalen - People for Whom it is Not Obligatory to Pay the Zakat al-Fitr
Top
Book 17, Number 17.29.58:

Yahya vertelde mij dat Malik zei, "Een man moet geen zakat betalen voor de slaven van zijn slaven, of voor enig werknemer bij hem of voor de slaven van zijn vrouw, behalve iemand die hem dient, en wiens diensten onmisbaar is naar hem, waarbij hij zakat moet betalen. Hij moet geen zakat betalen voor enig van zijn slaven die kafir zijn en geen moslim zijn geworden, of zij voor handel of anders zijn".

Vertaling:

Yahya told me that Malik said, "A man does not have to pay zakat for the slaves of his slaves, or for some one employed by him, or for his wife's slaves, except for anyone who serves him and whose services are indispensable to him, in which case he must pay zakat. He does not have to pay zakat for any of his slaves that are kafir and have not become muslim, whether they be for trade or otherwise."


Translation of Malik's Muwatta, Book 18: 18.1.1 - 18.22.60

Vasten
Top Index

Section 18.1:Het waarnemen van de nieuwe maan voor het beginnen en beindigen van het vasten van ramadan - Sighting the New Moon for Beginning and Ending the Fast of Ramadan
Section 18.2:Het maken van de intentie voor vasten voor de dageraad - Making the Intention to Fast Before Dawn
Section 18.3:Vlug zijn om het vasten te verbreken - Being Quick to Break the Fast
Section 18.4:Vasten wanneer Junub 's morgens tijdens ramadan - Fasting When Junub in the Morning during Ramadan
Section 18.5:Toestemming voor een vastende man te kussen - Permission for a Fasting Man to Kiss
Section 18.6:Terughoudendheid in het kussen tijdens het vasten - Restraint in Kissing when Fasting
Section 18.7:Vasten tijdens reizen - Fasting while Travelling
Section 18.8:Wat doet je wanneer u terugkeerd van een reis in ramadan of plan te reizen - What to Do when Returning from a Journey in Ramadan or Intending to Travel in Ramadan
Section 18.9:De kaffara (het goedmaken) voor het breken van vasten in Ramadan - The Kaffara (Making Amends) for Breaking the Fast in Ramadan
Section 18.10:Tot een groep vormen, een man die vast - Cupping a Man who is Fasting
Section 18.11:Vasten op de dag van Ashura (de 10e van Muharram) - Fasting on the Day of Ashura (the 10th of Muharram)
Section 18.12: Fasting the Days of Fitr and Adha and Fasting Continuously
Section 18.13: The Prohibition against Fasting for Two Days or More without Breaking the Fast in between (Wisal)
Section 18.14: The Fasting of Someone who Kills by Mistake or Pronounces the Dhihar Form of Divorce
Section 18.15: What a Sick Man Does when Fasting
Section 18.16: The Vow to Fast, and Fasting for the Dead
Section 18.17: Making Up Days Missed in Ramadan, and the Kaffara
Section 18.18: Making up forVoluntary Fasts (Broken)
Section 18.19: The Fidya (Compensation) of a Man who Breaks the Fast in Ramadan from Weakness
Section 18.20: Making Up For Days Not Fasted in Ramadan in General
Section 18.21: Fasting The "Day of Doubt"
Section 18.22: The Fast in General

Section 18.1: Het waarnemen van de nieuwe maan voor het beginnen en beindigen van het vasten van ramadan - Sighting the New Moon for Beginning and Ending the Fast of Ramadan
Top
Book 18, Number 18.1.1:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zodra vermeld Ramadan en zei, "Begin het vasten niet tot u de nieuwe maan ziet, en breek het vasten niet (aan het einde van Ramadan) tot u hem ziet. Indien de nieuwe maan van u wordt verduisterd, dan reken uit (wanneer het zou moeten zijn)."

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, once mentioned Ramadan and said, "Do not begin the fast until you see the new moon, and do not break the fast (at the end of Ramadan) until you see it. If the new moon is obscured from you, then work out (when it should be)."


Book 18, Number 18.1.2:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Dinar van Abdullah ibn Umar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Een maand heeft negenentwintig dagen. Begin niet het vasten of breek hem tot u de nieuwe maan ziet. Indien de nieuwe maan van u wordt verduisterd, dan reken uit (wanneer het zou moeten zijn)."

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Dinar from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "A month has twenty-nine days in it. Do not start the fast or break it until you see the new moon. If the new moon is obscured from you, then work out (when it should be)."


Book 18, Number 18.1.3:

Yahya vertelde mij dat Malik van Thawr ibn Zayd ad-Dili van Abdullah ibn Abbas dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zodra vermeld Ramadan en zei, "Begin de vasten niet of breek hem tot u de nieuwe maan ziet. Indien de nieuwe maan van u wordt verduisterd, voltooid dan volledige dertig dagen".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Thawr ibn Zayd ad-Dili from Abdullah ibn Abbas that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, once mentioned Ramadan and said, "Do not start the fast or break it until you see the new moon. If the new moon is obscured from you, then complete a full thirty days."


Book 18, Number 18.1.4:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat eens in de tijd van Uthman ibn Affan de nieuwe maan s'middags was gezien en Uthman heeft zijn vasten niet gebroken tot de avond gekomen was en de zon was onder.

Yahya zei dat hij Malik had gehoord zeggen dat degene die de nieuwe maan van Ramadan ziet wanneer hij alleen is zou het vasten moeten beginnen en niet moeten breken indien hij weet dat die dag deel van Ramadan uitmaakt. Hij voegde toe, "Degene die de nieuwe maan van Shawwal ziet wanneer hij alleen is moet het vasten niet verbreken, omdat mensen de betrouwbaarheid van iemand onder hen verdenken wie het vasten verbreekt. Zulke mensen zouden moeten zeggen, wanneer zij de nieuwe maan waarnemen, 'Wij hebben de nieuwe maan gezien'. Wie de nieuwe maan van Shawwal ziet gedurende dag zou het vasten niet moeten breken, maar blijven vasten voor de rest van die dag. Dit is omdat het werkelijk de nieuwe maan van de nacht is die komt."

Yahya zei dat hij Malik hoorde zeggen, "Indien mensen vasten op de dag van Fitr denken dat het nog steeds Ramadan is en dan duidelijk bewijs komt naar hen dat de nieuwe maan van Ramadan n dag gezien was alvorens zij begonnen te vasten en dat zij nu in de eenendertigste dag zijn, dan zouden zij de vasten moeten breken op die dag in de tijd het nieuws naar hen kom. Nochtans, zij moeten de Ied gebed niet bidden indien zij het nieuws horen nadat de zon is begonnen te dalen".

Vertaling:

Yahya told me from Malik that he had heard that once in the time of Uthman ibn Affan the new moon had been seen in the afternoon and Uthman did not break his fast until evening had come and the sun had set.

Yahya said that he had heard Malik say that some one who sees the new moon of Ramadan when he is on his own should start the fast and not break it if he knows that that day is part of Ramadan. He added, "Some one who sees the new moon of Shawwal when he is on his own does not break the fast, because people suspect the reliability of someone among them who breaks the fast. Such people should say, when they sight the new moon, 'We have seen the new moon.' Whoever sees the new moon of Shawwal during the day should not break his fast but should continue fasting for the rest of that day. This is because it is really the new moon of the night that is coming ."

Yahya said that he heard Malik say, "If people are fasting on the day of Fitr thinking that it is still Ramadan and then definite evidence comes to them that the new moon of Ramadan had been seen one day before they began to fast and that they are now into the thirty-first day, then they should break the fast on that day at whatever time the news comes to them. However, they do not pray the id prayer if they hear the news after the sun has begun to decline."


Section 18.2: Het maken van de intentie voor vasten voor de dageraad - Making the Intention to Fast Before Dawn
Top
Book 18, Number 18.2.5:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar gezegd heeft, "Degene die de intentie maakt om voor dageraad te vasten (eigenlijk) vast".

Yahya vertelde mij van Malik van Ibn Shihab dat A'isha en Hafsa, de vrouwen van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei ook dat.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "Only some one who makes the intention to fast before dawn (actually) fasts."

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that A'isha and Hafsa, the wives of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, also said that.


Section 18.3: Vlug zijn om het vasten te verbreken - Being Quick to Break the Fast
Top
Book 18, Number 18.3.6:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abu Hazim ibn Dinar van Sahl ibn Sad as Saidi dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Mensen zullen goed blijven zolang zij vlug zijn om het vasten te verbreken".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Abu Hazim ibn Dinar from Sahl ibn Sad as Saidi that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "People will remain in good as long as they are quick to break the fast."


Book 18, Number 18.3.7:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd ar-Rahman ibn Harmala Al-Aslami van Said ibn Al-Musayyab dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Mensen zullen goed blijven zolang zij vlug zijn om het vasten te verbreken".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn Harmala al-Aslami from Said ibn al-Musayyab that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "People will remain in good as long as they are quick to break the fast."


Book 18, Number 18.3.8:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Humayd ibn Abd ar-Rahman dat Umar ibn Al-Khattab en Uthman ibn Affan Maghrib zouden bidden toen zij het nacht zagen verdonkeren, voor zij hun vasten verbreken en dat was tijdens Ramadan.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Humayd ibn Abd ar-Rahman that Umar ibn al-Khattab and Uthman ibn Affan would pray maghrib when they saw the night darkening, before they broke their fast, and that was during Ramadan.


Section 18.4: Vasten wanneer Junub 's morgens tijdens ramadan - Fasting When Junub in the Morning during Ramadan
Top
Book 18, Number 18.4.9:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Mamar Al-Ansari van Abu Yunus, de mawla van A'isha, van A'isha dat zij een man afluisterde die aan de deur stond en zei aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "Boodschapper van Allah, ik sta s'morgens junub, in een staat van belangrijke rituele onzuiverheid op, en wil vasten," en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Ik sta ook 's morgens junub en wil vasten, zodat ik ghusl doet en vast". De man zei aan hem, "U bent niet het zelfde als ons. Allah heeft u al uw verkeerde acties vergeven die voor zijn gegaan en die na gekomen zijn". De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, werd boos en zei, "Door Allah, Ik hoop dat ik het angstigste van u ben met betrekking tot Allah en het kundigste in hoe ik taqwa (vrees) heb".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Mamar al-Ansari from Abu Yunus, the mawla of A'isha, from A'isha that she overheard a man standing at the door saying to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, "Messenger of Allah, I get up in the morning junub, in a state of major ritual impurity, and want to fast," and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "I too get up in the morning junub and want to fast, so I do ghusl and fast." The man said to him, "You are not the same as us. Allah has forgiven you all your wrong actions that have gone before and those that have come after." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, got angry and said, "By Allah, I hope that I am the most fearful of you with respect to Allah and the most knowledgeable of you in how I have taqwa."


Book 18, Number 18.4.10:

Yahya vertelde mij dat Malik van Abd Rabbih ibn Said van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn Al-Harith ibn Hisham van A'isha en Umm Salama, de vrouwen van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, dat de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, is 's morgens opgestaan junub van gemeenschap, geen droom, in Ramadan, en dan zou hij vasten".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Abd Rabbih ibn Said from Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham from A'isha and Umm Salama, the wives of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, that the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, used to get up in the morning junub from intercourse, not a dream, in Ramadan, and then he would fast."


Book 18, Number 18.4.11:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn Al-Harith ibn Hisham dat hij hoorde Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn Al-Harith ibn Hisham zeggen, "Mijn vader en ik was met Marwan ibn Al Hakam aan de tijd toen hij amir van Madina was, en iemand vermeldde aan hem dat Abu Hurayra gezegd heeft, 'Indien iemand met de ochtend Junub begint, heeft hij de vasten voor die dag verbroken. Marwan zei, 'Ik zweer aan u, Abd ar-Rahman, u moet gaan naar de twee Umm Al Muminin, A'isha en Umm Salama en moet hen vragen over het'.

''Abd ar-Rahman ging A'isha bezoeken en ik begeleidde hem. Hij begroette haar en dan zei, 'Umm Al-muminin, wij waren met Marwan ibn Al Hakam en iemand vermeldde aan hem dat Abu Hurayra gezegd heeft dat indien iemand met de ochtend Junub was begonnen, had hij het vasten voor die dag gebroken'. A'isha zei, 'Het is niet zoals Abu Hurayra het gezegd heeft Abd ar-Rahman. Houdt u niet waarvan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft gedaan? en Abd ar-Rahman zei, 'Neen, bij Allah.' A'isha zei, 'Ik bewijs dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, is 's morgens opgestaan junub van gemeenschap, geen droom, en zou dan vasten voor die dag'.

Hij vervolgde, "Dan gingen wij en bezochten Umm Salama, en Abd ar-Rahman vroeg haar over de zelfde kwestie en zij zei het zelfde als A'isha had gezegd. Dan gingen wij weg tot wij aan Marwan ibn Al-Hakam Abd ar-Rahman kwamen en vertelde hem wat zij beiden hadden gezegd en Marwan zei, 'Ik zweer aan u, Abu Muhammad, u moet het onderstel gebruiken die aan de deur is, en naar Abu Hurayra gaan, die op zijn land bij Al Aqiq is, en vertel hem dit'. Zo Abd ar-Rahman bereed weg, en ik ging met hem, tot wij aan Abu Hurayra kwamen. Abd ar-Rahman sprak met hem voor een tijdje, en vermeldde toen de kwestie aan hem, en Abu Hurayra zei, 'Ik weet niets over het. Ik werd slechts door iemand verteld."

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Sumayy, the mawla of Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham that he heard Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham say, "My father and I were with Marwan ibn al Hakam at the time when he was amir of Madina, and someone mentioned to him that Abu Hurayra used to say, 'If someone begins the morning junub, he has broken the fast for that day.' Marwan said, 'I swear to you, Abdar-Rahman, you must go to the two umm al muminin, A'isha and Umm Salama, and ask them about it.'

''Abd ar-Rahman went to visit A'isha and I accompanied him. He greeted her and then said, 'Umm al-muminin, we were with Marwan ibn al Hakam and someone mentioned to him that Abu Hurayra used to say that if some one had begun the morning junub, he had broken the fast for that day.' A'isha said, 'It is not as Abu Hurayra says Abd ar-Rahman. Do you dislike what the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to do?', and Abd ar-Rahman said, 'No, by Allah.' A'isha said, 'I bear witness that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to get up in the morning junub from intercourse, not a dream, and would then fast for that day.' "

He continued, "Then we went and visited Umm Salama, and Abd ar-Rahman asked her about the same matter and she said the same as A'isha had said. Then we went off until we came to Marwan ibn al-Hakam Abd ar-Rahman told him what they had both said and Marwan said, 'I swear to you, Abu Muhammad, you must use the mount which is at the door, and go to Abu Hurayra, who is on his land at al Aqiq, and tell him this.' So Abd ar-Rahman rode off, and I went with him, until we came to Abu Hurayra. Abd ar-Rahman talked with him for a while, and then mentioned the matter to him, and Abu Hurayra said, 'I don't know anything about it. I was just told that by someone.'"


Book 18, Number 18.4.12:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr, van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman dat A'isha en Umm Salama, de vrouwen van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, is 's morgens opgestaan junub van gemeenschap, geen droom, en zou dan vasten".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Sumayy, the mawla of Abu Bakr, from Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman that A'isha and Umm Salama, the wives of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "The Messengerof Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to get up in the morning junub from intercourse, not a dream, and would then fast."


Section 18.5: Toestemming voor een vastende man te kussen - Permission for a Fasting Man to Kiss
Top
Book 18, Number 18.5.13:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat een zekere man zijn vrouw kuste terwijl hij in Ramadan vastte. Dit maakte hem heel ongerust, en zo stuurde hij zijn vrouw naar de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, om hem over dat voor hem te vragen. Zij ging binnen en zag Umm Salama, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en vermeldde de kwestie aan haar, en Umm Salama vertelde haar dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft haar gekust terwijl hij vastte. Zo ging zij terug en vertelde haar echtgenoot dat, maar hij vond het verkeerd en zei, "Wij zijn niet zoals de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Allah maakt geoorloofd voor de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, wat Hij wenst".

Zijn vrouw ging terug naar Umm Salama en vond de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, met haar. Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Wat is er aan de hand met deze vrouw?", en Umm Salama vertelde hem. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Vertelde u haar niet dat ik het ook doet?" en zei zij, "Ik vertelde haar, en zij ging naar haar echtgenoot en vertelde hem, maar hij vond het verkeerd en zei, 'Wij zijn niet zoals de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Allah maakt geoorloofd voor Zijn Boodschapper, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, wat Hij wenst." De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, werd boos en zei, "Bij Allah, ik ben het met de meeste taqwa van Allah van u allen, en van u allen die de beste Zijn limieten kent".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from Ata ibn Yasar that a certain man kissed his wife while he was fasting in Ramadan. This made him very anxious, and so he sent his wife to the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, to ask him about that for him. She went in and saw Umm Salama, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, and mentioned the matter to her, and Umm Salama told her that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to kiss while he was fasting. So she went back and told her husband that, but it only made him find fault all the more and he said, "We are not like the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. Allah makes permissible for the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, whatever He wishes."

His wife then went back to Umm Salama and found the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, with her. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "What's the matter with this woman?", and Umm Salama told him. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Didn't you tell her that I do that myself?" and she said, "I told her, and she went to her husband and told him, but it only made him find fault all the more and say, 'We are not like the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. Allah makes permissible for His Messenger, may Allah bless him and grant him peace, whatever He wishes.' " The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, got angry and said, "By Allah, I am the one with the most taqwa of Allah of you all, and of you all the one who best knows His limits."


Book 18, Number 18.5.14:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, Umm Al-Muminin zei, "De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft sommige van zijn vrouwen gekust tijdens vasten," en toen lachte zij.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that A'isha, umm al-muminin, may Allah be pleased with her, said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to kiss certain of his wives when fasting," and then she laughed.


Book 18, Number 18.5.15:

Yahya vertelde mij dat Malik van Yahya ibn Said dat Atika bint Zayd ibn Amr ibn Nufayl, de vrouw van Umar ibn Al-Khattab, heeft het hoofd van Umar ibn al-khattab gekust terwijl hij vastte en hij verbied haar niet.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that Atika bint Zayd ibn Amr ibn Nufayl, the wife of Umar ibn al-Khattab, used to kiss Umar ibn al-Khattab's head while he was fasting, and he did not tell her not to.


Book 18, Number 18.5.16:

Yahya vertelde mij van Malik van Abu'n-Nadr, de mawla van Umar ibn Ubaydullah dat A'isha bint Talha hem vertelde dat zij een keer met A'isha was, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en haar echtgenoot, die vastte, daar kwam en haar bezocht. (Hij was Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Abi Bakras-Siddiq). A'isha zei aan hem, "Wat houdt u tegen dicht bij uw vrouw komen en haar kussen en grappen maken met haar"? Hij zei, Kan ik haar kussen wanneer ik vast"? Zij zei, "Ja".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Abu'n-Nadr, the mawla of Umar ibn Ubaydullah that A'isha bint Talha told him that she was once with A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, and her husband, who was fasting, came and visited her there. (He was Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Abi Bakras-Siddiq.) A'isha said to him, "What's stopping you from coming close to your wife and kissing her and joking with her?" He said, "Can I kiss her when I am fasting?" She said, "Yes."


Book 18, Number 18.5.17:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam dat Abu Hurayra en Sad ibn Abi Waqqas gezegd heeft dat iemand die vastte mocht kussen.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam that Abu Hurayra and Sad ibn Abi Waqqas used to say that someone who was fasting was allowed to kiss.


Section 18.6: Terughoudendheid in het kussen tijdens het vasten - Restraint in Kissing when Fasting
Top
Book 18, Number 18.6.18:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij had gehoord dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zou zeggen, toen zij vermeldde dat de Bode van Allah, gekust heeft tijdens vasten, "En wie onder u meer controle heeft dan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken?"

Yahya zei dat Malik zei dat Hisham ibn Urwa ibn az-Zubayr had gezegd, "ik denk niet dat kussen voor mensen goed is die vasten".

Vertaling:

Yahya told me from Malik that he had heard that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, would say, when she mentioned that the Messenger of Allah, used to kiss while fasting, "And who among you is more able to control himself than the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace?"

Yahya said that Malik said that Hisham ibn Urwa ibn az-Zubayr had said, "I do not think that kissing invites to good for people who are fasting."


Book 18, Number 18.6.19:

Yahya vertelde mij dat Malik van Zayd ibn Aslam van Ata ibn Yasar dat Abdullah ibn Abbas werd gevraagd over mensen die kussen tijdens vasten en hij zei dat hij voor oude mannen toestond, maar keurde voor jonge mannen af.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from Ata ibn Yasar that Abdullah ibn Abbas was asked about people kissing while fasting and he said that he allowed it for old men but disapproved of it for young men.


Book 18, Number 18.6.20:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar kussen en strelen voor mensen heeft verboden die vastten.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to forbid kissing and fondling for people who were fasting .


Section 18.7: Vasten tijdens reizen - Fasting while Travelling
Top
Book 18, Number 18.7.21:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud van Abdullah ibn Abbas dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, verliet Makka in Ramadan tijdens het jaar van de verovering en vastte tot hij Al-Kadid bereikte. Hij brak dan het vastte en iedereen deed ook zo. Wat de mensen gedaan hebben waren handelingen volgens wat ook de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, onlangs had gedaan.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud from Abdullah ibn Abbas that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, left for Makka in Ramadan during the year of the conquest, and fasted until he reached al-Kadid. He then broke the fast, and so everyone else did so as well. What people used to do was act according to whatever the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had done most recently.


Book 18, Number 18.7.22:

Yahya vertelde mij dat Malik van Sumayy, de mawla van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, van Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman van een van de metgezellen van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, opdracht gaf tot iedereen om het vasten te verbreken tijdens de reis wat hij maakte in het jaar van het verovering zeggende, "Wees sterk voor uw vijand," terwijl de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bleef vasten. Abu Bakr zei dat degene die dit aan hem vertelde zei, "Ik zag de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, goot water over zijn hoofd aan Al-Arj, of van dorst of van de hitte. Toen zei iemand aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, 'Boodschapper van Allah, een groep mensen bleven vasten wanneer u deed'. Dan toen de Bode van Allah in Al-Kadid was, vroeg hij om een drank-kom en dronk, en iedereen brak het vasten".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Sumayy, the mawla of Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, from Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman from one of the companions of the Messenger of Allah, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ordered everyone to break the fast on the journey he made in the year of the conquest saying, "Be strong for your enemy," while the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, kept on fasting. Abu Bakr said that the one who related this to him said, "I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, pouring water over his head at al-Arj, either from thirst or from the heat. Then some one said to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, 'Messenger of Allah, a group of people kept on fasting when you did.' Then when the Messenger of Allah was at al-Kadid, he asked for a drinking-bowl and drank, and everyone broke the fast."


Book 18, Number 18.7.23:

Yahya vertelde mij dat Malik van Humayd at-Tawil dat Anas ibn Malik zei, "Wij reisden een keer met de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in Ramadan, en degenen die vasten hebben niets gemerkt aan hen die niet vasten, en degenen die niet vasten hebben niets gemerkt aan hen die wel vasten".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Humayd at-Tawil that Anas ibn Malik said, "We once travelled with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in Ramadan, and those who were fasting did not find fault with those who were not, and those who were not fasting did not find fault with those who were."


Book 18, Number 18.7.24:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat Hamza ibn Amr Al-Aslami een keer aan de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, " Boodschapper van Allah, ik ben een man die vast. Kan ik vasten wanneer ik reist?" De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "Als u wil kunt u vasten, en als u wil kunt u de vasten breken".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that Hamza ibn Amr al-Aslami once said to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, "Messenger of Allah, I am a man who fasts. Can I fast when travelling?" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "If you want you can fast, and if you want you can break the fast."


Book 18, Number 18.7.25:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft niet gevast tijdens reizen.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used not to fast while travelling.


Book 18, Number 18.7.26:

Yahya vertelde mij van Malik dat Hisham ibn Urwa zei, "Mijn vader, Urwa, heeft in Ramadan gereisd, en wij zouden reizen met hem, en hij heeft gevast terwijl wij de vasten zouden breken, en hij zou ons niet vertellen te vasten".

Vertaling:

Yahya told me from Malik that Hisham ibn Urwa said, "My father, Urwa, used to travel in Ramadan, and we would travel with him, and he used to fast while we would break the fast, and he would not tell us to fast."


Section 18.8: Wat doet je wanneer u terugkeerd van een reis in ramadan of plan te reizen - What to Do when Returning from a Journey in Ramadan or Intending to Travel in Ramadan
Top
Book 18, Number 18.8.27:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Umar ibn Al-Khattab, indien hij reisde in Ramadan en wist dat hij Madina aan het begin van de dag zou bereiken, zou hij vasten.

Yahya zei dat Malik zei, "Iemand die reist en weet dat hij zijn mensen in het eerste deel van de dag zal bereiken, en dan dag uitbreuk voor hij daar is, zou moeten vasten wanneer hij daar is".

Malik zei, "Iemand die plant in Ramadan (op een reis) te gaan, en dan dageraad uitbreukt terwijl hij nog steeds op zijn land is voordat hij vertrek, zou die dag moeten vasten".

Malik zei dat een man die terugkeert van een reis in Ramadan en vast niet mag seksuele betrekkingen met zijn vrouw hebben indien hij wenst, indien zij niet vast en net schoon is na haar menstruatie.

Vertaling:

Yahya told me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab, if he was travelling in Ramadan and knew that he would reach Madina at the begining of the day ,would do so fasting.

Yahya said that Malik said, "Someone who is travelling and knows that he will be reaching his people in the first part of the day, and then dawn breaks before he gets there, should be fasting when he gets there."

Malik said, "Someone who intends to go away (on a journey) in Ramadan, and then dawn breaks while he is still on his land before he has left, should fast that day."

Malik said that a man who returns from a journey in Ramadan and is not fasting may have sexual intercourse with his wife if he wishes, if she is not fasting and she has just become pure after her menses.


Section 18.9: De kaffara (het goedmaken) voor het breken van vasten in Ramadan - The Kaffara (Making Amends) for Breaking the Fast in Ramadan
Top
Book 18, Number 18.9.28:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab van Hunayd ibn Abd ar-Rahman ibn Awf van Abu Hurayra dat een man het vasten brak in Ramadan en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, gaf opdracht om kaffara te doen door een slaaf te bevrijden of te vasten op twee opeenvolgende maanden of zestig arme mensen voeden, en hij zei, "Ik kan hem niet doen". Iemand bracht een grote mand dadels naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken en hij zei, "Neem dit en geef hem weg als sadaqa". Hij zei, "Boodschapper van Allah, er is geen behoeftiger dan ik ben". De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, lachte tot zijn oog-tanden verschenen en toen zei hij, "Eet hen".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Hunayd ibn Abd arRahman ibn Awf from Abu Hurayra that a man broke the fast in Ramadan and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ordered him to make kaffara by freeing a slave, or fasting two consecutive months, or feeding sixty poor people, and he said, "I can't do it." Someone brought a large basket of dates to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he said, "Take this and give it away as sadaqa." He said, "Messenger of Allah, there is no-ne more needy than I am." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, laughed until his eye-teeth appeared, and then he said, "Eat them."


Book 18, Number 18.9.29:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ata ibn Abdullah Al-Khurasani dat Said ibn al-Musayyab zei, "Een Bedoeen kwam naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en slaat op zijn borst en trok zijn haar en zei, 'Ik ben vernietigd'. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Waarom is dat?' en hij zei, 'Ik had geslachtsgemeenschap met mijn vrouw tijdens vasten in Ramadan.' De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vroeg hem, Ben je in staat om een slaaf te bevrijden?' en de man zei, 'Nee.' Dan vroeg hij hem, Ben je in staat om een kameel weg te geven?' en de man antwoordde, 'Nee.' die Hij zei, 'Ga zitten,' en iemand bracht een grote mand dadels naar de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en hij zei aan de man 'Neem dit en geef hem weg als sadaqa'. De man zei, 'Er is niemand behoeftiger dan mij,' en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, 'Eet hen en vast n dag voor de dag toen u geslachtsgemeenschap had'."

Malik zei dat Ata zei dat hij Said ibn Al-Musayyab gevraagd had hoeveel dadels er in die mand waren en hij zei, "Tussen vijftien en twintig sas.

Malik zei, "Ik heb mensen van kennis horen zeggen dat de kaffara wordt gespecificeerd door de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, voor een man die geslachtsgemeenschap heeft met zijn vrouw tijdens de dag in Ramadan is niet schuldig van iemand die, op een dag wanneer hij het vasten van Ramadan verzint, breekt zijn vasten door het hebben van geslachtsgemeenschap met zijn vrouw of wat dan ook. Hij moet enkel die dag goedmaken".

Malik zei, "Dit is wat ik het meeste van houdt wat ik hoorde over de kwestie".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Ata ibn Abdullah al-Khurasani that Said ibn al-Musayyab said, "A bedouin came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, beating his breast and tearing out his hair and saying, 'I am destroyed.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Why is that?', and he said, 'I had intercourse with my wife while fasting in Ramadan.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, asked him, 'Are you able to free a slave?', and the man said, 'No.' Then he asked him, 'Are you able to give away a camel?', and the man replied, 'No.' He said, 'Sit own,' and someone brought a large basket of dates to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he said to the man, 'Take this and give it away as sadaqa.' The man said, 'There is no one more needy than me,' and (the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace), said, 'Eat them, and fast one day for the day when you had intercourse.' "

Malik said that Ata said that he had asked Said ibn al-Musayyab how many dates there were in that basket, and he said, "Between fifteen and twenty sas.''

Malik said, "I have heard people of knowledge saying that the kaffara specified by the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, for a man who has intercourse with his wife during the day in Ramadan is not due from someone who, on a day when he is making up the fast of Ramadan, breaks his fast by having intercourse with his wife, or whatever. He only has to make up for that day."

Malik said, "This is what I like most out of what I have heard about the matter."


Section 18.10: Tot een groep vormen, een man die vast - Cupping a Man who is Fasting
Top
Book 18, Number 18.10.30:

Yahya vertelde mij dat Malik van Nafi dat Abdullah ibn Umar heeft een groep gevormd terwijl hij vastte. Nafi zei, "Hij stopte later en heeft geen groep gevormd toen hij vastte tot hij het vasten had gebroken".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to be cupped while he was fasting. Nafi said, "He later stopped doing that, and would not be cupped when he was fasting until he had broken the fast."


Book 18, Number 18.10.31:

Yahya vertelde mij dat Malik van Ibn Shihab dat Sad ibn Abi Waqqas en Abdullah ibn Umar een groep vormden terwijl zij vastten.

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that Sad ibn Abi Waqqas and Abdullah ibn Umar used to be cupped while they were fasting.


Book 18, Number 18.10.32:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa dat zijn vader een groep vormde terwijl hij vastte en hij zou zijn vasten niet breken. Hisham voegde toe, "Ik zag enkel ooit tot een groep vormen toen hij vastte".

Malik zei, "Vormen tot een groep is enkel afgekeurd voor iemand die vast uit angst dat hij zwak zal worden en indien het niet voor dat was, zou het niet afgekeurd worden. Ik denk niet dat een man die in Ramadan een groep gevormd heeft zijn vasten niet breekt, is iets schuldig, en ik zeg niet dat hij de dag waarop hij moet goedmaken een groep vormt, omdat een groep vormen is voor iemand afgekeurd die vast, indien zijn vasten in gevaar loopt. Ik denk niet dat iemand die een groep gevormd heeft, en is dan goed genoeg om het vasten tot avond bij te houden, is iets schuldig, noch hij die dag moet goedmaken".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father used to be cupped while he was fasting and he would not then break his fast. Hisham added, "I only ever saw him being cupped when he was fasting."

Malik said, "Cupping is only disapproved of for some one who is fasting out of fear that he will become weak and if it were not for that, it would not be disapproved of. I do not think that a man who is cupped in Ramadan and does not break his fast, owes anything, and I do not say that he has to make up for the day on which he was cupped, because cupping is only disapproved of for someone fasting if his fast is endangered. I do not think that someone who is cupped, and is then well enough to keep the fast until evening, owes anything, nor does he have to make up for that day."


Section 18.11: Vasten op de dag van Ashura (de 10e van Muharram) - Fasting on the Day of Ashura (the 10th of Muharram)
Top
Book 18, Number 18.11.33:

Yahya vertelde mij dat Malik van Hisham ibn Urwa van zijn vader dat A'isha, de vrouw van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken zei, "De dag van Ashura was een dag die de Quraysh hebben gevast in de jahiliyya en de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, heeft ook gevast tijdens de jahiliyya. Dan wanneer de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, naar Madina kwam vastte hij en opdracht gaf om te vasten. Dan werd Ramadan verplicht gemaakt, en dat werd Fard ipv Ashura, maar degene die wilde, vastte het, en degene die niet wilde, vastte niet".

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "The day of Ashura was a day the Quraysh used to fast in the jahiliyya, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used also to fast it during the jahiliyya. Then when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came to Madina he fasted it and ordered that it be fasted. Then Ramadan was made obligatory, and that became the fard instead of Ashura, but whoever wanted to, fasted it, and whoever did not want to, did not fast it."


Book 18, Number 18.11.34:

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that Humayd ibn Abd ar-Rahman ibn Awf heard Muawiya ibn Abi Sufyan say from the mimbar on the day of Ashura in the year in which he made the hajj, "People of Madina, where are your learned men? I heard the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, say about this day, 'This is the day of Ashura, and fasting it has not been prescribed for you. I am fasting it, and whoever of you wants to fast it can do so, and whoever does not want to, does not have to.' "


Book 18, Number 18.11.35:

Vertaling:

Yahya told me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab had sent (the following message) to al-Harith ibn Hisham, ''Tomorrow is the day of Ashura, so fast (it) and tell your family to fast (also)."


Section 18.12: Fasting the Days of Fitr and Adha and Fasting Continuously
Top
Book 18, Number 18.12.36:

Vertaling:

Yahya told me from Malik from Muhammad ibn Yahya ibn Habban from alAraj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade fasting on two days, the day of Fitr and the day of Adha.


Book 18, Number 18.12.37:

Yahya told me from Malik that he used to hear the people of knowledge say,"There is no harm in fasting continuously as long as one breaks the fast on the days on which the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade fasting, namely, the days of Mina, the day of Adha and the day of Fitr, according to what we have heard."

Malik said, "This is what I like most out of what I have heard about the matter."


Section 18.13: The Prohibition against Fasting for Two Days or More without Breaking the Fast in between (Wisal)
Top
Book 18, Number 18.13.38:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade fasting for two days or more without breaking the fast in between. They said, "But Messenger of Allah, you practise wisal." He replied, "I am not the same as you. I am fed and given to drink."


Book 18, Number 18.13.39:

Yahya told me from Malik from Abu'z-Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Beware of wisal. Beware of wisal." They said, "But you practise wisal, Messenger of Allah." He replied, "I am not the same as you. My Lord feeds me and gives me to drink."


Section 18.14: The Fasting of Someone who Kills by Mistake or Pronounces the Dhihar Form of Divorce
Top
Book 18, Number 18.14.40:

Yahya told me, and I (myself) heard Malik say, "The best that I have heard about some one who has to fast for two consecutive months because of having killed someone by mistake or having pronounced the dhihar form of divorce, becoming very ill and having to break his fast, is that if he recovers from his illness and is strong enough to fast, he must not delay doing so. He continues his fast from where he left off.

Similarly, a woman who has to fast because of having killed some one by mistake should not delay resuming her fast when she has become pure after her period. She continues her fast from where she left off.

No one who, by the Book of Allah, has to fast for two consecutive months may break his fast except for a reason - illness or menstruation. He must not travel and break his fast."

Malik said, "This is the best that I have heard about the matter."


18.15Section 18.15: What a Sick Man Does when Fasting
Top
Book 18, Number 18.15.41:

Yahya said that he heard Malik say, "What I have heard from the people of knowledge is that if a man succumbs to an illness which makes fasting very difficult for him and exhausts him and wears him out, he can break his fast. This is the same as with a sick man in the prayer, who finds standing to be too difficult and exhausting, (and Allah knows better than the slave that it is an excuse for him and that it really cannot be described). If the man is in such a condition he prays sitting, and the deen of Allah is ease.

Allah has permitted a traveller to break the fast when travelling, and he has more strength for fasting than a sick man. Allah, the Exalted, says in His book, 'Whoever among you is ill or on a journey (must fast) a number of other days,' and Allah has thus permitted a traveller to break his fast when on a journey, and he is more capable of fasting than a sick man.


Section 18.16: The Vow to Fast, and Fasting for the Dead
Top
Book 18, Number 18.16.42:

Yahya told me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab was asked whether a man who had vowed to fast a month could fast voluntarily, and Said said, "He should fulfil his vow before he does any voluntary fasting."

Malik said, "I have heard the same thing from Sulayman ibn Yasar."

Malik said, "If someone dies with an unfulfilled vow to free a slave or to fast or to give sadaqa or to give away a camel, and makes a bequest that his vow should be fulfilled from his estate, then the sadaqa or the gift of the camel are taken from one third of his estate. Preference is given to it over other bequests, except things of a similar nature, because by his vow it has become incumbent on him, and this is not the case with something he donates voluntarily. They (vows and voluntary donations) are settled from a limited one-third of his estate, and not from the whole of it, since if the dying man were free to dispose of all of his estate, he might delay settling what had become incumbent on him (i.e. his vows), so that when death came and the estate passed into the hands of his heirs, he would have bequeathed such things (i.e. his vows) that were not claimed by anyone (like debts). If that (i.e. to dispose freely of his property) were allowed him, he would delay these things (i.e. his vows) until when he was near death, he would designate them and they might take up all of his estate. He must not do that."


Book 18, Number 18.16.43:

Yahya told me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Umar used to be asked, "an some one fast for some one else, or do the prayer for some one else?" and he would reply, "No one can fast or do the prayer for anyone else."


Section 18.17: Making Up Days Missed in Ramadan, and the Kaffara
Top
Book 18, Number 18.17.44:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from his brother Khalid ibn Aslam that Umar ibn al-Khattab once broke thefast on a cloudy day thinking that evening had come and the sun had set. Then a man came to him and said, "Amir al-muminin, the sun has come out,'' and Umar said, "That's an easy matter. It was our deduction (ijtihad)."

Malik said, "According to what we think, and Allah knows best, what he was referring to when he said, 'That's an easy matter' was making up the fast, and how slight the effort involved was and how easy it was. He was saying (in effect), 'We will fast another day in its place.' "


Book 18, Number 18.17.45:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "Someone who breaks the fast in Ramadan because he is ill or travelling should make up the days he has missed consecutively."


Book 18, Number 18.17.46:

Yahya told me from Malik from Ibr Shihab that Abdullah ibn Abbas and Abu Hurayra differed about making up days missed in Ramadan. One of them said that they were done separately and the other said that they were done consecutively. He did not know which one of them it was who said that they were done separately.


Book 18, Number 18.17.47:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "If some one makes himself vomit while he is fasting he has to make up a day, but if he cannot help vomiting he does not have to make up anything."


Book 18, Number 18.17.48:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that he heard Said ibn al Musayyab being asked about making up days missed in Ramadan, and Said said, "What I like best is for days missed in Ramadan to be made up consecutively, and not separately."

Yahya said that he had heard Malik say, about some one who made up the days he had missed in Ramadan separately, that he did not have to repeat them. (What he had done) was enough for him. It was, however, preferable, if he did them consecutively.

Malik said, "Whoever eats or drinks thoughtlessly or forgetfully in Ramadan or during any other obligatory fast that he must do, has to fast another day in its place."


Book 18, Number 18.17.49:

Yahya told me from Malik that Humayd ibn Oays al-Makki told him, "I was with Mujahid while he was performing tawaf around the Kaba, and a man came to him and asked whether the days (of fasting) for kaffara had to be fasted consecutively, or could they be split up. I said to him, 'Yes, they can be split up, if the person so wishes.' Mujahid said, 'He should not split them up, because in Ubayy ibn Kab's recitation they are referred to as three consecutive days.' "

Malik said, "What I like most is what Allah has specified in the Qur'an, that is, that they are fasted consecutively."

Malik was asked about a woman who began the day fasting in Ramadan and though it was outside of the time of her period, fresh blood (i.e. not menstrual blood) flowed from her. She then waited until evening to see the same, but did not see anything.Then, on the next day in the morning she had anotherflow, though less than the first. Then, some days before her period, the flow stopped completely. Malik was asked what she should do about her fasting and prayer, and he said, "This blood is like menstrual blood. When she sees it she should break her fast, and then make up the days she has missed. Then, when the blood has completely stopped, she should do ghusl and fast."

Malik was asked whether someone who became muslim on the last day of Ramadan had to make up all of Ramadan or whether he just had to make up the day when he became muslim, and he said, "He does not have to make up any of the days that have passed. He begins fasting from that day onwards. What I like most is that he makes up the day on which he became muslim."


Section 18.18: Making up forVoluntary Fasts (Broken)
Top
Book 18, Number 18.18.50:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that A'isha and Hafsa, the wives of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, began fasting voluntarily one morning and then food was given to them and they broke their fast with it. Then the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came in. A'isha said, "Hafsa asked, anticipating me in speech - she took after her father Umar - 'Messenger of Allah, A'isha and I began the morning fasting voluntarily and then food was given us and we broke the fast with it.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Fast another day in its place.' "

Yahya said that he heard Malik say, "Someone who eats or drinks out of neglect or forgetfulness during a voluntary fast does not have to repeat his fast, but he should continue fasting for the rest of the day in which he eats or drinks while voluntarily fasting, and not stop fasting. Someone to whom something unexpected happens which causes him to break his fast while he is fasting voluntarily does not have to repeat his fast if he has broken it for a reason, and not simply because he decided to break his fast. Just as I do not think that someone has to repeat a voluntary prayer if he has had to stop it because of some discharge which he could prevent and which meant that he had to repeat his wudu."

Malik said, "Once a man has begun doing any of the right actions (al-amal as-saliha) such as the prayer, the fast and the hajj, or similar right actions of a voluntary nature, he should not stop until he has completed it according to what the sunna for that action is. If he says the takbir he should not stop until he has prayed two rakas. If he is fasting he should not break his fast until he has completed that day's fast. If he goes into ihram he should not return until he has completed his hajj, and if he begins doing tawaf he should not stop doing so until he has gone around the Kaba seven times. He should not stop doing any of these actions once he has started them until he has completed them, except if something happens such as illness or some other matter by which a man is excused. This is because Allah, the Blessed and Exalted, says in His Book, 'And eat and drink until the white thread becomes clear to you from the black thread of dawn, (and) then complete the fast until night-time,' (Sura 2 ayat 187), and so he must complete his fast as Allah has said. Allah, the Exalted, (also) says, 'And complete the hajj and the umra forAllah,' and so if a man were to go into ihram for a voluntary hajj having done his one obligatory hajj (on a previous occasion), he could not then stop doing his hajj having once begun it and leave ihram while in the middle of his hajj. Anyone that begins a voluntary act must complete it once he has begun doing it, just as an obligatory act must be completed . This is the best of what I have heard."


Section 18.19: The Fidya (Compensation) of a Man who Breaks the Fast in Ramadan from Weakness
Top
Book 18, Number 18.19.51:

Yahya told me from Malik that he had heard that Anas ibn Malik used to pay fidya when he had grown old and could no longer manage to do the fast.

Malik said, "I do not consider that to do so is obligatory, but what I like most is that a man does the fast when he is strong enough. Whoever pays compensation gives one mudd of food in place of every day, using the mudd of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace."


Book 18, Number 18.19.52:

Yahya told me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Umar was asked about what a pregnant woman should do if the fast became difficult for her and she feared for her child, and he said, "She should break the fast and feed a poor man one mudd of wheat in place of every day, using the mudd of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace."

Malik said, "The people of knowledge consider that she has to make up for each day of the fast that she misses as Allah, the Exalted and Glorified, says, 'And whoever of you is sick or on a journey should fast an equal number of other days, ' and they consider her pregnancy and her concern for her child as a sickness."


Book 18, Number 18.19.53:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim that his father used to say, "If someone has to make up for days not fasted in Ramadan and does not do them before the next Ramadan comes although he is strong enough to do so, he should feed a poor man with a mudd of wheat for every day that he has missed, and he has to fast the days he owes as well."

Yahya told me from Malik that he had heard the same thing from Said ibn Jubayr.


Section 18.20: Making Up For Days Not Fasted in Ramadan in General
Top
Book 18, Number 18.20.54:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman that he heard A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, say, "I used to have to make up days from Ramadan and not be able to do them until Shaban came."


Section 18.21: Fasting The "Day of Doubt"
Top
Book 18, Number 18.21.55:

Yahya told me from Malik that he had heard the people of knowledge telling people not to fast on the day in Shaban when there was doubt (about whether it was Shaban or Ramadan), if they intended by it the fast of Ramadan . They considered that whoever fasted on that day without having seen (the new moon) had to make up that day if it later became clear that it was part of Ramadan. They did not see any harm in voluntary fasting on that day.

Malik said, "This is what we do, and what I have seen the people of knowledge in our city doing."


Section 18.22: The Fast in General
Top
Book 18, Number 18.22.56:

Yahya told me from Malik from Abu'n Nadr, the mawla of Umar ibn Ubaydullah, from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to fast for so long that we thought he would never stop fasting, and he would go without fasting for so long that we thought he would never fast again. I never saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, fast for a complete month except for Ramadan, and I never saw him do more fasting in any one month than he did in Shaban.'


Book 18, Number 18.22.57:

Yahya told me from Malik from Abu'z Zinad from al-A'raj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Fasting is a protection for you, so when you are fasting, do not behave obscenely or foolishly, and if any one argues with you or abuses you, say, 'I am fasting. I am fasting.' "


Book 18, Number 18.22.58:

Yahya told me from Malik from Abu'z Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "By the One in Whose hand my self is, the smell of the breath of a man fasting is better with Allah than the scent of musk.' He leaves his desires and his food and drink for My sake. Fasting is for Me and I reward it. Every good action is rewarded by ten times its kind, up to seven hundred times, except fasting, which is for Me, and I reward it.' "


Book 18, Number 18.22.59:

Yahya told me from Malik from his paternal uncle Abu Suhayl ibn Malik from his father that Abu Hurayra said, "When Ramadan comes the gates of the Garden are opened and the gates of the Fire are locked, and the shayatin are chained."


Book 18, Number 18.22.60:

Yahya told me from Malik that he had heard that the people of knowledge did not disapprove of people fasting using tooth-sticks at any hour of the day in Ramadan, whether at the beginning or the end, nor had he heard any of the people of knowledge disapproving of or forbidding the practice.

Yahya said that he heard Malik say, about fasting for six days after breaking the fast at the end of Ramadan, that he had never seen any of the people of knowledge and fiqh fasting them. He said, "I have not heard that any of our predecessors used to do that, and the people of knowledge disapprove of it and they are afraid that it might become a bida and that common and ignorant people might join to Ramadan what does not belong to it, if they were to think that the people of knowledge had given permission for that to be done and were seen doing it.

Yahya said that he heard Malik say, "I have never heard any of the people of knowledge and fiqh and those whom people take as an example forbidding fasting on the day of Jumua. Fasting on it is good, and I have seen one of the people of knowledge fasting it, and it seemed to me that he was keen to do so."

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 19: 19.1.1 - 19.6.16

I'tikaf in Ramadan
Top Index

Section 19.1: Mention of Iltikaf
Section 19.2: Things Without Which Itikaf is Not Possible
Section 19.3: Leaving Itikaf for the Id
Section 19.4: Making Up for the Itikaf (Not Done)
Section 19.5: Marriage in Itikaf
Section 19.6: Laylat al-Qadr

Section 19.1: Mention of Iltikaf
Top
Book 19, Number 19.1.1:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Urwa ibn az-Zubayr from Amra bint Abd ar-Rahman that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said,"When the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did itikaf he would bring his head near to me and I would comb it. He would only go into the house to relieve himself."


Book 19, Number 19.1.2:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Amra bint Abd ar-Rahman that when A'isha was doing itikaf she would only ask after sick people if she was walking and not if she was standing still.

Malik said, "A person doing itikaf should not carry out obligations of his, nor leave the mosque for them, nor should he help anyone. He should only leave the mosque to relieve himself. If he were able to go out to do things for people, visiting the sick, praying over the dead and following funeral processions would be the things with the most claim on his coming out."

Malik said, "A person doing itikaf is not doing itikaf until he avoids what some one doing itikaf should avoid, namely, visiting the sick, praying over the dead, and entering houses, except to relieve himself."


Book 19, Number 19.1.3:

Yahya told me from Malik that he had asked Ibn Shihab whether someone doing itikaf could go into a house to relieve himself, and he said, "Yes, there is no harm in that."

Malik said, "The situation that we are all agreed upon here is that there is no disapproval of anyone doing itikaf in a mosque where Jumua is held. The only reason I see for disapproving of doing itikaf in a mosque where Jumua is not held is that the man doing itikaf would have to leave the mosque where he was doing itikaf in order to go to Jumua, or else not go there at all. If, however, he is doing itikaf in a mosque where Jumua is not held, and he does not have to go to Jumua in any other mosque, then I see no harm in him doing itikaf there, because Allah, the Blessed and Exalted, says, 'While you are doing itikaf in mosques,' and refers to all mosques in general, without specifying any particular kind."

Malik continued, "Accordingly, it is permissiblefor a man to do itikaf in a mosque where Jumua is not held if he does not have to leave it to go to a mosque where Jumua is held."

Malik said, "A person doing itikaf should spend the night only in the mosque where he is doing itikaf, except if his tent is in one of the courtyards of the mosque. I have never heard that someone doing itikaf can put up a shelter anywhere except in the mosque itself or in one of the courtyards of the mosque.

Part of what shows that he must spend the night in the mosque is the saying of A'isha, 'When the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was doing itikaf, he would only go into the house to relieve himself.' Nor should he do itikaf on the roof of the mosque or in the minaret."

Malik said, "The person who is going to do itikaf should enter the place where he wishes to do itikaf before the sun sets on the night when he wishes to begin his itikaf, so that he is ready to begin the itikaf at the beginning of the night when he is going to start his itikaf. A person doing itikaf should be occupied with his itikaf, and not turn his attention to other things which might occupy him, such as trading or whatever. There is no harm, however, if some one doing itikaf tells some one to do something for him regarding his estate, or the affairs of his family, or tells someone to sell some property of his, or something else that does not occupy him directly. There is no harm in him arranging for someone else to do that for him if it is a simple matter."

Malik said, "I have never heard any of the people of knowledge mentioning any modification as far as how to do itikaf is concerned. Itikaf is an act of ibada like the prayer, fasting, the hajj, and such like acts, whether they are obligatory or voluntary. Anyone who begins doing any of these acts should do them according to what has come down in the sunna. He should not start doing anything in them that the muslims have not done, whether it is a modification that he imposes on others, or one that he begins doing himself. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, practised itikaf, and the muslims know what the sunna of itikaf is."

Malik said, "Itikaf and jiwar are the same, and Itikaf is the same for a village-dweller as it is for a nomad."


Section 19.2: Things Without Which Itikaf is Not Possible
Top
Book 19, Number 19.2.4:

Yahya told me from Malik that he had heard that al-Qasim ibn Muhammad and Nafi, the mawla of Abdullah ibn Umar said, "You cannot do itikaf unless you are fasting, because of what Allah, the Blessed and Exalted, says in His Book, 'And eat and drink until the white thread becomes clear to you from the black thread of dawn, then complete the fast until night-time, and do not have intercourse with them while you are doing itikaf in mosques,' (Sura 2 ayat 187). Allah only mentions itikaf together with fasting."

Malik said, "That is what we go by here."


Section 19.3: Leaving Itikaf for the Id
Top
Book 19, Number 19.3.5:

Yahya told me that Ziyad ibn Abd ar-Rahman said, "Malik related to us from Sumayy, the mawla of Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, that Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman was once doing itikaf and he would go out to relieve himself in a closed room under a roofed passage in Khalid ibn Walid's house. Otherwise he did not leave his place of itikaf until he went to pray at the Id with the muslims."


Book 19, Number 19.3.6:

Yahya told me from Ziyad from Malik that he saw some of the people of knowledge who, when they did itikaf in the last ten days of Ramadan, would not go back to their families until they had attended the Id al-Fitr with everybody.

Ziyad said that Malik said, "I heard this from the people of excellence who have passed away, and it is what I like most out of what I have heard about the matter."


Section 19.4: Making Up for the Itikaf (Not Done)
Top
Book 19, Number 19.4.7:

Ziyad told me from Malik from Ibn Shihab from Amra bint Abd ar-Rahman from A'isha that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, once wanted to do itikaf, and when he went off to the place where he wanted to do itikaf he found some tents there, which were A'isha's tent, Hafsa's tent, and Zaynab's tent. When he saw them he asked about them and someone told him that they were the tents of A'isha, Hafsa and Zaynab. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do you think them devout?" Then he left, and did not do itikaf until Shawwal, when he then did it for ten days.


Book 19, Number 19.4.8:

Malik was asked whether someone who went into a mosque to do itikaf for the last ten days of Ramadan and stayed there for a day or two but then became ill and left the mosque, had to do itikaf for the number of days that were left from the ten, or not, and if he did have to do so, then what month should he do it in, and he replied, "He should make up whatever he has to do of the itikaf when he recovers, whether in Ramadan or otherwise. I have heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, once wanted to do itikaf in Ramadan, but then came back without having done so, and then when Ramadan had gone, he did itikaf for ten days in Shawwal.

Some one who does itikaf voluntarily in Ramadan and some one who has to do itikaf are in the same position regarding what is halal for them and what is haram. I have not heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ever did itikaf other than voluntarily."

Malik said, that if a woman did itikaf and then menstruated during her itikaf, she went back to her house, and, when she was pure again she returned to the mosque, at whatever time it was that she became pure. She then continued her itikaf from where she left off. This was the same situation as with a woman who had to fast two consecutive months, and who menstruated and then became pure. She then continued the fast from where she had left off and did not delay doing so.


Book 19, Number 19.4.9:

Ziyad told me from Malik from Ibn Shihab that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to go to relieve himself in houses.

Malik said, "Someone doing itikaf should not leave for his parents' funeral or for anything else."


Section 19.5: Marriage in Itikaf
Top
Book 19, Number 19.5.9a:

Malik said, "There is no harm in someone who is in itikaf entering into a marriage contract as long as there is no physical relationship. A woman in itikaf may also be betrothed as long as there is no physical relationship. What is haram for someone in itikaf in relation to his womenfolk during the day is haram for him during the night."

Yahya said that Ziyad said that Malik said, "It is not halal for a man to have intercourse with his wife while he is in itikaf, nor for him to take pleasure in her by kissing her, or whatever. However, I have not heard anyone disapproving of a man, or woman, in itikaf getting married as long as there is no physical relationship. Marriage is not disapproved of for someone fasting."

"There is, however, a distinction between the marriage of someone in itikaf and that of someone who is muhrim, in that some one who is muhrim can eat, drink, visit the sick and attend funerals, but cannot put on perfume, whilst a man or woman in itikaf can put on oil and perfume and groom their hair, but cannot attend funerals or pray over the dead or visit the sick. Thus their situations with regard to marriage are different."

"This is the sunna as it has come down to us regarding marriage for those who are muhrim, doing itikaf, or fasting.


Section 19.6: Laylat al-Qadr
Top
Book 19, Number 19.6.10:

Yahya told me from Malik from Yazid ibn Abdullah ibn al-Hadi from Muhammad ibn Ibrahim al-Harith at-Taymi from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman that Abu Said al-Khudri said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to do itikaf in the middle ten days of Ramadan. One year he was doing itikaf and then, when it came to the night of the twenty-first, which was the night before the morning when he would normally have finished his itikaf, he said, 'Whoever has done i'tikaf with me should continue doing itikaf for the last ten days. I saw a certain night and then I was made to forget it. I saw myself prostrating the following morning in water and clay. Look for it in the last ten days, and look for it on the odd days.' "

Abu Said continued, "The sky poured with rain that night and the mosque had a roof (made of palm fronds) and the mosque was soaked. With my own eyes I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, leave with traces of water and clay on his forehead and nose, in the morning after the night of the twenty-first."


Book 19, Number 19.6.11:

Ziyad told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Search for Laylat al-Qadr in the last ten days of Ramadan."


Book 19, Number 19.6.12:

Ziyad told me from Malik from Abdullah ibn Dinar from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said. "Search for Laylat al-Qadr in the last seven days."


Book 19, Number 19.6.13:

Ziyad told me from Malik from Abu'n Nadr, the mawla of Umar ibn Ubaydullah, that Abdullah ibn Unays al-Juhani said to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, "Messenger of Allah, I am a man whose house is a long way away. Tell me one night so that I can stop my journey for it." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Stop on the twenty-third night of Ramadan."


Book 19, Number 19.6.14:

Ziyad told me from Malik from Humayd at-Tawil that 'Anas ibn Malik said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came out to us in Ramadan and said, 'I was shown a certain night in Ramadan and then two men abused each other and it was taken away. Look for it on the ninth and the seventh and the fifth.' "


Book 19, Number 19.6.15:

Ziyad told me from Malik from Nafi from Ibn 'Umar that some of the companions of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, were shown Laylat al-Qadr in their sleep during the last seven days. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "I see that your visions agree about the last seven days, so whoever is searching for it should do so in the last seven days."


Book 19, Number 19.6.16:

Ziyad told me from Malik that he had heard a man he trusted of the people of knowledge say, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was shown the lifespans of the people (who had gone) before him, or what Allah willed of that, and it was as if the lives of the people of his community had become too short for them to be able to do as many good actions as others before them had been able to do with their long lives, so Allah gave him Laylat al-Qadr, which is better than a thousand months."


Book 19, Number 19.6.17:

Ziyad told me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab used to say, "Whoever is present at isha on Laylat al-Qadr has taken his portion from it."

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 20: 20.1.1 - 20.78.264

Hajj
Top Index

Section 20.1: The Ghusl to Enter Ihram
Section 20.2: The Ghusl of Someone in Ihram
Section 20.3: Clothes Forbidden to be Worn in Ihram
Section 20.4: Wearing Clothes when in Ihram
Section 20.5: Veiling the Face while in Ihram
Section 20.6: Where People Should Enter Ihram
Section 20.7: How to Enter Ihram
Section 20.8: Raising the Voice in Talbiyya
Section 20.9: Doing Hajj on its Own
Section 20.10: Doing Hajj and Umra Together (Hajj al-Qiran)
Section 20.11: When to Stop the Talbiya
Section 20.12: How the People of Makka, and Those Besides Them Living There, Go into Ihram
Section 20.13: Situations when Ihram Not Obligatory for Garlanding Sacrificial Animals
Section 20.14: What a Menstruating Woman Does on Hajj
Section 20.15: Umra in the Months of Hajj
Section 20.16: When to Stop Saying the Talbiya for Umra
Section 20.17: Hajj At-Tamattu
Section 20.18: Circumstances in which Tamattu is Not Obligatory
Section 20.19: About Umra in General
Section 20.20: Marriage in Ihram
Section 20.21: Cupping in Ihram
Section 20.22: Game that can be Eaten by Someone who is in Ihram
Section 20.23: Game that is Not Halal to Eat in Ihram
Section 20.24: Hunting in the Haram
Section 20.25: Assessing the Forfeit for Hunting Game Animals that Someone in Ihram can Kill
Section 20.26: Animals that Someone in Ihram can Kill
Section 20.27: Things that Someone in Ihram is Allowed to do
Section 20.28: Doing the Hajj for Somebody Else
Section 20.29: Concerning Someone whose Path (to the House) is Blocked by an Enemy
Section 20.30: Concerning Someone who is Hindered (From Going To The House) by Something Other than an Enemy
Section 20.31: Concerning Building the Kaba
Section 20.32: Hastening (Raml) in the Tawaf
Section 20.33: Saluting the Corners during Tawaf
Section 20.34: Kissing the Corner of the Black Stone when Saluting the Corners
Section 20.35: The Two Rakas of Tawaf
Section 20.36: Praying after Subh (Fadjr) and Asr when doing Tawaf
Section 20.37: Taking Leave of the House
Section 20.38: Tawaf in General
Section 20.39: Starting with Safa in the Say
Section 20.40: Say in General
Section 20.41: Fasting the Day of Arafa
Section 20.42: Fasting on the Days of Mina
Section 20.43: What are Acceptable as Sacrificial Animals (Hadys)
Section 20.44: What to Do with Sacrificial Animals (Hadys) while They are being Driven
Section 20.45: What to Do with Sacrificial Animals (Hadys) if They get Injured or Stray
Section 20.46: The Animal (Hady) to be Sacriticed for Intercourse in Ihram
Section 20.47: The Animal (Hady) to be Sacrificed for Missing the Hajj
Section 20.48: Intercourse with One's Wife Before Doing the Tawaf al-Ifada
Section 20.49: The Sacrificial Animals that are Considered Least Difficult
Section 20.50: Sacrificial Animals in General
Section 20.51: The Wuquf at Arata and Muzdalifa
Section 20.52: Wuquf while Not in Wudu, and Wuquf on a Riding Beast
Section 20.53: The Wuquf at Arafa of Someone who Misses the Hajj
Section 20.54: Sending Women and Children Ahead
Section 20.55: Going from Arafa to Muzdalifa
Section 20.56: Sacrificing during the Hajj
Section 20.57: How to Make the Sacrifice
Section 20.58: Shaving the Head
Section 20.59: Cutting the Hair
Section 20.60: Matting the Hair
Section 20.61: Doing the Prayer in the House, Shortening the Prayer, and Hastening the Khutba at Arafa
Section 20.62: Doing the Prayer at Muzdalifa
Section 20.63: Doing the Prayer at Mina
Section 20.64: The Prayer of the Visitor of Makka or Mina
Section 20.65: Saying the Takbir During the Days of Tashriq
Section 20.66: Doing the Prayer at al-Muarras and al-Muhassab
Section 20.67: Staying Overnight at Makka on the Nights of Mina
Section 20.68: Stoning the Jamras
Section 20.69: Indulgence with Respect to Stoning the Jamras
Section 20.70: A Menstruating Woman's Entering Makka
Section 20.71: The Tawaf al-Ifada of a Menstruating Woman
Section 20.72: The Compensation (Fidya) for Killing Birds and Wild Animals in Ihram
Section 20.73: The Fidya for Killing Locusts in Ihram
Section 20.74: What to Do for Forgetfulness in the Rituals
Section 20.75: Compensation (Fidya) in General
Section 20.76: The Hajj in General
Section 20.77: The Hajj of a Woman without a Mahram
Section 20.78: Fasting in at-Tamattu

Section 20.1: The Ghusl to Enter Ihram
Top
Book 20, Number 20.1.1:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father from Asma bint Umays that she gave birth to Muhammad ibn Abi Bakr at al-Bayda. Abu Bakr mentioned this to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he said, "Tell her to do ghusl and then enter ihram."


Book 20, Number 20.1.2:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Said ibn al-Musayyab that Asma bint Umays gave birth to Muhammad ibn Abi Bakr at Dhu'l-Hulayfa and Abu Bakr told her to do ghusl and then enter ihram.


Book 20, Number 20.1.3:

Yahya told me from Malik from Nafi' that 'Abdullah ibn Umar used to do ghusl for ihram before he entered ihram, and for entering Makka, and for standing on the afternoon of 'Arafa.


Section 20.2: The Ghusl of Someone in Ihram
Top
Book 20, Number 20.2.4:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from Ibrahim ibn Abdullah ibn Hunayn from his father Abdullah ibn Hunayn that Abdullah ibn Abbas and al-Miswar ibn Makhrama once had a disagreement at al-Abwa. Abdullah said that some one in ihram could wash his head, and al Miswar ibn Makhrama maintained that some one in ihram could not wash his head.

Abdullah ibn Hunayn continued, "Abdullah ibn Abbas sent me to Abu Ayyub al-Ansari, and I found him doing ghusl between the posts of a well, screened by a garment. I greeted him and hesaid, 'Who is that?' I replied, 'I am 'Abdullah ibn Hunayn. 'Abdullah ibn Abbas sent me to you to ask how the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to wash his head when he was in ihram.' "

He continued, "Abu Ayyub put his hand on the garment and pulled it down until I could see his head. He said to the man who was pouring out the water for him, 'Pour,' and he poured some over his head. Then he passed his hands over his head from the front to the back and then to the front again, and then said, 'I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, doing it like this.' "


Book 20, Number 20.2.5:

Malik told me from Humayd ibn Qays from Ata ibn Abi Rabah that 'Umar ibn alKhattab once asked Yala ibn Munya, who was pouring out water for him while he was having a ghusl, to pour some on his head. Ya'la said, "Are you trying to make me responsible? I will only pour it out if you tell me to do so." Umar ibn al-Khattab said, "Pour. It will only make (my head) more unkempt."


Book 20, Number 20.2.6:

Malik told me from Nafi that Abdullah ibn Umar would spend the night between the two trails in the valley of Dhu Tuwa when he was approaching Makka. Then he would pray Subh (Fadjr), and after that he would enter Makka by the trail which is at the highest part of Makka. He would never enter Makka, if he was coming for hajj or umra, without doing ghusl beforehand when he was near Makka at Dhu Tuwa, and he would tell whoever was with him to do likewise.


Book 20, Number 20.2.7:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar would never wash his head while he was in ihram except if he had to do ghusl because of a wet dream.

Malik said, "I have heard the people of knowledge say that there is no harm in someone who is in ihram rubbing his head with certain kinds of plants after he has stoned the Jamrat al-Aqaba but before he has shaved his head, because once he has finished stoning the Jamrat al-Aqaba it is halal for him to kill lice, to shave his head, to clean himself of body hair, and to wear normal clothes."


Section 20.3: Clothes Forbidden to be Worn in Ihram
Top
Book 20, Number 20.3.8:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that a man once asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, what clothes someone in ihram could wear, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do not wear shirts, turbans, trousers, burnouses, or leather socks, except if you cannot find sandals. In that case you can wear leather socks, but cut them off below the ankles. Do not wear any clothes that have been touched by saffron or yellow dye."

Yahya said that Malik was asked about the hadith attributed to the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, "Whoever cannot find a waist wrapper should wear trousers," and he said, "I have never heard this, and I do not think that some one who is in ihram can wear trousers, because among the things which the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, forbade some one in ihram to wear were trousers, and he did not make any exception for them although he did make an exception for leather socks."

20.4 Wearing Clothes when in Ihram


Section 20.4: Wearing Clothes when in Ihram
Top
Book 20, Number 20.4.9:

Yahya told me from Malik from 'Abdullah ibn Dinar that Abdullah ibn Umar said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade anyone in ihram to wear a garment which had been dyed with saffron or yellow dye, and said, 'Anyone that cannot find sandals can wear leather socks, but he should cut them off below the ankles.' "


Book 20, Number 20.4.10:

Yahya told me from Malik from Nafi that he had heard Aslam, the mawla of Umar ibn al-Khattab, telling 'Abdullah ibn Umar that Umar ibn al-Khattab once saw a dyed garment on Talha ibn Ubaydullah while he was in ihram and Umar said, "What is this dyed garment, Talha?", and Talha said, "Amir al-muminin, it is only mud.'' Umar said, "You and your like are taken by people as Imams, and if an ignorant man were to see this garment he would say that Talha ibn Ubaydullah used to wear a dyed robe while he was in ihram. So do not wear any form of dyed clothes."


Book 20, Number 20.4.11:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that Asma bint Abi Bakr had worn clothes that were completely dyed with safflower while she was in ihram, though there was not any saffron in them.

Yahya said that Malik was asked if a garment which had been perfumed could be used for ihram if the smell of the perfume had gone, and he said, "Yes, as long as there is no saffron or yellow dye in it."


Book 20, Number 20.4.12:

Yahya told me from Malik from Nafi that 'Abdullah ibn 'Umar used to disapprove of anybody wearing a belt or girdle while in ihram.


Book 20, Number 20.4.13:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Sa'id that he heard Said ibn al Musayyab say, about the girdle worn by some one in ihram under his clothes, "There is no harm in it if he ties the ends together as a belt."

Malik said, "This is what I like most out of what I have heard about the matter."


Section 20.5: Veiling the Face while in Ihram
Top
Book 20, Number 20.5.13a:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that al-Qasim ibn Muhammad said that al-Furafisa ibn Umayr al-Hanafi saw Uthman ibn Affan at al-Arj, and he was covering his face while in ihram.


Book 20, Number 20.5.13b:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say that a man in ihram should not veil anything above his chin .


Book 20, Number 20.5.14:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar shrouded his son Waqid ibn Abdullah, who had died at al-Juhfa while in ihram, and he veiled his head and face and said, "If we had not been in ihram we would have perfumed him. "

Malik said, "A man can only do things while he is alive. When he is dead, his actions stop."


Book 20, Number 20.5.15:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say that a woman in ihram should wear neither a veil nor gloves.


Book 20, Number 20.5.16:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that Fatima bint al-Mundhir said, "We used to veil our faces when we were in ihram in the company of Asma bint Abi Bakr as-Siddiq."

20.7 Wearing Perfume during Hajj.


Book 20, Number 20.5.17:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "I perfumed the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, for his ihram before he entered ihram, and when he came out of ihram before he did tawaf of the House."


Book 20, Number 20.5.18:

Yahya told me from Malik from Humayd ibn Qays from Ata ibn Rabah that a bedouin came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, when he was at Hunayn, and he was wearing a shirt with traces of yellow on it. He said, "Messenger of Allah, I have entered ihram for umra. What should I do?" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "Take off your shirt and wash off this yellowness and do in umra as you would do on hajj."


Book 20, Number 20.5.19:

Yahya told me from Malik from Nafi from Aslam, the mawla of Umar ibn al Khattab, that Umar ibn al-Khattab discovered the smell of perfume while he was at ash-Shajara, and he asked, "Who is this smell of perfume coming from?" Muawiya ibn Abi Sufyan answered, "From me, amir al-muminin." Umar said, "From you? By the life of Allah!" Muawiya explained, "Umm Habiba perfumed me, amir al-muminin. "'Umar then said, "You must go back and wash it off."


Book 20, Number 20.5.20:

Yahya told me from Malik from as-Salt ibn Zubayd from more than one of his family that Umar ibn al-Khattab discovered the smell of perfume while he was at ash-Shajara. Kathir ibn as-Salt was at his side, and Umar asked, "Who is this smell of perfume coming from?", and Kathir said, "From me, amir al-muminin. I matted my hair with perfume and I intended not to shave it.'' Umar said, "Go to a sharaba and rub your head until it is clean," and Kathir did so.

Malik explained, "A sharaba is the ditch at the base of a date-palm."


Book 20, Number 20.5.21:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said and 'Abdullah ibn Abi Bakr and Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman that al-Walid ibn Abd al-Malik asked Salim ibn Abdullah and Kharija ibn Zayd ibn Thabit if he could use perfume after he had stoned the jamra and shaved his head, but before he had left for the tawafal-ifada. Salim forbade him to do so, but Kharija ibn Zayd ibn Thabit said that he could.

Malik said, "There is no harm in a man oiling himself with an oil which does not have any perfume in it, either before he enters ihram, or before he leaves Mina for the tawaf al-ifada, if he has stoned the jamra."

Yahya said that Malik was asked whether someone in ihram could eat food with saffron in it, and he said, "There is no harm in some one in ihram eating it if it has been cooked. If, however, it has not been cooked he should not eat it."


Section 20.6: Where People Should Enter Ihram
Top
Book 20, Number 20.6.22:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "The people of Madina should enter ihram at Dhu'l-Hulayfa, the people of Syria should do so at al-Juhfa, and the people of Najd should do so at Qarn."

Abdullah ibn Umar added, "I have heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'The people of Yemen should enter ihram at Yalamlam.' "


Book 20, Number 20.6.23:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Dinar that Abdullah ibn Umar said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, told the people of Madina to enter ihram at Dhu'l-Hulayfa, the people of Syria to do so at al-Juhfa, and the people of Najd to do so at Qarn.'


Book 20, Number 20.6.24:

Abdullah ibn Umar said, "I heard these three from the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. I was also told that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'The people of Yemen should enter ihram at Yalamlam.' "


Book 20, Number 20.6.25:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar once entered ihram at al-Fur.


Book 20, Number 20.6.26:

Yahya told me from Malik from a reliable source that Abdullah ibn Umar once entered ihram at Ilya (Jerusalem).


Book 20, Number 20.6.27:

Yahya told me from Malik that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, once entered ihram at al-Jiirrana (near Makka) for an umra.


Section 20.7: How to Enter Ihram
Top
Book 20, Number 20.7.28:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Umar that the talbiya of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was, "I am at Your service, O Allah, I am at Your service. You have no partner. I am at Your service. Praise and blessing belong to You, and the Kingdom. You have no partner."

Labayk, Allahumma labayk, la sharika laka labayk. Inna'l-hamda wa'n-nimata laka wa'l-mulk, la sharika lak.

Malik said that Abdullah ibn Umar used to add, "I am at Your service, I am at Your service. I am at Your service and at Your call. Good is in Your hands, and I am at Your service. Our desire is for You, and our action ."

Labayk, labayk, labayk wa sadayka wa'l-khayr biyadayka labayk wa'r-raghba'u ilayka wa'l-amalu.


Book 20, Number 20.7.29:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to pray two rakas in the mosque at Dhu'l-Hulayfa, and then, when he had got on to his camel and it had stood up, he would begin doing talbiya.


Book 20, Number 20.7.30:

Yahya told me from Malik from Musa ibn Uqba that Salim ibn Abdullah heard his father say, "Your claim that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, entered ihram from this desert of yours is not true, because he only entered ihram from the mosque, i.e. the mosque of Dhu'l-Hulayfa."


Book 20, Number 20.7.31:

Yahya told me from Malik from Said ibn Abi Said al-Maqburi that Ubayd ibn Jurayj once said to Abdullah ibn Umar, "Abu Abd ar-Rahman, I have seen you doing four things which I have never seen any of your companions doing." He said, "What are they, Ibn Jurayj?" and he replied, "I have seen you touching only the twoYamani corners, I have seen you wearing hairless sandals, I have seen you using yellow dye, and, when you were at Makka and everybody had started doing talbiya after seeing the new moon, I saw that you did not do so until the eighth of Dhu'l-Hijja."

Abdullah ibn Umar replied, "As for the corners, I only ever saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, touching the two Yamani corners. As for the sandals, I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, wearing hairless sandals and doing wudu in them, and I like wearing them. As for using yellow dye, I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, using it, and I also like to use it for dyeing things with. As for doing talbiya, I never saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, begin doing so until he had set out on the animal he was riding on (i.e. for Mina and Arafa)."


Book 20, Number 20.7.32:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to pray in the mosque of Dhu'l-Hulayfa, and then go outside and get on his camel and when his camel had stood up he would begin to do talbiya.


Book 20, Number 20.7.33:

Yahya told me from Malik that he had heard that Abd al-Malik ibn Marwan had started to do talbiya at the mosque of Dhu'l-Hulayfa, after the animal he was riding on had stood up, and that Aban ibn Uthman had told him to do this.


Section 20.8: Raising the Voice in Talbiyya
Top
Book 20, Number 20.8.34:

Yahya told me from Malik from 'Abdullah ibn Abi Bakr ibn Muhammad ibn Amr ibn Hazm from Abd al-Malik ibn Abi Bakr ibn al-Harith ibn Hisham from Khallad ibn as-Sa'ib al-Ansari from his father that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Jibril came to me and told me to tell my companions, or whoever was with me, to raise their voices when doing talbiya."


Book 20, Number 20.8.35:

Yahya told me from Malik that he had heard the people of knowledge say, "Women do not have to raise their voices when they are doing talbiya, and a woman should only speak loudly enough to hear herself."

Malik said, "Some one who is in ihram should not raise his voice when doing talbiya if he is in a mosque where there are groups of people. He should only speak loudly enough for himself and those who are near him to be able to hear, except in the Masjid alHaram and the mosque at Mina, where he should raise his voice."

Malik said, "I have heard some of the people of knowledge recommending (people to do) talbiya at the end of every prayer and at every rise on the route."


Section 20.9: Doing Hajj on its Own
Top
Book 20, Number 20.9.36:

Yahya told me from Malik, from Abu'l-Aswad Muhammad ibn Abd ar-Rahman, fromUrwa ibn az-Zubayr, that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "We set out with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the year of the farewell hajj, and some of us went into ihram to do umra, some of us went into ihram to do hajj and umra, and some of us went into ihram to do hajj on its own. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, went into ihram to do hajj on its own. Those who had gone into ihram to do umra came out of ihram (after doing umra). Those who had gone into ihram to do hajj (on its own), or to do both hajj and umra, did not come out of ihram until the day of the sacrifice."


Book 20, Number 20.9.37:

Yahya told me from Malik, from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim, from his father, from A'isha, umm al-muminin, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did hajj on its own.


Book 20, Number 20.9.38:

Yahya told me from Malik, from Abu'l-Aswad Muhammad ibn 'Abd ar-Rahman, from Urwa ibn az-Zubayr, from A'isha, umm al-muminin, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did hajj on its own.


Book 20, Number 20.9.39:

Yahya told me from Malik that he had heard the people of knowledge say, "If someone goes into ihram to do hajj on its own, he cannot then go into ihram to do umra.''

Malik said, "This is what I have found the people of knowledge in our city doing."


Section 20.10: Doing Hajj and Umra Together (Hajj al-Qiran)
Top
Book 20, Number 20.10.40:

Yahya told me from Malik, from Jafar ibn Muhammad, from his father, that al-Miqdad ibn al-Aswad once went to see AIi ibn Abi Talibat as-Suqya, where he was feeding some young camels of his with a mash of meal and leaves, and he said to him, "This man Uthman ibn Affan is telling people that they cannot do hajj and umra together."

Al-Miqdad said, "Ali ibn Abi Talib went off with bits of meal and leaves on his forearms - and I shall never forget the sight of the meal and the leaves on his arms - and went to see Uthman ibn Affan and asked him, 'Are you saying then that people cannot do hajj and umra together?' Uthman replied, 'That is my opinion.' Whereupon AIi got angry and went out saying, 'I am at your service, O Allah, I am at your service for a hajj and an umra together.' "

Malik said, "Our position (here in Madina) is that someone who does hajj and umra together should not remove any of his hair, nor should he come out of ihram in any way until he has sacrificed an animal, if he has one. He should come out of ihram at Mina, on the day of the sacrifice."


Book 20, Number 20.10.41:

Yahya told me from Malik, from Muhammad ibn Abd ar-Rahman, from Sulayman ibn Yasar, that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, set out for hajj in the year of the farewell hajj, some of his companions went into ihram to do hajj on its own, some of them combined hajj and umra, and some went into ihram to do umra on its own. Those who had gone into ihram to do hajj, or hajj and umra together, did not come out of ihram, whils tthose who had gone into ihram to doumra (on its own) came out of ihram.


Book 20, Number 20.10.42:

Yahya told me from Malik that he had heard some of the people of knowledge say, "If someone goes into ihram to do umra and then wants to go into ihram to do hajj as well, he can do so, as long as he has not done tawaf of the House and s'ay between Safa and Marwa. This is what Abdullah ibn 'Umar did when he said, 'If I am blocked from the House we shall do what we did when we were with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace.' He then turned to his companions and said, 'It is the same either way. I call you to witness that I have decided in favour of hajj and umra together. ' "

Malik said, "The companions of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, went into ihram to do umra in the year of the farewell hajj, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to them, 'Anyone that has a sacrificial animal with him should go into ihram to do hajj and umra together, and he should not come out of ihram until he has finished both.' "


Section 20.11: When to Stop the Talbiya
Top
Book 20, Number 20.11.43:

Yahya told me from Malik that Muhammad ibn Abi Bakr ath-Thaqafi once asked Anas ibn Malik, while the two of them were going from Mina to Arafa, "What did you use to do on this day when you were with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace?" He said, "Those of us who were saying the talbiya would continue doing so, and no-one disapproved of it, and those of us who were saying 'Allahu akbar' would continue doing so, and no-one disapproved of that either."


Book 20, Number 20.11.44:

Yahya told me from Malik, from Jafar ibn Muhammad, from his father, that AIi ibn Abi Talib used to say the talbiya while on hajj until after noon on the day of Arafa, when he would stop doing so.

Yahya said that Malik said, "This is what the people of knowledge in our city are still doing."


Book 20, Number 20.11.45:

Yahya told me from Malik, from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim, from his father, that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, would stop saying the talbiya when she arrived at the place of standing (i.e. Arafa) .


Book 20, Number 20.11.46:

Yahya told me from Malik, from Nafi, that when 'Abdullah ibn Umar was doing hajj he would keep saying the talbiya until he reached the Haram and did tawaf of the House and say between Safa and Marwa. He would then say the talbiya until he left Mina to go to Arafa, at which point he would stop doing so. If he was doing umra he would stop saying the talbiya on entering the Haram.


Book 20, Number 20.11.47:

Yahya told me from Malik that Ibn Shihab used to say, "Abdullah ibn Umar would never say the talbiya while he was doing tawaf of the House."


Book 20, Number 20.11.48:

Yahya told me from Malik, from AIqama ibn Abi AIqama, from his mother, that A'isha, umm al-muminin, used to camp on the plain of Arafa at a place called Namira, and then later she changed to another place called al-Arak.

She said, ''A'isha, and those who were with her, would say the talbiya while she was at the place where they were camping, and then, when she had mounted and set out towards the place of standing, she would stop doing so."

She continued, ''A'isha used to do umra when she was in Makka after the hajj was over, in the month of Dhu'l-Hijja.Then she stopped doing that, and instead would set out before the new moon of Muharram for al-J uhfa, where she would stay until she saw the new moon, and then, when she had seen the new moon, she would go into ihram to do umra."


Book 20, Number 20.11.49:

Yahya told me from Malik, from Yahya ibn Said, that Umar ibn Abd alAziz was once going from Mina (to Arafa) on the day of Arafa and heard the takbir being said loudly, so he sent the guard to shout out to the people, "O people, you should be saying the talbiya."


Section 20.12: How the People of Makka, and Those Besides Them Living There, Go into Ihram
Top
Book 20, Number 20.12.50:

Yahya told me from Malik, from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim, from his father, that Umar ibn al-Khattab said, "People of Makka, why is it that people arrive dishevelled while you still have oil on your hair? Go into ihram when you see the new moon."


Book 20, Number 20.12.51:

Yahya told me from Malik, from Hisham ibn Urwa, that Abdullah ibn az-Zubayr stayed in Makka for nine years. He would go into ihram for hajj at the beginning of Dhu'l-Hijja, and Urwa ibn az-Zubayr, who was with him, would do likewise.

Yahya said that Malik said, "The people of Makka and whoever else is living there besides them should go into ihram for hajj if they are in Makka, and anyone that is living in the centre of Makka and is not one of the people of Makka should not leave the Haram."

Yahya said that Malik said, "Someone who goes into ihram for hajj in Makka should delay tawaf of the House and the sa'y between Safa and Marwa until he has come back from Mina, which is what Abdullah ibn Umar used to do."

Malik was asked what the people of Madina, or anybody else, should do about tawaf if they went into ihram in Makka at the beginning of Dhu'l-Hijja, and he said, "They should delay the obligatory tawaf, which is the one they combine with the say between Safa and Marwa, but they can do whatever other tawaf they want to, and they should pray two rakas every time they complete seven tawafs, which is what the companions of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did when they had gone into ihram to do hajj. They delayed the tawaf of the House and the sa'y between Safa and Marwa until they had come back from Mina. Abdullah ibn Umar also did this, going into ihram for hajj in Makka at the beginning of Dhu'l-Hijja, and then delaying tawaf of theHouse and the say between Safa and Marwa until he had come back from Mina."

Malik was asked whether one of the people of Makka could go into ihram to do umra in the centre of Makka, and he said, "No. He should go outside the Haram and go into ihram there."


Section 20.13: Situations when Ihram Not Obligatory for Garlanding Sacrificial Animals
Top
Book 20, Number 20.13.52:

Yahya told me from Malik, from 'Abdullah ibn Abi Bakr ibn Muhammad, that Amra bint 'Abd ar-Rahman told him that Ziyad ibn Abi Sufyan once wrote to A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, saying, "'Abdullah ibn Abbas said that whatever was haram for some one doing hajj was also haram for some one who sent a sacrificial animal until the animal was sacrificed. I have sent one, so write and tell me what you say about this, or tell the man in charge of the animal what to do.

Amra said that A'isha said, "It is notas Ibn Abbas has said. I once plaited the garlands for the sacrificial animal of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, with my own two hands. Then after that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, himself put the garlands on the animal and then sent it with my father. And there was nothing that Allah had made halal forthe Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, that was haram for him until such time as the animal had been sacrificed."


Book 20, Number 20.13.53:

Yahya told me from Malik that Yahya ibn Said said, "I asked Amra bint Abd ar-Rahman if there was anything that was haram for someone who sent a sacrificial animal (to Makka) but did not go there himself, and she told me that she had heard A'isha say, 'It is only some one who goes into ihram for hajj and begins saying the talbiya for whom things are haram.' "


Book 20, Number 20.13.54:

Yahya told me from Malik, from Yahya ibn Said, from Muhammad ibn Ibrahim ibn al-Harith at-Taymi, that Rabia ibn Abdullah ibn al-Hudayr once saw a man in a state of ihram in Iraq. So he asked people about him and they said, "He has given directions for his sacrificial animal to be garlanded, and it is for that reason that he has put on ihram ."

Rabia said, "I then met Abdullah ibn az-Zubayr and so I mentioned this to him and he said, 'By the Lord of the Kaba, an innovation.' "

Malik was asked about some one who set out with his own sacrificial animal and marked it and garlanded it at Dhu'l-Hulayfa, but did not go into ihram until he had reached al-Juhfa,and hesaid, "I do not like that, and whoever does so has not acted properly. He should only garland his sacrificial animal, or mark it, when he goes into ihram, unless it is someone who does not intend to do hajj, in which case he sends it off and stays with his family."

Malik was asked if somone who was not in ihram could set out with a sacrificial animal, and he said, "Yes. There is no harm in that."

He was also asked to comment on the different views people had about what became haram for some one who garlanded a sacrificial animal but did not intend to do either hajj or umra, and he said, "What we go by as far as this is concerned is what A'isha, umm al-muminin said, 'The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent his sacrificial animal off and did not go there himself, and there was nothing that Allah had made halal for him that was haram for him until the animal had been sacrificed.' "


Section 20.14: What a Menstruating Woman Does on Hajj
Top
Book 20, Number 20.14.55:

Yahya told me from Malik, from Nafi, that Abdullah ibn Umar used to say, "A menstruating woman who wants to go into ihram to do either hajj or umra can do so if she so wishes, but she cannot do tawaf of the House, nor the say between Safa and Marwa. She can participate in all the rituals along with everybody else, except that she cannot do tawaf of the House, nor the say between Safa and Marwa, nor can she come near the mosque until she is pure."


Section 20.15: Umra in the Months of Hajj
Top
Book 20, Number 20.15.56:

Yahya told me from Malik that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did umra three times: in the year of Hudaybiya, in the year of al-Qadiyya, and in the year of al-Jiirrana.


Book 20, Number 20.15.57:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa, from his father, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, only did three umras, one of them in Shawwal, and two in Dhu'l-Qada.


Book 20, Number 20.15.58:

Yahya told me from Malik, from Abd ar-Rahman ibn Harmala al-Aslami, that somebody asked Said ibn al-Musayyab, "Can I do umra before I do hajj?", and Said said, "Yes, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did umra before doing hajj."


Book 20, Number 20.15.59:

Yahya told me from Malik, from Ibn Shihab, from Said ibn al-Musayyab, that Umar ibn Abi Salama once asked Umar ibn alKhattab for permission to do umra in Shawwal. He gave him permission, so he did umra and then went back to his family, and he did not do hajj.


Section 20.16: When to Stop Saying the Talbiya for Umra
Top
Book 20, Number 20.16.60:

Yahya told me from Malik, from Hisham ibn 'Urwa, that his father would stop saying the talbiya when he entered the Haram, if he was doing 'umra.

Malik said that someone who went into ihram at at-Tanim should stop saying the talbiya when he saw the House.

Yahya said that Malik was asked where a man from the people of Madina, or elsewhere, who had begun doing umra at one of the mawaqit, should stop saying the talbiya, and he said, "Someone who goes into ihram at one of the mawaqit should stop saying the talbiya when he arrives at the Haram."

Malik added, "I have heard that Abdullah ibn Umar used to do that."


Section 20.17: Hajj At-Tamattu
Top
Book 20, Number 20.17.61:

Yahya told me from Malik, from Ibn Shihab, that Muhammad ibn Abdullah ibn al-Harith ibn Nawfal ibn Abd al-Muttalib told him that he had heard Sad ibn Abi Waqqas and ad-Dahhak ibn Qays discussing tamattu in between umra and hajj. Ad-Dahhak ibn Qays said, "Only someone who is ignorant of what Allah, the Exalted and Glorified, says would do that." Whereupon Sad said, "How wrong is what you have just said, son of my brother!" Ad-Dahhak said, ''Umar ibn al-Khattab forbade that," and Sad said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did it, and we did it with him."


Book 20, Number 20.17.62:

Yahya told me from Malik, from Sadaqa ibn Yasar, that Abdullah ibn Umar said, "By Allah, I would rather do umra before hajj and sacrifice an animal than do umra after hajj in the month of Dhu'l-Hijja."


Book 20, Number 20.17.63:

Yahya told me from Malik, from Abdullah ibn Dinar, that Abdullah ibn Umar used to say, "Anyone that does umra in the months of hajj, that is, in Shawwal, Dhu'l-Qada, or in Dhu'l-Hijja before the hajj, and then stays in Makka until the time for hajj, is doing tamattu if he then does hajj. He must sacrifice whatever animal it is easy for him to obtain, and if he cannot find one then he must fast three days during hajj and seven days when he returns."

Malik said, "This is only the case if he stays until the hajj and does hajj in that same year."

Malik said that if someone who was from Makka but had stopped living there and gone to live elsewhere, came back to do umra in the months of the hajj and then stayed in Makka to begin hajj there, he was doing tamattu, and had to offer up a sacrificial animal, or fast if he could not find one. He was not the same as the people of Makka.

Malik was asked whether someone who was not from Makka and entered Makka to do umra in the months of hajj with the intention of staying on to begin his hajj there was doing tamattu or not, and he said, "Yes, he is doing tamattu, and he is not the same as the people of Makka, even if he has the intention of staying there. This is because he has entered Makka, and is not one of its people, and making a sacrifice or fasting is incumbent on anyone who is not from Makka, and, although he intends to stay, he does not know what possibilities might arise later. He is not one of the people of Makka."


Book 20, Number 20.17.64:

Yahya told me from Malik that Yahya ibn Said used to hear Said ibn al-Musayyab say, "Anyone that does umra in Shawwal, Dhu'l-Qada or Dhu l-Hijja, and then stays in Makka until it is time for the hajj, is doing tamattu if he then does hajj. He must sacrifice whatever animal it is easy for him to obtain, and if he cannot find one then he must fast three days during hajj and seven days when he returns."


Section 20.18: Circumstances in which Tamattu is Not Obligatory
Top
Book 20, Number 20.18.65:

Malik said, "Someone who does umra in Shawwal, Dhu'l-Qada or Dhu'l-Hijja and then goes back to his people, and then returns and does hajj in that same year does not have to sacrifice an animal. Sacrificing an animal is only incumbent on some one who does umra in the months of hajj, and then stays in Makka and then does hajj. A person not from Makka who moves to Makka and establishes his home there and does umra in the months of the hajj and then begins his hajj there is not doing tamattu. He does not have to sacrifice an animal nor does he have to fast. He is in the same position as the people of Makka if he is one of those who are living there."

Malik was asked whether a man from Makka who had gone to live in another town or had been on a journey and then returned to Makka with the intention of staying there, regardless of whether he had a family there or not, and entered it to do umra in the months of the hajj, and then began his hajj there, beginning his umra at the miqat of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, or at a place nearer than that, was doing tamattu or not?

Malik answered, "He does not have to sacrifice an animal or fast as someone who is doing tamattu has to do. This is because Allah, the Blessed and Exalted, says in His Book, 'That is for someone whose family are not present at Masjid al-Haram. '


Section 20.19: About Umra in General
Top
Book 20, Number 20.19.66:

Yahya told me from Malik, from Sumayy, the mawla of Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, from Abu Salih as-Samman, from Abu Hurayra, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace ,said, "Umra is an expiation for what is between it and the next umra, and the only reward for an accepted hajj is the Garden."


Book 20, Number 20.19.67:

Yahya told me from Malik that Sumayy, the mawla of Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman, heard Abu Bakribn Abd ar-Rahman say, "A woman came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and said, 'I had arranged to do hajj, but I was prevented,' and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Do umra in Ramadan, for doing umra in it is like doing hajj.' "


Book 20, Number 20.19.68:

Yahya told me from Malik, from Nafi, from Abdullah ibn Umar, that Umar ibn al-Khattab said, "Keep your hajj separate from your umra. That way your hajj will be more complete. And your umra will be more complete if you do it outside of the months of the hajj."


Book 20, Number 20.19.69:

Yahya told me from Malik that he had heard that Uthman ibn Affan would sometimes never get down from the animal he was riding on when he was doing umra, until he had returned .

Malik said, ''Umra is a sunna, and we do not know of any muslim who has ever said that it is permissible not to do it."

Malik said, "I do not think that anyone can do more than one umra in any one year."

Malik said that someone doing umra who had sexual intercourse with his wife had to sacrifice an animal and do a second umra, which he had to begin when he had finished the one that he had spoiled. He should go into ihram at the same place where he went into ihram for the umra which he had spoiled, except if he had entered into ihram at a place further away than his miqat. This was because he only had to go into ihram from his miqat.

Malik said, "Someone who entered Makka to do umra, and does tawaf of the House and say between Safa and Marwa while he is junub, or not in wudu, and afterwards has intercourse with his wife, and then remembers, should do ghusl, or wudu, and then go back and do tawaf around the House and say between Safa and Marwa and do another umra and sacrifice an animal. A woman should do the same if her husband has intercourse with her while she is in ihram. "

Malik said, "As for beginning umra at at-Tanim, (it is not the only alternative). It is permissible if Allah wills for some one to leave the Haram and go into ihram if he wishes, but the best way is for him to go into ihram at the miqat which the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used (i.e. at-Tanim), or one which is further away."


Section 20.20: Marriage in Ihram
Top
Book 20, Number 20.20.70:

Yahya told me from Malik, from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman, from Sulayman ibn Yasar, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent Abu Rafi and a man of the Ansar to arrange his marriage to Maymuna bint al-Harith, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was in Madina before he had left for umra.


Book 20, Number 20.20.71:

Yahya told me from Malik, from Nafi, from Nubayh ibn Wahb, who was from the tribe of Bani Abd ad-Dar, that Umar ibn Ubaydullah sent a message to Aban ibn Uthman (who was amir of the hajj at the time), while both of them were in ihram, saying, "I want to marry Bint Shayba ibn Jubayr to Talha ibn Umar and I want you to be present." Aban told him that he should not do that and said, "I heard Uthman ibn Affan say that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'A man in ihram should not marry, or give in marriage, or get betrothed.' "


Book 20, Number 20.20.72:

Yahya told me from Malik, from Da'ud ibn al-Husayn, that Abu Ghatafan ibn Tarif al-Murri told him that his father Tarif had married a woman while he was in ihram, and Umar ibn al-Khattab had rescinded the marriage.


Book 20, Number 20.20.73:

Yahya told me from Malik, from Nafi, that Abdullah ibn Umar used to say, "Someone in ihram may neither get married, nor arrange a marriage for himself or others."


Book 20, Number 20.20.74:

Yahya told me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab, Salim ibn Abdullah and Sulayman ibn Yasar were asked about whether someone in ihram could get married, and they said, "Some one in ihram may neither get married nor give some one in marriage."

Malik said that a man who was in ihram could return to his wife if he wanted to, if she was still in her idda after she had been divorced from him.


Section 20.21: Cupping in Ihram
Top
Book 20, Number 20.21.75:

Yahya told me from Malik, from Yahya ibn Sa'id, from Sulayman ibn Yasar, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was once cupped on the top of his head while he was in ihram, at Lahyay Jamal, which is a place on the road to Makka.


Book 20, Number 20.21.76:

Yahya told me from Malik, from Nafi, that Abdullah ibn Umar used to say, "Someone in ihram should not be cupped, except when there is no other alternative."

Malik said, "Someone who is in ihram should not be cupped except when it is necessary."


Section 20.22: Game that can be Eaten by Someone who is in Ihram
Top
Book 20, Number 20.22.77:

Yahya told me from Malik, from Abu'n-Nadr, the mawla of 'Umar ibn 'Ubaydullah at-Taymi, from Nafi, the mawla of Abu Qatada al-Ansari, that Abu Qatada was once with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. When they got to one of the roads to Makka he fell behind with some companions of his who were muhrim, while he was not. Then he saw a wild ass, so he got on his mount and asked his companions to give him his whip but they refused. Then he asked them for his spear and they refused to give it to him. So he took hold of it and attacked the ass and killed it. Some of the companions of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ate from it, and others refused. When they had caught up with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, they asked him about it and he said, "It is food that Allah has fed you with."


Book 20, Number 20.22.78:

Yahya told me from Malik, from Hisham ibn Urwa, from his father, that az-Zubayr ibn al-Awwam used to take dried gazelle meat (safif adh-dhiba) as provisions while he was in ihram.

Malik said, "Safif are dried strips of meat."


Book 20, Number 20.22.79:

Yahya told me from Malik, from Zayd ibn Aslam, that Ata ibn Yasar had told him, from Abu Qatada, the same hadith about the wild ass as that of Abu'n-Nadr, except that in the hadith of Zayd ibn Aslam the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do you still have any of its meat?"


Book 20, Number 20.22.80:

Yahya told me from Malik that Yahya ibn Said al-Ansari said that Muhammad ibn Ibrahim ibn al-Harith at-Taymi told him from Isa ibn Talha ibn Ubaydullah, fromUmayr ibn Salama ad-Damri, from al-Bahzi, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, set out once for Makka while in ihram. When they had reached ar-Rawha, they unexpectedly came upon a wounded wild ass. Someone mentioned it to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and hesaid, "Leave it. The man to whom it belongs is about to come." Then al-Bahzi, who was the man, came to the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, and said, "Messenger of Allah, do whatever you want with this ass,' and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, told Abu Bakr to divide it up among the company. Then they went on until they came to the well of al-Uthaba, which was between ar-Ruwaytha and al-Arj (between Makka and Madina), where they unexpectedly came upon a gazelle with an arrow in it, Iying on its side in some shade. He claimed that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, told someone to stand by it to make sure no one disturbed it until everyone had passed by.


Book 20, Number 20.22.81:

Yahya told me from Malik, from Yahya ibn Said, that he heard Said ibn al-Musayyab relating from Abu Hurayra that he was once coming back from Bahrayn, and, when he reached ar-Rabadha, he found a caravan of people from Iraq in ihram, who asked him whether they could eat the meat of some game which they had found with the people of ar-Rabadha, and he told them they could eat it. He said, "Afterwards I had doubts about what I had told them to do, so when I got back to Madina I mentioned the matter to Umar ibn al-Khattab and he said, 'What did you tell them to do?' I said, ' I told them to eat it.' Umar ibn al-Khattab said, threatening me, 'If you had told them to do anything else I would have done something to you.' "


Book 20, Number 20.22.82:

Yahya told me from Malik, from Ibn Shihab, that Salim ibn Abdullah heard Abu Hurayra relating to Abdullah ibn Umar how a group of three people in ihram had passed him at ar-Rabadha and had asked him for a fatwa about eating game which people who were not in ihram were eating, and he told them that they could eat it. He said, "Then I went to Umar ibn al-Khattab in Madina and asked him about it, and he said, 'What did you say to them?' and I said, 'I told them that they could eat it.' Umar said, 'If you had told them anything else I would have done you an injury.' "


Book 20, Number 20.22.83:

Yahya told me from Malik, from Zayd ibn Aslam, from Ata ibn Yasar, that Kab al-Ahbar was once coming back from Syria with a group of riders, and at a certain point along the road they found some game-meat and Kab said they could eat it. When they got back to Madina they went to Umar ibn al-Khattab and told him about that, and he said, "Who told you you could do that?", and they said, ''Kab.'' He said, "He was indeed the one I made amir over you until you should return."

Later, when they were on the road to Makka, a swarm of locusts passed them by and Kab told them to catch them and eat them. When they got back to Umar ibn al-Khattab they told him about this, and he said (to Kab), "What made you tell them they could do that?" Kab said, "It is game of the sea." He said, "How do you know?", and Kab said, "Amir al-muminin, by the One in whose hand my self is, it is only the sneeze of a fish which it sneezes twice every year."

Malik was asked whether a muhrim could buy game that he had found on the way. He replied, "Game that is only hunted to be offered to people performing Hajj I disapprove of and forbid, but there is no harm in game that a man has which he does not intend for those in ihram, but which a muhrim finds and buys."

Malik said, about someone who had some game with him that he had hunted or bought at the time when he had entered into ihram, that he did not have to get rid of it, and that there was no harm in him giving it to his family.

Malik said that it was halal for some one in ihram to fish in the sea or in rivers and lakes, etc.


Section 20.23: Game that is Not Halal to Eat in Ihram
Top
Book 20, Number 20.23.84:

Yahya told me from Malik, from Ibn Shihab, from Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud, from Abdullah ibn Abbas, that as-Sab ibn Jaththama al-Laythi once gave a wild ass to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, while he was at al-Abwa, or Waddan, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, gave it back to him. However, when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, saw the expression on the man's face he said, "We only gave it back to you because we are in ihram."


Book 20, Number 20.23.85:

Yahya told me from Malik, from Abdullah ibn Abi Bakr, that Abd ar-Rahman ibn Amir ibn Rabia said, "I once saw Uthman ibn Affan in ihram on a hot summer's day at al-Arj,and he had covered his face with a red woollen cloth. Some game-meat was brought to him and he told his companions to eat. They said, 'Will you not eat then?', and he said, 'I am not in the same position as you. It was hunted for my sake.' "


Book 20, Number 20.23.86:

Yahya told me from Malik, from Hisham ibn Urwa, from his father, that A'isha, umm al-muminin, said to him, "Son of my sister, it is only for ten nights, so if you get an urge to do something, leave it," by which she meant eating game-meat.

Malik said that if game was hunted forthe sake of a man who is in ihram and it was prepared for him and he ate some of it knowing that it had been hunted for his sake, then he had to pay a forfeit for all of the game that had been hunted on his behalf.

Malik was asked about whether someone who was forced to eat carrion while he was in ihram should hunt game and then eat that rather than the carrion, and he said, "It is better for him to eat the carrion, because Allah, the Blessed and Exalted, has not given permission for someone in ihram to either eat game or take it in any situation, but He has made allowances for eating carrion when absolutely necessary."

Malik said, "It is not halal for anyone, whether in ihram or not, to eat game which has been killed or sacrificed by some one in ihram, because, whether it was killed deliberately or by mistake, it was not done in a halal manner, and so eating it is not halal. I have heard this from more than one person. Somebody who kills game and then eats it only has to make a single kaffara, which is the same as for somebody who kills game but does not eat any of it."


Section 20.24: Hunting in the Haram
Top
Book 20, Number 20.24.87:

Malik said, "It is not halal to eat any game that has been hunted in the Haram, or has had a dog set after it in the Haram and then been killed outside the Haram. Anyone that does that has to pay a forfeit for what has been hunted. However, some one that sets his dog after game outside the Haram and then follows it until it is hunted down in the Haram does not have to pay any forfeit, unless he set the dog after the game near to the Haram. The game should not be eaten, however. If he set the dog loose near the Haram then he has to pay a forfeit for the game."


Section 20.25: Assessing the Forfeit for Hunting Game Animals that Someone in Ihram can Kill
Top
Book 20, Number 20.25.88:

Malik said, "Allah, the Blessed and Exalted, says, 'O you who trust, do not kill game while you are in ihram. Whoever of you kills game intentionally has to pay a forfeit commensurate with what he has killed in cattle which two men from among you shall judge, a sacrificial animal which reaches the Kaba, or else he makes a kaffara of either feeding poor people or the equivalent of that in fasting, so that he may taste the consequences of what he has done.' " (Sura 5 ayat 95).

Malik said, "Someone who hunts game when he is not in ihram and then kills it while he is in ihram is in the same position as someone who buys game while he is in ihram and then kills it. Allah has forbidden killing it, and so a man who does so has to pay a forfeit for it. The position that we go by in this matter is that a forfeit is assessed for anyone who kills game while he is in ihram."

Yahya said that Malik said, "The best that I have heard about someone who kills game and is assessed for it is that the game which he has killed is assessed and its value in food is estimated and with that food he feeds each poor man a mudd, or fasts a day in place of each mudd. The number of poor men is considered, and if it is ten then he fasts ten days, and if it is twenty he fasts twenty days, according to how many people there are to be fed, even if there are more than sixty."

Malik said, "I have heard that a forfeit is assessed for someone who kills game in the Haram while he is not in ihram in the same way that it is assessed for some one who kills game in the Haram while he is in ihram ."


Section 20.26: Animals that Someone in Ihram can Kill
Top
Book 20, Number 20.26.89:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "There are five kinds of animal which it is not wrong for some one in ihram to kill: crows, kites, scorpions, rats and mice, and wild dogs."


Book 20, Number 20.26.90:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Dinar from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace,said,"There are five (kinds of) animal which it is not wrong for some one in ihram to kill: scorpions, rats and mice, crows, kites and wild dogs. "


Book 20, Number 20.26.91:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "There are five trespassers that can be killed in the Haram: rats and mice, scorpions, crows, kites and wild dogs."


Book 20, Number 20.26.92:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that Umar ibn al-Khattab told people to kill snakes in the Haram.

Malik said, about the "wild dogs" which people were told to kill in the Haram, that any animals that wounded, attacked, or terrorised men, such as lions, leopards, Iynxes and wolves, were counted as"wild dogs." However, someone who was in ihram should not kill beasts of prey that did not attack (people), such as hyenas, foxes, cats and anything else like them, and if he did then he had to pay a forfeit for it. Similarly, someone in ihram should not kill any predatory birds except the kinds that the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, specified, namely crows and kites. If someone in ihram killed any other kind of bird he had to pay a forfeit for it.


Section 20.27: Things that Someone in Ihram is Allowed to do
Top
Book 20, Number 20.27.93:

Yahya told me from Yahya ibn Said from Muhammad ibn Ibrahim ibn alHarith at-Taymi from Rabia ibn Abi Abdullah ibn alHudayr that he saw Umar ibn al-Khattab taking the ticks off a camel of his at as-Suqya while he was in ihram .

Malik said that he disapproved of that.


Book 20, Number 20.27.94:

Yahya told me from Malik from Alqama ibn Abi Alqama that his mother said, "I heard A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, being asked whether some one in ihram could scratch their body or not, and she said, 'Yes, he can scratch it and do so as hard as he pleases. I would scratch even if my hands were tied and I could only use my feet.' "


Book 20, Number 20.27.95:

Yahya told me from Malik from Ayyub ibn Musa that Abdullah ibn Umar once looked in the mirror for something that was irritating him while he was in ihram.


Book 20, Number 20.27.96:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar did not like people who were in ihram removing mites or ticks from their camels.

Malik said, "This is what I like most out of what I have heard about the matter."


Book 20, Number 20.27.97:

Yahya told me from Malik that Muhammad ibn Abdullah ibn Abi Maryam once asked Said ibn al-Musayyab about (what to do with) a nail of his that had broken while he was in ihram and Said said, "cut it off."

Malik was asked whether some one in ihram who had an ear-complaint could use medicinal oil which was not perfumed for dropping into his ears, and he said, "I do not see any harm in that, and even if he were to put it into his mouth I still would not see any harm in it."

Malik said that there was no harm in some one in ihram lancing an abscess that he had, or a boil, or cutting a vein, if he needed to do so.


Section 20.28: Doing the Hajj for Somebody Else
Top
Book 20, Number 20.28.98:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Sulayman ibn Yasar that Abdullah ibn Abbas said, "Al-Fadl ibn Abbas was riding behind the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, when a woman from the Khathama tribe came to him to ask him for a fatwa. Al-Fadl began to look at her, and she at him, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, turned Fadl's face away to the other side. The woman said, 'Messenger of Allah, Allah's making the hajj obligatory finds my father a very old man, unable to stay firm on his riding-beast. Can I do hajj for him?', and he said, 'Yes.' This was during the farewell hajj."


Section 20.29: Concerning Someone whose Path (to the House) is Blocked by an Enemy
Top
Book 20, Number 20.29.99:

Yahya told me that Malik said, "Someone whose passage to the House is blocked by an enemy is freed from every restriction of ihram, and should sacrifice his animal and shave his head wherever he has been detained, and there is nothing for him to make up afterwards."

Yahya told me from Malik that he had heard that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and his companions came out of ihram at al-Hudaybiya they sacrificed their sacrificial animals and shaved their heads, and were freed from all the restrictions of ihram without having done tawaf of the House and without their sacrificial animals reaching the Kaba.

There is nothing known about the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ever telling any of his companions, or anybody else that was with him, to make up for anything they had missed or to go back to doing anything they had not finished doing.


Book 20, Number 20.29.100:

Yahya told me from Malik from Nafi that when Abdullah ibn Umar set out for Makka during the troubles (between al-Hajjaj ibn Yusuf and Zubair ibn al-Awwam) he said, "If I am blocked from going to the House we shall do what we did when we were with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace," and he went into ihram for umra, because that was what the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did in the year of al-Hudaybiya.

But afterwards, he reconsidered his position and said, "It is the same either way." After that he turned to his companions and said, "It is the same either way. I call you to witness that I have decided in favour of hajj and umra together."

He then got through to the House (without being stopped) and did one set of tawaf, which he considered to be enough for himself, and sacrificed an animal.

Malik said, "This is what we go by if someone is hindered by an enemy, as the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, and his companions were. If some one is hindered by anything other than an enemy, he is only freed from ihram by tawaf of the House. "


Section 20.30: Concerning Someone who is Hindered (From Going To The House) by Something Other than an Enemy
Top
Book 20, Number 20.30.101:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Salim ibn Abdullah that Abdullah ibn Umar said, "Someone who is held back from going to the House by illness can only come out of ihram after he has done tawaf of the House and say between Safa and Marwa. If it is absolutely necessary for him to wear any ordinary clothes, or undergo medical treatment, he should do that and pay compensation for it."


Book 20, Number 20.30.102:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that he had heard that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, used to say, "Only the House frees a person in ihram from ihram."


Book 20, Number 20.30.103:

Yahya told me from Malik from Ayyub ibn Abi Tamima as-Sakhtayani that a very old man from Basra once said to him, "I set out for Makka but on the way there I broke my thigh, so I sent a message on to Makka Abdullah ibn Abbas and Abdullah ibn Umar and the people were there, but no-one allowed me to leave ihram, and I stayed there for seven months until I left ihram by doing an umra.''


Book 20, Number 20.30.104:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Salim ibn Abdullah that Abdullah ibn Umar said, "Some one who is detained by sickness before he has got to the House cannot leave ihram until he has done tawaf of the House and say between Safa and Marwa."

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Sulayman ibn Yasar that Said ibn Huzaba al-Makhzumi was thrown off his mount while he was in ihram on the road to Makka. He asked after the person in charge of the relay station where he was injured and he found Abdullah ibn Umar, Abdullah ibn az-Zubayr and Marwan ibn al-Hakam there. He told them what had happened to him and all of them said that he should take whatever medicine he had to take and pay compensation for it. Then, when he got better again, he should do umra and come out of his ihram, after which he had to do hajj another year and to offer whatever sacrificial animal he was able to in the future.

Malik said, "This is what we do here (in Madina) if someone is detained by something other than an enemy. And when Abu Ayyub al-Ansari and Habbar ibn al-Aswad came to the day of the sacrifice and had missed the hajj, Umar ibn al-Khattab told them to come out of ihram by doing umra and then to go home free of ihram and do hajj some time in the future and to sacrifice an animal, or, if they could not find one, to fast three days during the hajj and seven days after they had returned to their families."

Malik said, "Anyone who is detained from doing hajj after he has gone into ihram, whether by illness or otherwise, or by an error in calculating the month or because the new moon is concealed from him is in the same position as some one who is hindered from doing the hajj and must do the same as he does."

Yahya said that Malik was asked about the situation of someone from Makka who went into ihram for hajj and then broke a bone or had severe stomach pain, or of a woman who was in labour, and he said, "Someone to whom this happens is in the same situation as one who is hindered from doing the hajj, and he must do the same as people from outlying regions do when they are hindered from doing the hajj."

Malik said, about someone who arrived in the months of the hajj with the intention of doing umra, and completed his umra and went into ihram in Makka to do hajj, and then broke a bone or something else happened to him which stopped him from being present at Arafa with everybody else, "I think that he should stay where he is until he is better and then go outside the area of the Haram, and then return to Makka and do tawaf of the House and say between Safa and Marwa, and then leave ihram. He must then do hajj again another year and offer a sacrificial animal ."

Malik said, about someone who left ihram in Makka, and then did tawaf of the House and say between Safa and Marwa, and then fell ill and was unable to be present with everybody at Arafa, "If the hajj passes someone by he should, if he can, go out of the area of the Haram and then come back in again to do umra and do tawaf of the House and say between Safa and Marwa, because he had not intended his initial tawaf to be for an umra, and so for this reason he does it again. He must do the next hajj and offer a sacrificial animal.

If he is not one of the people of Makka, and something happens to him which stops him from doing the hajj, but he does tawaf of the House and say between Safa and Marwa, he should come out of ihram by doing an umra and then do tawaf of the House a second time, and say between Safa and Marwa, because his initial tawaf and say were intended for the hajj. He must do the next hajj and offer a sacrificial animal."


Section 20.31: Concerning Building the Kaba
Top
Book 20, Number 20.31.105:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Salim ibn Abdullah that Abdullah ibn Muhammad ibn Abi Bakras-Siddiq told Abdullah ibn Umar from A'isha, that the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "Don't you see that when your people built the Kaba they fell short of the foundations of Ibrahim?" A'isha said, "Messenger of Allah, won't you return it to the foundations of Ibrahim?" and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "If it were not that your people have only recently left kufr, I would have done so."

Salim ibn Abdullah said that Abdullah ibn Umar said, "If A'isha heard this from the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, then I consider that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, only refrained from greeting the two corners which are adjacent to the Hijr because the House had not been completed on the foundations of Ibrahim." (i.e. the corners he did not touch were not the original corners of the Kaba) .


Book 20, Number 20.31.106:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that A'isha, umm al-muminin, said, "I do not mind whether I pray in the Hijr or in the House." (i.e. praying in the Hijr is the same as praying in the House).


Book 20, Number 20.31.107:

Yahya told me from Malik that he heard Ibn Shihab say that he had heard one of the people of knowledge say that the Hijr was only enclosed so that people would go beyond it as they were making tawaf, and their tawaf would therefore encompass the original House.


Section 20.32: Hastening (Raml) in the Tawaf
Top
Book 20, Number 20.32.108:

Yahya told me from Malik from Jafar ibn Muhammad from his father that Jabir ibn Abdullah said, "I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, hastening from the Black Stone until he reached it again, three times."

Malik said, "This is what is still done by the people of knowledge in our city."


Book 20, Number 20.32.109:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to hasten from the Black Stone round to the Black Stone three times and then would walk four circuits normally.


Book 20, Number 20.32.110:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that when his father did tawaf of the House he would hasten in the first three circuits and say in a low voice, "O Allah, there is no god but You, and You bring to life after You have made to die."

Allahumma la ilaha illa anta, wa anta tuhyi badama amatta.


Book 20, Number 20.32.111:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that he saw Abdullah ibn az-Zubayr go into ihram for umra at at-Tanim.

He said, "Then I saw him hasten around the House for three circuits."


Book 20, Number 20.32.112:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar never used to do tawaf of the House or say between Safa and Marwa if he went into ihram in Makka until he had returned from Mina, nor would he hasten when doing tawaf of the House if he went into ihram in Makka.


Section 20.33: Saluting the Corners during Tawaf
Top
Book 20, Number 20.33.113:

Yahya told me from Malik that he had heard that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had finished his tawaf of the House, prayed two rakas, and wanted to go to Safa and Marwa, he would salute the corner of the Black Stone before he left.


Book 20, Number 20.33.114:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, once said to Abd ar-Rahman ibn Awf, "What do you do, Abu Muhammad, when saluting the corner?" and Abd ar-Rahman said, "Sometimes I salute it, and sometimes I don't." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "You are right."


Book 20, Number 20.33.115:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father used to salute all the corners when he did tawaf of the House and did not omit the Yamani corner unless he was prevented from it.


Section 20.34: Kissing the Corner of the Black Stone when Saluting the Corners
Top
Book 20, Number 20.34.116:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that Umar ibn al-Khattab said to the corner of the Black Stone while he was doing tawaf of the House, "You are only a stone, and if I had not seen the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, kiss you, I would not do so." Then he kissed it.

Malik said, "I have heard some of the people of knowledge recommending someone doing tawaf of the House to put his hand to his mouth when he takes it from the Yamani corner."


Section 20.35: The Two Rakas of Tawaf
Top
Book 20, Number 20.35.117:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father would never do two sets of seven tawafs together without praying between them. After every seven tawafs he would pray two rakas, sometimes at the maqam of Ibrahim, and sometimes elsewhere.

Malik was asked whether a man doing voluntary tawaf could, to make it easier on himself, join two or more sets of seven circuits and then pray whatever he owed for those sets of seven, and he said, "He should not do that. The sunna is that he does two rakasafter every seven circuits."

Malik said, about someone who began doing tawaf and then forgot how many he had done and did eightor nine circuits, "He should stop when he knows that he has done more than the right number and then pray two rakas,and he should not count the ones that he has done in excess. Neither should he build on the nine that he has done and then pray the rakas for the two sets of seven circuits together, because the sunna is that you pray two rakas after every seven circuits."

Malik said that someone who was in doubt about his tawaf after he had prayed the two rakas of tawaf should go back and complete his tawaf until he was certain of how much he had done. He should then repeat the two rakas, because prayer when doing tawaf was only valid after completing seven circuits.

"If some one breaks his wudu either while he is doing tawaf, or when he has finished tawaf but before he has prayed the two rakas of tawaf, he should do wudu and begin the tawaf and the two rakas afresh. Breaking wudu does not interrupt say between Safa and Marwa, but a person should not begin say unless he is pure by being in wudu."


Section 20.36: Praying after Subh (Fadjr) and Asr when doing Tawaf
Top
Book 20, Number 20.36.118:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Humayd ibn Abd ar-Rahman ibn Awf that Abd ar-Rahman ibn Abd al-Qari mentioned to him that he once did tawaf of the House with Umar ibn al-Khattab after Subh (Fadjr) and when Umar had finished his tawaf he looked and saw that the sun had not yet risen, so he rode on until he made his camel kneel at Dhu Tuwa, and he prayed two rakas.


Book 20, Number 20.36.119:

Yahya told me from Malik that Abu'z Zubayr al-Makki said, "I saw Abdullah ibn Abbas doing tawaf after asr. Then he went into his room and I do not know what he did."


Book 20, Number 20.36.120:

Yahya told me from Malik that Abu'z-Zubayr al-Makki said, "I saw the House deserted both after Subh (Fadjr) and asr, with no-one doing tawaf."

Malik said, "If someone does some of his circuits and then the Subh (Fadjr) or asr prayer is begun, he should pray with the Imam and then complete the rest of his circuits but should not pray at all until the sun has either risen or set "

He added, "There is no harm in delaying the two rakas until after he has prayed maghrib."

Malik said, "There is no harm in someone doing a single tawaf after Subh (Fadjr) or after asr, not to do more than one group of seven circuits, and then as long as he delays the two rakas until after the sun has risen, as Umar ibn al-Khattab did, or he delays them until after the sun has set if it is after asr. Then when the sun has set he can pray them if he wants, or, if he wants, he can delay them until after he has prayed maghrib. There is no harm in that."


Section 20.37: Taking Leave of the House
Top
Book 20, Number 20.37.121:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that Umar ibn al-Khattab said, "No-one should leave the hajj until he has done tawaf of the House, and tawaf of the House is the final rite."

Malik said, commenting about Umar ibn al-Khattab's saying 'tawaf of the House is the final rite,' "In our opinion, and Allah knows best, that is because Allah, the Blessed and Exalted, says, 'Whoever exalts the rituals of Allah - that is from the taqwa of the hearts' (Sura 22 ayat 32), and He says, 'Then their halal place (of sacrifice) is at the Ancient House,' and the place of all the rituals and where they end is therefore at the Ancient House."


Book 20, Number 20.37.122:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that Umar ibn al-Khattab refused to let one man who had not taken leave of the House pass adh-Dhahran, (a valley eighteen miles from Makka) until he had taken leave of it.


Book 20, Number 20.37.123:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "Allah has completed the hajj of anyone who does the tawaf al-ifada. It is fitting that tawaf of the House be the last of his contract, as long as nothing prevents him, and if something prevents him, or an obstacle arises, then Allah has completed his hajj."

Malik said, "I do not think that a man who does not know that the last of his contract is tawaf of the House until he has left owes anything, unless he is nearby and can return, do tawaf, and then leave having done the tawaf al-ifada."


Section 20.38: Tawaf in General
Top
Book 20, Number 20.38.124:

Yahya told me from Malik from Abu'l-Aswad Muhammad ibn Abd ar-Rahman ibn Nawfal from Urwa ibn az-Zubayr from Zaynab bint Abi Salama that Umm Salama, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said, "I once complained to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, that I was ill and he said, 'Do tawaf riding behind the people.' So I did tawaf riding my camel, while the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was praying by the side of the House, reciting Surat at-Tur."


Book 20, Number 20.38.125:

Yahya told me from Malik from Abu'z Zubayr al-Makki that Abu Maiz al-Aslami Abdullah ibn Sufyan told him that once, when he was sitting with Abdullah ibn Umar, a woman came to ask him for an opinion. She said, "I set out intending to do tawaf of the House, but then, when I got to the gate of the Mosque, I started bleeding, so I went back until it had left me. Then I set out again, and then, when I got to the gate of the mosque, I started bleeding, so I went back until it had left me. Then I set off again, and then, when I got to the gate of the mosque, I started bleeding." Abdullah ibn Umar said, "That is only an impulse from Shaytan. Do ghusl, then bind your private parts with a cloth and do tawaf."


Book 20, Number 20.38.126:

Yahya told me from Malik that he had heard that if Sad ibn Abi Waqqas entered Makka late, he would go to Arafa before doing tawaf of the House and say between Safa and Marwa, and then do tawaf when he got back.

Malik said, "The leeway is broad, if Allah wills."

Malik was asked whether somebody that was doing obligatory tawaf could stop and talk with another man, and he said, "I do not like him to do that."

Malik said, "Only someone who is pure (by being in wudu) should do tawaf of the House or say between Safa and Marwa."


Section 20.39: Starting with Safa in the Say
Top
Book 20, Number 20.39.127:

Yahya told me from Malik from Jafar ibn Muhammad ibn AIi from his father that Jabir ibn Abdullah said, "I heard the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, say as he left the mosque, intending to go to Safa, 'We begin with that with which Allah began,' and he began with Safa."


Book 20, Number 20.39.128:

Yahya told me from Malik from Jafar ibn Muhammed ibn AIi from his father from Jabir ibn Abdullah that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used to say, "Allah is greater" three times when he stopped on Safa, and "There is no god but Allah, alone, without any partner. To Him belong the Kingdom and praise, and He has power over everything" three times, and make dua. He would then do the same on Marwa.


Book 20, Number 20.39.129:

Yahya told me from Malik from Nafi that he heard Abdullah ibn Umar making dua on Safa saying, "O Allah, You have said, 'call on Me - I will answer you' and You do not break Your promise. So I am askingYou, in the same way that You have guided me to Islam, not to take it away from me, and that You make me die while I am muslim."


Section 20.40: Say in General
Top
Book 20, Number 20.40.130:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "Once when I was young I said to A'isha, umm al-muminin, 'Have you seen the saying of Allah, the Blessed and Exalted, "Safa and Marwa are among the waymarks of Allah, so whoever does hajj or umra to the House, there is no harm in his going between them," so it follows that there should be no harm for some one who does not go between them.'

A'isha said, 'No. If it were as you say, there would be no harm in his not going between them. This ayat was only revealed about the Ansar. They used to make pilgrimage to Manat, and Manat was an idol near Qudayd, and they used to avoid going between Safa and Marwa, and when Islam came they asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about this and Allah, the Blessed and Exalted, revealed, "Safa and Marwa are among the waymarks of Allah, so whoever does hajj or umra to the House, there is no harm in his going between them. " ' "


Book 20, Number 20.40.131:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that Sawda bint Abdullah ibn Umar, who was in the household of Urwa ibn az-Zubayr, set off walking between Safa and Marwa when doing either hajj or an umra. She was a heavy woman and she began when everybody was leaving after the isha prayer, and she still had not completed her circuits when the first call was given for Subh (Fadjr), but finished them between the two calls to prayer.

If Urwa saw people doing circuits on riding beasts he would tell them in very strong terms not to do so, and they would pretend to be ill, out of awe of him.

Hisham added, "He used to say to us about them 'These are unsuccessful and have lost.' "

Malik said, "Someone who forgets say between Safa and Marwa in an umra, and does not remember until he is far from Makka, should return and do say. If, in the meantime, he has had intercourse with a woman, he should return and do say between Safa and Marwa so as to complete what remains of that umra, and then after that he has to do another umra and offer a sacrificial animal."

Malik was asked about someone who met another man when doing say between Safa and Marwa and stopped to talk with him, and he said, "I do not like anyone to do that."

Malik said, "If anyone forgets some of his tawaf or is uncertain about it and remembers only when he is doing say between Safa and Marwa, he should stop the say and complete his tawaf of the House apart from that about which he is certain. After that he prays the two rakas of the tawaf, and then begins his say between Safa and Marwa."


Book 20, Number 20.40.132:

Yahya told me from Malik from Jafar ibn Muhammad from his father from Jabir ibn Abdullah that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, walked when he came down from Safa and Marwa and then, when he reached the middle of the valley, he broke into a light run until he had left it.

Malik said, about a man who, out of ignorance, did the say between Safa and Marwa before he had done tawaf of the House, "He should go back and do tawaf of the House and then do say between Safa and Marwa. If he does not learn about this until he has left Makka and is far away, he should return to Makka and do tawaf of the House and say between Safa and Marwa. If in the meantime he has had intercourse with a woman he should return, and do tawaf of the House and say between Safa and Marwa so that he completes what he owes of that umra. Then, after that, he has to do another umra and offer a sacrificial animal ."


Section 20.41: Fasting the Day of Arafa
Top
Book 20, Number 20.41.133:

Yahya told me from Malik from Abu'n Nadr, the mawla of Umar ibn Ubaydullah, from Umayr, the mawla of Abdullah ibn Abbas, from Umm al-Fadl bint al-Harith, that she was present when some people were arguing on the day of Arafa about whether the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was fasting or not. Some of them said he was fasting, and some of them said he was not. So she sent a bowl of milk to him while his camel was standing still and he drank.


Book 20, Number 20.41.134:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from al-Qasim ibn Muhammad that A'isha, umm al-muminin, used to fast on the day of Arafa .

Al-Qasim said, "I saw her, when the Imam began moving away (after sunset) on the afternoon of Arafa, stay where she was until the ground between her and the people became clear. Then she asked for something to drink and broke her fast."


Section 20.42: Fasting on the Days of Mina
Top
Book 20, Number 20.42.135:

Yahya told me from Malik from Abu'n-Nadr, the mawla of Umar ibn Ubaydullah, from Sulayman ibn Yasar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade fasting on the days of Mina.


Book 20, Number 20.42.136:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent Abdullah ibn Hudhayfa out on the days of Mina to circulate among the people to tell them those days were for eating and drinking and remembrance of Allah.


Book 20, Number 20.42.137:

Yahya told me from Malik from Muhammad ibn Yahya ibn Habban from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade fasting on two days - the day of the Id al-Fitr and the day of the Id al-Adha.


Book 20, Number 20.42.138:

Yahya told me from Malik from Yazid ibn Abdullah ibn al-Hadi from Abu Murra, the mawla of Umm Hani, the sister of Aqil ibn Abi Talib, that Abdullah ibn Amr ibn al-As told him that he had visited his father Amr ibn al-As and found him eating. His father had invited him to eat, and when he replied that he was fasting, his father said, "These are the days on which the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade us to fast, and told us to break the fast on them."

Malik said, "These days are the days of tashriq."


Section 20.43: What are Acceptable as Sacrificial Animals (Hadys)
Top
Book 20, Number 20.43.139:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Abi Bakr ibn Muhammad ibn Amr ibn Hazm that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sacrificed a camel, which had belonged to Abu Jahl ibn Hisham, in either a hajj or an umra.


Book 20, Number 20.43.140:

Yahya told me from Malik from Abu'z Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, saw a man driving forward a camel which he was going to sacrifice, and he told him to ride it. The man said, "Messenger of Allah, it is an animal that I am going to sacrifice," and he replied, "Ride it, woe on you," either the second or the third time.


Book 20, Number 20.43.141:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Dinar that he used to see Abdullah ibn Umar sacrificing animals two at a time during hajj and one at a time during umra. He said, "I saw him sacrifice an animal during an umra outside the house of Khalid ibn Usayd, where he was staying. I saw him stick his spear in the throat of the animal he was going to sacrifice until the spear came out under its shoulder."'


Book 20, Number 20.43.142:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that Umar ibn Abd al-Aziz once sacrificed a camel during a hajj or an umra.


Book 20, Number 20.43.143:

Yahya told me from Malik from Abu Jafar al-Qari that Abdullah ibn Ayyash ibn Abi Rabia al-Makhzumi sacrificed two camels, one of them a Bactrian.


Book 20, Number 20.43.144:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "If a she-camel that is being driven as a sacrificial animal gives birth, the offspring should be carried along as well and they are sacrificed together with her, and if there is no place where they can be carried, they should be carried on the mother until they are all sacrificed."


Book 20, Number 20.43.145:

ahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "If necessary, ride on your sacrificial animal, without burdening it, and if necessary, drink its milk after its young one has drunk its fill, and when you sacrifice it, sacrifice the young one with it."


Section 20.44: What to Do with Sacrificial Animals (Hadys) while They are being Driven
Top
Book 20, Number 20.44.146:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that when he brought an animal to be sacrificed from Madina he would garland it and brand it at Dhu'l-Hulayfa, doing the garlanding before the branding, but doing both in the same place, while facing the qibla. He would garland the animal with two sandals and brand it on its left side. It would then be driven with him until he observed the standing together with everybody at Arafa. Then he would drive it on with him when everybody else moved on, and then when he arrived at Mina on the morning of the sacrifice, he would sacrifice the animal, before he shaved his head. He would sacrifice the animals with his own hands ,lining them up standing and facing the qibla. He would then eat some of the meat, and give some of it away.


Book 20, Number 20.44.147:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, when nicking the hump of his sacrificial animal to brand it, "In the name of Allah, and Allah is greater."


Book 20, Number 20.44.148:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "A sacrificial animal is what has been garlanded, branded, and stood with on Arafa."


Book 20, Number 20.44.149:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to drape his sacrificial animals in fine Egyptian linen, saddlecloths and sets of clothing, which he would afterwards send to the Kaba and have the Kaba draped with them.


Book 20, Number 20.44.150:

Yahya told me from Malik that he asked Abdullah ibn Dinar what Abdullah ibn Umar used to do with the drapings of his animals when the Kaba began to be draped with the kiswa, and he said, "He gave them away as sadaqa."


Book 20, Number 20.44.151:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, about sacrificial animals, "Six-year-old camels, three-year-old cows and sheep, or older than these."


Book 20, Number 20.44.152:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar never used to tear the drapes of his sacrificial animals, and he would not drape them until he went from Mina to Arafa.


Book 20, Number 20.44.153:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father used to say to his sons, "My sons, let none of you sacrifice any animal which he would be ashamed to sacrifice for a noble woman, for surely Allah is the noblest of noble ones, and the most deserving of those for whom things are chosen."


Section 20.45: What to Do with Sacrificial Animals (Hadys) if They get Injured or Stray
Top
Book 20, Number 20.45.154:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that the man who was in charge of the sacrificial animal of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Messenger of Allah, what should I do with a sacrificial animal that gets injured?" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "Slaughter any sacrificial animal that is injured. Then throw the garlands in its blood, and then give the people a free hand in eating it.


Book 20, Number 20.45.155:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that Said ibn al-Musayyab said, "If someone dedicates an animal voluntarily and then it is injured and he kills it and gives everyone a free hand in eating it, he owes nothing. If, however, he eats some of it himself, or tells certain other people to eat it, then he owes compensation."


Book 20, Number 20.45.156:

Yahya told me from Malik from Thawr ibn Zayd ad-Dili from Abdullah ibn Abbas the same as that.


Book 20, Number 20.45.157:

Yahya told me from Malik that Ibn Shihab said, "If someone dedicates an animal as compensation, or for a vow, or as the sacrifice for tamattu, and misfortune befalls it on the road, he must provide a substitute."


Book 20, Number 20.45.158:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "If someone dedicates an animal and then it goes astray or dies, he should provide a substitute, if it was for a vow. If, however, it was voluntary, then he can either provide a substitute for it or not, as he wishes."


Book 20, Number 20.45.159:

Yahya told me from Malik that he had heard the people of knowledge say, "Someone who dedicates a sacrificial animal for compensation or as part of the hajj should not eat from it."


Section 20.46: The Animal (Hady) to be Sacriticed for Intercourse in Ihram
Top
Book 20, Number 20.46.160:

Yahya told me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab and AIi ibn Abi Talib and Abu Hurayra were asked about a man who had intercourse with his wife while he was in ihram on hajj. They said, "The two of them should carry on and complete their hajj. Then they must do hajj again in another year, and sacrifice an animal."

Malik added that AIi ibn Abi Talib said, "When they then go into ihram for hajj in a future year they should keep apart until they have completed their hajj."


Book 20, Number 20.46.161:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that he heard Said ibn al-Musayyab asking a group of people, "What do you think about someone who has intercourse with his wife while he is in ihram?" and none of them answered him. Said said, "There is a man who has had intercourse with his wife while in ihram who has sent a message to Madina asking about it." Some of them said, "They should be kept apart until a future year," and Said ibn al-Musayyab said, "They should carry on and complete the hajj which they have spoiled, and then return home when they have finished. If another hajj comes upon them, they must do hajj and sacrifice an animal. They should go into ihram at the same place where they went into ihram for the hajj that they spoiled, and they should keep apart until they have finished their hajj."

Malik said, "They should both sacrifice an animal."

Malik said, about a man who had intercourse with his wife during hajj after he had come down from Arafa but before he had stoned the Jamra, "He must sacrifice an animal and do hajj again in another year. If, however, he had intercourse with his wife after he stoned the Jamra, he only has to do an umra and sacrifice an animal and he does not have to do another hajj."

Malik said, "What spoils a hajj or an umra and makes sacrificing an animal and repeating the hajj necessary is the meeting of the two circumcised parts, even if there is no emission. It is also made necessary by an emission if it is the result of bodily contact. I do not think that a man who remembers something and has an emission owes anything, and if a man were to kiss his wife and no emission were to occur from that, he would only have to sacrifice an animal. A woman in ihram who has intercourse with her husband several times during hajj or umra out of obedience to him only has to do another hajj and sacrifice an animal. That is if her husband has intercourse with her while she is doing hajj. If he has intercourse with her while she is doing umra, she must repeat the umra she has spoiled and sacrifice an animal."


Section 20.47: The Animal (Hady) to be Sacrificed for Missing the Hajj
Top
Book 20, Number 20.47.162:

Yahya told me from Malik that Yahya ibn Said said that Sulayman ibn Yasar told him that Abu Ayyub al-Ansari once set off to do hajj and then, when he reached an-Naziya, on the road to Makka, his riding beasts strayed. He reached Umar ibn al-Khattab on the day of sacrifice and told him what had happened and Umar said, "Do what someone doing umra would do, and then you can leave ihram, and then when the hajj next comes upon you, do it and sacrifice whatever animal is easy for you ."


Book 20, Number 20.47.163:

Malik told me from Nafi from Sulayman ibn Yasar that Habbar ibn al-Aswad arrived on the day of sacrifice while Umar ibn al-Khattab was sacrificing his animal and said, "Amir al-muminin, we made a mistake in our reckoning and we thought that today was the day of Arafa." Umar said, "Go to Makka, you and whoever else is with you, and do tawaf and sacrifice your animal if you have one with you. Then shave or cut your hair and return home. Then, in another year, do hajj and sacrifice an animal, and if you cannot find one, fast three days on hajj and seven when you return home."

Malik said, "Someone who intends to do hajj and umra together and then misses the hajj must do hajj again in another year, doing hajj with umra, and offer two sacrificial animals, one for doing the hajj with umra, and one for the hajj that he has missed."


Section 20.48: Intercourse with One's Wife Before Doing the Tawaf al-Ifada
Top
Book 20, Number 20.48.164:

Yahya told me from Malik from Abu'z-Zubayr al-Makki from Ata ibn Abi Rabah that Abdullah ibn Abbas was asked about a man who had had intercourse with his wife while at Mina before he had done the tawaf al-ifada, and he told him to sacrifice an animal.


Book 20, Number 20.48.165:

Yahya told me from Malik from Thawr ibn Zayd ad-Dili that lkrama, the mawla of Ibn Abbas, said, (and Thawr believed it to be from Abdullah ibn Abbas), "Someone who has intercourse with his wife before he has done the tawaf al-ifada should do an umra and sacrifice an animal."


Book 20, Number 20.48.166:

Yahya told me from Malik that he had heard Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman saying the same about that as what Ikrama related from Ibn Abbas.

Malik said, "That is what I like most out of what I have heard about the matter."

Malik was asked about a man who forgot the tawaf al-ifada until he had left Makka and returned to his community and he said, "I think that he should go back and do the tawaf al-ifada, as long as he has not had sexual relations with women. If, however, he has had sexual relations with women, then he should not only return and do the tawaf al-ifada, but he should also do an umra and sacrifice an animal. He should not buy theanimal in Makka and sacrifice it there, but if he has not brought one with him from wherever it was he set out to do umra, he should buy one in Makka and then take it outside the limits of the Haram and drive it from there to Makka and sacrifice it there."


Section 20.49: The Sacrificial Animals that are Considered Least Difficult
Top
Book 20, Number 20.49.167:

Yahya told me from Malik from Jafar ibn Muhammad from his father that Ali ibn Abi Talib used to say, "The least difficult thing acceptable as a sacrificial animal is a sheep."


Book 20, Number 20.49.168:

Yahya told me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Abbas used to say, "The least difficult thing acceptable as a sacrificial animal is a sheep."

Malik said, "That is what I like most out of what I have heard about the matter, because Allah, the Blessed and Exalted, says in His Book, 'O you who trust, do not kill game while you are in ihram. Whoever of you kills it intentionally, there shall be repayment the like of what he has slain, from livestock, as shall be judged by two men of justice among you, a sacrificial animal which will reach the Kaba, or food for poor people, or the equivalent of that in fasting,' (Sura 5 ayat 95) and a sheep is one of the animals which is judged to be acceptable as a sacrifice. Allah has called it a sacrificial animal, and there is no dispute among us about the matter. How, indeed, could anyone be in doubt about the matter? A sheep is the kaffara for anything which does not reach the extent of something for which a camel or a cow would be the kaffara, and the kaffara for something which does not reach the extent of something for which a sheep would be the kaffara is fasting, or feeding poor people."


Book 20, Number 20.49.169:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Urnar used to say, "The least thing that is acceptable as a sacrificial animal is a camel or a cow."


Book 20, Number 20.49.170:

Yahya told me from Malik fromAbdullah ibn Abi Bakr that a mawla of Amir bint Abd ar-Rahman called Ruqayya told him that she once set out with Amra bint Abd ar-Rahman to go to Makka. She said, ''Amra entered Makka on the eighth of Dhu'l-Hijja, and I was with her. She did tawaf of the House, and say between Safa and Marwa, and then entered the back of the mosque. She asked me, 'Do you have a pair of scissors with you?' and I said, 'No.' She said, 'Then try and find some for me.' I went and looked for some and brought them back and she cut some hair from the tresses of her head.Then, on the day of sacrifice, she slaughtered a sheep."


Section 20.50: Sacrificial Animals in General
Top
Book 20, Number 20.50.171:

Yahya told me from Malik from Sadaqa ibn Yasar al-Makki that a man from the people of Yemen, who had his hair braided, came to Abdullah ibn Umar and said, "Abu Abd arRahman, I have come to do just umra. ''Abdullah ibn Umar said to him, "If I had been with you or you had asked me I would have told you to do hajj and umra together." The Yemeni answered, "I am doing what I am doing," and Abdullah ibn Umar said to him, "Cut off the locks that are hanging from your head and offer a sacrificial animal." A woman from Iraq said, "What should his sacrificial animal be, Abu Abd ar-Rahman?" and he said, "His sacrificial animal?" and she said to him, "What should his sacrificial animal be?" Abdullah ibn Umar said, "If I could only find a sheep to sacrifice, I would prefer to do that than to fast."


Book 20, Number 20.50.172:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "A woman in ihram should not comb her hair when she leaves ihram until she has cut some of the tresses of her hair, and if she has an animal for sacrifice with her she should not cut off any of her hair until the animal has been killed."


Book 20, Number 20.50.173:

Yahya told me from Malik that he had heard one of the people of knowledge say, "A man and wife should not share in one sacrificial animal. Each should sacrifice an animal separately."

Malik was asked about whether someone who had been entrusted with an animal for him to sacrifice on hajj, who went into ihram for umra, should sacrifice it when he came out of ihram or postpone it so that he sacrificed it at the time of the hajj while in the meantime he came out of ihram from his umra. He said, "He should postpone it so that he may sacrifice it at the time of the hajj, and meanwhile come out of ihram from his umra."

Malik said, "If it is judged that some-one must offer an animal for having killed game, or for any other reason, this animal can only be sacrificed at Makka, since Allah, the Blessed and Exalted, says, 'a sacrificial animal which will reach the Kaba.' The fasting or sadaqa that is considered equivalent to offering a sacrifice can be done outside Makka, and the person who is doing it can do it wherever he likes."


Book 20, Number 20.50.174:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Yaqub ibn Khalid al-Makhzumi that Abu Asma, the mawla of Abdullah ibn Jafar, told him that he was with Abdullah ibn Jafar when they set out once from Madina. At as-Suqya they passed by Husayn ibn Ali, who was ill at the time. Abdullah ibn Jafar stayed with him and then, when he feared that he was late (for the hajj) he left, and sent for Ali ibn Abi Talib and Asma bint Umays in Madina, and they came to Husayn. Then Husayn pointed to his head, and AIi told someone to shave his head. Then he sacrificed an animal for him at as-Suqya, killing a camel for him.

Yahya ibn Said added, "Husayn had set out with Uthman ibn Affan on that particular journey to Makka. "


Section 20.51: The Wuquf at Arata and Muzdalifa
Top
Book 20, Number 20.51.175:

Yahya told me from Malik that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "The whole of Arafa is a mawqif, except the middle of Urana, and the whole of Muzdalifa is a standing-place, except for the middle of Muhassir."


Book 20, Number 20.51.176:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that Abdullah ibn az-Zubayr used to say, "Know that the whole of Arafa is a standing-place except for the middle of Urana, and that the wholeof Muzdalifa is a standing-place except for the middle of Muhassir."

Malik said, "Allah, the Blessed and Exalted says, 'There is to be no rafath, no fusuq and no jidal during the hajj.' " (Sura 2 ayat 197).

He added, "Rafath is sexual relations with women, and Allah knows best. Allah, the Blessed and Exalted says, 'Rafath with your women is permitted to you on the night of the fast.' (Sura 2 ayat 197). Fusuq are sacrifices made to idols, and Allah knows best. Allah, the Blessed and Exalted, says, 'Or a fisq offered up to other than Allah.' (Sura 2 ayat 197) Jidal (arguing) during the hajj refers to when the Quraysh used to stand near the mashar al-haram at Quzah in Muzdalifa, while the Arabs and others would stand at Arafa, and they would argue about who was the more correct. Allah, the Blessed and Exalted, says, 'And we appointed a method of sacrifice for every nation, which they followed, so let them not dispute with you about the matter, and call to your Lord. Surely you are on a straight guidance.' (Sura 22 ayat 67) This is what jidal refers to in our opinion, and Allah knows best. This I have heard from the people of knowledge."


Section 20.52: Wuquf while Not in Wudu, and Wuquf on a Riding Beast
Top
Book 20, Number 20.52.177:

Malik was asked about whether a man could stand at Arafa, or at Muzdalifa, or stone the Jamras, or do say between Safa and Marwa if he was not in wudu, and he said, "Every practice in the hajj that a menstruating woman can take part in can be taken part in by a man who is not in wudu and there is nothing due from him for that. However, it is better for him to be in wudu for all those things, and he should not make a general practice of it."

Malik was asked whether a man who was riding should get down to do the standing at Arafa or if he could stand while mounted, and he said, "He can stand while mounted, unless he or his riding beast have an illness, in which case Allah is the one who most often accepts an excuse."


Section 20.53: The Wuquf at Arafa of Someone who Misses the Hajj
Top
Book 20, Number 20.53.178:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "Someone who does not stand at Arafa on the night of Muzdalifa before the dawn breaks has missed the hajj, and someone who stands at Arafa on the night of Muzdalifa before the dawn breaks has caught the hajj."


Book 20, Number 20.53.179:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "Someone who does not stand at Arafa on the night of Muzdalifa

before the dawn breaks has missed the hajj, and some one who stands at Arafa on the night of Muzdalifa before the dawn breaks has caught the hajj.

Malik said, about a slave freed during the wuquf at Arafa, "His standing does not fulfil for him the hajj of Islam, except if he was not in ihram and then he went into ihram after he was freed and he stood at Arafa that same night before the dawn broke in which case that is enough for him. If, however, he did not go into ihram until after the dawn had broken, he is in the same position as someone who misses the hajj by not catching the standing at Arafa before the breaking of the dawn on the night of Muzdalifa, and he will have to do the hajj of Islam later."


Section 20.54: Sending Women and Children Ahead
Top
Book 20, Number 20.54.180:

Yahya told me from Malik from Nafj from Salim and Ubaydullah, two sons of Abdullah ibn Umar, that their father Abdullah ibn Umar used to send his family and children from Muzdalifa to Mina ahead of him so that they could pray Subh (Fadjr) at Mina and throw the stones before everyone (else) arrived.


Book 20, Number 20.54.181:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Ata ibn Abi Rabah that a mawla of Asma bint Abi Bakr told him, "We arrived at Mina with Asma bint Abi Bakr at the end of the night, and I said to her, 'We have arrived at Mina at the end of the night,' and she said, 'We used to do that with one who was better than you.' "


Book 20, Number 20.54.182:

Yahya told me from Malik that he had heard that Talha ibn Ubaydullah used to send his family and children from Muzdalifa to Mina ahead of him.


Book 20, Number 20.54.183:

Yahya related to.me from Malik that he had heard one of the people of knowledge disapproving of stoning the jamra until after dawn on the day of sacrifice, as it was halal for whoever had thrown the stones to sacrifice.


Book 20, Number 20.54.184:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that Fatima bint al-Mundhir told him that she used to see Asma bint Abi Bakrat Muzdalifa telling whoever led the Subh (Fadjr) prayer for her and her companions to pray it as soon as the dawn broke, after which she would mount and go to Mina without stopping at all.


Section 20.55: Going from Arafa to Muzdalifa
Top
Book 20, Number 20.55.185:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "I was sitting with Usama ibn Zayd when some one asked him, 'How did the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, travel when he went from Arafa to Muzdalifa during the farewell hajj?' and he replied, 'He went at a medium pace, but when he found a gap (in the crowds) he speeded up.' "


Book 20, Number 20.55.186:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to spur on his mount in the middle of Muhassir over the distance of a stone's throw.


Section 20.56: Sacrificing during the Hajj
Top
Book 20, Number 20.56.187:

Yahya told me from Malik that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said once at Mina, "This place (where I have just sacrificed), and the whole of Mina, is a place of sacrifice," and he said once during umra, "This place of sacrifice" meaning Marwa, "and all the pathways of Makka and its roads are a place of sacrifice."


Book 20, Number 20.56.188:

Yahya told me from Malik that Yahya ibn Said said that Amra bint Abd ar-Rahman told him that she had heard A'isha, umm al-muminin, saying, "We set out with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, when there were five nights left in Dhu'l-Qada and we assumed that we must be setting out for hajj. When we got near to Makka, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, told everyone that did not have a sacrificial animal with them to leave ihram after they had done tawaf of the House and say between Safa and Marwa."

A'isha added, "We were sent some beef on the day of sacrifice. I asked what it was and they said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had sacrificed for his wives."

Yahya ibn Said said, "I mentioned this hadith to Qasim ibn Muhammad and he said, 'She has given you the complete hadith, by Allah.' "


Book 20, Number 20.56.189:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that Hafsa, umm al-muminin, once said to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, "Why is it that everyone has left ihram and you still have not left ihram from your umra?" and he replied, "I have matted my hair and garlanded my sacrificial animal and will not leave ihram until I have sacrificed the animal."


Section 20.57: How to Make the Sacrifice
Top
Book 20, Number 20.57.190:

190 Yahya told me from Malik from Jafar ibn Muhammad from his father from Ali ibn Abi Talib that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, killed some of his sacrificial animals himself, and someone else killed the rest.


Book 20, Number 20.57.191:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "Someone who vows to sacrifice a camel or a cow to Allah should garland it with two sandals about its neck, and brand it by causing blood to flow from its side. He should then sacrifice it either at the House or at Mina on the day of sacrifice. There are no other correct places apart from those. However, someone who vows to slaughter a camel or a cow simply as a sacrifice can sacrifice it wherever he wishes."


Book 20, Number 20.57.192:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father used to kill his sacrificial animals while they were standing.

Malik said, "No-one is permitted to shave his head until he has killed his sacrificial animal, and no-one must sacrifice before dawn on the day of sacrifice. The things that should be done on the day of sacrifice are slaughtering, donning clothes, grooming the body generally (at-tafath) and shaving the head, and none of this may be done before the day of sacrifice."


Section 20.58: Shaving the Head
Top
Book 20, Number 20.58.193:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "O Allah, have mercy on those who shave their hair." They said, "And those who shorten (their hair), Messenger of Allah." He said, "O Allah, have mercy on those who shave." They said, "And those who shorten, Messenger of Allah." He said, "And those who shorten."


Book 20, Number 20.58.194:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim that his father used to go into Makka by night when he was doing umra and do tawaf of the House and say between Safa and Marwa and delay the shaving until the morning, but he would not go back to the House and do tawaf again until he had shaved his head.

Abd ar-Rahman added, "Sometimes he would enter the mosque and do the witr prayer there without actually going near the House."

Malik said, "At-tafath is shaving the head, putting on normal clothes and things of that nature."

Yahya said that Malik was asked whether a man who forgot to shave (his head) at Mina during the hajj could shave in Makka, and he said, "That is permissible, but I prefer the shaving to be done at Mina."

Malik said, "What we are all agreed upon here (in Madina) is that no-one should shave his head or cut his hair until he has killed his sacrificial animal, if he has one, and things that are haram for him do not become halal for him until he leaves ihram at Mina on the day of sacrifice. This is because Allah, the Blessed and Exalted, says, 'Do not shave yourheads until the sacrificial animal has reached its destination. ' "


Section 20.59: Cutting the Hair
Top
Book 20, Number 20.59.195:

Yahya told me from Malik from Nafi that if Abdullah ibn Umar had finished the fast of Ramadan and intended to do hajj, he would not cut his hair or beard at all until he had done hajj.

Malik said, "It is not necessary for people to do the same."


Book 20, Number 20.59.196:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to trim his beard and moustache when he shaved at the end of a hajj or umra.


Book 20, Number 20.59.197:

Yahya told me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman that a man came to Qasim ibn Muhammad and said, "I did the tawaf al-ifada along with my wife, and then I went off onto a mountain path and approached my wife to make love to her, and she said, 'I have not cut my hair yet.' So I bit some of her hair off with my teeth and then had intercourse with her." Qasim laughed and said, "Tell her to cut her hair with some scissors."

Malik said, "To my liking an animal should be sacrificed in an instance such as this, because Abdullah ibn Abbas said, 'Whoever forgets any of his rites on hajj should sacrifice an animal.' "


Book 20, Number 20.59.198:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar once met a relative of his called al-Mujabbar who had done the tawaf al-ifada but, out of ignorance, had not shaved his head or cut his hair. Abdullah told him to go back and shave his head or cut his hair, and then go back and do the tawaf al-ifada.


Book 20, Number 20.59.199:

Yahya told me from Malik that he had heard that when Salim ibn Abdullah intended to go into ihram he would call for some scissors and trim his moustache and beard before setting off and before going into ihram.


Section 20.60: Matting the Hair
Top
Book 20, Number 20.60.200:

Yahya told me from Malik from Nafi from 'Abdullah ibn 'Umar that Umar ibn al-Khattab said, "Someone who puts plaits in his hair should shave his head, and do not plait your hair in such a way that it seems you have matted it."


Book 20, Number 20.60.201:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Said ibn al-Musayyab that Umar ibn al-Khattab said, "Anyone who has braided his hair, or plaited it or matted it must shave his head."


Section 20.61: Doing the Prayer in the House, Shortening the Prayer, and Hastening the Khutba at Arafa
Top
Book 20, Number 20.61.202:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, entered the Kaba with Usama ibn Zayd, Bilal ibn Rabah and Uthman ibn Talha al-Hajabi and locked it behind him and stayed there for some time.

Abdullah said that he asked Bilal when he came out what the Messenger of Allah had done there and he said, "He positioned himself with one support to his left, two supports to his right, and three behind him (the house had six supports at that time) and then he prayed."


Book 20, Number 20.61.203:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab that Salim ibn Abdullah said, ''Abd al-Malik ibn Marwan wrote to al-Hajjaj ibn Yusuf telling him not to disagree with Abdullah ibn Umar about anything to do with the hajj. Then, when the day of Arafa came Abdullah ibn Umar went to him just after noon, and I went with him. He called out to him outside his tent, 'Where is this man?' and a-lHajjaj came out to him, wearing a blanket dyed with safflower, and said to him, 'What's up with you, Abu Abd ar-Rahman?' He said, 'Hurry up, if you want to follow the sunna.' Al-Hajjaj said, 'At this hour?' and he said, 'Yes.' Al-Hajjaj said, 'Wait until I have poured some water over myself, and then I will come out.' So Abdullah dismounted and waited until al-Hajjaj came out. He passed between me and my father and I said to him, 'If you want to accord with the sunna today, then make the khutba short, do not delay the prayer and do the prayer quickly.' Then he began looking at Abdullah ibn Umar to see if he would say the same thing, and when Abdullah saw that, he said, 'What Salim is saying is true.' "

20.64 Doing the Prayer at Mina on the Eighth Day of Dhu-l-Hijja, and the Jumua at Mina and Arafa


Book 20, Number 20.61.204:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to pray dhuhr, asr, maghrib, isha and Subh (Fadjr) at Mina. Then in the morning, after the sun had risen, he would go to Arafa .

Malik said, "What we are all agreed upon here (in Madina) is that the Imam does not recite the Qur'an out loud in dhuhr on the day of Arafa, and that he gives a khutba to the people on that day, and that the prayer on the day of Arafa is really a dhuhr prayer, and even if it coincides with a Jumua it is still a dhuhr prayer, but one which has been shortened because of travelling."

Malik said that the Imam of the pilgrims should not pray the Jumua prayer if the day of Arafa, the day of sacrifice or one of the three days after the day of sacrifice, was a Friday.


Section 20.62: Doing the Prayer at Muzdalifa
Top
Book 20, Number 20.62.205:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Salim ibn Abdullah from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, prayed maghrib and isha together at Muzdalifa.


Book 20, Number 20.62.206:

Yahya told me from Malik from Musa ibn Uqba that Kurayb, the mawla of Ibn 'Abbas, heard Usama ibn Zayd say, "The Messenger ofAllah, may Allah bless him and grant him peace, left Arafa and then, when he reached ash-Shib, he dismounted and urinated and then did wudu, though not thoroughly. I said to him, 'It is time for the prayer, Messenger of Allah,' and he said 'The prayer is ahead of you,' and then mounted. When we arrived at Muzdalifa he dismounted and did wudu thoroughly. Then the iqama was said for the prayer and he prayed maghrib. After that everyone settled his camel in its resting-place, and then the iqama for isha was said and he prayed it, without having prayed anything between the two."


Book 20, Number 20.62.207:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said from Adi ibn Thabit al-Ansari that Abdullah ibn Yazid al-Khatmi told him that Abu Ayyub al-Ansari told him that he prayed maghrib and isha together at Muzdalifa during the farewell hajj, with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace.


Book 20, Number 20.62.208:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to pray maghrib and isha together at Muzdalifa.


Section 20.63: Doing the Prayer at Mina
Top
Book 20, Number 20.63.209:

Malik said that the people of Makka who are doing hajj should shorten the prayer to two rakas when at Mina until they go back to Ma ka.


Book 20, Number 20.63.210:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, prayed four raka prayers with only two rakas when at Mina, and that Abu Bakr prayed them at Mina with only two rakas, and that Umar ibn al-Khattab prayed them at Mina with only two rakas, and that Uthman prayed them at Mina with only two rakas for half of his khalifate, and then later completed them.


Book 20, Number 20.63.211:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Said ibn al-Musayyab that Umar ibn al-Khattab prayed two rakas with everybody when he arrived in Makka. Then, when he had finished, he said, "People of Makka, complete your prayer, because we are a group of travellers." Later, Umar ibn al-Khattab prayed two rakas with them at Mina, but we have not heard that he said anything to them on that occasion.


Book 20, Number 20.63.212:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from his father that Umar ibn al-Khattab prayed two rakas with the people of Makka, and then, when he had finished, he said, "People of Makka, complete your prayer, becausewe are a group of travellers." Later, Umar prayed two rakas with them at Mina, but we have not heard that he said anything to them on that occasion.

Malik was asked whether the people of Makka should pray two rakas at Arafa or four, and whether the amir of the hajj, if he was a Makkan, should pray dhuhr and asr with four rakas or two, and also how the people of Makka who were living (at Mina) should pray, and he said, "The people of Makka should pray only two rakas at Arafa and Mina for as long as they stay there, and should shorten the prayer until they return to Makka. The amir of the hajj, if he is a Makkan, should also shorten the prayer at Arafa and during the days of Mina. Anyone who is living at Mina as a resident should do the full prayer at Mina, and similarly anyone who lives at Arafa and is a resident there should do the full prayer at Arafa."


Section 20.64: The Prayer of the Visitor of Makka or Mina
Top
Book 20, Number 20.64.213:

Yahya told me that Malik said, "Someone who comes to Makka at or before the new moon of Dhu'l-Hij ja and goes into ihram for the hajj should do the full prayer until he leaves Makka for Mina, and then he should shorten the prayer. This is because he has decided to stay there for more than four nights."


Section 20.65: Saying the Takbir During the Days of Tashriq
Top
Book 20, Number 20.65.214:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that he had heard that on the day after the day of sacrifice Umar ibn al-Khattab went out a little after the sun had risen and said the takbir, and everyone repeated it after him. Then he went out a second time the same day when the sun was well up and said the takbir, and everyone repeated it after him. Then he went out a third time after mid-day and said the takbir, and everyone repeated it after him until it resounded from group to group until it reached the House and people knew that Umar had left to throw the stones.

Malik said, "What we do here (in Madina) is to say the takbir during the days of tashriq after each prayer. The first time is when the Imam and everyone with him says the takbir after the dhuhr prayer on the day of sacrifice, and the last is when the Imam and everyone with him says the takbir after Subh (Fadjr) on the last of the days of tashriq, after which he stops saying the takbir."

Malik said, "The takbirs during the days of tashriq should be done by both men and women, whether they are in a group or by themselves, at Mina or elsewhere, and all of the takbirs should be done. In this everyone follows the Imam of the hajj and the people at Mina, because when everyone returns (to Makka) and comes out of ihram they keep the same people as Imams while out of ihram (as they did when they were in ihram). Some one who is not doing hajj does not follow them except for the takbirs during the days of tashriq."

Malik said, "The 'limited number of days' are the days of tashriq."


Section 20.66: Doing the Prayer at al-Muarras and al-Muhassab
Top
Book 20, Number 20.66.215:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, made his camel kneel down at al-Batha, which is at Dhu'l-Hulayfa, and prayed there. Nafi said, "Abdullah ibn Umar used to do that."

Malik said, "No-one should go past al-Muarras when he is returning from hajj without praying there. If he passes it at a time when prayer is not permissible he should stay there until prayer is permissible and then pray whatever he feels is appropriate. (This is) because I have heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, stopped there to rest, and that Abdullah ibn Umar stopped his camel there also."


Book 20, Number 20.66.216:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to pray dhuhr, asr, maghrib and isha at al-Muhassab, and then enter Makka at night and do tawaf of the House.


Section 20.67: Staying Overnight at Makka on the Nights of Mina
Top
Book 20, Number 20.67.217:

Yahya told me from Malik that Nafi said, "They say that Umar ibn al-Khattab used to send men out to bring people in from beyond al-Aqaba."


Book 20, Number 20.67.218:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that Umar ibn al-Khattab said, "No-one doing hajj should spend the nights of Mina beyond al-Aqaba."


Book 20, Number 20.67.219:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, talking about spending the nights of Mina at Makka, "No-one must spend the night anywhere except Mina."


Section 20.68: Stoning the Jamras
Top
Book 20, Number 20.68.220:

Yahya told me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab used to stop at the first two jamras for such a long time that someone standing up would get tired.


Book 20, Number 20.68.221:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to stop for a long time at the first two jamras saying, "Allah is greater", "Glory be to Allah", "Praise be to Allah", and making duas to Allah, but he did not stop at the jamrat al-Aqaba.


Book 20, Number 20.68.222:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say "Allah is greater" whenever he threw a pebble while stoning the jamra.


Book 20, Number 20.68.223:

Yahya told me from Malik that he had heard some of the people of knowledge saying, "The pebbles used for stoning the jamras should be like the stones used as slingshot."

Malik said, "I like it better if they are a little larger than that."

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "Someone who is at Mina when the sun sets in the middle of the days of tashriq must not leave until he has stoned the jamras on the following day."


Book 20, Number 20.68.224:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn Qasim from his father that when people went to stone the jamras they would walk both going there and coming back. The first one to ride was Muawiya ibn Abi Sufyan.


Book 20, Number 20.68.225:

Yahya told me from Malik that he asked Abd ar-Rahman ibn Qasim, "From where did Qasim stonethe jamrat al-Aqaba?"and he replied, "From wherever it was possible."

Yahya said that Malik was asked whether some one else could throw the stones for a child or a sick man and he said, "Yes, and a sick man should inquire as to when the stones will be thrown for him and then say the takbir while he is in the place where he is staying, bleeding. If a sick man regains his health during the days of tashriq, he should stone whatever stoning has been done for him and he must offer a sacrificial animal."

Malik said, "I do not consider that someone who stones the jamras or does say between Safa and Marwa without being in wudu has to repeat anything, but he should not make a general practice of it."


Book 20, Number 20.68.226:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to say, "The jamras should not be stoned during the three days until after the sun has passed the meridian."


Section 20.69: Indulgence with Respect to Stoning the Jamras
Top
Book 20, Number 20.69.227:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Abi Bakr ibn Hazm from his father that Abu'l-Baddah ibn Asim ibn Adi told him from his father that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, allowed the camel-herders to spend the night outside of Mina, and they threw the stones (once) on the day of sacrifice, and (once) for the following day and the day after that, and (once) on the day when they left Mina.


Book 20, Number 20.69.228:

Yahya told me from Malik that

Yahya ibn Said heard Ata ibn Abi Rabah mentioning that the camel-herders were allowed to throw the stones at night, and saying that this was in the early period (of Islam).

Malik said, "The explanation of the hadith where the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, allowed the camel-herders to delay the stoning of the jamras is, in our view, and Allah knows best, that they threw stones on the day of sacrifice, and then threw again two days later, which was the first possible day for leaving, and this throwing was for the day which had passed. They then threw again for the day itself, because it is only possible for someone to make up for something which is obligatory for him, and when something obligatory passes someone by (without him doing it) he must necessarily make it up afterwards (and not beforehand). So (in the case of the camel-herders), if it seemed appropriate for them to leave that day, they would have done all that they were supposed to do, and if they were to stay until the following day, they would throw stones with everybody else on the second and last day for leaving, and then leave."


Book 20, Number 20.69.229:

Yahya told me from Malik from Abu Bakr ibn Nafi from his father that the daughter of one of Safiyya bint Abi Ubayd's brothers was bleeding after she had given birth to a child at Muzdalifa. She and Safiyya were delayed and did not arrive at Mina until after the sun had set on the day of sacrifice. Abdullah ibn Umar told them both to stone the jamra at the time they arrived and he did not think that they owed anything.

Yahya said that Malik was asked about some one who forgot to stone one of the jamras on one of the days of Mina until it was evening and he said, "He should throw the stones at whatever time of day or night he remembers, just as he would pray the prayer if he forgot it and then remembered it at any time of day or night. If he remembers (that he has not done the stoning) after he has returned to Makka, or after he has left, he must sacrifice an animal."


Book 20, Number 20.69.230:

Yahya told me from Malik from Nafi and Abdullah ibn Dinar from Abdullah ibn Umar that Umar ibn al-Khattab gave a khutba to the people at Arafa and taught them the conduct of the hajj, and one of the things he said to them in his speech was, "When you get to Mina and have stoned the jamra then whatever is haram for someone doing the hajj becomes halal, except women and scent. No-one should touch women or scent until he has done tawaf of the House."


Book 20, Number 20.69.231:

Yahya told me from Malik from Nafi and Abdullah ibn Dinar from Abdullah ibn Umar that Umar ibn al-Khattab said, "When someone has stoned the jamra and shaved his head or cut off some of his hair and sacrificed an animal, whatever was haram for him becomes halal, except women and scent, (which remain haram for him) until he has done tawaf of the House."


Section 20.70: A Menstruating Woman's Entering Makka
Top
Book 20, Number 20.70.232:

Yahya told me from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim, from his father that A'isha, umm al-muminin, said, "We set out with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the year of the farewell hajj and we went into ihram for umra. Afterwards, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Whoever has a sacrificial animal with him should go into ihram for hajj and umra together, and he should not leave ihram without leaving ihram for both of them at the same time.' "

She continued "I was menstruating when I got to Makka, so I did not do tawaf of the House or say between Safa and Marwa. I complained to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he said, 'Undo your hair and comb it and leave the umra and go back into ihram for the hajj.' "

She said, "I did so, and when we had completed the hajj, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent me with Abd ar-Rahman ibn Abi Bakr as-Siddiq to at-Tanim and I performed an umra and he said, 'This is in place of your umra.' "

"Those who had entered ihram for the umra did tawaf of the House and say between Safa and Marwa, then left ihram. Then they did another tawaf after returning from Mina for their hajj, whereas those who entered ihram for the hajj or combined the hajj and the umra, only did one tawaf."

Yahya related the same as that to me from Malik from Ibn Shihab from Urwa ibn az-Zubayr from A'isha.


Book 20, Number 20.70.233:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father that A'isha said, "I came to Makka at the time of my period so I did not do tawaf of the House or go between Safa and Marwa. I complained to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he said, 'Do what the people doing hajj do except do not do tawaf of the House and go between Safa and Marwa until you are pure.' "

Malik said, concerning a woman who entered ihram for umra at the time of hajj, and she arrived in Makka during her period and so could not do tawaf of the House, "When she fears that the time (for hajj) is getting close, she gets into ihram for the hajj and sacrifices an animal. She is like someone who combines the hajj and the umra. One tawaf is enough for her. If a women starts her period after she has already done tawaf of the House and prayed, she does say between Safa and Marwa and stops at Arafa and Muzdalifa and stones the jamras but she does not do the tawaf al-ifada until she is pure and has finished her menses."


Section 20.71: The Tawaf al-Ifada of a Menstruating Woman
Top
Book 20, Number 20.71.234:

Yahya told me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father from A'isha umm al-muminin that Safiyya bint Huyy began menstruating and so she mentioned it to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he asked, "Will she delay us?" and he was told, "She has already done the tawaf al-ifada," and he said, "Then she will not delay us. "


Book 20, Number 20.71.235:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Abi Bakr ibn Hazm from his father from Amra bint Abd ar-Rahman that A'isha umm al-muminin said to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, "Messenger of Allah, Safiyya bint Huyy has begun her period," and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Perhaps she will delay us. Has she done tawaf of the House with you?" They said, "Of course." He said, "So you are free to leave."


Book 20, Number 20.71.236:

Yahya told me from Malik from AbuRijal Muhammad ibn Abd ar-Rahman from Amra bint Abd ar-Rahman that when A'isha umm al-muminin was doing hajj with women who were expecting their periods, she would hurry them to do the tawaf al-ifada on the Day of Sacrifice. If they started to menstruate after the tawaf al-ifada she did not stop for them but left with them while they were menstruating.


Book 20, Number 20.71.237:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father from A'isha umm al-muminin that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, mentioned Safiyya bint Huyy and he was told that she had started her period. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Perhaps she will delay us." They said, "Messenger of Allah, she has done tawaf," and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Then she will not delay us."

Malik said that Hisham said that Urwa said that A'isha said, "We have publicized that, so why do people make their women stay on to their inconvenience? If it were as they say, more than six thousand menstruating women would still be in Mina in the morning, all of them having already done the tawaf al-ifada.' "


Book 20, Number 20.71.238:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Abi Bakr from his father that Abu Salama ibn Abd ar-Rahman told him that Umm Sulaym bint Milhan asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, for advice one time when she had begun menstruating, or had given birth to a child after she had done tawaf al-ifada on the Day of Sacrifice. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, gave her permission to leave.

Malik said, "A woman menstruating at Mina stays until she has done tawaf of the House. There is no escape from that for her. If she has already done the tawaf al-ifada and she starts to menstruate afterwards, she may leave for her country, since permission for the menstruating women to leave has been transmitted to us from the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace."

He added, "If a woman starts her period at Mina before she does the tawaf al-ifada, and the period lasts longer than usual, she has to stay longer than the time that bleeding would usually detain women."


Section 20.72: The Compensation (Fidya) for Killing Birds and Wild Animals in Ihram
Top
Book 20, Number 20.72.239:

Yahya told me from Malik from Abu'z-Zubayr that Umar ibn al-Khattab gave the judgement of a ram for a hyena, a female goat for a gazelle, a she-goat less than one year old for a rabbit, and a four month old kid for a jerboa.


Book 20, Number 20.72.240:

Yahya told me from Malik from Abd al-Malik ibn Qurayr from Muhammad ibn Sirin that a man came to Umar ibn al-Khattab and said, "I was racing a friend on horseback towards a narrow mountain trail and we killed a gazelle accidently and we were in ihram. What is your opinion?" Umar said to a man by his side, "Come, so that you and I may make an assessment." They decided on a female goat for him, and the man turned away saying, "This amir al-muminin cannot even make an assessment in the case of a gazelle until he calls a man to decide with him." Umar overheard the man's words and called him and asked him, "Do you recite surat al-Ma'ida?" and he said, "No." He said, "Then do you recognize this man who has taken the decision with me?" and he said, "No." He said, "If you had told me that you did recite surat al-Ma'ida, I would have dealt you a blow." Then he said, "Allah the Blessed, the Exalted says in His Book, 'as shall be judged by two men of justice among you, a sacrificial animal to reach the Kaba' (Sura 5 ayat 95), and this is Abd ar-Rahman ibn Awf."


Book 20, Number 20.72.241:

Yahya told me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father used to say, "For the female of wild animals a cow is given and for the female of gazelles a sheep."


Book 20, Number 20.72.242:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab used to say, "For the pigeon of Makka, when it is killed, a sheep is due."

Malik said, that if a man of the people of Makka were to enter ihram for hajj or umra and there was a flock of Makkan pigeons in his house and they were shut in and died, "I think that he should pay for that with a sheep for each bird."


Book 20, Number 20.72.243:

Malik said, I still hear that when a person in ihram kills an ostrich, a camel is due."

Malik said, "I think that for an ostrich egg, one tenth of the price of a camel is due in the same way that there is a newly-born male or female slave for the unborn child of a free woman. The value of the newly-born slave is fifty dinars, and that is one-tenth of what the blood-money for the mother would be.

"Birds from the eagle family, eagles or falcons or vultures count as game for which a price is paid just as a price is paid for any game which a person in ihram kills. For everything for which a penalty is paid, the assessment is the same, whether the animal is old or young. The analogy of that is that the blood-money for the young and the old freeman, are considered to be the same."


Section 20.73: The Fidya for Killing Locusts in Ihram
Top
Book 20, Number 20.73.244:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam that a man came to Umar ibn al-Khattab and said, "Amir al-muminin, I killed some locusts with my whip when I was in ihram," and Umar said to him, "Give a handful of food."


Book 20, Number 20.73.245:

Yahya told me from Malik from Yahya ibn Said that a man came to Umar ibn al-Khattab and asked him about some locusts he had killed while he was in ihram. Umar said to Kab, "Come, let's decide." Kab said, "A dirham," and Umar said to Kab, "You can find dirhams. A date is better than a locust."


Book 20, Number 20.73.246:

Yahya told me from Malik from Abd al-Karim ibn Malik al-Jazari from Abd ar-Rahman ibn Abi Layla from Kab ibn Ujra that one time he was with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in ihram, and he was suffering from lice on his head. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, told him to shave his head, saying, "Fast three days, or feed six poor people, two mudds for each person, or sacrifice a sheep. If you do any of those it will be enough for you."


Book 20, Number 20.73.247:

Yahya told me from Malik from Humayd bin Qays from Mujahid Abu'l Hajjaj from Ibn Abi Layla from Kab ibn Ujra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "Perhaps your pests are troubling you?" He replied that indeed they were, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Shave your head and fast three days or feed six poor men or sacrifice a sheep."


Book 20, Number 20.73.248:

Yahya told me from Malik that Ata ibn Abdullah al-Khurasani said that an old man from Suq al-Buram in Kufa had related to him that Kab ibn Ujra said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came to me while I was blowing under a cooking pot belonging to my companions and my head and beard were full of lice. He took my forehead and said, 'Shave your hair and fast three days or feed six poor people.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was aware that I did not have anything with me to sacrifice.'"

Malik said, concerning paying compensation (fidya) for the relief of physical discomfort, "The custom concerning it is that no one pays compensation until he has done something which makes it obligatory to pay compensation just as making amends (kaffara) is only done when it has become obligatory for the one who owes it. The person can pay the compensation wherever he wishes, regardless of whether he has to sacrifice an animal or fast or give sadaqa -- in Makka or in any other town."

Malik said, "It is not correct for a person in ihram to pluck out any of his hair or to shave it or cut it until he has left ihram, unless he is suffering from an ailment of the head, in which case he owes the compensation Allah the Exalted has ordered. It is not correct for a person in ihram to cut his nails, or to kill his lice, or to remove them from his head or from his skin or his garment to the ground. If a person in ihram removes lice from his skin or his garment, he must give away the quantity of food that he can scoop up with both hands. "

Malik said,"Anyone who, while in ihram, plucks out hairs from his nose or armpit or rubs his body with a depilatory agent or shaves the hair from around a head wound out of necessity or shaves his neck for the place of the cupping glasses, regardless of whether it is in forgetfulness or in ignorance, owes compensation in all these instances, and he must not shave the place of the cupping glasses. Someone, who, out of ignorance, shaves his head before he stones the jamra. must also pay compensation."


Section 20.74: What to Do for Forgetfulness in the Rituals
Top
Book 20, Number 20.74.249:

Yahya told me from Malik from Ayyub ibn Abi Tamima as-Sakhtayani from Said ibn Jubayr that Abdullah ibn Abbas said, "If someone forgets anything of the rituals or omits them intentionally, he must slaughter an animal." Ayyub added "I do not know if he said 'Omits' or 'forgets'."

Malik said, "If it is a hady that has to be slaughtered it may only be done in Makka, but if it is a sacrifice, it may be slaughtered wherever the one who owes the sacrifice prefers."


Section 20.75: Compensation (Fidya) in General
Top
Book 20, Number 20.75.250:

Malik said, concerning someone who wishes to wear clothes that a person in ihram must not wear, or cut his hair, or touch perfume without necessity, because he finds it easy to pay the compensation, "No-one must do such things. They are only allowed in cases of necessity, and compensation is owed by whoever does them."

Malik was asked whether the culprit could choose for himself the method of compensation he makes, and he was asked what kind of animal was to be sacrificed, and how much food was to be given, and how many days were to be fasted, and whether the person could delay any of these, or if they had to be done immediately. He answered, 'Whenever there are alternatives in the Book of Allah for the kaffara, the culprit can choose to do whichever of the alternatives he prefers. As for the sacrifice - a sheep, and as for the fasting - three days. As for the food - feeding six poor men, for every poor man two mudds, by the first mudd, the mudd of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace."

Malik said, "I have heard one of the people of knowledge saying, 'When a person in ihram throws something and hits game unintentionally and kills it, he must pay compensation. In the same way, someone outside the Haram who throws anything into the Haram and hits game he did not intend to, killing it, has to pay compensation, because the intentional and the mistaken are in the same position in this matter.' "

Malik said, concerning people who kill game together while they are muhrim or in the Haram, "I think that each one of them owes a full share. If a sacrificial animal is decided for them, each one of them owes one, and if fasting is decided for them, the full fasting is owed by each one of them. The analogy of that is a group of people who kill a man by mistake and the kaffara for that is that each person among them must free a slave or fast two consecutive months."

Malik said, "Anyone who stones or hunts game after stoning the jamra and shaving his head but before he has performed the tawaf al-ifada, owes compensation for that game, because Allah the Blessed, the Exalted said, 'And when you leave ihram, then hunt,' and restrictions still remain for someone who has not done the tawaf al-ifada about touching perfume and women."

Malik said, "The person in ihram does not owe anything for plants he cuts down in the Haram and it has not reached us that anyone has given a decision of anything for it, but O how wrong is what he has done! "

Malik said, concerning some one who was ignorant of, or who forgot the fast of three days in the hajj, or who was ill during them and so did not fast them until he had returned to his community, "He must offer a sacrificial animal (hady) if he can find one and if not he must fast the three days among his people and the remaining seven after that."


Book 20, Number 20.75.251:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from clsa ibn Talha that Abdullah ibn Amr ibn al-As said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, stopped for the people at Mina, and they questioned him and a man came and said to him, 'Messenger of Allah, I was unclear about what to do and I shaved before sacrificing,' and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Sacrifice, and don't worry.' Then another came to him and said 'Messenger of Allah, I was unclear about what to do and I sacrificed before throwing the stones.' He advised, 'Throw, and don't worry.' "

Amr continued, saying that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was not asked about anything done before or after without his saying, "Do it, and don't worry."


Section 20.76: The Hajj in General
Top
Book 20, Number 20.76.252:

Yahya told me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, returned from a military expedition or a hajj or an umra, he used to say three takbirs on every elevated part of the land, and then he used to say, "There is no god but Allah, alone, without partner. To Him belongs the Kingdom and to Him belongs the praise and He has power over everything. Returning, making tawba, serving, prostrating, praising our Lord. Allah has promised truly and given His slave victory and defeated the tribes alone."


Book 20, Number 20.76.253:

Yahya told me from Malik from Ibrahim ibn Uqba from Kurayb the mawla of Abdullah ibn Abbas from Ibn Abbas that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, passed a woman in a litter and it was said to her, "This is the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace," and she took the forearms of a young boy who was with her and said, "Does this one have a hajj, Messenger of Allah?" and he said, "Yes, and you have a reward."


Book 20, Number 20.76.254:

Yahya told me from Malik from Ibrahim ibn Abi Abla from Talha ibn Ubaydullah ibn Kariyz that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Shaytan is not considered more abased or more cast out or more contemptible or more angry on any day than on the Day of Arafa. That is only because he sees the descent of the Mercy and Allah's disregard for great wrong actions. That is except from what he was shown on the Day of Badr." Someone said, "What was he shown on the Day of Badr, Messenger of Allah?" He said, "Didn't he see Jibril arranging the ranks of the angels?"


Book 20, Number 20.76.255:

Yahya told me from Malik from Zihad ibn Abi Ziyad the mawla of Abdullah ibn Ayyash ibn Abi Rabia from Talha ibn Ubaydullah ibn Kariyz that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "The most excellent dua is the dua on the Day of Arafa, and the best of what I and the prophets before me have said, is 'There is no god but Allah, alone, without partner.'"


Book 20, Number 20.76.256:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Anas ibn Malik that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, entered Makka, in the Year of Victory, wearing a helmet, and when he took it off a man came to him and said, "Messenger of Allah, Ibn Khatal is clinging to the covers of the Kaba,'' and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Kill him."

Malik commented, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was not in ihram at the time, and Allah knows best."


Book 20, Number 20.76.257:

Yahya told me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar was coming from Makka and when he was at Qudayd, news came to him from Madina and he returned and entered Makka without ihram.

Yahya related the same as that to me from Malik from Ibn Shihab.


Book 20, Number 20.76.258:

Yahya told me from Malik from Muhammad ibn Amr ibn Halhala ad-Dili from Muhammad ibn lmran al-Ansari that his father said that Abdullah ibn Umar came upon him while he stopped for a rest under a tall tree on the road to Makka, and he said, "What has made you stop under this tall tree?" He replied that he sought it's shade. Abdullah ibn Umar said, "Anything besides that?" and he said, "No, that was the only. reason he stopped for a rest," and Abdullah ibn Umar said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'If you are between al-Akhshabayn (which are two mountains) near Mina,' indicating the east with his outspread hand, 'you will find a valley called as-Surar with a tree in it beneath which the umbilical cords of seventy prophets have been cut.' "


Book 20, Number 20.76.259:

Yahya told me from Malik from Abdullah ibn Abi Bakr ibn Hazm from Ibn

Abi Mulayka that Umar ibn al-Khattab passed a leprous woman doing tawaf of the House, and he said to her, "Slave of Allah, do not make people uneasy. Better that you stay in your house," so she did so. A man passed by her after that and said to her, "The one who forbade you has died, so come out," and she replied, "I am not going to obey him when he is alive and disobey him when he is dead."


Book 20, Number 20.76.260:

Yahya told me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Abbas used to say that the area between the corner of the Black Stone and the door of the Kaba was called al-Multazam.


Book 20, Number 20.76.261:

Yahya told me from Malik that Yahya ibn Said heard Muhammad ibn Yahya ibn Habban mentioning that a certain man passed Abu Dharr at ar-Rabadha (which was about 30 miles from Madina) and Abu Dharr asked him, "Where are you heading to?" and he replied, "I am intending to do hajj." Abu Dharr questioned, "Has anything else brought you out?" and he said, "No," so Abu Dharr said "Resume what you are doing wholeheartedly."

The man related, "I went on till I came to Makka and I stayed as long as Allah willed. Suddenly, one time, I was with a crowd of people thronging about a man and I pushed through the people to him and it was the old man that I had come across at ar-Rabadha. When he saw me, he recognized me and said, 'Ah, you have done what I told you.' "


Book 20, Number 20.76.262:

Yahya told me from Malik that he asked Ibn Shihab about making a condition in the hajj that one could leave ihram at any place where an obstacle befell one and he said, "Does anyone do that?' and disapproved of it.

Malik was asked whether a man could cut plants from the Haram for his mount, and he said, "No."


Section 20.77: The Hajj of a Woman without a Mahram
Top
Book 20, Number 20.77.263:

Malik said, concerning a woman who had never been on hajj, "If she doesn't have a mahram, or if she has, but she cannot come with her, she does not abandon Allah's making of the hajj obligatory for her. Let her go in a group of women."


Section 20.78: Fasting in at-Tamattu
Book 20, Number 20.78.264:

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Urwa ibn az-Zubayr that A'isha umm al-muminin used to say, "Someone performing hajj at-tamattu who does not have a sacrificial animal fasts (three days) from the time he enters ihram for the hajj till the Day of Arafa, and if he does not fast then, he fasts the days of Mina."

Yahya told me from Malik from Ibn Shihab from Salim ibn Abdullah that Abdullah ibn Umar used to say the same concerning that, as the words of A'isha, may Allah the Exalted be pleased with her.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 21: 21.1.1 - 21.20.51

Jihad
Top Index

Section 21.1: Stimulation of Desire for Jihad
Section 21.2: Prohibition against Travelling with the Qur'an in Enemy Territory
Section 21.3: Prohibition against Killing Women and Children in Military Expeditions
Section 21.4: Fulfilling Safe Conduct
Section 21.5: Giving in the Way of Allah
Section 21.6: Booty from War in General
Section 21.7: Things on Which the Tax of One Fifth (Khumus) is Not Obligatory
Section 21.8: What It is Permissible for the Muslims to Eat Before the Spoils are Divided
Section 21.9: Returning to the Owner What has been Captured by the Enemy Before the Spoils are Divided
Section 21.10: Stripping the Slain of their Personal Effects in the Booty
Section 21.11: Awarding Bonuses from the Tax of One Fifth (Khumus)
Section 21.12: The Share of the Spoils Allotted to Cavalry in Military Expeditions
Section 21.13: Stealing from the Spoils
Section 21.14: The Martyrs in the Way of Allah
Section 21.15: Things in which Martyrdom Lies
Section 21.16: How to Wash the Martyr
Section 21.17: What is Disliked to be done with Something Given in the Way of Allah
Section 21.18: Stimulation of Desire for Jihad
Section 21.19: Horses and Racing Them and Expending in Military Expeditions
Section 21.20: Burial in One Grave by Necessity and Abu Bakr's, may Allah be Pleased with Him, Carrying Out the Promise of the Messenger of Allah, may Allah Bless Him and Grant Him Peace, After the Death of the Messenger, may Allah Bless Him and Grant Him Peace

Section 21.1: Stimulation of Desire for Jihad
Top
Book 21, Number 21.1.1:

Yahya told me from Malik from Abu'z-Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said "Someone who does jihad in the way of Allah is like someone who fasts and prays constantly and who does not slacken from his prayer and fasting until he returns."


Book 21, Number 21.1.2:

Yahya told me from Malik from Abu'z Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Allah guarantees either the Garden or a safe return to his home with whatever he has obtained of reward or booty, for the one who does jihad in His way, if it is solely jihad and trust in his promise that brings him out of his house."


Book 21, Number 21.1.3:

Yahya told me from Malik from Zayd ibn Aslam from Abu Salih as-Samman from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Horses are a reward for one man, a protection for another, a burden for another. The one who has them as a reward is the one who dedicates them for use in the way of Allah, and tethers them in a meadow or grassland. Whatever the horse enjoys of the grassland or meadow in the length of its tether are good deeds for him. If it breaks its tether and goes over a hillock or two, its tracks and droppings are good deeds for him. If it crosses a river and drinks from it while he did not mean to allow it to drink it, that counts as good deeds for him, and the horse is a reward for him.

Another man uses his horse to gain self reliance and up-standingness and does not forget Allah's right on their necks and backs (i.e. he does not ill treat or over-work them). Horses are a protection for him .

Another man uses them out of pride to show them off and in hostility to the people of Islam. They are a burden on that man."

The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was asked about donkeys, and he said, "Nothing has been revealed to me about them except this single all-inclusive ayat, 'Whoever does an atom of good will see it, and whoever does an atom of evil, will see it.' " (Sura 99 Ayats 7,8) .


Book 21, Number 21.1.4:

Yahya told me from Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Mamar al-Ansari that Ata ibn Yasar said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Shall I tell you who has the best degree among people? A man who takes the rein of his horse to do jihad in the way of Allah. Shall I tell you who has the best degree among people after him? A man who lives alone with a few sheep, performs the prayer, pays the zakat, and worships Allah without associating anything with him."


Book 21, Number 21.1.5:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said said, ''Ubada ibn al-Walid ibn Ubada ibn as-Samit informed me from his father that his grandfather (Ubada) said, 'We made a contract with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, to hear and obey in ease and hardship, enthusiasm and reluctance, and not to dispute with people in authority and to speak or establish the truth wherever we were without worrying about criticism.'"


Book 21, Number 21.1.6:

Yahya related to me from Malik that Zayd ibn Aslam had said that Ubayda ibn al-Jarrah had written to Umar ibn al-Khattab mentioning to him a great array of Byzantine troops and the anxiety they were causing him. Umar ibn al-Khattab wrote in reply to him, "Whatever hardship befalls a believing slave, Allah will make an opening for him after it, and a hardship will not overcome two eases. Allah the Exalted says in His Book, 'O you who trust, be patient, and vie in patience; be steadfast and fear Allah, perhaps you will profit.' " (Sura 3 ayat 200).


Section 21.2: Prohibition against Travelling with the Qur'an in Enemy Territory
Top
Book 21, Number 21.2.7:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade travelling with a Qur'an in the land of the enemy. Malik commented, "That is out of fear that the enemy will get hold of it."


Section 21.3: Prohibition against Killing Women and Children in Military Expeditions
Top
Book 21, Number 21.3.8:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that a son of Kab ibn Malik (Malik believed that ibn Shihab said it was Abd ar-Rahman ibn Kab) said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade those who fought ibn Abi Huqayq (a treacherous jew from Madina) to kill women and children. He said that one of the men fighting had said, 'The wife of ibn Abi Huqayq began screaming and I repeatedly raised my sword against her. Then I would remember the prohibition of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, so I would stop. Had it not been for that, we would have been rid of her.' "


Book 21, Number 21.3.9:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, saw the corpse of a woman who had been slain in one of the raids, and he disapproved of it and forbade the killing of women and children.


Book 21, Number 21.3.10:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Abu Bakr as-Siddiq was sending armies to ash-Sham. He went for a walk with Yazid ibn Abi Sufyan who was the commander of one of the battalions. It is claimed that Yazid said to Abu Bakr, "Will you ride or shall I get down?" Abu Bakrsaid, "I will not ride and you will not get down. I intend these steps of mine to be in the way of Allah."

Then Abu Bakr advised Yazid, "You will find a people who claim to have totally given themselves to Allah. Leave them to what they claim to have given themselves. You will find a people who have shaved the middle of their heads, strike what they have shaved with the sword.

"I advise you ten things: Do not kill women or children or an aged, infirm person. Do not cut down fruit-bearing trees. Do not destroy an inhabited place. Do not slaughter sheep or camels except for food. Do not burn bees and do not scatter them. Do not steal from the booty, and do not be cowardly."


Book 21, Number 21.3.11:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Umar ibn Abd al-Aziz wrote to one of his governors, "It has been passed down to us that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent out a raiding party, he would say to them, 'Make your raids in the name of Allah in the way of Allah. Fight whoever denies Allah. Do not steal from the booty, and do not act treacherously. Do not mutilate and do not kill children.' Say the same to your armies and raiding parties, Allah willing. Peace be upon you."


Section 21.4: Fulfilling Safe Conduct
Top
Book 21, Number 21.4.12:

Yahya related to me from Malik from a man of Kufa that Umar ibn al-Khattab wrote to a lieutenant of an army which he had sent out, "I have heard that it is the habit of some of your men to chase an unbeliever till he takes refuge in a high place. Then one man tells him in Persian not to be afraid, and when he comes up to him, he kills him. By He in whose hand my self is, if I knew someone who had done that, I would strike off his head."

Yahya said, I heard Malik say, "This tradition is not unanimously agreed upon, so one does not act on it."

Malik when asked whether safe conduct promised by gesture had the same status as that promised by speech, said, "Yes. I think that one can request an army not to kill someone by gesturing for safe conduct, because as far as I am concerned, gesture has the same status as speech. I have heard that Abdullah ibn Abbas said, 'There is no people who betray a pledge, but that Allah gives their enemies power over them.' "


Section 21.5: Giving in the Way of Allah
Top
Book 21, Number 21.5.13:

Yahya related to me from Malik from Nafi that when Abdullah ibn Umar gave something in the way of Allah, he would say to its owner, "When you reach Wadi'l-Qura, (on the outskirts of Madina) then it is your affair."


Book 21, Number 21.5.14:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab used to say, "When a man is given something to use in a military expedition, and he brings it to the battlefield, it is his."

Malik was asked about a man who pledged himself to go on a military campaign, equipped himself,and when he wanted to go out, one or both of his parents prevented him. He said, "He should not contradict them. Let him put it off for another year. As for the equipment, I think that he should store it until he needs it. If he fears that it will spoil, let him sell it and keep its price so that he can readily buy what is needed fora military expedition. If he is well-to-do, he will find the like of his equipment when he goes out, so let him do what he likes with his equipment."


Section 21.6: Booty from War in General
Top
Book 21, Number 21.6.15:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent a raiding party which included Abdullah ibn Umar near Najd. They plundered many camels and their portions were twelve or eleven camels each. They divided it up camel by camel.


Book 21, Number 21.6.16:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that he heard Said ibn al-Musayyab say, "When people in military expeditions divided the spoils, they made a camel equal to ten sheep."

Malik said about the paid labourer in military expeditions, "If he is present at the battle and is with the people in the battle and he is a free man, he has his share. If he is not present, he has no share."

Malik summed up, "I think that the booty is only divided among free men who have been present at the battle. "


Section 21.7: Things on Which the Tax of One Fifth (Khumus) is Not Obligatory
Top
Book 21, Number 21.7.16a:

Malik said about enemy soldiers who were found on the seashore of a Muslim land, and they claimed that they were merchants and that the sea had driven them ashore, while the Muslims were not able to verify any of that except that their ships were damaged, or they were thirsty and had disembarked without the permission of the Muslims, "I think that it is up to the Imam to give his opinion about them, and I do not think that the tax of one fifth is taken from them."


Section 21.8: What It is Permissible for the Muslims to Eat Before the Spoils are Divided
Top
Book 21, Number 21.8.16b:

Malik said, "I do not see that there is any harm in the Muslims eating whatever food they come across in enemy territory before the spoils are divided."

Malik said, "I think that any camels, cattle and sheep (taken as booty) are considered as food which the Muslims can eat in enemy territory. If they could not be eaten until the people had gathered for the division and the spoils had been distributed among them, that would be harmful for the army. I do not see any objection to eating such things within acceptable limits. I do not think, however, that anyone should store up any of it to take back to his family."

Malik was asked whether it was proper for a man who obtained food in enemy territory and ate some of it and made provision so that there was some of it left over to keep and eat with his family, or to sell before he had come to his country and make use of its price. He said, "If he sells it while he is on a military expedition, I think that he should put its price into the booty of the Muslims. If he takes it back to his country, I see no objection to his eating it and using it if it is a small insignificant thing."


Section 21.9: Returning to the Owner What has been Captured by the Enemy Before the Spoils are Divided
Top
Book 21, Number 21.9.17:

Yahya related to me from Malik that it reached him that a slave of Abdullah ibn Umar escaped and one of his horses wandered off, and the idol worshippers seized them. Then the Muslims recaptured them, and they were returned to Abdullah ibn Umar, before the division of the spoils took place.

I heard Malik say about muslim property that had been seized by the enemy, "If it is noticed before the distribution, then it is returned to itsowner. Whatever has already been distributed is not returned to anyone."

Malik, when asked about a man whose young male slave was taken by the idol worshippers and then the Muslims re-captured him, said, "The owner is more entitled to him without having to pay his price or value or having to incur any loss before the distribution takes place. If the distribution has already taken place then I think that the slave belongs to his master for his price if the master wants him back."

Regarding an umm walad of a Muslim man who has been taken by the idol worshippers and then recaptured by the Muslims and allotted in the distribution of spoils and then recognised by her master after the distribution, Malik said, "She is not to be enslaved. I think that the Imam should pay a ransom for her for her master. If he does not do it, then her master must pay a ransom for her and not leave her. I do not think that she should be made a slave by whoever takes her and intercourse with her is not halal. She is in the position of a free woman because her master would be required to pay compensation if she injured somebody and so she is in the same position (as a wife). He must not leave the mother of his son to be enslaved nor may intercourse with her be made halal."

Malik was asked about a man who went to enemy territory to pay ransom or to trade, and he bought a free man or a slave, or they were given to him. He said, "As for the free man, the price he buys him for is a debt against the man and he is not made a slave. If the captive is given to him freely, he is free and owes nothing unless the man gave something in recompense for him. That is a debt against the free man, the same as if a ransom had been paid for him. As for a slave, his former master can choose to take him back and pay his price to the man who bought him or he can choose to leave him, as he wishes. If he was given to the man, the former master is more entitled to him, and he owes nothing for him unless the man gave something for him in recompense. Whatever he gave for him is a loss against the master if he wants him back."


Section 21.10: Stripping the Slain of their Personal Effects in the Booty
Top
Book 21, Number 21.10.18:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Amr ibn Kathir ibn Aflah from Abu Muhammad, the mawla of Abu Qatada that Abu Qatada ibn Ribi said, "We went out with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the year of Hunayn. When the armies met, the Muslims were put in disarray. I saw a man from the idol worshippers who had got the better of one of the Muslims, so I circled round and came up behind him, and struck him with a sword on his shoulder-blade. He turned to me and grabbed me so hard that I felt the smell of death in it. Then death overcame him, and he let go of me."

He continued, "I met Umar ibn al-Khattab and said to him, 'What's going on with the people?' He replied, 'The Command of Allah.' Then the people took hold of the battle and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Whoever has killed one of the dead and can prove it, can strip him of his personal effects.' I stood up and said, 'Who will testify for me?' and then I sat down. The Messenger of Allah repeated, 'Whoever has killed one of the dead and can prove it, can strip him of his personal effects.' I stood up and said, 'Who will testify for me?' then I sat down. Then he repeated his statement a third time, so I stood up, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'What's the matter with you, Abu Qatada?' So I related my story to him. A man said, 'He has spoken the truth, Messenger of Allah. I have the effects of that slain person with me, so give him compensation for it, Messenger of Allah.'

Abu Bakr said, 'No, by Allah! He did not intend that one of the lions of Allah should fight for Allah and His Messenger and then give you his spoils.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'He has spoken the truth, hand it over to him.' He gave it to me, and I sold the breast-plate and I bought a garden in the area of the Banu Salima with the money. It was my first property, and I acquired it in Islam."


Book 21, Number 21.10.19:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that al-Qasim ibn Muhammad said that he had heard a man asking ibn Abbas about booty. Ibn Abbas said, "Horses are part of the booty and personal effects are as well."

Then the man repeated his question, and Ibn Abbas repeated his answer. Then the man said, "What are the spoils which He, the Blessed, the Exalted, mentioned in His Book?" He kept on asking until Ibn Abbas was on the verge of being annoyed, then Ibn Abbas said, "Do you know who this man is like? Ibn Sabigh, who was beaten by Umar ibn al-Khattab because he was notorious for asking foolish questions."

Yahya said that Malik was asked whether someone who killed one of the enemy could keep the man's effects without the permission of the Imam. He said, "No one can do that without the permission of the Imam. Only the Imam can make ijtihad. I have not heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ever said, 'Whoever kills someone can have his effects,' on any other day than the day of Hunayn."


Section 21.11: Awarding Bonuses from the Tax of One Fifth (Khumus)
Top
Book 21, Number 21.11.20:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad that Said ibn al-Musayyab said, "People used to be given bonuses from the Khumus."

Malik said, "That is the best of what I have heard on the matter."

Malik was asked about bonuses and whether they were taken from the first of the spoils, and he said, "That is only decided according to the ijtihad of the Imam. We do not have a known reliable command about that other than it is up to the ijtihad of the Sultan. I have not heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, gave bonuses in all his raids. I have only heard that he gave bonuses in one of them, namely the day of Hunayn. It depends on the ijtihad of the Imam whether they are taken from the first of the spoils or what is after it."


Section 21.12: The Share of the Spoils Allotted to Cavalry in Military Expeditions
Top
Book 21, Number 21.12.21:

Yahya related to me that Malik said that he had heard that Umar ibn Abd al-Aziz used to say, "The man on horse-back has two shares, and the man on foot has one."

Malik added, "I continue to hear the same."

Malik, when asked whether a man who was present with several horses took a share for all of them, said, "I have never heard that. I think that there is only a share for the horse on which he fought."

Malik said, "I think that foreign horses and half-breeds are considered as horses because Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'All horses, and mules, and asses, for you to ride, and as an adornment.' (Sura16 ayat 8). He said, the Mighty, the Majestic, 'Make ready for them whatever force and strings of horses you can, to terrify thereby the enemy of Allah and your enemy.' (Sura 8 ayat 60). I think that foreign breeds and half-breeds are considered as horses if the governor accepts them."

Said ibn al-Musayyab was asked about working horses, and whether there was zakat on them. He said, "Is there any zakat on horses.?"


Section 21.13: Stealing from the Spoils
Top
Book 21, Number 21.13.22:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn Said from Amr ibn Shuayb that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came back from Hunayn heading for al-Jiirrana, the people crowded around so much to question him that his she-camel backed into a tree, which became entangled in his cloak and pulled it off his back. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Return my cloak to me. Are you afraid that I will not distribute among you what Allah has given you as spoils. By He in whose hand my self is! Had Allah given you spoils equal to the number of acacia trees on the plain of Tihama, I would have distributed it among you. You will not find me to be miserly, cowardly, or a liar." Then the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, got down and stood among the people, and said, "Hand over even the needle and thread, for stealing from the spoils is disgrace, fire, ignominy on the Day of Rising for people who do it." Then he took a bit of camel fluff or something from the ground and said, "By He in whose hand my self is! What Allah has made spoils for you is not mine - even the like of this! - except for the tax of one fifth, and the tax of one fifth is returned to you."


Book 21, Number 21.13.23:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Muhammad ibn Yahya ibn Habban from Ibn Abi Amra that Zayd ibn Khalid al-Juhani said, "A man died on the day of Hunayn, and they mentioned him to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace." Zayd claimed that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "You pray over your companion." (i.e. he would not pray himself). The people's faces dropped at that. Zayd claimed that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Your companion stole from the spoils taken in the way of Allah." Zayd said, "So we opened up his baggage and found some Jews' beads worth about two dirhams."


Book 21, Number 21.13.24:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Abdullah ibn al-Mughira ibn Abi Burda al-Kinani that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came to the people in their tribes and made dua for them, but left out one of the tribes. Abdullah related, "The tribe found an onyx necklace in the saddle-bags of one of their men. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came to them, and then did the takbir over them as one does the takbir over the dead."


Book 21, Number 21.13.25:

Yahya related to me from Malik from Thawr ibn Zayd ad-Dili from Abu'l-Ghayth Salim, the mawla of ibn Muti that Abu Hurayra said, "We went out with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the yearof Khaybar. We did not capture any gold or silver except for personal effects, clothes, and baggage. Rifaa ibn Zayd presented a black slave boy to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, whose name was Midam. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, made for Wadi'l-Qura, and when he arrived there, Midam was unsaddling the camel of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, when a stray arrow struck and killed him. The people said, 'Good luck to him! The Garden!' The Messenger of Allah said, 'No! By He in whose hand my self is! The cloak which he took from the spoils on the Day of Khaybar before they were distributed will blaze with fire on him.' When the people heard that, a man brought a sandal-strap or two sandal-straps to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'A sandal-strap or two sandal-straps of fire!' "


Book 21, Number 21.13.26:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that he had heard that Abdullah ibn Abbas said, "Stealing from the spoils does not appear in a people but that terror is cast into their hearts. Fornication does not spread in a people but that there is much death among them. A people do not lessen the measure and weight but that provision is cut off from them. A people do not judge without right but that blood spreads among them. A people do not betray the pledge but that Allah gives their enemies power over them."


Section 21.14: The Martyrs in the Way of Allah
Top
Book 21, Number 21.14.27:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "By He in whose hand my self is! I would like to fight in the way of Allah and be killed, then be brought to life again so I could be killed, and then be brought to life again so I could be killed." Abu Hurayra said three times, "I testify to it by Allah!"


Book 21, Number 21.14.28:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Allah laughs at two men. One of them kills the other, but each of them will enter the Garden: one fights in the way of Allah and is killed, then Allah turns to the killer, so he fights (in the way of Allah) and also becomes a martyr."


Book 21, Number 21.14.29:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "By He in whose hand my self is! None of you is wounded in the way of Allah - and Allah knows best who is wounded in HisWay, but that when the Day of Rising comes, blood will gush forth from his wound. It will be the colour of blood, but its scent will be that of musk."


Book 21, Number 21.14.30:

Yahya related to me from Malik from Zayd ibn Aslam that Umar ibn al-Khattab used to say, "O Allah! Do not let me be slain by the hand of a man who has prayed a single prostration to You with which he will dispute with me before You on the Day of Rising!"


Book 21, Number 21.14.31:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Said al-Maqburi from Abdullah ibn Abi Qatada that his father had said that a man came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and said, "O Messenger of Allah! If I am killed in the way of Allah, expectant for reward, sincere, advancing, and not retreating, will Allah pardon my faults?" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Yes." When the man turned away, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, called him - or commanded him and he was called to him. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "What did you say?" He repeated his words to him, and the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "Yes, except for the debt. Jibril said that to me."


Book 21, Number 21.14.32:

Yahya related to me from Malik from Abu'n-Nadr, the mawla of Umar ibn Ubaydullah that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said over the martyrs of Uhud, "I testify for them." Abu Bakr as-Siddiq said, "Messenger of Allah! Are we not their brothers? We entered Islam as they entered Islam and we did jihad as they did jihad." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Yes, but I do not know what you will do after me." Abu Bakr wept profusely and said, "Are we really going to out-live you!"


Book 21, Number 21.14.33:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was sitting by a grave which was being dug at Madina. A man looked into the grave and said, 'An awful bed for the mumin. 'The Messenger of Allah, may Allah blesshim and grant him peace, said, 'Evil? What you have said is absolutely wrong.'

The man said, 'I didn't mean that, Messenger of Allah. I meant being killed in the way of Allah.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Being killed in the way of Allah has no like! There is no place on the earth which I would prefer my grave to be than here (meaning Madina). He repeated it three times.' "


Section 21.15: Things in which Martyrdom Lies
Top
Book 21, Number 21.15.34:

Yahya related to me from Malik from Zayd ibn Aslam that Umar ibn al-Khattab used to say, "O Allah! I ask you for martyrdom in Your way and death in the city of Your Messenger!"


Book 21, Number 21.15.35:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Umar ibn al-Khattab said, "The nobility of the mumin is his taqwa. His deen is his noble descent. His manliness is his good character. Boldness and cowardice are but instincts which Allah places wherever He wills. The coward shrinks from defending even his father and mother, and the bold one fights for the sake of the combat not for the spoils. Being slain is but one way of meeting death, and the martyr is the one who gives himself, expectant of reward from Allah."


Section 21.16: How to Wash the Martyr
Top
Book 21, Number 21.16.36:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that Umar ibn al-Khattab was washed and shrouded and prayed over, yet he was a martyr, may Allah have mercy on him .


Book 21, Number 21.16.37:

Yahya related to me from Malik that he had heard the people of knowledge say that martyrs in the way of Allah were not washed, nor were any of them prayed over. They were buried in the garments in which they were slain.

Malik said, "That is the sunna for someone who is killed on the battleground and is not reached until he is already dead. Someone who is carried off and lives for as long as Allah wills after it, is washed and prayed over as was Umar ibn al-Khattab."


Section 21.17: What is Disliked to be done with Something Given in the Way of Allah
Top
Book 21, Number 21.17.38:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Umar ibn al-Khattab in one year gave 40,000 camels as mounts. Sometimes he would give one man a camel to himself. Sometimes he would give one camel between two men to take them to Iraq. A man from Iraq came to him and said, "Give Suhaym and I a mount.''Umar ibn al-Khattab said to him,"l demand from you, by Allah!, is Suhaym a water skin?" He said, "Yes."


Section 21.18: Stimulation of Desire for Jihad
Top
Book 21, Number 21.18.39:

Yahya related to me from Malik from Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha that Anas ibn Malik had said that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, went to Quba, he visited Umm Haram bint Milhan and she fed him. Umm Haram was the wife of Ubada ibn as-Samit. One day the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had called on her and she had fed him, and sat down to delouse his hair. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had dozed and woke up smiling. Umm Haram said, "What is making you smile, Messenger of Allah?" He said, "Some of my community were presented to me, raiding in the way of Allah. They were riding in the middle of the sea, kings on thrones, or like kings on thrones." (Ishaq wasn't sure). She said, "O Messenger of Allah! Ask Allah to put me among them!" So he had made a dua for her, and put his head down and slept. Then he had woken up smiling, and she said to him, "Messenger of Allah, why are you smiling?" He said, "Some of my community were presented to me, raiding in the way of Allah. They were kings on thrones or like kings on thrones," as he had said in the first one. She said, "O Messenger of Allah! Ask Allah to put me among them!" He said, "You are among the first."

Ishaq added, "She travelled on the sea in the time of Muawiya, and when she landed, she was thrown from her mount and killed."


Book 21, Number 21.18.40:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Abu Salih as-Samman from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Had I not been concerned for my community, I would have liked never to stay behind a raiding party going out in the way of Allah. However, I do not find the means to carry them to it, nor do they find anything on which to ride out and it is grievous for them that they should stay behind me. I would like to fight in the way of Allah and be killed, then brought to life so I could be killed and then brought to life so I could be killed."


Book 21, Number 21.18.41:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said said, "On the Day of Uhud, The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Who will bring me news of Sad ibn al-Rabi al-Ansari?' a man said, 'Me, Messenger of Allah!' So the man went around among the slain, and Sad ibn al-Rabi said to him, 'What are you doing?' The man said to him, 'The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent me to bring him news of you.' He said, 'Go to him, and give him my greetings, and tell him that I have been stabbed twelve times, and am mortally wounded. Tell your people that they will have no excuse with Allah if the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, is slain while one of them is still alive.' "


Book 21, Number 21.18.42:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, stimulated people for jihad and mentioned the Garden. One of the Ansar was eating some dates in his hand, and said, "Am I so desirous of this world that I should sit until I finish them?" He threw aside what was in his hand and took his sword, and fought until he was slain .


Book 21, Number 21.18.43:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Muadh ibn Jabal said, "There are two military expeditions. There is one military expedition in which valuables are spent, the contributor is willing, the authorities are obeyed, and corruption is avoided. That military expedition is all good. There is a military expedition in which valuables are not spent, the contributor is not willing, the authorities are not obeyed, and corruption is not avoided. The one who fights in that military expedition does not return with reward."


Section 21.19: Horses and Racing Them and Expending in Military Expeditions
Top
Book 21, Number 21.19.44:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Blessing is in the forelocks of horses until the Day of Rising."


Book 21, Number 21.19.45:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, held a race between horses which had been made lean by training, from al-Hafya to Thaniyatu-lWada. He held a race between horses which had not been made lean from the Thaniya (a mountain pass near Madina) to the mosque of the Banu Zurayq. Abdullah ibn Umar was among those who raced them .


Book 21, Number 21.19.46:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said heard Said ibn al-Musayyab say, "There is no harm in placing stakes on horses if a third horse enters it. The winner takes the stake, and there is no fine against the loser."


Book 21, Number 21.19.47:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was seen wiping the face of his horse with his cloak. He was questioned about it and said, "I was reproached in the night about horses." i.e. not taking care of them.


Book 21, Number 21.19.48:

Yahya related to me from Malik from Humayd at-Tawil from Anas ibn Malik that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, went out to Khaybar, he arrived there at night, and when he came upon a people by night, he did not attack until morning. In the morning, the jews came out with their spades and baskets. When they saw him, they said, "Muhammad! By Allah, Muhammad and his army!" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said "Allah is greater! Khaybar is destroyed. When we come to a people, it is an evil morning for those who have been warned . "


Book 21, Number 21.19.49:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Humayd ibn Abd ar-Rahman ibn Awf from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Whoever hands over two of any type of property in the way of Allah is called to the Garden, with the words 'O slave of Allah! This is good!' Whoever is among the people of prayer, is called from the gate of prayer. Whoever is among the people of jihad is called from the gate of jihad. Whoever is among the people of sadaqa, is called from the gate of sadaqa. Whoever is among the people of fasting, is called from the gate of the well-watered. (Bab ar-Rayyan)."

Abu Bakr as-Siddiq said, "Messenger of Allah! Is it absolutely necessary that one be called from one of these gates? Can someone be called from all of these gates?" He said, "Yes, and I hope you are among them ."

21.20 Acquisition of the Land of Those who Surrender from the People of Dhimma


Book 21, Number 21.19.49a:

Malik was asked whether, when an Imam had accepted jizya from a people and they gave it, he thought that the land of one of them who surrendered belonged to him or whether his land and property belonged to the Muslims. Malik said, "That varies. As for the people of peace, if one of them surrenders, then he is entitled to his land and property. As for the people of force who use force, if one of them surrenders, his land and property belong to the Muslims because the people of force are overcome in their towns, and it becomes booty for the Muslims. As for the people of peace, their property and selves are protected so that they make peace for them. Only what they have made peace for is obliged of them."


Section 21.20: Burial in One Grave by Necessity and Abu Bakr's, may Allah be Pleased with Him, Carrying Out the Promise of the Messenger of Allah, may Allah Bless Him and Grant Him Peace, After the Death of the Messenger, may Allah Bless Him and Grant Him Peace
Top
Book 21, Number 21.20.50:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn Abi Sasaca that he had heard that Amr ibn al-Jamuh al-Ansari and Abdullah ibn Umar al-Ansari, both of the tribe of Banu Salami, had their grave uncovered by a flood. Their grave was part of what was left after the flood. They were in the same grave, and they were among those martyred at Uhud. They were dug up so that they might be moved. They were found unchanged. It was as if they had died only the day before. One of them had been wounded, and he had put his hand over his wound and had been buried like that. His hand was pulled away from his wound and released, and it returned to where it had been. It was forty-six years between Uhud and the day they were dug up.

Malik said, "There is no harm in burying two or three men in the same grave due to necessity. The oldest one is put next to the qibla."


Book 21, Number 21.20.51:

Yahya related to me from Malik that Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman said, "Property was sent to Abu Bakr as-Siddiq from Bahrayn. He said, 'If someone had a promise or a pledge with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, let him come to me.' So Jabir ibn Abdullah came to him, and he gave him three times as much of it as would fill both hands.''

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 22: 22.1.1 - 22.8.17

Vows and Oaths
Top Index

Section 22.1: Fulfilling Vows to Walk
Section 22.2: Making Vows to Walk to the House and Not Succeeding
Section 22.3: How to Fulfill the Oath of Walking to the Kaba
Section 22.4: Vows Not Permitted in Disobedience to Allah
Section 22.5: Oaths for which Kaffara Not Obligatory
Section 22.6: Oaths for Which Kaffara is Obligatory
Section 22.7: Behaviour in the Kaffara of the Broken Oath
Section 22.8: Oaths in General

Section 22.1: Fulfilling Vows to Walk
Top
Book 22, Number 22.1.1:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud from Abdullah ibn Abbas that Sad ibn Ubada questioned the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and said,"My mother died while she still had a vow which she had not fulfilled." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Fulfill it for her."


Book 22, Number 22.1.2:

Yahya related to me from Malik from

Abdullah ibn Abi Bakr that his paternal aunt related that her grandmother made a vow to walk to the Quba mosque. She died, and did not fulfill it, so Abdullah ibn Abbas asked her daughter to walk for her.

Yahya said that he had heard Malik say, "No one walks for anyone else."


Book 22, Number 22.1.3:

Yahya related to me from Malik that Abdullah ibn Abi Habiba said, "I said to a man, when I was young, 'A man who only says that he must walk to the House of Allah and does not say that he has vowed to walk, does not have to walk.' A man said, 'Shall I give you this small cucumber?' and he had a small cucumber in his hand and you will say, 'I must walk to the house of Allah?' I said, 'Yes' and I said it, for at that time I was still immature. Then, when I came of age, some one said to me that I had to fulfill my vow. I went and asked Said ibn al-Musayyab about it, and he said to me, 'You must walk.' So I walked."

Malik said, "That is the custom among us."


Section 22.2: Making Vows to Walk to the House and Not Succeeding
Top
Book 22, Number 22.2.4:

Yahya related to me from Malik that Urwa ibn Udhayna al-Laythi said, "I went out with my grandmother who had vowed to walk to the House of Allah. When we had gone part of the way, she could not go on. I sent one of her mawlas to question Abdullah ibn Umar and I went with him. He asked Abdullah ibn Umar, and Abdullah ibn Umar said to him, 'Take her and let her ride, and when she has the strength let her ride back, and start to walk from the place from which she was unable to go on.'~

Yahya said that he had heard Malik say, "I think that she must sacrifice an animal."

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab and Abu Salama ibn Abd ar-Rahman said the same as Abdullah ibn Umar.


Book 22, Number 22.2.5:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said said, "I vowed to walk, but I was struck by a pain in the kidney, so I rode until I came to Makka. I questioned Ata ibn Abi Rabah and others, and they said, 'You must sacrifice an animal.' When I came to Madina I questioned the ulama there, and they ordered me to walk again from the place from which I was unable to go on. So I walked."

Yahya said that he had heard Malik say, "What is done among us regarding someone who makes a vow to walk to the House of Allah, and then cannot do it and so rides, is that he must return and walk from the place from which he was unable to go on. If he cannot walk, he should walk what he can and then ride, and he must sacrifice a camel, a cow, or a sheep if that is all that he can find."

Malik, when asked about a man who said to another, "I will carry you to the House of Allah", answered, "If he intended to carry him on his shoulder, by that he meant hardship and exhaustion to himself, and he does not have to do that. Let him walk by foot and make sacrifice. If he did not intend anything, let him do hajj and ride, and take the man on hajj with him. That is because he said, 'I will carry you to the house of Allah.' If the man refuses to do hajj with him, then there is nothing against him, and what is demanded of him is cancelled."

Yahya said that Malik was asked whether it was enough for a man who had made a vow that he would walk to the House of Allah a certain (large) number of times, or who had forbidden himself from talking to his father and brother, if he did not fulfil a certain vow, and he had taken upon himself, by the oath, something which he was incapable of fulfilling in his lifetime, even though he were to try every year, to fulfil only one or a (smaller) number of vows by Allah? Malik said, "The only satisfaction for that that I know is fulfilling what he has obliged himself to do. Let him walk for as long as he is able and draw near Allah the Exalted by what he can of good."


Section 22.3: How to Fulfill the Oath of Walking to the Kaba
Top
Book 22, Number 22.3.5a:

Yahya related to me from Malik that what he preferred of what he had heard from the people of knowledge about a man or woman who vowed to walk to the House of Allah, was that they fulfilled the oath when performing umra, by walking until they had done say between Safa and Marwa. When they had done say it was finished. If they vowed to walk in the hajj, they walked until they came to Makka, then they walked until they had finished all the rites.

Malik said, "Walking is only for hajj or umra."


Section 22.4: Vows Not Permitted in Disobedience to Allah
Top
Book 22, Number 22.4.6:

Yahya related to me from Malik that Humayd ibn Qays and Thawr ibn Zayd adDili both informed him that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, (and one of them gave more detail than the other),saw a man standing in the sun. The Messenger asked, "What's wrong with him?" The people said, "He has vowed not to speak or to seek shade from the sun or to sit and to fast." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Go and tell him to speak, seek shade, and sit, but let him complete his fast."

Malik said, "I have not heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ordered the man in question to do any kaffara. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, only ordered him to complete that in which there was obedience to Allah and to abandon that in which there was disobedience to Allah."


Book 22, Number 22.4.7:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said heard al-Qasim ibn Muhammad say, "A woman came to Abdullah ibn Abbas and said, 'I have vowed to sacrifice my son.' Ibn Abbas said, 'Do not sacrifice your son. Do kaffara for your oath.' An old man with Ibn Abbas said, 'What kaffara is there for this?' Ibn Abbas said, 'Allah the Exalted said, "Those of you who say, regarding their wives.'Be as my mother's back' (Sura58 ayat 2) and then He went on to oblige the kaffara for it as you have seen.' "


Book 22, Number 22.4.8:

Yahya related to me from Malik from Talha ibn Abi al-Malik al-Ayli from al-Qasim ibn Muhammad ibn as-Siddiq from A'isha that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Whoever vows to obey Allah, let him obey Him. Whoever vows to disobey Allah, let him not disobey Him."

Yahya said that he had heard Malik say, "The meaning of the statement of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, 'Whoever vows to disobey Allah, let him not disobey Him' is that for instance a man who vows that, if he speaks to such-and-such a person, he will walk to Syria, Egypt, or any other such things which are not considered as ibada, is not under any obligation by any of that, even if he did speak to the man or did break whatever it was he swore, because Allah does not demand obedience in such things. He should only fulfill those things in which there is obedience to Allah."

22.5 Rashness in Oaths


Book 22, Number 22.4.9:

Yahya related to me from Malik from Hisham ibn Urwa from his father that A'isha, umm al-muminin said, "Rashness in oaths is that a man says, 'By Allah, No! by Allah!' " i.e. out of habit.

Malik said, "The best of what I have heard on the matter is that rashness in oaths is that a man take an oath on something to show that he is certain that it is like he said, only to find that it is other than what he said. This is rashness."

Malik said, "The binding oath is for example, that a man says that he will not sell his garment for ten dinars, and then he sells it for that, or that he will beat his young slave and then does not beat him, and so on. One does kaffara for making such an oath, and there is no kaffara in rashness."

Malik said, "As for the one who swears to a thing which he knows is wicked, and he swears to a lie he knows to be a lie, in order to please someone with it or to excuse himself to someone by it or to gain money by it, no kaffara that he does for it can cover it."


Section 22.5: Oaths for which Kaffara Not Obligatory
Top
Book 22, Number 22.5.10:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "Whoever swears by Allah and then says, 'Allah willing' and then does not do what he has sworn to, has not broken his oath."

Malik said, "The best I have heard on this reservation is that it belongs to the statement made if the speaker does not break the normal flow of speech before he is silent. If he is silent and breaks the flow of speech, he has no exception."

Yahya said, "Malik said that a man who said that he had disbelieved or associated something with Allah and then he broke his oath, had no kaffara, and he was not a disbeliever or one who associated something with Allah unless his heart concealed something of either of those. He should ask forgiveness of Allah and not return to it - for what he did was evil."


Section 22.6: Oaths for Which Kaffara is Obligatory
Top
Book 22, Number 22.6.11:

Yahya related to me from Malik from Suhayl ibn Abi Salih from his father from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Whoever makes an oath and then sees that something else would be better than it, should do kaffara for his oath and do what is better."

Yahya said that he heard Malik say, "Anyone who says that he has a vow but does not mention the name of Allah, is still obliged to make the kaffara for an oath (if he breaks it)".

Malik said, "Emphasis is when a man swears one thing several times, repeating the oath in his speech time after time. For instance, the statement, 'By Allah, I will not decrease it from such-and-such,' sworn three times or more. The kaffara of that is like the kaffara of one oath. If a man swears, 'I will not eat this food or wear these clothes or enter this house,' that is all in one oath, and he is only obliged to do one kaffara. It is the same for a man who says to his wife, 'You are divorced if I clothe you in this garment or let you go to the mosque,' and it is one entire statement in the normal pattern of speech. If he breaks any of that oath, divorce is necessary, and there is no breaking of oath after that in whatever he does. There is only one oath to be broken in that."

Malik said, "What we do about a woman who makes a vow without her husband's permission is that she is allowed to do so and she must fulfill it, if it only concerns her own person and will not harm her husband. If, however, it will harm her husband, he may forbid her to fulfill it, but it remains an obligation against her until she has the opportunity to complete it."


Section 22.7: Behaviour in the Kaffara of the Broken Oath
Top
Book 22, Number 22.7.12:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "If someone breaks an oath which he has stressed, he has to free a slave, or clothe ten poor people. If someone breaks an oath, but has not stressed it, he only has to feed ten poor people and each poor person is fed a mudd of wheat. Some one who does not have the means for that, should fast for three days."


Book 22, Number 22.7.13:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar used to do kaffara for a broken oath by feeding ten poor people. Each person got a mudd of wheat. He sometimes freed a slave if he had repeated the oath.

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Sulayman ibn Yasar said, "I understood from people that when they made the kaffara for a broken oath, they gave a mudd of wheat according to the smaller mudd. They thought that that would compensate for them."

Malik said, "The best of what I have heard about the one who does kaffara for breaking his oath by clothing people is that if he clothes men he clothes them each in one garment. If he clothes women, he clothes them each in two garments, a long shift and a long scarf, because that is what is satisfactory for each of them in the prayer."


Section 22.8: Oaths in General
Top
Book 22, Number 22.8.14:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that one time the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was speaking to Umar ibn al-Khattab while he was travelling with a troop and Umar swore by his father and he (the Messenger) said, "Allah forbids you to swear by your fathers. If anyone swears, let him swear by Allah or keep silent."


Book 22, Number 22.8.15:

Yahya related to me from Malik that he had heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, used tosay, "No, by the Overturner of hearts."


Book 22, Number 22.8.16:

Yahya related to me from Malik from Uthman ibn Hafs ibn Umar ibn Khalda that Ibn Shihab had heard that Abu Lubaba ibn Abd al-Mundhir, when Allah turned to him said, "Messenger of Allah, should I leave my people's house in which I committed wrong action and keep your company, and give away all my property as sadaqa for Allah and His Messenger? "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Giving away a third of it is enough for you."


Book 22, Number 22.8.17:

Yahya related to me from Malik from Ayyub ibn Musa from Mansur ibn Abd ar-Rahman al-Hajabi from his mother that A'isha, umm al-muminin, may Allah be pleased with her, was asked about a man who devoted his property to the door of Kaba. She said, "Let him do kaffara for it with the kaffara of the oath."

Malik said, that someone who devoted all his property in the way of Allah, and then broke his oath, should put a third of his property in the way of Allah, as that was what the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did in the case of Abu Lubaba.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 23: 23.1.1 - 23.6.13

Sacrificial Animals
Top Index

Section 23.1: Animals to Be Avoided as Sacrifices
Section 23.2: Animals Desirable as Sacrifices
Section 23.3: Prohibition against Sacrificing an Animal Before the Imam Departs
Section 23.4: Storing Meat from Sacrificial Animals
Section 23.5: Sharing Sacrificial Animals and How Many Share a Cow or Camel
Section 23.6: The Sacrificial Animal for the Child in the Womb and Mention of the Days of Sacrifice

Section 23.1: Animals to Be Avoided as Sacrifices
Top
Book 23, Number 23.1.1:

Yahya related to me from Malik from Amr ibn al-Harith from Ubayd ibn Fayruz from al-Bara ibn Azib that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was asked what animals should be avoided as sacrifices. He indicated with his hand and said, "Four." Al-Bara pointed with his hand and said, "My hand is shorter than the hand of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. A lame animal whose lameness is evident, a one-eyed animal which is clearly one-eyed, an animal which is clearly ill, and an emaciated animal with no fat on it."


Book 23, Number 23.1.2:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar would guard against animals and camels which were young or had physical defects as sacrifices.

Malik said, "That is what I like best of what I have heard ."


Section 23.2: Animals Desirable as Sacrifices
Top
Book 23, Number 23.2.3:

Yahya related to me from Malik from Nafi that one time Abdullah ibn Umar wanted to sacrifice an animal at Madina. Nafi said, "He told me to buy him an excellent horned ram, then to sacrifice it on the Day of Sacrifice in the place where the people prayed." Nafi continued, "I did so and when the ram was sacrificed, it was carried to Abdullah ibn Umar who shaved his head. He was ill, and did not attend the Id with the people." Nafi added, "Abdullah ibn Umar used to say, 'Shaving the head is not obligatory for someone who sacrifices an animal.' Ibn Umar would do so however."


Section 23.4: Prohibition against Sacrificing an Animal Before the Imam Departs
Top
Book 23, Number 23.3.4:

ahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Bushayr ibn Yasar that Abu Burda ibn Niyar sacrificed an animal before the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sacrificed on the Day of Sacrifice. He asserted that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ordered him to sacrifice another animal, and he, Abu Burda, said, "What if I can only find an animal less than one year old, Messenger of Allah?" He had said, "If you can only find a young animal, then sacrifice it."


Book 23, Number 23.3.5:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Abbad ibn Tamin that one time Uwaymir ibn Ashqar sacrificed his animal before the prayer on the morning of the Day of Sacrifice, and he mentioned that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had ordered him to sacrifice another animal.


Section 23.4: Storing Meat from Sacrificial Animals
Top
Book 23, Number 23.4.6:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zubayr al-Makki from Jabir ibn Abdullah that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade that the meat from sacrificial animals be eaten after three days. Then later he said, "Eat, give sadaqa, provide for yourselves and store up."


Book 23, Number 23.4.7:

Yahya related to me from Malik from Abdullah ibn Abi Bakr that Abdullah ibn Waqid said, "The Messengerof Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade eating the meat from sacrificial animals after three days."

Abdullah ibn Abi Bakr said, "I mentioned that to Amra bint Abd ar-Rahman, and she affirmed that he had spoken the truth as she had heard A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, say, 'Some people from the desert came at the time of the sacrifice in the time of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, so the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Store up for three days, and give what is left over as sadaqa.' "

She said that afterwards some one said to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, that people had been accustomed to make use of their sacrificial animals, melting the fat and curing the skins. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "What about that?" They said, "You have forbidden the meat of sacrificial animals after three days." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "I only forbade you for the sake of the people who were coming to you. Eat, give sadaqa and store up."

By these people, he meant the poor people who were coming to Madina.


Book 23, Number 23.4.8:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman that Abu Said alKhudri returned from a journey and his family gave him some meat. He asked whether it was meat from the sacrifice. They replied that it was. Abu Said said, "Didn't the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbid that?" They said, "There has been a new command from the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, since you went away." Abu Said went out and made enquiries about it and was told that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, had said,"I forbade you before to eat meat of the sacrifice after three days, but now eat, give sadaqa and store up. I forbade you before to make nabidh (by soaking raisins or dates in water), but now make nabidh, but remember every intoxicant is haram .I forbade you to visit graves, but now visit them, and do not use bad language."


Section 23.5: Sharing Sacrificial Animals and How Many Share a Cow or Camel
Top
Book 23, Number 23.5.9:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zubayr al-Makki that Jabir ibn Abdullah said, "We sacrificed with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the year of Hudaybiya, a camel between seven people, and a cow between seven people."


Book 23, Number 23.5.10:

Yahya related to me from Malik from Umara ibn Yasar that Ata ibn Yasar told him that Abu Ayyub al-Ansari had told him, "We used to sacrifice one sheep, and a man sacrificed for himself and his family. Then later on people began to compete with each other and it became boasting."

Malik said, "The best that I have heard about a single camel, cow or sheep, is that a man should sacrifice a camel for himself and his family. He sacrifices a cow or sheep which he owns for his family, and shares with them in it. It is disapproved for a group of people to buy a camel, cow or sheep, to share for the ritual and sacrifices, each man giving a share of its price, and taking a share of its meat. We have heard the tradition that people do not share in the ritual. However, it may be that the people of one household can share."


Book 23, Number 23.5.11:

Yahya related to me from Malik that Ibn Shihab said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, only sacrificed one camel or one cow for himself and his family."

Malik said, "I do not know which of them Ibn Shihab said."


Section 23.6: The Sacrificial Animal for the Child in the Womb and Mention of the Days of Sacrifice
Top
Book 23, Number 23.6.12:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "The sacrifice can be done up to two days after the Day of Sacrifice."

Yahya related to me from Malik that he had heard the same from Ali ibn Abi Talib.


Book 23, Number 23.6.13:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar did not sacrifice for the child in the womb.

Malik said, "The sacrifice is sunna, and it is not obligatory. I prefer that anyone who has the price of the animal should not abandon it.''

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 24: 24.1.1 - 24.4.9

Slaughtering Animals
Top Index

Section 24.1: Saying the Name of Allah over the Slaughtered Animal
Section 24.2: Methods of Slaughter Permitted in Necessity
Section 24.3: What is Disapproved of in Slaughtering Animals
Section 24.4: Slaughtering What is in the Womb of a Slaughtered Animal

Section 24.1: Saying the Name of Allah over the Slaughtered Animal
Top
Book 24, Number 24.1.1:

Yahya related to me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was asked, 'Messenger of Allah! Some people from the desert bring us meat, and we do not know whether the name of Allah has been mentioned over it or not.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Mention the name of Allah over it and eat.' "

Malik said, "That was in the beginning of Islam."


Book 24, Number 24.1.2:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Abdullah ibn Ayyash ibn Abi Rabia al-Makhzumi ordered one of his slaves to slaughter an animal. When he wanted to slaughter it, he said to him, "Mention Allah's name." The slave said to him, "I have mentioned the name!" He said to him, "Mention the name of Allah, bother you!" He said to him, "I have mentioned the name of Allah " Abdullah ibn Ayyash said, "By Allah, I shall never eat it!"


Section 24.2: Methods of Slaughter Permitted in Necessity
Top
Book 24, Number 24.2.3:

Yahya related to me from Malik from Zayd ibn Aslam from Ata ibn Yasar that a man from the Ansar of the tribe of Banu Haritha was herding a pregnant she-camel at Uhud. It was about to die, so he slaughtered it with a sharp stake. The Messenger of Allah was asked about that, and he said, "There is no harm in it, eat it."


Book 24, Number 24.2.4:

Yahya related to me from Malik from Nafi from a man of the Ansar from Muadh ibn Sad or Sad ibn Muadh that a slave-girl of Kab ibn Malik was herding some sheep at Sal (a mountain near Madina). One of the sheep was about to die, so she went over to it and slaughtered it with a stone. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was asked about that, and he said, "There is no harm in it, so eat it."


Book 24, Number 24.2.5:

Yahya related to me from Malik from Thawr ibn Zayd ad-Dili that Abdullah ibn Abbas was asked about animals slaughtered by the

Christian Arabs. He said, "There is no harm in them," but he recited this ayat, "Whoever takes them as friends is from them." (Sura 5 ayat 54).


Book 24, Number 24.2.6:

Yahya related to me from Malik that Abdullah ibn Abbas used to say, "You can eat anything that has had its jugular vein cut."

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab said, "There is no harm in whatever you slaughter with a cutting edge, as long as you are forced to do it by necessity."


Section 24.3: What is Disapproved of in Slaughtering Animals
Book 24, Number 24.3.7:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Abu Murra, the mawla of Aqil ibn Abi Talib asked Abu Hurayra about a sheep which was slaughtered and then part of it moved. He ordered him to eat it. Then he asked Zayd ibn Thabit about it, and he said, "Does a corpse move?" and he forbade eating its meat.

Malik was asked about a sheep which fell down and injured itself badly and then its master reached it and slaughtered it. Blood flowed from it but it did not move. Malik said, "If he kills it and blood flows from it and its eyes blink, he should eat it."


Section 24.4: Slaughtering What is in the Womb of a Slaughtered Animal
Book 24, Number 24.4.8:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "When a she-camel is slaughtered, what is in its womb is included in the slaughter if it is perfectly formed and its hair has begun to grow. If it comes out of its mother's womb, it is slaughtered so that blood flows from its heart."


Book 24, Number 24.4.9:

Yahya related to me from Malik from Yazid ibn Abdullah ibn Qusayt al-Laythi that Said ibn al- Musayyab said, "The slaughter of what is in the womb is included in the slaughter of the mother if it is perfectly formed and its hair has begun to grow."

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 25: 25.1.1 - 25.7.19

Game
Top Index

Section 25.1: Eating Game Killed with Throwing Sticks and by Stones
Section 25.2: Game Caught by Trained Dogs
Section 25.3: Game of the Sea
Section 25.4: Prohibition Against Eating Animals with Fangs
Section 25.5: What is Disapproved of Regarding Eating Riding Animals
Section 25.6: Using the Skin of Animals Found Dead
Section 25.7: Eating Carrion when Forced to, out of Necessity

Section 25.1: Eating Game Killed with Throwing Sticks and by Stones
Top
Book 25, Number 25.1.1:

ahya related to me from Malik that Nafi said, "I was at al-Juruf (near Madina) and threw a stone at two birds, and hit them. One of them died, and Abdullah ibn Umar threw it away, and then went to slaughter the other one with an adze. It died before he could slaughter it, so Abdullah threw that one away as well."


Book 25, Number 25.1.2:

Yahya related to me from Malik that he had heard that al-Qasim ibn Muhammad disapproved of eating game that had been killed with throwing sticks and by clay pellets.


Book 25, Number 25.1.3:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab disapproved of killing domestic animals that had become wild by any means that game was slain such as arrows and the like.

Malik said, "I do not see any harm in eating game which is pierced by a throwing stick in a vital organ.

Allah, the Blessed, the Exalted! said, 'Oh you who believe! Allah will surely try you with something of the game that your hands and spears attain.' " (Sura 5 ayat 97).

Yahya said, "Any game that man obtains by his hand or by his spear or by any weapon which pierces it and reaches a vital organ, is acceptable as Allah, the Exalted, has said."


Book 25, Number 25.1.4:

Yahya related to me from Malik that he had heard the people of knowledge say that when a man hit game and something else might have contributed to death, like water or an untrained dog, that game was not to be eaten unless it was beyond doubt that it was the arrow of the hunter that had killed it by reaching a vital organ, so that it did not have any life after that.


Book 25, Number 25.1.5:

Yahya said that he heard Malik say that there was no harm in eating game when you did not see it die if you found the mark of your dog on it or your arrow in it as long as it had not remained overnight. If it had remained overnight, then it was disapproved of to eat it.


Section 25.2: Game Caught by Trained Dogs
Top
Book 25, Number 25.2.5a:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said about a trained dog, "Eat whatever it catches for you whether it eats from it or not."


Book 25, Number 25.2.6:

Yahya related to me from Malik that he heard Nafi say that Abdullah ibn Umar said, "Whether it eats from it or not."


Book 25, Number 25.2.7:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Sad ibn Abi Waqqas had said, when asked about a trained dog killing game, "Eat, even if only one piece of it remains."


Book 25, Number 25.2.8:

Yahya related to me from Malik that he had heard some of the people of knowledge say that when falcons, eagles, and hawks and their like, understood as trained dogs understood, there was no harm in eating what they had killed in the course of hunting, if the name of Allah had been mentioned when they were sent out.

Malik said, "The best of what I have heard about retrieving game from the falcon's talons or from the dog's fangs and then waiting until it dies, is that it is not halal to eat it."

Malik said, "The same applies to anything which could have been slaughtered by the hunter when it was in the talons of the falcon or the fangs of the dog. If the hunter leaves it until the falcon or dog has killed it, it is not halal to eat it either". He continued, "The same thing applies to any game hit by a hunter and caught while still alive, which he neglects to slaughter before it dies."

Malik said, "It is generally agreed among us that it is halal to eat the game that a hunting-dog belonging to magians hunts or kills, if it is sent out by a muslim and the animal is trained. There is no harm in it even if the muslim does not actually slaughter it.

It is the same as a muslim using a magian's knife to slaughter with or using his bow and arrows to shoot and kill with. The game he shot and the animal he slaughters are halal. There is no harm in eating them. If a magian sends out a muslim's hunting dog for game, and it catches it, the game is not to be eaten unless it is slaughtered by a muslim. That is like a magian using a muslim's bow and arrow to hunt game with, or like his using a muslim's knife to slaughter with. It is not halal to eat anything killed like that.


Section 25.3: Game of the Sea
Top
Book 25, Number 25.3.9:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abd ar-Rahman ibn Abi Hurayra asked Abdullah ibn Umar about eating what was cast up by the sea and he forbade him to eat it. Then Abdullah turned and asked for a Qur'an, and read, "The game of the sea and its flesh are halal for you." Nafi added, "Abdullah ibn Umar sent me to Abdar-Rahman Ibn Abi Hurayra to say that there was no harm in eating it."


Book 25, Number 25.3.10:

Yahya related to me from Malik from Zayd ibn Aslam that Sad al-Jari, the mawla of Umar ibn al-Khattab asked Abdullah ibn Umar about fish which had killed each other or which had died from severe cold . He said, "There is no harm in eating them.'' Sad said,' 'I then asked Abdullah ibn Amr ibn al As and he said the same."


Book 25, Number 25.3.11:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman from Abu Hurayra and Zayd ibn Thabit that they saw no harm in eating what was cast up by the sea.


Book 25, Number 25.3.12:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman that some people from al-Jar came to Marwan ibn al-Hakam and asked him about eating what was cast up by the sea. He said, "There is no harm in eating it." Marwan said, "Go to Zayd ibn Thabit and Abu Hurayra and ask them about it, then come to me and tell me what they say." They went to them and asked them, and they both said, "There is no harm in eating it " They returned to Marwan and told him. Marwan said, "I told you."

Malik said that there was no harm in eating fish caught by magians, because the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "In the sea's water is purity, and that which is dead in it is halal. "

Malik said, "If it is eaten when it is dead, there is no harm in who catches it."


Section 25.4: Prohibition Against Eating Animals with Fangs
Top
Book 25, Number 25.4.13:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shibab from Abu Idris al-Khawlani from Abu Tha~laba al-Khushani that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "It is haram to eat animals with fangs "


Book 25, Number 25.4.14:

Yahya related to me from Malik from Ismail ibn Abi Hakim from Abiyda ibn Sufyan al-Hadrami from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Eating animals with fangs is haram. "

Malik said, "This is the custom among us."


Section 25.5: What is Disapproved of Regarding Eating Riding Animals
Top
Book 25, Number 25.5.15:

Yahya related to me from Malik that the best of what he had heard about horses, mules, and donkeys was that they were not eaten because Allah, the Blessed, the Exalted,said, "And horses, and mules and asses, for you to ride, and as an adornment. " (Sura 16 ayat 8) . He said, may He be Blessed and Exalted, "In cattle, some of them you ride, and some of them you eat." (Sura 6 ayat 79). He said, the Blessed, the Exalted, "Mention Allah's name over what He has provided you of cattle, and eat of them and feed the beggar (al-qani) and the suppliant (al-mutarr). (Sura 22 ayat 34).

Malik said "Allah mentioned horses, mules, and donkeys for riding and adornment, and He mentioned cattle for riding and eating."

Malik said, "Al-qani also means the poor."


Section 25.6: Using the Skin of Animals Found Dead
Top
Book 25, Number 25.6.16:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud that Abdullah ibn Abbas said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, passed by a dead sheep which had been given to a mawla of his wife, Maimuna. He said, ' Aren't you going to use its skin?' They said, 'Messenger of Allah, but it is carrion. 'The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Only eating it is haram.' "


Book 25, Number 25.6.17:

Malik related to me from Zayd ibn Aslam from Ibn Wala al-Misri from Abdullah ibn Abbas that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "A skin when it is tanned is pure."


Book 25, Number 25.6.18:

Yahya related to me from Malik from Yazid ibn Abdullah ibn Qusayt from Muhammad ibn Abd ar-Rahman ibn Thawban from his mother that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ordered that the skins of carrion be used after they had been tanned.


Section 25.7: Eating Carrion when Forced to, out of Necessity
Top
Book 25, Number 25.7.19:

Yahya related to me from Malik that the best of what he had heard about a man who is forced by necessity to eat carrion is that he ate it until he was full and then he took provision from it. If he found something which would enable him to dispense with it, he threw it away.

Malik when asked whether or not a man who had been forced by necessity to eat carrion, should eat it when he also found the fruit, crops or sheep of a people in that place, answered, "If he thinks that the owners of the fruit, crops, or sheep will believe his necessity so that he will not be deemed a thief and have his hand cut off, then I think that he should eat from whatever he finds that which will remove his hunger but he should not carry any of it away. I prefer that he does that than that he eat carrion. If he fears that he will not be believed, and will be deemed a thief for what he has taken, then I think that it is better for him to eat the carrion, and he has leeway to eat carrion in this respect. Even so, I fear that someone who is not forced by necessity to eat carrion might exceed the limits out of a desire to consume other peoples' property, crops or fruit."

Malik said, "That is the best of what I have heard."


Translation of Malik's Muwatta, Book 27: 26.1.1 - 26.2.7

The 'Aqiqa
Top Index

Section 26.1: About The Aqiqa
Section 26.2: Behaviour in the Aqiqa

Section 26.1: About The Aqiqa
Top
Book 26, Number 26.1.1:

Yahya related to me from Zayd ibn Aslam from a man of the Banu Damra that his father said, "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was asked about the Aqiqa. He said, 'I do not like disobedience (uquq),' as if he disliked the name. He said, 'If anyone has a child born to him, and wants to sacrifice for his child, then let him do it.' "


Book 26, Number 26.1.2:

Yahya related to me from Malik from Jafar ibn Muhammad that his father said, "Fatima, the daughter of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, weighed the hair of Hasan, Husayn, Zaynab and Umm Kulthum, and gave away in sadaqa an equivalent weight of silver."


Book 26, Number 26.1.3:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman that Muhammad ibn Ali ibn al-Husayn said, "Fatima, the daughter of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, weighed the hair of Hasan and Husayn, and gave away in sadaqa the equivalent weight in silver."


Section 26.2: Behaviour in the Aqiqa
Top
Book 26, Number 26.2.4:

Yahya related to me from Malik from Nafi that if any of Abdullah ibn Umar's family asked him for an aqiqa, he would give it to them. He gave a sheep as aqiqa for both his male and female children.


Book 26, Number 26.2.5:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman that Muhammad ibn Ibrahim ibn al-Harith at-Taymi said, "I heard my father say that the aqiqa was desirable, even if it was only a sparrow."


Book 26, Number 26.2.64:

Yahya related to me from Malik that he heard that there had been an aqiqa for Hasan and Husayn, the sons of Ali ibn Abi Talib.


Book 26, Number 26.2.7:

Yahya related to me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father, Urwa ibn az-Zubayr made an aqiqa for his male and female children of a sheep each.

Malik said, "What we do about the aqiqa is that if someone makes an aqiqa for his children, he gives a sheep for both male and female. The aqiqa is not obligatory but it is desirable to do it, and people continue to come to us about it. If someone makes an aqiqa for his children, the same rules apply as with all sacrificial animals - one-eyed, emaciated, injured, or sick animals must not be used, and neither the meat or the skin is to be sold. The bones are broken and the family eat the meat and give some of it away as sadaqa. The child is not smeared with any of the blood .''

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 27: 27.1.0a - 27.14.16

Fara'id
Top Index

Section 27.1: Inheritance of Descendants
Section 27.2: Inheritance of Husbands from Wives and Wives from Husbands
Section 27.3: Inheritance of Fathers and Mothers from Children
Section 27.4: Inheritance of Maternal Half-Siblings
Section 27.5: Inheritance of Full Siblings
Section 27.6: Inheritance of Paternal Half-Siblings
Section 27.7: Inheritance of Grandfathers
Section 27.8: Inheritance of Grandmothers
Section 27.9: Paternal Aunts
Section 27.10: Inheritance of Paternal Relations
Section 27.11: People who do Not Inherit
Section 27.12: Inheritance from People of Other Religions
Section 27.13: People Killed in Battle or Otherwise whose Situation in Inheritance is Not Known
Section 27.14: The Inheritance of the Child of Lian and the Child of Fornication

Section 27.1: Inheritance of Descendants
Top
Book 27, Number 27.1.0a:

Yahya related to me from Malik, "The generally agreed upon way of doing things among us and what I have seen the people of knowledge doing in our city about the fixed shares of inheritance of children from the mother or father when one or other of them dies is that if they leave male and female children, the male takes the portion of two females. If there are only females, and there are more than two, they get two thirds of what is left between them. If there is only one, she gets a half. If someone shares with the children, who has a fixed share and there are males among them, the reckoner begins with the ones with fixed shares. What remains after that is divided among the children according to their inheritance.

"When there are no children, grandchildren through sons have the same position as children, so that grandsons are like sons and grand-daughters are like daughters. They inherit as they inherit and they overshadow as they overshadow. If there are both children and grandchildren through sons, and there is a male among the children, then the grandchildren through sons do not share in the inheritance with him.

"If there is no surviving male among the children, and there are two or more daughters, the granddaughters through a son do not share in the inheritance with them unless there is a male who is in the same position as them in relation to the deceased, or further than them. His presence gives access to whatever is left over, if any, to whoever is in his position and whoever is above him of the granddaughters through sons. If something is left over, they divide it among them, and the male takes the portion of two females. If nothing is left over, they have nothing.

"If the only descendant is a daughter, she takes half, and if there are one or more grand-daughters through a son who are in the same position to the deceased, they share a sixth. If there is a male in the same position as the granddaughters through a son in relation to the deceased, they have no share and no sixth .

"If there is a surplus after the allotting of shares to the people with fixed shares, the surplus goes to the male and whoever is in his position and whoever is above him of the female descendants through sons. The male has the share of two females. The one who is more distant in relationship than grandchildren through sons has nothing. If there is no surplus, they have nothing. That is because Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'Allah charges you about your children that the male has the like of the portion of two females. If there are more than two women they have two thirds of what is left. If there is one, she has a half.' (Sura 4 ayat 10)


Section 27.2: Inheritance of Husbands from Wives and Wives from Husbands
Top
Book 27, Number 27.2.0b:

Malik said, "The inheritance of a husband from a wife when she leaves no children or grandchildren through sons is a half. If she leaves children or grandchildren through sons, male or female, by her present or previous husbands, the husband has a quarter after bequests or debts. The inheritance of a wife from a husband who does not leave children or grandchildren through sons is a quarter. If he leaves children or grandchildren through sons, male or female, the wife has an eighth after bequests and debts. That is because Allah, the Blessed, the Exalted! said in His Book, 'You have a half of what your wives leave if they have no children. If they have children, you have a fourth of what they leave after bequests and debts. They have a fourth of what you leave if you have no children. If you have children, they have an eighth after bequests or debts.' " (Sura4ayat 11).


Section 27.3: Inheritance of Fathers and Mothers from Children
Top
Book 27, Number 27.3.0c:

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us about which there is no dispute and what I have seen the people of knowledge in our city doing is that when a father inherits from a son or a daughter and the deceased leaves children, or grandchildren through a son, the father has a fixed share of one sixth. If the deceased does leave any children or male grandchildren through a son, the apportioning begins with those with whom the father shares in the fixed shares. They are given their fixed shares. If a sixth or more is left over, the sixth and what is above it is given to the father, and if there is less than a sixth left, the father is given his sixth as a fixed share, (i.e. the other shares are adjusted.)

"The inheritance of a mother from her child, if her son or daughter dies and leaves children or male or female grandchildren through a son, or leaves two or more full or half siblings is a sixth. If the deceased does not leave any children or grandchildren through a son, or two or more siblings, the mother has a whole third except in two cases. One of them is if a man dies and leaves a wife and both parents. The wife has a fourth, the mother a third of what remains, (which is a fourth of the capital). The other is if a wife dies and leaves a husband and both parents. The husband gets half, and the mother a third of what remains, (which is a sixth of the capital). That is because Allah, the Blessed, the Exalted, says in His Book, 'His two parents each have a sixth of what he leaves if he has children. If he does not have children, and his parents inherit from him, his mother has a third. If he has siblings, the mother has a sixth.' (Sura 4 ayat 11). The sunna is that the siblings be two or more."


Section 27.4: Inheritance of Maternal Half-Siblings
Top
Book 27, Number 27.4.0d:

Malik said, "The generally agreed upon way of doing things among us is that maternal half-siblings do not inherit anything when there are children or grandchildren through sons, male or female. They do not inherit anything when there is a father or the father's father. They inherit in what is outside of that. If there is only one male or female, they are given a sixth. If there are two, each of them has a sixth. If there are more than that, they share in a third which is divided among them. The male does not have portion of two females. That is because Allah, the Blessed, the Exalted, says in His Book, 'If a man or woman has no direct heir, and he has a brother or sister, by the mother, each of them has a sixth. If there are more than two, they share equally in a third.' " (Sura 4 ayat 12).


Section 27.5: Inheritance of Full Siblings
Top
Book 27, Number 27.5.0e:

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us is that full siblings do not inherit anything with sons nor anything with grandsons through a son, nor anything with the father. They do inherit with the daughters and the granddaughters through a son when the deceased does not leave a paternal grandfather. Any property that is left over, they are in it as paternal relations. One begins with the people who are allotted fixed shares. They are given their shares. If there is anything left over after that, it belongs to the full siblings. They divide it between themselves according to the Book of Allah, whether they are male or female. The male has a portion of two females. If there is nothing left over, they have nothing.

"If the deceased does not leave a father or a paternal grandfather or children or male or female grandchildren through a son, a single full sister gets a half. If there are two or more full sisters, they get two thirds. If there is a brother with them, sisters, whether one or more, do not have a fixed share. One begins with whoever shares in the fixed shares. They are given their shares. Whatever remains after that goes to the full siblings. The male has the portion of two females except in one case, in which the full siblings have nothing. They share in this case the third of the half-siblings by the mother. That case is when a woman dies and leaves a husband, a mother, half-siblings by her mother, and full siblings. The husband has a half. The mother has one sixth. The half-siblings by the mother have a third. Nothing is left after that, so the full siblings share in this case with the half-siblings by the mother in their third. The male has the portion of two females in as much as all of them are siblings of the deceased by the mother. They inherit by the mother. That is because Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'If a man or a woman has no direct heir and he has a brother or a sister, each one of the two gets a sixth. If there are more than that, they share equally in the third. ' (Sura 4 ayat 12) . They therefore share in this case because all of them are siblings of the deceased by the mother."


Section 27.6: Inheritance of Paternal Half-Siblings
Top
Book 27, Number 27.6.0f:

Malik said, "The generally agreed on wayof doing things among us is that when there are no full siblings with them, half-siblings by the father take the position of full siblings. Their males are like the males of the full siblings, and their females are like their females except in the case where the half-siblings by the mother and the full siblings share, because they are not offspring of the mother who joins these."

Malik said, "If there are both full siblings and half-siblings by the father and there is a male among the full siblings none of the half-siblings by the father have any inheritance. If there is one or more females in the full siblings and there is no male with them, the one full sister gets a half, and the half sister by the father gets a sixth, completing the two-thirds. If there is a male with the half-sisters by the father, they have no share. The people of fixed shares are given their shares and if there is something left after that it is divided between the half-siblings by the father. The male has the portion of two females. If there is nothing left over, they get nothing. If the full siblings consist of two or more females, they get two-thirds, and the half-sisters by the father get nothing with them unless there is a half-brother by the father with them. If there is a half-brother by the father with them, the people of fixed shares are given their shares and if there is something left over after that, it is divided between the half-siblings by the father. The male gets the portion of two females. If there is nothing left over, they get nothing. Half-siblings by the mother, full-siblings, and half-siblings by the father, each have a sixth (when they are onlyone). Two and more share a third. The male has the same portion as the female. They are in the same position in it."


Section 27.7: Inheritance of Grandfathers
Top
Book 27, Number 27.7.1:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that he had heard that Muawiya ibn Abi Sufyan wrote to Zayd ibn Thabit asking him about the grandfather. Zayd ibn Thabit wrote to him, "You have written to me asking me about the grandfather. Allah knows best. That is part of what is only determined by the amirs, i.e. the khalifs. I was present with two khalifs before you who gave the grandfather a half with one sibling, and a third with two. If there were more siblings, they did not decrease his third."


Book 27, Number 27.7.2:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Qabisa ibn Dhu'ayba that Umar ibn al-Khattab gave the grandfather "what people give him today."


Book 27, Number 27.7.3:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Sulayman ibn Yasar said, ''Umar ibn al-Khattab, Uthman ibn Affan, andZayd ibn Thabit gave the grandfather a third with full siblings". Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us and what I have seen the people of knowledge in our city doing is that the paternal grandfather does not inherit anything at all with the father. He is given a sixth as a fixed share with the son and the grandson through a son. Other than that, when the deceased does not leave a mother or a paternal aunt, one begins with whoever has a fixed share, and they are given their shares. If there is a sixth of the property left over, the grandfather is given a sixth as a fixed share."

Malik said, "When someone shares with the grandfather and the full siblings in a specified share, one begins with whoever shares with them of the people of fixed shares. They are given their shares. What is left over after that belongs to the grandfather and the full siblings. Then one sees which is the more favourable of two alternatives for the portion of the grandfather. Either a third is allotted to him and the siblings to divide between them, and he gets a share as if he were one of the siblings, or else he takes a sixth from all the capital. Whichever is the best portion for the grandfather is given to him. What is left after that, goes to the full siblings. The male gets the portion of two females except in one particular case. The division in this case is different from the preceding one. This case is when a woman dies and leaves a husband, mother, full sister and grandfather. The husband gets a half, the mother gets a third, the grandfather gets a sixth, and the full sister gets a half. The sixth of the grandfather and the half of the sister are joined and divided into thirds. The male gets the share of two females. Therefore, the grandfather has two thirds, and the sister has one third."

Malik said, "The inheritance of the half-siblings by the father with the grandfather when there are no full siblings with them, is like the inheritance of the full siblings (in the same situation). The males are the same as their males and the females are the same as their females. When there are both full siblings and half-siblings by the father, the full siblings include in their number the number of half-siblings by the father, to limit the inheritance of the grandfather, i.e., if there was only one full sibling with the grandfather. They would share, after the allotting of the fixed shares, the remainder of the inheritance between them equally. If there were also two half-siblings by the father, their number is added to the division of the sum, which would then be divided four ways. A quarter going to the grandfather and three-quarters going to the full siblings who annex the shares technically allotted to the half-siblings by the father. They do not include the number of half-siblings by the mother, because if there were only half-siblings by the father they would not inherit anything with the grandfather and all the capital would belong to the grandfather, and so the siblings would not get anything after the portion of the grandfather.

"It belongs to the full siblings more than the half-siblings by the father, and the half-siblings by the father do not get anything with them unless the full siblings consist of one sister. If there is one full sister, she includes the grandfather with the half-siblings by her father in the division, however many. Whatever remains for her and these half-siblings by the father goes to her rather than them until she has had her complete share, which is half of the total capital. If there is surplus beyond half of all the capital in what she and the half-siblings by the father acquire it goes to them. The male has the portion of two females. If there is nothing left over, they get nothing."


Section 27.8: Inheritance of Grandmothers
Top
Book 27, Number 27.8.4:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Uthman ibn Ishaq ibn Kharasha that Qabisa ibn Dhu'ayb said, "A grandmother came to Abu Bakr as-Siddiq and asked him for her inheritance. Abu Bakr said to her, 'You have nothing in the Book of Allah, and I do not know that you have anything in the sunna of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. Go away therefore, until I have questioned the people.' (i.e.the Companions). He questioned the people, and al-Mughira ibn Shuba said, 'I was present with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, when he gave the grandmother a sixth.' Abu Bakr said, 'Was there anybody else with you?' Muhammad ibn Maslama al-Ansari stood up and said the like of what al-Mughira said. Abu Bakr as-Siddiq gave it to her. Then the other grandmother came to Umar ibn al-Khattab and asked him for her inheritance. He said to her, "You have nothing in the Book of Allah, and what has been decided is only for other than you, and I am not one to add to the fixed shares, other than that sixth. If there are two of you together, it is between you. If eitherof you is left alone with it, it is hers."


Book 27, Number 27.8.5:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that al-Qasim ibn Muhammad said, "Two grandmothers came to Abu Bakr asSiddiq, and he wanted to give the sixth to the one who was from the mother's side, and a man of the Ansar said, 'What? Are you omitting the one from whom he would inherit if she died while he was alive?' Abu Bakr divided the sixth between them.~


Book 27, Number 27.8.6:

Yahya related to me from Malik from Abdu Rabbih ibn Said that Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham only gave a fixed share to two grandmothers (together).

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us in which there is no dispute and which I saw the people of knowledge in our city doing, is that the maternal grandmother does not inherit anything at all with the mother. Outside of that, she is given a sixth as a fixed share. The paternal grandmotherdoes not inherit anything along with the mother or the father. Outside of that she is given a sixth as a fixed share." If both the paternal grandmother and maternal grandmother are alive, and the deceased does not have a father or mother outside of them, Malik said,."I have heard that if the maternal grandmother is the nearest of the two of them, then she has a sixth instead of the paternal grandmother. If the paternal grandmother is nearer, or they are in the same position in relation to the deceased, the sixth is divided equally between them."

Malik said, "None of the female grand-relations except for these two has any inheritance because I have heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, gave the grandmother inheritance, and then Abu Bakr asked about that until someone reliable related from the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, that he had made the grandmother an heir and given a share to her. Another grandmother came to Umar ibn al-Khattab, and he said, 'I am not one to add to fixed shares. If there are two of you together, it is between you. If either of you is left alone with it, it is hers.' " Malik said, "We do not know of anyone who made other than the two grandmothers heirs from the beginning of Islam to this day."


Book 27, Number 27.8.7:

Yahya related to me from Malik from Zayd ibn Aslam that Umar ibn al-Khattab asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about someone who died without parents or offspring, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "The ayat which was sent down in the summer at the end of the Surat an-Nisa (Sura 4) is enoughfor you."

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us, in which there is no dispute, and which I saw the people of knowledge in our city doing, is that the person who leaves neither parent or offspring can be of two types. As for the kind described in the ayat which was sent down at the beginning of the Surat an-Nisa in which Allah, the Blessed, the Exalted! said, 'If a man or a woman has no direct heir, but has a brother or a sister by the mother, each of the two has a sixth. If there are more than that, they share equally in a third.' (Sura 4 ayat 12) This heirless one does not have heirs among his mother's siblings since there are no children or parents. As for the other kind described in the ayat which comes at the end of the Surat an-Nisa, Allah, the Blessed, the Exalted, said in it, 'They will ask you for a decision. Say, "Allah gives you a decision about the indirect heirs. If a man perishes having no children, but he has a sister, she shall receive a half of what he leaves, and he is her heir if she has no children. If there are two sisters, they shall receive two-thirds of what he leaves. If there are brothers and sisters, the male shall receive the portion of two females. Allah makes clear to you that you might not go astray. Allah has knowledge of everything" ' " (Sura 4 ayat 176).

Malik said, "If this person without direct heirs (parents) or children has siblings by the father, they inherit with the grandfather from the person without direct heirs. The grandfather inherits with the siblings because he is more entitled to the inheritance than them. That is because he inherits a sixth with the male children of the deceased when the siblings do not inherit anything with the male children of the deceased. How can he not be like one of them when he takes a sixth with the children of the deceased? How can he not take a third with the siblings while the brother's sons take a third with them? The grandfather is the one who overshadows the half-siblings by the mother and keeps them from inheriting. He is more entitled to what they have because they are omitted for his sake. If the grandfather did not take that third, the half-siblings by the mother would take it and would take what does not return to the half-siblings by the father. The half-siblings by the mother are more entitled to that third than the half-siblings by the father while the grandfather is more entitled to that than the half-siblings by the mother."


Section 27.9: Paternal Aunts
Top
Book 27, Number 27.9.8:

Yahya related to me from Malik from Muhammad ibn Abi Bakr ibn Muhammad ibn Amribn Hazm that Abdar-Rahman ibn Hanthala az-Zurqi was informed by a mawla of Quraysh,who used to be known as Ibn Mursi, that he was sitting with Umar ibn al-Khattab, and when they had prayed dhuhr, he said, "Yarfa! Bring that letter! (a letter which he had written about the paternal aunt.) We asked about her and asked for information about her." Yarfa brought it to him. He called for a small vessel or a drinking-bowl in which there was water. He erased the letter in it. Then he said, "Had Allah approved of you as an heir, we would have confirmed you. Had Allah approved of you, we would have confirmed you."


Book 27, Number 27.9.9:

Yahya related to me from Malik that Muhammad ibn Abi Bakr ibn Hazm heard his father say many times, ''Umar ibn al-Khattab used to say, 'It is a wonder that the paternal aunt is inherited from and does not inherit.' "


Section 27.10: Inheritance of Paternal Relations
Top
Book 27, Number 27.10.9a:

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us, in which there is no dispute, and which I saw the people of knowledge in our city doing, about paternal relations is that full brothers are more entitled to inherit than half-brothers by the father and half-brothers by the father are more entitled to inherit than the children of the full brothers. The sons of the full brothers are more entitled to inherit than the sons of the half-brothers by the father. The sons of the half-brothers by the father are more entitled to inherit than the sons of the sons of the full brothers. The sons of the sons of the half-brothers by the father's side are more entitled to inherit than the paternal uncle, the full brother of the father. The paternal uncle, the full brother of the father, is more entitled to inherit than the paternal uncle, the half-brotherof the father on the father's side. The paternal uncle, the half-brother of the father on the father's side is more entitled to inherit than the sons of the paternal uncle, the full brother of the father. The son of the paternal uncle on the father's side is more entitled to inherit than the paternal great uncle, the full brother of the paternal grandfather."

Malik said, "Everything about which you are questioned concerning the inheritance of the paternal relations is like this. Trace the genealogy of the deceased and whoever among the paternal relations contends for inheritance. If you find that one of them reaches the deceased by a father and none of them except him reaches him by a father, then make his inheritance to the one who reaches him by the nearest father, rather than the one who reaches him by what is above that. If you find that they all reach him by the same father who joins them, then see who is the nearest of kin. If there is only one half-brother by the father, give him the inheritance rather than more distant paternal relations. If there is a full brother and you find them equally related from a number of fathers or to one particular father so that they all reach the genealogy of the deceased and they are all half-brothers by the father or full brothers, then divide the inheritance equally among them. If the parent of one of them is an uncle (the full-brother of the father of the deceased) and whoever is with him is an uncle (the paternal half brother of the father of the deceased), the inheritance goes to the sons of the full brother of the father rather than the sons of the paternal half-brother of the father. That is because Allah, the Blessed, the Exalted, said, 'Those related by blood are nearer to one another in the Book of Allah, surely Allah has knowledge of everything.' "

Malik said, "The paternal grandfather, is more entitled to inherit than sons of the full-brother, and more entitled than the uncle, the full brother of the father. The son of the father's brother is more entitled to inherit from mawali retainers (freed slaves) than the grandfathers."


Section 27.11: People who do Not Inherit
Top
Book 27, Number 27.11.9b:

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us in which there is no dispute and which I saw the people of knowledge in our citydoing, is that the child of the half-sibling by the mother, the paternal grandfather, the paternal uncle who is the maternal half-brother of the father, the maternal uncle, the great-grandmother who is the mother of the mother's father, the daughter of the full-brother, the paternal aunt, and the maternal aunt do not inherit anything by their kinship."

Malik said, "The woman who is the furthest relation of the deceased of those who were named in this book, does not inherit anything by her kinship, and women do not inherit anything apart from those that are named in the Qur'an. Allah, the Blessed, the Exalted, mentioned in His Book the inheritance ofthe mother from her children, the inheritance of the daughters from their father, the inheritance of the wife from her husband, the inheritance of the full sisters, the inheritance of the half-sisters by the father and the inheritance of the half-sisters by the mother. The grandmother is made an heir by the example of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, made about her. A woman inherits from a slave she frees herself because Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'They are your brothers in the deen and your mawali.' "


Section 27.12: Inheritance from People of Other Religions
Top
Book 27, Number 27.12.10:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Ali ibn Husayn ibn Ali from Umar ibn Uthman ibn Affan from Usama ibn Zayd that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "A muslim does not inherit from a kafir."


Book 27, Number 27.12.11:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Ali ibn Husayn ibn Ali ibn Abi Talib told him that Aqil and Talib inherited from Abu Talib, and Ali did not inheritfrom him. Ali said, "Because of that, we have given up our portion of ash Shab." (A house belonging to Banu Hashim).


Book 27, Number 27.12.12:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Sulayman ibn Yasar that Muhammad ibn al-Ashath told him that he had a christian or jewish paternal aunt who died. Muhammad ibn al-Ashath mentioned that to Umar ibn al-Khattab and said to him, "Who inherits from her?" Umar ibn al-Khattab said to him, "The people of her deen inherit from her." Then he went to Uthman ibn Affan, and asked him about that. Uthman said to him, "Do you think that I have forgotten what Umar ibn al-Khattab said to you? The people.of her deen inherit from her."


Book 27, Number 27.12.13:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Ismail ibn Abi Hakim that Umar ibn Abd al-Aziz freed a christian who then died. Ismail said, ''Umar ibn Abd al-Aziz ordered me to put his property in the bayt al-mal."


Book 27, Number 27.12.14:

Yahya related to me from Malik from a reliable source of his who had heard Said ibn al-Musayyab say, ''Umar ibn al-Khattab refused to let anyone inherit from the non-arabs except for one who was born among the arabs."

Malik said, "If a pregnant woman comes from the land of the enemy and gives birth in arab land so that he is her (an arab) child, he inherits from her if she dies, and she inherits from him if he dies, by the Book of Allah."

Malik said, "The generally agreed on way of doing things among us and the sunna in which there is no dispute, and what I saw the people of knowledge in our city doing, is that a Muslim does not inherit from a kafir by kinship, clientage (wala'), or maternal relationship, nor does he (the Muslim) overshadow any (of the kafirs) from his inheritance.

Malik said, "Similarly, someone who forgoes his inheritance when he is the chief heir does not overshadow anyone from his inheritance."


Section 27.13: People Killed in Battle or Otherwise whose Situation in Inheritance is Not Known
Top
Book 27, Number 27.13.15:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman from more than one of the people of knowledge of that time, that those who were killed on the Day of the Camel, the Day of Siffin, the Day of al-Harra, and the Day of Qudayd did not inherit from each other. None of them inherited anything from his companion unless it was known that he had been killed before his companion.

Malik said, "That is the way of doing things about which there is no dispute, and which none of the people of knowledge in our city doubt. The procedure with two mutual heirs who are drowned, or killed in another way, when it is not known which of them died first is the same - neither of them inherits anything from his companion. Their inheritance goes to whoever remains of their heirs. They are inherited from by the living."

Malik said, "No one should inherit from anyone else when there is doubt, and one should only inherit from the other when there is certainty of knowledge and witnesses. That is because a man and his mawla whom his father has freed might die at the same time. The sons of the free man could say, 'Our father inherited from the mawla.' They should not inherit from the mawla without knowledge or testimony that he died first. The living people most entitled to his wala' inherit from him."

Malik said, "Another example is two full brothers who die. One of them has children and the other does not. They have a half-brother by their father. It is not known which of them died first, so the inheritance of the childless one goes to his half-brother by the father. The children of the full-brother get nothing."

Malik said, "Another example is when a paternal aunt and the son of her brother die, or else the daughter of the brother and her paternal uncle. It is not known which of them died first. The paternal uncle does not inherit anything from the daughter of his brother, and the son of the brother does not inherit anything from his paternal aunt."


Section 27.14: The Inheritance of the Child of Lian and the Child of Fornication
Book 27, Number 27.14.16:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Urwa ibn az-Zubayr said about the child of lian and the child of fornication, that if they died, the mother inherited her right from them according to the Book of Allah, the Mighty, the Majestic! The siblings by the mother had their rights. The rest was inherited by the former masters of the mother if she was a freed slave. If she was a free woman by origin, she inherited her due and the siblings by the mother inherited their due, and the rest went to the Muslims.

Malik said, "I heard the same as that from Sulayman ibn Yasar."

Malik said, "That is what I saw the people of knowledge in our city doing."

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 28: 28.1.1 - 28.22.57

Marriage
Top Index

Section 28.1: Asking for Someone's Hand in Marriage
Section 28.2: Asking Consent of Virgins and Women Previously Married for their Persons
Section 28.3: The Bride-Price and Unreturnable Gifts
Section 28.4: Consummating the Marriage
Section 28.5: Wedding Nights of Virgins and Women Previously Married
Section 28.6: Stipulations Not Permitted in Marriage
Section 28.7: Marriage of the Muhallil and its Like
Section 28.8: Combinations of Women Not to be Married Together
Section 28.9: Prohibition against Marrying Mothers of Wives
Section 28.10: Marriage to Mothers of Women with Whom One has had Sexual Relations in a Disapproved Manner
Section 28.11: What is Not Permitted in Marriage in General
Section 28.12: Marrying Slaves when already Married to Free Women
Section 28.13: A Man's Owning a Slave Whom He has Married and then Divorced
Section 28.14: Reprehensibility of Intercourse with Two Sisters or a Mother and Daughter that One Owns
Section 28.15: Reprehensibility of Intercourse with Two Sisters or a Mother and Daughter that One Owns
Section 28.16: Prohibition against Marrying Slave-Girls of the People of the Book
Section 28.17: Muhsanat
Section 28.18: Temporary Marriage
Section 28.19: Marriage of Slaves
Section 28.20: Marriage of Idol Worshippers when their Wives become Muslim before Them
Section 28.21: The Wedding Feast
Section 28.22: Marriage in General

Section 28.1: Asking for Someone's Hand in Marriage
Top
Book 28, Number 28.1.1:

Yahya related to me from Malik from Muhammad ibn Yahya ibn Habban from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do not ask for a woman in marriage when another muslim has already done so."


Book 28, Number 28.1.2:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do not ask for a woman in marriage when another muslim has already done so."

Malik said, "The explanation of the statement of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, according to what we think - and Allah knows best - is that 'Do not ask for a woman in marriage when another muslim has already done so' means that when a man has asked for a woman in marriage, and she has inclined to him and they have agreed on a bride-price, which she has suggested and with which they are mutually satisfied, it is forbidden for another man to ask for that woman in marriage. It does not mean that when a man has asked for a woman in marriage, and his suit does not agree with her and she does not incline to him that no one else can ask for her in marriage. That is a door to misery for people."


Book 28, Number 28.1.3:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim that his father said about the word of Allah, the Blessed, the Exalted, "There is no fault in you about the proposal you offer to women, or hide in yourselves. Allah knows that you will be mindful of them; but do not make troth with them secretly without honourable words," (Sura 2 ayat 235) that it referred to a man saying to a woman while she was still in her idda after the death of her husband, "You are dear to me, and I desire you, and Allah brings provision and blessing to you," and words such as these.


Section 28.2: Asking Consent of Virgins and Women Previously Married for their Persons
Top
Book 28, Number 28.2.4:

Malik related to me from Abdullah ibn al-Fadl from Nafi ibn Jubayr ibn Mutim from Abdullah ibn Abbas that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "A woman who has been previously married is more entitled to her person than her guardian, and a virgin must be asked for her consent for herself, and her consent is her silence "


Book 28, Number 28.2.5:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab had said that Umar ibn al-Khattab said, "A woman is only married with the consent of her guardian, someone of her family with sound judgement or the Sultan.


Book 28, Number 28.2.6:

Yahya related to me from Malik that he had heard that al-Qasim ibn Muhammad and Salim ibn Abdullah were marrying off their daughters and they did not consult them.

Malik said, "That is what is done among us about the marriage of virgins."

Malik said, "A virgin has no right to her property until she enters her house and her state (competence, maturity etc.) is known for sure."


Book 28, Number 28.2.7:

Yahya related to me from Malik that he had heard that al-Qasim ibn Muhammad and Salim ibn Abdullah and Sulayman ibn Yasar said about the virgin given by her father in marriage without her permission, "That is binding on her."


Section 28.3: The Bride-Price and Unreturnable Gifts
Top
Book 28, Number 28.3.8:

Yahya related to me from Malik from Malik from Abu Hazim ibn Dinar from Sahl ibn Sad as-Saidi that a woman came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and said, "Messenger of Allah! I have given myself to you." She stood for a long time, and then a man got up and said, "Messenger of Allah, marry her to me if you have no need of her." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do you have anything to give her as a bride-price?" He said, "I possess only this lower garment of mine." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "If you give it to her you will not have a garment to wear so look for something else." He said, "I have nothing else." He said, "Look for something else, even if it is only an iron ring." He looked, and found that he had nothing. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Do you know any of the Qur'an?" He said, "Yes. I know such-and-such a sura and such-and-such a sura," which he named. The Messengerof Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "I have married her to you for what you know of the Qur'an."


Book 28, Number 28.3.9:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab had said that Umar ibn al-Khattab said, "If a man marries a woman who is insane, or has leprosy or white leprosy, without being told of her condition by her guardian, and he has sexual relations with her, she keeps her bride-price in its entirety. Her husband has damages against her guardian."

Malik said, "The husband has damages against her guardian when the guardian is her father, brother, or one who is deemed to have knowledge of her condition. If the guardian who gives her in marriage is a nephew, a mawla or a member of her tribe who is not deemed to have knowledge of her condition, there are no damages against him, and the woman returns what she has taken of her bride-price, and the husband leaves her whatever amount is thought to be fair."


Book 28, Number 28.3.10:

Yahya related to me from Malik from Nafi that the daughter of Ubaydullah ibn Umar whose mother was the daughter of Zayd ibn al-Khattab, married the son of Abdullah ibn Umar. He died and had not yet consummated the marriage or specified her bride-price. Her mother wanted the bride-price, and Abdullah ibn Umar said, "She is not entitled to a bride-price. Had she been entitled to a bride-price, we would not have kept it and we would not do her an injustice. "The mother refused to accept that. Zayd ibn Thabit was brought to adjudicate between them and he decided that she had no bride-price, but that she did inherit.


Book 28, Number 28.3.11:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Umar ibn Abd al-Aziz during his khalifate, wrote to one of his governors, "Whatever a father, or guardian, who gives someone in marriage, makes a condition in the way of unreturnable gift or of favour, belongs to the woman if she wants it."

Malik spoke about a woman whose father gave her in marriage and made an unreturnable gift a condition of the bride-price which was to be given. He said, "Whatever is given as a condition by which marriage occurs belongs to the woman if she wants it. If the husband parts from her before the marriage is consummated, the husband has half of the unreturnable gift by which the marriage occurred."

Malik said about a man who married off his young son and the son had no wealth at all, that the bride-price was obliged of the father if the young man had no property on the day of marriage. If the young man did have property the bride-price was taken from his property unless the father stipulated that he would pay the bride-price. The marriage was affirmed for the son if he was a minor only if he was under the guardianship of his father.

Malik said that if a man divorced his wife before he had consummated the marriage and she was a virgin, her father returned half of the bride-price to him. That half was permitted to the husband from the father to compensate him for his expenses.

Malik said that that was because Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, "Unless they (women with whom he had not consummated marriage) make remission or he makes remission to him in whose hand is the knot of marriage." (Sura 2 ayat 237). (He being the father of a virgin daughter or the master of a female slave.)

Malik said, "That is what I have heard about the matter, and that is how things are done among us."

Malik said that a jewish or christian woman who was married to a jew or christian and then became muslim before the marriage had been consummated, did not keep anything from the bride-price.

Malik said, "I do not think that women should be married for less than a quarter of a dinar. That is the lowest amount for which cutting off the hand is obliged ."


Section 28.4: Consummating the Marriage
Top
Book 28, Number 28.4.12:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Said ibn al-Musayyab that 'Umar ibn al-Khattab decided about the woman who was married by a man and the marriage had been consummated, that the bride-price was obligatory.


Book 28, Number 28.4.13:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Zayd ibn Thabit said, "When a man takes his wife to his house and co-habits with her then the bride-price is obliged."

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab said, "When a man comes to his wife in her room, he is believed. When she comes to him in his room, she is believed."

Malik commented, "I think that this refers to sexual intercourse. When he comes in to her in her room and she says, 'He has had intercourse with me' and he says, 'I have not touched her', he is believed. When she comes in to him in his room and he says, 'I have not had intercourse with her' and she says, 'He had intercourse with me', she is believed."

28.5 Wedding Nights of Virgins and Women Previously Married


Section 28.5: Wedding Nights of Virgins and Women Previously Married
Top
Book 28, Number 28.5.14:

Yahya related to me from Malik from Abdullah ibn Abi Bakr ibn Muhammad ibn Amr ibn Hazm from Abd al-Malik ibn Abi Bakr ibn Abd ar-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham al-Makhzumi from his father that when the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, married Umm Salama and then spent the night with her, he said to her, "You are not being humbled in your right. If you wish, I will stay with you for seven nights as I stayed seven nights with the others. If you wish, I will stay with you for three nights, and then visit the others in turn." She said, "Stay three nights."


Book 28, Number 28.5.15:

Yahya related to me from Malik from Humayd at-Tawil that Anas ibn Malik said, "A virgin has seven nights, and a woman who has been previously married has three nights."

Malik affirmed, "That is what is done among us."

Malik added, "If the man has another wife, he divides his time equally between them after the wedding nights. He does not count the wedding nights against the one he has just married."


Section 28.6: Stipulations Not Permitted in Marriage
Top
Book 28, Number 28.6.16:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab was asked about a woman who made a stipulation on her husband not to take her away from her town. Said ibn al-Musayyab said, "He takes her away if he wishes."

Malik said, "The custom among us is that when a man marries a woman, and he makes a condition in the marriage contract that he will not marry after her or take a concubine, it means nothing unless there is an oath of divorce or setting-free attached to it. Then it is obliged and required of him."


Section 28.7: Marriage of the Muhallil and its Like
Top
Book 28, Number 28.7.17:

Yahya related to me from Malik from al-Miswar ibn Rifaa al-Quradhi from az-Zubayr ibn Abd ar-Rahman ibn az-Zubayr that Rifaa ibn Simwal divorced his wife, Tamima bint Wahb, in the time of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, three times. Then she married Abd ar-Rahman ibn az-Zubayr and he turned from her and could not consummate the marriage and so he parted from her. Rifaa wanted to marry her again and it was mentioned to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he forbade him to marry her. He said, "She is not halal for you until she has tasted the sweetness of intercourse."


Book 28, Number 28.7.18:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from al-Qasim ibn Muhammad that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, said when asked whether it was permissible for a man to marry again a wife he had divorced irrevocably if she had married another man who divorced her before consummating the marriage, "Not until she has tasted the sweetness of intercourse."


Book 28, Number 28.7.19:

Yahya related to me from Malik that he had heard that when asked whether it was permissible for a man to return to his wife if he had divorced her irrevocably and then another man had married her after him and died before consummating the marriage, al-Qasim ibn Muhammad said, "It is not halal for the first husband to return to her."

Malik said, about the muhallil, that he could not remain in the marriage until he undertook a new marriage. If he had intercourse with her in that marriage, she had her dowry.


Section 28.8: Combinations of Women Not to be Married Together
Top
Book 28, Number 28.8.20:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from al-Araj from Abu Hurayra that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said "One cannot be married to a woman and her paternal aunt, or a woman and her maternal aunt at the same time."


Book 28, Number 28.8.21:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab said, "It is forbidden to be married to a woman and her paternal or maternal aunt at the same time, and for a man to have intercourse with a female slave who is carrying another man's child."


Section 28.9: Prohibition against Marrying Mothers of Wives
Top
Book 28, Number 28.9.22:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Zayd ibn Thabit asked whether it was halal for a man who married a woman and then separated from her before he had cohabited with her, to marry her mother. Zayd ibn Thabit said, "No. The mother is prohibited unconditionally. There are conditions, however about foster-mothers."


Book 28, Number 28.9.23:

Yahya related to me from Malik from more than one source that when Abdullah ibn Masud was in Kufa, he was asked for an opinion about marrying the mother after marrying the daughter when the marriage with the daughter had not been consummated. He permitted it. When Ibn Masud came to Madina, he asked about it and was told that it was not as he had said, and that this condition referred to foster-mothers. Ibn Masud returnedto Kufa,and he had just reached his dwelling when the man who had asked him for the opinion came to visit and he ordered him to separate from his wife.

Malik said that if a man married the mother of a woman who was his wife and he had sexual relations with the mother then his wife was haram for him, and he had to separate from both of them. They were both haram to him forever, if he had had sexual relations with the mother. If he had not had relations with the mcther, his wife was not haram for him, and he separated from the mother.

Malik explained further about the man who married a woman, and then married her mother and cohabited with her, "The mother will never be halal for him, and she is not halal for his father or his son, and any daughters of hers are not halal for him and so his wife is haram for him."

Malik said, "Fornication however, does not make any of that haram because Allah, the Blessed, the Exalted, mentioned 'the mothers of your wives,' as one whom marriage made haram, and he didn't mention the making haram by fornication. Every marriage in a halal manner in which a man cohabits with his wife, is a halal marriage. This is what I have heard, and this is how things are done among us."


Section 28.10: Marriage to Mothers of Women with Whom One has had Sexual Relations in a Disapproved Manner
Top
Book 28, Number 28.10.23a:

Malik said that a man who had committed fornication with a woman and the hadd-punishment had been applied to him for it, could marry that woman's daughter and his son could marry the woman herself if he wished. That was because he had haram relations with her, and the relations Allah had made haram were from the relations made in a halal manner or in a manner resembling marriage. Allah, the Blessed, the Exalted, said, "Do not marry the women your fathers have married. " (Sura 4 ayat 21)

Malik said, "If a man were to marry a woman in her idda-period in a halal marriage and have relations with her, it would be haram for his son to marry the woman. That is because the father married her in a halal manner, and the hadd-punishment would not have been applied to him. Any child who was born to him would be attached to him as the father. Just as it would be haram for the son to marry a woman whom his father had married in her idda-period and had relations with, so the woman's daughter would be haram for the father if he had had sexual relations with her."


Section 28.11: What is Not Permitted in Marriage in General
Top
Book 28, Number 28.11.24:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade shighar, which meant one man giving his daughter in marriage to another man on the condition that the other gave his daughter to him in marriage without either of them paying the bride-price.


Book 28, Number 28.11.25:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father from Abd ar-Rahman and Mujamma the sons of Yazid ibn Jariya al-Ansari from Khansa bint Khidam al-Ansariya that her father gave her in marriage and she had been previously married. She disapproved of that, and went to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he revoked the marriage.


Book 28, Number 28.11.26:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zubayr al-Makki that a case was brought to Umar about a marriage which had only been witnessed by one man and one woman . He said, "This is a secret marriage and I do not permit it. Had I been the first to come upon it, I would have ordered them to be stoned."


Book 28, Number 28.11.27:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Said ibn al-Musayyab and from Sulayman ibn Yasar that Tulayha al-Asadiya was the wife of Rushayd ath-Thaqafi. He divorced her, and she got married in her idda-period. Umar ibn al-Khattab beat her and her husband with a stick several times, and separated them. Then Umar ibn al-Khattab said, "If a woman marries in her idda-period, and the new husband has not consummated the marriage, then separate them, and when she has completed the idda of her first husband, the other becomes a suitor. If he has consummated the marriage then separate them. Then she must complete her idda from her first husband, and then the idda from the other one, and they are never to be reunited."

Malik added, ''Said ibn al-Musayyab said that she had her dowry because he had consummated the marriage."

Malik said,"The practice with us concerning a free woman whose husband dies, is that she does an idda of four months and ten days and she does not marry if she doubts her period until she is free of any doubt or if she fears that she is pregnant."


Section 28.12: Marrying Slaves when already Married to Free Women
Top
Book 28, Number 28.12.28:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Abbas and Abdullah ibn Umar were asked about a man who had a free woman as a wife and then wanted to marry a slave-girl. They disapproved that he should combine the two of them.


Book 28, Number 28.12.29:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab said, "The slave girl is not married when there is a free woman who is a wife unless the free woman wishes it. If the free woman complies, she has two-thirds of the division of time."

Malik said, "A free man must not marry a slave-girl when he can afford to marry a free-woman, and he should not marry a slave-girl when he cannot afford a free woman unless he fears fornication. That is because Allah, may he be Blessed and Exalted, says in His Book, 'If you are not affluent enough to marry believing women, who are muhsanat, take slave-girls who are believing women that your right hands own.' (Sura 4 ayat 24) He says, 'That is for those of you who fear al-anat.' "

Malik said, "Al-anat is fornication."


Section 28.13: A Man's Owning a Slave Whom He has Married and then Divorced
Top
Book 28, Number 28.13.30:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Abu Abd ar-Rahman that Zayd ibn Thabit said that if a man divorced his slave-girl three times and then bought her, she was not halal for him until she had married another husband.


Book 28, Number 28.13.31:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab and Sulayman ibn Yasar were asked whether, when a man married a slave of his to a slave-girl and the slave divorced her irrevocably, and then her master gave her to the slave, she was then halal for the slave by the possession of the right hand. They said, "No. She is not halal until she has married another husband."


Book 28, Number 28.13.32:

Yahya related to me from Malik that he had asked Ibn Shihab about a man who had a slave-girl as a wife, and then he bought her, and divorced her once. He said, "She is halal for him by the possession of the right hand as long as he does not make his divorce irrevocable. If he irrevocably divorces her, she is not halal for him by the possession of the right hand until she has married another husband."

Malik said that if a man rnarried a female slave and then she had a child by him, and then he bought her, she was not an umm walad for him because of the child born to him while she belonged to another, until she had had a child by him while she was in his possession after he had purchased her.

Malik said, "If he buys her and she is pregnant by him and she then gives birth while she belongs to him, she is his umm walad by that pregnancy, according to what we think, and Allah knows best."


Section 28.14: Reprehensibility of Intercourse with Two Sisters or a Mother and Daughter that One Owns
Top
Book 28, Number 28.14.33:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud from his father that Umar ibn al-Khattab was asked about a woman and her daughter who were in the possession of the right hand, and whether one could have intercourse with one of them after the other Umar said, "I dislike both being permitted together." He then forbade that.


Book 28, Number 28.14.34:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Qabisa ibn Dhu'ayb that a man asked Uthman ibn Affan whether one could have intercourse with two sisters who one owned. Uthman said, "One ayat makes them halal, and one ayat makes them haram. As for me, I wouldn't like to do it." The man left him and met one of the companions of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and asked him about it, and he said, "Had I any authority and I found someone who had done it, I would punish him as an example."

Ibn Shihab added, "I think that it was Ali ibn Abi Talib. "


Book 28, Number 28.14.35:

Yahya related to me from Malik that he had heard that az-Zubayr ibn al-Awwam said the like of that.

Malik said that if a man had sexual relations with a female slave that he owned, and then he wanted to also have relations with her sister, the sister was not halal for a man until intercourse with the slave-girl had been made haram for him by marriage, setting free, kitaba, or the like of that - for instance, if he had married her to his slave or someone other than his slave.


Section 28.15: Prohibition against Intercourse with a Slave-Girl who Belonged to One's Father
Top
Book 28, Number 28.15.36:

Yahya vertelde mij van Malik dat hij gehoord had dat Umar ibn al-Khattab zijn zoon een slavin gaf en zei, "Raakt haar niet aan, omdat ik haar reeds ontbloot heb."

Yayha vertelde aan mij van Malik dat Abd ar Rahman ibn al-Mujabbir dat Salim ibn Abdullah zijn zoon een slavin gaf en zei, "Gaat niet dichtbij haar, voor ik haar wilde en handeld niet naar haar."

Vertaling:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab gave his son a slave-girl and said, "Do not touch her, for I have uncovered her."

Yayha related to me from Malik that Abd arRahman ibn al-Mujabbir said that Salim ibn Abdullah gave his son a slave-girl and said, "Do not go near her, for I wanted her, and did not act towards her."


Book 28, Number 28.15.37:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Abu Nahshal ibn al-Aswad said to al-Qasim ibn Muhammad,"I saw a slave-girl of mine uncovered in the moonlight, and so I sat on her as a man sits on a woman. She said that she was menstruating, so I stood up and have not gone near her after that. Can I give her to my son to have intercourse with?" Al-Qasim forbade that.


Book 28, Number 28.15.38:

Yahya related to me from Malik from Ibrahim ibn Abi Abla from Abd al-Malik ibn Marwan that he gave a slave-girl to a friend of his, and later asked him about her. He said, "I intended to give her to my son to do such-and-such with her." Abd al-Malik said, "Marwan was more scrupulous than you. He gave a slave-girl to his son, and then he said, 'Do not go near her, for I have seen her leg uncovered .' "


Section 28.16: Prohibition against Marrying Slave-Girls of the People of the Book
Top
Book 28, Number 28.16.38a:

Malik said, "It is not halal to marry a christian or jewish slave-girl because Allah the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'Believing women who are muhsanat and women of those who were given the Book before you who are muhsanat', (sura 5 ayat 6) and they are free women from the Christians and Jews. Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'If you are not affluent enough to marry believing women who are muhsanat, take believing slave-girls whom your right hands own.' " (Sura 4 ayat 24)

Malik said, "In our opinion, Allah made marriage to believing slave-girls halal, and He did not make halal marriage to christian and jewish slave-girls from the People of the Book."

Malik said, "The christian and jewish slave-girl are halal for their master by right of possession, but intercourse with a magian slave-girl is not halal by the right of possession."


Section 28.17: Muhsanat
Top
Book 28, Number 28.17.39:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Said ibn al-Musayyab said, "The muhsanat among women are those who have husbands." That referred to the fact that Allah has made fornication haram.


Book 28, Number 28.17.40:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab, and he had heard from al-Qasim ibn Muhammad that they said, "When a free man marries a slave-girl and consummates the marriage, she makes him muhsan."

Malik said, "All (of the people of knowledge) I have seen said that a slave-girl makes a free man muhsan when he marries her and consummates the marriage."

Malik said, "A slave makes a free woman muhsana when he consummates a marriage with her and a free woman only makes a slave muhsan when he is freed and he is her husband and has had sexual relations with her after he has been set free. If he parts from her before he is free, he is not a muhsan unless he marries her after having been set free and he consummates the marriage."

Malik said, "When a slave-girl is married to a free man and then he separates from her before she is set free, his marriage to her does not make her muhsana. She is not muhsana until she has married after she has been set free and she has had intercourse with her husband. That gives her ihsan. If she is the wife of a freeman and then she is set free while she is his wife before he separates from her, the man makes her muhsana if he has intercourse with her after she has been set free."

Malik said, "The christian and jewish free women and the muslim slave-girl all make a muslim free man muhsan when he marries one of them and has intercourse with her."


Section 28.18: Temporary Marriage
Top
Book 28, Number 28.18.41:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Abdullah and Hasan, the sons of Muhammad ibn Ali ibn Abi Talib from their ather, mayAllah be pleased with him, that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, forbade temporary marriage with women and the flesh of domestic donkeys on the Day of Khaybar.


Book 28, Number 28.18.42:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Urwa ibn az-Zubayr that Khawla ibn Hakim came to Umar ibn al-Khattab and said, ''Rabia ibn Umayya made a temporary marriage with a woman and she is pregnant by him.'' Umar ibn al-Khattab went out in dismay dragging his cloak, saying, "This temporary marriage, had I come across it, I would have ordered stoning and done away with it! "


Section 28.19: Marriage of Slaves
Top
Book 28, Number 28.19.43:

Yahya related to me from Malik that he heard Rabia ibn Abd ar-Rahman say that a slave could marry four women.

Malik said, "This is the best of what I have heard about the matter."

Malik said, "The slave differs with the muhallil if the slave is given permission by his master for his ex-wife. If his master does not give him permission, he separates them. The muhallil is separated in any case if he intends to make the woman halal by marriage."

Malik said, "When a slave is owned by his wife or a husband owns his wife, the possession of each of them is rendered void without divorce. If a man, for instance, is married to a slave-girl, and then he buys her, he must divorce her as a matter of course. They can then re-marry. If they re-marry afterwards, that separation was not divorce."

Malik said, "When a slave is freed by his wife who owns him and she is in the idda-period from him, they can only return to each other after she has made another marriage."


Section 28.20: Marriage of Idol Worshippers when their Wives become Muslim before Them
Top
Book 28, Number 28.20.44:

Malik related to me from Ibn Shihab that he had heard that in the time of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, women were becoming muslim in their own lands and they did not do hijra while their husbands were still kafirun although they themselves had become muslim. Among them was the daughter of al-Walid ibn al-Mughira and she was the wife of Safwan ibn Umayya. She became muslim on the day of the conquest (of Makka), and her husband, Safwan ibn Umayya fled from Islam. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, sent Safwan's paternal cousin, Wahb ibn Umayr with the cloak of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, as a safe-conduct for Safwan ibn Umayya, and the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, called him to Islam and asked for him to come to him and if he was pleased with the matter to accept it. If not he would have a respite for two months.

When Safwan came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, with his cloak, he called out to him over the heads of the people, "Muhammad! Wahb ibn Umayr brought me your cloak and claimed that you had summoned me to come to you and if I was pleased with the matter, I should accept it and if not, you would give me a respite for two months. "The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Come down, Abu Wahb." He said, "No, by Allah! I will not come down until you make it clear to me." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "You have a respite of four months." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, went out toward Hawazin at Hunayn. He sent to Safwan ibn Umayya to borrow some equipment and arms that he had. Safwan said, "Willingly or unwillingly?" He said, "Willingly." Therefore he lent him the equipment and arms which he had. Then Safwan went out with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, while he was still a kafir. He was present at the battles of Hunayn and at-Ta'if while he was still a kafir and his wife was a muslim. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, did not separate Safwan and his wife until he had become muslim, and his wife was settled with him by that marriage.


Book 28, Number 28.20.45:

Yahya related to me from Malik that Ibn Shihab said, "Between the Islam of Safwan and the Islam of his wife there was about one month."

Ibn Shihab said, "We have not heard about any woman doing hijra for Allah and His Messenger while her husband was a kafir abiding in the land of kufr, but that her hijra separated her and her husband unless her husband came in hijra before her period of idda had been completed."


Book 28, Number 28.20.46:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Umm Hakim bint al-Harith ibn Hisham who was the wife of Ikrima ibn Abi Jahl became muslim on the day of the conquest of Makka, and her husband Ikrima fled from Islam as far as the Yemen. Umm Hakim set out after him until she came to him in the Yemen and she called him to Islam, and he became muslim. He went to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the year of the conquest. When the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, saw him, he rushed to him in joy and did not bother to put on his cloak until he had made the pledge with him. They were confirmed in their marriage.

Malik said, "If a man becomes muslim before his wife, a separation occurs between them when he presents Islam to her and she does not become muslim, because Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'Do not hold fast to the ties of women who are kafirun.' "


Section 28.21: The Wedding Feast
Top
Book 28, Number 28.21.47:

Yahya related to me from Malik from Humayd at-Tawil from Anas ibn Malik that Abd ar-Rahman ibn Awf came to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he had a traceof yellow on him. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, asked about it. He told him that he had just been married. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "How much did you hand over to her?" He said, "The weight of a date pit in gold." The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "Hold a feast, even if it is only with a sheep.


Book 28, Number 28.21.48:

Yahya related to me from Malik that Yahya ibn Said said, "I have heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, held a wedding feast in which there was neither meat nor bread."


Book 28, Number 28.21.49:

Yahya related to me from Malik from Nafi from Abdullah ibn Umar that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "When you are invited to a wedding feast, you must go to it."


Book 28, Number 28.21.50:

Yahya related to me from Malik from Ibr. Shihab from al-Araj that Abu Hurayra said, "The worst food is the food of a wedding feast to which the rich are invited and the poor are left out. If anyone rejects an invitation, he has rebelled against Allah and His Messenger."


Book 28, Number 28.21.51:

Yahya related to me from Malik that Ishaq ibn Abdullah ibn Abi Talha heard Anas ibn Malik say that a certain tailor invited the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, to eat some food which he had prepared.

Anas said, "I went with the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, to eat the food. He served barley bread and a soup with pumpkin in it. I saw the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, going after the pumpkin around the dish, so I have always liked pumpkin since that day."


Section 28.22: Marriage in General
Top
Book 28, Number 28.22.52:

Yahya related to me from Malik from Zayd ibn Aslam that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "When you marry a woman or buy a slave-girl, take her by the forelock and ask for baraka. When you buy a camel, take the top of its hump, and seek refuge with Allah from Shaytan."


Book 28, Number 28.22.53:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zubayr al-Makki that somebody asked a man for his sister in marriage and the man mentioned that she had committed fornication. Umar ibn al-Khattab heard about it and he beat the man or almost beat him, and said, "What did you mean by giving him such information?"


Book 28, Number 28.22.54:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman that al-Qasim ibn Muhammad and Urwa ibn az-Zubayr said that a man who had four wives and then divorced one of them irrevocably, could marry straightaway if he wished, and he did not have to wait for the completion of her idda.


Book 28, Number 28.22.55:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abd ar-Rahman that al-Qasim ibn Muhammad and Urwa ibn az-Zubayr gave the same judgement to al-Walid ibn Abd al-Malik in the year of his arrival in Madina except that al-Qasim ibn Muhammad said that he divorced his wife on various occasions. (i.e. not at one time).


Book 28, Number 28.22.56:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab said, "There are three things in which there is no jest: marriage, divorce, and setting free."


Book 28, Number 28.22.57:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Rafi ibn Khadij married the daughter of Muhammad ibn Maslama al-Ansari. She was with him until she grew older, and then he married a young girl and preferred the young girl to her. She begged him to divorce her, so he divorced her and then he gave her time until she had almost finished her idda period and then he returned and still preferred the young girl. She therefore asked him to divorce her. He divorced her once, and then returned to her, and still preferred the young girl, and she asked him to divorce her. He said, "What do you want? There is only one divorce left. If you like, continue and put up with what you see of preference, and if you like, I will separate from you." She said, "I will continue in spite of the preference." He kept her in spite of that. Rafi did not see that he had done any wrong action when she remained with him in spite of preference.

Top

Translation of Malik's Muwatta, Book 29: 29.1.1 - 29.33.109

Divorce
Top Index

Section 29.1: The 'Irrevocable' Divorce
Section 29.2: What is Clear about Giving Wives Right of Divorce
Section 29.3: Circumstances in Which only One Pronouncement of Divorce Permitted in Giving Wives Right of Divorce
Section 29.4: What is Not Clear in Giving Wives Right of Divorce
Section 29.5: Annulment of Marriage by Husband's Vow to Refrain from Intercourse (Ila)
Section 29.6: The Ila (Vow of Abstention) of Slaves
Section 29.7: Dhihar of Free Men
Section 29.8: Dhihar of Slaves
Section 29.9: The Option (of Slave-Girls Married to Slaves when Freed)
Section 29.10: Separating from Wives for Compensation
Section 29.11: Divorce of Men who Divorce for Compensation
Section 29.12: Lian (Invoking Mutual Curses)
Section 29.13: Inheritance of Children of Women against whom Lian has been Pronounced
Section 29.14: Divorce of Virgins
Section 29.15: Divorce of Sick Men
Section 29.16: Compensation in Divorce
Section 29.17: The Divorce of the Slave
Section 29.18: Maintenance of Slave-Girls Divorced when Pregnant
Section 29.19: Idda of Women whose Husbands are Missing
Section 29.20: Idda of Divorce and Divorce of Menstruating Women
Section 29.21: Idda of Women in their Houses when Divorced in Them
Section 29.22: Maintenance of Divorced Woman
Section 29.23: Idda of Slave-Girls Divorced by Their Husbands
Section 29.24: General Chapter on Idda of Divorce
Section 29.25: The Two Arbiters
Section 29.26: Oath of Men to Divorce while Not yet Married
Section 29.27: Deadline of Men who do Not have Intercourse with Their Wives
Section 29.28: General Section on Divorce
Section 29.29: Idda of Widows when Pregnant
Section 29.30: Idda of an Umm Walad when Her Master Dies
Section 29.31: Idda of Slave-Girls whose Master or Husband Dies
Section 29.32: Coitus Interruptus
Section 29.33: Limit of Abstaining from Adornment in Mourning

Section 29.1: The 'Irrevocable' Divorce
Top
Book 29, Number 29.1.1:

Yahya related to me from Malik that he had heard that a man said to Abdullah ibn Abbas, "I have divorced my wife by saying I divorce you a hundred times. What do you think my situation is?" Ibn Abbas said to him, "She was divorced from you by three pronouncements, and by the ninety-seven, you have mocked the ayat of Allah."


Book 29, Number 29.1.2:

Yahya related to me from Malik that he had heard that a man came to Abdullah ibn Masud and said, "I have divorced my wife by saying I divorce you eight times." Ibn Masud said to him, "What have people told you?" He replied, "I have been told that I have to part absolutely from her." Ibn Masud said, "They have spoken the truth. A person who divorces as Allah has commanded, Allah makes it clear for him, and a person who obscures himself in error, we make stay by his error. So do not confuse yourselves and pull us into your confusion. It is as they have said."


Book 29, Number 29.1.3:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Abu Bakr ibn Hazm thatUmar ibn Abd al-Aziz had asked him what people said about the 'irrevocable' divorce, and Abu Bakr had replied that Aban ibn Uthman had clarified that it was declared only once. Umar ibn Abd al-Aziz said, "Even if divorce had to be declared a thousand times, the'irrevocable' would use them all up. A person who says, 'irrevocably' has cast the furthest limit."


Book 29, Number 29.1.4:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Marwan ibn al-Hakam decided that if someone made three pronouncements of divorce, he had divorced his wife irrevocably.

Malik said, "That is what I like best of what I have heard on the subject."

29.2 Divorce by Euphemistic Statements


Book 29, Number 29.1.5:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab had heard in a letter from Iraq that a man said to his wife, "Your rein is on your withers (i.e. you have free rein)." Umar ibn al-Khattab wrote to his governor to order the man to come to him at Makka at the time of hajj. While Umar was doing tawaf around the House, a man met him and greeted him. Umar asked him who he was, and he replied that he was the man that he had ordered to be brought to him. Umar said to him, "I ask you by the Lord of this building, what did you mean by your statement, 'Your rein is on your withers.'?" The man replied, "Had you made me swear by other than this place, I would not have told you the truth. I intended separation by that." Umar ibn al- Khattab said, "It is what you intended."


Book 29, Number 29.1.6:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Ali ibn Abi Talib used to say that if a man said to his wife, "You are haram for me," it counted as three pronouncements of divorce.

Malik said, "That is the best of what I have heard on the subject."


Book 29, Number 29.1.7:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said that statements like "I cut myself off from you",or"You are abandoned", were considered as three pronouncements of divorce.

Malik said that any strong statements such as these or others were considered as three pronouncements of divorce for a woman whose marriage had been consummated. In the case of a woman whose marriage had not been consummated, the man was asked to make an oath on his deen, as to whether he had intended one or three pronouncements of divorce. If he had intended one pronouncement, he was asked to make an oath by Allah to confirm it, and he became a suitor among other suitors, because a woman whose marriage had been consummated, required three pronouncements of divorce to make her inaccessible for the husband, whilst only one pronouncement was needed to make a woman whose marriage had not been consummated inaccessible.

Malik added, "That is the best of what I have heard about the matter."


Book 29, Number 29.1.8:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from al-Qasim ibn Muhammad that a certain man had taken a slave-girl belonging to somebody else as a wife. He said to her people, "She is your concern," and people considered that to be one pronouncement of divorce.


Book 29, Number 29.1.9:

Yahya related to me from Malik that he heard Ibn Shihab say that if a man said to his wife, "You are free of me, and I am free of you, " it counted as three pronouncements of divorce as if it were an 'irrevocable' divorce.

Malik said that if a man made any strong statement such as these to his wife, it counted as three pronouncements of divorce for a woman whose marriage had been consummated, or it was written as one of three for a woman whose marriage had not been consummated, whichever the man wished. If he said he intended only one divorce he swore to it and he became one of the suitors because, whereas a woman whose marriage had been consummated was made inaccessible by three pronouncements of divorce, the woman whose marriage had not been consummated was made inaccessible by only one pronouncement.

Malik said, "That is the best of what I have heard."


Section 29.2: What is Clear about Giving Wives Right of Divorce
Top
Book 29, Number 29.2.10:

Yahya related to me from Malik that he had heard that a man came to Abdullah ibn Umar, and said, "Abu Abd ar-Rahman! I placed the command of my wife in her hand, and she divorced herself, what do you think?" Abdullah ibn Umar said, "I think that it is as she said." The man said, "Don't do it, Abu Abd ar-Rahman!" Ibn Umar said, "You did it, it has nothing to do with me."


Book 29, Number 29.2.11:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "When a man gives a woman command over herself, then the result is as she decides unless he denies it and says that he only meant to give her one divorce and he swears to it - then he has access to her while she is in her idda."


Section 29.3: Circumstances in Which only One Pronouncement of Divorce Permitted in Giving Wives Right of Divorce
Top
Book 29, Number 29.3.12:

Yahya related to me from Malik from Said ibn Sulayman ibn Zayd ibn Thabit that Kharija ibn Zayd ibn Thabit told him that he was sitting with Zayd ibn Thabit when Muhammad ibn Abi Atiq came to him with his eyes brimming with tears. Zayd asked him what the matter was. He said, "I gave my wife command of herself, and she separated from me." Zayd said to him, "What made you do that?" He said, "The Decree." Zayd said, "Return to her if you wish for it is only one pronouncement, and you have access to her."


Book 29, Number 29.3.13:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father that a man of Thaqif gave his wife command over herself, and she said, "You are divorced." He was silent. She said, "You are divorced." He said, "May a stone be in your mouth." She said, "You are divorced." He said, "May a stone be in your mouth." They argued and went to Marwan ibn al-Hakam. He took an oath that he had only given her control over one pronouncement, and then she returned to him.

Malik said that Abd ar-Rahman declared that this decision had amazed al-Qasim, who thought it the best that he had heard on the subject.

Malik added, "That is also the best of what I have heard on the subject."


Section 29.4: What is Not Clear in Giving Wives Right of Divorce
Top
Book 29, Number 29.4.14:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father that A'isha, umm al-muminin, proposed to Qurayba bint Abi Umayya on behalf of Abd ar-Rahman ibn Abi Bakr. They married her to him and her people found fault with Abd ar-Rahman and said, "We only gave in marriage because of A'isha." A'isha therefore sent for Abd ar-Rahman and told him about it. He gave Qurayba authority over herself and she chose her husband and so there was no divorce.


Book 29, Number 29.4.15:

Yahya related to me from Malik from Abd ar-Rahman ibn al-Qasim from his father that A'isha, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, gave Hafsa bint Abd arRahman in marriage to al-Mundhir ibn az-Zubayr while Abd ar-Rahman was away in Syria. When Abd ar-Rahman arrived, he said, "Shall someone like me have this done to him? Am I the kind of man to have something done to him without his consent?" A'isha spoke to al-Mundhir ibn az-Zubayr, and al-Mundhir said, "It is in the hands of Abd ar-Rahman." Abd ar-Rahman said, "I won't oppose something that you have already completed." Hafsa was confirmed with al-Mundhir, and there was no divorce.


Book 29, Number 29.4.16:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Umar and Abu Hurayra were asked about a man who gave his wife power over herself, and she returned it to him without doing anything with it. They said that there was no divorce. (i.e. The man's giving his wife power over herself was not interpreted as a desire for divorce on his part.)

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab said, "If a man gives his wife authority over herself, and she does not separate from him and remains with him, there is no divorce."

Malik said that a woman whose husband gave her power over herself and they separated while she was unwilling, had no power to revoke the divorce. She only had power over herself as long as they remained together.


Section 29.5: Annulment of Marriage by Husband's Vow to Refrain from Intercourse (Ila)
Top
Book 29, Number 29.5.17:

Yahya related to me from Malik from Jafar ibn Muhammad from his father that Ali ibn Abi Talib said, "When a man takes a vow to abstain from intercourse, divorce does not occur immediately. If four months pass, he must declare his intent and either he is divorced or he revokes his vow . "

Malik said, "That is what is done among us."


Book 29, Number 29.5.18:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "When a man makes a vow to abstain from intercourse with his wife and four months have passed he must declare his intent and either he is divorced or he revokes his vow. Divorce does not occur until four months have passed and he continues to abstain."

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Said al-Musayyab and Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman said about a man who made a vow to abstain from intercourse with his wife, "If four months pass it is a divorce. The husband can go back to his wife as long as she is in her idda."


Book 29, Number 29.5.19:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Marwan ibn al-Hakam decided about a man who had made a vow to abstain from intercourse with his wife, that when four months had passed, it was a divorce and he could return to her as long as she was in her idda.

Malik added, "That was also the opinion of Ibn Shihab."

Malik said that if a man made a vow to abstain from intercourse with his wife and at the end of four months he declared his intent to continue to abstain, he was divorced. He could go back to his wife, but if he did not have intercourse with her before the end of her idda, he had no access to her and he could not go back to her unless he had an excuse - illness, imprisonment, or a similar excuse. His return to her maintained her as his wife. If her idda passed and then he married her after that and did not have intercourse with her until four months had passed and he declared his intent to continue to abstain, divorce was applied to him by the first vow. If four months passed, and he had not returned to her, he had no idda against her nor access because he had married her and then divorced her before touching her.

Malik said that a man who made a vow to abstain from intercourse with his wife and continued to abstain after four months and so divorced her, but then returned and did not touch her and four months were completed before her idda was completed, did not have to declare his intent and divorce did not befall him. If he had intercourse with her before the end of her idda, he was entitled to her. If her idda passed before he had intercourse with her, he had no access to her. This is what Malik preferred of what he had heard on the subject.

Malik said that if a man made a vow to abstain from intercourse with his wife and then divorced her, and the four months of the vow were completed before completion of the idda of the divorce, it counted as two pronouncements of divorce. If he declared his intention to continue to abstain and the idda of the divorce finished before the four months the vow of abstention was not a divorce. That was because the four months had passed and she was not his on that day.

Malik said, "If someone makes a vow not to have intercourse with his wife for a day or a month and then waits until more than four months have passed, it is not ila. Ila only applies to someone who vows more than four months. As for the one who vows not to have intercourse with his wife for four months or less than that, I do not think that it is ila because when the term enters into it at which it stops, he comes out of his oath and he does not have to declare his intention."

Malik said, "If someone vows to his wife not to have intercourse with her until her child has been weaned, that is not ila. I have heard that Ali ibn Abi Talib was asked about that and he did not think that it was ila."


Section 29.6: The Ila (Vow of Abstention) of Slaves
Top
Book 29, Number 29.6.19a:

Yahya related to me from Malik that he had asked Ibn Shihab about the ila of the slave. He said that it was like the ila of the free man, and it put an obligation on him. The ila of the slave was two months.


Section 29.7: Dhihar of Free Men
Top
Book 29, Number 29.7.20:

Yahya related to me from Malik from Said ibn Amr ibn Sulaym az-Zuraqi that he asked al-Qasim ibn Muhammad about a man who made divorce conditional on his marrying a woman i.e. if he married her he would automatically divorce her. Al-Qasim ibn Muhammad said, "If a man marries a woman whom he has made as his mother's back, i.e. has made haram for him, Umar ibn al-Khattab ordered him not to go near her if he married her until he had done the kaffara for pronouncing dhihar."


Book 29, Number 29.7.21:

Yahya related to me from Malik that he had heard that a man asked al-Qasim ibn Muhammad and Sulayman ibn Yasar about a man who pronounced dhihar from his wife before he had married her. They said, "If he marries her, he must not touch her until he has done the kaffara for pronouncing dhihar."


Book 29, Number 29.7.22:

Yahya related to me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said that a man who pronounced a dhihar from his four wives in one statement, had only to do one kaffara. Yahya related the same as that to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman.

Malik said, "That is what is done among us. Allah, the Exalted said about the kaffara for pronouncing dhihar, 'It is to free a slave before they touch one another. If he does not find the means to do that, then fasting for two consecutive months before they touch one another. If he cannot do that, it is to feed sixty poor people. ' " (Sura 58 ayats 4,5).

Malik said that a man who pronounced dhihar from his wife on various occasions had only to do one kaffara. If he pronounced dhihar, and then did kaffara, and then pronounced dhihar after he had done the kaffara, he had to do kaffara again.

Malik said, "Some one who pronounces dhihar from his wife and then has intercourse with her before he has done kaffara, only has to do one kaffara. He must abstain from her until he does kaffara and ask forgiveness of Allah. That is the best of what I have heard. "

Malik said, "It is the same with dhihar using any prohibited relations of fosterage and ancestry."

Malik said, "Women have no dhihar."

Malik said that he had heard that the commentary on the word of Allah, the Blessed, the Exalted, "Those of you who pronounce the dhihar about their wives, and then retract what they have said," (Sura 56 ayat 3), was that a man pronounced dhihar on his wife and then decided to keep her and have intercourse with her. If he decided on that, he must do kaffara. If he divorced her and did not decide to retract his dhihar of her and to keep her and have intercourse with her, there would be no kaffara incumbent on him.

Maliksaid, "If he marries her after that, he does not touch her until he has completed the kaffara of pronouncing dhihar."

Malik said that if a man who pronounced dhihar from his slave-girl wanted to have intercourse with her, he had to do the kaffara of the dhihar before he could sleep with her.

Malik said, "There is no ila in a man's dhihar unless it is evident that he does not intend to retract his dhihar."


Book 29, Number 29.7.23:

Yahya related to me from Malik from Hisham ibn Urwa that he heard a man ask Urwa ibn az-Zubayr about a man who said to his wife, "Any woman I marry along with you as long as you live will be like my mother's back to me." Urwa ibn az-Zubayr said, "The freeing of slaves is enough to release him from that."


Section 29.8: Dhihar of Slaves
Top
Book 29, Number 29.8.24:

ahya related to me from Malik that he asked Ibn Shihab about the dhihar of a slave. He said, "It is like the dhihar of a free man."

Malik said, "He meant that the same conditions were applied in both cases."

Malik said, "The dhihar of the slave is incumbent on him, and the fasting of the slave in the dhihar is two months. "

Malik said that there was no ila for a slave who pronounced a dhihar from his wife. That was because if he were to fast the kaffara for pronouncing a dhihar, the divorce of the ila would come to him before he had finished the fast.


Section 29.9: The Option (of Slave-Girls Married to Slaves when Freed)
Top
Book 29, Number 29.9.25:

Yahya related to me from Malik from Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman from al-Qasim ibn Muhammad that A'isha umm al-muminin, said, "There were three sunnas established in connection with Barira: firstly was that when she was set free she was given her choice about her husband, secondly, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said about her, 'The right of inheritance belongs to the person who has set a person free,' thirdly, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, came in and there was a pot with meat on the boil. Bread and condiments were brought to him from the stock of the house. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'Didn't I see a pot with meat in it?' They said, 'Yes, Messenger of Allah. That is meat which was given as sadaqa for Barira, and you do not eat sadaqa.' The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'It is sadaqa for her, and it is a gift for us.' "


Book 29, Number 29.9.26:

ahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said that a female slave who was the wife of a slave and then was set free, had the right of choice as long as he did not have intercourse with her.

Malik said, "If her husband has intercourse with her and she claims that she did not know, she still has the right of choice. If she is suspect and one does not believe her claim of ignorance, then she has no choice after he has had intercourse with her."


Book 29, Number 29.9.27:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Urwa ibn az-Zubayr that a mawla of the tribe of Banu Adi called Zabra told him that she had been the wife of a slave when she was a slave-girl. Then she was set free and she sent a message to Hafsa, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace. Hafsa called her and said, "I will tell you something., but I would prefer that you did not act upon it. You have authority over yourself as long as your husband does not have intercourse with you. If he has intercourse with you, you have no authority at all." Therefore she pronounced her divorce from him three times.


Book 29, Number 29.9.28:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab said that if a man married a woman, and he was insane or had a physical defect, she had the right of choice. If she wished she could stay, and if she wished she could separate from him.


Book 29, Number 29.9.29:

Malik said that if a slave-girl, who was the wife of a slave, was set free before he had consummated the marriage, and she chose herself, then she had no bride-price and it was a pronouncement of divorce. That was what was done among them.


Book 29, Number 29.9.30:

Yahya related to me that Malik heard Ibn Shihab say, "When a man gives his wife the right of choice, and she chooses him, that is not divorce."

Malik added, "That is the best of what I have heard."

Malik said that if a woman who had been given the right of choice by her husband chose herself, she was divorced trebly. If her husband said, "But I only gave her the right of choice in one," he had none of that. That was the best of what he had heard.

Malik said, "If the man gives his wife the right of choice and she says, 'I accept one', and he says, 'I did not mean that, I have given the right of choice in all three together,' then if she only accepts one, she remains with him in her marriage, and that is not separation if Allah, the Exalted wills."


Section 29.10: Separating from Wives for Compensation
Top
Book 29, Number 29.10.31:

Yahya related. to me from Malik from Yahya ibn Said that Amra bint Abd ar-Rahman told him from Habiba bint Sahl al-Ansari that she had been the wife of Thabit ibn Qays ibn Shammas. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, went out for the dawn prayer, and found Habiba bint Sahl at his door in the darkness. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to her, "Who is this?" She said, "I am Habiba bint Sahl, Messenger of Allah." He said, "What do you want?" She said, "That Thabit ibn Qays and I separate." When her husband, Thabit ibn Qays came, the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to him, "This is Habiba bint Sahl. She mentioned what Allah willed that she mention." Habiba said, "Messenger of Allah, all that he has given me is with me!" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to Thabit ibn Qays, "Take it from her," and he took it from her, and she stayed in the house of her family.


Book 29, Number 29.10.32:

Yahya related to me from Malik from Nafi from a mawla of Safiyya bint Abi Ubayd that she gave all that she possessed to her husband as compensation for her divorce from him, and Abdullah ibn Umar did not disapprove of that.

Malik said that divorce was ratified for a woman who ransomed herself from her husband, when it was known that her husband was detrimental to her and was oppressive for her, and it was known that he wronged her, and he had to return her property to her. Malik added, "This is what I have heard, and it is what is done among us."

Malik said, "There is no harm if a woman ransoms herself from her husband for more than he gave her."


Section 29.11: Divorce of Men who Divorce for Compensation
Top
Book 29, Number 29.11.33:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Rubayyi bint Muawwidh ibn Afra came with her paternal uncle to Abdullah ibn Umar and told him that she had divorced her husband for a compensation in the time of Uthman ibn Affan, and he heard about it and did not disapprove. Abdullah ibn Umar said, "Her idda is the idda of a divorced woman."

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab and Sulayman ibn Yasar and Ibn Shihab all said that a woman who divorced for a compensation had the same idda as a divorced woman - three periods.

Malik said that a woman who ransomed herself could not return to her husband except by a new marriage. If someone married her and then separated from her before he had intercourse with her, there was no idda against her from the recent marriage, and she rested on her first idda.

Malik said, "That is the best that I have heard on the matter."

Malik said, "If, when a woman offers to compensate her husband, he divorces her straightaway, then that compensation is confirmed for him. If he makes no response, and then at a later date, does divorce her, he is not entitled to that compensation."


Section 29.12: Lian (Invoking Mutual Curses)
Top
Book 29, Number 29.12.34:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Sahl ibn Sad as-Saidi told him that Uwaymir al-Ajlani came to Asim ibn Adi al-Ansari and said to him, "Asim! What do you think a man who finds another man with his wife should do? Should he kill him and then be killed himself, or what should .he do? Asim! ask the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about that for me." Asim asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about it. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was revolted by the questions and reproved them until what he heard from the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace. was intolerable for Asim. When Asim returned to his people, Uwaymir came to him and said, " Asim! what did the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, say to you?" Asim said to Uwaymir, "You didn't bring me any good. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, was revolted by the question which I asked him." Uwaymir said, "By Allah! I will not stop until I ask him about it!" Uwaymir stood up and went to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, in the middle of the people and said, "Messenger of Allah! What do you think a man who finds another man with his wife should do? Should he kill him and then be killed himself, or what should he do?" The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Something has been sent down about you and your wife, so go and bring her."

Sahl continued, "They mutually cursed one another in the presence of the Messenger, may Allah bless him and grant him peace, and I was present with the people. When they finished cursing each other, Uwaymir said, 'I shall have lied about her, Messenger of Allah, if I keep her,' and pronounced the divorce three times before the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, ordered him to do it."

Malik said that Ibn Shihab said, "That was how the sunna of a couple mutually cursing each other was established (lian)."


Book 29, Number 29.12.35:

Yahya related to me from Malik from Nafic from Abdullah ibn Umar that a man cursed his wife in the time of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and disowned her child. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, separated them and gave the child to the woman.

Malik said, "Allah the Blessed, the Exalted, said, 'The testimony of men who accuse their wives but do not have any witnesses except themselves is to testify by Allah four times that he is being truthful, and a fifth time, that the curse of Allah will be upon him, if he should be a liar. She will avoid punishment if she testifies by Allah four times that he is a liar, and a fifth time, that the wrath of Allah shall be upon her, if he should be telling the truth. ' "(Sura 24 ayat 6).

Malik said, "The sunna with us is that those who curse each other are never to be remarried. If the man calls himself a liar, (i.e. takes back his accusation), he is flogged with the hadd-punishment, and the child is given to him, and his wife can never return to him. There is no doubt or dispute about this sunna among us. "

Malik said, "If a man separates from his wife by an irrevocable divorce by which he cannot return to her, and then he denies the paternity of the child she is carrying, whilst she claims that he is the father, and it is possible by the timing, that he be so, he must curse her, and the child is not recognised as his."

Malik said, "That is what is done among us, and it is what I have heard from the people of knowledge."

Malik said that a man who accused his wife after he had divorced her trebly while she was pregnant, and he had at first accepted being the father but then claimed that he had seen her committing adultery before he separated from her, was flogged with the hadd-punishment, and did not curse her.

If he denied the paternity of her child after he had divorced her trebly, and he had not previously accepted it, then he cursed her.

Malik said, "This is what I have heard."

Malik said, "The slave is in the same position as the free man as regards making accusations and invoking mutual curses (lian). He acts in the lian as the free man acts although there is no hadd applied for slandering a female-slave."

Malik said, "The muslim slave-girl and the christian and jewish free woman also do lian when a free muslim marries one of them and has intercourse with her. That is because Allah - may He be blessed and Exalted, said in His Book, 'As for those who accuse their wives,' and they are their wives. This is what is done among us.

Malik said that a man who did the lian with his wife, and then stopped and called himself a liar after one or two oaths and he had not cursed himself in the fifth one, had to be flogged with the hadd-punishment, but they did not have to be separated.

Malik said that if a man divorced his wife and then after three months the woman said, "I am pregnant," and he denied paternity, then he had to do lian.

Malik said that the husband of a female slave who pronounced the lian on her and then bought her, was not to have intercourse with her, even if he owned her. The sunna which had been handed down about a couple who mutually cursed each other in the lian was that they were never to return to each other.

Malik said that when a man pronounced the lian against his wife before he had consummated the marriage, she only had half of the bride price.


Section 29.13: Inheritance of Children of Women against whom Lian has been Pronounced
Top
Book 29, Number 29.13.36:

Yaha related to me from Malik that he had heard that Urwa ibn az-Zubayr said that if the child of the woman against whom lian had been pronounced or the child of fornication, died, his mother inherited from him her right in the Book of Allah the Exalted, and his maternal half-brothers had their rights. The rest was inherited by the owners of his mother's wala' if she was a freed slave. If she was an ordinary free woman, she inherited her right, his maternal brothers inherited their rights, and the rest went to the muslims.

Malik said,"I heard the same as that from Sulayman ibn Yasar, and it is what I saw the people of knowledge in our city doing."


Section 29.14: Divorce of Virgins
Top
Book 29, Number 29.14.37:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Muhammad ibn Abd ar-Rahman ibn Thawban that Muhammad ibn Iyas ibn al-Bukayr said, "A man divorced his wife three times before he had consummated the marriage, and then it seemed good to him to marry her. Therefore, he wanted an opinion, and I went with him to ask Abdullah ibn Abbas and Abu Hurayra on his behalf about it, and they said, 'We do not think that you should marry her until she has married another husband.' He protested that his divorcing her had been only once. Ibn Abbas said, 'You threw away what you had of blessing.' "


Book 29, Number 29.14.38a:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Bukayr ibn Abdullah al-Ashajj from an-Numan ibn Abi Ayyash al Ansari from Ata ibn Yasar that a man came and asked Abdullah ibn Amr ibn al-As about a man who divorced his wife three times before he had had intercourse with her Ata said, "The divorce of the virgin is one. Abdullah ibn Amr ibn al-As said to me, 'You say one pronouncement separates her and three makes her haram until she has married another husband.' "


Book 29, Number 29.14.38b:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Bukayr ibn Abdullah al-Ashajj informed him that Muawiya ibn Abi Ayyash al-Ansari told him that he was sitting with Abdullah ibn az-Zubayr and Asim ibn Umar ibn al-Khattab when Muhammad ibn Iyas ibn al-Bukayr came up to them and said, "A man from the desert has divorced his wife three times before consummating the marriage, what do you think?" Abdullah ibn az-Zubayr said "This is something about which we have no statement. Go to Abdullah ibn Abbas and Abu Hurayra. I left them with A'isha. Ask them and then come and tell us." He went and asked them. Ibn Abbas said to Abu Hurayra, "Give an opinion, Abu Hurayra! A difficult one has come to you." Abu Hurayra said, "One pronouncement separates her and three makes her haram until she has married another husband." Ibn Abbas said the like of that.

Malik said, "That is what is done among us, and when a man marries a woman who has been married before, and he has not had intercourse with her, she is treated as a virgin - one pronouncement separates her and three make her haram until she has married another husband."


Section 29.15: Divorce of Sick Men
Top
Book 29, Number 29.15.40:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Talha ibn Abdullah ibn Awf said, and he knew that better than them, from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf that Abd ar-Rahman ibn Awf divorced his wife irrevocably while he was terminally ill, and Uthman ibn Affan made her an heir after the end of her idda.


Book 29, Number 29.15.41:

Yahya related to me from Malik from Abdullah ibn al-Fadl from al-Araj that Uthman ibn Affan made the wives of ibn Mukmil inherit from him, and he had divorced them while he was terminally ill.


Book 29, Number 29.15.42:

Yahya related to me from Malik that he heard Rabia ibn Abi Abd ar-Rahman say, ''I heard that the wife of Abd ar-Rahman ibn Awf asked him to divorce her. He said, 'When you have menstruated and are pure, then come to me.' She did not menstruate until Abd ar-Rahman ibn Awf was ill. When she was purified, she told him and he divorced her irrevocably or made a pronouncement of divorce which was all that he had left over her Abd arRahman ibn Awf was terminally ill at the time, so Uthman ibn Affan made her one of the heirs after the end of her idda."


Book 29, Number 29.15.43:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Muhammad ibn Yahya ibn Habban said, "My grandfather Habban had two wives, one from the Hashimites and one from the Ansars. He divorced the Ansariyya while she was nursing, and a year passed and he died and she had still not yet menstruated. She said, 'I inherit from him. I have not menstruated yet.' The wives quarrelled and went to Uthman ibn Affan. He decided that she did inherit, and the Hashimiyya rebuked Uthman. He said, 'This is the practice of the son of your paternal uncle. He pointed this out to us.' He meant Ali ibn Abi Talib."


Book 29, Number 29.15.44:

Yahya related to me from Malik that he had heard Ibn Shihab say, "When a man who is terminally ill divorces his wife three times, she inherits from him."

Malik said, "If he divorces her while he is terminally ill before he has consummated the marriage, she has half of the bride-price and inherits, and she does not have to do an idda. If he consummated the marriage, she has all the dowry and inherits. The virgin and the previously married woman are the same in this situation according to us."


Section 29.16: Compensation in Divorce
Top
Book 29, Number 29.16.45:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Abd ar-Rahman ibn Awf divorced his wife, and gave her compensation in the form of a slave-girl.

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "Every divorced woman has compensation except for the one who is divorced and is allocated a bride-price and has not been touched. She has half of what was allocated to her."


Book 29, Number 29.16.46:

Yahya related to me from Malik that Ibn Shihab said, "Every divorced woman has compensation."

Malik said, "I have also heard the same as that from al-Qasim ibn Muhammad."

Malik said, "There is no fixed limit among us as to how small or large the compensation is."


Section 29.17: The Divorce of the Slave
Top
Book 29, Number 29.17.47:

Yahya related to me from Malik from Abu'z-Zinad from Sulayman ibn Yasar that Nufay, a mukatab of Umm Salama the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, or her slave, had a free woman as a wife. He divorced her twice, and then he wanted to return to her. The wives of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, ordered him to go to Uthman ibn Affan to ask him about it. He found him at ad-Daraj with Zayd ibn Thabit. He asked them, and they both anticipated him and said, "She is haram for you. She is haram for you."


Book 29, Number 29.17.48:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Said ibn al-Musayyab that Nufay, a mukatab of Umm Salama, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, divorced his free wife twice, so he asked Uthman ibn Affan for an opinion, and he said, "She is haram for you."


Book 29, Number 29.17.49:

Yahya related to me from Malik from Abdu Rabbih ibn Said from Muhammad ibn Ibrahim ibn al-Harith at-Taymi that Nufay, a mukatab of Umm Salama, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, asked Zayd ibn Thabit for an opinion. He said, "I have divorced my free wife twice." Zayd ibn Thabit said, "She is haram for you."


Book 29, Number 29.17.50:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "When the slave divorces his wife twice, she is haram for him until she has married another husband, whether she is free or a slave. The idda of a free woman is three menstrual periods, and the idda of a slave-girl is two periods.


Book 29, Number 29.17.51:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "If a man gives his slave permission to marry, the divorce is in the hand of the slave, and nobody else has any power over his divorce. Nothing is held against a man who takes the slave-girl of his male slave or the slave-girl of his female-slave."


Section 29.18: Maintenance of Slave-Girls Divorced when Pregnant
Top
Book 29, Number 29.18.51a:

Malik said, "Neither a free man nor a slave who divorces a slave-girl nor a slave who divorces a free woman, in an irrevocable divorce, is obliged to pay maintenance even if she is pregnant, and he cannot return to her."

Malik said, "A free man is not obliged to pay for the suckling of his son when he is a slave of other people, nor is a slave obliged to spend his money for what his master owns except with the permission of his master."


Section 29.19: Idda of Women whose Husbands are Missing
Top
Book 29, Number 29.19.52:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from Said ibn al-Musayyab that Umar ibn al-Khattab said, "The woman who loses her husband and does not know where he is, waits for four years, then she does idda for four months, and then she is free to marry."

Malik said, "If she marries after her idda is over, regardless of whether the new husband has consummated the marriage or not, her first husband has no means of access to her."

Malik said, "That is what is done among us and if her husband reaches her before she has remarried, he is more entitled to her."

Malik said that he had seen people disapproving of someone who said that one of the people (of knowledge) attributed to Umar ibn al-Khattab that he said, "Her first husband chooses when he comes either her bride-price or his wife."

Malik said, "I have heard that Umar ibn al-Khattab, speaking about a woman whose husband divorced her while he was absent from her, and then he took her back and the news of his taking her back had not reached her, while the news of his divorcing her had, and so she had married again, said, 'Her first husband who divorced her has no means of access to her whether or not the new husband has consummated the marriage.' "

Malik said, "This is what I like the best of what I heard about the missing man."


Section 29.20: Idda of Divorce and Divorce of Menstruating Women
Top
Book 29, Number 29.20.53:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar divorced his wife while she was menstruating in the time of the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, Umar ibn al-Khattab asked the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, about it. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, "Go and tell him to take her back and keep her until she is purified and then has a period and then is purified. Then if he wishes, he an keep her, and if he wishes he should divorce her before he has intercourse with her. That is the idda which Allah has commanded for women who are divorced."


Book 29, Number 29.20.54:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab from Urwa ibn az-Zubayr from A'isha, umm al-muminin, that she took Hafsa ibn Abd ar-Rahman ibn Abi Bakr as-Siddiq into her house when she had entered the third period of her idda. Ibn Shihab said, "That was mentioned to Amra bint Abd ar-Rahman, and she said that Urwa had spoken the truth and people had argued with A'isha about it. They said that Allah, the Blessed, the Exalted, said in His Book, 'Three quru.' A'isha said, 'You spoke the truth. Do you know what quru are? Quru are times of becoming pure after menstruation .' "


Book 29, Number 29.20.55:

Yahya related to me from Malik that Ibn Shihab said that he heard Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman say, "I have never seen any of our fuqaha who did not say that this was what the statement of A'isha meant."


Book 29, Number 29.20.56:

Yahya related to me from Malik from Nafi and Zayd ibn Aslam from Sulayman ibn Yasar that al-Ahwas died in Syria when his wife had begun her third menstrual period after he had divorced her. Muawiya ibn Abi Sufyan wrote and asked Zayd ibn Thabit about that. Zayd wrote to him, "When she began her third period, she was free from him and he was free from her, and he does not inherit from her nor she from him."


Book 29, Number 29.20.57:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Abu Bakr ibn Abd ar-Rahman and Sulayman ibn Yasar and Ibn Shihab used to say, "When the divorced woman enters the beginning of her third period, she is clearly separated from her husband and there is no inheritance between them and he has no access to her."


Book 29, Number 29.20.58:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar said, "When a man divorces his wife and she begins her third period, she is free from him and he is free from her."

Malik said, "This is how things are done among us."


Book 29, Number 29.20.59:

Yahya related to me from Malik from al-Fudayl ibn Abi Abdullah, the mawla of al-Mahri that al-Qasim ibn Muhammad and Salim ibn Abdullah said, "When a woman is divorced and begins her third period, she is clearly separated from him and is free to marry again."


Book 29, Number 29.20.60:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab and Ibn Shihab and Sulayman ibn Yasar all said, "The idda of the woman with a khul divorce is three periods."


Book 29, Number 29.20.61:

Yahya related to me from Malik that he heard Ibn Shihab say, "The idda of the divorced woman is reckoned by the menstrual cycles even if she is estranged ." (The reason the idda is normally reckoned by the menstrual cycle is to see whether the woman is pregnant or not.)


Book 29, Number 29.20.62:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said from a man of the Ansar that his wife asked him for a divorce, and he said to her, "When you have had your period, then tell me." When she had her period, she told him. He said, "When you are purified then tell me." When she was purified, she told him and he divorced her.

Malik said, "This is the best of what I have heard about it."


Section 29.21: Idda of Women in their Houses when Divorced in Them
Top
Book 29, Number 29.21.63:

Yahya related to me from Malik thal Yahya ibn Said heard al-Qasim ibn Muhammad and Sulayman ibn Yasar both mention that Yahya ibn Said ibn al-As divorced the daughter of Abd ar-Rahman ibn al-Hakam irrevocably, so Abd ar-Rahman ibn al-Hakam took her away A'isha umm al-muminin sent to Marwan ibn al-Hakam who was the Amir of al-Madina at that time. She said, "Fear Allah and make him return the woman to her house." Marwan said in what Sulayman related, ''Abd ar-Rahman has the upper hand over me." Marwan said in what al-Qasim related, "Hasn't the affair of Fatima bint Qays reached you?" A'isha said, "You are forced to mention the story of Fatima " Marwan said, "If you know that evil, whatever evil there was between those two is enough for you." (See hadith 67.)


Book 29, Number 29.21.64:

Yahya related to me from Malik from Nafi that the daughter of Said ibn Zayd ibn Amr ibn Nufayl was the wife of Abdullah ibn Umar ibn Uthman ibn Affan, and he divorced her irrevocably and she moved out. Abdullah ibn Umar rebuked her for that.


Book 29, Number 29.21.65:

Yahya related to me from Malik from Nafi that Abdullah ibn Umar divorced one of his wives in the house of Hafsa, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, while he was on the way to the mosque. He went another route from behind the houses being averse to ask permission to enter until he returned to her.


Book 29, Number 29.21.66:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab was asked who was obliged to pay the rent for a woman whose husband divorced her while she was in a leased house. Said ibn al-Musayyab said, "Her husband is obliged to pay it." Someone asked, "what if her husband does not have it?" He said, "Then she must pay it." Someone asked, "And if she does not have it?" He said, "Then the Amir must pay it."


Section 29.22: Maintenance of Divorced Woman
Top
Book 29, Number 29.22.67:

Yahya related to me from Malik from Abdullah ibn Yazid, the mawla of al-Aswad ibn Sufyan from Abu Salama ibn Abd ar-Rahman ibn Awf from Fatima bint Qays that Abu Amr ibn Hafs divorced her absolutely while he was away in Syria. His agent sent her some barley and she was displeased with it, saying, "By Allah, I don't expect anything from you." She went to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and mentioned it to him. He said, "You have no maintenance." He then ordered her to spend her idda in the house of Umm Sharik. Then he said, "This is a woman whom my companions visit. Spend the idda in the house of Ibn Umm Maktum. He is a blind man and you can undress at his home. When you are free to remarry, tell me."

She continued, "When I was free to remarry, I mentioned to him that Muawiya ibn Abi Sufyan and Abu Jahm ibn Hisham had asked for me in marriage. The Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said, 'As for Abu Jahm, he never puts down his stick from his shoulder (i.e. he is always travelling), and as for Muawiya he is a poor man with no property. Marry Usama ibn Zayd.' I objected to him and he said, 'Marry Usama ibn Zayd,' so I married him, and Allah put good in it and I was content with him."


Book 29, Number 29.22.68:

Yahya related to me from Malik that he heard Ibn Shihab say, "The woman who is absolutely divorced does not leave her house until she is free to remarry. She has no maintenance unless she is pregnant. In that circumstance the husband spends on her until she gives birth."

Malik said, "This is what is done among us."


Section 29.23: Idda of Slave-Girls Divorced by Their Husbands
Top
Book 29, Number 29.23.69:

Malik said, "What is done among us when a slave divorces a slave-girl when she is a slave and then she is set free, is that her idda is the idda of a slave-girl, and her being set free does not change her idda whether or not he can still return to her. Her idda is not altered."

Malik added, "The hadd-punishment which a slave incurs is the same as this. When he is freed after he has incurred but before the punishment has been executed, his hadd is the hadd of the slave."

Malik said, "When a free man divorces a slave-girl three times, her idda is two periods. When a slave divorces a free woman twice, her idda is three periods."

Malik said about a man who had a slave-girl as a wife, and he bought her and set her free, ''Her idda is the idda of a slave-girl, i.e. two periods, as long as he has not had intercourse with her. If he has had intercourse with her after buying her and before he set her free, she only has to wait until one period has passed . "


Section 29.24: General Chapter on Idda of Divorce
Top
Book 29, Number 29.24.70:

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said and from Yazid ibn Abdullah ibn Qusayt al-Laythi that Said ibn al-Musayyab said, ''Umar ibn al-Khattab said, 'If a woman is divorced and has one or two periods and then stops menstruating, she must wait nine months. If it is clear that she is pregnant, that is that. If not, she must do an idda of three months after the nine, and then she is free to marry.' "

Yahya related to me from Malik from Yahya ibn Said that Said ibn al-Musayyab said, "Divorce belongs to men, and women have the idda."


Book 29, Number 29.24.71:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Said ibn al-Musayyab said, "The idda of the woman who bleeds constantly is a year."

Malik said, "What is done among us about a divorced woman whose periods stop when her husband divorces her is that she waits nine months. If she has not had a period in them, she has an idda of three months. If she has a period before the end of the three months, she accepts the period. If another nine months pass without her having a period, she does an idda of three months. If she has a second period before the end of those three months, she accepts the period. If nine months then pass without a period, she does an idda of three months. If she has a third period, the idda of the period is complete. If she does not have a period, she waits three months, and then she is free to marry. Her husband can return to her before she becomes free to marry unless he made her divorce irrevocable."

Malik said, "The sunna with us is that when a man divorces his wife and has the option to return to her, and she does part of her idda and then he returns to her and then parts from her before he has had intercourse with her, she does not add to what has passed of her idda. Her husband has wronged himself and erred if he returned to her and had no need of her."

Malik said, "What is done among us is that if a woman becomes a muslim while her husband is a kafir and then he becomes muslim, he is entitled to her as long as she is in her idda. If her idda is finished, he has no access to her. If he remarries her after the end of her idda, however, that is not counted as divorce. Islam removed her from him without divorce."


Section 29.25: The Two Arbiters
Top
Book 29, Number 29.25.72:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Ali ibn Abi Talib said about the two arbiters about whom Allah, the Exalted, said,"If you fear a breach between the two, appoint an arbiter from his people, and an arbiter from her people. If they desire to set things aright, Allah will make peace between them, surely Allah is Knowing, Aware," (Sura 4 ayat 35), that the separation and the joining were overseen by the two of them.

Malik said, "That is the best of what I have heard from the people of knowledge. Whatever the two arbiters say concerning separation or joining is taken into consideration "


Section 29.26: Oath of Men to Divorce while Not yet Married
Top
Book 29, Number 29.26.73:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Umar ibn al-Khattab, Abdullah ibn Umar, Abdullah ibn Masud, Salim ibn Abdullah, al-Qasim ibn Muhammad, Ibn Shihab,and Sulayman ibn Yasar all said, "If a man has vowed to divorce his wife before marrying her and then he breaks his vow, divorce is obligatory for him when he marries her."

Yahya related to me from Malik that he had heard that Abdullah ibn Masud said that there was nothing binding on someone who said, "Every woman I marry is divorced," if he did not name a specific tribe or woman.

Malik said, "That is the best of what I have heard."

Malik said about a man saying to his wife, "You are divorced, and every woman I marry is divorced," or that all his property would be sadaqa if he did not do such-and-such, and he broke his oath: "As for his wives, it is divorce as he said, and as for his statement, 'Every woman I marry is divorced', if he did not name a specific woman, tribe, or land, or such, it is not binding on him and he can marry as he wishes. As for his property, he gives a third of it away as sadaqa."


Section 29.27: Deadline of Men who do Not have Intercourse with Their Wives
Top
Book 29, Number 29.27.74:

Yahya related to me from Malik from Ibn Shihab that Said ibn al-Musayyab said, "If someone marries a woman and cannot have intercourse with her, there is a deadline of a year set for him to have intercourse with her. If he does not, they are separated."


Book 29, Number 29.27.754:

Yahya related to me from Malik that he had asked Ibn Shihab about whether the deadline was set from the day he had married her, or from the day she raised the question before the Sultan. He said. 'It is from the day she presents it before the Sultan.'

Malik said, "As for someone who has intercourse with his wife and then is prevented from intercourse with her, I have not heard that there is a deadline set for him or that they are separated."


Section 29.28: General Section on Divorce
Top
Book 29, Number 29.28.76:

Yahya related to me from Malik that Ibn Shihab said, "I have heard that the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, said to a man from Thaqif who had ten wives when he became muslim, 'Take four and separate from the rest.' "


Book 29, Number 29.28.77:

Yahya related to me from Malik that Ibn Shihab said that he had heard Said ibn al-Musayyab, Humayd ibn Abd ar-Rahman ibn Awf, Ubaydullah ibn Abdullah ibn Utba ibn Masud, and Sulayman ibn Yasarall say, that they had heard Abu Hurayra say that he had heard Umar ibn al-Khattab say, "If a woman is divorced by her husband once or twice, and he leaves her until she is free to marry and she marries another husband and he dies or divorces her, and then she marries her first husband, she is with him according to what remains of her divorce."

Malik said, "That is what is done among us and there is no dispute about it."


Book 29, Number 29.28.78:

Yahya related to me from Malik from Thabit ibn al-Ahnaf that he married an umm walad of Abd ar-Rahman ibn Zayd ibn al-Khattab. He said, "Abdullah ibn Abd ar-Rahman ibn Zayd ibn al-Khattab summoned me and I went to him. I came in upon him and there were whips and two iron fetters placed there, and two of his slaves whom he had made to sit there. He said, 'Divorce her, or by He by whom one swears, I will do such-and-such to you!' I said, 'It is divorce a thousand times.' Then I left him and I saw Abdullah ibn Umar on the road to Makka and I told him about my situation. Abdullah ibn Umar was furious, and said, 'That is not divorce, and she is not haram for you, so return to your home.' I was still not at ease so I went to Abdullah ibn az-Zubayr who was the Amir of Makka at that time. I told him about my situation and what Abdullah ibn Umar had said to me. Abdullah ibn az-Zubayr said to me, 'She is not haram for you, so return to your home,' and he wrote to Jabir ibn al-Aswad az-Zuhra who was the Amir of Madina and ordered him to punish Abdullah ibn Abdar-Rahman and to have him leave me and my family alone. I went to Madina, and Safiyya, the wife of Abdullah ibn Umar fitted out my wife so that she could bring her to my house with the knowledge of Abdullah ibn Umar. Then I invited Abdullah ibn Umar on the day of my wedding to the wedding feast and he came."


Book 29, Number 29.28.79:

Yahya related to me from Malik that Abdullah ibn Dinar said, "I heard Abdullah ibn Umar recite from the Qur'an, 'Prophet! When you divorce women, divorce them at the beginning of their idda.'"

Malik said, "He meant by that, to make one pronouncement of divorce at the beginning of each period of purity."


Book 29, Number 29.28.80:

Yahya related to me from Malik from Hisham ibn Urwa that his father said, "It used to be that a man would divorce his wife and then return to her before her idda was over, and that was alright, even if he divorced her a thousand times. The man went to his wife and then divorced her and when the end of her idda was in sight, he took her back and then divorced her and said, 'No! By Allah, I will not go to you and you will never be able to marry again.' Allah, the Blessed, the Exalted, sent down, 'Divorce is twice, then honourable retention or setting free kindly.' People then turned towards divorce in a new light from that day whether or not they were divorced or not divorced."


Book 29, Number 29.28.81:

Yahya related to me from Malik from Thawr ibn Zayd ad-Dili that Allah, the Blessed, the Exalted, sent down about a man who divorced his wife and then returned to her while he had no need of her and did not mean to keep her so as to make the idda period long for her by that in order to do her harm, "Do not retain them by force, to transgress. Whoever does that has wronged himself." (Sura 2 ayat 231). Allah warns them by that ayat.


Book 29, Number 29.28.82:

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab and Sulayman ibn Yasar were asked about a man who divorced when he was drunk. They said, "When a drunk man divorces, his divorce is allowed. If he kills, he is killed for it."

Malik said, "That is what is done among us."

Yahya related to me from Malik that he had heard that Said ibn al-Musayyab said, "If a man does not find the means to spend on his wife, they are to be separated . "

Malik said, "That is what I saw the people of knowledge in our city doing."

29.30 Idda of Widows when Pregnant


Section 29.29: Idda of Widows when Pregnant
Top
Book 29, Number 29.29.83:

Yahya related to me from Malik from Abdu Rabbih ibn Said ibn Qays that Abu Salama ibn Abd ar-Rahman said that Abdullah ibn Abbas and Abu Hurayra were asked when a pregnant woman whose husband had died could remarry. Ibn Abbas said, "At the end of two periods." Abu Hurayra said, "When she gives birth, she is free to marry." Abu Salama ibn Abd ar-Rahman visited Umm Salama, the wife of the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, and asked her about it Umm Salama said, ''Subaya al-Aslamiya gave birth half a month after the death of her husband, and two men asked to marry her. One was young and the other was old. She preferred the young man and so the older man said, 'You are not free to marry yet.' Her family were away and he hoped that when her family came, they would give her to him. She went to the Messenger of Allah, may Allah bless him and grant him peace, and he said, 'You are free to marry, so marry whomever you wish.' "