Door Rashied Soebratie

In naam van Allah, de Barmhartige en de Genadevolle.

Hoe betrouwbaar zijn onze Hadeeth.

De Islamitische religie en cultuur is rijk aan overleveringen (Hadeeth – meervoud: Ahadeeth) en hebben naast de Koran een gezaghebbende rol in het leven van een moslim. Op die manier heb ik mij jarenlang erin verdiept, waardoor ik voor verschillende verrrassingen kwam te staan. Het uitwisselen van gedachte met andere moslims hierover, kreeg ik vaak scherpe reacties zoalas: ‘en toch geloof ik erin’ of ‘waar staat het geschreven?’, alsof men mijn verhaal gaan natrekken. In het algemeen weet ik dat de meeste moslims geen moeite nemen of tijd vrij maken om de Koran en islamitische geschiedenis te bestuderen. Persoonlijk vind ik dit betrreurenswaardig en vraag mij af, als de moslims hun eigen achtergrond niet kennen, hoe kunnen zij dan anderen overtuigen van hun eigen overtuiging? 

Uiteindelijk is het mijn bedoeling met dit artikel om mijn eigen probleem van tradities en overleveringen uiteen te zetten. Vaak zijn moslims in het algemeen meer bezig met overleveringen dan de koran zelf en de overgewaaide buitenlandse geleerden die in onze moskeeen als imaam fungeren, leggen altijd de nadruk op overleveringen en tradities. De herkomst van de door hun ingevoerde rituelen zoals: Niaaz, Ta’ziem, 40 dagen Koraan recitatie bij een overledene, Adhaan geven op het begraafplaats na het begraven van een overledene, en Salatus Salaam tijdens een bijeenkomst, worden ook niet nagetrokken. De vraag is dan: zijn ze gebasseerd op authentieke of valse overleveringen.

Dit alles resulteert in een tendense dat er niemand is die de imaams betrapt op een verkeerde uitleg. Ondanks de bronnen die wij met z’n allen ter beschikking hebben, moet ik constateren dat er sprake is van luiheid bij de moslims. Voor mijzelf vrees ik dat mijn frustraties niet zal afnemen en een verandering in de bovengenoemde tendense, zal ik niet meemaken.

 DE VERZAMELINGEN

 As-Sahihain – De twee betrouwbare, deze zijn verzameld door al-Bukhari en Muslim. Muhammad ibn Isma’iel al-Bukhari ad-Djoe’fi werd geboren in 810 te Bukhara in het huidige Oezbekistan en stierf in 870 te Samarkand. Volgens een levensbericht dat over hem is geschreven, verzamelde hij 600.000 overleveringen, waaraan hij er slechts 60.000 ‘correct’ bevond. Zijn verzameling in de huidige vorm bevat 7397 overleveringen met volledige keten van overleveraars, maar als alle herhalingen niet worden meegeteld, zijn het er 2762 overleveringen.

 Muslim ibn al-Haddjaadj werd in 817 of 821 geboren in Nisaboer, in het oosten van Perzie, waar hij in 875 stierf. Hij zou 300.000 overleveringen hebben verzameld en uiteindelijk is het aantal in de huidige vorm iets groter dan 3000 overleveringen.

 Naast de beide Sahiehs staan er nog vier verzamelingen die hoog zijn aangeschreven, alle met de titel “Soenan”. Deze verzamelingen zijn van Abu Dawoed (817-888), Ibn Madja (824-892), An-Nasa’i (830-915) en de "Moewatta van Malik Ibn Anas (705-795). Al deze verzamelingen vormen de “zes boeken” (Sahih Sitta) die door moslims als canoniek worden beschouwd.

Daarnaast zijn er nog drie andere verzamelingen die groot gezag hebben: de “Moesnad” van Ahmad ibn Hanbal (780-855), de “Soenan” van Ad-Darimi (797-868).

DE RECHTSSCHOLEN of de vier Imaams in de Islam

Abu Hanifa werd geboren in 699 te Koefa en stierf in 767. Hij was een belangrijke systematicus van het recht die de wijze van redeneren verfijnde en volop behoorde tot “de mensen van het eigen inzicht (Raj)”.

Malik Ibn Anas werd geboren in 705 te medina en stierf in 795. Zijn “Moewatta” is een handboek van het recht dat in Medina werd gepraktizeerd. Voor hem gold de meningen van Oemar ibn Chattab en diens zoon Abdallah het zwaarst. Zij golden als autoriteiten voor de plaatselijke rechtspraktijk.

As-Shafi’i werd geboren in 767 te Gaza en stierf in 820 te Cairo. Hij bezocht Medina en kwam in contact met Malik ibn Anas. In de Islamitische wereld wordt imaam as-Shafi’i als de grootste rechtsgeleerde beschouwd [Imaam al-Ghazali was een prominente volgeling en verenigde Sharia, Taklied en Soefisme]. Zijn grootste kenmerk was dat hij een groot belang toekende aan de “Idjmaa”, de consensus van de rechtsgeleerden in een bepaalde tijd, die moest uitmaken welke Koranverzen en welke tradities, en hoe geinterpreteerd, als basis voor rechtsregels konden worden gebruikt.

Ahmad Ibn Hanbal werd in 780 geboren te Baghdad en stierf in 855. Zijn leer heeft veel gezag in Saoedi-Arabie. Van een consensus van rechtsgeleerden moest hij niet veel hebben; hij erkende alleen de consensus van de gezellen van de profeet (vzmh).

ZIJN DE OVERLEVERINGEN UIT DE VERZAMELINGEN, BLINDELINGS TE ACCEPTEREN?

Als moslim is mijn antwoord hierop: nee!  Door een aantal overleveringen aan te halen als voorbeeld, zal ik mijn antwoord hier uiteen zetten. Allereerst geloof ik dat Allah, de Profeet (vzmh) had gekozen voor Zijn openbaring en die wij nu kennen als de Koran.

Via hem hebben de metgezellen het gememoriseerd, sommigen hebben het direct opgetekend en uiteindelijk werden alle metgezellen die de Koran kenden en alle geschreven materialen verzameld en zodoende de Koran tot zijn huidige vorm gekomen. Dit is voor elk moslim een feit dat de Koran zonder corruptie bestaat. Ook is de Koran het onfeilbare woord van Allah.

Overleveringen daarentegen zijn overgeleverd door mensen en mensen zijn feilbaar! Mensen kunnen fouten maken door middel van vergeetachtigheid, arrogantie, hoogmoedigheid en jaloezie. Ook politiek kan hierbij een rol spelen die ik hier verder op zal behandelen.

Zoals eerder aangehaald zijn er twee verzamelingen die wij als “As-Sahihain” kennen van Bukhari en Muslim. Deze twee zijn in het leven van een moslim de gezaghebbende boeken naast de Koran. Wat velen niet weten is dat juist deze twee verzamelingen, overleveringen bevatten die soms tegenstrijdig zijn en dat de metgezellen onderling van mening verschilden. Deze zal ik nu uiteen zetten.

 ABU HURAIRAH – “vader van de kleine katje”

A:        Van Abu Hurairah: “De profeet (vzmh) heeft gezegd: ‘Er is geen besmetting’”.

          (Bukhari 76:54)

is in strijd met:

B:        Van Abu Hurairah: “De profeet (vzmh) heeft gezegd: ‘Je moet geen gezonde en zieke dieren samen laten drinken’ “. (Muslim 39:104)

metgezellen verschilden van mening onder elkaar:

C:        Van Abu Salama ibn Abd ar-Rahmaan ibn Auf: “De profeet (vzmh) heeft gezegd: ‘Er is geen besmetting’, maar hij levert ook over dat de profeet (vzmh) gezegd heeft: ‘Je moet geen gezonde en zieke dieren samen laten drinken’”.  Abu Salama zei: “Abu Hurairah heeft ons allebei deze tradities overgeleverd van de profeet (vzmh). Daarna heeft Abu Hurairah verzwegen dat hij gezegd had: ‘Er is geen besmetting’ en hij hield het bij: Je moet geen gezonde en zieke dieren samen laten drinken’”. Al Harith ibn Abi Dzoebaab (neef van Abu Hurairah) zei: “Ik heb je wel degelijk nog een andere traditie horen overleveren, Abu Hurairah, maar die verzwijg je nu! Je hebt ook verteld dat de profeet (vzmh) gezegd had: ‘Er is geen besmetting’. Maar hij weigerde dat toe te geven en zei: ‘...niet samen laten drinken!”. Al-Harith hield zolang aan dat Abu Hurairah boos werd en in het Ethiopisch begon te brabbelen en zei: ‘Weet je wat ik zeg? Ik zeg: in geen geval!’

          Abu Salama heeft gezegd: “bij mijn leven, Abu Hurairah had ons wel overgeleverd dat de profeet (vzmh) gezegd had : ‘Er is geen besmetting’. Ik weet niet of Abu Hurairah het was vergeten, of dat de ene traditie de ander heeft afgeschaft”.   (Bukhari 76:53 en Muslim 39:104)

ANAS IBN MALIK  (Volledig: Anas Ibn Malik Abu Hamza)

Na de Hidjra (emigratie van de profeet (vzmh) naar medina) gaf zijn moeder hem aan de profeet (vzmh) als een dienstjongen. Naar zijn eigen verklaring was hij zelf 10 jaar oud. Hij stierf tussen 91 en 93 na Hidjra. Vanaf zijn 10de jaar tot en met 23ste jaar heeft hij de profeet (vzmh) meegemaakt en behoort tot die overleveraars die een grote hoeveelheid hebben overgeleverd. Echter imaam Abu hanifa weigerde om zijn als overleveraar te accepteren, omdat zijn versie van de Mi’radj en zowel andere overleveringen hebben aangetoond dat hij niet schroomde van fantastische verhalen. Een grote collectie van zijn overleveringen zijn te vinden in de “ Moesnad” van Ahmad ibn Hanbal. (E.J. Brill: First Encyclopedia of Islam 1913-1936, vol. I, pag. 345 met verwijzing naar At-Tabari en Ibn Hadjar al-Asqalani in zijn “Isaba”, 1:138)

POLITIEKE ONENIGHEDEN

Uit onze Islamitische geschiedenis is gebleken dat tijdens de moord van de 3de kalief Uthman een chaos ontstond. Er ontbrak een soort burgeroorlog tussen de aanhangers van Ali en van Aisha (vrouw van onze profeet v.z.m.h.) en later van Mu’awiya. Het gevolg hiervan was dat de Shia (partij van Ali) en de Khawaaridj (de uitgetredenen) ontstonden. Een groot hoeveelheid gefabriceerde overleveringen ontstonden om de rechtmatige kalifaat van Ali te ondersteunen. Zo vertelt Abdi al-Hadid ons het volgende:

Door de Shia werden leugens in Hadeeth geintroduceerd. In het begin fabriceerden zij vele Hadith ten behoeve van hun eigen man die door vijandigheid van hun opponenten gedreven waren. Toen de Bakriyya (aanhangers van Abu Bakr, de 1ste kalief) ontdekten wat de Shia gedaan hadden, fabriceerden zij op hun beurt Hadeeth die hun eigen man moest ondersteunen”.

Ook zegt hij dat Mu’awiya beloning in het vooruitzicht had gesteld voor degenen die Hadith fabriceerden tegen Ali.  (Sharh Nahj al-Balagha, Dar al-Kutub al-Arabiya al-Kubra, Cairo, 1:135)

Een welbekende overlevering is de Hadeeth van “Ghadir Khumm”:

De profeet (vzmh) hield de hand van Ali vast in bijzijnde van de metgezellen op de terugweg van de afscheidsbedevaart. Hij liet hem stil staan zodat een ieder hem leerde kennen. Toen zei hij:’Dit is mijn gevolmachtigde en broeder en de kalief na mij. Zo, luister naar hem en gehoorzaam hem. (Ibn Kathir: al-Bidaya wa al-Nihaya, 7:347)

Ook Hanafieten fabriceerden overleveringen!

De profeet (vzmh) zei: ‘Er zal een man tussen mijn volgelingen bevinden die Muhammad bin Idris (As-shafi’i) zal heten en zal meer gevaarlijk zijn dan Iblis. En er zal een man bevinden tussen mijn volgelingen die bekend zal staan als Abu Hanifa die als een lamp voor mijn volgelingen zal zijn (Ibn Iraq: Tanzih al-Shari’a al-Marfu’a, Cairo, 2:3)

BEKENTENISSEN VAN OVERLEVERAARS ZELF

Ook is het bekend dat vele overleveraars bekentenissen hebben afgelegd, dat zij Hadith hebben gefabriceerd. Uit een grote hoeveelheid zal ik drie overleveringen hier aanhalen:

A:        “Ibn Mahdi zei: Ik vroeg aan Maisara bin ‘Abd Rabbihi: Hoe kom jij aan de Hadith die het volgende zegt: ‘Degene die dat en dat citeert, zal beloning ontvangen [van Allah]’. Hij antwoordde: ‘Ik fabriceerde het om de mensen over toehalen om deze handelingen te verrichten uit medelijden”. (Ibn Hibban: Kitab al-Majruhim, pag. 32)

B:        Ibn Lihya’a heeft overgeleverd: “Ik zag een oude man die aan het huilen was. Ik vroeg aan hem: waardoor komt het dat je huilt? Hij antwoordde: ‘Ik heb vierhonderd Hadith gefabriceerd en aan de mensen doorgegeven die zij in het praktijk brengen. Nu weet ik niet meer wat ik moet doen’”. (Ibn Adi: Muqaddimat al-Kamil, pag.64)

C:        Abu ‘Isma Nuh bin Maryam, bekend met de titel: Nuh al-Jami, bekende dat hij Hadith fabriceerde op autoriteit van ‘Abbas, over de verdienste van elk Surah in de Koran. Als redenen gaf hij op: “Toen ik ontdekte dat de mensen zich bezig hielden met de Fiqh (Jurisprudentie) van Abu Hanifa en Maghazi van Ibn Ishaq en geen interesse meer hadden in de Koran, fabriceerde ik Hadeeth over de verdienste van elk Surah ter wille van Allah”. (Ibn Kathir: Ikhtisar ‘Ulm al-Hadeeth, pag.81)

EEN VALSE HADITH IN SOENAN IBN MADJA  (behoort in de collectie van zes)

Ibn Madja overlevert van Muhammad b Isma’il al-Razi van ‘Ubaidullah b. Musa al-‘Ala b Salih van al-Minhal van Abbad b Abdullah en die zei dat Ali heeft gezegd: “Ik ben de dienaar van Allah en de broeder van zijn profeet (vzmh) en ik ben de grootste Siddiq (betrouwbare). Niemand kan deze titel opeisen na mij, behalve een leugenaar. Ik bad zeven jaren voor de andere mensen”. (Ibn Madja: al-Soenan, 1:57)

Ibn al-Jauzi geeft hierop de volgende commentaar:

“Een ander feit bewijst dat deze Hadith vals is en is in strijd met de historische feit dat Khadija, Zaid en Abu bakr de Islam eerder hadden geaccepteerd. Oemar was de eenenveertigste persoon die de Islam had geaccepteerd in het zesde jaar van profeetschap”. (Ibn al-jauzi: Maudu’at, 1:340)

Met betrekking tot deze overlevering geeft Dhahabi de volgende commentaar:

“ Dit is een valse (Batil) vanwege het feit, toen de profeet (vzmh) zijn eerste openbaring ontving, Khadija, Abu Bakr, Bilal [Ondergetekende: volgens Siratun Nabi van Ibn Ishaq, was Bilal nog niet bekeerd in de Islam] en Zaid waren de eerste gelovigen die Islam hadden geaccepteerd voor Ali of dat hij een paar uren daarna had geaccepteerd. Allen aanbaden Allah samen met de profeet (vzmh). Vanwaar komt het verhaal van zeven jaar? Het is mogelijk dat de overleveraar een vergissing heeft gemaakt tijdens het horen van de exacte woorden. Ali zou misschien gezegd hebben: Ik aanbad Allah samen met Zijn profeet (vzmh), toen ik zeven jaar oud was”. (Adh-Dhahabi: Talkhis – Mustadrak al-Hakim, 3:112)

ISRAËLISCHE  INVLOEDEN

Op bladzijde 196 van "al-Sirah al-Nabawiyyah", hoofdstuk: "De Qurayshieten herbouwen de Kaba, vijf jaar voor de profeetschap", van Ibn Kathir, lezen wij het volgende:

Al-Bayhaqi rapporteerd dat Abu Abd Allah, de Hafiz, hem informeerde, zoals Abu Ábd Allah al-Saffar, Ahmad b. Mahran, Ubayd Allah, Isra'íl, van Abu Yahya, van Mujahid, van Abd Allah b. Amr b. Amr, het volgende:

"Het huis (Kaba) bestond 2000 jaren voor de aarde [en wanneer de aarde zich uitstrekt (Koran 84:3)]". 'Het was", zei hij, "uitgestrekt onder (de Kaba)". Hij (al-Bayhaqi) zei: "En Mansur traceerde deze overlevering tot Mujahid".

Commentaar van Ibn kathir:

"Ik vind deze heel raar. Het is afkomstig uit de bagage die de kamelen droegen en overmeesterd werd door Ábd Allah b. Amr, tijdens de slag van Yarmuk, waarin Israëlische legenden werden vervoerd en van waaruit hij overleverde: ze vertelden vreemde en betwistbare verhalen".

HOE UNIEK IS EEN UITSPRAAK VAN DE PROFEET V.Z.M.H.?

Via de biografie van onze profeet (vzmh), zien wij dat hij van jongs af aan handelskaravanen ging leiden en kwam regelmatig terecht in Syrie. Syrie was in zijn tijd een land met veel christelijke inwoners. Tijdens zijn profeetschap kwamen er diverse delegaties hem bezoeken en er vonden vele debatten plaats. Het is niet uit te sluiten dat hij vaak van gedachte wisselde met verschillende mensen met verschillende denkwijze. Zo kan het zijn dat hij andere ideeën overnam en dat doorgaf aan zijn metgezellen. Aan de hand van de volgende overlevering zal ik dit illustreren.

          Anas ibn Malik vertelde dat Oem Soelaim Gods profeet (vzmh)

had gevraagd over een vrouw die een natte droom heeft, net als een man.

De profeet (vzmh) zei: “Als een vrouw zo’n droom heeft moet ze een grote wassing verrichten”. Oem Soelaim zei: “Ik schaamde mij ervoor en vroeg:

Bestaat dat wel?” De profeet (vzmh) zei: “ Ja, want hoe zou anders een kind op zijn moeder kunnen lijken? Het vocht van de man is dik en wit, het vocht van de vrouw is dun en geel. Welke van beide de overhand heeft, dat is bepalend voor de gelijkenis”. (Muslim 3:30)

 Deze uitspraak van de profeet (vzmh) is hier niet uniek en lijkt erop dat hij zo’n denkwijze van anderen heeft overgenomen. Geschiedenis leert ons dat het de Arabieren waren geweest die ons kennis lieten maken met Griekse geleerden zoals: Hippocrates, Aristoteles en Plato. Tegenwoordig staat Hippocrates (460 – 375 v. Chr.) bekend in het westen als “de vader van de geneeskunde”. De uitspraak van de profeet (vzmh) komt exact overeen met de uitspraak van Hippocrates in zijn werk “Over de voortplanting”. Zo hoeft een overlevering niet altijd goddelijk geïnspireerd te zijn. De profeet (vzmh) was niet alleen de gekozene van Allah alleen, maar hij was ook een normale mens. Ook de Koran bevestigd dit vele malen. Daarom mogen wij die denkfout niet maken dat onze profeet (vzmh) uniek of superieur is boven de rest.

 Ik hoop van harte dat ik een ieder aanmoedig om zich te verdiepen in dit soort materie en dat de Koran voor een ieder als leidraad bepalend zal blijven.

Rashied Soebratie, een instrument van Allah de Verhevene.

11 Rabi ‘al-Thani 1426 / 1 juni 2005

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact met mij opnemen. Klik hier

Top


Terug naar Haroen`s Religie pagina