Door An-Nawawi

In naam van Allah, de Barmhartige en de Genadevolle.

40 Hadith An-Nawawi

Hadith  1De daden worden beoordeeld op basis van de intentie
Hadith  2De categorieën van het geloof (hadith Djibriel)
Hadith  3De zuilen van de Islam
Hadith  4Al-Qadar (De Voorbeschikking)
Hadith  5Het verbod op religieuze innovaties (bidcah)
Hadith  6Al-Halaal is duidelijk en waarlijk, al-Haraam is duidelijk
Hadith  7Godsdienst is oprechtheid
Hadith  8De onschendbaarheid van de moslim
Hadith  9Jezelf niet boven je vermogen belasten
Hadith 10Het eten van datgene wat halaal is
Hadith 11Het laten van twijfelachtige zaken
Hadith 12Het laten van datgene wat je niets aangaat
Hadith 13Broederschap in de Islam
Hadith 14Het verbod op bloedvergieten
Hadith 15De nobele gedragscode
Hadith 16Het verbod op boos worden
Hadith 17Het op een beste wijze slachten
Hadith 18Het vrezen van Allah
Hadith 19Waakt over de voorschriften van Allah
Hadith 20Eerdere profeten riepen op tot schaamte
Hadith 21Allesomvattend advies
Hadith 22Hoe kunnen wij het Paradijs binnentreden?
Hadith 23De meerdere wegen die leiden tot het goede
Hadith 24Het verbod op het plegen van onrecht
Hadith 25De rijken strijken altijd de grootste beloning op
Hadith 26Het dankbaar zijn voor Allah's gunsten
Hadith 27Goedheid is het goede gedrag
Hadith 28Dat onze harten van vrees trilden en de tranen ons in de ogen sprongen
Hadith 29Je moet Allah aanbidden en niemand en niets anders dan Hem
Hadith 30Allah, de Verhevene, heeft religieuze plichten vastgesteld
Hadith 31Doe afstand van de wereld en Allah zal van je houden
Hadith 32Het verbod op het doen van kwaad
Hadith 33bezittingen en het bloed van anderen opeisen
Hadith 34Wie van jullie iets ziet wat niet toegestaan is
Hadith 35De ene moslims is de broeder van de andere moslim
Hadith 36Wie in deze wereld een gelovige van een zorg verlost
Hadith 37Het vermeerderen van de beloning
Hadith 38De gunst van optionele daden van aanbidding
Hadith 39Vergeetachtigheid en vergissingen worden ons niet aangerekend
Hadith 40Ascétisme in de Islam

Top
Hadith  1

De daden worden beoordeeld op basis van de intentie.

De leider van de gelovigen, Aboe Hafsah cOmar bnoe al-Khattaab overlevert: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah zeggen: ,,Voorwaar! De daden worden beoordeeld  op basis van de intentie en ieder mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt. Dus als iemand emigreert omwille van Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem), dan is dat een (ware) emigratie omwille van Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem). En als iemand emigreert omwille van een wereldse zaak of om een vrouw te trouwen, dan is zijn emigratie voor datgene waarvoor hij emigreert.”   (al-Boechari en Moeslim)  

 Uitleg

Deze overlevering is van groot belang als het gaat om de daden van het hart. Omdat de intentie tot deze daden behoort. De geleerden zeggen over deze overlevering dat het de helft van de aanbidding is. Het is de maatstaf voor de innerlijke daden. En de overlevering van cAa’ieshah waarin zij zegt: “Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak, het zal van hem niet geaccepteerd worden.” (al-Boechari en Moeslim) dient als de andere helft. Deze overlevering is de maatstaf voor de uiterlijke daden.  Wij kunnen uit deze uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem) opmaken dat elke daad vooraf wordt gegaan door een intentie. Dit omdat elk weldenkende mens geen daad kan verrichten zonder intentie. Sommige geleerden zeggen zelfs dat als Allah ons had verplicht om een daad te verrichten zonder intentie, dan zou dit het vermogen van de mens te boven gaan.  

Bovengenoemde kan dienen als antwoord op degenen die een bepaalde daad herhaaldelijk verrichten, omdat de shaitan hen steeds influistert dat zij deze daad zonder intentie hebben verricht. Wij zeggen tegen deze mensen dat het niet mogelijk is om een daad zonder intentie te verrichten. Maak het dus gemakkelijk voor jullie zelf en schenk geen aandacht aan deze influisteringen. 

Wat leert deze overlevering ons   

-   Men wordt afgerekend op zijn intentie.

-   Een leraar dient duidelijke voorbeelden te geven om zaken inzichtelijk te maken. Zo heeft de Profeet (vrede zij met hem) het voorbeeld gegeven van een emigratie. De intentie achter deze daad kan van persoon tot persoon verschillen. Voor de één kan het een reden tot beloning zijn en voor een ander zal de beloning uitblijven.

-   Deze overlevering is van toepassing op verschillende hoofdstukken van fiqh (jurisprudentie), waaronder aanbiddingen, onderlinge omgang (van mensen), huwelijken enz.

Top
Hadith  2

De categorieën van het geloof.

cOmar verhaalt: “Toen wij op een dag bij de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zaten, verscheen er een man voor ons met melkwitte kleding, en gitzwarte haren. Er was  aan hem geen teken van het reizen af te zien en niemand van ons kende hem. Hij ging voor de Profeet zitten, plaatste zijn knieën tegen diens knieën, legde z’n handen op zijn dijen en zei:
,,O Mohammed, bericht mij over
(de betekenis van) de Islam.” De Profeet antwoordde: ,,De Islam houdt in dat je getuigt dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allah, (en) dat je het gebed onderhoudt, (en) dat je de Zakaah (armenbelasting) uitgeeft en dat je (tijdens de maand) Ramadan vast en de Hadj (bedevaart) naar het Huis (de Kacbah in Mekka) verricht, indien je daartoe in staat bent. Waarop hij zei: ,,Je hebt juist gesproken.” Wij waren verbaasd dat hij hem (eerst iets) vroeg en (daarna zijn antwoord) goedkeurde. Daarna zei hij:
,,Bericht mij over
(de betekenis van) Imaan.” Hij (de Profeet, vrede zij met hem) antwoordde: ,,Dat je gelooft in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en dat je gelooft in de voorbeschikking, zowel het goede ervan als het slechte.” Hij zei: “Je hebt juist gesproken.” Hij zei (vervolgens):
,,Bericht mij over
(de betekenis van) Ihsaan.” Hij antwoordde: ,,Dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet en als je Hem niet ziet, dan ziet Hij jou wel.’ Hij (de man) zei:
,,Bericht mij over het
(Laatste) Uur.’ (De Profeet, vrede zij met hem) antwoordde: ,,Daarover heeft de ondervraagde niet meer kennis dan de vrager.” Toen zei hij:
,,Vertel mij
(dan) over haar tekenen.” Hij antwoordde: ,,Dat de slavin haar meesteres zal baren en dat je ziet dat blootvoetse, naakte en behoeftige schapenhoeders wedijveren in het bouwen van hoge gebouwen.” Hierna ging hij (de man) weg en ik (cOmar) bleef enige tijd zitten. Toen zei hij (de Profeet): ,,O cOmar, weet jij wie die vrager was?” Ik antwoordde: ,,Allah en Zijn Boodschapper weten het het beste.” Hij zei: ,,Dat was Djibriel, hij kwam om jullie (over) jullie geloof te leren.”   (Moeslim Book 001, Number 0001)

   Wat leert deze overlevering ons?

  • Het was de gewoonte van de Profeet (vrede zij met hem) om samen met zijn metgezellen te zitten. Deze gewoonte toont ons het goede karakter van de Profeet (vrede zij met hem). 
  • Men dient de gezelschap van andere mensen op te zoeken, dient samen met hen te zitten en zich niet van hen af te zonderen. 
  • Het mengen met andere mensen is beter dan het zich van hen afzonderen, zolang men niet voor zijn geloof vreest. Als dat wel het geval is, dan is afzondering beter. Dit is gebaseerd op de volgende uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Het beste bezit van een (moslim) man zouden schapen en geiten zijn, waarmee hij zich terugtrekt naar bergtoppen en regenachtige plekken.” 
  • Het is mogelijk voor de engelen om in een menselijke gedaante te verschijnen voor de mensen. Want Djibriel verscheen voor de metgezellen in de volgende gedaante; een man met gitzwarte haren en melkwitte kleren, aan wie geen tekenen van het reizen af te zien waren en niemand van de metgezellen kende hem.
  • Het voorbeeldige gedrag van de leerling tegenover de onderwijzer. Djibriel zat voor de Profeet (vrede zij met hem) in de hierboven beschreven houding, dit duidt op correctheid, aandacht en gereedheid voor wat hem verteld wordt. Hij plaatste zijn knieën tegen de knieën van de Profeet (vrede zij met hem)  en legde zijn handen op zijn (eigen) dijen. 
  • De toestemming om de Profeet (vrede zij met hem) bij zijn naam te noemen, omdat Djibriel hem met ‘O Mohammed!’ aanspraak. Deze overlevering was waarschijnlijk voor het verbod, dat wil zeggen voordat Allah het aanspreken van de Profeet (vrede zij met hem) met zijn naam verbood toen Hij zei (interpretatie van de betekenis):

          “Maakt de (manier van) aanspreken van de Boodschapper onder jullie niet zoals (de manier waarop) jullie elkaar onderling aanspreken.”   (Soerat an-Noer 24:63)

Maar waarschijnlijk was het normaal bij de bedoeïen dat als zij bij de Profeet (vrede zij met hem) kwamen, zij hem bij zijn naam noemden.

  • De toestemming om een vraag te stellen over iets wat je al weet, om degenen die het niet weten te laten leren. Djibriel wist immers het antwoord al, dit blijkt uit zijn woorden: ‘Je hebt juist gesproken.’
  • Diegene die aanleiding is (tot het begaan van een daad), komt hetzelfde oordeel toe als degene die de daad zelf begaat, wanneer het begaan van deze daad gebaseerd is op hetgeen aanleiding is tot het begaan ervan. Dit omdat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Dat is Djibriel, hij kwam om jullie jullie geloof te leren.” Ook al was de Profeet (vrede zij met hem) zelf de onderwijzer, maar omdat Djibriel de aanleiding is tot het vragen heeft de Profeet (vrede zij met hem) hem onderwijzer genoemd.  
  • De bekendmaking dat de Islam op vijf zuilen gebouwd is, want de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Islam is dat je getuigt dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allah, (en) dat je het gebed onderhoudt en de zakaah (armenbelasting) uitgeeft, (en) dat je (tijdens de maand) Ramadan vast en de Hadj (bedevaart) naar het Huis (de Kacbah in Mekka) verricht, indien je hiertoe in staat bent.” 
  • Het is verplicht dat je de getuigenis uitspreekt en dat je overtuigd bent met het hart dat er geen god is dan Allah. Je getuigt met je tong en bent overtuigd met je hart dat geen enkel mens of wat dan ook het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah, dus ook geen profeten, vrome mensen, bomen, stenen of iets dergelijks. De ware betekenis van ‘Laa Ilaaha’ (letterlijk: er is geen god) is dus:  

Niets of niemand heeft het recht aanbeden te worden, behalve Allah.    

Iedereen die en alles dat buiten Allah aanbeden wordt, is vals. Allah zegt wat als volgt vertaald kan worden:    

”Dat is omdat Allah de Waarheid is en omdat datgene wat zij buiten Allah aanroepen vals is en omdat Allah de Verhevene, de Grootste is.”   (Soerat al-Hadj 22:62)                                                                                                                                                       

Het geloof wordt pas compleet als men daarnaast getuigt dat Mohammed (vrede zij met hem) de Boodschapper is van Allah. Zijn gehele naam is Mohammed ibnoe cAbd Allah al-Qoerayshie al-Haashimie. Wie volledige kennis over deze edele Boodschapper wil hebben moet de Koran, de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) en de geschiedenis boeken lezen.   

  • De Boodschapper van Allah heeft de getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allah samengevoegd in één zuil. Dit omdat de aanbidding niet geaccepteerd wordt, behalve indien aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: 

-          Ichlaas     

Ook wel zuivere intentie voor Allah: dit is wat het eerste deel van de getuigenis (er is geen god dan Allah) omvat.    

-          Moetaabacah    

Ook wel het navolgen van het voorbeeld van de Profeet (vrede zij met hem): dit is wat het tweede deel van de getuigenis (dat Mohammed de Boodschapper is van Allah) omvat.  

  • Iemands geloof wordt pas compleet als men het gebed onderhoudt. Met het onderhouden van het gebed wordt bedoeld dat men dit nauwkeurig verricht zoals door de Shariecah (Islamitische wetgeving) is voorgeschreven. Wij onderscheiden twee soorten Iqaamah voor het gebed, namelijk: 

           -          Iqaamah waadjibah (verplichte onderhoud) 

Dit houdt in dat men voldoet aan het minimale wat tijdens het gebed verplicht is  

-          Iqaamah kaamilah (complete onderhoud) 

Dit houdt in dat men de zaken die het gebed compleet maken nakomt, op de wijze die ons bekend wordt gemaakt in de Koran, de Soennah van de Profeet en de uitspraken van de geleerden.   

  • Iemands geloof is niet compleet, behalve als men de zakaah (armenbelasting) uitgeeft. De zakaah is de verplichte belasting die van de reine bezittingen wordt gehaald. Uitgeven betekent dat men deze uigeeft aan degenen die daar recht op hebben. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):  

“Voorwaar, de zakaah is slechts voor de armen en de behoeftigen en de werkenden (die dat inzamelen) en de Moe‘allafatie Qoeloeb [1] en voor (het vrijkopen) van de slaven, en de schuldenaren en om (uit te geven) op de Weg van Allah en voor de reiziger (zonder proviand).”    (Soerat at-Tawbah 9:60)

Wat betreft het vasten tijdens de Ramadan, dit is een vorm van aanbidding van Allah. Men onthoudt zich van zaken die het vasten verbreken, vanaf de zonsopgang tot en met de zonsondergang. Ramadan is de maand tussen de (Islamitische) maand Shacbaan en Shawwaal.   

Wat betreft het verrichten van de bedevaart naar Mekka, dit is het gaan naar Mekka voor het verrichten van allerlei religieuze rituelen. De bedevaart is slechts verplicht voor hen die hiertoe in staat zijn (geestelijk, lichamelijk en financieel). Allah heeft gezegd wat als volgt vertaald kan worden:    

“Vreest Allah, voor zover jullie kunnen.”   (Soerat at-Taghaaboen 64:16)

Eén van de vastgelegde regels van de Islamitische geleerden luidt als volgt: er is geen verplichting in het geval van onbekwaamheid en geen verbod in geval van noodzaak 

  • De engel Djibriel bevestigde dat de Boodschapper Mohammed (vrede zij met hem) de waarheid spreekt. De Profeet (vrede zij met hem) is de meest waarheidsgetrouwe van alle schepselen.  
  • De scherpte van de metgezellen toen zij verbaasd stonden over hoe iemand een vraag stelt en tegelijkertijd het antwoord daarop bevestigt? In principe is iemand die vragen stelt immers onwetend (betreffende datgene waarover hij vraagt) Deze verbazing bij de metgezellen verdween toen de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Dat is Djibriel, hij kwam jullie over jullie geloof leren.”
  • Al-Imaan (het geloof) omvat de volgende zes zaken:   

-          Het geloven in Allah  

-          Het geloven in Zijn Engelen   

-          Het geloven in Zijn Boeken 

-          Het geloven in Zijn Boodschappers   

-          Het geloven in de Laatste Dag en   

-          Het geloven in de voorbeschikking, zowel het goede als het slechte daarvan.     

  • Het onderscheid tussen Islam en Imaan. Als beide termen samen worden vermeld, dan wordt de Islam uitgelegd als de daden van het lichaam en de Imaan als de ‘daden’ van het hart. Als één van deze twee echter afzonderlijk vermeld wordt, dan omvat de ene de andere. De uitspraak van Allah wat als volgt vertaald kan worden, omvat de Islaam en de Imaan.  

“En Ik ben tevreden met de Islam als godsdienst voor jullie.”   (Soerat al-Maa’idah 5:3)

           “En wie een andere godsdienst verlangt dan de Islaam..”   (Soerat Aali cImraan 3:85)

De andere verzen die hierop lijken omvatten ook de Islam en de Imaan. Als deze termen daarentegen samen worden vermeld, dan wordt elke term uitgelegd zoals in deze overlevering.     

  • Het geloven in Allah is de eerste en de belangrijkste zuil van Imaan, omdat de Profeet (vrede zij met hem) deze als eerste noemde: “dat je gelooft in Allah”. Het geloven in Allah omvat het geloven in Zijn bestaan, Zijn Heerschappij, Zijn Goddelijkheid en in Zijn Namen en Eigenschappen. Dit is niet hetzelfde als het geloven dat Hij bestaat, maar Imaan moet al deze vier genoemde zaken omvatten. 
  • Het vaststellen van de echtheid van de engelen. Engelen zijn van de ongeziene wereld. Allah heeft ze op vele wijzen beschreven in de Koran. Zij staan ook in de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) beschreven.

    Hoe moet men in hen geloven?   

    Moslims dienen te geloven in zowel de engelen aan wie een naam is toegekend, als in degenen die geen naam is toegekend. Ook moeten wij geloven in de taken die zij uitvoeren en de beschrijvingen waarmee zij beschreven worden. Zo beschrijft de Profeet (vrede zij met hem) Djibriel gezien te hebben met zeshonderd vleugels en één van deze vleugels vulde de gehele horizon. Onze verplichting tegenover de engelen is dat wij in hen moeten geloven, van hen moeten houden omdat zij dienaren van Allah zijn die Zijn bevelen uitvoeren. Allah heeft gezegd wat als volgt vertaald kan worden:    

    “En degenen (de engelen) die bij Hem zijn, zijn niet hoogmoedig om Hem te dienen en zij worden er niet moe van. Zij prijzen Zijn Glorie tijdens de nacht en de dag, zij versagen niet.”    (Soerat al-Anbiyaa’ 21:19-20)

    • De verplichting om in de Boeken te geloven die Allah op Zijn Boodschappers heeft nedergezonden. Allah zegt wat als volgt vertaald kan worden: 

    “Voorzeker, Wij hebben Onze Boodschappers met de duidelijke bewijzen gezonden en Wij hebben met hen het Boek en de weegschaal (wetgeving) nedergezonden.”   (Soerat al-Hadid 57:25)

    Wij moeten dus in het geheel in elk Boek dat Allah op Zijn Boodschappers heeft nedergezonden geloven en ook moeten wij geloven dat het de waarheid is. Maar wat betreft details hebben de voorgaande Boeken vervalsingen en wijzigingen opgelopen, waardoor men hieruit geen onderscheid kan maken tussen waarheid en valsheid. Hierop zeggen wij dan: “Wij geloven in de Boeken in hun geheel, die Allah nedergezonden heeft, maar wat betreft de details wij vrezen dat deze vervalst en gewijzigd zijn.”

    Dit wat betreft het geloven in de Boeken. Wij handelen echter uitsluitend volgens datgene wat is  nedergezonden op de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Het handelen naar de andere Boeken is door de Shariecah afgeschaft.  
      

    • De verplichting om in de boodschappers te geloven. De moslims dienen te geloven dat elke boodschapper die door Allah gezonden is, waarheid is en dat hij met de waarheid is gekomen. Wij geloven in hen allen. Allah heeft gezegd wat als volgt vertaald kan worden:

    “En waarlijk, Wij hebben vóór jou boodschappers gezonden. Over sommigen van hen hebben Wij jou verteld en over sommigen hebben Wij jou niet verteld.”    (Soerat Ghaafir :78)

    De eerste boodschapper was Noeh en de laatste is Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zijn met hen). Vijf hiervan zijn Oel-oel cAzm (bezitters van standvastigheid) die Allah alle vijf in twee ayaat in Zijn Boek heeft genoemd. Allah zegt wat als volgt vertaald kan worden:   

    “En toen Wij met de Profeten hun verbond aangingen en met jou (Mohammed), en met Noeh en Ibrahim en Moesa en cIsa, de zoon van Maryam.”   (Soerat al-Ahzaab 33:7)

    En Hij heeft ook gezegd wat als volgt vertaald kan worden:   

    “Hij heeft jullie de godsdienst voorgeschreven: wat Hij ervan opgedragen heeft aan Noeh, en hetgeen Wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij ervan aan Ibrahim en Moesa en cIsa hebben opgedragen: dat jullie de godsdienst onderhouden en dat jullie daarover niet verdeeld raken.”    (Soerat ash-Shoeraa 42:13)

    ·   Het geloven in de Laatste Dag: ook wel de Dag der Opstanding. Het wordt de Laatste Dag genoemd omdat het de laatste bestemming is van de mensheid. Ieder mens komt de volgende viertal verblijfplaatsen tegen: 

    -             Ten eerste   : de buik van de moeder 

                            -            Ten tweede  : deze wereld  

                            -            Ten derde    : het graf 

                            -            Ten vierde    : de Laatste Dag en daarna is er geen andere verblijfplaats.
                                                 
    Het is dus of het paradijs of de hel.

    ·  Het geloven in de Laatste Dag omvat volgens Sheich al-Islaam Ibn Taymiah: “Alles wat de Profeet (vrede zij met hem) hierover verteld heeft, wat er na de dood plaats zal vinden, zoals het ondervragen van de dode in het graf over zijn Heer, zijn godsdienst en zijn Profeet en wat er in het graf met de dode zal gebeuren, of verrukking of bestraffing.”    

    ·   De verplichting om in de voorbeschikking te geloven, zowel het goede als het slechte daarvan. Dat betekent dat men in vier zaken moet geloven:    

    1.       Geloven dat Allah’s kennis alles omvat, tot in de kleinste details en voor eeuwig en altijd. 

    2.       Geloven dat Allah alle ‘Maqaadier’ van iedereen, tot en met de Dag der Opstanding heeft voorgeschreven in Lawh al-Mahfoed (de Bewaarde Tafel).   

    3.       Geloven dat alles wat er in het universum gebeurt, geschiedt met de Wil van Allah.  

    Geloven dat Allah alles en iedereen heeft geschapen. Hij doet de regen nederdalen en Hij doet het weidegras groeien. Hij heeft ook het doen en laten van Zijn dienaren en andere schepselen geschapen.

    Allah heeft vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde heeft geschapen, voorbeschikt wat er tot de Dag der Opstanding zal gebeuren.  

    Dat waren de vier zaken van de Imaan die de Profeet (vrede zij met hem) verduidelijkte. De Imaan van iemand wordt pas compleet als hij in alle zes zuilen daadwerkelijk gelooft. Moge Allah ons allen doen toebehoren tot degenen die daarin geloven.      

    ·   Het verduidelijken van wat Ihsaan inhoudt. Het houdt in dat men zijn Heer aanbidt, een aanbidding van verzoeken en wensen, alsof men Hem ziet en graag tot Hem wil komen. Deze graad van Ihsaan is de hoogste graad. En als men niet tot deze situatie kan komen, is er de tweede graad, het aanbidden van Allah door Hem te vrezen en van Zijn bestraffing te vluchten, daarom zei de Profeet (vrede zij met hem): “En als je Hem niet ziet, dan ziet Hij jou wel.” Dat wil zeggen als je Hem niet kan aanbidden alsof je Hem ziet, dan ziet Hij jou wel.     

    ·   De kennis over het Uur (de Dag der Opstanding) is verborgen, niemand heeft deze kennis behalve Allah, de Verhevene. Wie kennis hierover beweert te hebben, is een leugenaar. Kennis hierover is zelfs verborgen gehouden voor de beste onder de engelen; Djibriel en voor de beste onder de mensen; Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zij met hen).    

    ·   Het Uur kent een aantal tekenen. Hierover heeft Allah gezegd wat als volgt vertaald kan worden:  

    “Wachten zij (de ongelovigen) slechts op het Uur dat tot hen plotseling zal komen”   (Soerat Mohammed 47:18)

     De geleerden hebben de tekenen van het Uur in drie categorieën gedeeld:   

    1.       Tekenen die al geweest zijn. 

    2.       Tekenen die herhaald worden. 

                      3.      Tekenen die zich pas vlak voor de Dag der Opstanding zullen voordoen. Deze zijn de grote tekenen, zoals het neerdalen van cIsa ibnoe Maryam (vrede zij met hem), het verschijnen van Dadjaal, Ya‘djoedj en Ma‘djoedj (Gog en Magog) en het opkomen van de zon vanuit het westen.

    In de overlevering heeft de Profeet (vrede zij met hem) een aantal tekenen van het Uur genoemd, dat een slavin haar meesteres zal baren. Dat wil zeggen dat een vrouw een slavin zal worden, waarna zij een meisje zal baren die rijk zal worden totdat haar bezitting evenveel wordt als dat van haar moeder. Het snel verveelvoudigen van de bezittingen en dat dit onder mensen verspreid wordt. Dit wordt ook ondersteund door de daarna genoemde tekenen: “En dat je ziet dat blootsvoet lopende, naakte en behoeftige schaapherders wedijveren in het bouwen van hoge gebouwen.”   

    De goede wijze van het onderwijzen door de Profeet (vrede zij met hem), omdat hij de metgezellen vroeg of zij die vragensteller kenden of niet. Want hij wilde hem aan hen voorstellen. Dat heeft meer effect dan als de Profeet (vrede zij met hem) hem eerder aan hen voorgesteld heeft.

    En Allah is Degene die tot succes leidt.
 

[1] Moe‘allafati Qoeloeb  is de heer die gehoorzaamd wordt door zijn volk en van wie verlangd wordt dat hij zich bekeerd tot de Islam of wiens kwaadheid  gevreesd wordt. Door hem zakaah te geven, zal het er eventueel toe leiden dat zijn Imaan sterker wordt of dat zijn partner moslim wordt,

Top
Hadith  3

De zuilen van de Islam.

Aboe cAbd ar-Rahman cAbd Allah bnoe cOmar bnoe al-Khattaab overlevert: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: ,,De Islam is op vijf (zuilen) gebouwd: Het getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allah, het verrichten van de Salaah (gebed), het betalen van de zakaah (armenbelasting), het verrichten van de Hadj (bedevaart) naar het (Heilige) Huis (in Mekka) en de Sawm (vasten) in de (maand) Ramadan.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

In deze overlevering maakt de Profeet (vrede zij met hem) duidelijk dat de Islam te vergelijken is met een bouwwerk die een persoon bescherming biedt. De Profeet (vrede zij met hem) vertelt dat de Islam op vijf zuilen is gebouwd:

1.       Het getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed (vrede zij met hem) de Boodschapper is van Allah.

2.       Het verrichten van de Salaah (gebed).

3.       Het betalen van de zakaah (armenbelasting).

4.       Het verrichten van de Hadj (bedevaart) naar het Heilige Huis in Mekka.

5.       De Sawm (vasten) in de maand Ramadan.

In de bekende overlevering van Djibriel (vrede zij met hem) worden deze zaken nader uitgelegd.

Top
Hadith  4

Al-Qadar (De Voorbeschikking).

Aboe cAbd ar-Rahmaan cAbd Allah ibnoe Mascoed overlevert: “De Boodschapper van Allah -en hij is de Waarheidsgetrouwe, degene die geloofd wordt- heeft ons verteld: ,,Waarlijk, de schepping van eenieder van jullie vindt plaats in de buik van de moeder, dit gedurende veertig dagen in de vorm van een Noetfah (levenskiem). Vervolgens is het even lang een cAlaqah (klonter; voor een periode van veertig dagen). Vervolgens is het even lang een Moedghah (een gekauwde vleesklomp). Dan wordt er een engel naar hem gestuurd die hem de levensadem inblaast en die belast is met een opdracht ten aanzien van vier zaken; het opschrijven van:

-                     Zijn Rizq (levensonderhoud)

-                     Zijn levenstijd

-                     Zijn daden

-                     En of hij gelukkig of ongelukkig zal worden.

Bij Allah, buiten Wie er geen god is, één van jullie zal werkelijk (het soort) daden verrichten van de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en deze (een afstand van) een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is en hij zal (de soort) daden verrichten van de mensen van de Hel en daar zal hij vervolgens terechtkomen. En één van jullie zal (het soort) daden verrichten van de mensen van de hel, totdat er tussen hem en deze nog maar (een afstand van) een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is, en hij zal (de soort) daden verrichten van de mensen van het Paradijs en daar zal hij vervolgens terechtkomen.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

Deze overlevering is de vierde overlevering van an-Nawawi. Hierin wordt ons verteld hoe de schepping van de mens zich ontwikkelt in de buik van zijn moeder en hoe zijn levenstijd, levensonderhoud en dergelijke vastgelegd worden. cAbd Allah ibnoe Mascoed zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vertelde ons - en hij is de waarheidsgetrouwe, degene die geloofd wordt.” Waarheidsgetrouwe betreffende datgene wat hij verteld heeft en hij wordt geloofd in datgene wat aan hem werd geopenbaard. cAbd Allah ibnoe Mascoed heeft dit gezegd voordat hij de overlevering noemde, want wat de Profeet (vrede zij met hem) ons in deze overlevering vertelt, betreft kennis over het ongeziene. Kennis over het ongeziene kan men uitsluitend door middel van de Openbaring te weten komen.

Wat leert deze overlevering ons?

·   Er wordt ons verteld hoe de schepping van de mens in de buik van de moeder ontwikkelt. Wij onderscheiden een viertal ontwikkelingsfasen, namelijk:

1.      De ontwikkeling van de noetfah (levenskiem) gedurende veertig dagen.

2.      De ontwikkeling van de calaqah (klonter) gedurende veertig dagen.

3.      De ontwikkeling van de moedghah (vleesklomp) gedurende veertig dagen.

4.      De laatste ontwikkeling vindt plaats nadat de levensadem ingeblazen wordt.

       Een embryo ontwikkelt zich dus volgens de hierboven genoemde ontwikkelingsfase.

·   De eerste vier maanden kan er niet gezegd worden dat een embryo een levende mens is. Als het op basis daarvan geaborteerd wordt voordat de vier maanden compleet zijn, wordt het niet gewassen noch wordt het in een lijkgewaad (Kafan) gehuld en wordt het dodengebed ervoor verricht, omdat het nog geen mens is.

·   Na vier maanden wordt het embryo de levensadem ingeblazen. Vanaf dat moment is het embryo een levende mens. Als het daarna geaborteerd wordt, dan wordt het gewassen, wordt het gehuld in een kafan en wordt het dodengebed ervoor verricht, zoals dit ook het geval zou zijn als de negen maanden voltooid waren.

·   Er is een engel die gaat over datgene wat in de baarmoeders is. Dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Daarna wordt een engel naar hem gestuurd...”

·   De volgende zaken worden voor de mens voorbeschikt, terwijl hij in de buik van zijn moeder zit: zijn levensonderhoud, zijn daden, zijn levenstijd en of hij gelukkig of ongelukkig zal zijn. Een ander punt die deze overlevering ons leert, is de wijsheid en alwetendheid van Allah. Alles is bij Hem vastgesteld op een voorbestemd tijdstip dat niet vervroegd noch uitgesteld kan worden.

·   Men dient angst en vrees te hebben, want de Profeet (vrede zij met hem) vertelde ons het volgende: “En één van jullie zal (de soort) daden verrichten van de mensen van de hel, totdat er tussen hem en deze nog maar (een afstand van) een armslengte is en dan overkomt hem datgene wat voor hem beschikt is, en hij zal (de soort) daden verrichten van de mensen van het Paradijs en daar zal hij vervolgens terechtkomen.”

·   Men dient de hoop niet op te geven. Zo kan men zonden verrichten voor een lange periode, waarna Allah hem leiding schenkt en hij alsnog wordt geleid op zijn oude dag.

Maar wat als iemand vraagt: “Welke wijsheid schuilt er in het feit dat Allah degene bedriegt die de soort daden verricht van de mensen van het paradijs, totdat er tussen hem en het paradijs nog maar (een afstand) van een armslengte is en hem dan datgene overkomt dat voor hem beschikt is en hij de soort daden zal verrichten van de mensen van de Hel en daarin terecht zal komen?”

Het antwoord hierop is als volgt: “De wijsheid hierachter ligt hem in het feit dat het voor ons wellicht lijkt dat deze persoon (die de soort daden verricht van de mensen van het paradijs binnen zal treden) goede daden verricht, maar in werkelijkheid iemand is die slechte en verdorven intenties had. Uiteindelijk krijgen deze verdorven intenties de overhand en zal hij zijn leven eindigen in deze slechte toestand. Moge Allah ons daarvoor behoeden. Met “totdat er tussen hem en deze nog maar (een afstand van) een armslengte is...”, wordt niet bedoeld dat de mens dichterbij het Paradijs komt door zijn daden, maar dat zijn dat zijn einde nabij is.

Top
Hadith  5

Het verbod op religieuze innovaties (bidcah).

De Moeder der gelovigen, Oem cAbdullah cAa’ieshah overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Wie iets toevoegt aan deze zaak van ons wat niet hiertoe behoort, het zal verworpen worden.”   (al-Boechari en Moeslim)

En in een andere overlevering van Moeslim zegt cAa’ieshah: “Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak, het zal verworpen worden.

Uitleg

Deze overlevering is de maatstaf voor de uiterlijke daden. De overlevering van cOmar bin al-Khattaab waarin hij overlevert: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: ,,Voorwaar! De daden worden beoordeeld op (basis van) de intentie en ieder mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt. Dus als iemand emigreert omwille van Allah  en Zijn Boodschapper, dan is dat een (ware) emigratie omwille van Allah en Zijn Boodschapper. En als iemand emigreert omwille van een wereldse zaak of om een vrouw te trouwen, dan is zijn emigratie voor datgene waarvoor hij emigreert.” 

(al-Boechari en Moeslim)  dient als maatstaf voor de innerlijke daden. De intentie ziet op de daden van het hart. Terwijl de wijze waarop de handelingen worden verricht op de uiterlijke kant van de daden ziet.

Wat leert deze overlevering ons?

-   Met ‘onze zaak’ bedoeld cAa’ieshah de Islam. Wat niet tot de Islam toebehoort wordt verworpen, ongeacht de goede intentie die aan deze daad ten grondslag ligt. Dit betekent dat alle religieuze innovaties niet worden geaccepteerd door Allah ook al heeft men nog zo een goede intentie. 

-  
Iedere daad die niet aan de voorschriften van de Koran en de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) voldoet, wordt niet geaccepteerd door Allah. Zo wordt bijvoorbeeld een kooptransactie die niet aan de voorschriften voldoet, nietig verklaard. Ook het verrichten van optionele gebeden zonder reden op afgeraden tijden en het vasten op de cIed-dagen zijn nietig.

Top
Hadith  6

Al-Halaal is duidelijk en waarlijk, al-Haraam is duidelijk.

Aboe cAbd Allah an-Noecmaan ibnoe Bashir overlevert: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zeggen: ,,Waarlijk, al-Halaal (datgene wat Allah toegestaan heeft) is duidelijk en waarlijk, al-Haraam (datgene wat Allah verboden heeft) is (ook) duidelijk; daartussen bestaan twijfelachtige zaken die voor vele mensen niet duidelijk zijn. Degene die zich verre houdt van twijfelachtige zaken, heeft zich daarmee weten te zuiveren voor wat zijn religie en zijn eer betreft. Degene die echter in aanraking komt met twijfelachtige zaken, valt in al-Haraam,  net als de herder die zijn kudde in de buurt van andermans weide laat grazen, waardoor hij grote kans loopt dat ze daarin gaan grazen. Is het niet zo dat elke koning zijn eigen grens heeft en dat de grenzen van Allah Zijn verboden zaken zijn? En waarlijk, in het lichaam bevindt zich een Moedghah (vleesklonter), als deze goed is, dan is het hele lichaam goed en als deze verdorven is, dan is het hele lichaam verdorven en dit nu is het hart.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

De Profeet heeft zaken in drie categorieën gesplitst:

1   Duidelijke toegestane zaken, waar men geen twijfels over heeft. Al-Halaal zijn zaken die toegestaan zijn. Door het verrichten van al-Halaal behoort men niet tot de zondaars. Een voorbeeld van deze categorie is het toegestaan zijn (van het eten) van vee.

2   Duidelijke verboden zaken, waarover geen twijfel bestaat. Iemand zal tot de zondaars behoren als hij al-Haraam, zaken die verboden zijn, begaat. Een voorbeeld van deze categorie is het verbod op het drinken van bedwelmende drank. Beide categorieën zijn dus duidelijk.

3   Zaken waarover twijfels bestaat betreffende het Islamitische oordeel hierover; of deze zaken nu toegestaan zijn danwel verboden? Het oordeel over de twijfelachtige zaken vinden veel mensen niet duidelijk, terwijl anderen dit wel duidelijk vinden, daarom heeft de Profeet (vrede zij met hem) gezegd dat het van de voorzichtigheid is om twijfelachtige zaken te laten, zodat men hiermee niet in aanraking komt, hij zei:

“Degene die zich verre houdt van twijfelachtige zaken, heeft zich daarmee weten te zuiveren voor wat zijn religie en zijn eer betreft.”

-   Vervolgens stelt de Profeet (vrede zij met hem) iemand die twijfelachtige zaken begaat gelijk aan een herder die in de buurt van andermans weide graast. Met andere woorden in de buurt van een door iemand beschermd stuk grond, waar geen vee graast en dat groen is, omdat hier niet gegraasd wordt. Dit stuk grond is aantrekkelijker voor de kudde die dan ook langzaam richting dit grond zal afdwalen om daar te grazen:

“...Net als de herder die zijn kudde in de buurt van een andermans weide laat grazen waardoor hij grote kans loopt dat ze daarin gaan grazen. ”

Verder zegt de Profeet (vrede zij met hem): 

-   “Is het niet zo dat elke koning zijn eigen domein heeft en dat (de grenzen van) Allah’s domein de door Hem verboden zaken zijn.”

Elke koning heeft zijn eigen territorium en Allah’s territorium zijn Zijn verboden zaken. Vervolgens maakt de Profeet (vrede zij met hem) ons duidelijk dat er zich in het lichaam een ‘moedghah’ (vleesklonter) bevindt en als dit goed is, is het gehele lichaam goed. Dit op basis van zijn uitspraak:

“en dit nu is het hart.”

Dit wijst erop dat men rekening moet houden met zijn eigen begeerten, die ernaar toe leiden dat men in al-Haraam en twijfelachtige zaken valt.

-   De toegestane en de verboden zaken van de Islamitische wetgeving zijn duidelijk en de twijfelachtige zaken ervan worden herkend door slechts een gering aantal mensen.

-   Als men aan bepaalde zaken twijfelt, óf deze toegestaan zijn danwel verboden, in dat geval moet hij deze echter vermijden totdat het voor hem duidelijk wordt of deze zaken toegestaan zijn.

-   Als men in aanraking komt met twijfelachtige zaken, is de kans groter dat hij daarna in aanraking zal komen met zaken die heel duidelijk verboden zijn. Als hij constant twijfelachtige zaken blijft verrichten, dan zal zijn ziel hem stimuleren om de duidelijke verboden zaken te verrichten, waardoor hij uiteindelijk te gronde zal gaan.

-   Het is toegestaan om een gelijkenis te stellen om zo een abstracte zaak, door middel van het geven van een concreet voorbeeld, duidelijk te maken.

-   De verheven wijze van het geven van onderwijs door de Profeet (vrede zij met hem) aan zijn metgezellen door middel van het geven van duidelijke voorbeelden.

-   Het hart bepaalt of een persoon zuiver danwel onzuiver is. Op grond hiervan moet men altijd waken over zijn hart zodat hij standvastig zal zijn, zoals vereist.

-   Het verderven van het uiterlijk duidt op het verderven van het innerlijk, volgens de uitspraak van de  Profeet (vrede zij met hem):

“Als dat goed is, dan is het hele lichaam goed en als dat bedorven is, dan is het hele lichaam bedorven.”

Top
Hadith  7

Godsdienst is oprechtheid.

Aboe Roeqayyatah Tamiem ibnoe Aws ad-Daari overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Godsdienst is oprechtheid.” “Ten opzichte van wie?”, vroegen wij. Hij (vrede zij met hem) zei: “Ten opzichte van Allah, Zijn Boek, Zijn Boodschapper, de leiders van de moslims en hun moslimonderdanen.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

“Oprechtheid ten opzichte van Allah”

Dit houdt oprechtheid in ten opzichte van Zijn godsdienst, dit door Zijn geboden na te komen en Zijn verboden te laten. Tevens houdt dit in dat wij in Zijn berichtgevingen dienen te geloven, wij ons tot Hem keren, op Hem vertrouwen en de Islamitische rituelen en voorschriften in acht nemen.

“Oprechtheid ten opzichte van Zijn Boek”

Dit houdt in dat je moet geloven dat de Koran het Woord van Allah is. Het bevat ware berichtgevingen, rechtvaardige wetten en leerzame verhalen. Tevens houdt het in dat je voor al je zaken terugkeert naar de Koran om hierover te oordelen.

“Oprechtheid ten opzichte van Zijn Profeet”

Dit houdt in dat je in de Profeet (vrede zij met hem) moet geloven, dat Hij de Boodschapper is van Allah, die naar de bewoners van alle werelden is gezonden en je hem als voorbeeld moet nemen. Je dient te geloven in alles wat hij heeft verteld, moet nakomen wat hij ons heeft opgedragen en vermijdt datgene wat hij verboden heeft en verdedigt zijn godsdienst.

“Oprechtheid ten opzichte van de leiders van de moslims”

Dit houdt in dat je hen advies geeft, en de overige algemeen bekende rechten die hen toekomen. Je dient hen geen last te bezorgen en daarnaast moet je volharding tonen voor de last die zij jou wellicht bezorgen. Het houdt ook in dat je hen moet helpen en steunen in geval wanneer jouw hulp vereist is, zoals tijdens het bestrijden van de vijanden etc.

“Oprechtheid ten opzichte van hun moslimonderdanen”

Dit houdt in dat je jezelf oprecht bent tegenover hen door hen uit te nodigen naar Allah, tot het goede aanspoort, het verwerpelijke verbiedt, en hen het goede onderwijst en dergelijke. Op deze wijze is godsdienst oprechtheid geworden.De eerste die tot de moslimonderdanen behoort, is jezelf. Anders gezegd, men dient allereerst oprecht te zijn tegenover zichzelf.

Wat leert deze overlevering ons?

-     De godsdienst is beperkt tot oprechtheid, dit op basis van de volgende uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Godsdienst is oprechtheid.”

-     Oprechtheid kan onderverdeeld worden in vijf categorieën, namelijk oprechtheid ten opzichte van:

1.       Allah

2.       Zijn Boek

3.       Zijn Boodschapper (vrede zij met hem)

4.       De moslimleiders

5.       De moslimonderdanen

-     De nadruk die gelegd wordt op oprechtheid ten opzichte van de vijf genoemde categorieën, want als deze de godsdienst zijn, zal men ongetwijfeld zijn godsdienst in acht moeten nemen en daar aan vasthouden. Dit is de reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) oprechtheid in deze vijf categorieën verdeelden.

-     Het verbod op bedrog, want als godsdienst oprechtheid is, dan is bedrog het tegenovergestelde van oprechtheid en in strijd met de Islam. Tevens is er overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons.”

Top
Hadith  8

De onschendbaarheid van de moslim.

Ibn cOmar overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Ik kreeg de opdracht om de mensen te bestrijden totdat zij getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is, en het gebed verrichten en de Zakaah (armenbelasting) betalen. Als zij dat doen, zullen ze beschermd worden door mij voor wat betreft hun leven en hun bezittingen. Dit (behalve wanneer ze daden verrichten die strafbaar zijn) volgens de Islam. En hun berechting berust bij Allah, de Verhevene.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

“Ik kreeg de opdracht...”

Dit wil zeggen dat Allah hem de opdracht gaf. De Profeet (vrede zij met hem) noemt hier niet Degene van wie hij de opdracht heeft gekregen omdat het bekend is dat Allah, de Verhevene Degene is Die verbiedt en beveelt.

“..Om de mensen te bestrijden tot zij getuigen..”

Hier is de overlevering algemeen, maar dit wordt gespecificeerd door de volgende woorden van Allah (vrede zij met hem):

“Doodt hen die niet in Allah en het Hiernamaals geloven en die niet voor verboden houden wat Allah en Zijn Boodschapper verboden hebben verklaart; en zij die de Ware godsdienst (de Islam) niet als godsdienst nemen, van hen aan wie de Schrift is gegeven, totdat zij het Djizyah [1] betalen, met eigen handen, terwijl zij onderdanig zijn.”   (Soerat at-Tawbah 9:29)

Ook in de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) wordt bevestigd dat de mensen bestreden moeten worden totdat zij moslim worden of Djizyah betalen.

Wat leert deze overlevering ons?

-   De plicht om de mensen te bestrijden totdat zij zich tot de godsdienst van Allah bekeren of de Djizyah betalen, dit op basis van deze overlevering en de zojuist genoemde ayaah.

-   Wie de zakaah weigert te betalen, het is toegestaan om hem te bestijden. Zo heeft Aboe Bakr ook degenen bestreden die geen zakaah betaalden.

-   Als men de Islam uiterlijk belijdt, dan wordt het innerlijk aan Allah overgelaten. Vandaar dat de Profeet (vrede zij met hem) zei:

“Als zij dat doen, zullen zij door mij beschermd worden voor wat betreft hun leven en hun bezittingen. Dit (behalve wanneer ze daden verrichten die strafbaar zijn) volgens de Islam. En hun berechting berust bij Allah, de Verhevene.”

-   De bevestiging van het feit dat er berechting bestaat, met andere woorden men wordt op basis van zijn daden berecht. Als deze goed zijn, zal het met hem goed gaan, zijn deze slecht, dan zal het met hem ook slecht gaan. Allah, de Verhevene zegt:

“Wie iets goeds doet ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien. En wie iets kwaads doet ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien.”   (Soerat az-Zalzalah 99:7-8)

 

[1] Djizyah  Ook wel minderheidsbelasting: Een belasting die geheven wordt van de christenen en joden waardoor zij voor wat betreft hun leven, bezittingen en eer veilig onder de moslims kunnen leven. Dit bedrag wordt elk jaar van hen ontvangen. De hoogte hangt van eenieders omstandigheid af (of deze persoon rijk, arm of een modaal inkomen heeft).

Top
Hadith  9

Jezelf niet boven je vermogen belasten.

Aboe Hoerayrah cAbd ar-Rahmaan ibnoe Sakhr overlevert: “Ik heb de Profeet (vrede zij met hem) horen zeggen: ,,Datgene wat ik jullie verboden heb, vermijdt het. En datgene wat ik jullie heb opgedragen, komt het na, voorzover jullie daartoe in staat zijn. Degenen (die) vóór jullie (waren) zijn te gronde gegaan door hun vele vragen en meningsverschillen met hun profeten.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

‘Datgene’ in de zinsdelen ‘Datgene wat ik jullie verboden heb,’ en ‘Datgene wat ik jullie heb opgedragen’ duidt in het Arabisch op het onvoorwaardelijk accepteren van de bevelen van de Profeet (vrede zij met hem). De zaken die de Profeet (vrede zij met hem) verboden heeft dienen dus in hun geheel vermeden te worden en niets van deze verboden zaken mag men verrichten, en iets vermijden vergt minder inspanning dan het verrichten ervan, dit is een bekend feit onder de mensen.

Wat betreft datgene wat opgedragen wordt, heeft de Profeet (vrede zij met hem) gezegd: “En datgene wat ik jullie heb opgedragen, verricht het, voorzover jullie daartoe in staat zijn.” Datgene wat opgedragen is, is een te verrichten daad. Men kan het daarmee zwaar hebben. Daarom heeft de Profeet (vrede zij met hem) dit beperkt tot iemands capaciteit, dit op basis van zijn uitspraak: “Komt het dan na, zover jullie daartoe in staat zijn.”

Wat leert deze overlevering ons?

-   De verplichting om datgene wat de Profeet (vrede zij met hem) heeft verboden te vermijden, en om de verboden van Allah prioriteit te geven, dit in het geval er geen bewijs bestaat voor het feit dat het hier gaat om een afgeraden zaak.

-   Het is niet toegestaan om één van de verboden zaken te verrichten. Sterker nog men dient alle verboden zaken te vermijden, zolang hier geen sprake is van een noodgeval waardoor het toelaatbaar wordt om deze daad te verrichten.

-   De verplichting om datgene te doen wat de Profeet (vrede zij met hem) ons heeft opgedragen, dit in geval als er geen bewijs voor het feit dat het hier gaat om een aanbevolen zaak.

-   Men is niet verplicht datgene te verrichten wat buiten zijn vermogen is.

-   Het gemak van deze godsdienst. De Islam legt iemand alleen datgene op wat binnen zijn vermogen ligt.

-   Wie niet in staat is een deel van datgene wat hem is opgedragen te verrichten, voor hem is het voldoende om daarvan datgene te verrichten waartoe hij wel in staat is. Dus wie het gebed niet staand kan verrichten, mag dit zittend doen. Wie niet zittend kan bidden, mag op zijn zijde bidden. En wie in staat is de roekoec te verrichten, hoeft dit niet te doen en kan volstaan met het op en neer bewegen van zijn hoofd. Dit geldt ook voor alle andere daden van aanbidding. Men verricht deze zover hij daartoe in staat is.

-   Het is niet wenselijk om te veel vragen te stellen. Want te veel vragen stellen (vooral in de tijd van de openbaring) kan wellicht leiden tot het verbod op iets wat daarvoor niet verboden was of tot het opleggen van iets wat daarvoor niet verplicht was. Men moet zich tijdens het vragen beperken tot datgene wat hij nodig heeft en niet meer.

-   Te veel vragen stellen en het verschillen van mening met de profeten behoren tot de oorzaken waardoor men te gronde gaat, zoals degenen vóór ons die hierdoor te gronde zijn gegaan.

-   De waarschuwing tegen het te veel stellen van vragen en het hebben van meningsverschillen, omdat dit heeft geleid tot vernedering van de mensen vóór ons. Als wij dat ook zouden doen, zullen wij ook te gronde gaan zoals hen.

Top
Hadith 10

Het eten van datgene wat halaal is.

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Allah, de Verhevene is rein en accepteert alleen datgene wat rein is. En Allah heeft de gelovigen datgene opgedragen wat Hij de boodschappers heeft opgedragen. Hij, de Verhevene heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“O boodschappers, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) en verricht goede daden.”   (Soerat al-Moe’minoem 23:51)

En Allah, de Verhevene heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

 “O jullie die geloven, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) waarvan Wij jullie hebben voorzien.”   (Soerat al-Baqarah 2:172)

Daarna vertelde hij (vrede zij met hem) over een man, die een lange reis had gemaakt en met verwarde haren en onder het stof, zijn handen ter hemel strekte, en zei: “O Heer! O Heer!” Dit terwijl zijn eten haraam is, en zijn drinken haraam is en zijn kleding haraam is en hij van haraam wordt gevoed. Hoe kan hij dan ooit verhoord worden!”   (Moeslim)

Uitleg

“Allah, de Verhevene is rein en accepteert alleen datgene wat rein is.”

Hiermee wordt bedoeld dat Allah Zelf rein is. Hij is rein wat betreft Zijn Eigenschappen en Daden. Hij accepteert slechts datgene wat rein is en datgene wat op een reine (toegestane) manier verdiend is. Wat betreft datgene wat onrein is, zoals bedwelmende drank en wat op een onreine manier wordt verdiend, zoals de verdiensten uit woekerrente, Allah accepteert dit niet. Dit op basis van de volgende bewijzen:

“En Allah heeft de gelovigen datgene opgedragen wat Hij de boodschappers opgedragen heeft.”

Hij, de Verhevene heeft gezegd:

“O boodschappers, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) en verricht goede daden.”   (Soerat al-Moe’minoem 23:51)

De opdracht van Allah aan de profeten en de gelovigen is één, namelijk dat zij van de goede zaken moeten eten en de verwerpelijke zaken zijn voor hen daarentegen verboden, dit op basis van de Woorden van Allah waarmee Hij Zijn Boodschapper beschrijft:

“Hij beveelt hun het goede en hij verbiedt hun het verwerpelijke.”   (Soerat al-Acraaf 7:157)

Daarna vertelde de Profeet (vrede zij met hem) dat het verhoren van de smeekbede van deze man achterwege bleef omdat zijn voedsel verboden was, zelfs al voldeed hij aan de benodigde vereisten om verhoord te worden. Dit op basis van de volgende uitspraak:

“...Die een lange reis had gemaakt en met verwarde haren en onder het stof, zijn handen ter hemel strekte, en zei: “O Heer! O Heer!” Dit terwijl zijn eten haraam is, zijn drinken haraam is en zijn kleding Haraam is en hij van Haraam wordt gevoed. Hoe kan hij dan ooit verhoord worden!”

Deze man wordt gekenmerkt door een viertal zaken:

  1. Hij maakt een lange reis. De reis is een aanleiding tot het verhoren van de smeekbede van de smekende.

  1. Hij had verwarde haren en zat onder het stof en Allah, de Verhevene is met degenen wiens harten gebroken zijn omwille van Hem. Hij kijkt naar Zijn dienaren op de Dag van cArafah en zegt:

 “Zij kwamen tot Mij met verwarde haren en onder het stof.”

Dit behoort ook tot de redenen voor het verhoren van smeekbeden.

  1. Hij strekte zijn handen tot de hemel. Het strekken van de handen tot de hemel is ook één van de redenen voor het verhoren van de smeekbeden. Allah acht het beneden Zich wanneer Zijn dienaar zijn handen tot Hem heft, dat hij deze laat terugzakken zonder hem te verhoren.

  1. Zijn smeekbede tot Allah: “O Heer! O Heer!” Het aanroepen van Allah door middel van het erkennen van Zijn Heerschappij behoort tot de redenen voor het verhoren van de smeekbede. Ondanks al deze aanwezige zaken wordt zijn smeekbede niet verhoord, omdat zijn eten, drinken en kleding Haraam zijn. Dit is de reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) zei dat het onwaarschijnlijk was dat de smeekbede van deze man verhoord zou worden:

“Hoe zal hij ooit verhoord worden!”

Wat leert deze overlevering ons?

-    Allah, de Verhevene, Zelf is rein. Hij is rein wat betreft Zijn Eigenschappen en Daden.

-    Het stellen van Allah boven elke vorm van tekortkoming.

    -     De wetenschap dat er daden zijn die Allah wel accepteert en daden die Hij niet accepteert.

-    Allah, de Verhevene heeft Zijn boodschappers en de mensen naar wie zij zijn gestuurd bevolen om van de reine zaken te eten en dat zij Hem dankbaar moeten zijn.

-    Het dankbaar zijn van Allah behoort tot de goede daden, dit op basis van de volgende Woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):

    “O boodschappers, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) en verricht goede daden.”   (Soerat al-Moe’minoem 23:51)

            Hij heeft tegen de gelovigen gezegd:

    “Eet van de goedheden (wat betreft voedsel) waarvan Wij jullie hebben voorzien en weest Allah dankbaar.”   (Soerat al-Baqarah 2:172)

     Dit duidt er dus op dat het dankbaar zijn van Allah tot de goede daad behoort is.

-    Wil iemand dat zijn smeekbede verhoord wordt, dan moet hij weten dat het vermijden van haraam eten en drinken hiervoor een voorwaarde is, dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem):

“Hoe kan hij dan ooit verhoord worden!”

-    Tot de redenen die ertoe leiden dat een smeekbede verhoord wordt, behoren:

1.   Het feit dat men op reis is.

2.   Het opheffen van de handen tot de hemel.

3.   Het aanroepen van Allah door middel van het erkennen van Zijn Heerschappij behoort tot de redenen voor het verhoren van de smeekbede. Allah is immers de enige ware Heer, Hij is de Schepper en de Bestuurder (van het universum).

-    De boodschappers werden belast met het verrichten van daden van aanbidding, zoals de gelovigen.

 -    De verplichting om Allah dankbaar te zijn voor Zijn gunsten, dit op basis van de volgende uitspraak van Allah, de Verhevene:

“...En weest Allah dankbaar.”   (Soerat al-Baqarah 2:172)

    -  Het is niet alleen gewenst, maar zelfs verplicht dat iemand daden verricht die ertoe leiden dat zijn smeekbeden verhoord zullen worden. Tevens dient men daden te vermijden die een belemmering vormen voor het verhoord worden van deze smeekbeden.

Top
Hadith 11

Het laten van twijfelachtige zaken.

Aboe Mohammed al-Hassan bin cAli ibn Abi Talib de kleinzoon en de oogappel van de Profeet (vrede zij met hem) “Ik heb van de Boodschapper van Allah het volgende onthouden; verlaat datgene waar je over twijfelt voor datgene waar je niet over twijfelt.” (Tirmidhi)

Uitleg

Aboe Mohammed al-Hassan ibn cAli is de zoon van de dochter van de Profeet (vrede zij met hem) en is de beste van de twee kleinzonen van de Profeet (vrede zij met hem). De Profeet (vrede zij met hem) prees hem door te zeggen: “Waarlijk deze zoon van mij is een heer, en Allah zal het middels hem goed maken tussen twee groepen moslims.”

Allah U heeft hem het goed laten maken tussen twee ruziënde groepen moslims door de kalifaatschap over te laten aan Moecawiyyah bin Aboe Soefyaan. Dit bewijst zijn grootsheid.

Deze overlevering lijkt op de volgende overlevering van de Profeet (vrede zij met hem): “En ertussen zijn twijfelachtige zaken waarvan veel mensen niet op de hoogte zijn. Wie zich behoedt voor deze twijfelachtige zaken heeft zichzelf gevrijwaard wat betreft zijn geloof en eer.”

Datgene wat men aan het twijfelen brengt, of het nu gaat om wereldse zaken of zaken over het hiernamaals, kan beter vermeden worden opdat het geweten zuiver blijft.

                                                     Wat leert deze overlevering ons? 

-                     Men kan twijfelachtige zaken beter laten voor datgene waar hij zeker van is.

-                     Men is verplicht om zaken die het geweten onrustig maken te vermijden.

Top
Hadith 12

Het laten van datgene wat je niets aangaat.

Aboe Hoerayrah overlevert: “De Profeet (vrede zij met hem) zei: ,,Wat blijk geeft van iemands goede Islam, is dat hij datgene laat wat hem niet aangaat.”   (Tirmidhi)

Uitleg

Deze overlevering is één van de grondslagen van de Islamitische etiquette en een leidraad voor iedere moslim. De moslim wordt geacht zichzelf niet te vermoeien met datgene wat hem niet aangaat en dient zich alleen te concentreren op zijn eigen zaken.

Wat leert deze overlevering ons?

-       De mate waarin de regels van de Islam worden nageleefd, kan van persoon tot persoon verschillen. Het laten van datgene wat een persoon niet aangaat, is een  blijk van goede Islam.  

-       Het zich niet bezig houden met andermans zaken, stelt de mens in staat om de tijd beter te gebruiken voor bijvoorbeeld aanbidding aan Allah.

Top
Hadith 13

Het laten van datgene wat je niets aangaat.

Aboe Hamzah Anas bnoe Maalik, de bediende van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Niemand van jullie gelooft (waarlijk) totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

‘Niemand van jullie gelooft’ betekent hier dat niemand volmaakte geloof bezit, totdat hij voor zijn moslimbroeder wenst wat hij zichzelf toewenst qua religieuze en wereldse zaken.

Wat leert deze overlevering ons?

-   Imaan fluctueert, zo bestaat er Imaan die volmaakt is maar ook bestaat er een Imaan die onvolmaakt is. Het is dan ook de overtuiging van Ahloe-Soennah wal Djamaacah dat de imaan toeneemt en afneemt.

-   De moslims moeten elkaar het goede toewensen.

-   Een moslim mag een ander niet toewensen wat hij zichzelf niet toewenst. Als hij zich niet hieraan houdt, neemt zijn imaan af. De Profeet (vrede zij met hem) heeft zelfs verklaard dat deze persoon geen imaan bezit.

-   Het aanhalen en versterken van de relaties van de moslims onderling.

-   Het zich houden aan deze overlevering zorgt ervoor dat een moslim zijn broeder niet benadeelt in zijn bezit, eerbaarheid en familie. Hij zou het namelijk ook niet willen dat een ander dit hem zou aandoen.

-   De moslimgemeenschap moet als één geheel optreden waarbij zij elkaar ondersteunen.
Moslims dienen elkaar op een zachtmoedige wijze aan te spreken.

Top
Hadith 14

Het verbod op bloedvergieten.

Ibn Mascoed, moge Allah tevreden met hem zijn overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Het is niet toegestaan om het bloed van een moslim te vergieten, behalve in één van de volgende drie gevallen:

  1. De gehuwde die overspel pleegt.
  2. Een leven voor een leven (in geval van vergelding inzake doodslag of moord), en
  3. De afvallige die zijn geloof en de gemeenschap verlaat.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

In deze overlevering maakt de Profeet (vrede zij met hem) duidelijk dat het bloed van de moslims een ernstige zaak is, en dat het vergieten daarvan verboden is, behalve in de volgende drie gevallen:

“De gehuwde die overspel pleegt.”

-     Nadat Allah hem heeft gezegend met het huwelijk pleegt hij de zonde van overspel. Het is toegestaan om zijn bloed te vergieten, want de islamitische wetgeving schrijft voor dat de bestraffing (al-Hadd) steniging tot de dood is.

“Een leven voor een leven.”

-     Een leven voor een leven in geval van vergelding voor moord of doodslag, volgens de uitspraak van Allah:

“O jullie die geloven, de Qisaas (vergelding) betreffende doodslag is jullie verplicht.”   (Soerat al-Baqarah 2:178)

“De afvallige die zijn geloof en de gemeenschap verlaat.”

-     Hiermee wordt degene bedoeld die opstandig is tegen de leider. In dit geval is het toegestaan om hem te bestrijden totdat hij berouw heeft en zich terugkeert tot Allah. Er zijn een aantal zaken niet vernoemd in deze overlevering, betreffende het vergieten van het bloed van de moslim, maar deze worden in andere uitspraken van de Profeet genoemd en dienen als aanvulling op elkaar.

Wat leert deze overlevering ons?

     -     Het met respect behandelen van de moslim, zijn leven is immers onschendbaar, dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem):

“Het is niet toegestaan om het bloed van een moslim te vergieten, behalve in één van de volgende drie gevallen.”

-     Het is toegestaan om het bloed van de moslim te vergieten in de volgende gevallen:

“De gehuwde die overspel pleegt.”

  1. Deze is dus iemand die overspel pleegt nadat Allah hem heeft voorzien van een vrouw met wie hij toegestane gemeenschap heeft en waarna hij nog overspel pleegt, dan wordt hij gestenigd tot zijn dood.

“Een leven voor een leven.”

  1. Dit houdt in dat wanneer iemand wordt gedood en de voorwaarden van de Qisaas plaats hebben gevonden, dan vindt er vergelding plaats, dit op basis van de volgende uitspraken van Allah, de Verhevene (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, de Qisaas (vergelding) betreffende doodslag is jullie verplicht.”   (Soerat al-Baqarah 2:178)

“En Wij hebben daarin voor hen voorgeschreven; een leven voor een leven.”   (Soerat al-Maa’iedah 5:45)

“De afvallige die zijn geloof en de gemeenschap verlaat.”

  1. Het bloed van de afvallige mag vergoten worden, omdat zijn leven niet meer beschermd wordt.

-     De verplichting om degene die overspel pleegt te stenigen, dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “De gehuwde die overspel pleegt.”

-     Het is toegestaan om moord of doodslag te vergelden, maar men heeft een keuze. Iemand die recht heeft op Qisaas mag kiezen tussen het vergelden of het ‘gedeeltelijk’ vergeven door Diyyah (bloedgeld) te vragen of het vergeven zonder daar iets voor te vragen.

-     De verplichting om de afvallige te doden als hij geen berouw toont en terugkeert tot Allah.

Top
Hadith 15

De nobele gedragscode.

Aboe Hoerayrah verhaalt dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet het goede zeggen of zwijgen. En wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet zijn buurman op een goede wijze behandelen. En wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet zijn gast op een goede wijze behandelen.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

Deze overlevering leert ons de verplichte Islamitische etiquette:

Het op een goede wijze behandelen van de buurman, want de buurman heeft bepaalde rechten. De geleerden hebben gezegd: “Als de buurman een moslim én een familielid van je is, dan heeft hij drie rechten ten opzichte van jou, namelijk:

-                      Het recht van de nabuurschap

-                      Zijn recht als moslimzijnde

-                      Het recht met betrekking tot de verwantschap

Als de buurman daarentegen moslim is maar geen familielid, dan heeft hij twee rechten ten opzichte van jou. Als hij ongelovig én geen familielid is van jou, dan heeft hij slechts één recht, namelijk het recht van de nabuurschap.”

Wat betreft de gast, dit is degene die jou bezoekt in je eigen land en als reiziger bij jou langskomt. Het is dus een vreemde en een behoeftige persoon.

Wat betreft het spreken, dit behoort tot de gevaarlijkste zaken voor de mens. Vandaar dat men voorzichtig moet zijn met datgene wat hij zegt. Hij moet het goede zeggen of zwijgen.

Wat leert deze overlevering ons?

-      De verplichting om de buurman te respecteren. Dat houdt in dat je hem geen last moet bezorgen en hem goed moet behandelen. Wie zijn buurman last bezorgt, is geen gelovige, dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Bij Allah, hij gelooft niet! Bij Allah, die gelooft niet! Bij Allah, die gelooft niet! Zij (de metgezellen) vroegen: "Wie, O Boodschapper van Allah? Hij zei: "Wiens buurman niet veilig is voor zijn kwaad."

 

-      De verplichting om de gast op een goede wijze te behandelen, dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem):  “Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, moet zijn gast op een goede wijze behandelen.

Tot het goed behandelen van de gast hoort het goed ontvangen van hem. De verplichte tijdsduur voor het ontvangen van een gast is één dag en één nacht. Alles wat daarna komt gebeurt op basis van vrijwilligheid.

Het is niet gewenst dat de gast langer bij zijn gastheer blijft dan nodig is. Als hij meer dan drie dagen verblijft, dient hij toestemming te vragen van zijn gastheer, zodat hij hem niet overbelast.

 

-      De zorg van de Islam wat betreft de nabuurschap en de gastvrijheid. Dit duidt op de compleetheid van de Islam, die het nakomen van de rechten van Allah en de rechten van de mensen omvat.

 

-      Het is toegestaan om te zeggen dat Imaan (het geloof) niet aanwezig is wanneer deze incompleet is, dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft...”

 

-      De ontkenning van de Imaan kent twee categoriën:

1.     Volledige ontkennig (Nafyoen Moetlaq)

  Men wordt ongelovig en treedt daardoor buiten de Islam.

 

2.     Onvolledige ontkenning (Moetlaqoen Nafiy):

 

Men pleegt ongeloof wat betreft de verboden daad die wordt verricht. In dit geval behoudt men nog wel het fundament van de Imaan. Hier zijn Ahl-us Soennah wal Djamaacah het unaniem over eens. Men bezit zowel de eigenschappen van de Imaan als de eigenschappen van Koefr (ongeloof).

Top
Hadith 16

Het verbod op boos worden.

Aboe Hoerayrah overlevert dat een man tegen de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Geef mij raad!” Hij (vrede zij met hem) antwoordde: “Wordt niet boos.” En hij herhaalde meerdere malen, (zeggende): “Wordt niet boos.”   (al-Boechari)

Uitleg

Deze man vroeg de Profeet (vrede zij met hem) om hem raad te geven, waarop hij hem antwoordde: “Wordt niet boos.” De Profeet (vrede zij met hem) vermeed het om deze persoon te adviseren godsvrees (Taqwah) te hebben, datgene wat Allah deze gemeenschap en degenen die het Boek voor ons hebben gekregen heeft geadviseerd, want hij wist, en Allah weet het beter, dat deze persoon snel en vaak boos werd. Dit wil echter niet zeggen dat boos worden niet toegestaan is, aangezien dit tot de natuur van de mens hoort, maar wat hiermee bedoeld wordt is dat iemand zijn woede moet onderdrukken en niet hieraan moet toegeven. Woede is als een hete steenkool die de shaytan in de harten van de mens werpt en als gevolg hiervan zie je vaak dat iemand’s ogen rood worden en hij zijn controle verliest vanwege zijn boosheid en de gevolgen hiervan zijn vaak niet te overzien. Dit is dan ook de reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) dit advies aan deze persoon gaf. Dit advies geldt voor eenieder die net als deze man te leiden heeft onder dit probleem.

Wat leert deze overlevering ons?

-  De leraar dient altijd rekening te houden met de omstandigheden van elke leerling en hem toe te spreken op een wijze die bij zijn geval past.

-  Boos worden omwille van Allah is toegestaan. Zo werd de Profeet (vrede zij met hem) nooit boos, behalve als de rechten van Allah werden geschonden. Ook zegt Allah over Moesa wat als volgt te vertalen valt:

“En Moesa keerde woedend terug naar zijn volk.”   (Soerat Taa Haa 20:86)

Top
Hadith 17

Het op een beste wijze slachten.

Aboe Jaclah Shaddaad ibnoe Aws overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Waarlijk, Allah heeft wat betreft alles Ihsaan voorgeschreven. Als jullie doden, doodt dan op de beste wijze en als jullie slachten, slacht dan op de beste wijze en laat eenieder van jullie zijn mes (goed) slijpen en het te slachten dier gerust stellen.”   (Moeslim)

Uitleg

Al-Ihsaan (goed behandelen) is het tegenovergestelde van Isaa’ah (slecht behandelen).

Met het doden en het slachten op de beste wijze wordt bedoeld, het bereiken van het beoogde doel zonder daarbij onnodig te doen lijden.

Wat leert deze overlevering ons?

-          Allah heeft wat betreft alles Ihsaan voorgeschreven, zelfs bij het nemen van een leven.

-          De verplichting om op beste wijze te doden en te slachten.

-          Het controleren van de te gebruiken gereedschap voor het slachten, dit op basis van de volgende uitspraak: “En laat eenieder van jullie zijn mes (goed) slijpen.”

Het gerust stellen van de te slachten dier, dit houdt in het dier rustig op de grond geplaatst moet worden, de voet op het dier’s nek plaatst zonder en de ledematen niet vastbindt, dit zorgt ervoor dat het dier vrij kan bewegen en het bloed sneller wegstroomt.

Top
Hadith 18

Het vrezen van Allah.

Aboe Dharr Djoendoeb ibnoe Djoenaadah en Aboe cAbd ar-Rahman Moecaadh ibnoe Djabal overleveren dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Vrees Allah waar je ook bent en laat een goede daad een slechte daad opvolgen zodat deze haar (de slechte daad) uitwist en ga met de mensen om op een goede wijze.”   (at-Tirmidhi)

Uitleg

Het Arabische woord Taqwah hebben wij vertaald met ‘vrees’, maar de werkelijke betekenis is; het opwerpen van een bescherming tegen de bestraffing van Allah, dit gebeurt door het opvolgen van de bevelen van Allah en het vermijden van Zijn verboden. Allah dient overal gevreesd te worden. Je dient Hem dus zowel te vrezen op plaatsen waar anderen aanwezig zijn als wanneer je alleen bent. Allah ziet jou immers overal en altijd, vreest hem dan ook overal en altijd. En laat een goede daad een slechte daad opvolgen zodat deze haar (de slechte daad) uitwist. Een voorbeeld hiervan is het vragen van vergeving na het begaan van een zonde, berouw behoort namelijk ook tot de goede daden.

Wanneer de goede daad de slechte daad opvolgt, dan wist zij deze (de slechte daad) uit. Dit wordt nogmaals bevestigd met de volgende Woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):

“Waarlijk, de goede daden wissen de slechte daden uit.”   (Soerat Hoed 11:114)

Wat leert deze overlevering ons?

- De mate waarin de Profeet (vrede zij met hem) aandacht had voor het aansporen van zijn gemeenschap tot het goede, hieronder valt het vrezen van Allah, waar je je dan ook bevindt.

- Het feit dat wanneer een slechte daad wordt opgevolgd door een goede daad deze slechte daad volledig uitgewist wordt. Dit is slechts het geval wanneer deze goede daad Tauwbah (berouw) is, want tauwbah wist al het voorgaande uit. Heeft een persoon een goede daad verricht, anders dan tauwbah, dan wordt de goede daad afgewogen tegen de slechte daad, en als de goede daad meer weegt dan de slechte daad, dan zal de slechte daad verdwijnen. Allah zegt wat als volgt vertaald kan worden:

“En Wij zullen op de Dag der Opstanding weegschalen der rechtvaardigheid plaatsen, zodat geen ziel maar iets van onrecht wordt aangedaan. En zelfs al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje, Wij zullen ermee komen. En Wij volstaan als Berekenaars.”   (Soerat al-Anbiyaa’ 21:47)

“En ga met de mensen om op een goede wijze”

Dit wil zeggen dat de persoon op een goede manier met de mensen moet omgaan, zowel door hen goed te behandelen als hen op een goede wijze aan te spreken. Tenslotte behoeft iedere persoon een andere manier van omgang.

Top
Hadith 19

Waakt over de voorschriften van Allah.

Aboel-cAbbas cAbd Allah ibnoe cAbbas overlevert (moge Allah tevreden zijn met hen beiden): “Op een dag zat ik achterop bij de Profeet (vrede zij met hem) waarop hij tegen mij zei: ,,O jongeman, ik zal je een aantal woorden leren. Waak over (de voorschriften van) Allah en Hij zal over jou waken. Waak over (de voorschriften van) Allah en je zult Hem voor jou treffen. Als je vraagt, vraag dan aan Allah en als je hulp zoekt, zoek deze dan bij bij Allah. En weet dat als de (gehele) gemeenschap zich verzamelt om jou van enig voordeel te voorzien, zij daarin niet zullen slagen, behalve als Allah dit voor jou reeds heeft voorgeschreven. En als zij zich verzamelt om jou met iets te benadelen, zij zullen daarin niet slagen, behalve als Allah dit voor jou reeds heeft voorgeschreven. De pennen zijn reeds opgeheven en de Geschriften zijn reeds opgedroogd.”   (at-Tirmidhi)

In een andere overlevering van een ander dan at-Tirmidhi vindt men het volgende:

“Waak over (de voorschriften van) Allah en je zult Hem voor jou treffen. Zorg dat jij Allah kent in voorspoedige tijden, dan zal Hij jou kennen in tijden van tegenspoed. En weet dat datgene wat jou niet is overkomen, jou nooit had kunnen overkomen. En (weet dat) datgene wat jou is overkomen, nooit aan jou voorbij kon gaan. En weet dan waarlijk dat de overwinning met geduld samengaat en de verlichting met tegenslag en gemak met tegenspoed.”

Uitleg

De Profeet (vrede zij met hem) wilde de aandacht trekken van cAbd Allah ibnoe cAbbas door te zeggen: “O jongeman, ik zal je een aantal woorden leren.”

De betekenis van de volgende uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Waak over Allah en Hij zal over jou waken.”, betekent dat een persoon ervoor moet zorgen dat hij de grenzen van Allah niet te buiten gaat, dat hij de verplichte zaken nakomt en de verboden zaken verlaat. Hiertegenover staat dat Allah dan zal waken over zijn geloof, familie, bezit en ziel, dit omdat Allah zijn oprechte dienaren beloont op de beste wijze. Hieruit kunnen wij ook oopmaken dat degene die niet over de voorschriften van Allah waakt het niet verdient dat Allah over hem waakt.

De volgende uitspraak: “Waak over (de voorschriften van) Allah en je zult Hem voor jou treffen.”, duidt op het feit dat degene die zich aan het voorgaande houdt, Allah voor zich zal treffen, Die hem dan zal leiden tot al het goede, hem tot Zich zal doen naderen en hem zal leiden.

“Als je vraagt, vraag dan aan Allah.”, dit houdt in dat een persoon voor al datgene wat hij nodig heeft zich tot Allah dient te richten. Men dient niet een ander dan Allah te vragen. Zelfs als iemand een andere persoon om hulp vraagt, dan dient hij te weten dat deze persoon slechts een middel is en dat Allah Degene is Die deze hulp werkelijk verstrekt.

“En als je hulp zoekt, zoek deze dan bij bij Allah.”, dit houdt in dat alle nodige hulp die een persoon zoekt bij Allah te vinden is, dit omdat in Zijn Handen de Heerschappij van alles ligt en Hij zal jou helpen als Hij dit wilt. Als je oprecht bent in jouw vertrouwen op Allah, dan zal Hij jou zeker helpen.

“En weet dat als de (gehele) gemeenschap zich verzamelt om jou van enig voordeel te voorzien, zij daarin niet zullen slagen, behalve als Allah dit voor jou reeds heeft voorgeschreven.”, wil zeggen dat als de gehele gemeenschap, de eerste tot en met de laatste, bij elkaar zou komen om jou van enig voordeel te voorzien, dit alleen met de toestemming van Allah zal gebeuren. Hieruit kunnen wij concluderen dat iedere hulp die ons door iemand wordt geboden, in werkelijkheid van Allah afkomstig is.

“En als zij zich verzamelt om jou met iets te benadelen, zij zullen daarin niet slagen, behalve als Allah dit voor jou reeds heeft voorgeschreven.” Dit leert ons, dat al het slechte wat ons overkomt, Allah reeds voor ons heeft voorgeschreven. Aanvaardt dan ook de Voorbeschikking van Allah, de Verhevene. Het is echter toegestaan om je te weren tegen al het slechte en tegen hen die je schade wensen toe te brengen. Allah zegt wat als volgt vertaald kan worden:

“Tegenover een slechte daad staat een slechte daad als beloning.”   (Soerat ash-Shoerraa’ 26:40)

“De pennen zijn reeds opgeheven en de Geschriften zijn reeds opgedroogd.” Met andere woorden datgene wat Allah, de Verhevene heeft opgeschreven, staat vast en de Woorden van Allah zijn niet te veranderen.

“Zorg dat jij Allah kent in voorspoedige tijden, dan zal Hij jou kennen in tijden van tegenspoed.” Hiermee wordt bedoeld dat je Allah dient te gedenken in tijden van voorspoed, gezondheid, rijkdom, opdat Hij jou zal gedenken wanneer jouw gezondheid en rijkdom jou in de steek laten. Allah zal je gedenken aan de hand van jouw eerdere verrichtingen.

“En weet dat datgene wat jou niet is overkomen, jou nooit had kunnen overkomen. En (weet dat) datgene wat jou is overkomen, nooit aan jou voorbij kon gaan.” Oftewel datgene wat Allah voor jou heeft voorgeschreven ook jou ongetwijfeld zal treffen en datgene wat Allah niet voor jou heeft voorgeschreven, jou ook nooit zal overkomen, dit omdat alles in de Handen van Allah ligt. Hieruit kunnen wij opmaken dat eenieder volledig op Allah moet vertrouwen. 

“En weet dan waarlijk dat de overwinning met geduld.” Deze uitspraak moedigt de gelovigen aan geduldig te zijn, want deze komt samen met de overwinning. Men dient dan ook geduldig te zijn wil hij de overwinning behalen.

Wat leert deze overlevering ons?

-       De goede omgang van de Profeet (vrede zij met hem) met zijn metgezellen.

-       Het vestigen van de aandacht op zich alvorens iets belangrijks te zeggen. Dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “O jongeman, ik zal je een aantal woorden leren.”

-       Wie de rechten van Allah verwaarloost, Allah zal hem ook verwaarlozen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En weest niet als degenen die Allah vergaten, waarop (Allah) hen zichzelf deed vergeten. Zij zijn de verdorvenen.”   (Soerat al-Hashr 59:19)

-       Als de mens hulp nodig heeft, dan dient hij hulp te vragen aan Allah. Er is echter niets op tegen om een ander dan Allah datgene te vragen wat binnen zijn vermogen ligt. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “...En dat jij een man helpt zijn rijdier te bestijgen of om zijn bagage er bovenop te plaatsen is een liefdadigheid.”   (al-Boechari)

-       De hoop van een persoon moet gevestigd zijn op Allah en niet op één van zijn schepselen. Zij zijn niet in staat jou van enig voordeel of nadeel te voorzien.

-       Alles is reeds voorbeschikt en staat vast. De Profeet (vrede zij met hem) zei dat Allah alles betreffende de schepping heeft voorbeschikt vijftigduizend jaar voordat Hij de Hemelen en de aarde schiep.   (Moeslim)

-       De blijde tijding voor hen die door moeilijke tijden gaan, dat voorspoed in   aankomst is. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En waarlijk met de tegenspoed komt de voorspoed, waarlijk met de tegenspoed komt de voorspoed.”   (Soerat ash-Sharh 94:5-6)

Wanneer je dus door moeilijke tijden gaat, keer je dan tot Allah, de Verhevene en wacht dan op voorspoedig tijden, zoals Hij heeft beloofd.

Top
Hadith 20

Eerdere profeten riepen op tot schaamte.

Aboe Mascoed cOqbah ibnoe cAmr al-Ansaari al-Badriy overlevert: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: ,,Waarlijk, datgene wat de mensen zich onder andere herinnerden van de uitspraken van vroegere profeetschappen is; Als je geen schaamte kent, doe dan wat je wilt.”   (al-Boechari)

Uitleg

Deze overlevering betekent dat datgene wat over is gebleven van de uitspraken van de eerdere profeten die gestuurd zijn naar hun volkeren en wat tevens bevestigd wordt door onze Shariecah het volgende is; Als je geen schaamte kent, doe dan wat je wilt.”

Met andere woorden als je geen daden hebt verricht waarvoor je je moet schamen, doe dan wat je wilt. Dit is een van de betekenissen. De andere is dat als de mens zich niet schaamt, hij maar moet doen wat hij niet laten kan en zich niets moet aantrekken. Beide betekenissen zijn mogelijk.

Wat leert deze overlevering ons?

Schaamte behoort tot de zaken waarmee de voorgaande Goddelijke wetgevingen zijn gekomen. De mens behoort altijd eerlijk te zijn en wanneer een daad geen aanleiding vormt tot schaamte, dan dient hij deze gewoon te verrichten. Weliswaar dient hij rekening te houden met de mogelijke nadelen van zo een daad.

Top
Hadith 21

Allesomvattend advies.

Aboe cAmrah Soefyaan bin cAbdullah overlevert dat hij het volgende zei: “O Boodschapper van Allah! Doe mij een uitspraak over de Islam, waarna ik niemand daarover hoef te vragen.” Hij antwoordde: “Zeg: ,,Ik geloof in Allah en houdt je hieraan vervolgens vast.”   (Moeslim)

Uitleg

Aboe cAmrah Soefyaan bin cAbdullah vraagt de Profeet (vrede zij met hem) in deze overlevering om een duidelijke en allesomvattende uitspraak over de Islam, waarna het niet meer nodig is om een ander dan de Profeet (vrede zij met hem) hierover om uitleg te vragen. De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: “Zeg: ,,Ik geloof in Allah en houdt je vervolgens hieraan vast.” Met het geloven wordt hier gedoeld op de hartsovertuiging. Het vervolgens vasthouden aan dit geloof gebeurt door het verrichten van daden van aanbidding. 

De Profeet (vrede zij met hem) gaf Aboe cAmrah een aantal woorden die het gehele geloof omvatten. Het geloven in Allah betekent; het geloven in al datgene wat Allah over Zichzelf heeft medegedeeld, het geloven in de Dag der Opstanding, het geloven in Zijn Profeten, het geloven in hetgeen Hij heeft nedergezonden en het zich overgeven aan Zijn regels. 

De woorden van de Profeet (vrede zij met hem) houdt je hieraan vervolgens vast’ duiden op het feit dat overgave aan de regels van Allah slechts kan geschieden indien er sprake is van ware geloofsovertuiging. Als men dit advies van de Profeet (vrede zij met hem) volgt, zal hij ongetwijfeld zegevieren in dit leven en in het hiernamaals. 

 Wat leert deze overlevering ons?

Men kan vele leringen trekken uit deze overlevering. Een aantal hiervan zijn:

  • De Metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) waren gewoon de Profeet (vrede zij met hem)  te vragen over hetgeen hen baat in zowel dit leven als in het hiernamaals.

  • Het geloof alleen is niet voldoende. Er dient daarnaast vastgehouden te worden aan de regels van Allah.

  • Het geloof is gebaseerd op de overtuiging van het hart en de onderwerping van de ledematen aan de voorschriften van Allah.

Top
Hadith 22

Hoe kunnen wij het Paradijs binnentreden?

Aboe cAbd Allah Jaabir ibnoe cAbd Allah al-Ansaari overlevert dat een man de Profeet (vrede zij met hem) vroeg: “Denkt u, dat wanneer ik de voorgeschreven gebeden verricht, de (maand) Ramadan vast, mijzelf de Halaal (zaken) toesta en de Haraam (zaken) ontzeg en verder niets meer doe, ik dan het Paradijs binnentreed?” Hij zei: “Ja.”   (Moeslim)

An-Nawawie heeft gezegd: “En de betekenis van ‘De Haraam (zaken) ontzeg’ is het vermijden van de Haraam zaken. En ‘Me de Halaal (zaken) toesta’ betekent: ik verricht de halaal (zaken) overtuigd van het feit dat deze toegestaan zijn.

Uitleg

 

“Denkt u, dat wanneer ik de verplichte gebeden verricht”

Dit wil zeggen de vijf dagelijkse gebeden en het vrijdaggebed (al-Djoemoecah).

“..De (maand) Ramadan vast”

Ramadan is de maand tussen de Islamitische maand Shacbaan en Shawwaal.

In deze overlevering worden geen Zakaah (armenbelasting) en Hadj (het bedevaart) genoemd. Hieruit kunnen wij opmaken dat deze zijn inbegrepen in de volgende uitspraak van de man: “..De Haraam (zaken) verbied

Het niet geven van de Zakaah is immers haraam (een verboden zaak) en ook het niet verrichten van de Hadj is haraam.

Wat ook mogelijk is met betrekking tot de Hadj is dat deze uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem) waarschijnlijk werd gedaan voordat de Hadj als verplichting werd opgelegd. En wat betreft de Zakaah, de Profeet (vrede zij met hem) wist wellicht dat de man arm was en dus geen Zakaah hoefde te betalen. De Profeet (vrede zij met hem) paste zijn uitspraak aan aan de situatie waarin de man verkeerde.

Wat leert deze overlevering ons?

     -   De gedrevenheid van de metgezellen in het stellen van vragen aan de Profeet (vrede zij met hem)

-   Het doel van dit leven is het betreden van de Paradijs.

-   Het belang van de verplichte gebeden, die aanleiding zijn voor het betreden van de Paradijs, evenals het belang van de overige zaken die genoemd zijn in de overlevering.

-   Het belang van het vasten.

-   De verplichting van het halaal verklaren van de toegestane zaken en het haraam verklaren van de verboden zaken. Met andere woorden: men moet de toegestane zaken verrichten terwijl hij ervan overtuigd is dat deze toegestaan zijn. En men moet de verboden zaken vermijden omdat men ervan overtuigd is dat deze verboden zijn. Wat betreft de toegestane zaken, is men er vrij in deze al dan wel of niet te verrichten. En wat betreft de verboden zaken, is men verplicht deze te vermijden, dit moet gepaard gaan met overtuiging.

    -  An-Nawawie heeft gezegd: "En de betekenis van ‘De Haraam (zaken) ontzeg’ is het vermijden van de verboden zaken.” Wat hier echter wel toegevoegd moet worden is: “Ik heb de haraam (zaken) vermeden, vanwege de overtuiging dat deze verboden zijn, en Allah weet het beter.”

Top
Hadith 23

De meerdere wegen die leiden tot het goede.

Abi Maalik al-Haarith ibni cAasim al-Ashcarie overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Reinheid is de helft van de Imaan (het geloof). (Het zeggen van) Alhamdoelillah (Geprezen zij Allah) maakt de weegschaal vol, en (het zeggen van) Soebhaan Allah wal Hamdoelillah (Verheven zij Allah en Geprezen zij Allah) vullen de ruimte tussen de hemel en aarde. Het gebed is licht, liefdadigheid is een bewijs. Geduld is een lichtgloed en de Koran is een getuige vóór jou of tegen jou. Iedereen vertrekt (’s ochtends voor het verrichten van werkzaamheden), enkelen verkopen zichzelf, anderen bevrijden zichzelf en anderen richten zichzelf te gronde."   (Moeslim)

Uitleg

“Reinheid is de helft van de Imaan”

Dit omdat het geloof is: laten en aannemen. Wat betreft het laten: het is het verlaten van  Shirk (veelgodenaanbidding). En deelgenoten toekennen aan Allah is een onreine daad, zoals Allah, de Verhevene, duidelijk maakt in Zijn Boek (interpretatie van de betekenis):

“De veelgodenaanbidders zijn onrein. Laat hen daarom de Masdjid al-Haraam  (de Gewijde Moskee in Mekka) niet naderen na dit jaar van hen.”   (Soerat at-Tauwbah 9:28)

Om deze reden is de reinheid de helft van de Imaan. Er wordt ook gezegd dat het zich reinigen voor het gebed (het verrichten van de Woedoe’: kleine wassing) de helft van de Imaan is, omdat het gebed een onderdeel is van de Imaan. Het gebed is niet geldig zonder woedoe’. Echter de eerste interpretatie is beter en allesomvattender.

(Het zeggen van) Alhamdoelillah maakt de weegschaal vol”

Het omschrijven van Allah met prijzenswaardige zaken en met Zijn volmaakte Eigenschappen en Daden maakt de weegschaal van de daden vol. Bij Allah, de Verhevene, zijn de daden van zeer groot belang, daarom heeft de Profeet (vrede zij met hem) het volgende gezegd: “Twee woorden die geliefd zijn bij De Barmhartige, die licht zijn op de tong, maar zwaar wegen op de weegschaal: Soebhaan Allahi wa Bihamdihi Soebhaan Allah al-cAdhiem (Glorieus zij Allah en alle lof zij Hem. Glorieus zij Allah, de Verhevene).”

“En (het zeggen van) Soebhaan Allah wal Hamdoelillah (Verheven zij Allah en

Geprezen zij Allah) vullen de ruimte tussen de hemel en aarde.”

Dit wil zeggen: Soebhaan Allah samen met Alhamdoelillah vullen de ruimte tussen de hemel en aarde. Dit is vanwege de grootsheid van deze woorden, omdat die de ontkenning van elke vorm van tekortkoming aan Allah omvatten. Ook bevatten zij de bevestiging van Zijn Volmaaktheid. Met Tasbieh (het zeggen van Soebhaan Allah) verheft men Allah boven elke vorm van tekortkoming en met al-Hamd (het zeggen van Alhamdoelillah) beschrijft men Allah met elke vorm van volmaaktheid. Dit is de reden dat deze twee woorden de ruimte tussen de hemel en aarde vullen.

“Het gebed is licht”

Dit betekent dat het gebed een licht is in het hart, en als het hart licht geeft, zal het gezicht ook licht uitstralen. Het is tevens ook een licht op de Dag des Oordeels. Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

(Gedenkt) de Dag waarop jij de gelovige mannen en de gelovige vrouwen ziet. Hun licht straalt voor hen en rechts van hen.”   (Soerat al-Hadied 57:12)

Het gebed is bovendien een licht voor wat betreft de Leiding en kennis.

“Liefdadigheid is een bewijs”

Met andere woorden: dit toont de oprechtheid aan van degenen die de liefdadigheid geven, omdat zij graag dichter bij Allah willen komen. Het bezit is iets wat erg geliefd is onder de mensen. Men geeft echter datgene waar hij van houdt uit aan Degene Die nog meer geliefd is bij hem. Het is zo dat iedereen datgene uitgeeft waar hij van houdt, hopende op het verkrijgen van een beloning. Dit is een aanduiding van iemands oprechte Imaan en hoge mate van al-Yaqien (zekerheid in het geloof).

“Geduld is een lichtgloed.”

Geduld is onder te verdelen in drie categorieën:

-       Het hebben van volharding in het gehoorzamen van Allah, de Verhevene.

-       Het hebben van geduld om het begaan van zonden te vermijden.

-       Het hebben van geduld wanneer men getroffen wordt door de Voorbeschikking van Allah.

Lichtgloed betekent licht met hitte, zoals Allah, de Verhevene, heeft gezegd (interpretatie):

“Hij is Degene Die de zon heeft gemaakt tot een lichtgloedl en de maan tot een licht.”   (Soerat Yoenoes 10:5)

De zon bevat licht en hitte en het geduld eveneens, want het bezorgt veel vermoeienis voor een persoon. Men heeft het dan net zo zwaar bij het tonen van geduld, als met de hitte en de felle stralen van de zon.

“En de Koran is een getuige vóór jou of tegen jou”

Dit wil zeggen: de Koran is een getuige vóór jou bij Allah, de Verhevene. Wanneer je ernaar handelt, is Het een getuige vóór jou. Wendt jij je er daarentegen van af, dan is het een getuige tegen jou.

Vervolgens maakt de Profeet duidelijk dat iedereen met zijn dag begint, met andere woorden: men gaat 's morgens naar het werk

Enkelen verkopen zichzelf, anderen bevrijden zichzelf

en anderen richten zichzelf te gronde"

Als men daden van gehoorzaamheid aan Allah verricht en standvastig is in Zijn religie, dan zal hij zichzelf daarbij bevrijden. Men wordt bevrijd van de slavernij van de shaytaan en zijn begeerten. Doet men het tegenovergestelde, dan zal men zichzelf te gronde richten.

Wat leert deze overlevering ons?

-          Het aanmoedigen tot reinheid en het aantonen van de positie ervan in de Islam en dat dit de helft is van de Imaan.

-          Het aanmoedigen tot het prijzen en verheffen van Allah (zeggen van Alhamdoelillah en
           Soebhaan Allah). Dit vult de weegschaal, en samen vullen zij de ruimte tussen de hemel en aarde.

-          Het aansporen tot het verrichten van het gebed. Het gebed is een licht en het maakt de deuren open voor kennis en begrip.

-          Het aansporen tot het geven van liefdadigheid. Dit dient als indicatie van oprechte Imaan van degene die liefdadigheid uitgeeft.

-          Het aansporen tot geduld, wat een lichtgloed is. Men doorstaat, door geduld op te brengen,
           behoorlijke ontberingen, wat ook het geval is bij hitte.

-          De Koran is een getuige voor óf tegen iemand. En er is geen tussenweg. Het is erop of eronder.  Wij vragen Allah om de Koran tot een getuige vóór ons te maken en het ons van nut te laten zijn.

-        Men dient altijd bezig te zijn met het verrichten van werkzaamheden. Dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): Iedereen vertrekt (’s ochtends voor het verrichten van werkzaamheden).”

Er is tevens overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De best bijpassende namen (voor een persoon) zijn Haarith (ploeger) en Hammaam (iemand die ambitieus is).”

Ieder mens is immers bij wijze van spreken een ploeger (werker) en ambitieus.

-          De werker zal zichzelf óf bevrijden of zichzelf te gronde richten. Verricht men daden van
           gehoorzaamheid aan Allah en vermijdt men het om tegen Hem te zondigen, dan heeft men zichzelf
           weten te bevrijden van zijn begeerten en de shaytaan. Anders zal men zichzelf te gronde richten.

-          Er is sprake van ware vrijheid wanneer men de daden van gehoorzaamheid aan Allah verricht, en
           niet wanneer men aan zijn lot wordt overgelaten om al datgene te doen waar men zin in heeft.
           Hierover zegt Ibn al-Qayyim in zijn gedichtenbundel an-Noeniyyah:

Zij zijn gevlucht voor het dienen (van Allah), waarvoor zij werkelijk zijn geschapen en werden daarop beproefd met het dienen van de Nafs en de shaytaan.

Iedereen die vlucht voor de aanbidding van Allah, zal terechtkomen in de slavernij van de shaytaan en zal hem vervolgens aanbidden. 

Top
Hadith 24

Het verbod op het plegen van onrecht.

ِAboe Dharr al-Ghifaari overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) over zijn Heer, de Verhevene, verhaalt dat Hij heeft gezegd: "O Mijn dienaren, Ik heb voor Mijzelf onrecht verboden en heb dat onder jullie ook verboden gemaakt. Doe elkaar dan ook geen onrecht aan. O Mijn dienaren, jullie zijn allen dwalenden, behalve degene die Ik geleid heb; vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden. O Mijn dienaren, jullie lijden allen honger, behalve degene die Ik gevoed heb; vraagt Mij daarom om gevoed te worden en Ik zal jullie voeden. O Mijn dienaren, jullie zijn allen naakt, behalve degene die Ik gekleed heb; vraagt Mij daarom om gekleed te worden en Ik zal jullie kleden. O Mijn dienaren, waarlijk, jullie begaan dag en nacht zonden en Ik vergeef alle zonden; vraagt Mij daarom om vergiffenis en Ik zal jullie vergeven. O Mijn dienaren, jullie zijn niet in staat om Mij enig nadeel toe te brengen en jullie kunnen Mij dus geen nadeel berokkenen. En jullie zijn niet in staat Mij van nut te zijn en jullie kunnen dus ook niet nuttig voor Mij zijn. O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij toevoegen. O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven man onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij verminderen. O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns, allemaal op één vlakte staan en Mij vragen, en Ik zou iedereen al wat hij verlangde geven, dan zou dat niet meer verminderen van wat Ik heb (aan bezit), dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt. O Mijn dienaren, het zijn uitsluitend jullie daden (waarop jullie afgerekend zullen worden) die Ik voor jullie optel en daarnaar zullen jullie beloond worden. Wie het goede treft (in het Hiernamaals), moet Allah prijzen (Alhamdoelillah zeggen). En wie iets anders dan dat treft, mag niemand anders verwijten, behalve zichzelf.”      (Moeslim)

Uitleg

Deze overlevering wordt een Hadith Qoedsiy genoemd, want in zo’n overlevering verhaalt de Profeet (vrede zij met hem) op autoriteit van Allah. Hij heeft gezegd:

“O, Mijn dienaren! Ik heb voor Mijzelf onrecht verboden.”

In deze overlevering maakt Allah, de Verhevene, duidelijk dat Hij voor Zichzelf onrecht heeft verboden. Hij doet niemand onrecht aan door hem of haar extra zonden toe te schrijven of door beloningen in mindering te brengen. Zoals Hij, de Verhevene, heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“En wie goede daden verricht terwijl hij gelovig is, hoeft niet bang te zijn voor onrecht en niet (voor) verlies.”   (Soerat Taa Haa 20:112)

“En heb dat onder jullie ook verboden gemaakt.”

Het is verboden elkaar onrecht aan te doen, daarom zei Hij: “Doe elkaar dan ook geen onrecht aan.”

“O, Mijn dienaren! Jullie zijn allen dwalenden, behalve degene die Ik geleid heb; vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden.”

De dienaren dwalen allemaal wat betreft hun kennis en daden, behalve degene die Allah geleid heeft. Als dat het geval is, dan dient men leiding te vragen van Allah. Hij heeft gezegd: “Vraagt Mij daarom om geleid en Ik zal jullie leiden.” De leiding hier omvat de leiding tot kennis en de leiding tot welslagen.

“O, Mijn dienaren jullie lijden allen honger, behalve degene die Ik gevoed heb; vraagt Mij daarom om gevoed te worden en Ik zal jullie voeden.”

Hier geldt weer dezelfde uitleg als hiervoor. Allah vraagt van Zijn dienaren dat zij Hem vragen om voedsel en Hij zal hen voeden. Degene Die het weidegras doet groeien en de uiers rijkelijk doet vloeien is Allah, de Verhevene, zoals Hij heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“Hoe denken jullie dan over wat jullie zaaien? Zijn jullie het die het doen groeien of zijn Wij Het Die doen groeien?”   (Soerat al-Waaqicah 56:63-65)

En ook de bezittingen waarmee men zaait zijn immers van Allah, de Verhevene.

“O, Mijn dienaren! Jullie zijn allen naakt.”

Met andere woorden: ieders intieme lichaamsdelen worden ontbloot, behalve degene die Allah kleedt en het hem mogelijk en makkelijk maakt om aan kleding te komen. Daarom heeft hij gezegd: “Behalve degene die Ik gekleed heb; vraagt Mij daarom om gekleed te worden en Ik zal jullie kleden”

De kleding van de zonen van Adam (de mensen) is iets dat Allah uit de aarde heeft voortgebracht. En als Hij, de Verhevene, wil, kan Hij dat onmogelijk maken.

O Mijn dienaren, waarlijk, jullie begaan dag en nacht zonden.”

Deze uitspraak komt overeen met de volgende uitspraak van de Profeet: “Iedere zoon van Adam (mens) begaat zonden. De beste zondeplegers zijn zij die berouw tonen.”   (al-Boechari)

De mensen begaan dag en nacht zonden -en dat is in strijd met het bevel van Allah en Zijn Profeet (vrede zij met hem)- door een verboden zaak te verrichten of door een gebod na te laten. Echter deze zonden hebben, Allah zij dank, wel een geneesmiddel. En dat is: “Vraagt Mij daarom om vergiffenis en Ik zal jullie vergeven.”

Vergiffenis ofwel al-Maghfirah: dit betekent het bedekken en overzien van de zonde.

“O, Mijn dienaren! Jullie zijn niet in staat om Mij nadeel toe te brengen en jullie kunnen Mij dus geen nadeel berokkenen. En jullie zijn niet is staat Mij van nut te zijn en jullie kunnen dus ook niet nuttig voor Mij zijn.”

Allah heeft niemand nodig. Zelfs al zouden alle bewoners van de aarde ongelovig worden. Zij zullen daardoor Allah geen nadeel berokkenen. En zelfs al worden alle bewoners van de aarde gelovig, zij zullen dan helemaal niet nuttig zijn voor Allah. Allah heeft niemand van de schepselen nodig.

“O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij toevoegen.”

Het feit dat iemand Allah gehoorzaamt, daar heeft alleen hij zelf baat bij. Allah Zelf heeft daar geen voordeel van, want Hij heeft daar geen behoefte aan. Dus al zouden de mensen allemaal zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon, dan zou dat niets aan Allah’s Heerschappij toevoegen.

“O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven man onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij verminderen.”

Dit omdat Allah geen behoefte heeft aan ons. Al zouden dus alle mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven persoon, dan zou dat niets aan Allah’s Heerschappij verminderen.

O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns, allemaal op één vlakte staan en Mij vragen, en Ik zou iedereen al wat hij verlangde geven, dan zou dat niet meer verminderen van wat Ik heb (aan bezit), dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt.

Dit vanwege Zijn complete generositeit en omvangrijke Bezit. Al zou Hij dan iedereen geven wat hij wil, dan zal er niets verminderd worden aan Zijn Bezit.

En wat betreft de uitspraak van Allah: “Dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt,” deze benadrukt het feit dat het onmogelijk is dat er maar iets aan Zijn Bezit wordt verminderd. Het is in algemeen bekend dat een naald niets van de hoeveelheid zeewater vermindert, wanneer deze in de zee wordt gedoopt en vervolgens eruit wordt gehaald. Het vochtig worden van een naald is in feite niets.

“Het zijn slechts jullie daden (waarop jullie worden afgerekend) die Ik voor jullie optel.”

Met andere woorden: Allah houdt de daden bij en die worden voor de mens opgeschreven.

“En daarnaar zullen jullie beloond worden. Wie het goede treft (in het Hiernamaals), moet Allah prijzen (Alhamdoelillah zeggen). En wie iets anders dan dat treft, mag niemand anders verwijten, behalve zichzelf.”

Ondanks dit vertienvoudigt Allah, de Verhevene, de beloning van de Hasanah (goede daad) en Hij vermenigvuldigt die tot zevenhonderd en zelfs tot meerdere keren. Daarentegen vergeldt Allah de Sayyi’ah (slechte daad) slechts met haar gelijke, of vergeeft Hij haar, mits men niet als Moeshrik (polytheïst) overlijdt. En Allah weet het beter.

Deze overlevering van de metgezel ِAboe Dharr al-Ghifaari is heel belangrijk. Hierin verhaalt de Profeet (vrede zij met hem) op autoriteit van Zijn Heer, Die zegt: “Ik heb voor Mijzelf onrecht verboden.” Deze overlevering is tevens door Sheich al-Islaam Ibn Taymiyyah uitgelegd in een zeer leerzame verhandeling, en ook door Ibn Rajab in zijn uitleg op al-Ahaadith al-Arbacien an-Nawawi (de veertig Ahaadith van Nawawi).

Wat leert deze overlevering ons?

-      De overlevering waarin de Profeet (vrede zij met hem) overlevert op autoriteit van zijn Heer wordt ook wel een Hadith Qoedsiy genoemd.

-      Allah heeft onrecht voor Zichzelf verboden, vanwege Zijn complete rechtvaardigheid, terwijl Hij wel degelijk in staat is om onrecht te doen, de weldoener zijn beloningen te verminderen of voor de zondaar meer slechte daden bij te tellen dan hij werkelijk heeft verricht. Hij, de Verhevene, doet dat echter absoluut niet. Vanwege Zijn complete rechtvaardigheid verbood Hij dat voor Zichzelf.

-      Onrecht onder ons is ook verboden. De Profeet (vrede zij met hem) heeft duidelijk gemaakt dat dit ziet op het leven, de rijkdom en de eer, daarom heeft hij (vrede zij met hem) tijdens cIed al-Adha (het offerfeest) in Minah gezegd: “Waarlijk, jullie bloed, rijkdom en eer is voor jullie heilig, zo heilig als deze dag van jullie, in deze maand van jullie en in dit land van jullie.”   (al-Boechari en Moeslim)

-      In principe is de mens dwalend en onwetend, dit op basis van de uitspraak van Allah (interpretatie van de betekenis):

“En Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten.”   (Soerat an-Nahl: 78)

En de volgende uitspraak van Allah in deze overlevering wijst erop dat de mens oorspronkelijk misleid en onwetend is: “O Mijn dienaren, jullie zijn allen dwalenden, behalve degene die Ik geleid heb; vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden.”   

-      De verplichting om leiding te vragen van Allah, dit op basis van de uitspraak van Allah: “Vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden.”

-      De mens en alle dienaren lijden honger en hebben behoefte aan voedsel, behalve degene die Allah gevoed heeft. Tevens komt uit dit leerpunt naar voren dat de mens zijn Heer moet vragen en dat men moet volstaan met het vragen van Allah, waardoor het overbodig wordt om de mensen te vragen. Hij zegt: “Vraagt Mij daarom om gevoed te worden en Ik zal jullie voeden.”

-     De mensen zijn naakt, behalve degene die Allah gekleed heeft en voor wie Hij het mogelijk en gemakkelijk heeft gemaakt om aan kleding te komen, daarom heeft Hij gezegd: “Vraagt Mij daarom om gekleed te worden en Ik zal jullie kleden.” Allah heeft de naaktheid genoemd na het noemen van voedsel, omdat voedsel een kleed is voor het innerlijk, en kleding een kleed is voor het uiterlijk.

-     De zonen van Adam (de mensen) plegen allen dag en nacht veelvoudig zonden, maar daartegenover staat de Vergiffenis van Allah, de Verhevene. Allah vergeeft alle zonden, zoals Hij heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: ,,O Mijn dienaren die buitensporig tegenover zichzelf zijn, wanhoopt niet aan de Genade van Allah. Waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is de Vergevingsgezinde, de Meest Barmhartige.”   (Soerat az-Zoemar: 53)

Hieruit vloeit voort dat de mens de waarde van zichzelf moet kennen. Zodra men een zonde begaat, moet men direct vergiffenis vragen aan Allah.

Hoe veel de zonden ook mogen zijn, Allah vergeeft ze allemaal, indien men Allah om vergiffenis vraagt. Dit op basis van de volgende uitspraak van Allah: “En Ik vergeef alle zonden; vraagt Mij daarom om vergiffenis en Ik zal jullie vergeven.”

En Zijn uitspraak: “O Mijn dienaren, jullie zijn niet in staat om Mij enig nadeel toe te brengen en jullie kunnen Mij dus geen nadeel berokkenen. En jullie zijn niet in staat Mij van nut te zijn en jullie kunnen dus ook niet nuttig voor Mij zijn. Dit omdat Allah onafhankelijk is van al Zijn schepselen van Hem. Eén van Zijn namen is al-cAziez (de Dierbare), die zo Verheven is dat geen enkele vorm van nadeel Hem toekomt. Tevens is Hij  al-Ghaniyy (de Rijke), al-Hamied (de Prijzenswaardige) en daarom hoeft Hij naar niets of niemand te verlangen om Hem te baten. Niemand is in staat om Hem nadeel toe te brengen, dit vanwege Zijn complete onafhankelijkheid.

-      “O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij toevoegen.” Dit vanwege Zijn complete onafhankelijkheid en daarom heeft de gehoorzaamheid van Zijn dienaren geen nut voor Hem en daarentegen kan de zonde van de zondaar Hem geen kwaad berokkenen. De bedoeling achter deze bovengenoemde zin is het aansporen tot het gehoorzamen van Allah en het uit de buurt blijven van het zondigen tegenover Hem.

-      “O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven man onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij verminderen.” Dit vanwege Zijn complete onafhankelijkheid en omvangrijke Bezit. Uit deze zin leren wij dat Allah, de Verhevene, allesomvattend is qua onafhankelijkheid en generositeit.

-      En de volgende uitspraak van Allah: “O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns, allemaal op één vlakte staan en Mij vragen, en Ik zou iedereen al wat hij verlangde geven, dan zou dat niet meer verminderen van wat Ik heb (aan bezit), dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt.” Eerder hebben wij duidelijk gemaakt dat de bedoeling hierachter is: het benadrukken van het feit dat dit niets aan Allah’s Bezit vermindert.

-      En Zijn volgende uitspraak: “Het zijn uitsluitend jullie daden…” Hieruit leren wij dat men elkaar moet aansporen tot het verrichten van goede daden, zodat men het goede zal treffen op de Dag des Oordeels.

-      Allah doet de mensen in niets onrecht.

    -       De zondaar zal zichzelf verwijten op een tijd wanneer verwijt noch spijt hem zal baten. Dit op basis van de volgende uitspraak van Allah: “En wie iets anders dan dat treft, dan mag hij niemand anders verwijten, behalve zichzelf.”


Top

De rijken strijken altijd de grootste beloning op.

Ook volgens Aboe Dzarr (Allahs welbehagen zij met hem):

˜Enige van de metgezellen 1 van de boodschapper van Allah (Allahs zegen en vrede zij met hem) zeiden tegen de profeet (Allahs zegen en vrede zij met hem): ˜O, boodschapper van Allah! De vermogenden strijken altijd de grootste beloning op: zij bidden zoals wij bidden, zij vasten zoals wij vasten en zij bedrijven liefdadigheid 2 uit hun overtollige bezit'.

Hij 3 zei: ˜Heeft Allah jullie geen dingen gegeven om liefdadigheid mee te bedrijven?

Waarlijk, elke tasbiha 4 is liefdadigheid, elke takbira 5 is liefdadigheid, elke tahmida 6 is liefdadigheid, elke tahlila 7 is liefdadigheid; het aansporen tot goede daden is liefdadigheid, het weerhouden van slechte daden is liefdadigheid en de geslachtsdaad van een ieder van jullie is liefdadigheid'.

Zij zeiden: ˜O, boodschapper van Allah! Als iemand zijn sexuele begeerte bevredigt, zal hij daarvoor een beloning krijgen?' Hij zei: ˜Geloven jullie niet dat als je het niet op een buitenechtelijke wijze 8 zou doen, dat je daarmee straf verdient? En daarom krijg je er beloning voor als je het op de toegestane wijze doet'.

Overgeleverd door Moslim.

1 Het Arabische woord ˜sahabi' (meervoud ˜ashab' of ˜sahaba') duidt een persoon aan die de profeet (Allahs zegen en vrede zij met hem) zelf ontmoet heeft, in hem geloofde en als moslim gestorven is.
2 In het Arabisch is er sprake van ˜sadaqa'. Deze term wordt gebruikt voor allerlei soorten liefdadigheid, zoals ook duidelijk uit deze hadis blijkt.
3 De profeet (Allahs zegen en vrede zij met hem)
4 Sobhanallah (Glorie zij aan Allah) reciteren.
5 Allaho Akbar (Allah is de grootste) reciteren.
6 Alhamdolilah (Allah zij geprezen) reciteren.
7 La ilaha illallah (Er is geen god dan Allah) reciteren.
8 Haram (letterlijk: verboden)is hier met ˜buitenechtelijk' vertaald, omdat de sexuele daad alleen binnen huwelijk toegestaan is.


Hadith 26
Top

Het dankbaar zijn voor Allah's gunsten.

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Elke ledemaat van de mens moet elke dag dat de zon opkomt liefdadigheid verrichten: het brengen van rechtvaardigheid tussen twee mensen is liefdadigheid. En een man helpen met zijn rijdier, hem erop helpen of voor hem zijn bagage erop laden is liefdadigheid. En een goed woord is liefdadigheid. En elke stap die je neemt (naar de moskee) om het gebed te verrichten is liefdadigheid. En iets schadelijks van de weg verwijderen is liefdadigheid.”    (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

“Elke ledemaat van de mens moet elke dag dat de zon opkomt liefdadigheid verrichten.”

Met andere woorden: elke ledemaat en gewricht van een mens moet liefdadigheid verrichten.

“Elke dag dat de zon opkomt.”

Betekent dat elke gewricht elke dag dat de zon opkomt liefdadigheid moet verrichten, als dankbetuiging aan Allah, de Verhevene, voor Zijn gunst van de gezondheid en ook voor het feit dat deze nog aanwezig is. Liefdadigheid verrichten is niet alleen maar bezitting uitgeven, maar er zijn ook andere manieren:

“Het brengen van rechtvaardigheid tussen twee mensen is liefdadigheid.”

Met andere woorden: Je ziet twee mensen ruziën en je oordeelt rechtvaardig tussen hen. Dit behoort overigens tot de beste liefdadigheden, dit op basis van de volgende vers uit de Koran:

“Er is geen goeds in veel van hun heimelijke gesprekken, behalve wie aanmaant tot liefdadigheid of het goede of verzoening tussen de mensen.”   ( Soerat an-Nisaa’ 4:114)

“En een man helpen met zijn rijdier, hem erop helpen of voor hem zijn bagage erop laden is liefdadigheid.”

Het behoort ook tot liefdadigheid dat jij jouw broeder helpt met zijn rijdier, door hem te helpen met opstappen, zodat hij erop kan zitten als hij daartoe niet zelf in staat is. Of je laadt voor hem zijn spullen, ofwel bagage op het rijdier. Dit is tevens een weldaad en Allah houdt van weldoeners.

“En een goed woord is liefdadigheid.”

Het goede woord is elk woord dat jou dichter bij Allah brengt, zoals de Tasbieh (Het zeggen van Soebhaan-Allah: Verheven is Allah), de Tahliel (Het zeggen van Laa Ilaha Ill-Allah: Niets of niemand heeft het recht aanbeden te worden, behalve Allah), de Takbier (Het zeggen van Allahoe Akbar: Allah is groot), de Tahmied (Het zeggen van Alhamdoelillah: Alle lof zij Allah), het goede aanbevelen en het slechte verbieden, het reciteren van de Koran, het opdoen van Islamitische kennis etc. Dus elk goed woord is liefdadigheid.

"En elke stap die je neemt (naar de moskee) om het gebed te verrichten is liefdadigheid. En iets schadelijks uit de weg ruimen is liefdadigheid."

Al-Boechari en Moeslim overleveren in een overlevering dat overgeleverd is door Aboe Hoerayrah dat als iemand thuis de Woedoe’ (de kleine wassing) op de beste wijze verricht en vervolgens uit huis gaat naar de moskee gaat -en dat het gebed de enige reden waarvoor hij eruit gaat-, dat hij geen één stap zet, of zal Allah hem daarmee in een graad verheffen en zal (ook) daarmee een slechte daad voor hem uitwissen.

“En iets schadelijks van de weg verwijderen is liefdadigheid.”

Iets schadelijks houdt alles in wat een weggebruiker kan hinderen zoals water, stenen, glas of doornen enz, ongeacht of dat op de grond of ergens op ligt. Als er bijvoorbeeld ergens boomtakken hangen die de mensen hinderen en jij deze vervolgens verwijdert op de een of andere manier, dan is dit een daad van liefdadigheid.

Wat leert deze overlevering ons?

-     Ieder mens dient elke dag dat de zon opkomt evenveel liefdadigheid te verrichten als het aantal gewrichten. Er wordt gezegd dat er driehonderdzestig gewrichten zijn. En Allah weet het beter.

-     Alles wat een dienaar dichter bij Allah brengt, waaronder de daden van aanbidding en het op de beste wijze behandelen van Allah’s schepselen, is een daad van liefdadigheid. En wat de Profeet (vrede zij met hem) in deze overlevering genoemd heeft, zijn hier slechts voorbeelden van. In een andere overlevering wordt het volgende vermeld: “Het volstaat om daarvoor in de plaats (het verrichten van liefdadigheid voor alle gewrichten) twee Rakcah te verrichten van ad-Doehaa (vrijwillig gebed dat kort na de zonsopgang wordt verricht)Echter deze zonden hebben, Allah zij dank, wel een geneesmiddel. En dat is: “Vraagt Mij daarom om vergiffenis en Ik zal jullie vergeven.”

Vergiffenis ofwel al-Maghfirah: dit betekent het bedekken en overzien van de zonde.

“O, Mijn dienaren! Jullie zijn niet in staat om Mij nadeel toe te brengen en jullie kunnen Mij dus geen nadeel berokkenen. En jullie zijn niet is staat Mij van nut te zijn en jullie kunnen dus ook niet nuttig voor Mij zijn.”

Allah heeft niemand nodig. Zelfs al zouden alle bewoners van de aarde ongelovig worden. Zij zullen daardoor Allah geen nadeel berokkenen. En zelfs al worden alle bewoners van de aarde gelovig, zij zullen dan helemaal niet nuttig zijn voor Allah. Allah heeft niemand van de schepselen nodig.

“O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij toevoegen.”

Het feit dat iemand Allah gehoorzaamt, daar heeft alleen hij zelf baat bij. Allah Zelf heeft daar geen voordeel van, want Hij heeft daar geen behoefte aan. Dus al zouden de mensen allemaal zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon, dan zou dat niets aan Allah’s Heerschappij toevoegen.

“O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven man onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij verminderen.”

Dit omdat Allah geen behoefte heeft aan ons. Al zouden dus alle mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven persoon, dan zou dat niets aan Allah’s Heerschappij verminderen.

O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns, allemaal op één vlakte staan en Mij vragen, en Ik zou iedereen al wat hij verlangde geven, dan zou dat niet meer verminderen van wat Ik heb (aan bezit), dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt.

Dit vanwege Zijn complete generositeit en omvangrijke Bezit. Al zou Hij dan iedereen geven wat hij wil, dan zal er niets verminderd worden aan Zijn Bezit.

En wat betreft de uitspraak van Allah: “Dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt,” deze benadrukt het feit dat het onmogelijk is dat er maar iets aan Zijn Bezit wordt verminderd. Het is in algemeen bekend dat een naald niets van de hoeveelheid zeewater vermindert, wanneer deze in de zee wordt gedoopt en vervolgens eruit wordt gehaald. Het vochtig worden van een naald is in feite niets.

“Het zijn slechts jullie daden (waarop jullie worden afgerekend) die Ik voor jullie optel.”

Met andere woorden: Allah houdt de daden bij en die worden voor de mens opgeschreven.

“En daarnaar zullen jullie beloond worden. Wie het goede treft (in het Hiernamaals), moet Allah prijzen (Alhamdoelillah zeggen). En wie iets anders dan dat treft, mag niemand anders verwijten, behalve zichzelf.”

Ondanks dit vertienvoudigt Allah, de Verhevene, de beloning van de Hasanah (goede daad) en Hij vermenigvuldigt die tot zevenhonderd en zelfs tot meerdere keren. Daarentegen vergeldt Allah de Sayyi’ah (slechte daad) slechts met haar gelijke, of vergeeft Hij haar, mits men niet als Moeshrik (polytheïst) overlijdt. En Allah weet het beter.

Deze overlevering van de metgezel ِAboe Dharr al-Ghifaari is heel belangrijk. Hierin verhaalt de Profeet (vrede zij met hem) op autoriteit van Zijn Heer, Die zegt: “Ik heb voor Mijzelf onrecht verboden.” Deze overlevering is tevens door Sheich al-Islaam Ibn Taymiyyah uitgelegd in een zeer leerzame verhandeling, en ook door Ibn Rajab in zijn uitleg op al-Ahaadith al-Arbacien an-Nawawi (de veertig Ahaadith van Nawawi).

Wat leert deze overlevering ons?

-      De overlevering waarin de Profeet (vrede zij met hem) overlevert op autoriteit van zijn Heer wordt ook wel een Hadith Qoedsiy genoemd.

-      Allah heeft onrecht voor Zichzelf verboden, vanwege Zijn complete rechtvaardigheid, terwijl Hij wel degelijk in staat is om onrecht te doen, de weldoener zijn beloningen te verminderen of voor de zondaar meer slechte daden bij te tellen dan hij werkelijk heeft verricht. Hij, de Verhevene, doet dat echter absoluut niet. Vanwege Zijn complete rechtvaardigheid verbood Hij dat voor Zichzelf.

-      Onrecht onder ons is ook verboden. De Profeet (vrede zij met hem) heeft duidelijk gemaakt dat dit ziet op het leven, de rijkdom en de eer, daarom heeft hij (vrede zij met hem) tijdens cIed al-Adha (het offerfeest) in Minah gezegd: “Waarlijk, jullie bloed, rijkdom en eer is voor jullie heilig, zo heilig als deze dag van jullie, in deze maand van jullie en in dit land van jullie.”                                                                 (al-Boechari en Moeslim)

-      In principe is de mens dwalend en onwetend, dit op basis van de uitspraak van Allah (interpretatie van de betekenis):

“En Allah bracht jullie uit de buiken van jullie moeders voort terwijl jullie niets wisten.”   (Soerat an-Nahl 16:78)

En de volgende uitspraak van Allah in deze overlevering wijst erop dat de mens oorspronkelijk misleid en onwetend is: “O Mijn dienaren, jullie zijn allen dwalenden, behalve degene die Ik geleid heb; vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden.”   

-      De verplichting om leiding te vragen van Allah, dit op basis van de uitspraak van Allah: “Vraagt Mij daarom om geleid te worden en Ik zal jullie leiden.”

-      De mens en alle dienaren lijden honger en hebben behoefte aan voedsel, behalve degene die Allah gevoed heeft. Tevens komt uit dit leerpunt naar voren dat de mens zijn Heer moet vragen en dat men moet volstaan met het vragen van Allah, waardoor het overbodig wordt om de mensen te vragen. Hij zegt: “Vraagt Mij daarom om gevoed te worden en Ik zal jullie voeden.”

-      De mensen zijn naakt, behalve degene die Allah gekleed heeft en voor wie Hij het mogelijk en gemakkelijk heeft gemaakt om aan kleding te komen, daarom heeft Hij gezegd: “Vraagt Mij daarom om gekleed te worden en Ik zal jullie kleden.” Allah heeft de naaktheid genoemd na het noemen van voedsel, omdat voedsel een kleed is voor het innerlijk, en kleding een kleed is voor het uiterlijk.

-      De zonen van Adam (de mensen) plegen allen dag en nacht veelvoudig zonden, maar daartegenover staat de Vergiffenis van Allah, de Verhevene. Allah vergeeft alle zonden, zoals Hij heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: ,,O Mijn dienaren die buitensporig tegenover zichzelf zijn, wanhoopt niet aan de Genade van Allah. Waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is de Vergevingsgezinde, de Meest Barmhartige.”   (Soerat az-Zoemar: 53)

Hieruit vloeit voort dat de mens de waarde van zichzelf moet kennen. Zodra men een zonde begaat, moet men direct vergiffenis vragen aan Allah.

Hoe veel de zonden ook mogen zijn, Allah vergeeft ze allemaal, indien men Allah om vergiffenis vraagt. Dit op basis van de volgende uitspraak van Allah: “En Ik vergeef alle zonden; vraagt Mij daarom om vergiffenis en Ik zal jullie vergeven.”

En Zijn uitspraak: “O Mijn dienaren, jullie zijn niet in staat om Mij enig nadeel toe te brengen en jullie kunnen Mij dus geen nadeel berokkenen. En jullie zijn niet in staat Mij van nut te zijn en jullie kunnen dus ook niet nuttig voor Mij zijn. Dit omdat Allah onafhankelijk is van al Zijn schepselen van Hem. Eén van Zijn namen is al-cAziez (de Dierbare), die zo Verheven is dat geen enkele vorm van nadeel Hem toekomt. Tevens is Hij  al-Ghaniyy (de Rijke), al-Hamied (de Prijzenswaardige) en daarom hoeft Hij naar niets of niemand te verlangen om Hem te baten. Niemand is in staat om Hem nadeel toe te brengen, dit vanwege Zijn complete onafhankelijkheid.

-      “O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo godvrezend zijn als de meest godvrezende persoon onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij toevoegen.” Dit vanwege Zijn complete onafhankelijkheid en daarom heeft de gehoorzaamheid van Zijn dienaren geen nut voor Hem en daarentegen kan de zonde van de zondaar Hem geen kwaad berokkenen. De bedoeling achter deze bovengenoemde zin is het aansporen tot het gehoorzamen van Allah en het uit de buurt blijven van het zondigen tegenover Hem.

-      “O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns net zo verdorven zijn als de meest verdorven man onder jullie, dan zou dat niets aan Mijn Heerschappij verminderen.” Dit vanwege Zijn complete onafhankelijkheid en omvangrijke Bezit. Uit deze zin leren wij dat Allah, de Verhevene, allesomvattend is qua onafhankelijkheid en generositeit.

-      En de volgende uitspraak van Allah: “O Mijn dienaren, al zouden jullie eerste tot jullie laatste, en (alle) mensen en djinns, allemaal op één vlakte staan en Mij vragen, en Ik zou iedereen al wat hij verlangde geven, dan zou dat niet meer verminderen van wat Ik heb (aan bezit), dan dat wat een naald onttrekt, wanneer deze in de zee wordt gedoopt.” Eerder hebben wij duidelijk gemaakt dat de bedoeling hierachter is: het benadrukken van het feit dat dit niets aan Allah’s Bezit vermindert.

-      En Zijn volgende uitspraak: “Het zijn uitsluitend jullie daden…” Hieruit leren wij dat men elkaar moet aansporen tot het verrichten van goede daden, zodat men het goede zal treffen op de Dag des Oordeels.

-      Allah doet de mensen in niets onrecht.

      -      De zondaar zal zichzelf verwijten op een tijd wanneer verwijt noch spijt hem zal baten. Dit op basis van de volgende uitspraak van Allah: “En wie iets anders dan dat treft, dan mag hij niemand anders verwijten, behalve zichzelf.”


Hadith 27
Top

Goedheid is het goede gedrag.

An-Nawwaas ibnoe Samcaan overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Goedheid is het goede gedrag en de zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt en waar jij niet van houdt dat anderen ervan op de hoogte komen.”   (Moeslim)

Waabisah ibnoe Macbad heeft gezegd: “Ik kwam bij de Profeet waarop hij mij vroeg: “Ben je gekomen om te vragen over goedheid?” Ik zei: “Ja.” Hij zei: “Raadpleeg je hart. Goedheid is datgene waarbij jouw ziel en jouw hart zich gerust voelen en de zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt en wat in je borst stokt, zelfs al hebben de mensen jou (hierover) een uitspraak gedaan en dit nog eens doen.”

Dit is een Hadith Hasan (goede overlevering) die wij hebben overgeleverd in de twee Moesnads van de Imams Ahmad ibnoe Hanbal en Ad-Daarimie met een Isnaad Hasan (goede keten van overleveraars).

Uitleg

An-Nawwaas ibnoe Samcaan (moge Allah tevreden met hem zijn) overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Goedheid is het goede gedrag.”

Goedheid is een woord dat duidt op het goede en het goede gedrag. Dat wil zeggen de mens is ruimdenkend, ruimhartig, heeft een geruststellende hart en goede omgangsvormen. De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd dat goedheid het goede gedrag is. En als de mens goed gedrag toont tegenover Allah en de dienaren van Allah, zal men steeds meer van het goede verkrijgen, zijn borst zal verruimd worden voor de Islam, zijn hart zal gerustgesteld worden middels de Imaan en hij zal op een goede manier met de mensen omgaan. Wat betreft de zonde, de Profeet (vrede zij met hem) heeft dit verduidelijkt: “Is datgene wat onrust in jezelf opwekt,” Hij (vrede zij met hem) spreekt hier An-Nawwaas ibnoe Samcaan aan terwijl deze een vrome metgezel van de Profeet (vrede zij met hem) is bij wie geen onrust en twijfels aanwezig waren. Niets bij hem bracht hem onrust of het was een zonde, daarom heeft hij gezegd: “Zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt en waar jij niet van houdt dat anderen ervan op de hoogte komen.”

Wat betreft de zwaar zondigen, de zonden wekt bij hen helemaal geen onrust op, noch hebben zij er een afkeer van als mensen hiervan op de hoogte komen. Erger nog, een aantal van hen staat zelfs daarmee te springen en vertelt aan anderen wat zij aan verdorvenheden en zonden begaan.

Het gesprek was daarentegen met een rechtschapen man, die in zichzelf onrust en ongemak ervaarde en er niet van hield dat mensen ervan op de hoogte zouden komen als hij maar slechts op het punt stond om te zondigen. Deze uitspraak die de Profeet (vrede zij met hem) heeft gedaan, slaat op de edelmoedige en rechtschapen mensen.

Waabisah ibnoe Macbad heeft in een soortgelijke overlevering gezegd: “Ik kwam bij de Profeet waarop hij mij vroeg: “Ben je gekomen om te vragen over de goedheid?” Ik zei: “Ja.” Hij zei: “Raadpleeg je hart.”

Dat wil zeggen vraag het niemand, maar vraag het jouw hart en verzoek het om jou een  uitspraak (fatwaa’) te geven. De goedheid is dan ook datgene waarbij jouw ziel en jouw hart zich gerust voelen. Wanneer jij in jouw ziel en hart een geruststellend gevoel krijgt over iets, dan is dat iets rechtschapen. Verricht dit dan ook!

“En de zonde is datgene wat onrust in jezelf opwekt.”

Wanneer jij dus het gevoel krijgt dat iets in jouw ziel onrust en ongemak veroorzaakt en het in jouw borst stokt, dan is dat datgene een zonde.

“Zelfs al hebben de mensen jou (hierover) een uitspraak gedaan en dit nog eens doen.”

Dit wil zeggen: ook al hebben de mensen voor jou een uitspraak gedaan over iets dat zij niet als zonde beschouwen en blijven zij dit keer op keer doen. Het komt trouwens vaak voor, dat men twijfelt aan iets en dit tot onrust leidt. Vervolgens hoort men van mensen woorden als: “Dat is toegestaan en daar is niets op tegen,” maar dit verruimt zijn borst niet en wekt en brengt hem geen gemoedsrust. Hierover zegt men dat dit soort zaken zonden zijn. Vermijd dit dan ook!

Wat leert deze overlevering ons?

-       De deugd van het goede gedrag, aangezien de Profeet (vrede zij met hem) zei dat het goede
     gedrag staat voor rechtschapenheid.

-       De wijze waarop je de zonde kunt bepalen: namelijk dit zorgt voor onrust in jezelf en in je hart.

-       De gelovige houdt er niet van dat mensen achter zijn fouten komen, in tegenstelling tot de
     onachtzame die zich daar niet druk om maakt. Bovendien interesseert het hem niet als mensen
     achter zijn fouten komen.

-       Al-Firaasah (scherpzinnigheid) van de Profeet (vrede zij met hem), want toen Waabisah bij hem aankwam, vroeg hij hem: “Ben je gekomen om te vragen over goedheid?”

-       Het overlaten van een wetsoordeel over iets aan een gerustgesteld hart dat een afkeer heeft van
     het kwaad en van het goede houdt. Dit op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met
     hem): “Goedheid is datgene waarbij jouw ziel en jouw hart zich gerust voelen.”

-       Het is wenselijk dat iemand kijkt naar wat er in zichzelf schuilt, zonder dat mensen hem van een
     religieuze uitspraak voorzien. Het is mogelijk dat mensen die geen kennis hebben hem een
     goedkeurende uitspraak doen over bepaalde zaken, terwijl hij daaraan twijfelt en hij er een afkeer
     van heeft. Zo iemand moet niet terugvallen op de uitspraken van mensen, maar hij moet
     terugvallen op datgene wat in zichzelf schuilt.

Wanneer de mogelijk bestaat voor een Ijdihaad (het zich inspannen om tot een Islamitisch juridische uitspraak te komen), dan mag men in dit geval niet overstappen op Taqlied (het blindelings volgen), dit op basis van de volgende uitspraak: “Zelfs al hebben de mensen jou (hierover) een uitspraak gedaan en dit nog eens doen.”


Top

Dat onze harten van vrees trilden en de tranen ons in de ogen sprongen

Aboe Nadjih al-Irbad ibn Sariya (Allah's welbehagen zij met hem) heeft gezegd:

'De boodschapper van Allah (saws) preekte eens op een zodanige manier, dat onze harten van vrees trilden en de tranen ons in de ogen sprongen. Wij zeiden: 'O boodschapper van Allah! Dit lijkt veel op een afscheidstoespraak. Geef ons daarom raad'.
Hij 1 zei (saws): 'Ik geef jullie het advies om vrees 2 voor Allah, de Almachtige, de Verhevene, te koesteren. Gehoorzaam en luister naar jullie leider, zelfs wanneer een slaaf jullie leider wordt. Waarlijk, diegene van jullie die lang zal leven, zal veel meningsverschillen zien. Je moet je dus aan mijn soenna 3 houden en aan de soenna van de rechtgeleide kaliefen 4 ; klamp je daar stevig aan vast 5 . Pas op voor nieuwe toevoegingen 6 , want iedere toevoeging is een innovatie en iedere innovatie is een dwaling en iedere dwaling leidt naar het hellevuur'.

Overgeleverd door Aboe Dawoed en Tirmidie, die gezegd heeft dat het een goede en betrouwbare hadieth is.

1 De profeet (Allahs zegen en vrede zij met hem)
2 In het Arabisch: ˜taqwa'
3 De oorspronkelijke betekenis is ˜weg' of ˜te volgen pad'. In de Islam wordt het als een technische term gebruikt voor het gehele doen en laten van de Profeet (Allahs zegen en vreden zij met hem) en zijn metgezellen (Allahs welbehagen zij met hen), zoals het aan ons is overgeleverd.
4 De titel ˜rechtgeleide kaliefen' is gegeven aan de eerste vier kaliefen in de Islam.
5 Letterlijk: Bijt je daar met je tanden aan vast.
6 Bedoeld wordt elke ongeoorloofde toevoeging aan de geloofspraktijk. Het slaat dus niet op neutrale gewoontes, etc.


Top

Je moet Allah aanbidden en niemand en niets anders dan Hem

Mo'adz ibn Diabal (Allah's welbehagen zij met hem) heeft gezegd:

'Ik zei: 'O, boodschapper van Allah! Noem me eens een handeling waardoor ik in de hemel terecht zal komen en die me weg zal houden van het vuur van de hel'. Hij 1 (saws) zei: 'Je hebt me iets belangrijks gevraagd en toch is het zo dat het voor iedereen een eenvoudig te realiseren zaak kan zijn als Allah het je maar gemakkelijk maakt. Je moet Allah aanbidden en niemand en niets anders dan Hem. Je moet de gebeden verrichten. Je moet de zakat 2 betalen. Je moet in de maand Ramadan vasten en je moet de bedevaart naar het Huis 3 maken.

Toen zei hij (saws): 'Zal ik je de deuren naar het goede eens laten zien? Vasten is een schild. Liefdadigheid blust de zonden, zoals vuur door water wordt uitgedoofd. En dan is er iemands gebed in het holst van de nacht'.

Hierna reciteerde hij (saws) dit 4 : 'Zij mijden hun bed en roepen hun Heer vol vrees en hoop aan. En zij geven weg wat Wij aan hen gegeven hebben. Niemand weet welke vreugde voor hun ogen verborgen is als beloning voor wat zij hebben gedaan'.

Vervolgens zei hij (saws): 'Zal ik je over de hoofdzaak, de steunpilaar en het hoogtepunt van dit alles vertellen?' Ik zei: 'Ja, graag, O boodschapper van Allah'. Hij (saws) zei: 'De hoofdzaak is de Islam, de steunpilaar is het gebed en het hoogtepunt van alles is de djihaad' 5.

Verder zei hij (saws): 'Zal ik je vertellen hoe je dit alles kunt beheersen?' Ik zei: 'O ja, boodschapper van Allah', en toen pakte hij (saws) zij zijn tong beet en zei: 'Beheers dit!' Ik zei: 'O, profeet van Allah, zullen we beoordeeld worden in verband met wat we zeggen?' Hij (saws) zei: 'Had je moeder je maar verloren Mo'adz! Waardoor zouden de mensen anders (andere versie op hun neus) in het hellevuur tuimelen als het niet de oogst was van wat ze met hun tongen hebben gezaaid'?

Overgeleverd door Tirmidhie, die gezegd heeft dat het een goede en betrouwbare hadieth is.

1 De profeet (Allahs zegen en vrede zij met hem)
2 Veelal vertaald als armenbelasting, waardoor men zijn bezittingen reinigd
3 De Ka'ba en de heilige moskee in Mekka
4 Qor'an 32:16. In de Arabische tekst zijn alleen de eerste en de laatste woorden opgenomen.
5 Djihad wordt dikwijls als de ˜heilige oorlog' vertaald, maar als je de strijd met je eigen ego zou beginnen,dan is dat de enige oorlog die werkelijk heilig is.


Top

'Allah, de Verhevene, heeft religieuze plichten vastgesteld

Volgens Aboe Sa'laba al Chosjani Djorsoem ibn Nasjir (Allah's welbehagen zij met hem) heeft de boodschapper van Allah (Allah's zegen en vrede zij met hem) gezegd:

'Allah, de Verhevene, heeft religieuze plichten vastgesteld; die mogen jullie dus niet achterwege laten. Hij heeft grenzen bepaald; die mogen jullie dus niet overschrijden. Hij heeft bepaalde dingen verboden; die mogen jullie dus niet doen. Over bepaalde zaken heeft Hij gezwegen - dit was uit mededogen met jullie en niet uit vergeetachtigheid - die mogen jullie dus niet zoeken'.

Een goede hadieth, overgeleverd door ad-Daraqotni en anderen.


Top

Aboe al-'Abbas Sahl ibn Sa'd as-Sa idi (Allah's welbehagen zij met hem) heeft gezegd:

'Een man kwam naar de profeet (Allah's zegen en vrede zij met hem) en zei: 'O, boodschapper van Allah, wijs mij een daad die, wanneer ik haar verricht, mij bij Allah en de mensen geliefd zal maken'.

Hij (saws) zei: 'Doe afstand van de wereld en Allah zal van je houden en wanneer je jezelf ontzegt wat de mensen bezitten, dan zullen de mensen van je houden'.

Een goede hadieth overgeleverd door Ibn Madja en anderen met goede ketenen van overleveraars.


Top
Hadith 32

Het verbod op het doen van kwaad.

Aboe Sacied Sacd ibnoe Maalik ibnoe Sinaan al-Khoedrie overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Doe geen kwaad (zonder opzet) en vergeld geen kwaad met kwaad (met opzet).”   (Ibn Maadjah)

Uitleg 

De Profeet heeft zowel kwaad doen met opzet als zonder opzet haraam verklaard met de wetenschap dat het opzettelijk doen van kwaad erger is. Het volgende voorbeeld kan als illustratie dienen:

Een man heeft een buurman en deze laatste is zijn boom aan het sproeien. Tijdens het sproeien komt het water per ongeluk in het huis van de man, terwijl de buurman dit wellicht niet eens door heeft. Zodra de buurman hiervan echter op de hoogte is, dient hij hiermee onmiddelijk te stoppen, omdat het kwaad doen in alle opzichten niet is toegestaan volgens de Islamitische regels.

Wanneer de buurman de man daarentegen opzettelijk kwaad wil berokkenen door bewust water in zijn huis te sproeien, dan is dit een groter kwaad.


Top

Bezittingen en het bloed van anderen opeisen

Volgens de zoon van Abbas (Allah's welbehagen zij met vader en zoon) heeft de boodschapper van Allah (Allah's zegen en vrede zij met hem) gezegd:

'Als men de mensen alles zou geven, waar ze beweren recht op te hebben dan zouden ze de bezittingen en het bloed van anderen opeisen. De aanklager moet echter het bewijs leveren en degene die ontkent, moet een eed afleggen'.

Een goede hadieth, door al-Bayhaqi en anderen in deze vorm overgeleverd; een gedeelte ervan komt in de 'Sahih' van Boecharie en de 'Sahih' van Moslim voor.


Top

Wie van jullie iets ziet wat niet toegestaan is.

Aboe Sa'id al-Chodri (Allah's welbehagen zij met hem) heeft gezegd: 'Ik hoorde de boodschapper van Allah (Allah's zegen en vrede zij met hem) zeggen:

'Wie van jullie iets ziet wat niet toegestaan is, moet het met zijn hand 1 veranderen. En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn tong. En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn hart 2 . Dit laatste is echter de zwakste vorm van geloof'.

Overgeleverd door Moslim.

1 Dat wil zeggen: met macht of geweld. Dit geld alleen met betrekking tot diegenen over wie men autoriteit heeft.
2 Met andere woorden: dit innerlijk verafschuwen.


Top

De ene moslims is de broeder van de andere moslim

Aboe Hoerairah (Allah's welbehagen zij met hem) heeft gezegd: De boodschapper van Allah (Allah's zegen en vrede zij met hem) heeft gezegd:

'Benijdt elkaar niet. Biedt geen hogere prijs dan een ander. Haat elkaar niet. Wend je niet van elkaar af 1 . Biedt geen lagere prijs 2 dan een ander; maar, O dienaren van Allah, weest broeders! De ene moslims is de broeder van de andere moslim. Hij behandelt hem niet onrechtvaardig en laat hem niet in de steek. Hij liegt hem niet voor en veracht de ander niet. Hier - en hij wees drie maal naar z'n borst - bevindt zich taqwa (vrees van God). Het is erg genoeg als iemand zijn moslimbroeder veracht. Het bloed, de bezittingen en de eer van een moslim zijn onaantastbaar voor een andere moslim'.

Overgeleverd door Moslim.

1 Het is moslims niet toegestaan om langer dan drie dagen kwaad op elkaar te zijn. Men mag elkaar niet vermijden en dient de geschillen bij te leggen.
2 Moslims mogen elkaar niet uit de markt prijzen.


Top

Wie in deze wereld een gelovige van een zorg verlost

Volgens Aboe Hoerayra (Allah's welbehagen zij met hem) heeft de boodschapper van Allah (Allah's zegen en vrede zij met hem) gezegd:

'Wie in deze wereld een gelovige van een zorg verlost, zal door Allah op de Dag des Oordeels van één van zijn zorgen verlost worden. Hij die het lot van iemand die hulp nodig heeft, verlicht, diens lot zal door Allah in deze wereld en de wereld hierna verlicht worden. Hij die een moslim beschermt, zal door Allah in deze wereld en in de wereld hierna beschermd worden. Allah zal Zijn dienaar net zolang helpen als de dienaar zijn broeder helpt. Hij die een weg volgt om aldus kennis te vergaren, voor hem zal Allah de weg naar het Paradijs gemakkelijk maken. Steeds wanneer de mensen in één van de huizen van Allah te zamen komen, het boek van Allah reciteren en het gezamelijk reciteren en gezamelijk bestuderen, zal innerlijke vrede op hen neerdalen, zal genade op hen uitgestort worden, zullen de engelen hen omringen en zal Allah over hen spreken met degenen die bij Hem zijn. Hij die door zijn daden wordt tegengehouden, zal door zijn goede afkomst niet vooruitgeholpen worden'.

In deze woorden door Moslim overgeleverd.


Hadith 37
Top

Het vermeerderen van de beloning.

Ibn cAbbas (moge Allah tevreden zijn met zowel zoon als vader) overlevert dat de Boodschapper van Allah (moge Allah’s zegeningen en vrede met hem zijn) overlevert dat zijn Heer (Gezegend en Verheven zij Hij) zei: “Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld, en het daarna (voor ons) duidelijk gemaakt. Wie zich dan voorneemt om een goede daad te verrichten en deze vervolgens niet verricht, Allah -Gezegend en Verheven is Hij- telt dat als een volledig (verrichtte) goede daad voor hem. En als hij het zich voorneemt en het vervolgens ook verricht dan telt Allah voor hem het tien tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden) of zelfs vele malen meer. Als hij zich voorneemt om een zonde te plegen en deze vervolgens niet pleegt, dan telt Allah dit als een volledige (verrichtte) goede daad, en als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert dan telt Allah het (slechts) als één zonde.”   (al-Boechari en Moeslim)

Uitleg

In deze zevenendertigste overlevering van Ibn cAbbas (moge Allah tevreden zijn met zowel zoon als vader), van de Boodschapper van Allah (moge Allah’s zegeningen en vrede met hem zijn) hebben we dat zijn Heer (Gezegend en Verheven zij Hij) zei: “Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld” Als een metgezel zich op deze manier verwoordt, dat wil zeggen als hij overlevert dat de Boodschapper de Woorden van zijn Heer overlevert, dan wordt een dergelijke overlevering door de geleerden een Hadith Qoedsie (heilige overlevering)genoemd.

Zijn uitspraak: “Voorwaar, Allah heeft het goede en het slechte vastgesteld.” Oftewel, stelde de handelingen vast en de bijbehorende beloningen, Hij is Degene die het goede heeft geschapen en het slechte. Toen Hij de pen schiep zei Hij hiertegen: “Schrijf!” Hij (de pen) zei: “O mijn Heer, wat moet ik schrijven?" Hij (Allah) zei: ,,Schrijf wat er zal zijn tot de Dag des Oordeels”, waarna hij (de pen) op dat moment schreef wat er zal zijn tot de Dag des oordeels.”

De context van de overlevering maakt duidelijk dat met vastleggen hier de tweede betekenis bedoeld wordt, namelijk het vastleggen van de beloning, vanwege Zijn uitspraak: “En het daarna (voor ons) duidelijk gemaakt.” Oftewel, duidelijk gemaakt aan de hand van gedetailleerde uitleg.

“Wie zich dan voorneemt om een goede daad te verrichten en deze vervolgens niet verricht, Allah -Gezegend en Verheven is Hij- telt dat als een volledig (verrichtte) goede daad voor hem” Het woord ‘voornemen’ wil hier zeggen: het willen, een persoon wil een goede daad verrichten, maar doet dit uiteindelijk niet. Dat Allah het als een volledige goede daad telt wil zeggen dat er niet zoiets is als een gedeeltelijk goede daad, ook is het een bewijs dat iemand die een goede daad wil verrichten maar hiertoe niet in staat is, of met een goede daad stopt omdat hij niet meer verder kan nadat hij hiermee is begonnen, hiervoor de volledige beloning bijgeschreven zal krijgen. Dit wordt ook duidelijk uit de volgende vers: (interpretatie van de betekenis)

“En wie emigreert voor de zaak van Allah, vindt op de wereld vele mogelijkheden (om te (over)leven) en overvloed. En wie zijn woning uitgaat als emigrant voor de zaak van Allah en Zijn Boodschapper, en de dood overkomt hem (onderweg), diens beloning ligt al bij Allah”   (Soerat an-Nisaa’ 4:100)

Hoe zit het dan met iemand die zich voorneemt om diezelfde goede daad te verrichten en hier vervolgens van afziet uit luiheid of een soortgelijke reden? Voor hem geldt deze overlevering ook, dus dat er een volledige goede daad bijgeschreven wordt, en dit vanwege zijn goede intentie.

Hij zegt verder: “En als hij het zich voorneemt en het vervolgens ook verricht, dan telt Allah voor hem het tien tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden) of zelfs vele malen meer.” Als iemand zich een goede daad voorneemt en het ook daadwerkelijk doet met een zuivere intentie voor Allah en op de wijze die de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) het ons geleerd heeft, dan telt Allah het tien tot zevenhonderdvoudige (aan goede daden) of zelfs nog vele malen meer. Het aantal maal waarmee deze goede daad wordt vermenigvuldigd, is afhankelijk van hoe goed de daad is uitgevoerd en hoe zuiver de intentie is, en als Allah het wilt, dan vermeerdert Hij het nog meer als gunst voor Zijn dienaar en uit vrijgevigheid. De Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

“Diegenen die hun eigendommen uitgeven voor de zaak van Allah zijn als een korrel zaad, die zeven aren doet ontkiemen, (met) in elke aar honderd korrels. En Allah verveelvoudigt voor wie Hij wilt en Allah is Alomvattend, Alwetend.”   (Soerat al-Baqarah 2:261)

Verder zegt Hij: “Als hij zich voorneemt om een zonde te plegen en deze vervolgens niet pleegt, dan telt Allah dit als een volledig (verrichtte) goed daad en als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert, dan telt Allah het (slechts) als één zonde.”

Als iemand zich voorneemt om een zonde te plegen en deze vervolgens niet pleegt, dan telt Allah dit als een volledig (verrichtte) goed daad. Dit geldt als hij deze zonde laat voor Allah zoals in een aantal overleveringen gezegd wordt, zoals: “Omdat hij het laat voor Mijn Beloning.” Oftewel, omwille van Mij.

Een persoon die een zonde laat, nadat hij deze wilde plegen, behoort tot één van de volgende drie categorieën:

1. Iemand die de zonde probeert te plegen, en ernaar streeft om het te doen, maar er niet in slaagt. Voor deze persoon wordt de last van de volledig (verrichte) zonde gerekend.

2. Iemand die zich voorneemt om een zonde te plegen, en zich daarna bedenkt; niet uit angst voor Allah, maar omdat hij zelf een afkeer van de daad krijgt (om elke andere reden dan de hiervoor genoemde). Voor hem wordt geen zonde noch slechte daad gerekend.

3. Iemand die de zonde laat voor Allah uit angst voor Hem. Deze persoon zal zoals deze overlevering ons leert een volledige goede daad bijgeschreven krijgen.

Hij zegt: “En als hij het (de zonde) zich voorneemt en ook uitvoert dan telt Allah het als één zonde.” En de volgende Woorden van Allah getuigen hier ook nog eens van (interpretatie van de betekenis):

“Wie met een goede daad komt, voor hem is er dan (het) tien(voudige) daarvan (als beloning), en wie met een slechte daad (zonde) komt, die zal niet met iets anders beloond worden dan het gelijke daarvan, en hun zal geen onrecht worden aangedaan.”   (Soerat al-Ancaam 6:160)

Het oordeel wat betreft zonden (oftewel dat het telt als één zonde), geldt zowel in Mekka als daarbuiten, en ten allen tijden, behalve in de Gewijde Maanden (al-Asjhoer al-Hoeroem). Maar in Mekka is de zonde erger en groter. Hierover zegt Allah de Verhevene (interpretatie van de betekenis):

“Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en (anderen) weerhouden van de weg van Allah, en de Masdjid al-Haram (de gewijde moskee in Mekka), die Wij voor (alle) mensen hebben gemaakt, de inwoner en de bezoeker. Wie dan wenst om daar kwaad te doen middels onrecht, Wij zullen hem een pijnlijke bestraffing laten proeven.”   (Soerat al-Hadj 22:25)

De geleerden zeggen: “De goede daden en de zonden worden vermeerderd tijdens deugdzame perioden (zoals Ramadan) en op deugdzame plekken (zoals Mekka). Maar de goede daden worden verveelvoudigd in aantal, en de zonden worden vermeerderd in de hoedanigheid (e.g. de zonde telt zwaarder), en niet in aantal, vanwege de vers (interpretatie van de betekenis):

“En wie met een slechte daad (zonde) komt, die zal niet met iets anders beloond worden dan het gelijke daarvan”   (Soerat al-Ancaam 6:160)

Wat leert deze overlevering ons?

-  Deze overlevering van cAbd Allah Ibnoe cAbbas, van de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem), waarin hij de Woorden van zijn Heer overlevert, leert ons ten eerste dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) de Woorden van zijn Heer overleverde, en dat een dergelijke overlevering een hadith qoedsie genoemd wordt door de geleerden.

-  Dat Allah, Geprezen en Verheven zij Hij voor de goede daden een beloning heeft vastgesteld en voor de zonden een beloning (in negatieve zin) heeft vastgesteld. Dit toont ons Zijn perfectie in Zijn Rechtvaardigheid en Zijn Oordeel over zaken.

-  Dat Zijn Barmhartigheid en Zijn Genade (veel) groter is dan Zijn Woede en Zijn Toorn, aangezien Hij voor een (verrichtte) goede daad een veelvoud daarvan tegenover stelt, terwijl Hij een zonde met iets soortgelijks (in zwaarte en hevigheid) beloont.

-  Het verschil tussen het voornemen een goede daad te verrichten en het voornemen een zonde te verrichten. Als iemand zich namelijk voorneemt om een goede daad te verrichten en het uiteindelijk niet doet dan wordt er een volledige goede daad bijgeschreven. Dit is als hij het laat zonder reden, dan wordt er voor hem de volledige beloning gerekend van het hebben van een goede intentie. Als hij het echter laat vanwege een goede reden dan wordt de volledige beloning van het hebben van een goede intentie en het uitvoeren van die daad bijgeschreven, vanwege de overlevering: “Wie ziek is of op reis is daar wordt voor geschreven (aan goede daden) wat hij doet als hij gezond en niet reizend is.”

Wat betreft iemand die het voornemen heeft om een zonde te plegen maar het laat omwille van Allah, die krijgt een volledige goede daad bijgeschreven. Als hij de zonde laat omdat hij hem niet meer wil plegen om elke andere reden, dan wordt er geen goede daad noch een zonde bijgeschreven. Als hij echter de zonde laat uit onmacht dan wordt hem dezelfde last als iemand die de zonde pleegt aangerekend wat betreft de intentie. Dus hem wordt het hebben van een slechte intentie aangerekend, tenzij hij daadwerkelijk aan de slag is gegaan met die intentie, dus is begonnen met de zonde maar er vervolgens niet in slaagt om die te plegen, deze persoon wordt de volledig (gepleegde) zonde aangerekend, vanwege de woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “Als twee moslims elkaar treffen met hen zwaarden (om elkaar te bevechten), dan zullen de doder en de gedodene in het Vuur (belanden). Zij zeiden (de metgezellen): “O, Boodschapper van Allah, dat is de doder (dat is duidelijk), maar hoezo de gedodene (ook)? Hij zei: “Omdat hij zo gedreven was om zijn vriend te doden.”


Hadith 38
Top

De gunst van optionele daden van aanbidding.

Aboe Hoerayrah overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Waarlijk Allah, de Verhevene, zei: ,,Wie een Waliy (geliefde, helper) van Mij als vijand neemt, dan verklaar ik hem voorzeker de oorlog. En er is niets waarmee Mijn dienaar dichter bij Mij kan komen dan door (het verrichten van) datgene wat Ik hem heb opgelegd. En Mijn dienaar blijft steeds dichter bij Mij komen door (het verrichten van) optionele daden van aanbidding, totdat Ik hem liefheb. Wanneer Ik hem liefheb, dan zal Ik zijn gehoor zijn waarmee hij hoort en zijn zicht waarmee hij ziet en zijn hand waarmee hij toeslaat en de voet waarmee hij loopt. En als hij Mij wat vraagt, dan zal Ik hem (dit) zeker geven. En als hij toevlucht tot Mij zoekt, dan zal Ik hem (dit) geven.”   (al-Boechari)

Uitleg

Deze overlevering is een Hadith Qoedsiy (heilige overlevering) omdat de Profeet (vrede zij met hem) hier overlevert wat Allah Zelf heeft gezegd. En alle overleveringen die de Profeet (vrede zij met hem) overlevert op autoriteit van Allah noemen de geleerden een hadith qoedsiy.

Een waliy is het tegenovergestelde van een vijand. De Awliyaa’ (meervoud van waliy) zijn de godsvruchtige gelovigen. Het bewijs hiervoor zijn de volgende woorden van Allah:

“Weet waarlijk, de Awliyaa’ van Allah zal geen angst overkomen hen en zij treuren niet.”   (Soerat Yoenoes 10:62-63)

Degenen die zich vijandig opstellen tegenover de awliyaa’ van Allah, heeft aan Allah de oorlog verklaart.

Hierna noemt Allah, de Verhevene, de redenen die ertoe leiden dat een persoon een waliy van Allah wordt. Hij zegt: “En er is niets waarmee Mijn dienaar dichter bij Mij kan komen dan door (het verrichten van) datgene wat Ik hem heb opgelegd.”

Dit betekent dat er niets geliefder is bij Allah waarmee een persoon Hem aanbidt, dan de verplichte daden van aanbidding, dit omdat men door het verrichten van daden van aanbidding dichter tot Allah komt. Zo is het verrichten van twee verplichte rakcaah geliefder bij Allah dan het verrichten van twee optionele rakcaah. Een dirham uitgeven aan Zakaah is geliefder bij Allah dan het uitgeven van een dirham aan liefdadigheid. Het verrichten van de (eerste) verplichte Hadj is geliefder bij Allah dan het verrichten van een vrijwillige Hadj (andere dan de eerste keer). Het vasten van de Ramadan is geliefder bij Allah dan het vrijwillig vasten enz. Dit is dan ook reden waarom Allah de verplichte daden van aanbidding verplicht heeft gesteld.

“En Mijn dienaar blijft steeds dichter bij Mij komen door (het verrichten van) optionele daden van aanbidding.”

De optionele daden komen dus na verplichte daden en wanneer deze continue worden verricht, leidt dit ertoe dat Allah van deze persoon gaat houden.

“Totdat Ik hem liefheb.”

Dit kan op twee manieren uitgelegd worden. Ten eerste: het zoeken van toenadering tot Allah leidt ertoe dat Allah van de persoon gaat houden en ten tweede: Het zoeken van toenadering tot Allah, door het verrichten van optionele daden, leidt ertoe leidt Allah van de persoon gaat houden. In beide gevallen is er sprake van één en dezelfde doelstelling.

“Wanneer Ik hem liefheb, dan zal Ik zijn gehoor zijn waarmee hij hoort.”

Allah zal de persoon trefzeker maken in alles wat hij hoort en hij zal slechts datgene horen wat goed voor hem is. De betekenis hier is beslist niet dat Allah het gehoor is van een persoon. Hetzelfde geldt voor het zicht. Allah zal hem tevens trefzeker maken in alles wat hij ziet, waardoor slechts naar de goed de zaken kijkt.

“En zijn hand waarmee hij toeslaat.”

Allah zal hem tevens trefzeker maken in zijn werk en alles waarbij hij zijn handen gebruikt. Hij zal slechts werken aan datgene wat goed is.

“En de voet waarmee hij loopt.”

Ook zal Allah hem trefzeker maken in zijn lopen. Hij zal slechts naar datgene gaan wat goed is.

“En als hij Mij wat vraagt, dan zal Ik hem (dit) zeker geven.”

Alles wat deze persoon aan Allah vraagt zal verhoord worden en hem zal datgene gegeven worden waarnaar hij vraagt.

“En als hij toevlucht tot Mij zoekt, dan zal Ik hem (dit) geven.”

Naast het feit dat deze persoon gegeven wordt waarnaar hij vraagt, zal hem ook bescherming geboden worden tegen datgene waarvoor hij zijn toevlucht tot Allah zoekt

Wat leert deze overlevering ons?

-  Allah heeft Awliyaa’ (helper -door het volgen van zijn voorschriften-, geliefde). Dit wordt nog eens benadrukt door Allah’s Woorden (interpretatie van de betekenis):

“Weet waarlijk, de Awliyaa’ van Allah zal geen angst overkomen hen en zij treuren niet.”   (Soerat Yoenoes 10:62-63)

-   De grootsheid van de awliyaa’ van Allah. Het is zelfs zo dat degenen die zich vijandig tegen hen opstellen Allah de oorlog verklaren.

-   Het zich vijandig opstellen tegen één van de awliyaa’ van Allah behoort tot de grootste zonden, omdat Allah het plegen ervan aanmerkt als een oorlogsverklaring aan Hem.

-   De verplichte daden van aanbidding zijn geliefder bij Allah dan de aanbeloven daden van aanbidding.

-   De daden van aanbidding kunnen in twee categorieën verdeeld worden:

1                  Faraa’id (verplichte daden van aanbidding)

2                  Nawaafil (aanbevolen daden van aanbidding)

-   Het toekennen van de eigenschap van Mahabbah (genegenheid) aan Allah. Als Allah van iemand houdt, dan zal Hij goed voor hem zijn, hem belonen en hem dichter tot Zich brengen.

-   De daden van aanbidding verschillen in niveau.

-  Deze overlevering is tevens een bewijs voor de overtuiging van Ahl-us Soennah wal Djamaacah betreffende de Imaan (geloof), namelijk dat deze toeneemt en afneemt. Dit omdat de daden tot de Imaan behoren. Als Allah meer houdt van bepaalde daden dan andere, dan kunnen wij hieruit opmaken dat de Imaan toeneemt en afneemt, afhankelijk van de daden die worden verricht.

-  Als Allah van een persoon houdt, dan maakt Hij hem trefzeker betreffende zijn gehoor, zijn zicht, zijn hand en zijn voet. Dit allemaal als beloning van Allah.

-  Als een persoon dichter tot Allah komt met het verrichten van goede daden, dan vergroot dit zijn kans dat Allah zijn smeekbede verhoort en hem bescherming biedt als hij zijn toevlucht tot Hem zoekt.


Hadith 39
Top

Vergeetachtigheid en vergissingen worden ons niet aangerekend.

Ibn cAbbas overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Waarlijk, Allah neemt mijn gemeenschap de vergissing, de vergeetachtigheid en datgene waartoe zij gedwongen worden, niet kwalijk."   (Ibn Maadjah)

Uitleg

De drie zaken die in deze overlevering worden genoemd en ons door Allah vergeven worden, vinden wij terug in de volgende verzen:

"Onze Heer, bestraf ons niet als wij vergeten of als wij ons vergissen."   (Soerat al-Baqarah 2:286)

"En er wordt jullie niets kwalijk genomen in datgene waarin jullie je vergissen, maar wel in wat jullie harten zich hebben voorgenomen."   (Soerat al-Ahzaab 33:5)

"Wie niet in Alllah gelooft na geloofd te hebben, behalve degene die gedwongen is terwijl zijn hart in het geloof berusting heeft gevonden, maar wie zijn hart voor het ongeloof openstelt: hem komt de Woede van Allah toe en voor hem is er een enorme bestraffing."   (Soerat an-Nahl 16:106)

Wat leert deze overlevering ons?

-         De grootsheid van de genade van Allah, de Almachtige, de Verhevene. Zijn Genade heeft Zijn Woede overwonnen.

-         Als een persoon iets per ongeluk doet, dan wordt dit hem niet aangerekend.

-        Als een persoon tot een daad of een uitspraak wordt gedwongen, wordt dit hem niet aangerekend, maar wanneer iemand  echter gedwongen wordt een ander te doden, dan wordt dit zowel hem als degene die hem tot deze daad heeft aangezet, aangerekend. Het is immers niet toegestaan om onder dwang een ander te doden om zodoende je eigen leven te redden.


Hadith 40
Top

Ascétisme in de Islam.

Ibn cOmar overlevert: “De Boodschapper van Allah greep mij bij de schouder waarop hij zei: ,,Wees in de wereld als een vreemde of een reiziger.” Ibn cOmar plachtte in verband hiermee het volgende te zeggen: “Als je de avond haalt, verwacht dan niet de ochtend te halen en als je de ochtend haalt, verwacht dan niet de avond te halen. Als je gezond bent, maak hier dan gebruik van voordat je ziek wordt (en je niet in meer in staat bent goede daden te verrichten) en zolang je nog leeft, moet je je op de dood voorbereiden.”   (al-Boechari)

Uitleg

De Profeet (vrede zij met hem) greep Ibn cOmar bij zijn schouder om zijn volledige aandacht te krijgen, waarna hij zei: “Wees in de wereld alsof je een vreemde of een reiziger bent.” Wat de Profeet (vrede zij met hem) hem hiermee wilde leren is dat hij niet gehecht moet raken aan dit wereldse leven en zich moet gedragen als een reiziger zonder vaste verblijfplaats.

Na deze woorden van de Profeet (vrede zij met hem), was Ibn cOmar gewoon het volgende te zeggen: “Als je de avond haalt, verwacht dan niet de ochtend te halen en als je de ochtend haalt, verwacht dan niet de avond te halen.” Hiermee wil Ibn cOmar zeggen dat niemand zijn leven zeker is, en men zich beter moet bezighouden met het verrichten van goede daden, voordat dit leven voorbij is.

“Als je gezond bent, maak hier dan gebruik van voordat je ziek wordt (en je niet in staat bent goede daden te verrichten) en zolang je nog leeft, moet je je op de dood voorbereiden.”, betekent dat zolang men gezond is, hij bezig moet zijn met het verrichten van goede daden. Het is immers gemakkelijk om Allah te aanbidden terwijl men gezond is. Dit in tegenstelling tot degene die geveld is door ziekte. Ook moet men tijdens het leven goede daden verrichten alvorens men met de dood wordt geconfronteerd. Want met het vinden van de dood, komt een einde aan het verrichten van daden. Dit op basis van de overlevering van de Profeet (vrede zij met hem): “Als de mens sterft, houden zijn verrichtingen op, behalve drie; een doorlopende liefdadigheid, kennis waar anderen profijt van hebben of een oprechte zoon (of dochter) die voor hem smeekbede verricht.”   (Moeslim)

Wat leert deze overlevering ons?

Uit deze overlevering kunnen wij veel leringen trekken, een aantal hiervan zijn:

-          Het is niet de bedoeling dat de mens gehecht raakt en zich vastklampt aan dit wereldse leven.

-          De verstandige mens houdt zich bezig met het verrichten van goede daden alvorens de dood hem treft.

-          De leraar dient zijn best te doen om de aandacht van zijn leerlingen te trekken.

-          De waarde die de Metgezellen van de Profeet hechtten aan de woorden van de Profeet (vrede zij met hem)

Top


Terug naar Haroen`s Religie pagina