Door Drs.I.Bayrak

HADDJ VOLGENS QUR'AAN EN SUNNAH

Inleiding

De lof is aan Allaahu Ta`ala . Wij prijzen Allaahu Ta`ala en vragen Zijn hulp en vergiffenis. Wij zoeken onze toevlucht bij Allaahu Ta`ala voor al het kwade die van de shaytan (satan) en onze nafs (ego) komt. Als Allaahu Ta`ala iemand op de rechte weg leidt, is niemand in staat hem te misleiden. En als Allaahu Ta`ala iemand misleidt, is niemand in staat hem op het rechte pad te krijgen. Wij getuigen dat er geen godheid is dan Allaahu Ta`ala en wij getuigen ook dat Muhammad (sas) Zijn dienaar en Zijn Gezant is.

As-salaat (gebeden) en as-salaam (groetenis) zijn voor de laatste der Rasoel (Boodschapper) en de Nabie (profeet) van Allaahu Ta`ala, Muhammad Mustafa (sas). As Salaam aan hem die de mensheid uit de duisternis van ongeloof en onrecht heeft gehaald en As Salaam aan een ieder die zijn boodschap volgt.

Vóór de IHraam.

1. Het is mustaHaabb (wenselijk) voor een ieder die de Hajj of 'Umrah gaat verrichten om een ghusl (grote wassing) voor iHraam te nemen- zelfs als een vrouw zich in hayd(menstruatie periode ) of nifaas (nageboorte periode) bevindt.

2. De man mag dan elk soort kleding dragen die hij wil, die niet in de vorm van het lichaam gemaakt is. Deze kleding wordt door de fuqahaa (wetsgeleerden) "ghair al mukheet”(ongenaaid) genoemd. Hij draagt dan een lendendoek (al izaar) en een overkleed (ar ridaa) of iets dat daarop lijkt, en sandalen of elk soort schoeisel die niet de enkels omgeeft.

3. Hij draagt geen hoed of een 'imaamah (tulban) of alles dat daarop lijkt, die op het hoofd past en bedekt. Dit geldt slechts voor de man.

Wat de vrouw betreft, zij doet niets van haar kleding af, die voor haar toegestaan is (in de Shari`ah), behalve dat ze haar gezicht niet vastbindt met niqaab(gezicht bedekking) of burqa of lithaam (beide zijn gezicht bedekkingen waarbij de ogen zichtbaar blijven) of handdoek. Ze draagt ook geen handschoenen.
Hij (de Profeet (sas) zei: "De muHrim (een man die in gewijde staat is) mag geen hemd dragen, of `imaamah (tulband) of burnoes (mantel met capuchon) of trui of mantel die gekleurd is met al wars (een geelkleurige plant) of met saffraan of lederen sokken, behalve als iemand geen sandalen kan vinden [in dat geval kan hij lederen sokken dragen.]
En hij (de profeet (sas) zei: "De muHrimah (een vrouw die in gewijde staat is) mag haar gezicht niet bedekken en ze mag geen handschoenen dragen.
En het is voor de vrouw toegestaan haar gezicht te bedekken, zoiets als khimaar (hoofddoek) of jilbaab (vrouwenkleding)- die ze op haar hoofd doet en over haar gezicht laat hangen- zelfs als het haar gezicht raakt, volgens de juiste mening- echter ze mag het niet vastmaken- zoals Ibn Taymiyyah (raHimahu'llaahu) het zegt.

4. Hij mag de iHraam kleding vòòr de mieqaat aantrekken zelfs in zijn eigen huis, zoals Rasoelullaah (sas) en zijn metgezellen (ra) het gedaan hebben. Dit maakt degenen die met het vliegtuig de Hajj ondernemen; makkelijker, want voor hun is het niet mogelijk om hun iHraam bij de mieqaat aan te trekken- dus het is hun toegestaan om zich in iHraam kleding te bevinden als het vliegtuig opstijgt, maar zij doen nog niet de intentie (voor de iHraam) pas vlak voor de mieqaat - ten einde ze niet de mieqaat voorbij gaan zonder iHraam.

5. Hij mag body-oil gebruiken en zich met elk parfum, die geurt maar geen kleur heeft die hij wil, echter de vrouwen gebruiken parfum; die een kleur heeft maar niet geurt - en dit alles mag hij doen vòòr hij de intentie verricht voor de iHraam bij de mieqaat - want na dit is het Haraam (verboden).

De IHraam en Niyyah(intentie)

6. Als hij bij de mieqaat aankomt wordt het voor hem waajib (verplicht) om de intentie (voor IHraam) uit te spreken- en om de Hajj en niyyah te verrichten is niet louter en alleen in zijn hart, want het verrichten ervan was al met het hart sinds hij zijn woonplaats heeft verlaten- te meer, hij moet het (niyyah) verrichten door woord en daad, om muHrim te worden. Dus als hij de `talbiyyah' reciteert om de intentie uit te spreken in de IHraam te treden dan is zijn IHraam; volgens consensus (van de geleerden) besloten.

7. En hij zegt met zijn tong niet iets anders dan de 'talbiyyah', niet zoals men placht te zeggen: "O Allaah, ik wens de Hajj en de `Umrah; te willen verrichten, dus maak het makkelijk voor me en accepteer het van mij …; Niets van dit is van de Profeet (sas) overgeleverd. Dit geldt ook voor de intentie voor de kleinewassing (taHaarah), gebed (Salaat) en het vasten (Siyaam), die niet met de tong; wordt uitgesproken. Dit alles behoort tot de nieuw verzonnen zaken (binnen de Islaam). En zoals de bekende gezegde van de Profeet (sas) luidt: …Waarlijk elk nieuw verzonnen zaak (in de Islaam) is nieuwlichterij (bid`ah) en elke nieuwlichterij is een dwaling en alle dwalingen zijn in het vuur." (Tirmidhee-SaHeeh).

De Mieqaats

8. De mieqaats (grensplaatsen van het gewijd gebied waarin men in staat van ihraam moet zijn met als doel `Umrah en/of Hajj te volbrengen) zijn vijf:

- Dhul Hulaifah
- Al-Juhfah
- Qarn-ul Manaazil
- Yalamlam
- Dhaatu `Irq

Ze zijn bestemd voor degenen die daar leven en degenen die er langs gaan om Hajj of 'Umrah te verrichten. En wiens huis dichterbij Makkah is, is dat dan zijn mieqaats. Hij treedt in iHraam vanaf zijn huis. De mensen van Makkah treden zelfs in iHraam vanuit Makkah.

DHUL HULAIFAH is de plaats voor de mensen van Madinah. Het is een dorp dat zes of zeven mijl van (Medinah) vandaan is.- Het is tevens de verste mieqaat van Makkah gelegen. Het ligt op tien maraaHil (dag en nacht; reis) (450 km) afstand (van Makkah)vandaan- of minder afhankelijk van de route, want er zijn vele routes vanaf hier naar Makkah, zoals Shaykhu'l Islaam; Ibn Taimiyyah het aangeeft. Het wordt "Waadi`u'l `Aqeeq" genoemd. De moskee die zich erin bevindt wordt "Masjid-ush-Shajarah" (moskee van de boom) genoemd . De bron die zich erin bevindt wordt "bi'r `Ali' (bron van `Ali) genoemd door de onwetende menigte. Ze geloven dat `Ali daar een jinn (geest) heeft gedood. Dit berust op een leugen.

AL-JUHFAH is een dorp dat tussen Madinah en Makkah in ligt op ongeveer drie maraaHil (dag en nacht reis) (187 km) afstand (van Makkah) vandaan. Het is de mieqaat voor de mensen van Shaam (Groot Syrie), Egypte en ook van Madinah als zij langs deze route komen. Ibn Taimiyyah zei: "Het is de mieqaat voor degenen die de Hajj willen volbrengen vanuit het westen zoals de mensen van Shaam (Groot Syrie) en Egypte en de rest van (de landen van het Westen. Het is momenteel in de woestijn een ruïne geworden, daarom gaan de mensen nu in iHraam voor Al-Juhfah, in de plaats "Raabigh" (200 km van Makkah af) genaamd".

QARN UL MANAAZIL - die ook wel "Qarn-uth-Tha'aalib" wordt genoemd, het is vlakbij Makkah - een dag en een nacht reis (94 km) van Makkah vandaan. Het is de mieqaat voor de mensen van Najd.

YALAMLAM is een plaats die twee nacht reis afstand van Makkah, 30 mijl, vandaan is. Het is de mieqaat voor de mensen van Yemen.

DHAATU `IRQ is een plaats in de woestijn die de grens tussen Nadjd en Tihaamah; markeert, 42 mijl van Makkah vandaan. Het is de; mieqaat voor de mensen van Iraq.

De Profeets (sas) bevel om Hajju’t Tamattu te verrichten

9. Als hij in iHaam wil treden voor het verrichten van Hajj-ul-Qirran, en het offerdier (al hady) bij zich heeft, zegt: labbaikallaahumma bi-hajjah wa umrah

(Hier ben ik O Allaah om Hajj en `Umraah te verrichten). Als hij het offerdier niet bij zich heeft - en dat is het beste - dan zegt hij talbiyyah voor `Umrah alleen: labbaikallaahumma bi-`umrah.

Als hij al de talbiyyah voor Hajj alleen heeft opgezegd, dan laat hij dit vervallen en verandert het in een `Umrah - zoals de Profeet (sas) dat heeft bevolen en hij zei: : "Ik heb de `Umrah als een deel van de Hajj gemaakt tot de Dag des Oordeels" en hij bracht zijn vingers bij elkaar (zie de hadieth hiervoor).

Hij zei ook: "O familie van Muhammad - degene wie van jullie de Hajj wil verrichten laat hem de talbiyyah van een 'Umrah in Hajj opzeggen". Dit is at-Tamattu' van `Umrah met Hajj.

Voorwaarde stellen

10. Als hij wil kan hij bij het opzeggen van talbiyyah een voorwaarde stellen aan Zijn Rabbi Ta`ala (de Verhevene Heer) uit angst voor obstakel van ziekte of angst (die hem zou kunnen weerhouden om zijn Hajj te voltooien)- door het zeggen van - zoals de Rasoel (sas) geleerd heeft: allaahumma mahillee haithu habastanee

(O Allah mijn plaats is overal waar U mij voorkomt).
Als hij het zo doet, en hij wordt belet of wordt ziek - dan mag hij uit de iHraam van de Hajj of `Umrah - en hij hoeft daarna ook geen dier te slachten (als (verplichte) boetedoening) en hij hoeft de Hajj ook niet opnieuw uit te voeren, tenzij het niet zijn ‘Hajjati'l Islaam' (zijn eerste Hajj) was, want dan moet hij het wel inhalen (qadzaa').

11. Er is geen specifiek gebed voor ihraam, echter als het tijd is voor het gebed voor ihraam, dan moet hij bidden en daarna zijn ihraam aantrekken, hiermee volgt hij het voorbeeld van Rasoelullah (sallallahu `alayhi wa sallam), die na het middag gebed ihraam aan deed.

Gebed in Wadi ul Aqieq

12. Echter degene wiens mieqaat Dhul Hulaifah is, dan is het voor hem mustahaabb om daar te bidden, omdat de plaats en zijn aanwezigheid daar gezegend is. Zoals al Bukharie van `Umar (ra) heeft overgeleverd, die zei: “Ik hoorde Rasoelullaah (sas) zeggen in Wadi ul Aqieq: “Iemand kwam deze nacht van mijn Rabb naar me en zei: Bid in deze gezegende dal, en zeg ‘Umrah met Hajj". En Ibn 'Umar (ra) heeft van de Profeet (sallallahu `alayhi wa sallam) overgeleverd: "...dat hij zag, toen afstegen om te slapen aan het eind van de nacht in Dhul Hulaifah in het midden van de dal, zei iemand tegen hem: je bent in de gezegende stenige grond."

Talbiyyah en het verheffen van de stem

13. Dan dient hij te staan in de richting van de Qiblah, en de talbiyyah zeggen voor `Umrah of Hajj, zoals voorgaande het geval was, en zegt: allaahumma haadhihi hajjah, laariyaa'a fiehaa wa laa sum'ah

O Allah dit is een Hajj, daar is geen pralerij daarin of hypocrisie.

14. En hij dient de talbiyyah van de Profeet te zeggen:

(I) labbaikallaahumma labbaika labbaika laa sharieka laka labbaika-innal hamda wan ni`mata laka wal mulka-la sharieka laka
(Hier ben ik Allah hier ben ik. U heeft geen deelgenoten. Hier ben ik, voorzeker, alle lof, gunsten en heerschappij behoren U toe. U hebt geen deelgenoten.)

(II) En hij zei ook: labbaika ilaahal haqq.
(Hier Ik ben God van de Waarheid)

15. En het is beter je te houden aan de talbiyyah van de Profeet (sallallahu `alayhi wa sallam), het is zelfs toegestaan dit uit te breiden, zoals de Profeet (sallallahu `alayhi wa sallam) heeft goedgekeurd van degenen die het deden, zeggende: "labbaika dhal ma'aarij, labbaika dhal fawaadil".
(Hier ben ik Bezitter van de Wegen van Opkomst. Hier ben ik Bezitter van Voortreffelijkheid) Ibn `Umar plachtte ook te zeggen: "labbaika wa sa'daika wal khairu biyadaika war-raghabaa'u ilaika wal `amalu"
(Hier ben ik gezegend door U en al het goede is in Uw Handen en wens en werk zijn tot U gericht)

16. En degene die de talbiyyah zegt is bevolen met zijn stem te verheffen, zoals de Profeet (sallallahu `alayhi wa sallam) zei: "Jibriel kwam naar me en beval me om mijn metgezellen en degenen die met hun zijn te bevelen hun stemmen te verheffen met de talbiyyah." en hij zei:"de beste Hajj is schreuwen en bloed vergieten. Daarom; hadden de metgezellen van de Profeet (sallallahu `alayhi wa sallam) geen stem meer als zij in staat van iHraam waren op het moment ze `arRauhaa' bereikten. De Profeet (sallallahu `alayhi wa sallam) zei: "Het is alsof ik naar Musa kijk, neerdalende van de bergpas en zijn stem verheffende met talbiyyah..."

17. Wat betreft de talbiyyah zijn de vrouwen gelijk aan de mannen, want de twee voorgaande hadieth zijn algemeen van aard. Ze moeten hun stemmen verheffen zolang er geen angst is voor fitnah. `Aa'ishah plachtte haar stem te verheffen totdat de mannen haar konden horen. Abu `Atiyyah zei: "Ik hoorde`Aa'ishah zeggen: Waarlijk, ik weet hoe de talbiyyah van Rasoelullah was, toen hoorde ik haar na het zeggen: Labbaikallaahumma labbaika..."
Qaasim ibn Muhammad zei: Mu'aawiyyah ging ‘s nachts naar buiten en hij hoorde de stem van iemand talbiyyah opzeggen. Hij zei: `Wat is dat?" Er werd gezegd: "`Aa'ishah, Moeder der gelovigen, verricht `Umrah vanuit at-Tan'iem." Dit werd gemeld aan `Aa'ishah waarop ze zei: "Als hij mij had gevraagd dan zou ik hem verteld hebben."

18. Hij herhaalt continu de talbiyyah, want het behoort tot "de tekenen van Hajj" en volgens de Profeet's (sallallahu `alayhi wa sallam) gezegde: ‘Er is niemand die de talbiyyah opzegt en datgene rechts en links van hem – bomen en stenen ook de talbiyyah opzeggen totdat de aarde weergalmt van hier en daar – betekent – van rechts en links."

Metname elke keer als hij een hoge plaats opklimt of nederdaalt van een dal – volgens de voorgaande hadieth: "Het is alsof ik naar hem kijk, als hij de dal neerdaalt talbiyyah opzeggende".

19. Hij mag daarnaast "La ilaaha illallaah" opzeggen en de talbiyyah, naar de gezegde van Ibn Mas'ood (ra): "Ik ging naar Rasoelullah en hij stopte niet met het zeggen van de talbiyyah totdat hij Jamrat-ul' Aqabah bestenigde – behalve als hij het mengde met het reciteren van talbiyyah of "La ilaaha illallaah".

20. Als hij de Haram van Makkah bereikte en de huizen van Makkah zag, stopte hij met het opzeggen van de talbiyyah om zich te concentreren op de komende handelingen.

Het verrichten van ghusl (grote wassing) alvorens Makkah te betreden.

21. Een ieder die in staat is om een ghusl (bad) te nemen voor het binnentreden van Makkah moet dit doen. Hij dient Makkah overdag binnen te treden en om zo het voorbeeld van de Profeets (sas) te volgen.

22. Hij dient Makkah binnen te treden vanaf het bovenste gedeelte wat tegenwoordig Bab ul Mi’laah heeft, aangezien de Profeet (sas) binnentrad vanaf de bovenste pas (Kadaa’) boven de begraafplaats en hij kwam de masjid binnen vanaf Bab Bani Shaibah daar dat de dichtstbijzijnde weg naar de Zwarte Steen (Al-Hajr ul-Aswad) was.

23. Het is voor hem toegestaan om via elke weg binnen te treden, daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “Alle bergpassen van Makkah zijn paden en plaatsen om te slachten,” en in een andere Hadeeth, “Geheel Makkah is een pad. Hij treedt binnen vanaf hier en vertrekt vanaf hier.”

24. Wanneer je de masjid binnen gaat, vergeet dan niet met de rechtervoet naar binnen te gaan en te zeggen:

“Allaahumma salli ‘ala Muhammadin wa sallim – allaahumma aftah lee abwaaba Rahmatika.
“A’oodhu billaahil ‘azeemi wa biwajhihil kareem wa sultaanihil qadeemi minash shaitaanir rajeem.”

25. Wanneer hij de Ka’bah ziet heft hij zijn handen indien hij wil – daar dat bevestigd is van Ibn ‘Abbaas.

26. Er is geen du’aa van de Profeet (sas) bevestigd op dit punt. Hij maakt dus du’aa met wat hij maar kan, indien hij wil met de du’aa die bevestigd is van ‘Umar.

“Allaahumma antas salaamu wa minkas salaamu fahayyinaa rabbana bissalaam.”

De Qudoem Tawaaf (Aankomst)

27. Vervolgens moet hij direct naar de Zwarte Steen gaan, zich ertoe wenden en tabeer maken. Ervoor mag hij ‘Bismillaah’ zeggen, aangezien dit authentiek overgeleverd is van Ibn ‘Umar, maar echter niet van de Profeet (sas).

28. Daarna raakt hij de Zwarte Steen aan met zijn hand en kust hem tevens en maakt er ook sajda op, zoals de Profeet (sas) dat gedaan heeft en ‘Umar en Ibn ‘Abbaas.

29. Indien hij niet in staat is om hem te kussen, raakt hij hem aan met zijn hand en kust daarna zijn hand.

30. Als hij niet in staat is om hem aan te raken, moet hij een gebaar met zijn hand maken in zijn richting.

31. Hij doet dat in elke rondgang.

32. Hij moet niet duwen en geen opstoppingen veroorzaken om erbij te komen, naar aanleiding van de uitspraak van de Profeet (sas): “Oh ‘Umar, jij bent een sterke man, deer dus niet de zwakken. Als je hem wilt aanraken, raak hem dan aan als hij vrij is en zo niet, wendt jezelf naar hem en zeg takbeer.”

33. Het aanraken van de Zwarte Steen is iets uitstekends daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “Op de Dag des Oordeels zal Allaah de steen opheffen en hij zal twee ogen hebben waarmee hij kan zien en een tong waarmee hij spreekt en hij zal een getuige zijn voor een ieder die hem waarlijk heeft aangeraakt.” En hij heeft gezegd: “Het aanraken van de Zwarte Steen en de Jemenitische hoek verwijdert zonden.” “De Zwarte Steen komt uit het Paradijs en hij was ooit witter dan sneeuw, maar de zonden van de afgodendienaren hebben hem zwart doen kleuren.”

34. Vervolgens begint hij met het verrichten van Tawaaf rondom de Ka’bah – beginnende aan de linkerkant – en hij gaat zeven keer rond langs de steen – van steen tot steen is een keer, in zijn ihraam die hij draagt onder zijn rechteroksel en over de linker (genaamd al-idtibaa’) gedurende de Tawaaf. Hij loopt snel en maakt zich fors (ramal – een krachtige manier van lopen met de schouders naar voren); in de eerste drie, van de steen tot de steen – daarna loopt hij normaal in de rest.

35. Hij raakt met zijn hand de Jemenitische hoek aan telkens wanneer hij er voorbij komt, zonder hem te kussen en als hij niet in staat is hem aan te raken maakt hij geen enkel gebaar in die richting.

36. Tussen de twee hoeken moet hij zeggen:

“Rabbanaa aatinaa fid-dunyaa hasanatan wa fi’l aakhirati hasanatan wa qinaa ‘adhaaban naar.”

“Onze Rabb! Schenk ons het goede in deze wereld en het goede in het Hiernamaals en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur. (Soorah Al-Baqarah:201)

37. Hij raakt de twee shaami hoeken helemaal niet aan en volgt zo de Sunnah van de Profeet (sas).

Iltizaam tussen de Hoek en de Deur.

38. Hij kan zich vastklampen aan de plaats tussen de hoek en de Deur. Hij plaatst zijn borst, gezicht en voorarm op deze plaats.

39. Er is geen specifieke dhikr voor tawaaf, dus hij kan Qur'aan lezen of elk soort dhikr doen die hij wil, volgens de Profeet's gezegde: Tawaaf rond het Huis is gebed, behalve dat Allah toegestaan heeft daarin te spreken, dus degene die spreekt, laat hem dan niets anders dan goede dingen zeggen. In een andere overlevering staat: dus laat hem zijn gesprek daarin beperken."

40. Het is voor een naakte persoon en een mestruerende vrouw verboden de tawaaf rond het Huis te verrichten, zoals hij (sas) zei: Een naakte persoon mag de tawaaf rond het Huis niet verrichten."

En zijn uitspraak aan 'Aa'ishah, toen ze 'Umrah wilde verrichten in de uiteindelijke Hajj : Verricht de Hajj zoals een ioeder het doet, behalve dat je de tawaaf rond het Huis niet verricht (en verricht het gebed ook niet), totdat je rein wordt.

41. Als hij de zevende ommegang heeft voltooid, bedekt hij zijn rechter schouder en verplaatst zich naar de Standplaats van Ibrahiem (as) en reciteert:

Wattakhidhoo min-maqaami ibraaheema musalla” [Soerat-ul-Baqarah ayah 125]

En neem de Standplaats van Ibrahiem (as) als een plaats van gebed…”

42. Hij plaatst zich tussen de Maqaami Ibrahiem (Standplaats van Ibrahiem (as) tussen zichzelf en de Ka'bah en verricht twee rak`ahs.

43. Hij reciteert daarin Soerah Al Kafiroen and Surat-Qul Huwallaahu Ahad.

Soerah (Al Kafiroen)
QOEL JAA AJJOHAL KAFIROEN; LAA ABOEDOE MAA TA`BOEDOEN; WA LAA ANTOEM AABIDOENA MAA ABOED; WA LAA ANA AABIDOEMMAA ABATTOEM; WA LAA ANTOEM AABIDOENA MAA ABOED; LAKOEM DIENOEKOEM WALIEYA DIEN.
Soerah 112 (AL-Ichlas)
QOEL HOEWALLAAHOE AHAD; ALLAAHOES SAMAD; LAM JALID WA LAM JOELAD; WA LAM JAKOELLAHOE KOEFOEWAN AHAD.

44. Hij dient daar niet te lopen tussen de handen van geen van de biddenden noch toestaan dat iemand voor hem loopt terwijl hij bidt, zoals de ahadieth dat in het algemeen verbiedt, daar is geen bewezen uitzondering voor de Haram Masjid, laat staan de rest van Makkah.

45. Na het gebed gaat hij naar Zamzam en drinkt daaruit en giet wat water over zijn hoofd, zoals hij (sas) zei: "Zamzam water is voor wat het gedronken wordt".
Hij (sas) zei:"het is gezegend en het is een voeding en een genezing voor ziekte". Hij (sas) zei : “Het beste water op de aardbodem is Zamzam water, daarin is voedingstof en genezing voor ziekte.

46. Daarna keert hij zich tot de Zwarte Steen en zegt takbier en raakt het aan, zoals hiervoor vermeldt.

Sa'ie tussen Safa en Marwah

47. Dan gaat hij weg voor sa'ie tussen Safa en Marwah (twee kleine heuvels). Als hij de voet van Safaa bereikt leest hij Allaahu Ta'ala's ayah:

Innas-safaa wal marwata min sha'aa'irillaahi faman hajjal baita 'a wi`tamara falaa junaaha 'alaihi ay yattawwafa bihimaa wa man tatawwa'a khiran fa'innallaaha shaakirun 'aliem.[Soerat-ul-Baqarah ayah 158]

As Safa en Al Marwa behoren tot de aan Allah gewijde symbolen. Wie alzo zich naar het Huis begeeft tot Hajj (bedevaart) of tot `Umrah (bezoek) voor die is het geen vergrijp dat hij de ommegang bij bijde verricht. En als iemand in vrijwilligheid goeds verricht dan is Allah belonend en wetend.) en zegt:

Nabda'u bimaa bada'allaahu bihi (We beginnen met wat Allaah ermee begon)

48. Hij begint met as-Safaa: hij beklimt het totdat hij de Ka'bah kan zien.

49. Hij draait zich naar de Ka'bah toe en betuigt Allahs Eenheid (tauheed) en grootheid; (takbier), zeggende:
Allaahu akbar allaahu akbar allaahu akbar - laa illaaha illallahu wahdau laa shariekalahu - lahul mulku wa lahul hamdu - yuhyie wa yumietu wa huwa 'alaa kulli shay'in qadier - laa ilaaha illallahu wahdahu laa shariekalahu - anjaza wa'dahu wa nasara; 'abdahu wa hazamal ahzaaba wahdahu

Zegt dat drie maal en verricht du`aa na iedere keer..

50. Hij daalt af voor sa'ie tussen Safaa and Marwah, zoals Rasoelullah (sas) zei: Verricht sa'ie zoals Allah heeft voorgeschreven sa'ie voor je.

51. Hij loopt tot hij de groene signaalpost bereikt, rechts en links, dan loopt hij op een drafje tot hij de volgende signaalpost bereikt. Deze plaats was in de tijd van de Profeet (sas) een droge rivier bedding, bedkt met kleine stenen, en de Profeet (sas) zei:
(De rivierbedding wordt niet overgestoken behalve met kracht. Dan loopt hij naar Marwah toe en beklimt het, zoals het geval was met as Saffa: keert zijn gezicht tot de Qiblah, takbier en tahliel zeggende en du'aa verrichtende. Dit maakt één complete circuit.

52. Dan keert terug tot hij as Saffa beklimt, loopt waar hij moet lopen en rent waar hij moet rennen en dat is een tweede circuit.

53. Dan keert hij terug naar Marwah – enzovoort tot hij zeven circuits voltooit totaan Marwah.

54. Het is voor hem toegestaan om tussen as Safaa en al Marwah te gaan, terwijl hij (op iets) rijdt. Hoewel de Profeet voor het lopen voorkeur gaf.

55. Als hij du'aa reciteert in sa'ie wilt zeggen zegt: Rabbighfir warham innaka antal a'azzul akram

(O Rabb vergeef en heb genade, waarlijk U bent de Machtgste en Nobelste.)
Het kan niet kwaad zoals het authentiek overgeleverd is van een groep Salaf.

56. Als hij klaar is met de zevende circuit in al-Marwah, knipt hij zijn hoofdhaar

Hiermee komt een einde aan de 'Umrah – en alles wat hiervoor verboden werd nadat hij in iHraam trad, wordt nu weer toegestaan – en dit duurt tot Yaum ut-Tarwiyyah (8ste  Dhul-Hijjah).

57. Degene die de staat van iHraam aanneemt zonder intentie om 'Umrah te verrichten voor de Hajj – en geen hadi (offerdier) heeft meegenomen, die buiten het gezegende gebied komt, dient ook de staat van iHraam te verlaten, gehoorzamend aan de Profeets (sas) bevel en zijn boosheid vermijdende. Degene, die de offer dier met zich hebben meegenomen, blijven in staat van iHraam. Ze verlaten die staat niet tot na de steniging op de Dag van Offeren (Yaum-un-Nahr) (10de Dhul-Hijjah).

Ihlaal (hardop Talbiyyah opzeggen) voor Hajj op Yaumu’t Tarwiyyah

58. Als het Yaum ut-Tarwiyyah is, dat is op de 8ste Dhul Hijjah – neemt hij iHraam aan en roep aan met de talbiyyah van Hajj. Hij doet hetzelfde als bij het aannemen van iHraam voor 'Umrah, vanuit de mieqaat – dit geldt voor het baden, het gebruiken van perfum, het dragen van de ridaa en izaar (bovenste en de onderste gewaad) en het reciteren van talbiyyah – dit houdt hij aan tot hij Jamrat ul-Aqaha stenigt (op 10de; Dhul-Hijjah).

59. Hij neemt de iHraam aan vanaf de plaats waar hij verblijft – de mensen die in Makkah verblijven doen dat vanuit Makkah.

60. Daarna vertrekt hij naar Minaa en verricht daar het Zuhr gebed en verblijft daar. Hij brengt de nacht daar door en verricht de rest van de vijfdags gebeden – verkort ze (tot twee ra`kahs) echter zonder ze te combineren.

De tocht naar ‘Arafah

61. Dus nadat de zon is opgekomen op de Dag van ‘Arafah (10de Dhul-Hijjah) – gaat hij naar ‘Arafah (een grote vlakte ten zuidoosten van Mekka), terwijl hij talbiyyah of takbeer opzegt – want dit werd beide gedaan door de Metgezellen van de Profeet (sas) toen zij Hajj met hem maakten – en hij bekritiseerde geen van beiden (degenen die talbiyyah opzeiden of degenen; die takbeer opzeiden) 62. Vervolgens stopt hij bij Namirah – dit is een plaats dicht bij ‘Arafah, maar geen gedeelte ervan – en verblijft daar tot ’s middags.

63. Dus wanneer de zon voorbij zijn hoogtepunt is, gaat hij naar ‘Uranah, wat naast ‘Arafah ligt, en vestigt zich daar. De Imaam dient hier een gepaste Khutbah aan de mensen te geven.

64. Vervolgens bidt hij Zuhr en ‘Asr met de mensen, die hij inkort (2 rakaat) en samenvoegt in de tijd van het Zuhr gebed.

65. Er wordt één adhaan gemaakt en twee iqaamahs.

66. Hij bidt niets tussen de twee gebeden.

67. Degene die niet de gelegenheid heeft om met de Imaam te bidden, bidt ze op dezelfde wijze alleen of met degenen om zich heen die zich in een soortgelijke situatie bevinden.

Het staan in ‘Arafah (woeqoef)

68. Vervolgens vertrekt hij naar ‘Arafah en gaat, indien hij hier toe in staat is, staan op de rotsen onder de Berg van Genade (Jabal ur-Rahmah) en zo niet is ‘Arafah in zijn geheel een plaats om te staan.

69. Hij gaat richting de Qiblah staan, heft zijn handen, maakt du’aa en zegt talbiyyah op.

70. Hij zegt veel ‘La ilaha illallaah’ op, want dit is de beste du’aa op de Dag van ‘Arafah vanwege de uitspraak van de de Profeet (sas): Het beste dat ik en de Profeten in de avond van ‘Arafah gezegd hebben is:

Laa ilaha illallaahu wahdahu laa shareeka lahu lahul mulk wa lahul hamdu wa huwa 'alaa kulli shay'in qadeer.

71. Het is toegestaan om zo nu en dan aan de talbiyyah toe te voegen:
Innamaal Khairu Khairul Aakhirati (Al het goede is het goede van het Hiernamaals).

72. Het is sunnah voor degene die in ‘Arafah staat om die dag niet te vasten.

73. Hij blijft in die staat en gedenkt Allah door talbiyyah op te zeggen en maakt du’aa zoals hij wil – hopende dat Allah hem van degenen zal maken waar Hij over opschept (degenen die Hij verlost van het Vuur) bij de Engelen, zoals dat staat in de hadith: “Er is geen dag waarop Allah meer van zijn dienaren verlost van het Vuur, dan de Dag van ‘Arafah, voorwaar Hij nadert hen en schept op over hen bij de engelen, zeggende: ‘Wat zoeken zij?’ En in een andere hadith: “Voorwaar, Allah schept op over de mensen van ‘Arafah bij de mensen van de hemel (de engelen), zeggende: ‘Kijk naar Mijn dienaren, die onverzorgd en stoffig naar Mij zijn gekomen.” en hij blijft in die staat totdat de zon ondergaat.

‘Arafah verlaten

74. Wanneer de zon dus ondergaat, verlaat hij ‘Arafah voor Muzdalifah – rustig en kalm, zonder te dringen of de mensen met zichzelf te duwen of met zijn rijdier of met zijn voertuig. In plaats daarvan versnelt hij wanneer hij ruimte vindt.

75. Waaneer hij Muzdalifah bereikt, maakt hij adhaan en iqaamah en bidt de drie ra’kah’s van Maghrib, daarna maakt hij iqaamah en bidt ‘Ishaa, die hij verkort (2 rakaat) en voegt de twee gebeden samen.

76. Het is geen probleem als hij de twee gebeden scheidt vanwege een of andere noodzakelijkheid.

77. Hij bidt niets tussen hen of na ‘Ishaa

78. Vervolgens slaapt hij tot Fajr.

79. Wanneer de eerste ochtendschemering verschijnt, bidt hij vervolgens Fajr in het eerste gedeelte van zijn tijd met adhaan en iqaamah.

De Fajr salaat; (ochtend gebed) in Muzdaifah

80. Alle pilgrims bidden het Fajr gebed in Muzdalifah (een plaats tussen ‘Arafah en Minaa), behalve de zwakken en de vrouwen, aangezien het voor hen is toegestaan om te vertrekken nadat de halve nacht voorbij is, uit angst om verdrukt te worden door de mensen.

81. Vervolgens komt hij aan bij de Mash’ar al-Haraam (een kleine berg in Muzdalifah), klimt erop en richt zich tot de Qiblah, waarna hij tahweed, takbeer en tahleel opzegt, Allahs Eenheid verklaart en du’aa maakt totdat de hemel zeer helder wordt.

82. Geheel Muzdalifah is een plaats om te staan, het staan is dus op elke plek toegestaan.

83. Hij vertrekt rustig richting Minaa voordat de zon opkomt, terwijl hij talbiyyah opzegt.

84. Hij haast zich wanneer hij bij de rivier vallei van MuHassir aankomt, indien dit mogelijk is; dit is een gedeelte van Minaa.

85. Vervolgens neemt hij de middelste weg, die hem leidt naar de Jamrat ul Aqabah.

Het Stenigen (Ar-Ramee)

86. In Minaa raapt hij stenen op waarmee hij van plan is het stenigen van Jamrat-ul-‘Aqabah te verrichten – dit is de laatste Jamraat en de dichtstbijzijnde bij Mekka.

87. Hij richt zich tot de Pilaar (Jamrah) met Makkah links van hem en Minaa rechts van hem.

88. Vervolgens stenigt hij hem met zeven steentjes, vergelijkbaar met de Stenen van Khadhf, die iets langer zijn dan de kikkererwt.

89. Bij het gooien van elke steen zegt hij takbeer op.

90. Hij eindigt met het opzeggen van talbiyyah bij het gooien van de laatste steen.

91. Hij verricht dit stenigen pas na zonsopgang, zelfs de de vrouwen en de zwakken die toegestaan zijn Muzdalifah te verlaten in het midden van de nacht, omdat dit twee verschillende dingen zijn.

92. Hij mag dit stenigen na de middag tot zelfs in de nacht verrichten, indien hij moeite heeft om dit stenigen voor de middag te verrichten, zoals wordt bevestigd in de hadith.

93. Wanneer hij de Jamrah gestenigd heeft, wordt alles weer toegestaan voor hem behalve vrouwen, zelfs als hij nog niet geofferd heeft of zijn hoofd heeft geschoren, hij mag zijn kleding dus weer aantrekken en parfum gebruiken.

94. Indien hij in staat wil blijven van het hebben verlaten van Ihraam, dient hij echter dezelfde dag (voor Maghrib) nog Tawaaf-ul-Ifaada te verrichten – anders, indien hij voor de avond (voor Maghrib) nog geen Tawaaf heeft verricht, keert hij terug naar de staat van Ihraam waarin hij zich bevondt voor het stenigen en moet hij dus zijn kleding uittrekken en zijn Ihraam aantrekken, volgens de uitspraak van de Profeet (sas): “Voorwaar, nadat jullie de Jamrah gestenigd hebben, is op deze dag alles wat verboden was (door Ihraam) toegestaan voor jullie behalve vrouwen (geslachtsgemeenschap) – wanneer het dus avond wordt en u nog geen Tawaaf rond dit Huis heeft verricht, keert u terug nar de staat van Ihraam, waarin u zich bevondt voor het stenigen, totdat u Tawaaf verricht.

Het Offeren

95. Vervolgens gaat hij naar de plek van offeren in Minnaa en offert zijn dier, dat is de Sunnah.

96. Het is echter toegestaan voor hem om op elke andere plek in Minnaa of Mekka te slachten, door de uitspraak van de Profeet (sas): “Ik heb hier geslacht en geheel Minnaa is een plek om te slachten en de gehele bergpas nadert, slacht dus op de plaats van stoppen”.

97. De Sunnah is om de dhabh (slachten d.m.v. een horzizontale snee in de keel) of nahr (slachten door middel van een verticale beweging van de speer tot aan de onderkant van de keel), met eigen hand indien dit mogelijk is en zo niet stelt men iemand anders aan die het doet voor hem.

98. Men moet het dier wenden tot de Qiblah wanneer hij slacht en hem laten liggen op zijn linkerzijde en de rechtervoet op zijn rechterzijde plaatsen.

99. De kameel dient geslacht te worden d.m.v. nahr, terwijl zijn linkerpoot is vastgebonden en staat op zijn andere (poten)80, gewendt tot de Qiblah.

100. Voor het slachten zegt hij:

Bismillaahi Wallaahu Akbar Al-Laahumma Inna Hadha Minka Wa Laka Al Lahumma Taqabbal Minnee
(In Naam van Allah en Allah is Grootser. Oh Allah, dit is van U en voor U. Oh Allah accepteer het van mij.)

101. De tijd van slachten is de vier dagen van ‘Eid – Yaum-un-Nahr, die genoemd wordt ‘Yaum ul-Hajj-ul-Akbar’ (Dag van de grootste Hajj), en de drie dagen van Tashreeq, daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “Alle dagen van Tashreeq zijnom te offeren.”

102. Hij mag eten van het vlees van zijn offerdier en een gedeelte ervan mee terug naar zijn land nemen, daar de Profeet (sas) dat gedaan heeft.

103. Hij dient een gedeelte af te staan om de armen en behoeftigen te voeden, aangezien Allaah zegt:

“En de kamelen (om te offeren) hebben Wij voor jullie gemaakt als behorend tot de gewijde Tekenen van Allaah, daarin is (veel) goeds voor jullie. Spreek daarom de Naam van Allaah over hen uit als zij in rijen staan (om geslacht te worden). En wanneer zij (na het slachten) op hun zij vallen, eet dan van hen en voedt de bedelaar die niet (aan de mensen) vraagt en de bedelaar die (aan de mensen) vraagt.” [Soorat-ul-hajj ayah 36]

104. Een kameel of koe mag over zeven mensen verdeeld worden.

105. Hij die zich geen offerdier kan veroorloven moet drie dagen vasten tijdens Hajj en zeven dagen wanneer hij (thuis) bij zijn gezin aankomt.

106. Hij mag de drie dagen van Tashreeq vasten aan de hand van de hadith van ‘Aa’ishah en Ibn ‘Umar – moge Allaah welbehagen in hen hebben – die gezegd hebben: “Niemand van ons werd toegestaan te vasten op de dagen van Tahreeq behalve degene die zich geen offerdier kon veroorloven.”

107. Vervolgens scheert hij al zijn haar weg of maakt het korter – en het eerste is beter daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “O Allaah wees barmhartig met degenen die hun hoofd scheren.” Zij (de mensen) zeiden: “En degenen die hun haar koter maken, oh Boodschapper van Allaah?” Na de vierde keer voegde hij aan: “En degenen die hun haar korter maken.”

108. De Sunnah is dat de kapper begint met de rechterkant van het hoofd, zoals dat staat in de hadith van Anas.

109. Het wegscheren van het haar is uitsluitend voor de mannen en niet voor de vrouwen – zij maken hun haar alleen korter, daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “Het wegscheren van het haar is niet voor vrouwen, voorwaar het is aan de vrouwen hun haar korter te maken.” Zij dient haar haar bij elkaar te nemen en het de lengte van een vingergewricht in te korten.

110. De Sunnah is de Imaam een khutba geeft in de voormiddag van de Dag van Offeren in Minaa tussen de Jamaraat om de mensen de rituelen van de Hajj te onderwijzen.

Tawaafu’l Ifaadah

111. Diezelfde dag gaat hij naar het Huis en maakt Tawaaf – zeven keer rondom – zoals reeds eerder vermeld onder de Tawaaf bij aankomst – met als uitzondering dat hij zijn ihraam niet onder zijn rechterschouder draagt – noch verricht hij raml tijdens zijn Tawaaf.

112. Het is van de Sunnah om twee ra’kah’s te bidden achter de Plek van Ibrahim – zoals Zuhree gezegd heeft en tevens Ibn ‘Umar. Zij zeiden: “Voor elke zeven keer rondom zijn er twee ra’kah’s.”

113. Vervolgens loopt en rent hij tussen Safaa en Marwah net als daarvoor – behalve voor degene die de Hajj van Qiraan of Ifraad doet – de eerste sa’ee is voldoende voor hem.

114. Na deze Tawaaf wordt alles wat verboden was door Ihraam weer toegestaan voor hem – zelfs de vrouw (geslachtsgemeenschap).

115. Hij bidt Zuhr in Mekkah en Ibn ‘Umar heeft gezegd: “In Minaa.”

116. Hij komt aan bij Zamzam en drinkt ervan.

Overnachten in Minaa

117. Vervolgens komt hij terug in Minaa en verblijft daar voor de dagen en nachten van Tashreeq.

118. Hij stenigt de drie Jamaraat met zeven kleine steentjes op elk van die dagen, ‘s middags, zoals reeds eerder vermeld is bij het stenigen op de Dag van Offeren.

119. Hij begint met de eerste Jamrah, dat is de dichtsbijzijnde bij de Masjid – al-Khaif. Na deze gestenigd te hebben gaat hij verder en gaat voor een lange tijd richting de Qiblah staan, terwijl hij zijn handen heft en du’aa maakt.

120. Vervolgens komt hij aan bij de tweede Jamarah en stenigt deze op dezelfde wijze, waarna hij linksaf gaat en voor een lange tijd richting de Qiblah gaat staan, terwijl hij zijn handen heft en du’aa maakt.

121. Vervolgens komt hij aan bij de derde Jamarah en dit is de Jamrat al-Aqabah – en stenigt deze op dezelfde wijze – hij gaat dusdanig staan dat de Ka’bah links van hem is en Minaa rechts van hem en blijft daarna niet staan (om du’aa te maken).

122. Vervolgens herhaalt hij dit stenigen op de tweede en derde dag.

123. Indien hij na de tweede dag vertrekt en niet blijft voor het stenigen op de derde dag, dan is dat toegestaan daar Allaah ta’ala zegt:

(Nederlandse uitleg): “En gedenk Allaah gedurende een vastgesteld aantal dagen. Maar wie haast heeft om na twee dagen te vertrekken, er rust dan geen zonde op hem; en wie (het vertrek nog één dag) uitstelt, er rust dan (ook) geen zonde op hem, voor wie Allaah vreest.” [Soeratul-Baqarah:203]
Het voor het stenigen op de derde dag is echter beter aangezien dat de Sunnah is.

124. De Sunnah is om de eerdere handelingen van Hajj in volgorde te verrichten: het stenigen, dan slachten, dan het hoofd scheren, dan Tawaaf van Ifaadah, de Sa’ie voor degene die Hajj at-Tamattu’ doet; indien hij echter iets eerder of; later doet (dingen niet in volgorde verrichten), dan is dat toegestaan daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “Er is geen kwaad, er is geen kwaad.”

125. Wat betreft het stenigen, het volgende is toegestaan voor degenen die een geldige reden hebben:

a)             Toestemming om de nacht niet in Minaa door te brengen, naar aanleiding van de hadieth van Ibn ‘Umar: “Al ‘Abbaas vroeg Rasoolullah om toestemming om de nacht van Minaa in Makkah door te brengen, omdat hij verantwoordelijk was voor het aanleveren van Zamzam water daar, dus gaf hij hem toestemming.”

b)             Het samenvoegen van twee dagen stenigen op één dag, naar aanleiding van de hadith van ‘Aasim ibn ‘Adiyy die gezegd heeft: “???????”

c)              Het stenigen ‘s nachts verrichten, daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “De schaapsherder mag ‘s nachts stenigen, zodat hij overdag zijn kudde in de gaten kan houden.”

126. Het is toegstaan voor hem om de ka`bah te bezoeken en Tawaaf te verrichten tijdens elk nacht van Mina zoals de Profeet (sas) het deed.

127. De pelgrim dient ervoor te zorgen dat hij gedurende de Dagen van Minaa de vijf dagelijkse gebeden met de congregatie verricht – en het beste is om te bidden in de Masjid van Khaif als hij daar toe in staat is, daar de Profeet (sas) heeft gezegd: “Zeventig Profeten hebben gebeden in de Masjid van Khaif.”

128. Na het stenigen op de tweede of derde dag van de dagen van Tashreeq voltooid te hebben, is hij klaar met de rituelen van Hajj en keert daarom terug naar Makkah – en verblijft daar zo lang als Allaah bepaald heeft voor hem te verblijven – hij dient ervoor te zorgen dat hij de gebeden met de congregatie verricht – met name in de Masjid-ul-Haraam, waarin een enkel gebed beter is als honderduizend gebeden in andere moskeeën.

129. Hij moet veel gebeden verrichten en Tawaaf maken op elk moment hij maar wenst, hetzij overdag of ‘s nachts, daar de Profeet (sas) over de twee hoeken, de Zwarte Steen en de Yemenitischetische hoek, heeft gezegd: “Hen aanraken verwijdert zonden en hij die Tawaaf maakt heft of plaatst zijn voet niet (tijdens het lopen), behalve dat Allah het voor hem opschrijft als een goede daad, slechte daden van hem ermee uitwist en een extra rang voor hem opschrijft en een ieder die een even aantal keer rond gaat (zie de Sharh van at-Tirmidhee), het is alsof hij een slaaf heeft vrijgezet.” En de Profeet (sas) heeft gezegd: “Oh stam van ‘Abd Manaaf! Weerhoudt niemand van het maken van Tawaaf van dit huis of van het gebed, op welk moment van de dag of nacht hij dan ook wenst.”

De Afscheids Tawaaf (Tawaaf Ul Wadaa)

130. Wanneer hij alles wat hij moet doen voltooid heeft en besloten heeft te vertrekken, dient hij een afscheids Tawaaf van het huis te maken, daar Ibn ‘Abbaas heeft overgeleverd: “De mensen vertrokken in alle richtingen, daarom zei de Profeet (sas): ‘Niemand vertrekt totdat hij als zijn laatste handeling.”

131. De menstruerende vrouw werd in eerste instantie bevolen te wachten met het maken van Tawaaf ul Wadaa totdat zij rein was ervan, maar later werd het toegestaan voor haar om te vertrekken zonder te wachten naar aanleiding van de Hadeeth van Ibn ‘Abbaas: “De Profeet sas stond de menstruerende vrouw toe te vertrekken voor de (Afscheids) Tawaaf, zo lang zij de Tawaaf van Ifaadah had verricht.”

132. Hij mag zoveel Zamzam water met zich meenemen als hij kan vanwege zijn zegeningen, aangezien: “Rasoolullah het met zich meedroeg in waterhuiden en houders – en (het) schonk; op de zieken en hen het te drinken gaf.” Verder: “Voordat Makkah veroverd werd zond hij Suhail ibn ‘Amr de boodschap dat hij Zamzam water voor ons moest brengen en het niet moest nalaten – dus zond hij hem twee grote volle zakken.”

133. Wanneer hij klaar is met de Tawaaf en net als de rest van de mensen de moskee verlaat – niet achteruit lopend – en hij stapt als eerste met zijn linkervoet naar buiten en zegt:

“Allaahumma salli ‘alaa Muhammadin wa sallim – Allaahumma innee ‘as’aluka min fadlika.”
(O Allaah schenk Mohammed zegeningen en vrede. Oh Allaah ik vraag U om Uw Gunsten).

Bida` (nieuwigheden) van Hajj, `Umra en Ziyaarah (het bezoek)

Ik heb besloten een appendix bij te voegen betreffende de nieuwigheden van Hajj, bezoek aan Madinatu’l Munawwara, en Baitu’l Maqdis (Jeruzalem), want veel mensen weten deze dingen niet en handelen erna. Dus ik wilde hen hierin adviseren door hen uit te leggen en tegen deze dingen te waarschuwen, immers Allah  (SWT) accepteert geen daden, zolang ze niet aan twee condities voldoen:

Eerste: dat het gedaan wordt zuiver voor Allahs aangezicht (SWT)

Tweede: dat het correct is. Het is pas correct als het in overeenstemming is met de Sunnah, en niet daarmee in strijd is. Zoals de geleerden unaniem erover eens zijn, is alles die door mensen beweerd worden als zijnde een onderdeel van aanbidding, terwijl die niet door Rasoelullaah (sas) bevolen is in zijn uitspraken, en ook niet de praktiseerder naderbij Allah brengt, is in strijd met zijn Sunnah. Zijn Sunnah is in twee categorieen te onderverdelen:

a)             Sunnah betreffende daden (Sunnah Fi`liyyah: werken die hij deed)

b)             Sunnah van onachtzaamheid (Sunnah Tarkiyyah: werken; die Rasoelullaah (sas) niet verrichtte terwijl de mogelijkheden ervoor waren)

Wat betreft de dingen die tot aanbidding behoren, en die de Profeet (sas) niet deed, is het tot de Sunnah om het te verlaten, bijvoorbeeld het oproepen van de adhaan voor de `ied gebeden en voor het begraven van de overledene, zelfs als het een middel is om Allah te aanroepen en Hem te verheerlijken. Het is niet toegestaan om het te doen als een middel tot nabijheid tot Allah, de Verhevene en de Glorieuze. En het is alleen vanwege het feit dat Rasoelullaah (sas) zich ervan distantieerde, want dit punt was door zijn metgezellen begrepen. Daardoor waarschuwden ze vaak tegen nieuwigheden in het algemeen, zoals het genoemd is zijn eigelijke plaats: Hudhaifah ibni’l Yamaan (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: ‘Elke aanbidding die niet door de metgezellen van Rasoelullaah (sas) zijn gedaan, laat het dan’. Ibni Ma`oed (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “Volg (de Sunnah) en ga niet vernieuwen, want dit is genoeg voor jou, houd je vast aan de oude weg.”

Wat is degene gelukkig aan wie Allah het goede fortuin geeft om zijn aanbidding slechts voor Hem te verricht door het volgen van de Sunnah van Zijn Profeet (sas), zonder menging van nieuwigheden. Laat voor zo’n iemand dan goede tijdingen van Allahs acceptatie, gehoorzaamheid, en zijn toetreding tot Zijn Paradijs zijn. Moge Allah ons tot diegenen maken die het woord hoort en het beste; daarvan volgt.

En weet dat deze nieuwigheden terug te voeren zijn tot de volgende factoren:

(1)   Zwakke (da`ief) ahadieth, die niet als bewijs kunnen worden gebruikt, noch is het toegestaan ze aan de Profeet (sas) toe te schrijven, noch is het, volgens ons zeggen, toegestaan volgens dezen te handelen, zoals ik heb uitgelegd in de inleiding van ‘Sifatu Salaatu’n-Nabie’ (De Profeets (sas) manier van Gebed), en dit is ook de mening van een groep van geleerden, waaronder Ibn Taymieyah.

(2)   Verzonnen (maudoe`) ahadieth of overleveringen die geen basis hebben. Sommige geleerden zijn zich niet bewust van hun ware aard. Daardoor baseren ze religieuze uitspraken hierop. Ze zijn de kern van nieuwigheid en nieuwheden.!

(3)   De besluiten (idjtihadaat) van sommige geleerden, met name de latere geleerden, of hun (besluiten) ten aanzien van bepaalde zaken die aanbevolen worden, worden niet gebaseerd op de bewijzen (vanuit de Qur’aan en de Sunnah). Ze behandelden deze eerder alsof ze onbetwistbare zaken waren, totdat ze zich hielden aan en volgers werden van de Sunnahs. Het zal niet verborgen blijven voor degene, die inzicht in zijn religie heeft, dat het niet correct is zulke besluiten te volgen, daar deze niet een deel van de Shari`ah is, dan wat Allah heeft voorgeschreven. Het is genoeg voor iemand die iets wenselijk maakt, als hij een mudjtahid is, d.w.z. toegestaan voor hem is erna te handelen, volgens wat hij ziet als wenselijk, en dat Allah hem niet zal straffen hiervoor. Maar wat betreft andere mensen die dit zien als zijnde voorgeschreven en Sunnah, dan niet, beslist niet. En hoe moet het dan als deze dingen in strijd zijn met de Sunnah, zoals het hierna aan de orde zal komen, met Allahs wil.?

(4)   Gebruiken en bijgeloven, die geen bewijs vanuit de Shari`ah hebben. Ze worden zelfs niet ondersteund met de rede. Zelfs als sommige onwetende mensen erna handelen en hen als een onderdeel van de Shari`ah nemen. Soms beweren sommige mensen dat ze (gebruiken en bijgeloven) komen van de geleerden, en zowaar het zij hun verschijnsel.

Weet dat het gevaar van deze nieuwigheden niet op één niveau zijn. Ze zijn in verschillende gradaties. Sommige ervan zijn duidelijk shirk en kufr, zoals je zult zien , sommige ervan zijn minder erg, hoewel je ervoor moet letten dat het lichtste nieuwigheid dat iemand in de religie introduceert haraam (verboden) is na het uitgestald is al een nieuwigheid, want er is geen nieuwigheid die makroeh (afkeurenswaardig) is, zoals sommige denken. Hoe kan dat immers ook zo zijn als Rasoelullaah (sas) zei: “Elke nieuwigheid is dwaling en elke dwaling is in het Vuur” Dat is de ene die het doet (????).

Imaam ash Shatibie heeft dit punt volledig uitgelegd in zijn belangrijke boek ‘Al I`tisaam’. Vanwege dit is de nieuwigheid iets dat heel gevaarlijk is. De meeste mensen blijven achteloos van dit, behalve een klein groep mensen met kennis. De gezegde van de Profeet (sas) is genoeg als bewijs voor de ernst van de nieuwigheid: ‘Waarlijk Allah heeft geweigerd het berouw van iemand die een nieuwigheid heeft geïntroduceerd te aannemen, totdat hij de nieuwigheid heeft opgegeven’. (overgeleverd door Tabaranie en ad-Diyaa-ul-Maqdisie in al Hadiethu’l Mukhtarah en anderen, met sahieh isnaad, was door al Mundharie verklaard als hasan)

Ik vul dit aan met een woord van advies, die ik de lezers wil mededelen van een grote imaam van de eerste geleerden van de muslims, Shaikh Hasan ibn `Ali al Barbaharie, een van de metgezellen van Imaam Ahmad, stierf in het jaar 329 na Hidjrah, moge Allah tevreden zijn met hem. Hij zei: “En pas op voor de kleinste nieuwlichterijen, want de kleinste nieuwigheden worden door herhaling grote nieuwigheden. Op die manier is elke nieuwigheid die geïntroduceerd is in deze gemeenschap (`ummah), begon als een kleine nieuwigheid. Dit leek op de eerste oogopslag; op iets corrects maar degene die erin valt wordt verleid. Dan is hij niet in staat om het te verlaten. Sommige ervan groeit en wordt een deel van de religie, en het wordt als zodanig gepraktiseerd. Dus onderzoek, moge Allah je genadig zijn, alles wat de mensen in je tijd zeggen en; overhaast je niet (in het accepteren ervan), tot je vraagt en er achter komt: Heeft één van de metgezellen van de Profeet (sas) of één van de geleerden erover gesproken? Als je een overlevering van hen vindt, accepteer het en verlaat het niet voor wat dan ook. Geef niet de voorkeur voor dit, anders val je in het Vuur. Weet, moge Allah je genadig zijn, dat dienaars Islaam niet compleet is, totdat hij een volger (van het bewijs) is, instemt in en zich overgeeft aan (de Waarheid). Dus degene die beweert dat alles wat overblijft van de Islaam, datgeen is die de metgezellen van Rasoelullaah (sas) ons niet volledig hebben uitgelegd, heeft een leugen verzonnen tegen hen. En dat is genoeg voor hem dat hij hen heeft gesmaad. Hij is een nieuwlichter, dwaler en misleidt en introduceert in de Islaam iets dat niet daartoe behoort.”

Ik (al Albanie) zeg: ‘En moge Allah Imaam Malik genadig zijn die zei: “De laatsten van deze gemeenschap (`ummah) zullen niet gecorrigeerd worden dan door die die gecorrigeerd is door zijn eersten, zodat wat toen niet tot de religie behoorde, nu ook niet tot de religie behoort.”

Moge Allah zegeningen en groetenis zenden tot onze Profeet (sas), die zei: “Ik heb niets anders achtergelaten die jullie nader tot Allah zal leiden dan dat ik het jullie heb bevolen. En ik heb niets anders achtergelaten die jullie van Allah zal afhouden dan dat ik het jullie heb verboden.”

En alle lofprijzing is voor Allah, door Wiens zegening goede werken worden voltooid.

Door Drs.I.Bayrak.

Top

Terug naar Haroen`s Religie pagina