Haroen Soebratie

Verhalen en moralen over de vrome metgezellen van de profeet (vzmh)



“Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan. Heer, en belast ons niet zoals U degene die vóór ons waren hebt belast, Onze Heer, belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis. En wees ons Barmhartig. U bent onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk.” [28:24, Soerah al-Qasas]

Bij deze begint een broeder Insha Allah met een serie verhalen en moralen over de vrome metgezellen van de profeet Mohammed (vzmh) Onze super hero die een natie van super helden heeft opgeleid. Wanneer is iemand een metgezel? een metgezel oftewel een sahabi (meervoud=sahabah) is een persoon die in de tijd van de profeet (vzmh) heeft geleefd, hem heeft gezien en gekend. Dus het zijn heel veel metgezellen maar hij zal zich; beperken tot de meest bekende Insha Allah.

Aboe Bakr As-siddieq
Abbad Ibn Bishr
Abdoellah Ibn Hoedhafah
Abdoellah Ibn Sailam
Aboe Dhar Alghifari
Aboe Oebaydah ibn Al-Jarrah
Aboe-d Dardaa
An-Nuayman Ibn Amr
Abdoellah Ibn Abbaas
Aboe Horayrah
Bilaal Ibn Rabaah
Al-Baraa Ibn Malik Al-Ansari
Barakah

Aboe Bakr As-siddieq
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Hier volgt een lezing over één van de Metgezellen van Profeet Mohammed (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Zijn naam is Aboe Bakr as-Siddiq (Moge Allah tevreden met hem zijn) en heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de opbouw van de Islamitische gemeenschap en de voortzetting ervan na de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Aboe Bakr as-Siddiq (Moge Allah tevreden met hem zijn) was één van de metgezellen van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) aan wie het Paradijs was beloofd. Hij was tevens de eerste Khaliefa.

Enkele uitspraken van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) over Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn): Iemand vroeg aan de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem): Wie hem het meest geliefd was? Hij zei: “ Aisha” (de vrouw van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en dochter van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn). Ik vroeg toen: “en onder de mannen?” Hij zei “Haar vader” Ik vroeg en wie dan? Hij zei: “ Dan ‘Oemar ibn Al-Khattab”. Daarna noemde hij nog een aantal personen.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei verder over Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn): “ Ik nodigde de mensen uit tot de Islam, maar een ieder had de tijd nodig om erover na te denken of ze deze stap wel wilden zetten, alleen bij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) was dit niet het geval. Vanaf het moment dat ik hem uitnodigde tot de Islam, accepteerde hij de boodschap zonder enige twijfel.”

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei ook tijdens zijn laatste Khoetbah (laatste rede): “ Niemand had een betere metgezel voor mij kunnen zijn dan Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn)”.

Hieruit kunnen we opmaken hoeveel Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) betekende voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) was zeer dierbaar voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en dat was wederzijds. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hield zoveel van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) dat hij bereid was zijn leven te geven zolang de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) maar veilig en tevreden was. We zullen straks zien dat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) alles voor zijn religie en voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) overhad en dat hij nooit terugweek het woord van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) uit te voeren.

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en de andere metgezellen van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) vormden de basis van de Oemmah (Islamitische gemeenschap). Iedere metgezel had wel een unieke karaktereigenschap, welke een belangrijke rol zou spelen bij de opbouw van de Oemmah. Zo had Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) ook zeer mooie eigenschappen waaruit wij zeer zeker lering kunnen trekken.

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd zeer gewaardeerd en gerespecteerd door de mensen vanwege het feit dat hij behoorde tot de heersende klasse maar ook door zijn uitmuntende gedrag. Hij was altijd vriendelijk en hartelijk tegenover zowel bekenden als vreemden. Hij was bereid de mensen te helpen en te ondersteunen en was zéér fel gekant tegen onrechtvaardigheid. Men beschouwde hem als één van de belangrijkste intellectuelen van Qoraysh, iemand met een zuiver en rechtvaardig beoordelingsvermogen, die vaak om raad werd gevraagd. Daarnaast deed hij nooit mee aan de nachtelijke braspartijen en was totaal niet geïnteresseerd in de afgodsbeelden van Qoraysh.

Profeet Mohammed (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) kende elkaar vanaf hun jeugd en waren opgegroeid als broers. Toen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) de eerste openbaring kreeg op de berg Hira, vertelde hij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) wat er was gebeurd en dat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) hem had uitgekozen zijn boodschap te verkondigen. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) luisterde aandachtig naar wat zijn dierbare vriend vertelde en wist na al die jaren van vriendschap dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem)hem nooit zou misleiden en hem nooit zou uitnodigen tot het slechte. Hij accepteerde de Islam zonder enige twijfel en was hierdoor de eerste volwassen man die de Islam aanvaardde. Sindsdien week hij nooit van de zijde van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en zette zich volledig in voor de Islam.

Nadat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) de boodschap van de Islam openlijk begon te verkondigen, voelde Qoraysh zich bedreigd. Deze man zou hun stad een slechte naam geven en op deze manier zouden de zaken slechter gaan.

De volgende gebeurtenis laat zien welke haat Qoraysh jegens de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) voelden: Op een dag verrichtte de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) het gebed bij de Kaba. Hij was totaal opgenomen in zijn gebed. Enkele leiders van Qoraysh zaten op de binnenplaats van de Kaba, waaronder één van de meest bittere tegenstander van de Islam. Hij had er genoeg van dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) hun goden verafschuwde en de mensen opriep tot het aanbidden van één God waardoor hun handel gevaar liep. Hij zei: “ Ik zal vandaag eens en voor altijd afrekenen met Mohammed”. Zo gezegd , zo gedaan. Uqba ibn abi Mu´ait ging met een reep stof naar de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en wikkelde het om zijn nek en begon hem te wurgen. De rest van de leiders begonnen hartelijk te lachen.  Op dat moment passeerde Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en zag wat Uqba ibn abi Mu´ait probeerde te doen. Hij snelde naar de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en duwde Uqba ibn abi Mu´ait weg. Hij bevrijdde de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) uit zijn benarde situatie en zei toen tegen Uqba ibn abi Mu´ait: “ Wil je een man doden omdat hij zegt: ´Mijn Heer is Allah, en hij duidelijke tekenen van zijn Heer aan jullie kenbaar heeft gemaakt´.

Hier zien we nogmaals hoe Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) opkomt voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zonder te denken aan zijn eigen veiligheid.

Qoraysh probeerde op allerlei mogelijke manieren de Moslims het leven zuur te maken en te weerhouden hun religie uit te voeren. Daarnaast probeerde ze ook door middel van martel praktijken andere af te schrikken toe te treden tot de Islam. Het was uiteraard een zware tijd voor de jonge Oemmah (Islamitische gemeenschap) Maar velen van hun waren zo standvastig dat zelfs de ergste martelingen hen er niet van weerhielden, de eenheid van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te bevestigen en openlijk te verklaren dat ze moslims waren. Voornamelijk de slaven hadden het hard te verduren omdat zij geen enkele bescherming genoten tegen hun wrede meesters.

Voor sommige was er echter een bevrijding door middel van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) die zijn vermogen gebruikte om slaven op te kopen en hun vrij te laten.

Één van die slaven heette Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn), hij kwam uit Abessinië (Ethiopië). Zijn meester was Omaya ibn Khalaf. Toen deze erachter kwam dat Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) moslim was geworden, liet hij Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) ontkleden en beveelde om Bilal op het hete zand te leggen. Ondanks dat Omaya hem ook nog met de zweep sloeg, bleef Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) standvastig en herhaalde steeds “Er is maar één God, Er is maar één God”. Omaya werd woest, want zijn straffen haalde niets uit en liet daarom een zware rots op Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) kantelen, ondanks de pijn en uitputting bleef Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) standvastig.

Hij had zoveel kracht gekregen van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) dat hij de zwaarste straffen kon doorstaan omwille van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Allah (Geprezen en Verheven is Hij) was hem genadig. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) passeerde en zag hoe Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd gemarteld, hij deed een bod aan Omaya om Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) van hem te kopen. Omaya ging akkoord, Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) liet Bilal daarna (Moge Allah tevreden met hem zijn) meteen vrij.

Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd later één van de meest geleerde personen van de Oemmah en was een voorbeeld van nederigheid en wijsheid. Ook hij stond altijd klaar om de Islam te dienen. Hij werd voor zijn standvastigheid beloond en werd gekozen tot de eerste Moe-addhien. Een voorbeeld voor de wereld die tot op de dag van vandaag nog steeds indruk maakt op zowel moslims als niet moslims.

In het tiende jaar van zijn missie werd de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) geëerd door Allah (Geprezen en Verheven is Hij) door middel van Isra wal miraj. De profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) werd op een nacht door Jibriel (Gabriël) (vrede zij met hem) naar de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem gebracht en verrichtte daar gezamenlijk het gebed met de andere profeten die hem waren voorgegaan in deze zware missie.

Daarna werd hij meegevoerd naar de zeven hemelen en kreeg daar o.a. de opdracht het gebed vijf keer per dag te verrichtten. In de ochtend keerde hij weer terug naar Mekka. Toen de Mekkanen hoorden over deze wonderbaarlijke reis waren ze gevuld met vreugde,  omdat ze dachten dat dit het bewijs was dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) loog en dat dit zijn ondergang zou betekenen. Zelfs enkele Moslims begonnen te twijfelen en vertelde het verhaal aan Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) wat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) had meegemaakt.

Toen Aboe  Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) dit hoorde zei hij: “ Als de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) dit heeft gezegd dan is het de waarheid.” Verder zei hij dat de openbaringen van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) aan de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) wonderbaarlijker waren dan een reis naar Jeruzalem.

Toen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) hoorde over de standvastigheid van zijn geliefde metgezel, noemde hij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) sindsdien “Siddiq” -  de waarheids-getrouwe.

Qoraysh ging door met het vervolgen en martelen van de Moslims waarna er toestemming werd gegeven om te emigreren. Een gedeelte van de Moslims emigreerde naar Abbessinië waar een rechtvaardige christelijke koning heerste. Een andere groep emigreerde naar Medina waarvan de bewoners zich hadden bekeerd tot de Islam en de Moslims uit Mekka met open armen ontvingen.

Alleen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en enkele andere Sahabah (metgezellen) bleven achter in Mekka. De Mekkanen hadden er genoeg van en ze smeedde een plan om Mohammed (Allah’s vrede en zegen zij met hem) te doden, maar Allah (Geprezen en Verheven is Hij) gaf  de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) toestemming om Mekka te verlaten. De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) vertrok samen met Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) op de avond waarbij Qoraysh van plan waren hem te doden, naar Medina. Dit was een hele eer voor Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn), dat hij de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) mocht vergezellen op deze belangrijke tocht.

Onderweg naar Medina verbleven ze in de Grot Thawr. Voordat ze de grot binnen gingen zei Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn): “ Ik zweer bij Allah dat je niet eerder de grot binnen gaat voordat ik heb gekeken of het veilig is.” Daarna ging hij de grot binnen en maakte de grot schoon en vulde enkele gaten met stukjes stof van zijn kleding. Toen er nog enkele gaten open waren stopte hij zijn tenen erin en zei tegen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) dat het veilig was de grot binnen te gaan.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) legde zijn hoofd op de schoot van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en viel in slaap. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd in de tussen tijd door een scorpion in zijn teen gebeten maar roerde zich niet, zodat hij de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) niet in zijn slaap zou storen.

De Mekkanen waren woedend toen ze ontdekten dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was ontsnapt terwijl ze dachten dat ze hem in hun greep hadden. Nu wilden ze de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) meer dan ooit te pakken krijgen en verzamelde de beste speurders. Er werd zelfs een beloning van 1000 kamelen uitgeloofd aan degene die de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zou vinden. Uiteindelijk kwamen een aantal speurders aan bij de grot waar de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) verbleven. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) die constant op zijn hoede, was, hoorde de mensen buiten praten. Hij vreesde voor het leven van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en niet eens voor zijn eigen leven.

Allah (Geprezen en Verheven is Hij) vertelt ons hierover in de Qor’aan: “ Als gij hem (de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) niet helpt, voorzeker Allah hielp hem, toen de ongelovigen hem verdreven - toen hij één van de twee was en zij beiden in de grot waren en hij tot zijn metgezel ziedde: Treur niet, want Allah is met ons. Toen zond Allah zijn vrede op hem neder en versterkte hem met zijn scharen die gij niet zaagt en vernederde het woord van de ongelovigen en Allah's woord is het allerhoogste. En Allah is Almachtig, Alwijs.”

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde hierover: “ Ik zei tegen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Toen wij in de Grot waren “ Als één van hun nu bukt om onder zijn voeten te kijken dan zal hij ons zeker zien” De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “ O Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn)! Wat denk je van twee personen waarvan Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de derde is?”.

Toen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) dit hoorde was hij gerustgesteld want Allah (Geprezen en Verheven is Hij) was met hun. De mannen van Qoraysh kwamen dichter bij de grot. Maar Allah beschermde Zijn dienaren en Qoraysh kon de Grot niet betreden door Allah’s wil.

Zo redde Allah (Geprezen en Verheven is Hij) zijn Boodschapper en metgezel Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en Allah is Almachtig, Alwijs. Na drie dagen kwamen de mannen aan in Medina en werden hartelijk ontvangen door de Ansar alsmede de Moehadjirien. Ook in Medina verbleef Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) constant aan de zijde van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem).

De Moslims hadden nu een eigen stad van waaruit ze verder gingen met het verspreiden van de islam. In de talloze gevechten die kwamen vocht Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) zij aan zij met de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en liet het nooit afweten.

De liefde die Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) voelde voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) kwam onder andere tot uiting tijdens een vredesoverleg bij Hudaibiya. Tijdens het overleg, raakte de woordvoerder van Qoraysh zo af en toe de baard van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) aan. Aboe Bakrs (Moge Allah tevreden met hem zijn) liefde voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was zo groot dat hij niet langer kon toezien hoe deze man de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zo vernederde, hij nam zijn zwaard en keek de woordvoerder kwaad aan en zei: “ Als deze hand nog één keer de baard van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) aanraakt, zal jouw hand dat gebaar niet meer maken.”

De Oemmah groeide maar daar waren wel de nodige inspanningen voor nodig, zo wilde de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) een leger sturen naar TAboek maar er waren niet genoeg financiële middelen. Hij vroeg daarom aan de Oemmah deze expeditie te ondersteunen door middel van Sadaqa. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) nam zijn gehele vermogen en gaf dit aan de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Toen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) vroeg : “ Heb je nog wat achtergelaten voor je vrouw en kinderen?” Antwoordde Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hierop: “ Allah en zijn Boodschapper zijn genoeg voor hen.”

De aanwezige waren zo verbaasd over de Imaan van deze man en wisten dat ze Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) nooit zouden overtreffen in zijn service voor de Islam.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) werd ziek, de mensen raakten in de war want de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was nog nooit ziek geweest.  Toen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) tijdens zijn ziekte te zwak was om naar de moskee te komen en niet meer in staat was het gebed te leiden, wees hij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) aan om zijn plaats in te nemen. Dit was natuurlijk een eer voor Aboe Bakr omdat  deze bijzondere taak daarvoor steeds door de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) werd verricht.

Aisha (Moge Allah tevreden met hem zijn), de dochter van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en de vrouw van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was bang dat dit een te zware taak zou zijn voor haar gevoelige vader. Ze probeerde de  Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) op andere gedachten te brengen omdat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) altijd moest huilen tijdens het reciteren van de Qor’aan, wat tot ergernis zou kunnen leiden, omdat niemand dan kon horen wat hij zei.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) bleef echter bij zijn beslissing en Allah en zijn Boodschapper weten wat het beste is. Toen de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zijn laatste Khoetbah hield ,zei hij onder andere het volgende: “ Een dienaar van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) die mocht kiezen tussen deze wereld en de eeuwige wereld, heeft gekozen voor de eeuwige wereld met Allah.”

Toen hij deze woorden hoorde begon Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) te huilen, de rest van de aanwezige waren verbaasd dat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) begon te huilen omdat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) alleen maar zei dat een dienaar een keuze had gemaakt.

Achteraf bleek dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zichzelf bedoelde en dat dit een afscheidsrede was. Alleen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) bezat genoeg kennis om te begrijpen wat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) met deze woorden bedoelde.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei verder: “ Er is niemand onder de mensen die voor mij zo edelmoedig was met zijn leven en bezittingen dan Aboe Bakr ibn Abi Qoh’aafah. Als ik een boezemvriend zou moeten kiezen dan zou ik Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn)  kiezen, maar de vriendschap van de Islam is beter.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) naderde het einde van zijn leven en liet duidelijk blijken dat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) een geschikte kandidaat zou zijn om de jonge Oemmah op te vangen na zijn dood. Het was uiteindelijk de Oemmah die een opvolger moest kiezen maar de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) probeerde de mensen te verwijzen naar de beste beslissing. De keuze was verder aan de mensen om deze H’ikma (wijsheid) te gebruiken in hun beslissing of niet. Op de laatste dag van zijn leven voelde de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zich goed genoeg om naar de moskee te gaan. (Ali ibn Abi Thaalieb en al-Fadl ibn al-’Abbaas ondersteunde hem).

De mensen waren vol vreugde omdat ze dachten dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) weer beter was. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) leidde op dat moment het gebed en merkte dat de mensen opgewonden en blij waren. Hij wist dat dit alleen maar kon betekenen dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) weer terug was.

Hij wilde zich terugtrekken zodat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) het gebed kon leiden maar de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) weerhield hem hiervan en liet blijken dat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) moest doorgaan. De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) volgde het gebed achter Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn).

Omdat het leek alsof de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) weer beter was, vroeg Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) na het gebed en de toespraak van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) of hij naar zijn huis mocht aan de rand van de stad om wat spullen te halen, de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) gaf  zijn toestemming.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) voelde zich echter steeds zwakker worden en een paar uur later overleed de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) die een genade was van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) voor de mensheid, degene die zoveel had doorstaan om deze boodschap te verspreiden, had zijn taak volbracht en was niet langer op deze wereld.

Ongeloof sloeg toe bij de Moslims, het kon niet waar zijn dat hun dierbare Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) er niet meer was. ‘Oemar ibn Al-Khattab (Moge Allah tevreden met hem zijn) voor wie zoveel mensen vreesde vanwege zijn kracht en ijzeren wil de waarheid te laten zegevieren, kon zijn oren niet geloven. De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) van wie hij zoveel hield kon niet dood zijn, het was een leugen, hij pakte zijn zwaard en riep “ Een ieder die zegt dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) dood is, zal ik doden” Zeventien jaar had hij aan de zijde gestaan van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was hem dierbaarder dan zijn eigen leven. Het was ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) teveel.

Toen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hoorde wat er was gebeurd haastte hij zich terug naar het huis van Aisha (Moge Allah tevreden met hem zijn), zijn dochter. Hij zag de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en keek vol tederheid naar de persoon van wie hij zoveel hield en met wie hij zoveel had doorstaan en zei: “ Hoe gezegend was je leven en hoe mooi is je dood” en hij kuste de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem).

Hij stond op en ging naar buiten en zei tegen ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn): “ wees even stil en luister” toen ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) rustig werd, richtte Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) zich tot de mensen en zei: “O mensen, degene die Mohammed aanbeden, weet dat Mohammed verleden is, maar degene die Allah aanbidden, weet dan dat Allah leeft en dat Hij nooit zal sterven.”

Daarna reciteerde hij de volgende vers uit de Qor’aan: “ En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt? Hij, die zich omkeert zal aan Allah in het geheel geen schade berokkenen. En Allah zal de dankbare gewis belonen.”

Na deze woorden werd alle twijfel uit de harten weggenomen en accepteerden de mensen dat hun geliefde Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) werkelijk was overleden.

Na de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) moest er een beslissing worden genomen over wie de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zou moeten opvolgen. De Ansar (de bewoners van Medina) zeiden, dat de Khaliefa vanuit hun midden gekozen moest worden. Maar een man zei dat misschien de Muhajirin (de emigranten uit Mekka) een betere kandidaat hadden. Iemand suggereerde, dat er dan 2 Khaliefaa´s gekozen moesten worden, één van de Ansar en één van de Mujarien.

Toen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hoorde wat er aan de hand was, snelde hij naar de bijeenkomst en zei: “Zowel de Ansar als de Muharjrien hebben veel gedaan voor de Islam, maar de Moehadjirien waren de eerste, die de Islam volgde en waren altijd dichter bij de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Dus Ansar, laat de Khaliefa een van hen zijn”. Één persoon zei toen: Oh Ansar, als we iets deden voor de Islam, dan deden we dat omwille van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en zijn boodschapper. We hebben daarmee niemand verplicht om deze positie in te nemen. Luister, de heilige Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) behoorde tot Qoraysh, die hebben daarom een groter recht deze plaats in te nemen. Bij Allah, ik denk dat het niet juist is om hierover onenigheid met hen te maken. Vrees Allah, en ga niet tegen hen in.

Na het horen van deze woorden, waren de Ansar het eens, dat er een Khaliefa gekozen moest worden vanuit Qoraysh. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) zei:” Vrienden, ik denk dat ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) of Aboe Obaida (Moge Allah tevreden met hem zijn) de rol van de Khaliefa het beste kunnen vervullen. Kies daarom één van hen.” Toen ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) en Aboe Obaida (Moge Allah tevreden met hem zijn) dit hoorden, zeiden ze: “ O Siddiq, hoe kan iemand anders dan jij deze plaats innemen, zolang je nog onder ons bent?  Jij ben de beste onder de Moehadjirien. Jij was de metgezel van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) in de grot Thaur. Jij leidde het gebed tijdens zijn ziekte. Het gebed is één van de belangrijkste verplichtingen  in de Islam. Met al deze kwalificaties ben jij de juiste persoon om de opvolger te zijn van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Houd je hand op, zodat wij een belofte van trouw aan jou kunnen afleggen.”

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hief zijn hand echter niet op. ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) zag in, dat vertraging eventueel tot een herhaling  zou kunnen leiden om een Khaliefa te kiezen, daarom nam hij zelf de hand van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en legde de belofte van trouw af  en de rest volgde. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd de Khaliefa met de goedkeuring van de Oemmah.

De dag daarna, hield de Eerste Khaliefa, Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) de volgende toespraak: “ Oh mensen, ik ben gekozen tot jullie leider, maar ik ben niet beter dan één van jullie. Als ik het goede doe, steun mij daarin. Doe ik het verkeerde, corrigeer mij dan. Luister, de liefde voor de waarheid betekent trouw zijn, en zich niet bekommeren om de waarheid is verraad. De zwakken onder jullie zullen sterk zijn in mijn ogen, zolang zij hun recht niet krijgen In Sha Allah.  De sterken onder jullie zullen zwak zijn in mijn ogen, zolang ik niet van hen neem, wat hen niet toebehoort. In Sha Allah.”

Luister, als de mensen niet meer voor Allah vechten, dan zal Allah hen in ongenade laten vallen. Als de mensen het kwaad verkiezen boven het goede, dan zal Allah hen overspoelen met rampen.

Luister, gehoorzaam mij zolang ik Allah en de boodschapper gehoorzaam. Indien ik Allah en zijn boodschapper ongehoorzaam ben, dan gehoorzaam mij niet.”

Nu begon er een tijd van belangrijke beslissingen, die de Oemmah bij elkaar moest houden na de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). De vijanden dachten, de kust is veilig om zelf de macht over te nemen en de Moslims aan te vallen.

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) moest de juiste beslissingen nemen om deze gevaren het hoofd te bieden.

Één van de zaken waarover Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) een beslissing moest nemen, was een expeditie tegen Syrië onder leiding van Oesaamah Ibn Zaid. Een 17-jarige jongeman, die door de Profeet was aangesteld de expeditie te leiden. Ondanks veel problemen in en om de Oemmah, besloot hij het bevel van de Profeet toch uit te voeren. Enkele Sahaba’s dachten dat het beter was het leger in Medina te houden ter verdediging. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) bleef bij zijn standpunt, dat de orders van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), hoe dan ook, uitgevoerd moesten worden en zo vertrok het leger onder Oesaamah naar Syrie.

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) begeleidde het leger van Oesaamah tot buiten Medina. Oesaamah reed op een paard, terwijl Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) naast hem liep. Oesaamah zei:” Oh opvolger van de Profeet, u kunt mijn plaats nemen op het paard.”

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) antwoordde: “ Bij Allah, ik ben het niet met uw voorstel eens, het deert mij niet een beetje stof op mijn schoenen, terwijl ik enkele stappen op de weg zet omwille van Allah (Fisabilillah). Voor elke stap, die iemand zet op Allah’s weg, zal men zeven honderd goede daden toegeschreven krijgen.”

‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) was ook in het leger van Oesaamah gestationeerd, maar Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) had hem nodig in Medina. Hij vroeg Oesaamah toestemming om ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) bij zich te houden. Toestemming werd daarvoor gegeven. Dit laat ons zien hoe nederig en Godvrezend hij was. Ondanks zijn positie bleef hij toch simpel en was niet te trots om toestemming te vragen aan een 17-jarige jongen. Hij vreesde Allah en hij respecteerde de orders van de Profeet, zelfs na de dood van de Profeet bleef Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hem trouw. De expeditie onder Oesaamah bleek succesvol te zijn en keerde na 40 dagen terug.

Daarnaast had de uittocht van het leger van Oesaamah een ander positieve uitwerking nl. de vijanden, die dachten dat de Islam verzwakt was , zagen dat een groot leger Medina verliet. Dit betekende, dat Medina toch niet zo zwak was, zoals men zich voorstelde en zij zagen ervan af om Medina aan te vallen.

De mensen die kort voor de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) moslim waren geworden, begonnen te verzwakken. Sommigen weigerden de Zakaat te betalen aan Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn).

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) echter ging er tegenin, ondanks het advies van ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) om deze mensen te laten rusten, zodat ze zich meer konden concentreren op andere gevaren aan het front. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) weigerde, omdat Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de Zakaat voor iedere moslim verplicht had. Niemand had de kracht het gebod van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te veranderen. Deze groep viel Medina aan, maar Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) was voorbereid en sloeg hard terug en met succes. De standvastigheid van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hield het fundament van de Islam in tact.

Nu moest Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) vechten tegen de valse profeten die in grote getallen opkwamen. Legers werden uitgezonden, maar met het doel de oplichters nog een kans te geven, terug te keren tot de Islam. Was dit niet het geval, dan vocht men tegen hen totdat zij hun ongeloof opgaven. Één voor één werden de tegenstanders en hypocrieten de kop ingedrukt en werd het wederom rustig in de Umma. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) had een zware taak opgelegd gekregen, maar niemand was beter geschikt voor deze taak dan hij.

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) wist dat dit zou gebeuren en voorzag dat alleen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) deze zware verantwoordelijkheid aankon en met succes.

Aboe Bakr’s onvoorwaardelijke geloof en vertrouwen in Allah (Geprezen en Verheven is Hij), gaf hem overwinning na overwinning.....

Op 7 Djoemaada-al-Ahhier, 13 AH (Islamitische jaartelling). Werd Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) ziek, hij had hoge koorts. Alles werd geprobeerd om de koorts te laten zakken, maar tevergeefs. Ondanks zijn ziekte bleef hij actief om de Oemmah in stand te houden. Zijn grootste zorg was de onenigheid onder de Moslims. Hij herinnerde zich wat er gebeurd was kort na de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en wilde zeker zijn dat er na zijn dood geen splitsing zou ontstaan. Eenheid was de kracht van de Moslims.

Hij stelde voor dat ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) na hem de Khaliefa zou worden, zodat daarover geen onenigheid zou ontstaan zoals na de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Hij stelde dit voor aan de andere Sahaba’s en de meerderheid stemde hiermee in. Één persoon zei echter: ” ‘Oemar is zonder twijfel de beste keus, maar hij is te streng.”

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) antwoordde:” Zodra de last van het Khilaafah op zijn schouders rust, zal hij milder worden.”

Toen alle Sahaba’s het eens waren, liet Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) Othman (Moge Allah tevreden met hem zijn) roepen om ‘Oemar’s benoeming op papier te zetten. Nadat de benoeming was voorgelezen, ging Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) naar het dak van zijn huis, ondersteund door 2 mannen en sprak de mensen toe:” Mijn broeders in Islam, ik heb niemand van mijn eigen familie aangesteld als Khaliefa. Ik heb een man aangewezen die het meest geschikt is. Gaan jullie hiermee akkoord?” “Natuurlijk gaan we akkoord”, riepen honderden mensen.

Na 2 weken ziekte, overleed Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn). Hij was 63 jaar en werd begraven naast de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem).

Voordat hij overleed , zei hij:” Gebruik geen nieuw kledingstuk om mijn lichaam te bedekken. Het kleed was ik nu draag zal voldoende zijn. Maak het eerst schoon.” Aisha (Moge Allah tevreden met hem zijn) zei toen:” Maar vader dit kleed is  oud en versleten.” Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) antwoordde: “Dit oude en versleten kleed is voldoende voor mij.”

Aan dit verzoek werd voldaan. Het tweede verzoek van de stervende Khaliefa was: ”Verkoop mijn land en geef het geld wat ik heb ontvangen als salaris tijdens het Kalifaat aan de gemeenschap terug.” Ook dit werd uitgevoerd. Voordat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) Khaliefa werd, was hij een succesvol zakenman. Na het Khilaafah had hij geen tijd meer zijn zaken te regelen.

Het geld dat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) had ontvangen werd na zijn dood volledig terugbetaald aan Bait-oel-Mal (de schatkist van de gemeenschap).

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn), de eerste Khaliefa, liet een prachtig voorbeeld achter van onbaatzuchtigheid. Hij leefde en werkte voor de Islam tot zijn laatste adem. Voor zijn harde werk en inzet zocht hij echter geen wereldse beloning, hij verlangde alleen naar de beloning van het hiernamaals. Masha Allah.

Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) had voor twee jaar, 3 maanden en tien dagen als Khaliefa geregeerd. Dit is op een mensenleven een vrij korte periode, maar in deze korte periode was hij toch in staat hele belangrijke zaken te doen voor de Islam. Hij had de kracht en Imaan (geloof) om deze taak te vervullen, en redde zo de jonge Oemmah van haar ondergang.

El Hamdulilahi Rab El Alemien.

Asalem Aleikum wa Rahmatoelah wa Barakatoeh

Gebruikte informatie bronnen:

 

q       Sahih Boekhaarie Arabisch-Engels  (de Metgezellen).

q       Artikel over Aboe Bakr door Hamzah Qassem.

q       Artikel over Aboe Bakr door The Muslim Students Association.

q       Boek: Het leven van de Profeet door Tahia Ismail.

 


Abbad Ibn Bishr
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Onze eerste held waar we het over gaan hebben is: Abbad Ibn Bishr (ra)= Radyallahoe anh =Moge Allah tevreden met hem zijn.
Ik wist niet met wie ik zal beginnen dus ben ik op alfabetische
volgorde begonnen.

Het was het vierde jaar na de Hidjrah (Emigratie van de moslims van Mekkah naar Medina). De stad van de profeet(vzmh) Medina was bedreigd van binnen en van buitenaf. Van binnen door de invloedrijke joodse stam, Banoe AnNadir. Ze hebben hun pacten en verdragen met de profeet(vzmh) verbroken en maakten plannen om hem te vermoorden. Daarom werden ze uit Medina verjaagd en verbannen. Dat was in de maand Safar.

Twee maanden later kreeg de profeet(vzmh) nieuws dat stammen van de vergelegen Nadjd van plan waren om Medina binnen te vallen. Om ze voor te zijn verzamelde de profeet (vzmh) een kracht van meer dan 400 man. Tussen deze 400 mannen was een speciale jonge man uit Medina (ansari) genaamd Abbad Ibn Bishr

Gearriveerd in Nadj, trof de profeet(vzmh) de stad van de vijand verlaten door de mannen en trof daar alleen vrouwen en kinderen aan. De mannen waren in de heuvels zich aan het voorbereiden voor het gevecht. De tijd van het Asr gebed kwam en inderdaad zelfs als men in oorlog is moet men het gebed op tijd bidden.

De profeet (vzmh) was bang dat de vijand hen aanviel tijdens het verrichten van het gebed, dus heeft hij de moslims gerangschikt en in twee groepen verdeeld en voerde hij Salat Alkhawf (Het angst-gebed). Met een groep verrichte 1 rak'ah terwijl de andere groep waakte en bij de tweede rak'ah wisselden de groepen zich af.

Kijkend naar de discipline in het islamitische leger werden de vijanden onrustig en angstig. Op deze manier liet de profeet (vzmh) zijn macht en aanwezigheid voelen en ging weer terug naar Medina met zijn leger.

Op de weg terug, heeft de profeet(vzmh) bevel gegeven om te kamperen in een vallei om te overnachten en weer de tocht naar Medina te hervatten. De profeet (vzmh) vroeg : " Wie van jullie wil ons bewaken vanacht?" "Wij Wij, o boodschapper van Allah, " zeiden Abbad Ibn Bishr en Ammar ibn Yassir.
Ammar ibn Yassir(uit Mekka) en Abbad Ibn Bishr(uit Medina) waren door de profeet(vzmh) verbroederd toen de profeet(vzmh) naar Medina was gevlucht.

Abbad en Ammar gingen naar het begin van de vallei om te waken. Abbad zag dat zijn "broer" erg vermoeid was en vroeg hem: " Welk deel van de nacht wens je te slapen, het eerste gedeelte of het tweede?" Ik zou graag gedurende het eerste gedeelte van de nacht slapen, " zei Ammar die heel gauw uit vermoeidheid diep in slaap geraakte dicht bij Abbad .

De nacht was helder, kalm en vredig. De sterren, de bomen en de rotsen schenen in stilte de zegeningen van hun schepper te vieren. Abbad voelde een kalmte over zich heen. Er was geen beweging waar te nemen en geen teken van dreiging. Waarom niet de tijd doorbrengen in ibaadah (aanbidding) en wat koran verzen reciteren, vroeg Abbad zich af. Hoe heerlijk en rustgevend zou het toch zijn om salat(gebed) te verrichten gepaard met een mooie soerah (hoofdstuk) van de koran, waar overigens Abbad erg van genoot.

In feite was Abbad helemaal betoverd door de koran vanaf het eerste moment hij de koran gereciteerd hoorde worden door de prachtige stem van metgezel Mussab Ibn Umayr. Dat was al voor de Hidjra (Emigratie) toen Abbad net vijftien was geworden. Sindsdien had de koran een speciaal plekje in Abbad's hart gevonden en dag en nacht daarna hoorde men hem de heilige woorden van Allah zoveel als hij kon reciteren. Zo veel dat hij tussen de metgezellen van de profeet (vzmh) " De vriend van de koran" werd genoemd.

Laat in de nacht toen de profeet (vzmh) een keer opstond om te bidden(Tahadjjud) in het huis van Aisha(ra) die binnen het moskee was, hoorde de profeet(vzmh) een stem die koran las zo puur en mooi en vroeg aan Aisha(ra) :" Is dit de stem van Abbad Ibn Bishr ?" "Ja O boodschapper van Allah", antwoordde zij. De profeet(vzmh) zei: " O Allah vergeef hem" uit liefde voor Abbad.

En zo in de stilte van de nacht aan het einde van de vallei van Nadj, stond Abbad richting Mekka in alle vrede te bidden. Na de opening met soera Al-Fatiha (Het begin) ging hij verder met het reciteren van soera Al-Kahf (de grot) met zijn mooie en pakkende stem. Het is een lange soera die 110 verzen kent en over allerlei deugden van het geloof gaat zoals waarheid en geduld gerelateerd aan de korte tijd die we hier op aarde leven.

Terwijl hij zo geabsorbeerd was door het reciteren en zich concentreerde op de verlichtende woorden van wijsheid, besloop een vreemdeling de randen van het vallei op zoek naar Mohammed(vzmh) en zijn volgelingen. Hij was een van de mannen die gepland had om de profeet(vzmh) aan te vallen omdat zijn vrouw door de moslims als gijzelaar was genomen. De man had gezworen niet terug te gaan tot hij bloed had vergoten en zijn vrouw terug heeft gehaald.

Van afstand zag de man Abbad's figuur afgetekend aan het begin van de vallei en wist dus dat de profeet(vzmh) en zijn volgelingen in het vallei zijn. In stilte trok hij aan zijn boog en schoot een pijl af. Feilloos drong de pijl door het vlees van Abbad.

In alle kalmte, en steeds geabsorbeerd door het gebed, trok Abbad de pijl uit zijn lichaam en ging gewoon door met bidden. De man beschoot hem nogmaals met een tweede en derde pijl. Abbad beindigde zijn recitatie en knielde(ruku) en daarna sudjoed(neerwerping). En met pijn en moeite sterkte hij zijn armen uit om zijn "broer" Ammar wakker te maken. Ammar werd wakker terwijl Abbad zijn gebed in stilte afmaakte en zei: " Sta op en waak in mijn plaats ik ben geraakt".

Ammar sprong en begon te schreeuwen terwijl hij de vijand in de duisternis zag vluchten. Ammar ging terug naar Abbad tewijl die op de grond lag en het bloed stroomde uit zijn wonden. "Ya Soubahanallah (Alle glorie aan Allah)! Waarom heb je me niet wakker gemaakt toen je voor het eerst werd geraakt?" Abbad zei: " Ik was in het midden van het reciteren van de koran die mijn ziel vulde met ontzag en ik wilde niet mijn recitatie onderbreken." "De profeet(vzmh) had mij bevolen deze soera uit mijn hoofd te leren en de dood heb ik liever dan dat ik deze soera zou moeten onderbreken."

Abbad's toewijding aan de koran was een teken van zijn intense toewijding en liefde voor Allah, Zijn profeet(vzmh)en Zijn religie. De kwaliteiten waarmee hij bekend was, waren zijn constante verdieping in ibaadah, zijn heldhaftige moed en zijn gulheid in Allah's pad. Ten tijde van opoffering en dood was hij altijd aan de frontlinies en ten tijde van het ontvangen van prijzen en lof was hij moeilijk te vinden. Hij was altijd betrouwbaar in zijn handel met moslims en niet-moslims. Aisha(ra) de vrouw van de profeet(vzmh) zei: " Er zijn drie mensen tussen de ansar(bewoners van Medina) waar niemand aan kan tippen wat betreft deugden: Sad Ibn Muadh, Usayd ibn Khudayr en Abbad Ibn Bishr. "

Abbad stierf als een martelaar (shahied) in de slag bij Yamamah. Vlak voor de slag begon had hij een sterk gevoel van dood en martelaarschap. Hij merkte op dat er een gebrek aan wederzijds vertrouwen was tussen de ansar(moslims uit medina) en muhadjirien(moslims uit mekka).

Bij het breken van de dag toen de slag begon, stond Abbad Ibn Bishr op een heuvel en riep: " O ansar onderscheid jezelf tussen de mannen en laat de islam niet zakken" Abbad bleef preken tot ongeveer 400 man zich rond hem heen verzamelden. Met deze manschappen ging Abbad recht op de rijen van de vijand af en verdreef deze tot de "tuinen des doods"

Aan de muren van deze tuinen viel Abbad Ibn Bishr. Talrijk waren zijn wonden hij was nauwelijks te herkennen.
Hij leefde, vocht en stierf als een gelovige.


Abdoellah Ibn Hoedhafah
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Onze Super hero is deze keer een man van een speciale kaliber zijn naam is Abdoellah Ibn Hoedhafah. Introductie is verder niet nodig ik begin maar gelijk.

De geschiedenis zou deze man hebben gepasseerd zoals het duizenden arabieren voor hem heeft gepasseerd. Hij, net als zij, had nooit behoefte aan aandacht of faam. De grootheid van de Islam, hoe dan ook, heeft daar verandering aan gebracht en gaf Abdoellah Ibn Hoedhafah de mogelijkheid om de twee grootste keizers van zijn tijd te ontmoeten, namelijk Khusraw Parves, keizer van Perzië en Hercules, keizer van het Byzantijnse rijk.
Het verhaal van zijn ontmoeting met keizer Khusraw Parves begon in het zesde jaar van de Hidjrah, toen de profeet(vzmh) besloot om een aantal van zijn metgezellen met brieven te sturen naar vorsten buiten het Arabische schiereiland om ze tot de Islam te bekeren.

De profeet(vzmh) hechte heel veel belang aan dit initiatief. De gezanten moesten naar verre landen reizen waarmee men geen pacten en geen overeenkomsten had. Ze wisten de talen niet te spreken van deze landen en ze wisten niets over de aard van de vorsten. Ze moesten deze grote vosten zien te bekeren tot de islam en dat betekende afstand doen van hun macht en glorie en de religie aanhangen van volkeren die onlangs bijna aan hen onderworpen waren en die qua beschaving ver achter lagen. Al met al het was een zeer gevaarlijke missie een "Mission Impossible"

Om zijn plan kenbaar te maken, riep de profeet(vzmh) zijn metgezellen bijeen en sprak tot ze. Hij begon met het prijzen van Allah en zijn dank. Daarna sprak hij de Shahada(geloofsguitenis) uit en zei:
" Ik wil een aantal van jullie zenden naar buitenlandse vorsten, maar discussieer niet met me zoals de Israelieten dat deden met Jezus, de zoon van Maria."
"O profeet van Allah, we zullen alles dragen wat u maar wenst," antwoordden zij, "Stuur ons daar waar u wilt."

De profeet(vzmh) benoemde zes van zijn metgezellen om zijn brieven te dragen naar Arabische en buitenlandse vorsten. Een van hen was Abdoellah Ibn Hoedhafah. Hij werd gekozen om de brief van de profeet(vzmh) te dragen naar Khusraw Parves, de keizer van Perzië.

Abdoellah Ibn Hoedhafah maakte zijn kameel klaar voor de reis en zei vaarwel tegen zijn vrouw en zoon. Hij vertrok, alleen, en doorkruisde bergen en valleien tot hij eindelijk het land der Perzen heeft bereikt.

Hij zocht toestemming om de keizers paleis binnen te treden en hem persoonlijk de brief te overhandigen dus informeerde hij bij de koninklijke garde. Toen keizer Khusraw Parves dat hoorde gaf hij bevel om de toeschouwerszaal klaar te maken en riep zijn prominente raadgevers bijeen. Toen iedereen aanwezig was gaf hij toestemming aan Abdoellah Ibn Hoedhafah om binnen te komen.

Abdoellah Ibn Hoedhafah kwam binnen en zag de Perzische vorst in al zijn pracht en praal gekleed in een glanzende gewaad met daarboven een nette tulband. Op Abdoellah was alleen het simpele kledij van een bedoein te zien. Zijn hoofd was hoog geheven en zijn voeten waren stevig op de grond. De eer van de Islam brandde in zijn borst en de kracht van zijn geloof klopte in zijn hart.

Zodra Khusraw Parves hem zag naderen seinde hij een van zijn bewakers om de brief van zijn hand te nemen.
" Neen, zei Abdoellah " De profeet beval mij om deze brief aan u persoonlijk te overhandigen en ik zal niet tegen het bevel van Allah’s boodschapper in gaan."
"Laat hem dicht bij mij komen," zei Khusraw tegen zijn bewakers en Abdoellah kwam naar voren en overhandigde de brief aan hem. Khusraw riep daarna een Arabische klerk en beval hem om de inhoud van de brief te vertalen. Hij begon te lezen: "In de naam van Allah, de Barmhartige de Erbarmere. Van Mohammed de boodschapper van Allah aan Khusraw de vorst van Perzië. Vrede aan degene die leiding volgt….."

Khusraw hoorde alleen tot zo ver en een vuur van woede barste binnen hem los. Zijn gezicht werd rood en begon rond zijn nek te transpireren. Hij rukte de brief van de klerk af en begon het in stukken te verscheuren zonder te weten wat er verder in stond en schreeuwde: " Durft hij om mij op zo’n manier te schrijven, hij die mijn slaafje is?" Hij was woedend dat de profeet(vzmh) geen aanhef voor hem had in zijn brief. Hij gaf het bevel om Abdoellah van zijn bijeenkomst te verwijderen.

Abdoellah werd meegenomen niet wetend wat er met hem zou gebeuren. Zou hij vermoord worden of vrij worden gelaten? Maar hij wilde niet wachten om daar achter te komen. Hij zei: " Bij Allah, het maakt me niks uit wat er met mij gebeurd na dat de brief van de profeet zo onteerd is." Hij slaagde erin om bij zijn kameel te komen en reed weg.

Terug in Medina vertelde Abdoellah de profeet(vzmh) hoe Khusraw de brief heeft kapot gescheurd en het antwoord van de profeet(vzmh) was: "Moge Allah zijn rijk aan stukken scheuren".

En inderdaad een paar dagen later had de zoon van Khusraw een coupe gepleegd en zijn vader vermoord en al zijn rijkdom en grond overgenomen.

Dat was het verhaal van Abdoellah Ibn Hudhafah’s ontmoeting met de Perzische keizer. Zijn ontmoeting met de Byzantijnse keizer vond plaats tijdens de khalifaat (regerings periode) van Omar Ibn Elkhattaab(ra). Dat was een verbazingwekkende verhaal.

In de negentiende jaar na de Hidjra, Omar(ra) stuurde een leger om te vechten tegen de Byzantijnen. In dat leger was inderdaad Abdoellah. Het nieuws over het Islamitische leger reikte de Byzantijnse keizer. Hij had al gehoord over hun oprechtheid in hun geloof en hun bereidheid om hun leven op te offeren voor hun god en hun profeet. Hij gaf een bevel aan zijn mannen om hem een moslim levend te brengen.
En Allah(swt) wilde dat deze moslim Abdoellah was die als gevangene in de handen van de Byzantijnen viel en gebracht werd naar de keizer. De keizer keek Abdoellah aan voor een lang tijdje en zei op eens: " Ik zal je een voorstel doen." "Wat is je voorstel?" vroeg Abdoellah . " Ik stel voor dat jij een Christen wordt. Als jij dat doet dan zul je vrijgelaten worden en ik zal je persoonlijk asiel verlenen."

Het antwoord van de gevangene was furieus: "De dood is mij duizend malen liever dan wat jij van mij vraagt!"
"Ik zie dat je een stoutmoedige man bent. Hoe dan ook, als jij positief gehoor geeft aan wat ik je voorstel, dan zal ik je een deel van mijn autoriteit geven en jou beëdigen als mijn raadgever."
De gevangene, vastgeboeid aan zijn kettingen, glimlachte en zei: "Bij Allah, als jij mij alles geeft wat jij bezit en wat de Arabieren bezitten in ruil voor het opgeven van de religie van Mohammed, zal ik dat niet doen."
" Dan ga ik je doden."
"Doe wat je wil," antwoorde Abdoellah .

De Keizer liet hem kruisigen en gaf bevel aan zijn soldaten om speren op hem te werpen. Eerst naast zijn handen en daarna naast zijn voeten, terwijl ze hem iedere keer zeggen om zich tot het Christendom te bekeren of op zijn minst de islam op te geven. Dat bleef hij keer op keer weigeren.
De keizer liet hem daarna naar beneden halen van het kruis. Hij vroeg voor een grote pot die gevuld moest worden met olie en hevig verhit moest worden. Daarna liet hij een andere moslim gevangene halen en liet deze vervolgens in de gloeiende olie vallen. Abdoellah keek toe hoe zijn broeders vlees siste en knetterde en dat zijn botten gauw te zien waren. De keizer draaide om naar Abdoellah en vroeg hem zich te bekeren.

Dit was de meest vreselijke test dat Abdoellah ooit moest meemaken tot nu toe. Maar hij bleef vastbesloten en de keizer werd wanhopig en gaf bevel om hem in de olie te werpen. Terwijl de soldaten hem meenamen begonnen tranen uit Abdoellah’s te vloeien. De keizer dacht dat Abdoellah eindelijk gebroken was en riep hem terug en vroeg hem nogmaals Christen te worden, maar tot zijn grote verbazing weigerde Abdoellah .
"Verdomme! Waarom huilde jij dan?" schreeuwde de keizer Hercules.
"Ik huilde," zei Abdoellah , "Omdat ik tegen mezelf zei ‘Je zult gegooid worden in deze pot met olie en je ziel zal stijgen’ Wat ik werkelijk wilde is dat ik netzo veel zielen had als de haren op mijn lichaam en dat al deze zielen een voor een in deze pot werden gegooid omwille van Allah."
De tiran zei toen: "Zou je dan mijn voorhoofd kussen? Ik zal je dan vrijlaten!"
"En al mijn andere moslim broeders?" vroeg Abdoellah .
De keizer stemde toe en Abdoellah zei tegen zichzelf, "Een van de vijanden van Allah moet ik op het voorhoofd kussen en al mijn moslim broeders zullen vrijgelaten worden. Hierop kan ik niet verweten worden." Hij kuste het voorhoofd van de keizer en alle moslim gevangene werden aan hem overhandigd.

Abdoellah Ibn Hoedhafa kwam eindelijk bij Omar Ibn Elkhattaab en vertelde hem wat gebeurde. Omar was erg blij en geëmotioneerd toen hij naar de gevangenen keek en zei: "Iedere moslim heeft het plicht om het voorhoofd van Abdoellah te kussen en ik zal beginnen."
Omar stond op en kuste het voorhoofd van Abdoellah Ibn Hoedhafah.


Abdoellah Ibn Sailam
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Onze derde held van deze keer is een apart voorbeeld die als sterk bewijs dient dat de Islam het enige en ware geloof is. Ik houd mijn introductie kort lees zelf maar eens.

Al-Hoesein Ibn Sailam was een Joodse rabijn uit Yathrib(oude benaming voor Medina) die erg gerespecteerd en geëerd werd door de inwoners van Medina zelfs door de niet-joden. Hij was bekend om zijn vroomheid en goedheid, zijn oprechte gedrag en zijn eerlijkheid.

Al-Hoesein leed een vredig en kalm leven, maar hij was serieus, vastberaden en georganiseerd in de manier waarop hij zijn tijd indeelde. Voor een vastgestelde tijd per dag was hij bezig met aanbidding, onderwijzend en predikend in het synagoge(Joodse tempel). Daarna bracht hij dagelijks wat tijd door in zijn boomgaard waar hij zijn dadelpalmbomen kweekte. Daarna om zijn kennis en begrip van zijn religie te doen toenemen wijdde hij zichzelf helemaal toe aan het bestuderen van de Torah.

Tijdens deze studie was hij in het bijzonder onder de indruk geraakt van een aantal verzen uit de Torah die het verschijnen van een profeet aankondigden. Een profeet die de boodschap van voorgaande profeten komt vervolmaken. Dat was ook de reden waarom Al-Hoesein onmiddellijk interesse toonde bij de berichten die hij hoorde over het verschijnen van een profeet in Mekka.

Hij vertelt:

" Toen ik hoorde van het verschijnen van de boodschapper van god, vrede zij met hem, begon ik te vragen naar zijn naam, zijn afkomst, zijn karakter eigenschappen, zijn tijd en locatie en ik begon al deze informatie te vergelijken met wat er in onze boeken werd vermeld. Door al die vragen, werd ik overtuigd van de authentiteit van zijn profeetschap en bevestigde ik de waarheid van zijn missie. Echter, verzweeg ik mijn bevindingen van de Joden. Ik hield mijn mond....

Toen kwam de dag dat de profeet(vzmh) Mekka verliet richting Yathrib. Toen hij(vzmh) Yathrib bereikte en bij Qoeba stopte, kwam een man haastend de stad binnen, hij riep de mensen bijeen en kondigde het arriveren van de profeet(vzmh) aan. Op dat moment was ik op de top van een palmboom aan het werken. Toen ik het nieuws hoorde schreeuwde ik van vreugde:
'Allahoe Akbar! Allahoe Akbar!(Allah is groot! Allah is groot!)'

Zonder enige uitstel of aarzeling, ging ik de profeet(vzmh) ontmoeten. Ik zag de massa mensen voor zijn deur. Ik wrong me tussen de drukte en kwam dichter bij hem. De eerste woorden die ik van hem hoorde waren:

"O mensen verspreid vrede....verdeel het voedsel....en bid 's nachts wanneer de mensen(normaal) slapen...en u zult het paradijs in vrede betreden..."

Ik keek hem erg kritisch aan. Ik heb hem nauwkeurig onderzocht en was overtuigd dat zijn gezicht niets weg had van een oplichter. Ik kwam dichter bij hem en sprak de geloofsbelijdenis uit dat er geen god dan Allah bestaat en dat Mohammed Zijn boodschapper is.

De profeet(vzmh) draaide zich naar me om en vroeg me: " Wat is jouw naam?" " Al-Hoesein Ibn Sailam," antwoorde ik.

" Vanaf nu is het Abdoellah Ibn Sailam. "Ja, ik stemde toe "Laat het Abdoellah Ibn Sailam zijn, Bij Hem die jou zond met de waarheid, ik zou geen andere naam voor mezelf wensen na deze dag.
"Ik ging terug naar mijn huis en stelde de Islam voor aan mijn vrouw, mijn kinderen en de rest in mijn huis en ze bekeerden zich gelijk tot het ware geloof. Echter, heb ik ze geadviseerd om hun Islam te verzwijgen van de rest van de Joden tot ik ze toestemming gaf en ze stemden allen in."

" Daarna meteen, ging ik terug naar de profeet(vzmh) en zei:" O boodschapper van Allah! Het Joodse volk is een bedrieglijk en verloochend volk. Ik wil dat u de meest prominente figuren uitnodigt en tijdens die bijeenkomst moet u mij even uit hun zicht houden en hen vragen over mij, mijn gedrag en status binnen de Joodse gemeenschap. Daarna moet u ze uitnodigen tot de Islam."

" De profeet(vzmh) hield mij buiten hun zicht en riep de meest invloedrijke Joodse mannen bij en vertelde hen over de Islam en zijn boodschap tot de mensheid, Ze begonnen meteen met hem te twisten en waren niet van plan de Islam te accepteren, toen vroeg hij(vzmh) hun de volgende vragen:
wat is de status van Al-Hoesein Ibn Sailam binnen jullie gemeenschap?"
"Oh hij is onze sayyid(leider) en de zoon van onze sayyid. Hij is onze rabbijn en onze Alim(groot geleerde) en de zoon van onze rabbijn en alim."

" Als jullie kwamen te weten dat hij zich tot de islam bekeerde zouden jullie dat ook doen?"

"Moge God dat verbieden! HIJ zou nooit de islam accepteren! Moge God hem daartegen beschermen," zeiden ze vol afschuw.

"Op dat moment kwam ik tevoorschijn, zodat ze mij allemaal konden zien en deelde ze het volgende mee: "O gemeenschap der Joden! Wees bewust van Allah en accepteer waar Mohammed mee gekomen is. Bij Allah, jullie weten met zekerheid dat hij de boodschapper van Allah is en jullie kunnen de voorspellingen over hem, zijn naam en zijn eigenschappen terug vinden in jullie Torah. Wat mij betreft verklaar ik dat hij de boodschapper is van Allah. Ik geloof in hem en weet dat hij de ware is. Ik ken hem."

" Jij bent een leugenaar," schreeuwden ze. "Bij God jij bent corrupt en onwetend, de zoon van een corrupte en onwetende persoon," en ze gingen zo door met schelden en beschuldigen...

Abdoellah Ibn Sailam verwelkomde de Islam met een ziel die dorstig is naar kennis. Hij was hartstochtelijk toegewijd aan de koran en bracht zijn tijd door in het reciteren en bestuderen van de koran. Hij was erg gehecht geraakt aan de profeet(vzmh) en was constant binnen zijn gezelschap te vinden.

Veel van zijn tijd bracht hij door in de masjid(moskee), bezig met aanbidding, studerend en onderwijzend. Hij werd bekend om zijn zoete, bewegelijke en effectieve manier van onderwijzen binnen de kringen van de Sahabah(metgezellen) die zich regelmatig verzamelden binnen de moskee van de profeet(vzmh).

Abdoellah Ibn Sailam was bekend tussen de Sahabah als "de man van Ahl-al-Djennah" (De bewoners van het paradijs) en dat was door zijn vastbeslotenheid op het advies van de profeet(vzmh) om zich zo stevig mogelijk te houden aan "het meest betrouwbare houvast" dat is het geloof en de totale overgave aan Allah(swt).


Aboe Dhar Alghifari
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

De vierde held van deze serie van vrome metgezellen is een symbool voor een 1-mans-natie en een symbool van waarheid. Eigenlijk is er voor hem alleen een serie nodig, maar ik zal proberen om zo duidelijk mogelijk beeld van hem te schetsen insha Allah.

In de Waddan vallei die Mekka verbindt met de rest van de buitenwereld, leefde de Ghifar stam. De Ghifar stam leefde van de magere giften van de handel karavaans van Qoeraish die regelmatig tussen Syrie en Mekka reisde. Het is ook zo dat de Ghifar stam vaak niet tevreden was met wat ze kregen van de karavaans waardoor deze leeggeroofd werden. Wegpiraten waren ze dus ook en gevreesd door de meeste stammen.

Jundub Ibn Junadah, bij genaamd als Aboe Dhar, was een van de leden van deze stam. Hij was bekend om zijn moed, zijn kalmte en zijn verziendheid, maar ook voor zijn afkeer voor de beelden die aanbeden werden. Hij verwierp de nutteloze religieuze gewoontes en de religieuze corruptie waarin de Arabieren des tijds in verkeerden.

Terwijl hij in de woestijn van Waddan was, bereikte hem het nieuws van een nieuwe profeet in Mekka. Hij hoopte echt dat de verschijning van deze profeet een verandering zou brengen aan de harten en gedachten van de mensen en hen leiden van de duisternis van bijgeloof naar het licht. Zonder veel tijd te verspillen, riep hij zijn broertje, Anis en zei tegen hem:

" Ga naar Mekka en breng mij wat je maar kan vinden aan nieuws over deze man die beweert een profeet te zijn, die openbaringen krijgt vanuit de hemelen. Luister naar wat hij te vertellen heeft en kom terug en reciteer het aan mij."

Anis ging naar Mekka en ontmoette de profeet(vzmh). Hij luisterde naar wat hij te vertellen had en ging terug naar de Waddan woestijn. Aboe Dhar kwam hem tegen en vroeg hem verlangend naar het nieuws van de profeet(vzmh).

" Ik zag een man," vertelde Anis, "die mensen nobele eigenschappen leert en wat hij zegt is niet enkel en alleen poezie."
"Wat zeggen de mensen over hem?" vroeg Aboe Dhar.
" Ze noemen hem een magier, een waarzegger en dichter."
" Mijn nieuwsgierigheid is nog niet gedoofd. Ik ben nog niet klaar met deze zaak. Wil je mijn familie behoeden, zodat ik naar Mekka kan gaan en deze profeet en zijn missie zelf kan onderzoeken?"
" Ja, maar wees op je hoede van de mensen van Mekka","zei Anis.

Bij zijn aankomst in Mekka voelde Aboe Dhar zich onmiddellijk bezorgd en besloot om zeer voorzichtig te werk te gaan. De Qoeraish leden waren merkbaar woedend over het afkeuren van hun 'goden'. Aboe Dhar hoorde van het verschrikkelijke geweld dat tegen de volgelingen van de profeet(vzmh) werd gebruikt, maar dat verwachte hij al. Hij besloot ook daarom niemand zomaar te vragen over Mohammed, omdat hij niet wist wie wel of niet een aanhanger van hem was.

'S nachts ging hij voor de Heilige moskee liggen. Ali Ibn abi Talib(ra)(de neef van profeet(vzmh)) kwam hem tegen en zag dat hij een vreedeling was dus vroeg hij hem om de nacht in zijn huis door te brengen. Aboe Dhar stemde toe maar zei verder geen woord en Ali vroeg hem verder ook niets. Dat ging zo drie nachten door zonder enige vragen van beide kanten.

Hoe dan ook op de derde nacht vroeg Ali hem, "Ga je me niet vertellen waarom je in Mekka bent?"
"Alleen als je me beloofd mij te leiden naar wat ik zoek."
"Ali stemde toe en Aboe Dhar zei:
" Ik kwam naar Mekka van een verre plaats om een ontmoeting te regelen met de nieuwe profeet en om te luisteren naar wat hij te vertellen heeft."

Ali's gezicht werd verlicht van vreugde en zei: "Bij Allah, hij is echt de boodschapper van Allah," en Ali vertelde hem de hele nacht over de profeet(vzmh). "'s morgens vroeg zal ik je naar hem brengen maar we moeten voorzichtig zijn!" zei Ali.

" Assalamoe alaika ya Rasoeloellah, (Vrede zij met u, O boodschapper van Allah), " groette Aboe Dhar de profeet(vzmh) toen hij eindelijk bij hem kwam.

"Wa alaika salamoellahi wa rahamatoehoe wa barakatoeh, (en met jou Allah's vrede, genadigheid en zegeningen)," klonk het antwoord van de profeet(vzmh).
Aboe Dhar was dus de eerste die profeet(vzmh) groette met de islamitische groet, daarna werd deze groet verspreid en algemeen gebruikt.

De profeet(vzmh) verwelkomde Aboe Dhar en nodigde hem uit tot de Islam. Hij reciteerde wat koran verzen voor hem en metteen sprak Aboe Dhar de Shahada uit en trad de islam binnen als een van de eersten.

Laten we maar Aboe Dhar Al-Ghifari zijn eigen verhaal zelf afmaken.......

Nadat ik met de profeet(vzmh) in Mekka verbleef en hij mij alles leerde over de Islam en de koran, zei de profeet(vzmh) tegen mij: 


" Vertel niemand in Mekka over je bekering tot de Islam; Ik vrees dat ze jou gaan vermoorden."

"Bij Hem die mijn ziel bezit, Ik zal Mekka niet verlaten voor dat ik naar de Heilige moskee ga en de waarheid ga verklaren voor iedereen in Qoeraish," zei ik.

De profeet(vzmh) zei niets. Ik ging naar de Moskee en Qoeraish was daar in grote aantallen aan het discussieren. Ik ging te midden van ze staan en riep luidkeels, "O mensen van Qoeraish, ik getuig dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is."

Mijn woorden hadden een onmiddellijke effect op ze. Ze sprongen en zeiden: "Grijp deze man die zijn religie heeft verkocht." Ze schopten, scholden en sloegen mij genadeloos hard. Ze wilden mij duidelijk dood maken. Maar Abbas Ibn Abdulmuttalib, de oom van de profeet(vzmh), herkende mij en schoot me te hulp en zei: "

"Oei oei! Willen jullie een man van de Ghifar stam doden en jullie karavaans passeren hun territorium?"

De profeet(vzmh) zei daarna tegen mij:" Ga naar jouw mensen en vertel ze over wat je zag en hoorde en nodig ze uit tot de Islam. Moge Allah hun door jou laten overtuigen en jou daarvoor belonen. En wanneer je hoort dat ik in het openbaar handel dan moet je naar me komen."

Vanaf die dag werd zijn familie moslim en ging hij en zijn familie de islam tussen de rest van de stam verspreiden. Uiteindelijk werden zo goed als alle stamleden moslim en het gezamelijk gebed werd in het openbaar gebeden en geaccepteerd.

Aboe Dhar bleef in zijn verblijf in de woestijn tot de profeet(vzmh) na Medina was gegaan en de slagen bij Badr, Oehud en Khandaq werden gevochten. Eindelijk in Medina verzocht hij de profeet(vzmh) of hij zijn perssonlijke diener kon worden. De profeet(vzmh) stemde toe en was erg gelukkig met zijn gezelschap en diensten. Iedere keer als de profeet(vzmh) Aboe Dhar zag glimlachte hij en klopte op zijn schouders als teken van trots.

Een keer zaten Abi Bakr(ra), Omar Ibn Elkhattab(ra) en Aboe Dhar bij de profeet(vzmh) en hij vroeg hen welke drie dingen ze het meest prefereerden. Abi Bakr(ra) zei dat hij van de gezelschap van de profeet(vzmh) hield van het kijken naar hem(vzmh) hield en van het geven van al zijn rijkdom aan hem(vzmh).
Omar zei dat hij van de waarheid hield en van het uitroepen van de waarheid en van het vechten voor de waarheid.

Aboe Dhar zei: "Ik houd van de honger, ik houd van de ziekte en ik houd van de dood". De profeet(vzmh) zei:" hoe kun je van drie dingen houden waar de mensen een afschuw tegen hebben?"

Aboe Dhar verklaarde: "Als ik honger heb(vasten) wordt mijn hart zachter(aanbidding); als ik ziek ben worden mijn zonden vergeven en als ik dood ga ontmoet ik Allah"
Inderdaad zo verziend was hij en zo puur was zijn geloof.

Na de dood van de profeet(vzmh) kon Aboe Dhar niet meer in Medina verblijven omdat hij het gemis van de profeet(vzmh) niet aan kon en zijn verdriet te groot was dus ging hij naar de woestijn van Syrie en bleef hij daar tijdens de regeerperiode van Aboe Bakr en Omar.

Tijdens de regeerperiode (Kalifaat) van Oethmaan(ra), verbleef hij in Damascus en zag hij daar de moslims en hun verlangen naar wereldse luxe. Hij werd verdrietig en verzette zich daar tegen dus vroeg Oethmaan(ra) hem om naar Medina, maar daar vond hij dezelfde eigenschap van moslims als in Damascus en sloot hij zich van de menigte af. Toen werd hij weer door Oethmaan(ra) verplaatst naar een dorpje naast Medina Rubadhah waar zich isoleerde van iedereen die bezig was met wereldse doelen en hield zich bezig met Ibaadah(aanbidding) en het hiernamaals.

Een keer bezocht een man hem en keek naar de inhoud van zijn huis en trof bijna niets aan dus vroeg hij Aboe Dhar: "Waar zijn je bezittingen?"
"We hebben een huis daarginds(doelend op het hiernamaals) waar we onze beste bezittingen heen zenden(goede daden)", antwoordde Aboe Dhar.
"Maar je moet wel wat bezittingen hebben zolang je in dit verblijf bent, "zei de man.
"De eigenaar van dit verblijf(Allah) zal ons hier niet laten,"antwoordde Aboe Dhar.

Abu Dharr persisted in his simple and frugal life to the end. Once the amir of Syria sent three hundred dinars to Abu Dharr to meet his needs. He returned the money saying, "Does not the amir of Syria find a servant more deserving of it than I?"

In the year 32 AH, the self-denying Abu Dharr passed away. The Prophet, peace be upon him, had said of him:

"The earth does not carry nor the heavens cover a man more true and faithful than Abu Dharr."

Een keer stuurde de Amir(prins) van Syrie 300 dinars naar hem om zijn behoeften te kunnen dekken maar Aboe Dhar zond het geld terug en zei: "O Amir heeft echt niemand anders dan ik gevonden die het geld meer verdiende dan ik?"

In het 32ste jaar na de Hidjra overleed deze speciale man waar de profeet(vzmh) ooit over zei: " De aarde draagt noch de hemelen bedekken een man die meer gelooft en waarachtig is dan Aboe Dhar."


Aboe Oebaydah ibn Al-Jarrah
Top
Assalamoe Aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters.

We gaan verder en onze ontmoeting deze keer is een ontmoeting met rechtvaardigheid zelve in een gedaante van een vrome man die alles maar dan ook gaf wat hij te bieden heeft.......

Zijn verschijning was indrukwekkend. Hij was mager en lang. Zijn gezicht was stralend en hij had een dun baardje. Het was aangenaam om naar hem te kijken en verfrissend om hem te ontmoeten. Hij was zeer hoffelijk, bescheiden en nogal verlegen. Echter in kritische momenten werd hij bloed serieus en alert; te vergelijken met een snijdende zwaard in zijn hevigheid en scherpte.

Hij werd beschreven als de ‘Amin’ oftewel de trouwe verzorger van Mohammed’s gemeenschap. Zijn volledige naam was Amir ibn Abdoellah ibn Al-Jarrah . Hij was beter bekend als Aboe Oebaydah. Over hem zei Abdoellah ibn Omar, een van de metgezellen van de profeet(vzmh): "Drie personen uit de stam van Qoeraish waren de meest beleefde. Als ze je toespraken, stelden ze je nooit teleur en als jij ze sprak, zouden ze je nooit verloochenen. Dat waren: Aboe Bakr as-Siddiq, Oethmaan ibn Affaan en Aboe Oebaydah ibn Al-Jarrah."

Aboe Oebaydah was een van de eersten die de Islam betraden. Hij werd één dag na Aboe Bakr(ra) moslim. In feite was het Aboe Bakr(ra) degene die hem, Abdur Rahmaan ibn Awf, Oethmaan ibn Maz’un en Al-Arqam naar de profeet(vzmh) mee nam en samen gaven ze zich over aan de Waarheid. Zij waren dus de eerste pilaren waarop de Islam zijn natie bouwde. En wat waren die pilaren sterk!

Aboe Oebaydah leefde in barre omstandigheden die de vroege moslims meemaakten in Mekka van begin tot eind. Hij doorstond de lange martelingen, beledigingen en geweld. Maar door alles heen bleef hij standvastig en heldhaftig. Zijn geloof werd er alleen maar sterker op en zijn missie zette hij gewoon door. Maar de meest pijnlijke en moeilijke ervaring die hij meemaakte was tijdens de slag bij Badr.

Aboe Oebaydah was in de voorhoede van het moslimse leger, vechtend met man en macht als iemand die de dood verwelkomde. De cavalerie van Qoeraish was zeer op haar hoede van hem en wilde hem koste wat het kost niet voor zijn gezicht komen te staan. Echter was er één man die juist Aboe Oebaydah constant achtervolgde en met hem wilde duelleren, maar Aboe Oebaydah ontweek hem en vermeed elke ontmoeting met die man.

De man dook toch in de aanval. Aboe Oebaydah probeerde hem hopeloos te ontwijken. Uiteindelijk is het die man toch gelukt om Aboe Oebaydah’s weg te blokkeren en nu stonden ze recht tegenover elkaar. Aboe Oebaydah kon zichzelf niet mee weerhouden en haalde flink uit met zijn zwaard op het hoofd van de mand die meteen op de grond viel en opslag dood was.
Probeer maar niet te raden wie die man was. Het was, zoals eerder verteld, de meest pijnlijke ervaring die Aboe Oebaydah meemaakte. Het is onmogelijke om je in te beelden hoe gruwelijk die ervaring is. De man was in feite Abdoellah ibn Al-Jarrah, inderdaad de vader van Aboe Oebaydah!!!

Aboe Oebaydah wilde zijn vader blijkbaar niet doden, maar in feite was het een gevecht tussen Monotheïsme en Polytheïsme. De open keuze voor hem was erg verontrustend maar duidelijk. Dus eigenlijk kun je zeggen dat hij niet alleen zijn vader heeft gedood maar het polytheïsme in de persoon van zijn vader.

Het is betreffende deze gebeurtenis dat Allah(swt) de volgende verzen in de Koran heeft geopenbaard: 22. Gij zult geen mensen vinden die in Allah en de Laatste Dag geloven, terwijl zij iemand liefhebben die Allah en Zijn boodschapper tegenwerkt, zelfs al waren dezen hun vader of hun kinderen, of hun broeders, of hun verwanten. Dezen zijn degenen, in wier hart Allah geloof heeft ingegrift en die Hij gesterkt heeft met Zijn Geest. En Hij zal hen toelaten in tuinen waardoor rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven. Allah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem. Zij behoren tot Allah's partij. Voorwaar, Allah's partij zal zegevieren. [58:22].

Het is overgeleverd van Mohammed ibn Ja’far, een vrome metgezel van de profeet(vzmh), dat een Christenen delegatie naar de profeet(vzmh) kwamen en zeiden:" O Abul-Qasim(bijnaam van hem(vzmh)), stuur een van uw metgezellen met ons mee, die u goed vertrouwd, om te oordelen over een eigendom kwestie die tussen ons gaande is. We hebben nogal een groot gezag voor jullie islamitische gerechtigheid." "Kom vanavond terug naar mij en ik zal u iemand meesturen die sterk
en vertrouwenswaardig is."antwoordde de profeet(vzmh).

Omar ibn Al-Khattab(ra) hoorde de profeet(vzmh) en zei: 

" Ik ging vroeg naar het Zoehr gebed hopend dat de profeet(vzmh) mij zou kiezen als de man met de eigenschappen die hij noemde. Toen de profeet(vzmh) klaar was met het gebed, begonnen zijn ogen te zoeken in de menigte en ik stak mijn hoofd om hoog zodat zijn ogen op mij vielen maar hij keek langs mij heen en zijn ogen vielen op Aboe Oebaydah. Hij riep hem en zei:"Ga met ze! En spreek rechtvaardigheid tussen hen over de waarheid waarin ze twisten!"  

En zo kreeg Aboe Oebaydah de opdracht toegekend."

Aboe Oebaydah was niet alleen vertrouwenswaardig, hij toonde ook een ongekende kracht om zijn vertrouwen waar te maken. Deze kracht werd getoond in verschillende gelegenheden en voorvallen.

Eén van die voorvallen was op de dag van de slag bij Oehud, toen de moslims begonnen te verliezen en één van de ketters begon te roepen, "Waar is Mohammed, waar is Mohammed?" Aboe Oebaydah was één van een groep van tien moslims die een kring hadden gevormd om de profeet(vzmh), om hem van speren te beschermen.

Toen het gevecht afliep, bleek dat een van de profeet’s maaltanden gebroken was, zijn voorhoofd werd ingeslagen en twee schijven van zijn helm doordrongen zijn wangen. Aboe Bakr(ra) ging naar voren om die schijven uit zijn wangen te trekken, maar Aboe Oebaydah zei, "O laat dat a.u.b aan mij over."

Aboe Oebaydah was bang de profeet(vzmh) pijn te doen als hij die schijven met zijn handen eruit trok. Hij beet hard op een van die schijven. Het kwam eruit, maar daarbij verloor hij één van zijn snijtanden. Met zijn andere snijtand trok hij het andere schijf en daarbij verloor hij zijn andere snijtand. Aboe Bakr(ra) merkte op: "Aboe Oebaydah ia de beste man in het breken van snijtanden!"

Aboe Oebaydah ging door met zijn volledige betrokkenheid bij alle noemenswaardige gebeurtenissen in de tijdperk van de profeet(vzmh).

Na het overlijden van de edele profeet(vzmh), verzamelden de metgezellen zich bij Saqiefah om een khaliefa (opvolger) voor de profeet(vzmh) te kiezen. De dag werd bekend in de geschiedenis als de Dag van Saqiefah. Op die gedenkwaardige dag zei Omar(ra) tegen Aboe Oebaydah: "Strek je arm vooruit en ik zal je trouwheid bezweren, opdat ik de profeet(vzmh) heb horen zeggen: "Elke natie heeft haar Amin (trouwe verzorger) en jij (Aboe Oebaydah) bent de Amin van deze natie."

"Ik kan dat niet accepteren," verklaarde Aboe Oebaydah, "om mezelf naar voren te brengen in de aanwezigheid van een man, die de profeet(vzmh) als imam(voorbidder) heeft gekozen en die ons leidde tot de dood van de profeet(vzmh)." Toen gaf hij de eed van trouwheid aan Aboe Bakr(ra). Hij ging door met het adviseren en bijstaan van de khliefa, Aboe Bakr(ra) omwille van de waarheid en rechtvaardigheid.

Toen kwam de tijdperk van de kalifaat van Omar(ra) en ook Omar(ra) kon op zijn trouwheid en gehoorzaamheid rekenen in elke zaak behalve één.

Het incident deed zich voor toen Aboe Oebaydah in Syrië het moslimse leger aan het leiden was, de ene zege na de andere. Tot heel Syrië onder handen viel van de moslims. De rivier de Eufrat lag aan zijn rechter kant aan Kleine Azië aan zijn linker.

Toentertijd brak de pest uit in Syrië, in een vorm dat men nooit eerder meemaakte. Het vernielde de populatie. Omar(ra) zond een boodschapper naar Aboe Oebaydah met een brief, waarin hij zei:

"Ik heb je dringend nodig!! Als mijn brief jou ’s nachts bereikt dan verzoek ik je voor dageraad te vertrekken en als mijn brief jou ’s middags bereikt dan verzoek ik je voor de avond te vertrekken en haast je naar me!"

Toen de brief bij Aboe Oebaydah aankwam, zei hij: "Ik weet waarom Amir Al-Moeminien mij nodig heeft. Hij wil het leven sparen van iemand als ik die hoe dan ook sterfelijk is." Dus schreef hij terug:

"Ik weet dat jij mij nodig hebt. Maar ik ben in een leger van moslims en ik heb geen verlangen om mezelf te redden van hetgeen dat hun getroffen heeft. Ik wil me niet van ze afscheiden totdat Allah dat wil. Dus wanneer deze brief jou bereikt, verlos mij dan van jouw bevel en sta mij toe om te blijven."

Toen het bericht bij Omar(ra) aankwam werden zijn ogen gevuld met tranen en degenen om hem heen vroegen hem: "Is Aboe Oebaydah overleden, O Amir Al-Moeminien?"

"Neen," zei Omar(ra) "Maar de dood nadert hem."

Omar’s intuïtie was niet misplaatst. Niet lang daarna, werd Aboe Oebaydah besmet met de pest. Terwijl de dood boven hem hing, sprak hij zijn historische woorden tegen zijn leger:

"Laat me jullie wat adviezen geven die de oorzaak zullen zijn voor jullie om op het Rechte Pad voor eeuwig te blijven: " Houd je aan het gebed. Vast de maand Ramadan. Geef aalmoezen. Verricht de verplichte en vrijwillige bedevaart (Hadj en Omrah). Bleef verenigd en steun elkander. Wees trouw aan je gezaghebbende en verberg niets van ze. Laat de wereld jullie niet vernietigen voorwaar een man die duizend jaar leeft uiteindelijk ook mijn lot zal treffen die jullie nu getuigen."

"Moge Allah zijn vrede en genadigheid op jullie laten rusten."

Aboe Oebaydah draaide toen om naar Moeadh Ibn Djabal en zei:
"O Moeadh, leid deze mensen bij het gebed." Op dat moment verliet zijn pure ziel zijn lichaam.

Moeadh stond op en zei: "O mensen, jullie zijn getroffen met de dood van een man. Bij Allah, ik heb niemand gekend die een rechtvaardigere hart dan hem had, dat ver was van al het kwade en dat meer oprecht was voor mensen dan zijn hart. Vraag Allah om Zijn genade over hem te laten gieten en Allah zal genadig zijn met jullie."


Aboe-d Dardaa
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Deze keer is het Aboe-d Dardaa meer zeg ik niet............
Vroeg opgestaan, ging Aboe-d Dardaa meteen naar zijn afgodbeeldje dat hij op de beste plaats in zijn huis heeft neergezet. Hij groette het en boog zich voorover ter verering en aanbidding. Daarna smeerde hij het beeldje met olie en het beste parfum en vervolgens kleedde hij het beeldje met een zijden gewaad uit zijn luxe winkel. Eindelijk klaar, maakte Aboe-d Dardaa zich klaar om naar zijn winkel te gaan in de markt. Op die dag waren de straten van Yathrib(Medina) volgelopen met de volgelingen van Mohammed(vzmh) die terugkeerden van de slag bij Badr. Tussen hen waren veel oorlogsgevangenen. Aboe-d Dardaa onderzocht de menigte en ging toen naar de jeugd van Khazradj(stam in Medina) en vroeg hen naar het lot van Abdoellah ibn Rawahah.

"Hij ging door de moeilijkste beproeving in het gevecht, maar kwam daar ongedeerd uit" was het antwoord van de jeugd. Aboe-d Dardaa was merkbaar ongerust over zijn beste vriend, Abdoellah ibn Rawahah. Iedereen in Yathrib kende de sterke band van broederschap tussen Aboe-d Dardaa en Abdoellah al voor dat de Islam naar Yathrib kwam. Toen de Islam een maal verspreid was, werd Abdoellah Ibn Rawahah meteen moslim en Aboe-d Dardaa verwierp het idee. Dit grote verschil tussen de twee zorgde toch niet voor een scheur in hun vriendschap. Abdoellah bleef juist Aboe-d Dardaa bezoeken en probeerde hem keer op keer te bekeren! Kijk nu naar de deugden, de profijten en de excellentie van de Islam! Maar iedere dag die voorbij ging en Aboe-d Dardaa een moeshrik(ketter) bleef, maakte zijn vriend Abdoellah meer bezorgd en verdrietig.

Abdoellah heeft een keer de kans genomen toen Aboe-d Dardaa druk bezig was met zijn handel op de markt, en ging naar zijn huis waar hij de vrouw en kinderen van Aboe-d Dardaa trof. Hij vroeg om binnen te komen en werd verwelkomd. Daarna ging hij naar de plaats waar Aboe-d Dardaa zijn beeld had en nam een bijl en begon het beeld af te tuigen en zei: "Er is geen grotere zonde dan het nemen van een afgod naast Allah". Toen hij klaar was kwam de vrouw van Aboe-d Dardaa binnen en schrok van wat zij zag en vervloekte Abdoellah. Ze nam de resten van het beeldje en zat voor haar voordeur te huilen wachtend op haar man

Toen Aboe-d Dardaa thuis kwam en zijn vrouw zag met het kapotte beeld schreeuwde hij van woede: "Wie heeft dit gedaan?" " Dat heeft je beste vriend en broeder Abdoellah gedaan,"zei ze huilend. Aboe-d Dardaa werd gevuld met woede en haat en de wil naar wraak. Maar toen hij even naar het hopeloze beeld keek en het in handen nam, dacht hij: "Als er maar iets goeds aan dit beeldje was zou het op zijn minst zich verdedigen tegen zo’n vernedering." Hij had op eens ingezien hoe dom het idee is om een nutteloos beeldje te aanbidden dat zelfs voor zichzelf niets kan betekenen laat staan voor iemand anders. Hij was afgekeerd van het heidense gebruik.

He then went straight to Abdullah and together they went to the Prophet, peace be on him. There he announced his acceptance of Islam. He was the last person in his district to become a Muslim.

Hij ging meteen naar zijn broeder Abdoellah en samen gingen ze naar de bron van eerlijkheid, profeet Mohammed(vzmh). Daar verklaarde hij zijn bekering tot de Isalm. Hij was de laatste persoon uit zijn district die moslim werd.

Van af dat moment, wijdde Aboe-d Dardaa zichzelf helemaal toe aan de Islam. Het geloof in Allah en zijn profeet(vzmh) werd in elk vezel in zijn lichaam gegraveerd. Hij had diepe spijt voor elk moment dat hij doorbracht als moeshrik(ketter) terwijl zijn broeders al moslim werden en hem voor waren met de leer van de koran en de deugden van de islam. Hij was gedreven en streefde er naar om alles wat hij miste in te halen in een zeer korte periode. Zijn zoektocht naar kennis was rustloos en oneindig, zijn ibaadah(aanbiddingen) werd dag en nacht door gezet. Zelfs toen hij merkte dat zijn handel hem belemmerde zich volledig in te zetten voor ibaadah en waardoor hij de kringen van kennis verzuimde, besloot hij zijn werk zo te minderen dat hij nog maar net van zijn primaire behoeften was voorzien.
Iemand vroeg hem waarom hij zo weinig is gaan werken terwijl de handel halal en gezegend was door Allah. Hij antwoordde: "Ik zeg niet dat Allah(swt) de handel heeft verboden, maar ik wil vooral zijn tussen degenen waar Allah(swt) in de koran over zei: Mensen die noch door handel noch door zaken achteloos worden om Allah te gedenken, het gebed te houden en de Zakaat te betalen, zij vrezen de Dag waarop harten en ogen zich zullen afwenden.."

Tijdens de kalifaat van Omar(ra), wilde Omar(ra) Aboe-d Dardaa als gouverneur van Syrië aanstellen. Maar Aboe-d Dardaa weigerde. Omar(ra) volhardde en Aboe-d Dardaa zei toen: "Als jij tevreden bent dat ik naar Syrië ga en hun het boek van hun Schepper onderwijs en de Soennah van hun profeet(vzmh) en met ze bid, dal zal ik gaan." Omar(ra) ging akkoord en Aboe-d Dardaa vertrok richting Damascus. Toen hij daar aankwam zag hij hoe de mensen daar zich meer bezighielden met wereldse luxe dan met ibaadah, waar hij zich nogal aan ergerde. Hij riep de mensen samen in de moskee en sprak ze toe met deze woorden:

"O mensen van Damascus! Jullie zijn mijn broeders in het geloof, buren die zij aan zij leven en elkaar helpend tegen de vijanden. O mensen van Damascus! Wat is het dat jullie tegenhoudt van openhartigheid jegens mij als ik jullie een advies geef waar ik niets van jullie voor terug wil. Is het goed dat ik de kennisdragers zie vertrekken(overlijden) terwijl de onwetenden onder jullie geen kennis zoeken. Ik zie dat jullie neigen naar zaken waar Allah jullie over zal ondervragen en dat jullie hebben verlaten wat Hij jullie heeft bevolen.
Is het redelijk dat ik jullie zie verzamelen wat jullie niet eten, en gebouwen bouwen waarin jullie niet wonen, en hoop vestigen in wat jullie niet kunnen behouden?
"Mensen vóór jullie hebben welvaart vergaard, maakten plannen en hadden hoge wensen. Maar het duurde niet lang voor dat alles wat ze hebben vergaard, vernietigd werd, hun hoop vergaan en hun huizen veranderden in graven. Zo was het lot van de mensen van Aad, O mensen van Damascus. Zij vulden de aarde met bezittingen en kinderen. Wie van jullie zou nu de hele legende van het volk van Aad voor twee dirhams willen kopen?"

De mensen huilden en hun gesnik was zelfs buiten de moskee hoorbaar. Van af die dag begon Aboe-d Dardaa vaker bijeenkomsten bij te wonen in Damascus. Hij verplaatste zich rond de markten en overal waar hij mensen tegenkwam maakte hij van de gelegenheid gebruik om ze wakker te schudden en hun geloof te versterken.

Op een dag passeerde Aboe-d Dardaa een menigte die zich verzamelde om een man en hem begonnen te schelden en te slaan. Hij vroeg ze wat er aan de hand was. "Deze man heeft een grafzonde begaan," antwoordden ze. "Wat zouden jullie doen als deze man in een put was gevallen?" vroeg hij hen "Zouden jullie hem dan niet redden?" " Ja zeker," zeiden ze.
"Beledig hem niet en sla hem niet! Waarschuw hem en maak hem bewust van de consequeties van zijn daad. Dank Allah daarna dat hij jullie beschermd heeft van het vallen in dezelfde daad."
"Haat je hem dan niet?" vroegen de mensen Aboe-d Dardaa.
"Neen, ik haat alleen zijn wandaad en als hij afziet van deze daad, dan is hij mijn broeder."
De zondigende man barste los in tranen en toonde publiekelijk zijn berouw.

Een jongeling kwam een keer naar Aboe-d Dardaa en zei: "Geef me advies, O metgezel van de profeet(vzmh)," en Aboe-d Dardaa zei tegen hem:
"O mijn zoon, gedenk Allah in goede tijden en Allah zal je gedenken in slechte tijden."
"O mijn zoon, draag kennis, zoek kennis, wees een goed luisteraar en wees geen onwetende want dat is de oorzaak van verderf."
"O mijn zoon, laat de moskee je hius zijn voorwaar ik de profeet(vzmh) heb horen zeggen:

"De moskee is het huis van ieder Godsbewuste en Allah de Almachtige garantie van verhevenheid, comfort, genade en standvastighied op het rechte pad. Voor de mensen die van de moskee hun huizen maken,"

Op een andere gelegenheid kwam hij een aantal mensen tegen op straat, die aan het kletsen waren en keken naar voorbijgangers. Aboe-d Dardaa kwam naar ze en zei: " Mijn zonen, het klooster van de moslim is zijn huis waar hij controle heeft over zichzelf en zijn blik kan afhouden. Wees gewaarschuwd over het zitten in marktplaatsen want het vreet je tijd weg in arrogantie en ijdelheid."

Toen Aboe-d Dardaa nog in Damascus was, vroeg Muawiyah ibn abi Sufyan (de gouverneur) hem om de hand van zijn dochter (Addardaa) voor zijn zoon, Yazied. Aboe-d Dardaa weigerde echter. Hij gaf zelfs zijn dochter aan een arme jongeman, waarover hij tevereden was over zijn islamitische karakter. Mensen hoorden wat er gebeurde en vroegen waarom Aboe-d Dardaa weigerde zijn dochter te geven aan Yazied? Aboe-d Dardaa zei:" Ik heb alleen maar gedaan wat ik dacht goed te zijn voor mijn dochter." Hoezo dat?" vroeg iemand. " Wat zouden jullie denken van mijn dochter, als er bedienden om haar heen waren en zij zich bevond in een prachtige paleis, waarvan de ogen duizelden? Wat zal er van haar geloof worden?"

Omar(ra) kwam een keer Aboe-d Dardaa bezoeken en zag hoe weinig bezittingen hij had. Toen wilde Omar(ra) hem geld aan bieden om zijn levenssituatie te verbeteren. Maar Aboe-d Dardaa schudde zijn hoofd weigerend en zei:"O Omar Kun jij je nog de hadeeth van onze profeet(vzmh) herinneren?" Welke hadeeth?" vroeg Omar nieuwsgierig. "Zei onze profeet niet:

  " Laat wat voldoende is in deze wereld voor iedereen van jullie zijn als de bagage van een rijdende reiziger?"  

"Ja," zei Omar(ra). "En wat hebben we er hiervan gemaakt, O Omar?" vroeg Aboe-d Dardaa.
Beide mannen huilden en huilden denkend aan de ontelbare rijkdommen die de moslims hebben vergaard en aan hun bezigheid met wereldlijke bezittingen.

Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh broeders en zusters in de Islaam.


An-Nuayman Ibn Amr
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Onze Super hero is dit keer een man met humor, zijn naam is An-Nuayman Ibn Amr. Introduktie is verder niet nodig ik begin maar gelijk.

Ondanks het feit dat hij vocht in de veldslagen van Badr, Uhud, Khandaq en andere grote vijandelijke ontmoetingen, bleef An-Nuayman een hartelijk persoon die heel erg gevat was en hij hield ervan om andere mensen voor de gek te houden als wijze van grap.

Hij behoorde toe aan de Banu an-Najjar van Madina en hij is 1 van de mensen die al vroeg tot de islam bekeerd is. Hij is 1 van de mensen die tijdens de tweede belofte van Aqabah plechtig hun trouw aan de profeet hebben beloofd. Hij stichtte connecties met Quraish toen hij de zus van Abdu Rahman Ibn Awl trouwde en later Umm Kulthum de dochter van Uqbah Ibn Mu'ayt. Zij was gescheiden met haar echtgenoot Az-Zubayr Ibn Al-Awwam vanwege zijn wreedheid en zijn strengheid.

Helaas werd An-Nuayman voor een periode verslaafd aan alcohol. Hij werd gevangen met het drinken en de profeet liet hem slaan met een zweep. Hij werd voor een tweede keer gevangen en nogmaals kreeg hij zweepslagen. Omdat hij nog steeds niet zijn slecht gewoonte opgaf, orderde de profeet om hem te slaan met schoenen. Toen dit alles hem niet dwong tot het stoppen met drinken, zei de profeet uiteindelijk: " Als hij weer teruggaat (naar het drinken) doodt hem dan."

Dit was een ernstige verkondiging, en An-Nuayman, 1 van de metgezellen van de profeet, begreep ervan dat als hij wederkeren tot het drinken van alcohol, dat hij dan buiten de pilaren van de islam zou treden, en daarmee de doodstraf verdient. An-Nuayman beheerste de woede die bij hem opkwam en had er afkeer van door te zeggen: " La'nat Allah alayhi - Mag Allah hem vervloeken ( de woede )."

De profeet hoorde Umayr's vervloeking en zei : "Nee, nee, doe dat niet. Echter hij houdt van Allah en zijn boodschapper. Een grote zonde (als deze) zet iemand niet buiten de gemeenschap, en de vergevensgezindheid van Allah is dichtbij de gelovigen."

Een keer ging An-Nuayman naar de markt en zag eten dat verkocht werd wat erg aangenaam en lekker eruit zag. Hij bestelde er wat van en stuurde het naar de profeet als een cadeau van hem. De profeet was erg blij met het eten en hij en zijn familie aten ervan. Naderhand kwam de verkoper van het eten naar An-Nuayman om het geld op te halen. An-Nuayman zei tegen hem: " Ga naar de boodschapper van Allah want het was voor hem. Hij en zijn familie hebben het gegeten."

De verkoper ging naar de profeet die op zijn beurt vroeg aan An-nuayman: "Had jij het niet aan mij gegeven?" "Ja," zei An-Nuayman. "Ik dacht dat je het wel lekker zou vinden en ik wilde heel graag dat je het zou eten vandaar dat ik je het had gegeven. Maar ik heb geen enkele dirham om de verkoper te betalen. Dus, betaal boodschapper van Allah!"

De profeet moest erg lachen en zo ook zijn metgezellen. Het lachen was lettelijk op zijn kosten. Hij heeft namelijk betaald voor een geschenk waar hij niet eens om vroeg. An-Nuayman zag 2 voordelen als gevolg van dit gebeuren: de profeet en zijn familie hebben eten gegeten waar ze van hebben genoten en de moslims hebben goed kunnen lachen.

Op een dag ging Abu Bakr en een aantal metgezellen op een handelsreis naar Busra. Verscheidene mensen tijdens de reis kregen een vastgestelde plicht. Suwaybit Ibn Harmalah was verantwoordelijk voor de voedselvoorraad. An-Nuayman was ook 1 tussen de reizigers en onderweg kreeg hij honger en vroeg Suwaybit voor een beetje eten. Suwaybit weigerde en An-Nuayman zei tegen hem: " Weet je wel wat ik nu met je ga doen?" Hij ging door met het waarschuwen en dreigen maar ondanks dat bleef Suwaybit weigeren. An-Nuayman ging toen naar een groep arabieren in de markt en zei tegen hun: " Willen jullie een sterke en stevige slaaf die ik aan jullie kan verkopen." Ze zeiden ja en An-Nuayman ging door: " Hij is niet op zijn mondje gevallen en kan zich erg goed uitdrukken. Hij zal zich dan ook hevig verzetten en zeggen: ' Ik ben vrij.' Maar jullie moeten daar niet naar luisteren."

De mannen betaalden de prijs van de slaaf - tien qala'is (muntstukken van goud) en An-Nuayman accepteerde het en hij deed het heel erg zakelijk overkomen.
De kopers vergezelden hem of hun gestolen koopwaar op te halen. Wijzend naar Suwaybit, zei hij: " Dit is de slaaf die ik aan jullie heb verkocht."

De mannen grepen Suwaybit en hij schreeuwde voor zijn leven en zijn vrijheid. "Ik ben een vrij man. Ik ben Suwaybit Ibn Harmalah..." Maar ze gaven hem geen aandacht en grepen hem vast bij zijn nek en droegen hem precies hetzelfde als ze bij elk andere slaaf zouden hebben gedaan.

Tegelijkertijd, bleef An-Nuayman erg serieus en hij lachte dus ook geen 1 keer. Hij bleef volledig kalm terwijl Suwaybit bitter doorging met protesteren. Suwaybit's mede-reizigers, realiseerden zich wat er gebuerde en ze haastten zich naar Abu Bakr, de leider van de caravaan, om hem te halen. Deze kwam zo snel als hij kon. Hij legde aan de kopers uit wat er was gebeurd en Suwaybit werd vrijgelaten en het geld werd teruggegeven aan de kopers. Abu Bakr moest er wel om lachen en ook Suwaybit en An-Nuayman. Terug in Madina, toen de voorval aan de profeet werd verteld werd er nog meer gelachen.

Op een dag kwam er man naar de profeet en hij had zijn kameel vast gebonden voor de deur van de moskee. Een aantal metgezellen merkten op dat de kameel een grote vette bult had en dat hun eetlust voor een lekker sappig stuk vlees is aangewakkerd. Ze draaiden zich om naar An-Nuayman en vroegen: " Wil jij even zaken doen met deze kameel?"

An-Nuayman begreep wat ze bedoelden. Hij stond op en slachtte de kameel. De arabier de eigenaar van de kameel kwam naar buiten en realiseerde zich wat er is gebeurd toen hij zag dat er mensen aan het grillen waren en vlees aan het eten waren. Uit nood begon hij te schreeuwen: " Waa 'aqraah! Waa Naqataah! ( O mijn kameel!)"

De profeet hoorde het lawaai en kwam naar buiten. Hij begreep van de metgezellen wat er is gebeurd en hij begon te zoeken naar An-Nuayman maar hij kon hem niet vinden. Bang voor straf en beschuldiging was hij gevlucht. De profeet volgde zijn voetsporen. Deze hebben hem geleid tot aan een tuin dat behoorde aan Danbaah de dochter van Az-Zubayr, een neef van de profeet. Hij vroeg de metgezellen waar An-Nuayman zich bevond. Wijzend naar een dichtbijzijnde greppel, zeiden ze hard zodat ze geen alarm sloegen voor An-Nuayman:" We hebben hem niet gevonden, boodschapper van Allah." An-Nuayman werd in de greppel gevonden helemaal bedekt met palmbalderen en takken, en zijn hoofd, gezicht en baard zat onder de vuil. Hij stond in de aanwezigheid van de profeet die hem bij zijn hoofd greep en het vuil van zijn hoofd veegde terwijl hij aan het lachen was. De metgezellen voegden zich bij devrolijkheid en de profeet betaalde de prijs van de kameel aan zijn eigenaar en ze voegden zich allemaal aan de feestmaaltijd.

De profeet zag de streken van An-Nuayman vanzelfsprekend als licht hartige opwellingen die zijn bedoelt om opluchting en gelach te scheppen. De religie van Islam verlangt niet van de mensen dat ze minachtend kijken naar zo een vrolijkheid en lichtzinnigheid en eeuwig somber te blijven.

An-Nuayman leefde nog door na het overlijden van de profeet en hij ging door met het genieten van de aandoening van de moslims. Maar of hij een einde maakte aan zijn vrolijkheid? Gedurende de kalifaat van Othman, zat een groep metgezellen in de moskee. Ze zagen Makhramah Ibn Nawfal, een oude man die onegeveer rond de honderd en vijftien jaar oud was en ongetwijfeld vrij seniel. Hij was een familielid van de zus van Abdur-Rahman Ibn Aw, die de echtgenote was van An-Nuayman.

Makhramah was blind. Hij was zo zwak dat hij zich nauwelijk kon verplaatsen in de moskee. Hij stond op om te urinerenen en hij had het bijna gedaan midden in de moskee. Maar de metgezellen schreeuwden naar hem en voorkomden zo dat het gebeurde. An-Nuayman stond op en ging naar hem toe om hem ergens anders naar toe te brengen zoals hem is gezegd. Wat was deze andere plek waar An-Nuayman hem naartoe bracht? In werkelijkheid heeft hij hem alleen maar een stukje verder gebracht dan waar hij eerst zat en liet hem daar zitten. De plaats was nog steeds in de moskee!

Mensen schreeuwden weer naar hem en lieten hem weer opstaan alleen dit keer was hij woedend. De arme oude man was helemaal gestressed en zei: " Wie heeft dit gedaan?" " An-Nuayman Ibn Amr," werd hem gezegd.
De oude man zwoer wraak en maakte bekend dat hij zijn stok kapot zou slaan op het hoofd van An-Nuayman als hij hem tegenkwam.

An-Nuayman ging weg en kwam terug. Hij was weer wat van plan. Hij zag Othman Ibn Affan, de Amier Al-Mumunien, die zijn gebed aan het verrichten was in de moskee.
Othman werd nooit afgeleid als hij aan het bidden was. An-Nuayman zag ook Makhramah. Hij ging naar hem toe en met een andere stem zei hij: " Wil je wraak nemen op An-Nuayman?"

De oude man herrinerde zich wat An-Nuayman had gedaan. Hij herrinerde zijn gelofte en schreeuwde: " Ja, waar is hij?" An-Nuayman nam hem bij de hand en leidde hem naar de plaats waar Othman aan het bidden was en zei tegen hem: "Hier is hij!"

De oude man hief zijn stok en sloeg hard op de hoofd van Othman. Bloed vloeide en mensen begonnen te schreeuwen: "Het is Amir al-Muminien!"

Ze droegen Makhramah weg en sommige mensen trachtten om An-Nuayman te pakken maar Othman hield ze tegen en vroeg ze of ze hem alleen konden laten. Ondanks de klap die hij had gekregen, was hij nog steeds in staat om te lachen om de streek van An-Nuayman.

An-Nuayman leefde tot de tijd dat fitnah ontstond tussen Ali en Muawiyah en twist vulde zijn hart met pijn. Hij verloor zijn lichtvaardigheid en lachte niet meer.


Abdoellah ibn Abbaas
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslim broeders en zusters

Deze maal is onze super hero een wonderkind met een speciale gave en een voorbeeld voor ons allen..........

Abdoellah was de zoon van Abbaas, een oom van de nobele profeet(vzmh). Hij was drie jaar voor de Hijrah geboren. Toen de profeet(vzmh) overleed was hij dus dertien jaar oud.

Toen hij geboren werd,had zijn moeder hem naar de profeet(vzmh) gebracht die toen een beetje van zijn speeksel op de baby's tong had gedaan al voor dat de baby een zuigeling werd. Dat was het begin van een ware vriendschap tussen de twee en een levenslange liefde en toewijding.

Toen Abdoellah de leeftijd van verstandigheid bereikte,(wat overigens opmerkelijk vroeg was) hechte hij zichzelf aan het bedienen van de profeet(vzmh). Hij rende om water voor hem(vzmh) te halen wanneer de profeet (vzmh) zijn rituele wassing voor het gebed wilde verrichten. Tijdens het gebed stond hij vlak achter de profeet(vzmh) en wanneer de profeet(vzmh) ging reizen vergezelde hij hem altijd. Abdoellah werd dus een soort schaduw van de profeet(vzmh); altijd in zijn gezelschap.

In al deze situaties was hij erg aandachtig en alert naar alles wat door de profeet(vzmh) gezegd werd of gedaan. Zijn hart was enthousiast en zijn jonge verstand was puur en rein, hij registreerde de woorden van de profeet(vzmh) met een ongekende capaciteit en met de nauwkeurigheid van een taperecorder. Op deze wijze werd Abdoellah zoals wij hem later zullen kennen als een van de meest geleerde en gerespecteerde metgezellen van de profeet(vzmh). Een metgezel die de moslimnatie van 660 overleveringen van de profeet(vzmh) voorzag die opgenomen werden en geauthentiseerd in de collecties van Boekhari en Moslim.

De profeet(vzmh) had hem zo lief dat hij hem altijd naar zich toe trok en hem vaderlijk op zijn schouders klopte en zei: " O Allah geef hem kennis en wijsheid van de islam en laat hem zich verdiepen in de mening en interpretaties van geloofskwesties.

Abdoellah vertelt: Een keer wilde de profeet(vzmh) woedoe(rituele wassing) verrichten en zoals gewoonlijk haastte ik me om zo snel mogelijk water voor hem(vzmh) te halen. De profeet(vzmh) was erg blij en bij het begin van de salat(gebed) wees hij naar mij dat ik naast hem moest staan bij tijdens het bidden. Echter bleef gedurende het gebed achter hem(vzmh) bidden en toen het gebed eindigde vroeg de profeet(vzmh) mij:" Wat hield jou tegen om niet naast mij te bidden , O Abdoellah?" U bent gewoon te voorbeeldig en te geweldig in mijn ogen om zij aan zij met u gelijk te staan." Antwoordde ik.

Toen hief de profeet(vzmh) zijn handen naar de hemel en zei:"O Allah, garandeer hem wijsheid" En inderdaad werden de gebeden van de profeet(vzmh) verhoord en Abdoellah bezat wijsheid die ver boven zijn leeftijd was, maar het was wijsheid dat ook verkregen werd door pure toewijding aan het vergaren van kennis tijdens en na het leven van de profeet(vzmh).

Tijdens het leven van profeet(vzmh), miste Abdoellah geen een bijeenkomst en hij onthield alles wat de profeet(vzmh) meteen. Na het overlijden van de profeet(vzmh) bezocht hij zoveel mogelijk metgezellen die langer met de profeet(vzmh) waren, om van ze te leren. Als hij vernam dat iemand een hadeeth(overlevering) van de profeet(vzmh) kende die hij nog niet kende, ging hij meteen naar hem toe om die hadeeth noteren. Hij ging zelfs naar dertig verschillende metgezellen om een zaak te verduidelijken.

Abdoellah beschreef wat hij een keer deed toen hij hoorde dat een metgezel een hadeeth kende die hij niet heeft gehoord: "Ik ging naar hem toe en wachtte voor zijn deur uren lang tot de wind stof op mijn hoofd blies en toen de metgezel eindelijk kwam zei hij: "O neef van de profeet(vzmh) heeft u zolang op mij moeten wachten?als u iemand zond naar mij dan was ik meteen gekomen." Ik zei toen: "Ik ben degene die jou moet opzoeken omdat kennis gezocht moet worden en kennis komt niet vanzelf naar je toe." Ik vroeg hem uiteindelijk om de hadeeth en leerde hem meteen.

Het was niet alleen het verzamelen van de ahadeeth wat Abdoellah bezighield. Hij wijdde zichzelf toe aan het vergaren van kennis in allerlei gebieden. Hij bewonderde in het speciaal personen als Zayd ibn Thabit, de notulist van de Koran en de hoofd rechter van Medinah die ook een deskundige was in erfeniswetten en reciteren van de Koran. Als Zayd op reis ging, hield Abdoellah de teugels van zijn kameel en liep voor hem net als een dienaar die zijn meester wil behagen Zayd zei dan tegen hem: "Laat dat toch, O neef van de profeet(vzmh)."

Zo zijn wij bevolen om onze geleerden te behandelen," antwoordde Abdoellah. "laat me je handen zien", zei Zayd. Abdoellah strekte zijn handen en Zayd nam zijn handen en kuste die liefdevol en zei: "En zo zijn wij bevolen om met Ahl al-Bayt (leden van het huis des profeets) om te gaan."

Terwijl Abdoellah's kennis groeide, groeide ook zijn status. Masrug ibn Ajda zei het volgende over hem: "Telkens wanneer ik Abdoellah za zou ik zeggen: "Hij is de meest knappe man onder ons". Telkens wanneer hij praatte zou ik zeggen: "Hij is de meest welsprekende man onder ons. Telkens wanneer hij een debat hield, zou ik zeggen: "Hij is de meest geleerde man onder ons."

De kalifa Omar ibn al-Khattaab zocht vaak zijn raad bij belangrijke zaken die de hele natie aangingen en beschreef hem vaak als :"De jonge volwassene."

Sad ibn abi Waqqas beschreef hem met deze woorden: "Ik heb nooit iemand gezien die sneller van begrip was en die meer kennis en wijsheid bezat dan Abdoellah ibn Abbaas. Ik zag Omar zijn raad nemen over problematische zaken tijdens de aanwezigheid van veteranen van Badr waaronder Muhadjirien en Ansar zaten. Abdoellah zou dan praten en Omar zou geen woord tegen spreken."

Al deze kwaliteiten resulteerden in feit dat Abdoellah werd benoemd als "De geleerde van de Oemmah (natie)"

Abdoellah ibn Abbaas was niet tevreden met het bezitten van kennis alleen maar hij voelde zich verplicht om zijn kennis te delen met zij broeders en zusters. Het gevolg was dat zijn huis veranderde in een universiteit. Inderdaad een universiteit in de volle betekenis van het woord met een speciale eigenschap want zijn universiteit kende maar een leraar genaamd Abdoellah ibn Abbaas.

Er was een enthousiaste publiek voor de universiteit van Abdoellah. Een van zijn metgezellen vertelt: "Ik zag mensen voordringen op de wegen die leiden naar het huis van Abdoellah ibn Abbaas tot er helemaal geen plaats meer was binnen zijn huis of zijn plein. Ik ging naar Abdoellah en vertelde hem over de drukte en hij vroeg mij om eerst water voor hem te halen voor woedoe. Hij verrichte woedoe en zat en zei: "ga en zeg tegen ze: "Wie van jullie vragen heeft over tadjwied(articulatie van de Koran) kan binnen komen."

Ik riep ze en het huis liep vol. Hij beantwoordde de vragen met helderheid en bewijzen en gaf zelfs meer informatie dan de mensen vroegen en toen ie klaar was moest ik degenen roepen die vragen hadden over betekenissen en interpretaties van de koran. En weer werd het huis gevuld. Mensen bleven binnen komen vragen over Fiqh , sharia, erfenis, Arabische taal, dichtkunst en etymologie(oorsprong van woorden en gezegden). Abdoellah werd niet moet en bleef enthousiast in het ontvangen van mensen."

Op een gegeven moment kwam Abdoellah tijd tekort en ging hij dagen specialiseren voor een aantal exclusieve onderwerpen en werden de dagen van de week gekenmerkt met zijn lezeningen.

Abdoellah had een sterk geheugen en een formidabele intellect. Zijn uitleg was met precisie , helder en logisch. Zijn argumenten waren overtuigend en ondersteunt met pertinente bewijzen uit de koran hadeeth en historische feiten.

Hij zei een keer: "Wanneer ik het belang van een bepaalde vers uit de koran realiseer en achterhaal dan wens ik dat alle mensen wisten wat ik te weten ben gekomen."

"Wanneer ik hoor dat een islamitische vorst gelijkwaardig handelt en rechtvaardig regeert dan ben ik blij voor hem en bid ik voor hem.

"Wanneer ik hoor dat ergens op de landen der moslims regen is gevallen, vult dat zelfde regenval mijn hart met geluk en blijheid."

Abdoellah ibn Abbaas was consequent in zijn toewijding. Hij vaste vaak vrijwillig en bad vaak lange nachten. Hij huilde wanneer hij koran las. Wanneer hij verzen reciteerde die met de dood, wederopstanding en straf te maken hadden huilde en snikte hij zo hard dat zijn stem zwaar werd en wegvaagde.

Hij was eenenzeventig jaar toen hij overleed in de rotsachtige stad van Taaif.


Aboe Horayrah
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslims en moslima's

Onze weg langs de metgezellen brengt ons bij een vrome man die bekend is bij jong en oud en bij moslims en zelfs niet moslims. Zijn naam is een definitie op zich.........

" An Abi Horayra radiyallahoe anhoe, qal :qala rasoel Allahi, sallallahoe alayhi wa sallam."

"Abi Horayra verhaalt dat de profeet(vzmh) zei:.."

Door deze zin kenden miljoenen moslims, van de vroegere stadia van de islam tot op heden, deze vrome metgezel. In toespraken en lezingen, in vrijdagpreken en ceremonies, in hadeeth-boeken en sirah, werd de naam van Aboe Horayra als bron van waarheid gebruikt.

Door zijn ongekende toewijding en fotografisch geheugen, werden honderden ahadeeth van de profeet(vzmh) onthouden en door gegeven aan latere generaties. Zijn naam is de meest genoemde en meest betrouwbare in alle boeken van hadeeth. Naast hem zijn ook de hadeeth-vertellers zoals: Abdoellah ibn Omar(ra), Anas ibn Malik(ra) Moeder der gelovigen Aishah bint Abi Bakr(ra), Jabir ibn Abdoellah en Aboe Saied al-Khoedri. Allen hebben ze meer dan duizend ahadeeth van de profeet(vzmh) overgeleverd.

Aboe Horayra werd moslim aan de handen van at-Toefail ibn Amr, de hoofd van Daws, de stam waartoe Aboe Horayra behoorde. De Daws stam leefde in de Tihamah regio, die zich langs de kust van de Rode Zee strekte ten zuiden van Arabië. Toen at-Toefail terugkeerde naar zijn dorp, na de profeet(vzmh) ontmoet te hebben en zich tot de islaam bekeerd te hebben, was Aboe Horayra de eerste die gehoor gaf aan de missie van at-Toefail en werd dus meteen moslim. Anders dan de meerderheid van zijn stam die koppig bleven vast houden aan hun heidense gewoontes voor een lange tijd.

Bij de tweede bezoek van at-Toefail aan Mekka, werd hij vergezeld door Aboe Horayra. Daar had hij de eer en voorrecht om de nobele profeet(vzmh) te ontmoeten die hem vroeg: "Wat is jouw naam?" "Aboe Shams (dienaar van de zon)," antwoordde hij. In plaats daarvan, laat het Abdoer-Rahman zijn (Dienaar van de Barmhartige)" zei de profeet(vzmh).

"Ja, het zij zo Abdoer-Rahman O' boodschapper van Allah," antwoordde hij. Hoe dan ook, hij werd bekend als Aboe Horayra "Vader van katjes" omdat hij net als de profeet(vzmh) erg veel hield van katjes sinds zijn jeugd en overal waar hij ging kwam een katje achter hem aan.

Aboe Horayra bleef in Tihamah voor een aantal jaar en was pas aan het begin van het zevende jaar na de Hidjrah, naar Medinah gegaan met een aantal leden van zijn stam. De profeet was toen voor een vredes campagne in Khaybar. Aboe Horayranam zijn intrek tijdelijk in de moskee. Hij was vrijgezel en had dus ook geen kinderen. Alleen zijn moeder was met hem meegekomen die overigens nog een ongelovige was. Hij bad voor haar en verlangde dat zij moslim werd, maar ze bleef hardnekkig weigeren. Op een dag zei hij haar dat ze moest geloven in Allah(swt) en zijn profeet(vzmh), maar zij sprak toen kwetsende woorden over de profeet(vzmh), die hem erg veel verdriet deden. Met tranen in zijn ogen, ging hij naar de profeet(vzmh), die toen tegen hem zei:

"Waarom huil je zo O Aboe Horayra?"

"Ik heb het nooit opgegven om mijn moeder tot de islam uit te nodigen, keer op keer wijst zij mijn aanbod af. Echter vandaag nodigde ik haar voor de zoveelste keer uit en ze sprak met kwetsende woorden, die mij veel pijn deden. Maak smeekbeden tot Allah(swt) de Almachtige, opdat het hart van de moeder van Aboe Horayra zachter zal worden voor de Islam."

De profeet(vzmh) gaf gehoor aan het verzoek van Aboe Horayra en maakte smeekbeden voor zijn moeder. Aboe Horayra vertelt: "Ik ging naar huis en vond de deur op slot. Ik hoorde het spatten van water en toen ik trachtte naar binnen te komen, zei mijn moeder: "Blijf waar jij bent, O Aboe Horayra." En na zich te hebben aangekleed, zei ze, "Komt binnen" Ik kwam binnen en ze zei:" Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is."

"Ik ging terug naar de profeet(vzmh), huilend van vreugde terwijl ik een uur geleden huilde van verdriet en zei:" Ik heb goed nieuws, O boodschapper van Allah. Allah(swt) heeft jouw gebeden aanvaardt en leidde de moeder van Aboe Horayra tot de Islam."

Aboe Horayra hield zielsveel van de profeet(vzmh). Hij werd nooit moe van het kijken naar het gezicht van de profeet(vzmh), dat scheen als een zon en hij was nooit moe van het luisteren naar hem. Vaak dankte hij Allah voor zijn grote geluk en zei: "Geprezen is Allah, Die Aboe Horayra naar de islam heeft geleid." "Geprezen is Allah, Die Aboe Horayra de koran heeft geleerd." " Geprezen is Allah, Die Aboe Horayra het voorrecht gaf in het gezelschap te zijn van Mohammed(vzmh)."

Vanaf het moment dat hij in Medinah kwam, richtte Aboe Horayra zich op het vergaren van kennis. Zaid ibn Thabit, een vrome metgezel van de nobel profeet(vzmh), vertelt: "Terwijl Aboe Horayra, ik en een andere vriend van mij in de moskee smeekbeden tot Allah(swt) maakten, verscheen de boodschapper van Allah bij de deur. Hij liep richting ons en nam plaats in onze kring. Wij werden stil en hij zei: "Ga verder met wat jullie bezig waren!" "En dus maakte mijn vriend en ik eerst smeekbeden waarop de profeet(vzmh) "Amien" zei. "En toen het de beurt was aan Aboe Horayra om smeekbeden te doen zei hij: "O Allah, ik vraag u hetzelfde wat mijn twee vrienden hebben gevraagd en ik vraag u om kennis dat nooit vergeten zal worden." "De profeet(vzmh) zei: "Amien"En toen zeiden wij "En wij ook vragen om kennis dat nooit vergeten zal worden", maar de profeet(vzmh) zei dat Aboe Horayra ons al voor was en die onvergetelijke kennis is geschonken.. "Met zijn formidabele geheugen heeft Aboe Horayra in vier jaar tijd werkelijk alles onthouden wat de profeet(vzmh) zei en onderwees. Aboe Horayra was zich bewust van zijn gave en was vastberaden om de Islam te dienen met zijn gave voor de rest van zijn leven."

Hij beschikte over veel vrije tijd. In tegenstelling tot de Muhadjirien die zich bezighielden handel op marktplaatsen en in tegenstelling tot de Ansar, die zich bezighielden met landbouw, Aboe Horayra bleef met de profeet(vzmh) in Medina en ging met hem op reizen en veldslagen. Vele metgezellen waren verwonderd van het feit dat hij zoveel ahadeeth uit zijn hoofd kon en vroegen hem vaak wanneer hij een hadeeth had gehoord en onder welke omstandigheid.
Een keer wilde Marwan ibn al-Hakam het geheugen van Aboe Horayra testen. Hij zat met hem in een kamer en liet achter een gordijn een schrijver zitten, buiten Aboe Horayra's weten om en hij beval de schrijver alle ahadeeth die Aboe Horayra zei te schrijven. Een jaar later nodigde hij Aboe Horayra uit en vroeg hem die ahadeeth te herhalen die de schrijver had genoteerd en tot zijn verbazing vergat Aboe Horayra geen enkel woord.

Aboe Horayra maakte zich veel zorgen om het correct overleveren van ahadeeth die hij onthield en ook mensen de kennis te geven wat hij heeft vergaard. Er werd gezegd dat hij een keer op de markt van Medina aan het wandelen was en zoals gebruikelijk zag hij een massa van mensen die aan het handelen was. "Wat zijn jullie toch nalatig, O mensen van Medina!" zei hij. "Wat laten we na, O Aboe Horayra?" vroegen ze. "Het erfgoed van de boodschapper van Allah(vzmh) wordt uitgedeeld en jullie staan nog hier! Gaat toch en heen en neem uw deel van de erfenis?" zei hij. "Waar is dat, O Aboe Horayra?" vroegen ze. "In de moskee" antwoordde hij. Ze vertrokken gehaast naar de moskee. Aboe Horayra wachtte tot ze terug kwamen. Toen ze terug kwamen en hem zagen zeiden ze: "O Aboe Horayra we gingen naar de moskee en zag niets dat uitgedeeld werd." "Zagen jullie niemand in de moskee?" vroeg hij. "O jawel, we zagen mensen die aan het bidden waren, mensen die Koran aan het lezen waren en mensen die aan het discussiëren waren over halal en haram zaken." "O O O zien jullie dat niet?" zei hij, "dat is het erfgoed van Mohammed(vzmh)"

Vaak was hij zo verdiept en zo geconcentreerd met het vergaren van kennis en het verrichten van ibaadah dat hij vaak honger leed en geen eten had, waardoor hij soms een steen om zijn buik vastbond om zijn honger te onderdrukken. Om te kunnen eten ging hij naar een van de metgezellen en vroeg hem om te discussiëren over een bepaald aya zodat hij uiteindelijk uit werd genodigd en dus te eten kreeg.

De tijd van zegening en welvaart was aangebroken voor de moslims en ieder moslim had bezittingen. Aboe Horayra had eindelijk zijn deel van welvaart. Hij had een comfortabel huis, een vrouw en een kind. Maar deze ommekeer van fortuin heeft niets aan zijn personaliteit verandert. Noch vergat hij zijn tijden van armoede. Hij vertelt: "Ik groeide op als een weeskind en emigreerde als een arm en behoeftig persoon. Ik kreeg altijd wat te eten van Busrah bint Ghazwan. Ik bediende reizigers en voedde hun kamelen voor hun reis. Toen heeft Allah mij Busrah laten trouwen. Alle lof aan Allah die Aboe Horayra's geloof heeft versterkt en hem imaam heeft gemaakt" (deze verklaring legde hij af toen hij als gouverneur van Medina werd vernoemd.)

Veel van zijn tijd werd besteed aan spirituele toewijding aan Allah in de vorm van vooral Qiyam al-Layl (nachtgebeden) wat een gewoonte werd voor hem en zijn vrouw en dochter. Hij deed Qiyam voor eenderde van de nacht en maakte dan zijn vrouw wakker zodat zij eenderde Qiyam deed en zijn vrouw maakte haar dochter wakker voor de over gebleven deel van de nacht. Op deze manier waren de nachten en de dagen van het huis van Aboe Horayra verlicht met ibaadah.

One day he saw two men walking together, one older than the other. He asked the younger one: "What is this man to you?"

"My father," the person replied.

"Don't call him by his name. Don't walk in front of him and don't sit before him," advised Abu Hurayrah.

Muslims owe a debt of gratitude to Abu Hurayrah for helping to preserve and transmit the valuable legacy of the Prophet, may God bless him and grant him peace. He died in the year 59 AH when he was seventy-eight years old.

Aboe Horayra had nog een bijzonder goede eigenschap en dat is het eren van zijn moeder en altijd als hij haar zag deed hij smeekbeden voor haar en zei "O Allah heb genade met mijn moeder voorwaar ze mij heeft opgevoed toen ik klein was".

Op een dag zag hij twee mensen samen lopen, een oudere man een jongere. Hij vroeg de jongere: "Wat is deze man van jou?"

"Mijn vader," antwoordde de persoon.

"Noem hem nooit bij zijn naam. Loop nooit voor hem uit en zit nooit voor hem," adviseerde Aboe Horayra hem.

Moslims over de hele wereld hebben veel te danken aan Aboe Horayra voor alle ahadeeth die hij heeft onthouden en overgeleverd. Wat wij voor hem terug kunnen doen is smeekbeden voor hem maken dat Allah genade met ziel zal hebben.

Aboe Horayra overleed in het jaar 59 AH op de leeftijd van achtenzeventig jaar. (78)


Bilaal ibn Rabaah
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslims en moslimas

We zijn bij de letter B, en welke metgezel komt hiervoor als eerst in de aanmerking? Inderdaad Bilaal. De naam die we zo vaak horen en die ook zo mooi klinkt. Zijn levensverhaal is een voorbeeld van de rassengelijkheid binnen de Islam. Laten we eens kijken wie deze vrome metgezel was............

Bilaal was een slaaf in Mekka afkomstig van Abbassinië (Ethiopië), die overleefde dagelijks met een handje vol dadels en wat water. Zijn eigenaar was een onmenselijk figuur genaamd Oemayyah ibn Khallaf die hem liet overwerken en hem mishandelde. Bilaal hoorde voor het eerst over de profeet(vzmh) en de islam, toen hij een keer naar een discussie van zijn meester en een aantal gasten zat te luisteren. Hij hoorde ook Aboe Bakr(ra) praten over de islam en de gelijkheid van rassen. Uiteindelijk was hij met Aboe Bakr(ra) naar de profeet(vzmh) gegaan en bekeerde zich tot het ware geloof. Bilaal was hiermee de zevende persoon die de islam betrad.

Het bekeren van Bilaal had zware consequenties waar hij voor op moest draaien want hij was nog immers een slaaf van de genadeloze Oemayyah, die bij het horen van de nieuws woedend werd en van plan was om Bilaal hard te straffen voor het bekeren naar de Islam. Hij dwong Bilaal dan ook vaak om 's middags in de hitte van Mekka en drukte zijn gezicht in het gloeiende zand van de sahara. Dat niet alleen; hij legde een enorme rots boven de borst van Bilaal en zei tegen hem dat hij het geloof van Mohammed moest verlaten en de goden van Qoeraysh moest aanbidden. Bilaal weigerde en zei constant: "Ahadun ahad fardun samad" (Een is Hij, ongekend in Zijn eenheid). Zo ging het martelen door, niet alleen Bilaal maar alle slaven en armen die moslim werden kregen het zwaar te verduren. Op een dag liep Aboe Bakr(ra) langs en zag Bilaal gemarteld worden door Oemayyah. Hij vroeg Oemayyah om te stoppen en Oemayyah zei tegen Aboe Bakr dat hij de oorzaak van het martelen van Bilaal omdat Bilaal door hem de islam was gaan aanhangen. Aboe bakr zei toen tegen Oemayyah dat hij een prijs moet noemen voor Bilaal. Uiteindelijk kwamen ze tot een akkoord en werd Bilaal verkocht aan Aboe Bakr. Daarna gingen Aboe Bakr en Bilaal naar de profeet(vzmh) en verklaarde Aboe Bakr dat hij Bilaal ging vrijlaten.

Toen de moslims hun ware vrijheid in Medina kenden, zaten ze te denken aan een manier om de mensen tot het gebed te roepen. Abdoellah ibn Zaid kwam naar de profeet(vzmh) en vertelde hem over een droom die hij zag. Hij zei dat hij een man zag die in het groen gekleed was met een bel in zijn hand. Abdoellah bood aan om de bel te kopen van de man en de man vroeg waarvoor Abdoellah de bel nodig had. Abdoellah vertelde dat hij de bel nodig had om de mensen tot et gebed mee te roepen. Toen zei de man dat er een betere manier was voor het roepen tot het gebed en vertelde Abdoellah dat hij het volgende moest roepen: vier keer Allahoe Akbar ,twee maal Ashhadoe an la illaha illa Allah, twee maal ashhadoe anna Mohammadan rasoel Allah, twee maal hayya ala Assalah, twee maal hayya ala Alfalaah, twee maal Allahoe Akbar en een maal la ilaah illa Allah. De profeet(vzmh) vertelde Abdoellah dat zijn droom een ware visie was en vertelde hem dat hij het Bilaal moest leren, omdat Bilaal een mooie en ver reikende stem had. Bilaal werd hiermee de eerste gebedsomroeper (Moaddhin). Toen Omar ibn Elkhattab de adhan(oproep tot het gebed) hoorde rende hij naar de profeet(vzmh) en vertelde hem ook over hetzelfde gedroomd te hebben en de profeet(vzmh) zei hem dat de openbaring hem voor was.

Bilaal had ook een voorbeeldig gedrag en was erg geduldig. Een keer was er een misverstand tussen hem en een ander metgezel ontstaan, waardoor de metgezel opgestoken werd door satan en Bilaal had uitgescholden voor "Ibn alsawdaa"(zoon van een zwarte vrouw). Bilaal zei niks terug bleef rustig en ging naar de profeet(vzmh) en vertelde hem wat er gebeurde. De profeet(vzmh) ging meteen naar de metgezel en zei tegen hem dat hij zich moest verontschuldigen tegen over Bilaal. De metgezel betreurde zijn daad en ging onder de voeten van Bilaal liggen en zei tegen hem dat hij met zijn voeten op zijn gezicht mocht staan omdat hij hem zo had gekwetst. Toen zei Bilaal "Hoe kan ik op een gezicht staan die voor Allah(swt) heeft gebeden? Sta op Moge Allah je vergeven broeder."

Tijdens de slag bij Badr werden de zinnen van Bilaal op Oemayyah gezet. Toen Bilaal Oemayyah zag schreeuwde hij: "De aartsvijand van Allah, Oemayyah ibn Khalaf, Moge ik niet leven als hij leeft!" Omdat Bilaal die woorden bleef herhalen had een ander metgezel Oemayyah al gedood met zijn zwaard. Bilaal was niet blij omdat er gewroken werd voor zijn persoon maar voor de Islam. Zoals bij alle metgezellen ging zijn liefde voor Allah en Zijn profeet(vzmh) voor alle belangen en Oemayyah was de vijand van de islam voor hij een vijand was van Bilaal.

Bilaal was erg vroom en Godsvruchtig. Hij bad altijd twee rakat nadat hij woedoe(rituele wassing) had gemaakt. Hij vaste vaak en bad ook vaak 's nachts. Zijn liefde voor de profeet(vzmh) was onbeschrijfelijk. Hij was ook overal te vinden waar de profeet(vzmh) was en bediende hem op zijn wenken. Toen de profeet(vzmh) overleed, werd Bilaal gevraagd om adhan te doen. Toen hij bij het roepen bij de naam van Mohammed kwam, kon hij niet verder gaan van het huilen. Zijn tranen stroomden en stroomden en hij had een brok in zijn keel. Hij verklaarde daarna niet meer de adhan te doen wegens zijn grote verdriet. Hij kon zelfs niet meer in Medina wonen, omdat elke plek hem deed denken aan de profeet(vzmh).

Toen Aboe Bakr(ra) kalifa werd, ging Bilaal naar Assham voor de Djihad en bleef de rest van leven daar wonen. Hij heeft daarna maar twee keer ooit de adhan verricht. Een keer toen Omar ibn Elkhatab naar Assaham was gekomen en de tweede keer toen hij het graf van de profeet(vzmh) in Medina ging bezoeken. Daar verzochten alle mensen hem om de adhan te doen en toen hij het met moeite en veel verdriet deed, huilden alle mensen van Medina die toen herinnerd werden van het grote gemis van de nobele profeet(vzmh).

Bilaal de ooit als slaaf gekomen man uit afrika overleed als een van Allah's beste en oprechte dienaren. Hij werd vierenzestig jaar.


Al-Baraa Ibn Malik Al-Ansari
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh moslims en moslima's.

Het is alweer de tiende deel van onze heldenserie en we hebben hier te maken met iemand bij het woord angst niet voorkomt in zijn vocabulaire en het woord martelaar zijn hele leven dirigeert. Ik zou zeggen lees en proef iets van martelaarschap...

Zijn haar zag er ongekamd uit en zijn hele verschijning was ruw. Hij was dun en pezig met weinig vlees op zijn botten, dat het echt pijnlijk was om naar hem te kijken. Echter in duels vocht hij als geen ander en versloeg vele tegenstanders en temidden van harde gevechten was hij een uitmuntende krijger waar de tegenpartij rekening mee hield.

Hij was zo dapper en heldhaftig dat Omar(ra) ooit tegen al zijn gouverneurs en generaals heeft gezegd dat ze hem nooit aan het hoofd van een leger als leider moesten benoemen omdat hij anders al zijn manschappen de dood in zal leiden door zijn gewaagde heldendaden. Deze man was al-Baraa ibn Malik al-Ansari, de broer van Anas ibn Malik(ra) (de persoonlijke bediende van de profeet(vzmh)).

Als de heldhaftige daden van al-Baraa ibn Malik in details verteld moeten worden dan zouden er honderden pagina voor nodig zijn. Maar laat één voorbeeld voldoende zijn...

Dit specifieke verhaal begint slechts een paar uurtjes na het overlijden van de profeet(vzmh), toen vele Arabische stammen zich de rug keerden naar de Islam in grote getale. Binnen een korte periode waren alleen de inwoners van Mekka, Medina en Taif en wat stammen hier en daar in de omgeving, die zich nog sterk aan de Islam vastklampten.

Aboe Bakr as-Siddieq(ra), de opvolger van de profeet(vzmh), trad met een harde hand tegen deze blinde en vernietigende beweging. Hij mobiliseerde van de Moehadjirien en Ansar, elf verschillende legereenheden elk onder een aparte generaal en stuurde ze naar verschillende delen van het Arabisch schiereiland. Hun doel was om de ketters weer het rechte pad op te leiden en de leiders van de rebellen te confronteren.

De sterkste groep ketters en grootste in aantal waren de Banoe Hanifah, waarin zich de oplichter Moesaylamah de leugenaar bevond, die claimde dat hij een profeet was. Moesaylamah slaagde erin om veertigduizend uitstekende vechters uit zijn stam te mobiliseren. De meeste van hen volgden hem echter omwille van asabeyyah oftewel stamverwantschap (patriottische woede) en niet omdat ze in hem geloofden. Een van hen zei in feite: "Ik getuig dat Moesaylamah is een oplichter en dat Mohammed is de ware maar de Oplichter uit Rabi'ah(Moesaylamah) is ons dierbaarder dan de man van de waarheid uit Mudar(Mohammed(vzmh))."

Moesaylamah bracht een zware nederlaag aan het eerste leger dat hem werd gestuurd onder leiding van Ikrimah ibn abi Jahl. Aboe Bakr(ra) stuurde een andere leger naar Moesaylamah, onder leiding van Het Verscherpte Zwaard Van Allah, Khalid Ibn al-Walid. Dit leger bestond uit la crème de la crème van de metgezellen van beide de Ansar en de Moehadjrien. In de frontlinies van dit leger was al-Baraa ibn Malik en een groep van de meest moedige en gevreesde moslims.

De twee kampen ontmoetten op de territorium van de Banoe Hanifah bij Yamamah in Najd. Het duurde niet lang en het gevecht neigde gewonnen te worden door Moesaylamah en de zijnen. De moslim soldaten begonnen zich terug te trekken uit hun posities. De manschappen van Moesaylamah bestormden zelfs de tent van generaal Khalid ibn al-Walid(ra) en verdreven hem uit zijn positie. Ze zouden zelfs zijn vrouw hebben vermoord maar iemand van hen had haar bescherming gegarandeerd.

Op dat moment, realiseerden de moslims zich in wat voor gevaarlijke situatie zij zich verkeerden. Ze waren ook bewust van het feit dat als zij geëlimineerd werden door Moesaylamah, dan zou de Islam geen stand houden en zou Allah(swt) Die geen partner kent, niet meer aanbeden worden in het Arabische schiereiland hierna.

Khalid(ra) verzamelde zijn manschappen nogmaals en reorganiseerde ze. Hij verdeelde de Moehadjirien, Ansar en de verschillende stammen in drie hoofd groepen. Elk van die groepen werd onder leiding gebracht van een eigen stamlid, zodat de verliezen binnen elke groep makkelijk te achterhalen konden worden.

Het gevecht laaide op. Er was zoveel schade en er waren zoveel

doden gevallen. De Moslims hadden nog nooit zoiets ervaren in alle gevechten die ze hiervoor voerden. De mannen van Moesaylamah bleven stand houden, zo stevig en ferm al hadden ze zoveel slachtoffers.

De moslims lieten ongelofelijk veel dapperheid en heldhaftigheid zien van ongekende kaliber. Thabit Ibn Qays, de standaard drager van de Ansar, hij had een kuil gegraven en plante zichzelf daarin en bleef vechten tot hij gedood werd. De kuil die hij had gegraven was meteen ook zijn graf. Zayd ibn el-Khattaab, broer van Omar(ra), riep de moslims op: "Mannen, bijt op je kiezen, sla meedogenloos toe op de vijand en druk door. Bij Allah, ik zal hierna niet spreken tot Moesaylamah is verslagen of ik Allah heb ontmoet." Hij voerde daarna een charge op de vijand en bleef vechten tot hij werd gedood. Salim(ra), de mawla van Aboe Hoedhaifah, en standaard drager van de Moehadjirien vertoonde onverwachte waarde. Zijn mensen vreesden dat hij zwakte zou vertonen of te bang zal zijn om te vechten. Tegen hen zei hij, "Als jullie erin slagen mij in te halen, wat een slechte drager van Koran zal ik dan zijn." Hij sprong daarna zeer gewaagd te midden van de vijandelijke rijen en vocht tot hij als een martelaar viel.

De dapperheid van al deze mensen, kwijnt echter toch weg tegenover de heldhaftigheid van al-Baraa ibn Malik moge Allah behaagd zijn met hen allen.

Terwijl het gevecht wreder en woester werd, richtte Khalid(ra) zich tot al-Baraa ibn Malik en zei: "Val aan, jonge man van de Ansar." al-Baraa ibn Malik keerde zich om naar zijn mensen en zei zijn legendarische woorden die in de hemelen weerklonken: "O Ansar, laat niemand maar dan ook niemand van jullie aan terugkeer naar Medina denken. Er is geen Medina voor jullie na deze dag. Er is alleen nog maar Allah en dan Paradijs."

Hij en de Ansar lanceerden hun aanvallen daarna tegen de moeshrikien(ongelovigen), ze braken door hun linies en deelden flinke krachtstooten uit tot ze uiteindelijk begonnen terug te trekken. De moeshrikien zochten toevlucht in een tuin, die later de naam "De tuin des doods" kreeg, omdat er zoveel doden daar vielen op die dag. De tuin was omringd door hoge muren.

Moesaylamah en duizenden van zijn mannen gingen naar binnen en sloten de poorten van de tuin achter ze en versterkten zich.

Vanuit hun nieuwe positie begonnen ze pijlen op de moslims te regenen. De waaghals al-Baraa ibn Malik stapte naar voren en richtte zich naar zijn gezelschap: "Zet mij op een schild, hijs de schild op pijlen en slinger mij over de muren de tuin binnen naast het poort. Ik zal dan sterven als een martelaar of het poort voor jullie openen."

De magere en pezige al-Baraa ibn Malik werd meteen op een schild gezet en werd zo te midden van de Tuin des Doods gegooid in een multitude aan Moesaylama's mannen. Hij daalde neer op ze als een bliksemflits en zette het gevecht voort als een razende leeuw. Velen vielen als muggen voor zijn zwaard en voordat hij het poort kon openen kende zijn lichaam vele wonden.

De moslims drongen meteen binnen door de poorten en over de muren. Het vechten was bitter en zeer vermoeiend. Honderden werden gedood en uiteindelijk bereikten de moslims Moesaylamah de oplichter en werd hij gedood.

al-Baraa ibn Malik werd op een draagkoets vervoerd naar Medina. Khalid ibn al-Walid bleef een maand lang voor hem zorgen tot zijn vele wonden heelden. Door hem hadden moslim een overwinning behaald op Moesaylamah.

Terwijl hij nog herstellende was van zijn wonden, bleef al-Baraa ibn Malik verlangen naar martelaarschap dat hem in de Tuin des Doods niet werd gegeven. Hij ging door met vechten, de ene slag naar de andere, hopend zijn doel te bereiken en te sterven voor Allah(swt). Dat werd in vervulling gebracht in de slag bij Tustar in Perzië.

In Tustar waren de Perzen belegerd in een van hun opstandige forten. De belegering duurde lang en toen de effecten daarvan ondragelijk werden, hanteerden ze een andere tactiek. Vanuit de muren van de forten, begonnen ze ijzeren kettingen te werpen met aan het uiteinde gloeiende haken. De moslims werden door deze haken getroffen en omhoog gehesen, dood of in folterende pijn.

Een van deze haken had Anas ibn Malik te pakken, de broer van al-Baraa ibn Malik. Zodra al-Baraa ibn Malik dat had gezien, sprong hij snel op de muur van het fort en greep de ketting die zich in zijn broer boorde en begon de haak van zijn lijf weg te halen. Zijn hand begon te verbranden maar hij liet niet los tot zijn broer werd verlosd.

al-Baraa ibn Malik zelf stierf tijdens dat gevecht. Hij had gebeden tot Allah om hem martelaarschap te garanderen en hij kreeg het....

Heeft hij het verdiend of niet?.......

Barakah
Top
Assalamoe aleikoem wa rahmatoellahi wa barakatoeh mijn broeders en zusters

We kwamen in deze serie tot nu toe alleen maar metgezellen tegen en nog geen metgezelsters of is het metgezellinnen, sahabiaat klinkt mooier. Bij de letter A wilde ik Aicha(ra) noemen maar dat verhaal is er al op www.samjh.com. Nu dat we bij de letter B zijn beland komen we een heel bijzondere vrouw tegen die een voorbeeld is van toewijding. Haar naam betekent letterlijk zegening en ze is ook een zegening voor onze Ummah, Barakah is de naam. Als je echt wil weten wat het woord trouw precies betekent moet je haar levensverhaal lezen.....

We weten niet met zekerheid te zeggen hoe het jonge meisje uit Abesssinië (Ethiopië ) als slaaf op de markt van Mekka kwam. We kennen haar afkomst niet, noch haar vader noch haar moeder en noch haar voorouders. Er waren velen zoals zij, jongens en meisjes, Arabieren en niet-Arabieren, die zoals zij gevangen werden genomen en als slaaf op de markten belandden.

Een verschrikkelijk lot stond voor degenen te wachten die in de handen vielen van de meedogenloze meesters, die hen uiterst uitbuitten en ze abnormaal onmenselijk behandelden.

Een enkeling binnen die onmenselijke omgeving hadden iets meer geluk. Ze werden gebracht naar huizen van nobele en zachtaardige mensen.

Barakah, het jonge Abessijnse meisje bleek een van de 'gelukkige' slavinnen te zijn. Ze werd gered door de gulle en aardige Abdoellah, de zoon van Abd al-Muttalib. Ze werd de enige werkster in zijn huis en toen hij trouwde met Aminah, zorgde zij ook voor haar.

Twee weken nadat het koppel getrouwd was, volgens Barakah, kwam Abdoellah's vader naar hun huis en vertelde zijn zoon om met een handelskaravaan mee te gaan naar Syrië. Aminah was erg teleurgesteld en riep: "Wat raar ! wat raar! Hoe kan mijn man op handelsreis gaan naar Syrië terwijl ik nog een bruid ben en de sporen van henna zijn nog steeds op mijn handen te zien?!"

Het vertrek van Abdoellah was hartverscheurend. Aminah kreeg een beroerte en viel flauw. Vlak nadat hij vertrok, zei Barakah: "Toen ik Aminah bewusteloos zag, schreeuwde ik van pijn: "O mijn vrouwe!" Aminah opende haar ogen en keek me aan met stromende tranen en terwijl ze een kreun onderdrukte zei ze: "Breng me naar mijn bed Barakah."

"Aminah bleef voor een lange tijd bedgebonden. Ze sprak met niemand, noch keek ze iemand aan die haar bezocht behalve Abd al-Muttalib. Die nobele oude man." "Twee maanden na het vertrek van Abdoellah, riep Aminah mij bij het dageraad en haar gezicht straalde van geluk, ze zei: "O Barakah! Ik heb een rare droom gehad." "Hopelijk iets goed, mijn vrouwe", zei ik. "Ik zag lichtstralen uit mijn buik komen die de bergen verlichtten, de heuvels en valleien rond Mekka." "Voelt u zich zwanger, mijn vrouwe?" "Ja, Barakah," antwoordde ze. "Maar ik voel geen ongemak zoals andere vrouwen dat voelen." "U zult het leven schenken aan een gezegend kind dat veel goeds met zich mee zal brengen," zei ik"

De hele periode van de afwezigheid van Abdoellah bleef Aminah verdrietig en melancholiek. Barakah bleef aan haar zijde, probeerde haar alles zo gemakkelijk mogelijk voor haar te maken en haar op te vrolijken door allerlei verhaaltjes. Aminah werd echter meer gestressed toen Abd al-Muttalib naar haar toe kwam en haar vertelde, haar huis te verlaten en naar de bergen te vluchten zoals anderen van Mekka, omdat er een aanval op Mekka werd beraamd door de vorst van Yemen, Abraha. Abraha was van plan om de Kaabah te vernietigen met zijn olifanten. Aminah zei dat ze te verdrietig en te zwak was om te vluchten, maar was vast en zeker dat Abraha nooit van zijn leven de Kaabah kon vernietigen omdat de Kaabah bescherming van Allah genoot. Er was geen spoor van angst in het gezicht van Aminah te bekennen. En inderdaad werd het grote olifanten-leger van Abraha door Allah vernietigd voor ze Mekka konden binnentreden.

Dag en nacht bleef Barakah naast Aminah. Ze zei: "Ik sliep het voet van haar bed en hoorde haar kreunend de naam van haar afwezige man roepen. Haar kreten maakten mij wakker en ik probeerde haar weer in slaap te sussen door haar moed in te spreken."

Toen de handelskaravanen eindelijk terugkeerden naar Mekka kregen Aminah en Barakah te horen dat Abdoellah overleden was onderweg. Barakah vertelt: "Toen Aminah het nieuws te horen kreeg, viel ze flauw en ik bleef bij haar, terwijl ze tussen leven en dood was. Er was toen niemand anders behalve Aminah en ik in het huis. Ik verpleegde haar dagen en nachten lang tot ze eindelijk beviel van een jongen, "Mohammed", op een gezegende nacht waarin de hemelen straalden met het licht van Allah."

Toen Mohammed geboren werd, was Barakah de eerste die hem vast mocht houden in haar armen. Zijn opa kwam daarna en droeg hem naar de Kaabah waar zijn geboorte met alle inwoners van Mekka werd gevierd. Barakah bleef met Aminah toen de kleine Mohammed naar de badiyah werd gestuurd met Halimah die voor hem zorgde in de omarmende en hechte sfeer van de saharah. Aan het einde van vijf jaren, werd hij weer naar Mekka teruggebracht en Aminah ontving hem met alle liefde. Barakah verwelkomde hem met vreugde, verlangen en bewondering.

Toen Mohammed zes jaar werd, besloot zijn moeder om het graf van haar man, Abdoellah, in Yathrib(Medina) te bezoeken. Beide, Barakah en Abd al-Muttalib probeerden haar af te raden. Echter was Aminah vastberaden. Op een vroege ochtend vertroken Aminah, Barakah en Mohammed met een grote karavaan richting Yathrib. Uit voorzorg vertelde Aminah Mohammed niet waar ze heen ging. Tien dagen later waren ze in Yathrib aangekomen en Aminah liet de kleine Mohammed bij zijn ooms van Banu Najjar, zodat ze naar het graf van Abdoellah kon gaan. Een paar weken lang ging ze elke dag naar het graf van haar man en ze werd alleen maar verdrietiger en verdrietiger.

Op de weg terug naar Mekka werd Aminah ernstig ziek en had koorts. Halverwege tussen Yathrib en Mekka, bij een plaats genaamd al-Abwa, stopten ze. Aminah's gezondheid ging ontzettend snel achteruit. Op een pik donkere nacht steeg haar koorts erg en ze riep Barakah met een schokkende stem.

Barakah vertelt: "Ze fluisterde in mijn oren: 'O Barakah, ik zal deze wereld gauw verlaten. Ik laat mijn zoon Mohammed onder jouw hoede. Hij verloor zijn vader toen hij nog in mijn buik was. En nu verliest hij zijn moeder onder zijn eigen ogen. Wees een moeder voor hem, Barakah. En laat hem nooit in de steek."

"Mijn hart verscheurde en ik begon te snikken. Het kind werd onrustig van mijn gesnik en begon te huilen. Hij gooide zichzelf in zijn moeders armen en hield haar stevig vast. Ze gaf nog een laatste kreun van pijn en was daarna eeuwig stil."

Barakah huilde, ze huilde zo bitter en met haar eigen handen had ze Aminah's graf gegraven, terwijl ze het graf bevochtigde met wat overbleef van haar tranen. Barakah keerde terug met het weeskind naar Mekka en bracht hem naar zijn opa. Ze bleef in het huis van Abd al-Muttalib om voor Mohammed(vzmh) te zorgen. Toen Abd al-Muttalib twee jaar later overleed ging ze met het kind naar het huis van zijn oom Aboe Talib en zette haar zorg voor het kind voort tot hij volwassen werd en trouwde met Khadijah.

Barakah bleef toen ook met Mohammed(vzmh) en Khadijah in een huis dat aan Khadijah behoorde. "Ik verliet hem nooit en hij verliet mij nooit," zei ze. Op een dag riep Mohammed(vzmh) Barakah en zei tegen haar: "Ya Oemmaah !(O moeder!)" (Hij noemde haar altijd moeder). "Nu ben ik een getrouwde man, en u bent nog steeds ongehuwd. Wat zou u zeggen als iemand nu om uw hand kwam vragen?" Barakah keek naar Mohammed(vzmh) en zei: "Ik zal je nooit verlaten. Sinds wanneer laat een moeder haar zoon achter?" Mohammed(vzmh) glimlachte en kuste haar voorhoofd. Hij(vzmh) keek naar zijn vrouw Khadijah en zei tegen haar: "Dit is Barakah. Dit is mij moeder na mijn eigen moeder. Zij is de rest van mijn familie." Barakah keek naar Khadijah die tegen haar zei: "Barakah, je hebt je hele jeugd opgeofferd omwille van Mohammed. Nu wil hij iets van jouw gunsten terug doen. Omwille van mij en hem, stem toe om te trouwen voordat ouderdom jou overwint."

"Wie zal ik trouwen, mijn vrouwe?" vroeg Barakah. "Daar is nu ene Oebayd Ibn Zayd van de Khazraj stam uit Yathrib. Hij kwam om je hand vragen, doe het voor mij."

Barakah stemde toe. Ze trouwde met Oebayd ibn Zayd en ging met hem naar Yathrib. Daar kreeg ze een zoontje die ze Ayman noemde en vanaf dat moment noemden mensen haar "Oem Ayman" (de moeder van Ayman). Haar huwelijk duurde echter niet lang. Haar man overleed en ze keerde nogmaals naar Mekka om met haar "zoon" Mohammed(vzmh) in het huis van Khadijah te wonen. In dat zelfde huis leefden toen Ali ibn Abi Talib(ra), Hind (dochter van Khadijah van haar eerste man) en Zayd ibn Harithah.

Zayd was een Arabier uit de stam Kalb, die als kind werd gevangen genomen en naar Mekka gebracht om als slaaf verkocht te worden op de markt. Hij werd toen door het neefje van Khadijah gekocht en werd als haar bediende. Binnen dat gezegende huis werd Zayd erg gehecht aan Mohammed(vzmh) en wijdde zich toe aan zijn bediening. Hun realtie was, dat van een vader en zoon. Inderdaad toen de echte vader van Zayd naar Mekka kwam op zoek naar zijn zoon, werd aan Zayd de keuze voorgelegd om te kiezen tussen Mohammed(vzmh) en zijn vader Haritha. Zayd's antwoord tegen vader was: "Ik zal deze man nooit verlaten. Hij behandelde me zeer nobel, als een vader zijn zoon zou behandelen. Nog geen een dag voelde ik me als een slaaf. Hij zorgde erg goed voor me. Hij is aardig en liefelijk tegen mij en streeft constant naar mijn vreugde en geluk. Hij is de meest nobele man en de beste schepsel op aarde. Hoe kan ik hem verlaten en met u meegaan?..Ik zal hem nooit verlaten."

Later verklaarde Mohammed(vzmh) publiekelijk de vrijheid van Zayd maar Zayd koos ervoor om gewoon in het huis van Mohammed(vzmh) te blijven en hem met zijn leven te dienen.

Toen Mohammed(vzmh) werd gezegend met het profeetschap, waren Barakah en Zayed tussen de eersten die in zijn(vzmh) boodschap geloofden. Zij verdroegen alle achtervlogingen en haat van de ongelovigen van Quraiysh. Barakah en Zayd bedienden nu de profeet(vzmh) en zijn missie met alle gevolgen van dien. Ze werkten als een soort spionage netwerk en verrichtten gevaarlijke missies om te achterhalen wat de moeshrikoen(ongelovigen) beraamden. Ze zetten hun leven in omwille van Allah(swt) en Zijn boodschapper.

Op een nacht hadden de moeshrikoen de wegen geblokkeerd die naar het huis van al-Arqam leiden, waar de profeet(vzmh) met zijn metgezellen vergaderde en hun de Islam onderwees. Barakah had urgente informatie van Khadijah die aan de profeet(vzmh) persoonlijk verteld moest worden. Ze riskeerde haar leven om het huis van al-Arqam te bereiken en toen ze er eindelijk was vertelde ze het bericht aan de profeet(vzmh). Hij(vzmh) glimlachte en zei: "U bent gezegend, Oem Ayman. Voorzeker heeft u een plaats in het Paradijs." Toen Oem Ayman vertrok, keek de profeet(vzmh) naar zijn metgezellen en vroeg hen: "Zou iemand van jullie met een vrouw uit het Paradijs trouwen laat hem dan met Oem Ayman trouwen."

Alle metgezellen bleven stil en zeiden geen woord. Oem Ayman was noch mooi noch aantrekkelijk. Ze was boven de vijftig en zag er nogal verzwakt uit. Zayd ibn al-Haritha kwam echter naar voren en zei: "O boodschapper van Allah, ik zal met Oem Ayman trouwen. Bij Allah ze is beter dan alle vrouwen die schoonheid hebben." Zayd en Oem Ayman trouwden en Allah(swt) zegende hun met een kind die ze Usamah noemden. De profeet(vzmh) hield van Usamah als zijn eigen zoon. Vaak speelde hij(vzmh) met hem, kuste hem en voedde hem met zijn gezegende handen. De moslim zeiden toen: "hij is de geliefde, zoon van de geliefden." Vanaf een vroege leeftijd zette Usamah zich in net als zijn ouders voor de zaak van Allah, de Islam. Hij kreeg ook vaak hoge verantwoordelijkheden van de profeet(vzmh).

Toen de profeet(vzmh) naar Medina emigreerde liet hij Oem Ayman achter in Mekka om wat huishoudelijke zaken te regelen. Uiteindelijk emigreerde zij ook naar Medina helemaal alleen. Ze heeft de lange en bittere reis naar Medina door de Sahara en over de bergen te voet. De hitte was moordend en de zandstormen waren verblindend maar zij zette haar reis voort. Puur uit liefde en hechtenis aan Mohammed(vzmh). Toen ze eindelijk Medina bereikte waren haar voeten opgezwollen van de blaren en haar gezicht was bedekt met stof en zand.

" Ya Oem Ayman! Ya Oemmi! (O Oem Ayman! O mijn moeder) inderdaad voor u is een plaats in het paradijs gereserveerd!" riep de profeet(vzmh) toen hij haar zag. Hij veegde haar gezicht en ogen af, masseerde haar voeten en schouders met zijn aangename en gezegende handen.

In Medina, speelde Oem Ayman een belangrijke rol binnen de islamitische maatschappij. Bij de slag van Oehud deelde ze water uit aan de dorstigen en verpleegde zij de gewonden. Ze metgezelde de profeet(vzmh) in expedities zoals naar Khaybar en Hoenayn.

Her son Ayman, a devoted companion of the Prophet was martyred at Hunayn in the eighth year after the Hijrah. Barakah's husband, Zayd, was killed at the Battle of Mutah in Syria after a lifetime of distinguished service to the Prophet and Islam. Barakah at this time was about seventy years old and spent much of her time at home. The Prophet, accompanied by Abu Bakr and Umar often visited her and asked: "Ya Ummi! Are you well?" and she would reply: "I am well, O Messenger of Allah so long as Islam is."

After the Prophet, may Allah bless him and grant him peace, had died, Barakah would often be found with tears in her eyes. She was once asked, "Why are you crying?" and she replied: "By Allah, I knew that the Messenger of Allah would die but I cry now because the revelation from on high has come to an end for us."

Barakah was unique in that she was the only one who was so close to the Prophet throughout his life from birth till death. Her life was one of selfless service in the Prophet's household. She remained deeply devoted to the person of the noble, gentle and caring Prophet. Above all, her devotion to the religion of Islam was strong and unshakable. She died during the caliphate of Uthman. Her roots were unknown but her place in Paradise was assured.

Haar zoon Ayman, een ware metgezel van de profeet(vzmh) stierf als een martelaar in de slag bij Hoenayn in het achtste jaar van de Hidjrah. Barakah's man, Zayd, kwam om als martelaar tijdens de slag bij Mutah in Syrië na een leven vol toewijding en service voor de Islam en de profeet(vzmh). Barakah was op dat moment tegen de zeventig en verbleef haar grootste tijd thuis. De profeet(vzmh) vergezeld door Aboe Bakr(ra) en Omar(ra), bezocht haar vaak en zei: "Ya Oemmi! Voelt u zich goed?" en zei antwoordde: "Met mij gaat het goed O profeet van Allah zolang het goed gaat met de Islam."

Na het overlijden van de profeet(vzmh), vonden de mensen Barakah altijd met ogen vol tranen. Ze vroegen haar een keer, "Waarom huilt u?" en zij antwoordde: "Bij Allah, ik wist dat de profeet(vzmh) ooit dood zou gaan maar ik huil nu omdat de openbaring dat rechtstreeks uit de hemelen kwam nu ons heeft verlaten."

Barakah was zo uniek omdat zij de enige persoon was die dicht bij de profeet(vzmh) was vanaf het moment van zijn geboorte tot zijn dood. Haar leven was niet van haar maar behoorde tot het bedienen van de profeet(vzmh). Ze bleef betrokken met alles wat de profeet(vzmh) deed en boven alles was haar toewijding aan de Islam van een ongekende kaliber. Haar geloof was sterker en onschendbaar. Ze overleed tijdens de kalifaat van Oethmaan(vzmh).

Haar afkomst was onbekend maar haar plaats in het paradijs was verzekerd.....

Top


Terug naar Haroen`s Religie pagina