Door drs. Ibrahim Bayrak

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.


De eerste Mens en de eerste Profeet Adam (as).

AL HAMDULILLAHI RABBIL `ALAMIEN 
AS SALAATU WASSALAAMU `ALA RASULENAA MUHAMMED
WA `ALAA AALIHIE WE SAHBIHIE ADJMA`IEN.

In het verhaal van Adam (as) en Hawwa (as) kunnen we antwoorden vinden op de volgende vragen:

- Waar komt de mens vandaan?.

- Wat voor een schepsel is de mens?.

- Wat is de plaats van de mens in het heelal?.

- Waarom is de mens geschapen?.

Dit verhaal gaat over de eerste mens, die op onze aardbol leefde. Heel lang geleden waren er helemaal geen mensen op aarde, maar er leefden wel dieren en planten. Toen wilde Allaahu Ta`ala dat er schepselen moesten komen die Hem zouden kennen en Hem zouden dienen. Daarom schiep Allaahu Ta`ala de mens: Adam (as).

Adam (as) was de eerste mens en ook de eerste profeet. Voordat Adam (as) geschapen was leefde hier op aarde behalve planten en dieren ook andere schepselen die net als de mens konden denken en verantwoordelijkheidsgevoel met zich konden dragen; de engelen (malaaika) en de geesten (djin). Volgens de Qur'an zijn de mensen dus niet uit apen ontstaan maar uit Adam (as) en zijn echtgenote Hawwa (as). De mensen worden door Allaahu Ta`ala dan ook aangeduid met: de zonen (en dochters) van Adam (as).

Doordat Allaahu Ta`ala oneindige kennis heeft vond Hij het noodzakelijk om een mens te scheppen. Daarom zei Hij tegen de engelen: "Nu ga Ik een plaatsvervanger op aarde zetten, (die volgens Mijn wetten rechtvaardigheid en vrede op aarde zal brengen)".

Daarom vroegen de engelen Allaahu Ta`ala naar de goddelijke reden van Adams (as) schepping en zeiden: "O Allaah, wilt U iemand op de aarde zetten die verderf (slechte dingen) zal brengen en (door oorlog voeren en vechten) bloed zal vergieten?. Terwijl wij U dag en nacht lofprijzen en Uw heiligheid vereren".

Allaahu Ta`ala zei tegen de engelen: "Ik weet dingen die jullie niet weten".

De engelen zijn schepselen die uit licht geschapen zijn. Ze doen altijd precies wat hun opgedragen wordt door Allaahu Ta`ala. Ze weten alleen wat Allaahu Ta`ala ze geleerd heeft. Ze komen nooit in opspraak tegen Allaahu Ta`ala. De engelen vroegen aan Allaahu Ta`ala waarom Hij een mens schiep niet omdat ze niet met Allaahu Ta`ala eens waren, maar ze wilden alleen Allaahu Ta`alas bedoeling ermee weten. Voordat Adam (as) geschapen werd, hadden de engelen gezien dat de geesten op aarde verderf zaaiden en bloed vergoten. Daarop had Allaahu Ta`ala een leger van engelen gestuurd om de geesten te straffen. Of het is ook mogelijk dat Allaahu Ta`ala de engelen al voor de schepping van Adam (as) verteld heeft dat de mensheid verderf zouden zaaien en bloed zouden vergieten door oorlogen. Daarom vroegen ze aan Allaahu Ta`ala, waarom Allaahu Ta`ala Adam (as) schiep.

Hoe is Adam (as) geschapen?
Allaahu Ta`ala heeft de engelen bevolen uit verschillende plaatsen op onze aardbol verschillende kleuren aarde te verzamelen. Dat de mensen verschillende huidskleuren hebben is hiervan het gevolg. Ook andere eigenschappen van de mens, zoals karakter, intelligentie, lichaamsbouw etc. is hiervan het gevolg. Allaahu Ta`ala heeft uit aarde, klevige klei gemaakt, daarna werd dit hard als aardewerk en tenslotte heeft Allaahu Ta`ala Adams (as) schepping voltooid door de ziel ( roeh ) in te blazen.

Allaahu Ta`ala heeft Adam (as) tot perfectie verheven. Adam (as) is verheven boven alle andere schepselen, omdat Allaahu Ta`ala hem met Zijn eigen "handen" geschapen heeft, hem van Zijn eigen "geest" ingeblazen heeft, de engelen bevolen heeft voor Adam (as) te buigen en hem de namen van alle dingen geleerd heeft. Allaahu Ta`ala heeft Adam (as) de namen van alle dingen, die de mensen tot de Dag des Oordeels (Yawmi'l Qiyamah) zullen kennen, geleerd.

Toen zei Allaahu Ta`ala aan de engelen : "Jullie moeten allemaal eerbiedig buigen voor Adam (as)". De mensen en de engelen mogen alleen voor Allaahu Ta`ala buigen en voor niemand anders. De engelen moesten voor Adam (as) buigen niet omdat ze Adam (as) verafgoodden maar omdat dit een bevel van Allaahu Ta`ala was. Allaahu Ta`ala beveelt de muslims in de richting van Qiblah te bidden. Allaahu Ta`ala bevool de engelen destijds in de richting van Adam (as) te bidden. En deze buiging was dus uit eerbied voor Adam (as). Alle engelen bogen voor Adam (as), alleen Iblis niet, hij weigerde bij hen die zich eerbiedig neerbogen te behoren. Iblis behoorde tot de geesten. Door zijn hoogmoed weigerde hij Allaahu Ta`ala's bevel op te volgen daarom werd hij een van de ongelovigen.

Iblis zei: "Hoe kan ik buigen voor Adam?. Hij is uit klei gemaakt en ik uit vuur. Ik ben beter dan Adam". Dus iblis deed niet wat Allaahu Ta`ala hem beval. Hij was ongehoorzaam geweest aan Allaahu Ta`ala.

Allaahu Ta`ala was boos omdat Iblis niet naar Hem luisterde. Allaahu Ta`ala zei: "Ga hier weg!. Jij zult door steniging vervloekt zijn doordat je zo hoogmoedig en trots doet. En de vloek zal tot op de oordeelsdag op je rusten".

Iblis zei: " Mijn Rabb, geef mij nog de tijd totdat de dag komt waarop zij (de doden) zullen opstaan uit hun graven".

Allaahu Ta`ala zei: "(Dat is goed) jij behoort bij hen die uitstel hebben gekregen, tot de dag van de vastgestelde tijd ( de oordeelsdag).

Iblis zei: "Mijn Rabb, omdat U mij misleid hebt zal ik voor de mensen op aarde (alles) schoneschijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden behalve Uw dienaren onder hen die toegewijd zijn.

Allaahu Ta`ala zei:"Dit is voor een juiste weg, want over mijn dienaren heb jij geen gezag behalve over die misleidde mensen die jou volgen. En de hel is de plaats die voor hen allen is aangewezen.

Allaahu Ta`ala schiep een vrouw voor Adam (as). Haar naam was Hawwa (as) (in de Qur'an wordt haar naam niet genoemd). Ze leefden samen in het paradijs. Allaahu Ta`ala had hen alles toegestaan om van te eten behalve de vruchten van een boom. Allahu Ta`ala had hen gezegd dat de sjaytaan (Iblis) een duidelijke vijand van hen was. Iblies had hen met mooie belooftes toch van die vruchten laten eten. Adam (as) en Hawwa (as) hadden vergeten dat ze niet van die vruchten mochten eten.

Adam (as) en Hawwa (as) hadden erg veel spijt. Ze zeiden:" Onze Rabb , wij hebben onszelf onrecht aangedaan en als U ons niet vergeeft en erbarmen met ons heeft dan behoren wij bij de verliezers". Adam (as) en Hawwa (as) waren niet zoals Iblis. Ze hadden spijt van hun slechte dad en wilden dat Allaahu Ta`ala niet meer boos op hen zou zijn en hun zondes zou vergeven.

Allaahu Ta`ala verkoos hen en vergaf hun zonde. Allaahu Ta`ala wendde zich tot hen en bracht hen op het rechte pad. Allaahu Ta`ala zei:" Daalt af, uit het paradijs,-elkaar tot vijanden-jullie hebben namelijk op de aarde tijdelijk een verblijfplaats en vruchtgebruik. En op aarde zullen jullie leven, en op haar zullen jullie sterven en uit haar zullen jullie te voorschijn gebracht worden na jullie dood. Als er van Mij een leidraad komt, dan zal wie Mijn leidraad navolgt niet dwalen en niet ongelukkig zijn. Maar wie zich van Mijn vermaning afwendt die zal een benauwd leven leiden en Wij zullen hem op de opstanding blind ter verzameling opbrengen.

Adam (as) en Hawwa (as) leefden heel gelukkig op aarde. Hun kinderen, wij dus ook, zullen tot de oordeelsdag hier op aarde leven.

WAL HAMDULILLAHI RABBIL `ALAMIEN

Top


Terug naar Haroen`s Religie pagina